Site-archief

Kern van ons onderwijs (volgens de Middeleeuwen of ook in onze ‘vloeibare tijd’?))

Hi Marcel,

Gistermorgen heb ik samen met manlief genoten van een rondleiding door het prachtige Rolduc in Kerkrade. We gaan zo ver om mooie dingen te zien terwijl dichtbij ook zoveel nog te ontdekken is.

Tijdens de rondleiding hebben we de Abdijkerk, deze fantastisch mooie Rococo bibliotheek bewonderd en de bisschopszaal.

In het priesterkoor van de Abdijkerk ligt een bijzondere mozaïek. Niet zo oud, het is in 1909 gemaakt ter gelegenheid van het 50-jarig Priesterjubileum van Matthias Goebbels, een kanunnik uit Aken, die (op voordracht van de bekende architect Pierre Cuypers) de Abdijkerk heeft versiert met vele mooie (plafond)schilderingen. Goebbels had het ontwerp zelf gemaakt aan de hand van het voorbeeld uit de encyclopedie Hortus deliciarum.

Het zijn de zeven vrije kunsten, oorspronkelijk bekend onder hun Latijnse naam septem artes liberales. Het waren zeven vakken die deel uitmaakten van het studieprogramma in antieke en middeleeuwse Europese scholen en met name de universiteiten. De zeven vakken waren Grammatica, Dialectica/ logica, Retorica, Aritmetica, Geometria, Musica en Astronomia. Ze worden ‘vrij’ genoemd (Latijn: liber), omdat zij de opleiding van de vrije mens beogen. In tegenstelling tot andere leerprogramma’s die worden nagestreefd voor economische doeleinden, is het niet hun doel om de student voor te bereiden op het verkrijgen van een inkomen, maar op de uitoefening van de wetenschap in de strikte zin van het woord, dat wil zeggen de combinatie van filosofie en theologie, bekend als scholastiek.

Bron: Wikipedia

Als ik dat vergelijk met de 21e eeuwse vaardigheden dan zie ik daar wel vaardigheden van in terug: Kritisch denken (Dialectica), Communiceren (Retorica), probleemoplossend vermogen (Artimetica), creativiteit (Musica). Alleen de ict-vaardigheden zijn 21e eeuws.

Onze gids vond dat deze mozaïek de bron van ons onderwijs verbeelde of dat zou moeten doen. Ik ben het dat met hem eens.

In het midden van de mozaïek zie je filosofie. Die aandacht voor Bildung is om mij heen wat verstompt. Terwijl in het Bildungsdebat van drie jaar geleden het belang van het stellen van ‘trage vragen’ zo werd onderstreept. Hans Schnitzler schreef vrijdag in zijn column Laat het onderwijs aan karaktervorming doen dat het onderwijs in een systeemcrisis verkeert. We leven in ‘vloeibare tijden’. (We’re living in a VUCA world!) Ingrijpende en snelle veranderingen op gebied van technologie en samenleving (klimaatcrisis, vluchtelingenproblematiek, robotisering,etc) ondermijnen het vertrouwen in de gevestigde orde, zo betoogt hij. Niet de sfeer in de samenleving moet bepalend voor het onderwijsklimaat zijn, maar andersom: het onderwijsklimaat bepaalt de sfeer van de samenleving van morgen, schrijft Schnitzler.

In een toekomstbestendige onderwijsomgeving staat dan ook niet de kennisoverdracht centraal, maar het vermogen om (ingesleten) gedachten en gedragingen te bevragen en daar waar nodig te veranderen. Om dat te bereiken zouden vakken als ethiek en filosofie in elke leerplan stevig verankerd moeten zijn.

Hans Schnitzler beschrijft in zijn column de mismatch tussen verwachting en werkelijkheid en zijn daarmee het groeiend geestelijk onbehagen die vele voelen. Geen wonder dat de nieuwe video Prince Ea, wederom ongenuanceerd, al weer meer dan 3 miljoen keer bekeken is afgelopen maand.

Ja, waar is onderwijs voor? Is het niet een taak van de opleiding om studenten te stimuleren zich te vormen en zichzelf te ontplooien binnen de beroepscontext? Waar is die aandacht voor Bildung gebleven? Of is dat er wel maar zie ik het niet?

Laat ik nog maar eens afsluiten met de wijze woorden van Biesta:

In mijn recente werk benoem ik deze hele dynamiek vaak in termen van volwassenheid. Volwassenheid is daarbij niet de uitkomst van een ontwikkelingsproces, maar een manier van in de wereld zijn. Volwassen-zijn betekent dat we niet onze eigen wensen en verlangens (met inbegrip van de wensen en verlangens die we hebben rondom onze identiteit) centraal stellen, maar steeds weer de vraag stellen of wat we wensen en verlangen goed is voor ons eigen leven, ons leven met anderen (democratie) en het leven op een planeet met beperkte mogelijkheden (ecologie). De vraag is, met andere worden, of onze wensen wenselijk zijn en onze verlangens ‘verlangbaar‘. Wat het antwoord op die vraag is, is iets wat ieder van ons uiteindelijk alleen zelf kan bepalen, waarbij we uiteraard ook verantwoordelijkheid dienen te nemen voor het antwoord dat we geven. Een belangrijke taak van onderwijs en opvoeding is om die vraag tot een levende vraag in het leven van kinderen en jongeren te maken – een lastig proces, maar zeker niet onmogelijk.

Groet,
Judith

VUCA is de acroniem van Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity. Het vat de wereld waarin we vandaag leven samen waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn.

Leren Leren Leren. Een documentaire over hoe technologie ons onderwijs verandert.

Hallo Marcel,

In 2017 en 2018 voerde Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) een verkenning uit naar de toekomst van technologie en leren. Een half jaar geleden vertelde ik je over hun publicatie Lang leve leren. Een paar dagen geleden verscheen een tweede publicatie: Het eeuwige leren. In deze publicatie (literatuurstudie en Delphi-studie) staat de vraag centraal wat de rol van leren is in de nieuwe kennissamenleving. Ook deze respondenten zijn weer techo optimisten 🙂

Mooi om te lezen dat Michael Fullan hier in geciteerd wordt. Volgens Fullan “gaat onderwijs zich meer richten op de zes C’s: Character (Persoonsvorming), Citizenship (Burgerschap), Communication (Communicatie), Collaboration (Samenwerken), Creativity (Creatief denken) en Critical Thinking (Kritisch denken). Dit zijn vaardigheden die de student in staat stellen altijd te blijven leren. Docenten en studenten zullen hun activiteiten inrichten om de zes C’s heen.”

Laatste citaat in deze publicatie

Technologie speelt een steeds meer centrale rol in de manier waarop we communiceren, informatie tot ons nemen en onze levens organiseren. Dit heeft gevolgen voor de manieren waarop we in onderwijsinstellingen, in het bedrijfsleven of daarbuiten leren. Daarom is het voor iedereen die met leren bezig is belangrijk om na te denken over de complexe relatie tussen leren en technologie. Het is een onderwerp dat we niet kunnen negeren en dat vraagt om nieuwe visies op leren te ontwikkelen; vanuit scholen, klassen, ministeries, technologiebedrijven en vooral ook vanuit individuen.

Tegelijkertijd presenteerde STT een documentaire. Deze werd gefilmd op een iPadschool, op een school waar ze experimenteren met robots die rekenles geven, op een universiteit waar ze aan de hand van data-analyses voorspellingen doen over het gedrag van studenten, en op een kunstacademie waar ze de toekomst van ons onderwijs vormgeven. Experts zoals professor Elly Konijn (VU), dr. Henk Oosterling (EUR), en Theo Bakker (VU) gaan dieper in op de relatie tussen mens en technologie, terwijl leerlingen, studenten, docenten en leercoaches ingaan op hun persoonlijke ervaringen met technologie. [Bron]

De documentaire bestaat uit een aantal delen

  1. hoe verhouden wij ons tot technologie?
  2. de kloof tussen digitaal en fysiek leren
  3. leren van de toekomst

Als je geen tijd hebt om de documentaire van 23:10 te kijken (toch echt wel interessant om helemaal te bekijken), scroll dan even door naar 2:40. Daar gaat het een paar minuten over student analytics waarmee de VU studie-uitval beter wil voorspellen. Daar zie je een dilemma’s tussen de ontwerper en de studieloopbaancoach mbt interpreteren van data.

Groet,
Judith

Een verhaal over onderwijsvernieuwing

Hi Marcel,

Je weet dat ik de blogs van Ilse Meelberghs, de lerende docent (wat een geweldige blognaam hè) trouw lees. Ilse is docent bedrijfseconomie bij Zuyd. Op haar blog neemt ze ons lezers mee in haar denkproces over waarom ze de dingen doet zoals ze doet. Ze durft dan ook heel kwetsbaar te zijn. Ik vind dat lef hebben.

De afgelopen jaren heeft Ilse geblogd over een onderwijsvernieuwingsproces van haar opleiding. Ik ben zeer geïnteresseerd in haar verhaal vanuit mijn werk als onderwijskundig adviseur bij de Dienst O&O. Tevens zijn we als cluster nauw betrokken bij het Programma Succesvol Studeren, dat het doel heeft studeerbaarheid van bachelorprogramma’s van Zuyd te verbeteren. Van elk veranderingsproces kunnen we leren, vind ik.

Haar faculteit is enkele jaren geleden aan de slag gegaan met na te denken over een visie op onderwijs. Ruim een jaar geleden is in een visiedocument vastgelegd dat zij gaan opleiden vanuit kernwaarden: verbindend, grensverleggend en toekomstbestendig. In dat document staat hun visie op leren geformuleerd:

Samen duurzaam ontwikkelen in een uitdagende praktijkgerichte financiële omgeving zodat de student met zijn deskundigheid, passie en talent kan werken aan zijn eigen toekomst en kan bijdragen aan de veranderende maatschappij. Dit doen wij door te werken vanuit onze kernwaarden.

In hun didactisch model staat de authentieke beroepsvraag en een kennisleerlijn centraal. Zij werken samenwerkend in een learning community. Tevens is een visie op toetsing geformuleerd waarbij de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: ontwikkelingsgericht, individueel borgen en integratie. Er is gezorgd voor een coherent toetsprogramma. Vervolgens is deze visie vertaald in een curriculumboek dat in januari 2017 klaar was. Hierin zijn de niveaubeschrijving van de eindkwalificaties (het wat) beschreven.

In januari 2018 start na de gemeenschappelijke propedeuse de kennisleerlijn en communityleerlijn van het nieuwe curriculum. Ilse is het eerste semester van dit studiejaar samen met haar collega-docent bedrijfseconomie (als enige) al gestart met de nieuwe werkwijze voor de kennisleerlijn. De nieuwe werkwijze houdt in dat de 2 docenten samen met 50 studenten in één lokaal zitten. De studenten werken samen in groepjes van 4 en krijgen 1x per week 2,5 uur achter elkaar les. De grote groep is een gevolg van de keuzes voor werken in een community, co-teaching en om zo continue bij te dragen aan de professionele identiteit van de student, de professional in verbinding, grensverleggend en toekomstbestendig.

Co-teaching is geen gemakkelijk aanpak. Het vraagt een omslag van solowerk naar teamwork. Je moet je co-teacher goed kennen. Je moet inzicht hebben in je eigen stijl van lesgeven. Het vraagt om een openheid om feedback te geven en te ontvangen. Een soort van intervisie. Voor deze aanpak is het nodig dat docenten goed de inhoud van de les afstemmen. Co-teaching betekent dat 2 docenten in een gelijkwaardige relatie samen gedeeld verantwoordelijk zijn. Zo zijn de docenten rolmodel voor de aankomende professional vanuit de kernwaarde in verbinding.

Ilse en haar collega hebben na het eerste kwartaal deze aanpak met de studenten geëvalueerd. Studenten waren niet onverdeeld enthousiast. Ze vinden de lessen te lang, de groep te groot. Waarom de groep niet in twee splitsen? De docenten hebben teruggekoppeld waarom voor deze aanpak (vanuit de onderwijsvisie) is gekozen. In het blogbericht Staan voor de visie beschrijft Ilse welke feedback zij hebben ontvangen op basis van enquête en wandelgangen. Dapper om groepen studenten die in de weerstand zitten te vertellen waarom je de dingen doet zoals je ze doet. En soms hoeft het niet altijd leuk te zijn.

Begin volgend jaar gaan al haar collega’s ook op deze manier werken. Het lijkt me nogal een cultuuromslag. Wat heeft dit voor impact op het team? Waar ligt de collectieve ambitie? In haar oratie ‘Leren in verandering. Over lerende organisaties, professionele teams en goed werk‘ stelt Manon Ruijters dat teams steeds meer zelf bepalen wat nu eigenlijk ‘goed werk’ is. Dan gaat het over het vinden van de gezamenlijke norm, omgaan met diversiteit, integriteit en authenticiteit én de aandacht van leiders voor het collectieve leren. Het gesprek hierover is wezenlijk. Een professional, zo stelde Albert Weishaupt, lector Professionele Onderwijsorganisaties van Stenden al eens, gaat op een publiek te verantwoorden manier om met waarden en normen (zie mijn blog over een bijeenkomst van Docentenberaad). Manon Ruijters noemt dit ‘professionals met praktische wijsheid’. Zij stelt ook dat mentale flexibiliteit niet kunt trainen, dat kost tijd, vraagt ervaring, groei, worsteling en niet weten. Veranderprocessen kan verstarring oproepen in plaats van beweging. Daarom is aandacht schenken aan professionele identiteit voorwaardelijk. Zie het mooie boek van Manon Ruijters over Je binnenste buiten. Een ander goed document in dit verband is het manifest ‘Leraren en het goede leren. Normatieve professionalisering in het onderwijs’ waarover ik ook al eerder geblogd heb. Wat een team goed onderwijs vindt zal elke keer weer in dialoog bepaald moeten worden. Want elke onderwijsprofessional heeft zo ook zijn/haar eigen pedagogische opvattingen over onderwijs: student-gecentreerd of docent-gecentreerd. Hierover heeft Evelien van Limbeek op ons TOL-blog onlangs geblogd al ging dit meer in relatie tot het gebruik van bepaalde technologieën.

Een curriculumverandering is een complex en uitdagend proces dat heeft Ilse in haar blogs laten zien. Ik vind het een mooi en dapper verhaal van deze faculteit dat ik graag wilde delen. Ik zal het zeker doorgeven als voorbeeld doorgeven aan het programma succesvol studeren.

Had jij bij jouw faculteit ook geen ervaringen met co-teaching? #dtv 🙂

Groet,
Judith

Wat is de houdbaarheid van het onderwijsstelsel?

Hallo Marcel,

Tijdens de studiedag over flexibilisering in het hbo kwam het heel even ter sprake: de houdbaarheid van het hoger onderwijsbestel. Dit was de kern van het artikel in de NRC dat ik enige tijd geleden las, en een dag later nog uitgebreider op ScienceGuide verscheen. Als gevolg van de digitalisering (denk aan content dat open en online beschikbaar is), virtual en augmented reality, de blockchain technologie, de big data intelligence verandert de wereld om ons heen. Wat heeft dit voor invloed op het hoger onderwijs? Nu, in de nabije en verre toekomst?

Nu kunnen studenten al online onderwijs (MOOC’s, SPOC’s) volgen bij andere onderwijsinstellingen. Het opbouwen van een individueel curriculum, persoonlijke leerpaden gaat niet zonder slag of stoot. Dat heb jij twee jaar geleden al verwoord in je blog ‘Hoe een student een MOOC vangt‘. En volgens mij (correct me if I’m wrong) is de situatie bij Zuyd nog niet veranderd. Dat ligt *imho* oa aan het feit dat binnen onze onderwijsinstelling nog niet zo veel aandacht is voor open education(al resources). Dus ja, studenten kunnen hun persoonlijk curriculum bij elkaar ‘spoccelen’. Echter dit is vanwege allerlei procedurele hobbels alleen voor de volhouders weggelegd. Het flexibele deeltijdonderwijs met het leerwegonafhankelijk toetsen bij Zuyd Professional zou dit wellicht beter moeten kunnen faciliteren.

Toch ziet Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar aan Universiteit Leiden en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, deze ontwikkelingen met rasse schrede naderen en en vroeg de regering hoe dit zich zal verhouden tot de mogelijkheid en wenselijkheid om toezicht te houden op de kwaliteit en doelmatigheid van het hoger onderwijs. Zijn wij hier op voorbereid? En past dit ‘spoccelen‘ van een student binnen de wet? Wat betekent dit voor de begrippen onderwijsinstelling, opleiding, diploma die nu nog door de wet worden beschermd? En voor kwaliteitstoezicht? Voor de bekostiging? Hoe erken je het niveau van een online cursus in binnen of buitenland?

Citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Als digitaliseren het nieuwe internationaliseren is, is de docent de nieuwe instelling. De SPOC wordt de nieuwe MOOC en virtual augmented reality de nieuwe international classroom. Als de zelfgekozen weg langs docenten het nieuwe curriculum is en als het individueel opgebouwde portfolio het nieuwe certificaat is, wat betekent dat dan voor de zekerheden die we als vanzelfsprekend achten?

Ook volgens Bert van der Zwaan, rector van Universiteit Utrecht, zijn de eerste tekenen van de verandering zichtbaar. Hij stelt in zijn recente publicatie ‘Haalt de Universiteit 2040?’ de vragen over de rol en taak van de universiteit in een samenleving waar kennis ‘omnipresent’ is. Wat betekent dit voor de vorm en organisatie van het wetenschappelijk onderwijs (minder onderwijsgebouwen, het opzetten van een Nederlands-Belgisch kennishub)? Ook hij heeft, zoals ook in de trendrapporten over open onderwijs van SURF, over ‘unbundling’ van onderwijs, de nieuwe onderwijsvormen die ontstaan door open onderwijs. Hij voorziet nog wel campusonderwijs voor de eerste jaren van een studie vanwege het vormende effect van studeren in een community. Maar wat betekent het steeds meer online leren en samenwerken voor de sociale cohesie?

Een debat over het onderwijsstelsel en de bekostiging is nodig, zeggen beide heren. De voorzitter van de Studentenvakbond heeft inmiddels gereageerd en noemt het geschetste toekomstbeeld “een cynisch strategie om de geest rijp te maken voor gigantische onderwijsbezuinigingen”. Het ‘spoccelen’ van losse cursussen wordt door hem niet gezien als het samenstellen van een eigen leerroute maar het in de steek laten van een student. De waarde van ontmoeten en samenwerken wordt opgeofferd, zegt de voorzitter. Daar lijkt toch wel aandacht voor te zijn volgens een ander citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Daarom zullen wij moeten kijken hoe wij zorgen dat we onze studenten ook in de digitale leeromgeving de zo noodzakelijke sociale inbedding, het persoonlijke contact en de extra-curriculaire community en microkosmos blijven bieden die nu bijvoorbeeld campus of studentenvereniging heet. Die zijn immers essentieel in hun Bildung en sociaal-culturele vorming. Daar hebben we de studenten zelf hard bij nodig.

Sluit de experimenten in het hoger onderwijs met flexiblisering, flexstuderen, leerwegonafhankelijk toetsen wel aan op behoefte van studenten, vraag ik me dan hardop af. Vast niet bij elke student. Mijn ervaring is dat de gemiddelde student een behoudend beeld heeft van onderwijs. Ook Tycho Wassenaar beschrijft dat in zijn column in de laatste ‘Personalised Times’ (zie editie 0 en de gebundeld de edities 1 t/m 5), een uitgave van SURF. SURF is onlangs met een groep bestuurders uit het hoger onderwijs op studiereis geweest naar Boston. Het thema van de reis ‘gepersonaliseerd leren’. Het gezelschap ziet de urgentie om gezamenlijk een visie te ontwikkelen op onderwijs en technologie. Samen met VSNU en Vereniging Hogescholen wordt nu een voorstel gedaan voor het organiseren van de bestuurlijke dialoog en sturing.

De bestuurders zien het deeltijdonderwijs als een broedplaats voor  stapelbare microcrendentials, het effectief inzetten van technologie en het daadwerkelijk invulling geven aan onderwijskundige en cognitieve inzichten in wat effectieve leermethoden zijn.
Dan zitten we bij het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd dicht aan het front, onze focus is immers het deeltijdprogramma Zuyd Professional 🙂 En uiteraard zal jij met je promotieonderzoek ook een steentje bijdrage aan gepersonaliseerd leren!

De dialoog moet niet alleen op bestuursniveau worden gevoerd, maar ook met en tussen docenten. Hoe de toekomst eruit komt te zien kunnen we niet voorspellen. De snelheid van technologische ontwikkelingen is een feit. We kunnen de toekomst verbeelden, zoals Jane McGonigal adviseert, waardoor we meer (be)grip krijgen op het gezamenlijk vormgeven van het hoger onderwijs.

Judith

Docentenberaad #Zuyd over onderwijskwaliteit en personeelsbeleid

Zoals je wellicht weet, Marcel, draag ik het Docentenberaad van Zuyd een warm hart toe. Ik ben groot voorstander van dat docenten hun stem laten horen, maar ook hun professionele ruimte pakken. Donderdag 20 april was een docentenmiddag georganiseerd door het Docentenberaad. Het was tevens de kick-off van de landelijke debattour van Zestor: Missie Vliegende Start. De middag werd geopend door de gedreven voorzitster van ons Docentenberaad, Dorien Gerards. Gevolgd door een welkomstwoord door CvB-voorzitter Karel van Rosmalen die weer eens Jules Deelder citeerde 🙂

“Ruimte binnen de perken is net zo onbeperkt als daarbuiten”

Vervolgens was het woord aan Albert Weishaupt, lector Professionele Onderwijsorganisaties van Stenden en tevens directeur bij het Roelof van Echten College, een VO-school. Bijzondere combi. Zijn lectoraat doet onderzoek naar hoe een school zich tot een adequate onderwijsorganisatie ontwikkelt, terwijl hij ook leiding geeft aan een onderwijsorganisatie. Een boeiende combinatie vond hij zelf. Als lector word je ineens als expert benoemd, terwijl dat ook maar betrekkelijk is, volgens hem.

Inspiratiebron voor zijn onderzoek is het boek van Mathieu Weggeman ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’ De presentatie van Weggeman hierover blijft meer dan de moeite waard van het kijken 🙂

Met sprekende voorbeelden, in een snel tempo en veel humor besprak Weishaupt het ‘gedoe’ in het onderwijs. Er is veel gezeur en gezeik, een constante roep (door de beste stuurlui?) om verbetering van het onderwijs. Er is blijkbaar iets fundamenteels mis, constateert Weishaupt, dat vraagt om rust en herbezinning. Hebben we een gezamenlijk beeld over goed onderwijs? (verwijzend naar Biesta: socialisatie, subjectwording, kwalificatie). Momenteel is er veel aandacht voor de rol van de docent als kritische succesfactor voor de kwaliteit van het onderwijs. Wat Weishaupt vertaalde in: “Docenten hebben de sleutel in handen voor goed onderwijs …. maar waar is dat sleutelgat?” 🙂

Hij besprak in een sneltreinvaart ook kenmerken van een professionele docent, gebaseerd op Hargreaves & Fullan (ben fan van Fullan 🙂 ) / Donk & Kunneman). Zo’n docent …

  • is voortdurend bezig eigen manier van lesgeven te onderzoeken en te verbeteren, gebruikmakend van wetenschappelijk getoetste kennis;
  • werkt in teams waarbij het gaat om een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het lesgeven;
  • participeert in de beroepsgroep;
  • gaat op een publiek te verantwoorden manier om met waarden en normen (zie ook mijn blog over normatieve professionalisering).

Onderwijs is een proces, het is een risicovol proces, maar geen geïsoleerd proces: onderwijs is niet maakbaar. Goed onderwijs sluit aan bij de menselijke conditie. Het lijkt er op dat docenten buiten de discussies over goed onderwijs worden gehouden. Docenten kunnen de rol ook pakken.

Willen onderwijsorganisaties ruimte bieden aan zo’n professionele docent zouden zij (volgens Hargreaves, Verbiest) aan de onderstaande eisen moeten voldoen:

  • vorming van een team (in de betekenis van een leergemeenschap)
  • ruimte in tijd voor docenten voor overleg, training en studie
  • organisatorische ruimte (verantwoordelijkheden, bevoegdheden)
  • ruimte om een bijdrage te kunnen leveren aan een beroepsgroep

In de discussie die na deze keynote volgde, ging voornamelijk over het overvolle curriculum. Dat (vak)docenten geen afscheid kunnen nemen van stokpaardjes. Curricula moeten flexibeler. Als je niet weet hoe de wereld eruit komt te zien, hoe kan je dan een curriculum voor vier jaar vaststellen? Hoe bouwen we betekenisvol onderwijs? Interessantthema’s, de moeite van verdere verkenning waard ….. Een ander gesprekspunt ging over de vermaledijde flexibele schil. Jonge frisse (vak)docenten zouden ook gevraagd kunnen worden om feedback te geven op actualiteit van curriculum.
Het punt over professionele identiteit van docenten, en het niet pakken van een rol over kwaliteit en toekomst van onderwijs, kon volgens één van de aanwezigen ook liggen dat bij hbo-docenten een gezamenlijke identiteit mist. Docenten voelen zich meer vakvrouw/-man (verloskundige, programmeur, etc) dan docent.
Tot slot kwam ook de werkdruk even ter sprake. Ik hoorde dat gezegd werd dat we werkdruk zelf creëren. Mwah. Dat is gedeeltelijk waar denk ik. De ruimte binnen de perken kan ook iets doen met de gevoelde mogelijkheden. Ik heb geen lesverplichtingen  en daardoor redelijk zeggenschap over mijn agenda. Dat is bij docenten wel wat anders. Toch merk ik dat ook ik me al steeds meer terugtrek om mijn werkdruk te ‘managen’. Dat ik steeds meer aan het ‘meestribbelen’ ben zoals Mathieu Weggeman dat noemt, dat kost me iets minder energie.

De vraag die bleef hangen: ‘Zijn wij (zelf of als organisatie) in staat om docenten te faciliteren (ruimte en tijd te geven) zodat ze ont-moeten?’. Inderdaad tijd voor rust en herbezinning, zoals Albert Weishaupt bepleitte.

Ik vond het jammer dat de collegezaal niet overvol zat. Als expertdeskundige (ICT in het onderwijs) ben ik betrokken bij het Docentenberaad. Ik ben geen docent dus kan ook niet deelnemen in dit beraad. Belang van docenten bij het vormgeven van kwalitatief goed toekomstgericht onderwijs is enorm. Docentenberaad Zuyd zoekt nog leden! Dus docenten van Zuyd: pak je rol en meld je aan!

Judith

Meer over positioneren van de docent als professional en onderwijskundig leider is te lezen in de lectorale rede van Albert Weishaupt.

Bronnen:

  • Biesta, G. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Dan Haag: Boom Lemma
  • Donk, W. B. H. J. van de. (2006). Geloven in het publieke domein: verkenningen van een dubbele transformatie. Amsterdam: Amsterdam University Press.
  • Hargreaves, A., & Fullan, M. (2012). Professional capital: transforming teaching in every school. London: Routledge
  • Verbiest, E. (2012). Professionele leergemeenschappen: een inleiding. Antwerpen: Garant
  • Weggeman, M. (2008). Leidinggeven aan professionals? Niet doen! (3e druk.). Schiedam: Scriptum Management
%d bloggers liken dit: