Site-archief

Toekomstbestendig leren

Ha Marcel,

Deze week is het rapport Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande banen gepubliceerd. Paul Kirschner heeft een (ons bekende) Group Concept Mapping procedure onder experts uitgezet om twee onderzoeksvragen te beantwoorden:

1. Hoe kan het onderwijs jongeren (en werkenden) optimaal voorbereiden op de onbekende en ook onvoorspelbare arbeidsmarkt van morgen?
2. Hoe daagt het onderwijs jongeren uit zich eerder, intensiever en realistischer voor te bereiden op werk en de toeleiding naar zulk werk?

Het onderzoek is mogelijk gemaakt door NSvP – Innovatief in Werk. Zij stellen:

Er is veel in beweging in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen gaan steeds harder en hebben een grote impact op de manier waarop wij werken, leren en leven. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, is wel duidelijk dat de druk op persoonlijke initiatief, ondernemerschap, leervermogen, adaptatie en flexibiliteit toe zal nemen. Vooral jongeren krijgen te maken met een sterk veranderende arbeidsmarkt. Veel van het werk waarvoor zij nu worden opgeleid, is vervallen of sterk veranderd tegen de tijd dat zij hun opleiding afronden. En eenmaal aan het werk zal leren en ontwikkelen een belangrijk thema blijven. Dit roept veel vragen op over het leren van de toekomst.

De eerste hoofdstukken van het rapport gaan over de achtergronden van het probleem waaronder een analyse van 21st century skills. Zoals we van Kirschner weten, stelt hij ook in deze publicatie dat “de vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren”.

Zeker, de vaardigheden: samenwerken, communiceren, probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit waren in de vorige eeuwen belangrijk, maar of daar veel aandacht aan werd besteed? Als leerling / student die lagere school, mavo, have, bibliotheekacademie in de jaren 60-70-80 van de vorige eeuw heeft doorlopen, kan ik me niet herinneren dat op deze vaardigheden ‘gestuurd’ werd. Samenwerken? … Groepsopdrachten? … Ik zat voornamelijk alleen op mijn kamertje te leren. En kritisch denken was tijdens mijn onderwijstijd not done: stil zijn en luisteren. Dus heel goed, vind ik, dat ze nog steeds belangrijke 21e eeuwse vaardigheden worden benoemd.

Zijn conclusie dat eigenlijk informatiegeletterdheid en informatiemanagement de enige vaardigheden die echt als 21e -eeuws aangemerkt kunnen worden, vind ik niet helemaal terecht. Het kunnen zoeken, identificeren, evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen en effectief gebruiken van verkregen informatie (informatiegeletterdheid) en het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie (informatiemanagement) zijn zeer belangrijke vaardigheden. Als bibliothecaris uit de vorige eeuw weet ik daar alles van 😉

Door de automatisering zijn al deze ’21e eeuwse’ vaardigheden wel in een ander daglicht komen te staan. De vier ict-gerelateerde begrippen informatievaardigheden, mediawijsheid, computal thinking en ict-basisvaardigheden uit 21EV-model van Kennisnet en SLO zijn het meest 21e eeuws. Ach, ik kan me ook helemaal vinden in de term ‘toekomstbestendig leren’ hoor 😉 Waarmee Kirschner en Vander Molen (bron) bedoelen:

Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

Het onderzoek is beperkt tot het (v)mbo omdat deze beroepen vermoedelijk op korte termijn door robots worden uitgevoerd. De Take-Home Messages uit dit rapport zijn volgens mij ook van toepassing op het hbo. Ook big data en AI (kunstmatige intelligentie) zullen grote impact hebben op de beroepen waar wij onze studenten voor opleiden.

De school / Het onderwijs heeft hierbij (toekomstbestendig leren) een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in de toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ICT is niet goed geïntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ICT-kennis en –vaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Via Group Concept Mapping verzamelde Kirschner van 61 expert 239 ideeën waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De ideeën die dat opleverde, zijn daarna gesorteerd in 15 clusters en gescoord op het belang (door 42 experts) en de haalbaarheid (door 35 experts) ervan.

Uit bovenstaand schema blijkt dat het kunnen reflecteren en kritisch denken door experts als het belangrijkste wordt gevonden in tegenstelling tot informatievaardigheden. Toch zijn deze veranderingen niet makkelijk haalbaar volgens hen. Opvallend is dat ook curriculumvernieuwing (herontwerp de school) en docentprofessionalisering laag scoort op belangrijkheid, terwijl wij daar bij Zuyd nu zo hoog op inzetten.

Tot slot beveelt Paul Kirschner een drietrapsprocedure voor.

  1. het fundament: zorg dat leerlingen beschikken over nodige basiskennis om verder op voort te bouwen.
  2. efficacy building: zorg dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben en dat ze beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren.
  3. hogere-orde denkvaardigheden: metacognitie, reflectie en kritisch denken. Vaardigheden voor een leven lang leren.

Interessante studie. Wordt nog wel verder binnen Zuyd verspreid, vermoed ik 😉

Groet,
Judith

Scoringsrubriek informatievaardigheden

Dag Marcel,

Via tweets van Leen Liefsoens had ik al meegekregen dat Jos van Helvoort, docent IDM Haagse Hogeschool onlangs gepromoveerd is op het onderwerp: beoordelen van informatievaardigheden in het hoger onderwijs. Via Twitter had ik dit onderzoek al gedeeld. In de nieuwe IP stond een artikel van zijn hand. Toch ook wel interessant om dit via ons blog te delen.

Een groot deel van zijn promotieonderzoek was gericht op het vaststellen van de betrouwbaarheid en geldigheid van een door hem ontwikkelde scoringsrubriek. De scoringsrubriek is een checklist met aandachtspunten voor het beoordelen van informatievaardigheden van studenten. Het beoordelingsinstrument maakt meetbaar of studenten informatievaardigheden bevatten en goed kunnen toepassen, op de volgende criteria:

  • oriëntatie op het onderwerp
  • bronvermelding in de tekst
  • de bronnenlijst
  • de kwaliteit van de gebruikte bronnen
  • verwerking van relevante informatie tot nieuwe kennis
  • de gebruikte zoektermen
  • gebruik van secundaire bronnen (zoekmachines en bibliografische databanken)

Deze scoringsrubriek blijkt na uitgebreid onderzoek valide en betrouwbaar te zijn. De scoringsrubriek is te gebruiken in het kader van de beoordeling van diverse studentenproducten zoals onderzoeksverslagen, eindscripties en essays. Uiteraard kan het naast summatief beoordelingsinstrument ook door studenten worden gebruikt om hun eigen informatievaardigheden te verbeteren. Een soort selfassessmenttool. Het promotieonderzoek maakt ook aannemelijk dat het een instrument is waarmee je informatievaardigheden zowel kunt beoordelen als stimuleren. En stimuleren van informatievaardigheden willen we toch allemaal! 🙂

scoringsrubriek

De scoringsrubriek is als Word-doc beschikbaar gesteld onder CC-BY-NC-SA via de HBO-kennisbank waar ook een korte toelichting op het gebruik van de scoringsrubriek is toegevoegd.

Helaas is het instrument niet als digitale tool beschikbaar. Is wel de wens van de samensteller. Misschien, als jij of je collega’s bij de faculteit ICT dit een toepasbare tool vinden, er tijd en energie in willen steken? 🙂 Het is immers gepubliceerd onder een Creative Commons licentie, dus vrij (met in achtneming van de licentie) te gebruiken en aan te passen.

Benieuwd of jij en andere docenten dit een handig hulpmiddel vinden. Voor jou als docent en/of voor je student.
Groet Judith

Goed voorbeeld doet volgen

Hi Marcel,

Vorige week was ik op de Hotelschool en bracht natuurlijk ook even mijn oud-collega’s van de bibliotheek een bezoekje. Annerie vertelde dat zij nav haar gastblog op 2beJAMmed benaderd was. Ik vroeg haar om dat te delen op ons blog. Dat wilde ze wel. Lees maar …

Waar een gastblog toe kan leiden…

Drie jaar geleden schreef ik een gastblog over de nieuwe aanpak van onze workshop informatievaardigheden voor 1e jaars Hotelschoolstudenten. De tool Shakespeak gaf ons de mogelijkheid de les een stuk interactiever te maken en dat werkt nog steeds heel goed. Ook gebruiken we nog steeds de ‘elevator pitch’ als afronding van de les. Uiteraard is alles weer een beetje aangepast, maar de grote lijn is nog hetzelfde.
Ongeveer een maand geleden kreeg ik een mailtje van Mariëtte Vissers van Avans Hogeschool – Xplora. Zij was de workshop informatievaardigheden voor 1e jaars Pabostudenten aan het opfrissen, had mijn gastblog gelezen en raakte enthousiast; hoe had ik dat aangepakt? Ik heb haar gebeld en we hebben een hele tijd gepraat hierover en ideeën uitgewisseld. Ook heb ik haar al ons materiaal gestuurd dat wij gebruikten (powerpoint, shakespeak vragen enz.) en haar veel succes gewenst.
Afgelopen week kreeg ik weer een mailtje van Mariëtte. Nu met haar materiaal dat zij ontwikkeld had op basis van ons materiaal. Het was heel goed gegaan, de studenten waren enthousiast over de nieuwe aanpak. In plaats van Shakespeak heeft zij Kahoot gebruikt en ook andere zaken aangepast aan hun situatie. Maar ik herkende nog heel veel van onze ideeën. Het is mooi dat ik ze heb kunnen delen.

Leuk toch? Goed bezig!  Zou leuk zijn als Mariëtte nu haar ervaringen met ons zou willen delen. #dtv

Ze weten ons wel te vinden hè onze vrienden van Avans 🙂

Groet,
Judith

And DiZ it is! De Discovery Service van @Zuydbibliotheek

Hallo Marcel!

Heb je het al meegekregen via het Twitteraccount van Zuydbibliotheek of haar Facebookpagina? Zuyd Bibliotheek heeft gisteren haar discovery tool gepresenteerd met de mooie naam DiZ (Discover information sources Zuyd / Doorzoek informatiebronnen Zuyd). ZB heeft gekozen voor de Discovery Service van Ebsco.

Voor studenten, onderzoekers, docenten en medewerkers van Zuyd die zo gewend zijn om te ‘googlen’ heeft Zuyd Bibliotheek nu ook haar eigen zoekmachine waarmee je via één zoekbalk zowel in de bibliotheekcatalogus kan zoeken als in een groot aantal elektronische bestanden (zie hier het overzicht). Helaas doorzoekt het nog niet in alle databanken waarop ZB een licentie heeft. Maar wat nog niet is kan nog komen. En er zullen zeker de komende tijd steeds meer informatiebronnen worden toegevoegd. En uiteraard heb je thuis ook toegang tot de (indien beschikbaar) fulltext artikelen, je moet dan wel even inloggen met je Zuyd-account.
DiZ is vooral handig wanneer je breed wilt zoeken of nog niet bekend bent met specifieke databanken. Voor jou als onderzoeker al druk bezig met je literatuurstudie komt dit misschien net te laat, maar wie weet vind je toch nog wat interessants. Het is het proberen waard 🙂 Het is als docent onderzoeksvaardigheden zeker een tip om door te geven aan je studenten. Zie hier meer over DiZ.

Op de vernieuwde bibliotheeksite staat de zoekbalk prominent in beeld.
Ik ben supertrots op Zuyd Bibliotheek dat dit project tot zo’n mooi product heeft geleid. Proficiat collega’s!
En ik weet zeker dat dit een geweldige aanvulling op dienstverlening van Zuyd Bibliotheek.

In onderstaande video zie je in 1 minuut hoe je eenvoudig kunt zoeken in DiZ.

Judith

Beter afstuderen? Begin bij de bibliotheek! #informatievaardigheden #thelibrarians #MLI #gastblog

Marcel, op de conferentie van het Welten-instituut in het Evoluon, trof ik Corleen Knieriem weer. Ik had nog een gastblogje tegoed 🙂

CorleenKnieriem

OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem

Belofte maakt schuld. Afgelopen zomer deed ik aan Judith de toezegging om over mijn praktijkgericht onderzoek voor de MLI te bloggen. Inmiddels ben ik officieel afgestudeerd (dat is voor mij iets anders dan uitgestudeerd) en heb ik het MLI diploma zoals dat heet ‘in the pocket’.

Tja, en mijn praktijkgericht onderzoek?

Dat is onlangs gepubliceerd in de HBO-kennisbank; zowel de publieksversie uit de MLI afstudeerbundel als het originele onderzoeksartikel. De weg er naar toe verliep overigens niet zonder hindernissen, dit als troost voor degenen die nog middenin het proces zitten 🙂 . Want natuurlijk, ‘leren doet een beetje pijn’, aldus ook mijn leerteambegeleider. Enfin, als je dan bij je assessment te horen krijgt dat je je zeer aantoonbaar hebt ontwikkeld op lerend en onderzoekend vermogen, dan is die pijn in ieder geval effectief geweest! Een gezonde growth mindset bracht mij uiteindelijk daar waarvan ik eerder had gedacht er misschien wel nooit te zullen komen. Bedankt mw. Dweck!

De eerste hobbel bij mijn onderzoek was de hoofdvraag, die was veel te breed. Ik moest afbakenen, afbakenen, afbakenen. Mijn uiteindelijke hoofdvraag: ‘Hoe kan de HU bibliotheek (HUB) bijdragen aan het curriculum van het Instituut ICT zodat de ICT bachelor studenten de competentie informatievaardigheid beter kunnen ontwikkelen’ zou er trouwens nu vast weer anders uitzien, want je onderzoeksvraag is per definitie niet in beton gegoten volgens mijn docent/co-auteur. Vervolgens heb ik een tijdlang geworsteld met de deelvragen. Wat zijn de critical friends/ experts toch belangrijk geweest voor mij in deze fase! Niet dat ik altijd met de feedback eens was, integendeel. Maar het maakte me scherp op de vraagstelling van mijn onderzoek. Leren van en door feedback, oftewel @Judith: The power of feedback van Hattie natuurlijk!

De fasen van mijn ontwerponderzoek heb ik hieronder gevisualiseerd. De lege vlakjes bij het vooronderzoek illustreren dat ik ook hier heb moeten schrappen in mijn blijkbaar te ambitieuze plannen.

Corleen_onderzoeksfasen

Verder is het bij de uitvoering, de verslaglegging en het interpreteren van de data vooral een kwestie geweest van steeds weer onderbouwen, koppelen aan de literatuur en aanscherpen. Nauwgezet en met grote zorgvuldigheid de stappen die behoren bij het doen van onderzoek volgen. Pffff inderdaad. En ook: ik vond het onderzoek gaandeweg de route stiekem steeds leuker worden, iets wat ik van tevoren niet had gedacht!

Mooi is dat een sommige aanbevelingen een vervolg hebben gekregen, zoals bijvoorbeeld aandacht voor vormen van praktijkgericht onderzoek bij de HU in het professionaliseringstraject van onze teams informatiespecialisten. Mocht iemand hierin overigens nog geïnteresseerd zijn, neem dan gerust contact op.

Terugkijkend heb ik veel geleerd van dit traject. En ik moet toegeven dat mijn tweede onderzoek, een benchmarkonderzoek mij al stukken gemakkelijker afging! Judith, voor zover ik je ken en meemaak gaat het met jouw onderzoek helemaal goedkomen. Ik wens je enorm veel succes. Keep me informed!

Corleen

Dank je wel Corleen, dat geeft deze MLI-student weer moed. 🙂 Ik ga je onderzoeksartikel zeker ook nog lezen.

HBO studenten gaan vaak niet kritisch om met informatiebronnen en hebben moeite met het beoordelen en verwerken van informatie. Dit heeft zijn weerslag op de kwaliteit van hun producten. De eisen vanuit de overheid ten aanzien van het gewenste afstudeerniveau worden echter steeds strenger. Zijn studenten wel voldoende informatievaardig? En hoe staat het met hun onderzoekend vermogen? Hogeschoolbibliotheken strijden al jaren voor een stevige verankering van informatievaardigheid in het curriculum, bijvoorbeeld door in trainingen en workshops aansluiting te zoeken bij verschillende (onderzoek)leerlijnen. Bij het Instituut ICT van de Faculteit Natuur & Techniek (FNT) Hogeschool Utrecht (HU) zien het management en de docenten in toenemende mate het belang in van structurele onderwijsondersteuning door informatiespecialisten van de HU bibliotheek (HUB). In een kwalitatief ontwerponderzoek is nader onderzocht hoe de HUB zou kunnen bijdragen aan het verbeteren van de competentie informatievaardigheid van ICT bachelor studenten. Met behulp van de literatuur zijn de bouwstenen voor een adviesrapport aangeleverd. Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat er vooral in het tweede en derde leerjaar behoefte is aan inbedding van instructies en trainingen in het curriculum. Hierbij is integratie in de nieuwe leerlijn Professional Skills één van de aanbevelingen. Een andere conclusie is dat de instructies en workshops van de HUB nog beter kunnen aansluiten bij de onderzoeksmethodiek en specifieke bronnen die worden gebruikt bij het Instituut ICT. Tenslotte is HUB ondersteuning bij het toetsen van informatievaardigheid een belangrijk issue.
Bron: HBO-Kennisbank

‘Informatievaardigheden’ is dankzij aandacht voor onderzoek in het hbo helemaal ‘hot’! Maar ook door de informatie-overload in onze kennisintensieve samenleving is er weer veel aandacht voor het goed kunnen zoeken en beoordelen. En laat dat nu net de core-business van de informatieprofessional, ofwel de bibliothecaris! Nadat tijdens de opkomst van Google massaal bibliotheken gesloten werden, omdat die bibliothecaris overbodig werd geacht, begint het tij te keren. Na films The Librarian 1-2-3 komt er nu zelfs een tv-serie The Librarians!! Stoer!

Tip via Zuyd-bibliothecaris Philip Willems

Judith
éénmaal bibliothecaris altijd bibliothecaris 🙂

Wat informatie en onderzoekend vermogen met elkaar te maken hebben… #gastblog #MLI

Heej Marcel,

Mag ik je even voorstellen aan Corleen Knieriem? Corleen is adviseur informatievoorziening bij de  bibliotheek Hogeschool Utrecht. Ik heb Corleen 2 jaar geleden voor het eerst ontmoet bij het Nationaal Congres Onderwijs en Sociale Media. Toen vertelde ze me dat ze de Master Leren en Innoveren volgde bij de Hogeschool Utrecht 🙂 Afgelopen jaar ontmoette ik haar weer bij EYE en heb haar aangeboden om over haar MLI-onderzoek te bloggen op ons blog.

OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem

En dan ben je gastblogger…als kersverse geslaagde MLI-er. Werkzaam als informatieprofessional in het hbo met een passie voor onderwijs, mag ik mijzelf nu een Master in Leren en Innoveren noemen. Bijna twee jaar lang heb ik als student bij de Hogeschool Utrecht in mijn leerteam gestoeid met ontwerpmodellen, leertheorieën, verandermanagement en last but not least het doen van praktijkgericht onderzoek.

Vanuit de rollen van excellente docent, reflective practitioner en ondernemende ontwikkelaar toonde ik de ontwikkeling van mijn masterkwaliteiten aan. Met de voeten in de beroepspraktijk zoals het een echte hbo-masteropleiding betaamt. En wat heb ik er veel van geleerd. En wat heeft het mij veel gebracht! En ook: wat heeft het mij veel tijd gekost. En wat was het leuk! Eén van mijn goede voornemens na de MLI is dat ik de komende tijd meer wil schrijven. Bijblijven op het gebied van leren en innoveren gekoppeld aan mijn eigen vakgebied door af en toe(?) een weblog of een artikel in een tijdschrift te publiceren. Want ik wil natuurlijk niet dat het blijft bij die ene recensie over het boek Finnish Lessons van Pasi Sahlberg. Weliswaar verscheen deze in het 2013 najaarsnummer van het gerenommeerde Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, maar toch. Ik laat het daar niet bij, vandaar dus dit gastblog.

Corleen en onderwijsmodellen

Mijn thema tijdens de opleiding was informatievaardigheid. De informatieprofessionals onder ons zullen meteen begrijpen wat dat inhoudt. De kwaliteit van afstudeerproducten moet omhoog. Informatievaardigheid verdient een plek in het curriculum. Studenten moeten hun onderzoeksvaardigheden verbeteren door kritisch en systematisch om te leren gaan met informatie. Uitroepteken! Voor onderwijsmensen ligt dit volgens mij anders. De praktijk leert dat docenten en in ieder geval de gemiddelde student meestal niet goed weten wat dat is, informatievaardigheid. Eigenlijk is informatievaardigheid niet meer dan een rasechte bibliotheekterm, als je het mij vraagt. Of anders is het een minder goede vertaling van de term ‘information literacy’. Vanaf deze plek doe ik dus maar meteen een oproep richting bibliothecarissen en informatiespecialisten in het hoger onderwijs: stop met het gebruiken van de termen informatievaardigheid of informatievaardigheden. Voortaan noemen we het gewoon onderzoeksvaardigheden, dat is echt een veel betere beschrijving van een vlag die de lading dekt. Bovendien sluit je zo naadloos aan bij het onderwijs, wat volgens mij alle hbo-bibliotheken hoog in het vaandel hebben staan. En er is natuurlijk ook al onderzoek gedaan waarin deze stelling wordt bekrachtigd, onder andere door Polkinghorn &Wilton. Maarten van Veen, co-auteur van het boek Deskresearch zal wellicht de term deskresearch prefereren, maar hij zal het verder als docent ongetwijfeld met mij eens zijn. We doen onszelf als informatieprofessionals (en het onderwijs natuurlijk) gewoon te kort door over informatievaardigheid te blijven spreken. Want wat vandaag de dag echt telt in het hbo is het verbeteren van het onderzoekend vermogen bij bachelor studenten. En als je bronnen niet kunt vinden of correct kunt vermelden, laat staan ze kritisch kunt beoordelen of verwerken dan valt er toch helemaal niets te onderzoeken?

Dank je wel Corleen voor je bijdrage op ons blog. Ik moet helaas bekennen dat ik nog steeds de term informatievaardigheden gebruik (zie ook tag bij deze blogpost 😉 ). En die term gebruik ik ook in mijn onderzoeksvoorstel. Maar ja, ik ben dan ook een rasechte bibliothecaris *grijns*. Via het blog van Anneke Dirkx begreep ik dat de ACRL-normen op de schop gaan. In dit ‘Framework for Information Literacy for Higher Education’ wordt ínformatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat. Precies wat jij ook betoogt.
Ik moet me het komende jaar verdiepen in mijn eigen onderzoeksvaardigheden. Mijn onderzoek (voorstel nog niet goedgekeurd) gaat over digitale competenties van docenten bij het integreren van 21st century skills en toepassen van sociale media in het ontwerp van een nieuw curriculum. Nou ben ik toch ook wel nieuwsgierig naar jouw masteronderzoek. Ik begreep dat deze heel goed beoordeeld is. Volgt er nog een gastblogje? 😉

Groet,
Judith

 

Docentprofessionalisering en ICT-bekwaamheid

Hoi Marcel,

Natuurlijk staat mijn werk als I-adviseur vaak in het teken van docentprofessionalisering. Enkele weken geleden was dat nadrukkelijk het geval.
In die week had ik een informeel gesprek in het zonnetje met ons collegelid nav mijn blogpost over informeel leren. Later die week had ik een bijeenkomst met collega ICTO-adviseurs van Avans, HAN en Saxion over docentprofessionalisering. BIO zo noemt dit clupje zich. Brainstormen over ICT in Onderwijs, Bomen over ICT in Onderwijs, Babbelen over ICT in Onderwijs, Bijpraten over ICT in Onderwijs en zo zijn er nog wel meer B’s te bedenken. Het gaat ons vooral om kennisuitwisseling, immers overal staan dezelfde items op de agenda. We leren van elkaar.

Zo heeft iXperium HAN (jou bekend 🙂 ) de Eindkwalificatie voor Leren en lesgeven met ICT in een overzichtelijke folder gepresenteerd.

EindkwalificatiesLerenLesgevenICT

Leerlijn Leren Lesgeven met ICT – iXperium HAN

De eindkwalificaties van deze leerlijn zijn gebaseerd Kennisbasis ICT Tweedegraads lerarenopleidingen (ook wel bekend als de ADEF-richtlijnen) en de mediawijsheidcompetenties van Mediawijzer. Dit alles is aangevuld en geordend op basis van literatuurstudie naar 21ste eeuwse vaardigheden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen Leren met ICT als doel en Leren met ICT als middel.
ICT als doel is gericht op het verwerven van 21st century skills door docenten.
ICT als middel gaat meer over de inzet van ICT als didactisch hulpmiddel. De docent als onderwijsontwerper is hierbij het uitgangspunt.

Kennisnet heeft ook een kader voor ICT-bekwaamheid ontwikkeld.

Als I-adviseurs vinden bij ICT-bekwaamheid voor onze docenten belangrijk. Niet alleen omdat motivatie toeneemt door inzetten van ICT, de leerprestaties verbeteren en het leerproces efficiënter wordt maar ook de veranderende eisen door de samenleving (beroepsveld). Van docenten mag je ook verwachten dat zij inzicht hebben op de invloed van ICT op hun vak,

Op Leervlak las ik dat het Kabinet vanaf 2015 jaarlijks €8 miljoen structureel beschikbaar gaat stellen voor de versterking van de innovatieve slagkracht van docenten en de bevordering van ICT-vaardigheden van docenten. *Zo?! * Er zijn nu projectleiders van OC&W bezig met het opstellen van beleidsplannen rondom versterking van e-didactische vaardigheden voor leraren in het primair, voortgezet en middelbaar onderwijs. *Oké dan.* Jeroen Bottema (MLI In-Holland) was uitgenodigd om van gedachten te wisselen over de ICT-bekwaamheden van docenten. Zij hebben gepleit voor het ‘investeren’ in verbindingen. Mooi!

Verbind pioniers in het onderwijs met ‘achterblijvers’, met leiddinggevenden en onderzoekers. Verken gezamenlijk de vraagstukken waar bij ruimte is voor professionele ontwikkelingen. Betrek in deze netwerken ook lerarenopleidingen, die als een soort van spin in het web kunnen functioneren.

Het Ixperium van de HAN werd terecht als mooi voorbeeld genoemd. Ik hoop dat deze 8 miljoen doorsijpelt naar de leerling/student want daar doen we het voor toch?

Groet,
Judith

Zie ook:

en verwante 2beJAMmed-blogposts:

Plagiaat & Ephorus [presentatie]

Ha Marcel,

Steeds vaker krijg ik vragen uit de organisatie over plagiaat(detectiesystemen). Dat komt natuurlijk ook doordat accreditatiecommissies de laatste jaren meer aandacht besteden aan plagiaat en opleidingen vragen wat ze ter preventie doen. Ook de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) is sinds 1 september 2010 op een aantal punten gewijzigd. Bij ernstige fraude (waaronder plagiaat) kan het College van Bestuur op voorstel van de examencommissie de inschrijving van een student beëindigen. Ook bij het netwerk Examencommissies van Zuyd staat het onderwerp op de agenda.

Ik heb informatie uit de diverse rapporten 😦 die ik al over het onderwerp auteursrechten heb geschreven wat gebundeld en in een powerpoint gezet. De aanleiding was een presentatie voor stagecoördinatoren van de faculteit Bèta Science and Technology die ik vandaag heb verzorgd. Zij wilden graag weten hoe Ephorus werkt. Nu is dat niet zo moeilijk, zeker niet met de handleiding van Ephorus. Bij Zuyd is het plagiaatdetectiesysteem geïntegreerd in Blackboard. Zoals altijd ging de discussie ook meer om bewaartermijnen van studentproducten, de vertrouwelijkheid van die producten en hoe plagiaatcontrole te integreren in bestaande werkprocessen. Ik heb ze wat denkwerk meegegeven 😉 Bij vragen weten ze me te vinden. Wellicht is het eens goed om een kennisdeelsessie rondom dit thema te initiëren.

Mijn presentatie is te bekijken via Slideshare

groet,
Judith

Chermug – Spel voor onderzoeksvaardigheden en statistiek

Ha Jan, Johan, Roger, Ron, Priscilla, (en Ha Judith!)

Ik weet onze blokken IF2 en IF6 waarin we onderzoeksvaardigheden en onderdelen van de statistiek doen lopen nu op het einde, maar we kunnen natuurlijk altijd blijven nadenken over verbeteringen. Ik vind het leuk om te zien dat we met DrStat al gebruik maken van ‘alternatief’ materiaal om onze lessen beter/leuker te maken.

drstat2

Onze collega Judith van Hooijdonk heeft me in haar blogpost (IV Games. Challenge Everything) getriggered op de game CHERMUG. Een spel dat onderzoeksvaardigheden en statistiek probeert te combineren.

chermug1

Ook deze game is, net als Dr.Stat een quiz die in verschillende vormen van vragenstellen en minigames probeert kennis over te dragen. De variatie van vraagvormen is binnen CHERMUG echter groter dan bij DrStat en de integratie van de onderwerpen onderzoeksvaardigheden en statistiek (dat laatste meer op kennis dan op gebruikniveau) is erg goed gedaan. Daarnaast werken ze met een ‘badging’ system waardoor dat de beloningen voor de speler ‘leuker’ zijn. Het is een spel opgezet op basis van een europeese subsidie en ik moet nog bekijken of er meer materiaal bij hoort. Maar we kunnen het wel al spelen, omdat het gratis is. Op de website van de ontwikkelaar PlayGen staat een link naar in ieder geval 8 scenarios. Spelen jullie mee om te kijken of het inzetbaar is in onze onderwijseenheden?

Om alvast een idee te krijgen, hieronder een filmpje van mijn pogingen in Scenario 1

Graag jullie reacties!

Groet Marcel

Social media en wetenschappelijk onderzoek, over veranderend citeer- en zoekgedrag #MLI

?????????????????????????????????

@GraphicStock

Hallo Marcel,

Wat is tegenwoordig een primaire bron bij wetenschappelijk onderzoek? Met die vraag heb ik ook geworsteld tijdens het schrijven van mijn paper over ‘social learning’. Veelal kwam ik via tweets en blogs op interessante inzichten en bruikbare bronnen. De tweets zelf heb ik niet opgenomen in mijn literatuurlijst …
In het artikel Social Media as a primary source: a coming of age in het november/december 2013 nummer van Educause Review beschrijft bibliothecaris Vicky Coleman dat ook wetenschappelijk onderzoek verandert onder invloed van social media. Onderzoekers gebruiken blogs en sociale netwerken om:

1. op de hoogte te blijven over hun onderzoeksgebieden
2. andere onderzoekers te volgen
3. nieuwe ideeën of publicaties te ondekken
4. promoten van eigen werk en onderzoek
5. leggen van nieuwe contacten

Studenten leren tijdens lessen informatievaardigheden wel op zoek te gaan naar betrouwbare informatie. Betrouwbare informatie kan je ook vinden via sociale netwerken. Coleman ziet een grote kans voor onderzoekers en bibliothecarissen om social media te gebruiken als primaire bron. Want ‘social learning’ (samenwerken en communiceren mbv social media tools) verdwijnt niet meer (de platforms wellicht wel).

Via de Scoop.it! van onze bibliothecaris Annette Graat werd ik geattendeerd op een opiniestuk uit The Guardian: Twitter journal: would you share your original research on social media? Het belang dat van citeren bij wetenschappelijke publicatie en de aanname dat wetenschappelijk onderzoek waarover veel getwitterd wordt ook veel geciteerd wordt,  bracht Andy Miah op het idee van een Twournal.

Twournal

This is why it makes sense to create a Twitter-only journal, which would publish original, peer-reviewed research, direct to the reader. And that is what I have done: introducing the world’s first Twitter journal of academic research, aka @TwournalOf. Part philosophical provocation, part genuine intervention, I want to explore the willingness of researchers to share their original findings in a new format.

Er is wat beweging in de academische wereld 🙂 . Vicky Coleman ziet een belangrijke rol voor bibliothecarissen om studenten ook te leren hoe ze invloedrijke, belangrijke onderzoekers en organisaties kunnen volgen om zo ook betrouwbare informatie te vinden. Daarnaast denk ik dat bibliothecarissen onderzoekers kunnen leren hoe tweets te kunnen citeren volgens APA en hoe ze hun onderzoek ook via social media onder de aandacht kunnen brengen

Ik ben voor! Jij?

Zoekend naar het online artikel kwam ik op de Educause site een peer-reviewed onderzoek tegen “I always stick with the first thing that comes up on Google …” Where people go for information, what they use, and why. Een onderzoek over veranderend informatiezoekgedrag. Studenten zoeken niet alleen meer via bibliotheekbronnen maar gaan het wereldwijde web op. Niets nieuws voor een oud-bibliothecaris 🙂 Het V&R project – een samenwerking tussen OCLC (leverancier van de bibliotheekcatalogus van Zuyd Bibliotheek) en enkele universiteiten in UK en VS – onderzoekt al sinds 2010 het veranderend zoekgedrag van studenten en onderzoekers. Welke motieven spelen een rol bij waarom ze wanneer welke tools gebruiken om aan hun informatie te komen én waar. Hoe kan de bibliotheek haar dienstverlening aanpassen aan het veranderend zoekgedrag? Moet een bibliotheek wel of geen Facebook-pagina / twitteraccount hebben? daar van zeggen ze:

Further, an outreach/engagement strategy that simply provides an institutional presence on Facebook or Twitter, without providing information of interest to the academic community, is unlikely to succeed.

De letters V&R van de projectnaam verwijzen naar Visitor-mode (alleen surfend) en Resident-mode (participeren in sociale netwerken) van informatiezoekers. Iedereen begint met zoeken in een digitale omgeving in plaats van een fysieke bibliotheek. De eerste onderzoeksresultaten zijn niet schokkend nieuw, ze blijven dus onveranderd belangrijk:

  • biedt een veelheid van tools aan;
  • een simpele zoekinterfase (zoals Google);
  • verwijder barrières tussen vinden en toegang tot informatie;
  • promoot je bibiotheekdiensten.

Relaties onderhouden is heel erg belangrijk. In onderstaand interview hoor je ook de term ‘embedded librarian’, o.a. over bibliothecarissen die een actieve rol spelen in MOOC’s 🙂

Ik ga maar weer eens verder met mijn volgend mastertaak: opzetten van een onderzoek 🙂
Judith

%d bloggers liken dit: