Werk in uitvoering: concept onderzoeksvraag paper LA1 #MLI
Dag Marcel,
Net zoals jij (maar dan iets anders ;)) ben ik bezig met een opzet voor mijn paper. In het kader van LA1 ‘Zin in Leren’ moet ik: “Helder en beknopt vanuit de kern van het praktijkprobleem redeneren naar koppeling aan wetenschappelijk concept(en) op metaniveau. Formuleren van een eerste probleemanalyse. Formuleren van voorlopige onderzoeksvraag / -vragen”.
Vandaag moet ik dit in een elevator pitch van 2 minuten presenteren aan een begeleider.
Ik heb er (in gedachten) nogal mee geworsteld. Mijn werkwijze blijkt toch te zijn: gewoon beginnen met schrijven, erom heen lezen en kijken waar ik uitkom. Eigenlijk zoals ik ook een blogpost schrijf :). Ik ben met Mendeley nog aan het experimenteren, daarom is de bronvermelding nog niet APA-proof. Dat is mijn opdracht voor de komende week.
Erg benieuwd naar de feedback van mijn begeleider. Als jij of een andere bloglezer nog wat tips heeft, hoor ik ze graag. En dat mag open 🙂
Voor deze opzet hebben naast de masterclass OER van SURF academy ook eerdere 2beJAMmed-blogpost als inspiratie gediend:
- https://2bejammed.org/2013/05/13/kennisas-limburg-centres-of-expertises-zuyd/
- https://2bejammed.org/2012/03/01/onze-visie-op-onderwijs/
- https://2bejammed.org/2012/04/30/pro-of-contra/
- https://2bejammed.org/2012/12/04/jujuutjesurfmagazine/
- https://2bejammed.org/2012/05/07/702010-model/
- https://2bejammed.org/2013/02/06/horizon-report-2013-is-er/
Groet,
Judith
Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.
MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, 2013[2]).
Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.
Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staat werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm[3].
Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recentelijk binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT.
Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.
Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als open courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in de in juni 2012 in Paris aan genomen OER Declaration[4] (Mulder, 2013 [5]) waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen.
In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald (p. 38):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”
Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”[6]
Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd [7]. Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie [8]:
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”
Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (De Limburger, 24 september 2013 [9]).
De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”
MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet wordt het informele leren gestimuleerd. Het programma Opening Up Education [10](geïnitieerd door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn [11].
De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:
- Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
- Hoe komt co-creatie tot stand?
- Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
- Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
- Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
- Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
- Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?
Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013[12]).
In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:
Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open digitale leeromgeving (zoals een MOOC) of via open digitale leermiddelen (zoals OER) gestimuleerd kan worden?
[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013
[2] Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).
[4] http://www.unesco.org/new/fileadmin/MULTIMEDIA/HQ/CI/CI/pdf/Events/Paris%20OER%20Declaration_01.pdf
[5] Mulder, F., & Janssen, B. (2013). Open (het) onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 38–44).
[8] http://www.zuydjaarbeeld.nl/jaarverslag-2011/aDU1018_Hogeschoolbrede-onderwijsvisie-geformuleerd.aspx
[12] Rubens, W. (2013). E-learning: Trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij. pp. 141
E-lab Mediacentrum Windesheim
Hoi Marcel,
Je weet dat we al sinds de ZuydPlein-tijd bezig zijn met het initiëren van een X-lab. Dit is een ruimte waar je kunt experimenteren met nieuwe tools, maar ook kennis kunt delen en halen rondom onderwijsontwikkelingen. Bij de faculteit International Business and Communication op de Brusselseweg in Maastricht is vanaf dit studiejaar een X-lab in opbouw. In de nieuwsflits van het I-team heb je kunnen lezen dat 23 oktober de officiële opening plaatsvindt. Het eerste X-lab (of ‘lokaal van de toekomst’, zoals het ook wel eens genoemd wordt) van Zuyd is dan een feit! Bij Windesheim hebben ze al 2 jaar zo’n omgeving, daar wordt het een E-lab genoemd. Een initiatief vanuit het Mediacentrum (=bibliotheek) Windesheim.
In verschillende blogs over de visie van Zuyd Bibliotheek heb ik FabLabs, X-labs genoemd als een concept waar de bibliotheek zich op zou moeten richten. Ook bij het X-lab aan de Brusselseweg is de bibliotheek van Zuyd betrokken, alhoewel ik nog niet precies weet hoe. ICTO-verantwoordelijke van de Brusselseweg en onze bibliothecarissen kunnen eens een virtueel kijkje nemen in het E-lab van Windesheim hoe men daar kennisdeelt via nieuwsberichten en ze hebben ook een heuse E-lab Academy! Bibliothecaris Erik Hulsken heeft regelmatig een gesprek over innovatieve thema’s in het onderwijs via (live!) Google Hangout-sessies. Super toch! Vorige week sprak hij met Chris Kockelkoren 🙂 natuurlijk over Shakespeak (stemmen in de klas) en Serious Gaming.
Pieter Dekkers, de instructional media designer van het MOOC Zuyd Innoveert project was geïnteresseerd in het X-lab van de Brusselseweg. Het X-lab met soortgelijk initiatief als Google Hangout-sessie te verrijken, ziet hij vast wel zitten. Jij ook denk ik. Had jij ook niet een soortgelijk idee? 😉
Groet,
Judith
Work in progress: The 2 B PhD concept Research plan
Dear Judith, dear Sandra, dear Huibert,
You didn’t give official feedback yet, but there are already some changes. These still are my first steps on a concept Research plan. The references that I have used at the moment are purely so that a reader can get a better viewpoint on the several issues. They are not scientific references yet.
In the last week four events have triggered an alternation of my research plan:
- In his introduction mail Huibert remarked that I still am searching for focus. True! I still am searching, but together with Sandra we are trying to discover if patients with chronic back pains or patients covered by the Onco@Zuyd group are a good group to do this kind of research on. More focus will (and has to follow)
- In the previous version a combination of SuperBetter and Elise is suggested. Perhaps choosing for one of them or perhaps even better choosing for the ideas and methodology behind them and searching for a own set up of a game will be more beneficial.
- Together with Marsha Bokhorst, our Librarian, I have searched for research on SuperBetter. I found a U Penn research: http://annmarieroepke.com/superbetter-positive-gaming/ and am waiting for more statistics on it, but along with it my colleague Miguel van de Laar pointed out something that is going to shift the research into a (slightly (?) different direction):
- Jane McGonigal and SuperBetter have gone different directions, and even worse the company behind SuperBetter has been disbanded. Intellectual property is for sale, and I already have bought a lotery ticket, because that will be the only way to buy it.
You understand that this second version is a little bit different of the first one. And after reading A Guide to Writing the Dissertation Literature Review from Justus J. Randolph of Walden University, there soon will be a third version,
With kind regards
Marcel
Concept Research Plan 0.2
The problem
In the Netherlands (as in other European and North American countries) society is relocating responsibilities from the national government through local governments[1] towards communities and individuals.[2] This shift in responsibility and current economics en demographics in these regions leave us with a challenge: doing more with less or other resources.
In the field of care and cure of the chronical ill this in effect means more pressure on the patient and his or hers direct environment. Patients and their social environment have more responsibilities and self-control, but also need to invest more time, energy and money in the process of getting better or adapting to their situation. The empowerment of the patient and the community he or she lives in is a must if we want to keep a high standard of living for patients and their families.
The opportunities
There is a resource, which can be used for our challenge to do more with less or other resources in health care. The gamers! We see that in the same societies there is a big amount of online gameplay[3] and an increase in usage of social media and portable technologies like smart phones, tablets and mini-pc’s. The potential of the gameplaying part of our world, the potential of connectivity through social media and the growth of adaptation of technology gives us some great opportunities to conquer our challenge.
The challenge already begun
The usage of gaming in the domain of health care (of the chronic ill) isn’t new. Since game consoles like the Wii, the X-Box Kinect and the Playstation made exercise games and hardware commercially available, the rise of usage of these games into health care and cure programs increased.[4] Health care takers over the world are convinced that by improving the fun factor into the health program that this will be beneficial to the effort a patient puts into the program.
Most of these games and subsequent health programs are in a setting between therapist/docter and one or several patients which are engaged in a commercially available game. The therapist uses observation, manages the goals and engages patients into the game.
Our main problem is that we want to increase the quality of the health process with less or other resources and therefore we want to increase the involvement of the patient, the relatives and community around the patient.
Let’s research massive multiplayer role playing alternate reality games
Computer games like World of Warcraft are so called MMORPG: Massive Multiplayer Online Role Playing Games. In these type of games the player is challenged in a realm with all kind of roles, races, professions, guilds and groups. Social connections empower players in the quests they encounter and some quests can only be solved in groups with several multi functional players. Research on efficacy and empowerment in such games has been done.
One of the first steps to translate this empowerment from games into the real world are made by the Lydians, at least thats what Jane McGonigal states in ‘Reality is Broken’. As a game developer she researched game principles used in real world settings. So a real world proces made into a game. This is called an ARG, alternate reality game. She has worked on a multiplayer ARG to improve the health process called SuperBetter. SuperBetter[5] is a online game for patients coping with a broad range of problems. In the words of the development team SuperBetterLabs: “SuperBetter helps you achieve your health goals — or recover from an illness or injury — by increasing your personal resilience. Resilience means staying curious, optimistic and motivated even in the face of the toughest challenges.”[6] The basis of the game is to improve four types of resilience: Mental, Emotional, Physical and Social.[7] You can improve on these resilience types by learning how to set goals and achieving them.[8] Through Social Media your social environment can be involved in this game.[9]
Family centered care or community centered care[11] gets a lot of support at the moment. Researchers, governments and care companies are interested in tools and methods which will support the change from nationally organized care into community organized care. The combination of a game and a both online and offline social community which is connected to other communites-a-like has great potential for coping our challenges of: doing more with less or other resources (within the field of the chronic ill) Creating a game where the social environment of the patient is more engaged in the health process of that patient will improve efficacy of that patient and empowerment of that patient (and its social environment).
Research Question
It is still too early (for me) to formulate a great research question out of this all. But I can try to describe what I want to research:
Questions that I hope to find answers on are:
- Can we improve involvement/engagement of the social environment by making the health care process a game?
- Can we improve effectiveness of communication between health caretakers and patient by making the health care process a game?
- Can we improve the effort and energy that a patient puts into his health care process by making the health care process a game?
- Can we improve the knowledge exchange between the patient and other patients, between the social environments of a patient with type of illness and between specialized health caretakers of one type of illness by making the health care process a game?
- Can we do all this by using a MMRPARG in a setting where the patient has a chronic illness? Or do we need a combination of ideas from SuperBetter and Elise to get a tool that enables community based and self-managed care.
No formulation for the main research question yet!
[1] Reference to: “ De drie decentralisaties” zoals ze door de VNG genoemd worden
[2] Reference to: Een van de wijkgerichte zorg projecten zoals ze nu door Gemeenten worden opgepakt
[3] This can be illustrated by research, starting point: Reality is Broken
[4] Reference to: Scoping Review of Exergames
[6] In a personal (Dutch) blog: https://2bejammed.org/2013/07/07/superbetter-de-online-resilience-bouwer/ SuperBetter is explained. This blog is supported by video explanations by Jane McGonigal in English. Reference to the U Penn research on SuperBetter ( A Randomized Controlled Trial: The Effects of SuperBetter on Depression) should be made.
[7] In a personal (Dutch) blog: https://2bejammed.org/2013/07/19/superbetter-reloaded-stap-1/ and the resiliences are explained and supported by video explanations by Jane McGonigal in English.
[8] In a personal (Dutch) blog: https://2bejammed.org/2013/07/24/superbetter-de-dagelijkse-stap-3-power-ups-1-bad-guy-3-quests/ the goalsetting and questing is explained. The explanation is supported by video explanation by Jane McGonigal in English
[9] In a personal (Dutch) blog:https://2bejammed.org/2013/07/23/superbetter-stap-2-getting-started/ the Allies ares explained. The explanation is supported by video explanation by Jane McGonigal in English
[10] Trademark of Mediaan (www.mediaan.nl)
[11] Reference to: the research of Barbara Piskur on Family centered care/cure and Ruth Dalemans on ‘Eigen Kracht’
[12] We are especially interested what is called in Dutch: “Eerste lijns hulp”. Your local doctor, physical therapist, etc.
Wat wil ik leren? #MLI
Ha Marcel,
Bij het volgen van mijn master hoort ook het opstellen van een leeragenda waarin ik mijn doelen voor het komende studiejaar moet formuleren. Van jou en nog enkele collega’s heb ik feedback gekregen waardoor ik mijn leervragen en leerdoelen duidelijker kreeg. Waarvoor dank! Ik mocht mijn leeragenda opstellen in de vorm die ik wilde: papier, worddocument, Prezi. Ik kies natuurlijk voor ons blog. 🙂
Ik het 1e studiejaar gaan we aan de slag met 4 Leerarrangement (LA’s). In Oriëntatie en Integratie leer ik refelecteren op inhoud en mijn leerproces. LA1 Zin in Leren geeft me inzicht in leren en leerprocessen en op basis hiervan kan ik aanbevelingen doen voor het verbeteren van de effectiviteit van leerprocessen. Tijdens LA2 Uitdagend Onderwijs Ontwerpen krijg ik meer inzicht in krachtige leeromgevingen en welke onderdelen leren bevorderen of belemmeren. Ik leer over effectieve vormen van leren en begeleiden. En ik begin al met LA5 Praktijkgericht Onderzoek. De master richt zich op 4 rollen. Per rol moest ik mijn leerdoelen formuleren.
Excellente leraar: In die rol draagt de master, vanuit zijn expertise, bij aan het pedagogische en didactische klimaat binnen de school als totaal. De master heeft een gedegen kennis van actuele inzichten in het leren van lerenden en in de kenmerken van krachtige leeromgevingen voor lerenden van uiteenlopend niveau. De master Leren & Innoveren expliciteert mede op basis van zijn kennis zijn persoonlijke onderwijsvisie en relateert deze aan de onderwijsvisie van de school. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)
Deze rol komt het meest tot uiting in LA1 en LA2. Mijn leservaringen zijn beperkt tot het geven van lessen informatievaardigheden als bibliothecaris. Ik heb geen docentenopleiding gevolgd wel een didactische cursus. Als I-adviseur verzorg ik regelmatig workshops web2.0, inspiratiesessies TPACK, en presentaties over diverse werkgerelateerde onderwerpen. Ik ben wel goed op de hoogte van de onderwijsontwikkelingen binnen Zuyd, nationaal en internationaal, dat is op ons blog wel na te lezen. Ik mis wel enig theoretisch kader.
Mijn leerdoelen:
- Stelt zich constructief kritisch op t.o.v. verschillende pedagogische en leerpsychologische theorieën, empirie en andere theoretische invalshoeken
- Stelt zich constructief kritisch op t.o.v. de effectiviteit en kwaliteit van het bestaande onderwijs en t.o.v. onderwijsontwikkelingen (zowel nationaal als internationaal), overziet de didactische consequenties van ontwikkelingen en kan voor- en nadelen van verschillende benaderingen/werkwijzen benoemen en onderbouwen;
Ondernemende ontwikkelaar: initieert innovaties en ontwikkelt nieuwe didactische concepten, instrumenten en materialen op basis van expliciete kennis van het leren van lerenden en het ontwerpen van onderwijs. Daarnaast implementeert hij in de eigen werksituatie vernieuwingen, rekening houdend met de nieuwste inzichten op dit gebied en met maatschappelijke ontwikkelingen en met behoeften van collega’s, lerenden en hun ouders. De master Leren & Innoveren werkt daarbij interdisciplinair samen met collega’s, leidinggevenden en partijen uit de omgeving van de school. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)
Deze rol staat vooral in LA2 centraal. Het ontwikkelen van didactische materiaal is niet mijn primaire doel om deze master te volgen. Door het vele ‘doen’ en werken met allerlei social media tools kan ik op dit gebied wel innovatieve materialen ontwikkelen. Mijn creativiteit en innovatief vermogen helpen me hierbij. Door meer kennis van leerprocessen en begeleidingsprincipes verwacht ik met LA2 deze rol van ondernemende ontwikkelaar te verbeteren. Binnen Zuyd vervul ik op het onderwerp social media een voortrekkersrol, ik activeer, stimuleer en inspireer collega’s. En werk op dit terrein ook samen met mensen buiten de grenzen van mijn organisatie.
Mijn leerdoel:
- Je toont analytisch vermogen, combineert op beargumenteerde wijze inzichten uit verschillende leerpsychologische theorieën, empirie en goede praktijkvoorbeelden en vertaalt deze naar concrete mogelijkheden voor onderwijsontwikkeling binnen je eigen onderwijsinstelling
Reflective practitioner: onderzoekt onderwijs vanuit het perspectief van Leren & Innoveren. Zo voert hij praktijkgericht onderzoek uit, gericht op verbetering van het onderwijs. Een probleem in de eigen school of verbeterpunt is het startpunt van het onderzoek. Bij de uitvoering maakt de master Leren & Innoveren gebruik van expliciete kennis van onderzoeksmethodieken. Hij is in staat om de conclusies en aanbevelingen te implementeren in de eigen school en daarnaast te verspreiden door publicaties of workshops (disseminatie). De master is in staat de resultaten van door derden verricht onderzoek kritisch op zijn merites voor de eigen onderwijspraktijk te beoordelen. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)
Dit is natuurlijk dé rol binnen LA5 het praktijkonderzoek, maar binnen LA1 moet ik een wetenschappelijke paper schrijven dus deze rol komt ook hier in terug. Hier heb ik nog veel te leren. Als bibliothecaris kan ik wel een literatuuronderzoek doen en een literatuurlijst samenstellen volgens de APA-richtlijnen. Reflecteren op onderzoek en onderwijsontwikkelingen doe ik regelmatig in dit blog. Echter een probleemstelling voor een onderzoek formuleren, wetenschappelijk schrijven, statistische analyses maken is voor mij nieuw en een grote uitdaging ;).
Mijn leerdoel:
- Je formuleert relevante, heldere, richtinggevende en duidelijk afgebakende probleemstellingen voor praktijkgericht onderzoek, werkt deze uit in een consistente onderzoeksopzet en kiest daarin beargumenteerd en gemotiveerd voor methoden en technieken van onderzoek;
Begeleider en gesprekspartner voor collega’s: treedt op als gespreksleider en begeleidt collega’s bij innovatieprocessen en bij de ontwikkeling van onderwijs. Hij is tevens in staat om collega’s te begeleiden in hun professionele ontwikkeling en hij ondersteunt ze op zijn inhoudelijke expertisegebied. Hij heeft inzicht in het leren van professionals. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)
Deze rol komt voornamelijk in het 2e jaar aan bod. De beroepshouding aspecten die in deze rol naar voren komen zoals sociaal/communicatieve en lerende/onderzoekende kwaliteiten meen ik wel te bezitten. Met betrekking tot mijn gebrek aan geduld in een minder snel veranderende omgeving kan ik nog wel verbeteren. Misschien vaar ik soms te veel mijn eigen koers?
Mijn leerdoel:
- Je houdt in het handelen bewust en actief rekening met de belangen en verwachtingen en eisen van diverse stakeholders met betrekking tot het onderwijs en weegt deze belangen kritisch af
Ik heb bij het formuleren van mijn leerdoelen gebruik gemaakt van de prestatie-indicatoren die per rol aangegeven zijn. Of ik dit op deze manier allemaal SMART genoeg geformuleerd is? Dat hoor ik a.s. maandag wel. 🙂
We hebben dan ook een FLOW-opdracht. Wat dat inhoudt weet ik niet. Ik heb wel al het artikel Shernoff, D. J., Csikszentmihalyi, M., Shneider, B., & Shernoff, E. S. (2003). Student engagement in high school classrooms from the perspective of flow theory. School Psychology Quarterly, 18(2), 158-176 gelezen.
Het begrip ‘flow’ is afkomstig van Csikszentmihalyi, een van de voortrekkers van de positieve psychologiebeleving. In onderstaande TEDTalk vertelt hij zelf over zijn onderzoek naar dit begrip:
In de Canon van het leren is ook een artikel gewijd aan Flow. “Flow is een toestand waarin mensen zo betrokken zijn bij een activiteit dat ze alles om zich heen vergeten. Die ervaring is prettig dat men er vaak nog heel veel voor over heeft om die ervaring nogmaal te beleven” (2012, p. 253).
Het artikel van Shernoff, Csikszentmihalyi, Shneider, Shernoff (2003) handelt over een onderzoek bij 526 studenten naar hun flow (concentratie, interesse en plezier) bij het leren, hun betrokkenheid en intrinsieke motivatie. Uit de samenvatting van het artikel:
Participants experienced increased engagement when the perceived challenge of the task and their own skills were high and in balance, the instruction was relevant, and the learning environment was under their control. Participants were also more engaged in individual and group work versus listening to lectures, watching videos, or taking exams. Suggestions to increase engagement, such as focusing on learning activities that support students’ autonomy and provide an appropriate level of challenge for students’ skills, conclude the article.
Als kenniswerker vind ik het belangrijk om te werken vanuit een passie en me te blijven ontwikkelen. Ik wil goed zijn, blijven, worden in mijn werk. Ik verwacht door het volgen van de master meer gereedschappen te hebben een betere I-adviseur te worden. Dat betekent voor mij ook oog hebben voor een betekenisvolle leeromgeving waarin studenten en docenten in een ‘flow’ kunnen werken en leren vanuit hun kracht en talenten.
Judith
Verwante blogposts: Dan leer ik toch nog een keer …



