Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Passie en vastberadenheid

Ha Marcel,

Morgen verschijnt in de Nieuwsflits weer een een TEDtalk. Ik dacht dat deze nieuw voor me was, maar had m toch al eens eerder gezien en gedeeld. Het verhaal van de Amerikaanse psycholoog Angela Lee Duckworth over het begrip ‘Grit’ is ‘worth spreading’. Grit bestaat volgens haar uit passie, volharding en het nastreven van lange termijndoelen. Op grond van haar onderzoek stelt ze dat grit bepalend is voor succes en niet IQ.

Op een blog van Janneke Stielstra las ik een aantal handreikingen hoe je ‘Grit’ kunt ontwikkelen

Altijd goed om dit nog een keer goed in je oren te knopen. Voor elke leeftijdscategorie 🙂

Als je wilt weten hoe ‘Gritty‘ jij bent, doe dan de Grit Score Quiz op de website van Angela lee Duckworth 😉

Groet,
Judith

Gelezen: Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs.

Hallo Marcel,

Het zal je vast niet ontgaan zijn dat nu, ruim een jaar na het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs (Dominique Sluijsmans & René Kneyber) het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs (Dominique Sluijsmans & Mien Segers) is verschenen. Ik kreeg het boek omdat ik het graag wilde lezen en om er een blog over te schrijven natuurlijk 🙂

De afgelopen jaren is veel aandacht geweest voor summatief toetsen. Dat heeft op veel onderwijsinstellingen geleid tot het invoeren van toetsbeleid en het professionaliseren van docenten via BKE/SKE-trajecten. In opdracht van de Vereniging Hogescholen zijn er rapporten verschenen als Beoordelen is Mensenwerk (2014) en Protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo 2.0 (2017). Echter, naast het summatief toetsen van kennis en vaardigheden komt er steeds meer aandacht voor Bildung. Jan Anthonie Bruijn zegt daar in zijn voorwoord over

Een kwalitatief hoogstaande samenleving heeft mensen nodig die kennen, kunnen en voelen: daar ligt voor ons als onderwijsmakers dus een grote verantwoordelijkheid

Aansluitend schrijven de redacteuren Dominique Sluijsmans en Mien Segers in de inleiding dat deze visie

vraagt om een herkadering van het waarom, wat en hoe van de manier waarop wij studenten toetsen en beoordelen.

In 239 pagina’s informeert het boek ons over de formatieve functie van toetsen en beoordelen. Kernthema van het boek is hoe de huidige testcultuur van toetsen en beoordelen (met informatiearme cijfers) kan worden veranderd in een feedbackcultuur. Een collectief gedeelde visie op kwaliteit van leren en de rol van beoordelen is hierbij essentieel. In de BKE/SKE professionaliseringstrajecten gaan docenten al op zoek naar nieuwe inzichten en visies op toetsen en beoordelen, en wat dat betekent voor de eigen opleiding/curriculum. Inmiddels is er een enorme toenamen van formatieve toetsen. In de praktijk blijken deze meer een summatieve functie te hebben, omdat er weinig ontwikkelingsgerichte informatie aan wordt toegevoegd. Feedback dient geen ‘afrekenmoment’ te zijn, zo wordt ook in het boek bepleit.

Onderzoek heeft aangetoond dat feedback een krachtig middel is om te leren. Om tot een duurzame feedbackcultuur te komen moet men de bereidheid hebben ‘elkaar verder willen helpen’. Dit stimuleren is essentieel, dat hebben we ook ervaren tijdens het Zuyd innovatieproject FeedbackFruits.

In een zeer prettige schrijfstijl worden vele docenten uit diverse kennisdomeinen van het hoger onderwijs geportretteerd. Centraal in deze 13 interviews staat de vraag wat feedback van docenten vraagt en op welke manier docenten met elkaar een feedbackcultuur kunnen realiseren. Ook (oud-)collega van Zuyd, Ilse Meelberghs, heeft een bijdrage geleverd.

Naast voorwoord, inleiding en de interviews bevat het boek 11 verdiepende hoofdstukken met bijdrage van o.a. Filip Dochy, Esther van Popta, Cees van der Vleuten, Tamara van Schilt-Mol. Het boek eindigt met vijf kernboodschappen die volgens de twee redacteuren nodig zijn voor een toetsrevolutie in het hoger onderwijs. Zij ondersteunen hun boodschappen door te verwijzen naar (eigen) wetenschappelijk onderzoek en naar de interviews en de verdiepende hoofdstukken in het boek.

In een feedbackcultuur …
1. is er sprake van een samenhangend en studeerbaar ontworpen curriculum
2. krijgen studenten door voortdurende formatieve evaluatie alle kansen om de studie succesvol te doorlopen
3. leren studenten verantwoordelijkheid te nemen tegenover zichzelf en elkaar
4. nemen docenten verantwoordelijkheid tegenover zichzelf en elkaar
5. is er sprake van een collectief kwaliteitsbewustzijn

Dominique en Mien benoemen ook dat de toenemende rol van technologie in het onderwijs en de snelle ontwikkeling van learning analytics dat binnenkort wellicht het denken over assessment opnieuw ter discussie zal stellen. Daar weet jij dan weer meer van 🙂

Tijdens het lezen van dit boek viel het me op dat of je nu over het realiseren van een feedbackcultuur hebt of het kunnen omgaan met technologische ontwikkelingen of over het belang van (sociaal) informeel leren van professionals, we blijven het hebben over pioniers die geduld moeten hebben. Geduld? Terwijl overal wordt gesproken dat opleidingen hun studenten beter willen (moeten!) voorbereiden op de arbeidsmarkt door niet alleen kennis en vaardigheden te toetsen maar ook complexe vaardigheden beoordelen als samenwerken, communiceren, leiderschap en professionaliteit. En dat van die studenten (en docenten!), die voorbereid moeten zijn op levenslang leren, een sterke zelfsturing wordt verwacht. Ik heb al eens vaker geblogd over de knowmad, een professional die slim gebruik maakt van sociale technologie om te leren, te reflecteren en bij te blijven op zijn/haar vakgebied bij te blijven. Vol ongeduld wacht ik. En ondertussen pionier ik vrolijk verder 🙂

In het boek wordt door docenten en onderzoekers gesproken over het belang van (peer)feedback. Ik had het waardevol gevonden als er een aantal kritische bijdrage van studenten was toegevoegd. De (ex-)studenten in mijn directe omgeving zien het belang van (peer)feedback niet zoals de auteurs en geïnterviewden van dit boek dat wel (terecht!) bepleiten. In de praktijk blijkt het toch erg lastig te zijn om docenten en studenten, die een traditionele summatieve toetscultuur gewend zijn, uit deze mindset te halen.

Veranderen kost tijd en veel geduld. Maar er zijn ook al zeer veel goede voorbeelden, zoals in dit boek te lezen. Een inspirerend boek met vele handvatten voor het complexe proces van onderwijs ontwerpen waar feedback een integraal onderdeel van vormt. Van harte aanbevolen.

Paasgroeten,
Judith

 

Sluijsmans, D., & Segers, M. (Red.). (2018). Toetsrevolutie: Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs. Culemborg: Phronese.

Het boek is te koop (€24,99) via uitgeverij Phronese. Vanaf mei zal dit boek net als het andere Toetsrevolutieboek als pdf beschikbaar zijn via de website toetsrevolutie.nl

Know that you don’t know yourself

Or at least not as well as you think you do…

Dat is de conclusie van een interessante TED-talk over de illusie van keuzevrijheid die ik zojuist zag. We zijn echt flink te manipuleren. Marcel. Of om positief te formuleren: we hebben flexibele geesten 🙂

Cognitief psycholoog Petter Johansson vraagt zich in zijn TED-talk af waarom we de keuzes maken die we maken? Met behulp van kaarttrucjes die hij van goochelaars heeft geleerd toont hij aan dat we onszelf toch niet zo goed kennen als we denken.

Food for thought op de zondagavond.

Groet,
Judith

DI-Y Donderdag – Fun met inhoud bij Lectoraat Data Intelligence

Ha Judith,

De afgelopen donderdagen ben ik met veel plezier bezig geweest met iets nieuws: DI-Y Donderdag sessies. Het idee achter deze sessies is: Do it yourself en/of Data Intelligence Yourself op donderdag. Van 16:00 tot 18:00 (met eventuele uitloop) ben ik met studenten en collega’s aan het leren. Leren door te doen. Niet dat we dat de rest van de dagen in het lectoraat of op de faculteit dat niet doen, maar op die dagen is dat doen gekoppeld aan een onderwijseenheid en gekoppeld aan een concrete vraag uit de praktijk. Dat laatste is hartstikke mooi. Je praat met klanten/opdrachtgevers kijkt wat de behoefte zijn en baseert op basis daarvan de oplossing die je kiest en de technologie die daar bij hoort.

Maar bij technologie werkt het ook vaak zo dat je technologie moet blijven ‘doen’, moet blijven ‘ervaren’ om te komen tot de juiste ideeen. En dat doen mag dan best zijn zonder in eerste instantie een direct doel. Vanuit dat doen komen er vanzelf links naar leuke of nuttige projecten. Zo kom je ook vanuit technologie waar je niet direct aan denkt bij Data Intelligence naar wellicht hele mooie oplossingen.

Maar eigenlijk doe ik het ook omdat het leuk is. Het is te leuk om te kijen hoe iets werkt, om te zien of je er zelf iets op geprogrammeerd krijgt en om te zien en leren van elkaar, of je nu student, docent of onderzoeker bent. Het is overigens voor iedereen die mee wil doen. De relatie naar Data Intelligence moet door mij in de verte te leggen zijn, maar over het algemeen lukt me dat met vrij goed. Je hoeft ook niet bepaalde technische achtergrond te hebben. Het is juist de bedoeling om dat ook samen onder de knie te krijgen als het niet in de groep aanwezig is.

De afgelopen weken zijn een aantal studenten al zeer enthousiast aanwezig geweest en we hebben al een aantal ‘Data Intelligence Next Generation Experimental Nurslings’ (DINGEN) die we opgepakt hebben:

Microsoft Hololens

Voor mij is de Hololens als augmented reality tool een vervolg op de dingen die ik gedaan heb met de Oculus Rift (virtual reality) De VRRROOM is daarbij het meest concrete voorbeeld geweest. Met behulp van augmented reality kun je in de echte wereld blijven kijken en toch extra informatie ergens in de ruimte plaatsen die je kunt gebruiken. Op DIY avonden begint zo’n Hololens verhaal met ervaren. Gehoord hebben we allemaal van de technologie maar zelf ervaren nog niet allemaal. Kortom stap in de Dinosauruswereld of in een kloppend hart, maar in het bijzonder het spel RoboRaid laat je de extra ervaring die technologie zoals Hololens kan hebben, beleven.

Tja als je dan terug kijkt naar de VRRROOM dan komen een aantal mogelijkheden echt dichtbij. Na het ervaren komt het saaie stuk: installeren van allerlei omgevingen die het mogelijk maken om iets met de Hololens te doen. Nu hebben mijn studenten standaardprogrammeeromgevingen en kun je daarop ook via Hololens “gewone websites” gebruiken en gebruik maken van Unity of de Unreal engine om 3D elementen mee te bouwen. Dat laatste weet ik wel en ook daar hebben we bij ZuydPlein al een keer afstudeerder (Daniel Dekker) die toen met Unity3D voor me onderzocht hoe we communicatie skills konden trainen. Maar het duurde toch weer even eer dat allerlei programma’s geïnstalleerd waren die ontwikkeling mogelijk maken. Het lukt ons momenteel om interactieve objecten op de Hololens zichtbaar te maken. De volgende stappen zijn:

  • Het ‘The Sims emoticon’ boven mensen “plakken” met representatie van mood-input die ze zelf hebben gegeven.
  • Kijken hoe goed de facial recognition werkt van de Hololens.
  • Dashboard maken dat te gebruiken is gedurende leeractiviteiten (momenteel ook in een minor opgepakt)

Wat nog ligt, maar zeker ook tot de verbeelding spreekt bij de Hololens. is dat de AI die Microsoft ontwikkeld: Cortana een van de bestuursmogelijkheden is. Om te onderzoeken hoe sterk dit soort voice-driven AI’s is (vergelijkbaar met SIRI, Alexa en de Google Assistant) boeit natuurlijk ook.

Power BI

Over Power BI heb ik al eerder gepost. Dit zijn typische Data analyse en visualisatie tools die nu in opkomst zijn. Power BI, Rapidminer, XLMiner, R, Tableau allemaal voorbeelden van software die je helpt om data te organiseren, analyseren en visualiseren. En zo lang de hoeveelheid data beperkt blijft zijn deze tools gratis te proberen. Het spreekt voor zich dat we expertise op willen doen met dit soort producten. En dat doe je over het algemeen door daadwerkelijk concrete vragen ermee proberen op te lossen. Een van de studenten is met een dataset bezig om te kijken waar de leuke snufjes zitten, waar de speciale elementen zijn, zodat we ook een duidelijk beeld krijgen over welke functionaliteit wanneer te gebruiken is. Maar ook daarna over welke tool in welke context de beste omgeving is. IT Development studenten hebben in de minor IOT al laten zien dat tools als Power BI makkelijk te integreren zijn in totaaloplossingen. Nu zijn Business Intelligence studenten op de DIY donderdagen aan het kijken hoe het te gebruiken is.

Alexa versus de Google Assistant

Ook op het gebied van de AI die thuis staat willen we hands-on experience. Afgelopen donderdag heeft een van de studenten zijn Google Assistant meegenomen en ik mijn Alexa (Dot). Technologie dat gemaakt is voor in huis, om je te assisteren met alle slimme dingen die je straks in je huis hebt (gekoppeld aan thermostaat, TV, alarmsysteem, licht, deur) maar ook met de wereld. Ook hier geldt voor een aantal van ons: eerst de technologie ervaren (ik heb zo’n Dot namelijk ook pas een week). Niets leuker om te ervaren door te proberen en door te kijken of we de twee AI’s met elkaar kunnen laten praten. Erg grappig, maar nog niet heel goed gelukt. Zowel op Alexa (skills) als op de Google Assistant (actions) kun je zelf ontwikkelen. Dat is onze volgende stap. Misschien zijn de functionaliteiten van de studybuddy wel bruikbaar voor een student als skill/action op een van de twee.

Cryptotrading Bot

Het bijzondere van deze sessies is het samen leren met bijzondere studenten en collega’s is. De regel is dat je iets met technologie moet gaan doen; iets, waar we uiteindelijk door slim omgaan met de data, nog iets mee kunnen. En liefst iets wat bruikbaar is. Ik vraag dan: wat zou je  leuk vinden om te doen op het moment dat iemand binnen komt lopen. En afgelopen donderdag kwam het antwoord: “Een cryptotrading bot lijkt me wel interessant, ik heb daar de lector over horen praten, kunnen we dat niet proberen te maken?” Nog voordat ik: “Goed idee” kan uitspreken roept al een andere student aan de overkant van de tafel:”Ik heb daar open source software voor gezien, wacht even ik stuur die even…” En zo start het!
O ja en een cryptotrading bot is AI dat online draait en probeert te handelen in cryptocurrency (BitCoin bijvoorbeeld).

MYO

Een aantal andere studenten zijn met de MYO bezig. Dit is een ‘armband’ die een aantal zaken meet (richting, rotatie) en als het goed is, ook iets doet met spieraanspanning. Een van de studenten is aan het onderzoeken hoe we de data kunnen uitlezen, zodat we er een tool mee kunnen maken waarmee kinderen met een lichamelijke beperking spellen kunnen spelen zoals Fifa. Ooit hebben we met de stichting LUDI en ICT studenten bedacht om een reguliere spelcontroller  uit elkaar te halen en aan te passen op de behoefte van het kind. Nu kijken we of we met behulp van de MYO aan de ene kant de kinderen op hetzelfde niveau (zonder belemmering) kunnen laten meespelen met hun leeftijdsgenoten, maar belangrijker nog hoe we de data ook kunnen verzamelen en visualiseren richting therapeuten (fysio, ergo, sport) om met behulp van de games activering of therapie te stimuleren.

En uiteindelijk liggen mijn raspberry Pi’s natuurlijk ook nog op tafel, of kan het zomaar zijn dat ik Lego NXTs of EV3s  uit de kast trek, of dat een student komt met een technologie dat ik nog helemaal niet ken. Kortom van alles is mogelijk en iedereen is welkom. Van 16:00 tot 18:00 op de B.3. op Nieuw Eyckholt, maar 18:00 is ook al 19:00 of 20:30 geworden.

Ik kom in ieder geval iedere donderdag moe met veel energie thuis. Als je begrijpt wat ik bedoel.

Groet Marcel

Data Ecosystem Infrastructure – BSc graduate assignment

Hi Judith,

Again I have the opportunity to have some graduate students helping me with my PhD. One of them is Eddy. But he will introduce himzelf in this guestblog:

Data Ecosystem Infrastructure LA4LD

(original posted on: https://eddyvandenaker.com/post/Data-Ecosystem-Infrastructure-LA4LD)

Hi, my name is Eddy van den Aker and I’m currently doing my graduate internship. My project is part of Marcel’s PhD research project (https://2bejammed.org/2017/01/03/the-basics-of-my-phd-research/) about learning analytics, learning dashboards, and learning design.

Background

One of the problems faced by faculties, course designers, and teachers is the lack of insight into the student experience. Faculties are rated based on two factors: the time it takes for students to get their degree and the student experience. The first factor is obvious and easy to measure, but student experience is harder.

Currently the faculty of ICT within Zuyd University of Applied Science has two ways of measuring student experience. The first is the Nationale Studenten Enquête (NSE), which is a national questionnaire filled in by students from all Universities (of Applied Science). The second is a questionnaire at the end of every course, these are faculty specific.

The results of the NSE are not linked to a specific course, and the course questionnaires are done after the course has ended, so the results also come after the fact. The feedback toward the students on what is done with the results is also limited, which probably (based on anecdotal evidence) contributes to lower participation numbers. All in all, not enough data is available to improve student experience, and students are not seeing enough actionable feedback to be more engaged with the courses and the faculty.

The Project

To solve this problem Marcel has suggested creating a data ecosystem in which students, teachers and course designers participate to collect and make use off more and more useful data. Several projects have bin done and are currently going on to develop systems to collect data (for example the IoT projects https://2bejammed.org/2018/01/02/5-student-teams-working-on-classroom-iot/). Another project is looking at ways to present the data gathered in a collection of dashboards (LINK NAAR SANDERS POST).

My project fits neatly between all projects mentioned before. I will be developing an open-source infrastructure that can catch, clean, structure and store all data gathered while also delivering the underlying services needed to present the data to the users through dashboards.

Because this system sits at the core of the data ecosystem and must be able to support many different kinds of systems, both current and in the future, it is vital to make the entire infrastructure modular. During my internship, a couple of modules will be developed.

The first module will be an end-point for collecting information on student attendance. This system could be an RFID reader on which students swipe their student-card. Another module connects to the digital learning environment, in this case Moodle and collects data on how students use the provided course material. A third module imports student results from a file. And finally a last module will collect and store data from questionnaires.

As said before it has to be possible to develop more modules later down the line, adding for example environmental variables from the classroom or students study room at home. Another example would be to track the view of students in the classroom, where they are looking on the slides, what draws their attention.

Any system that collects this amount of data, especially potentially sensitive private data, has to consider the privacy of it’s participants and thus the security of the system. A way has to be sought to ensure that no one but the student themselves are able to see their own personalized data. Teachers and course designers will only see anonymised group data. The general security of the system also has to be considered.

Methods

During the development of the system I will be using a couple of different methodologies.

Design based Research Process

This project will be using the design based research methodology[1] The first three phases (problem definition & motivation, objectives of solution, and design & development) will be completed during the project, the fourth phase (demonstration) will be started.

Systematic Mapping Review

At the start of the project, a systematic mapping review[2] will be done to see in which fields data ecosystems have been suggested and maybe even deployed. It’s also interesting to know if any effect studies have been published in cases where data ecosystems have been deployed.

Scrum and GitHub

For managing the project I will be using a slightly modified version of Scrum. Slightly modified because I’m the only person in the development team. For tracking all Scrum related information I will be using the issues, pull requests, projects and wiki pages on the GitHub page for the project.

I wanted to figure out how to automate the entire Scrum workflow on GitHub. I have made some decent progress on it, good enough for this project, but I still have to move “to-do” items manually to “in progress” and after that to “in review”. If you read my post on converting exam questions to flashcard (https://eddyvandenaker.com/post/Converting-Exam-Questions-to-Flashcards/), you know I’m lazy (in a good way, I hope) and I will be looking to automate as much as the workflow as possible, so maybe I can find a solution to these two manual actions.

Test Driven Development

For the development of the system I’ll be using Test Driven Development (TDD). The basic idea of TDD is to make testing an integral part of the development cycle. By developing automated functional and/or integration tests first, then developing smaller unit tests. at first these tests should fail (it would be weird if they didn’t). Only after having done all that, you write just enough code to get the tests to pass (or at least progress to the next step). When you have some passing tests you can refactor (improve) the code while using the previously passing tests to make sure the program does not regress. This process is often called Red, Green, Refactor.

Timeline

My internship lasts half a year (20 school weeks). The first 3 weeks are spend on clearly defining the project, choosing the methodologies, and planning the phases of the project. Week 4 and 5 are used for requirements analysis and the systematic review. From week 6 until week 16 the system will be designed & developed in a couple of Scrum sprints. The last 4 weeks are used to prepare for the presentation at the end of the internship and to finish up the project in general.

Sprints

The design & development phase consists of a number of sprints:

  1. Setup (software architecture & base functionality like logins, database connections, etc.) – 2 weeks
  2. Importing student results from file – 1 week
  3. Student attendance – 1 week
  4. Moodle/xAPI connection – 3 weeks
  5. MSLQ or other questionnaire connection – 1 week
  6. Admin panel – 2 weeks
  7. Wrapping up (extended testing, deployment considerations, etc.) – 2 weeks

What now?

In about 5 or 6 weeks I’ll be posting a status update on where I’m at with the project. Another 5 or 6 weeks after that I will present my results. Finally when I’m (almost) done with my internship I’ll write a post about my experiences.

 

The repository for this project can be found on https://github.com/eddyvdaker/Zuyd-LA4LD-Dataecosystem

 

[1]     Peffers, K.; Tuunanen, T. (februari 2006). The Design Science Research Process. Opgeroepen van

wrsc.org op 26 februari 2018 via:

http://wrsc.org/sites/default/files/documents/000designscresearchproc_desrist_2006.pdf

[2]     Kitchenham, B. (2007). Guidelines for Performing Systematic Literature Reviews in Software Engineering. Opgeroepen op 14 maart 2018 via:

https://www.elsevier.com/__data/promis_misc/525444systematicreviewsguide.pdf

In de wereld van innovatie waar dan ook spreekt vandaag 1 verhaal

Ha Judith,

Vandaag is er maar 1 verhaal dat in verschillende verhalen verteld gaat worden:

Sommige helden verdienen een ster.

Maar ik kan het niet laten om ook even te schakelen naar onderwijs:

 

Groet Marcel

NIOC 2018

Ha Judith,

Vandaag en gisteren was ik te gast bij het NIOC 2018 te Leeuwarden. Op twitter heb je kunnen volgen waar ik geweest ben. Dinsdag ben ik bij een presentatie over CheckPy geweest. Een mooi project, waarbij voor het programmeeronderwijs een tool is gemaakt die code van studenten evalueert. Op die manier kun je als docenten studenten zichzelf laten ondersteunen bij programmeeronderwijs. Ik zou er graag eens mee experimenteren. Daarnaast zou ik mijn studenten graag laten werken aan een Learning Analytics Dashboard waarmee inzicht voor zowel docenten als studenten ontstaat over de feedback die het systeem geeft. Het leuke van dit project is dat meebouwen of er aan doorbouwen kan. Er is namelijk een github link!

 

Hetzelfde geldt voor het project van Esther van der Stappen die een learning analytics tool heeft gemaakt voor werkplekleren of met andere woorden het leren tijdens stages. Een leuke presentatie waarbij studenten een logboek/tijdregistratie tool krijgen aangeboden die meer meet dan alleen de bestede tijd en die daarmee een user centered oplossing is voor studenten waarbij ze inzicht krijgen in hun leerproces op de werkplek.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Daarnaast heb ik een presentatie bijgewoond over Blockchain en het onderwijs. Dit was een overzichtspresentatie die voor mij niet heel veel nieuws bracht, maar die op een leuke manier werd gepresenteerd en we hebben een aantal keren gekahoot tijdens de presentatie. Het grappige was dat op mijn tweet richting de presentator of hij EduBlocks kende Karin Winters gelijk reageerde met ‘haar’ badges. Zo zie je dat de community wakker is en blijft. En dat is mooi om te zien.

Zo heb ik meer edubloggers gezien op het NIOC. Dit kwam omdat het NIOC een overlap had met het CVI. Dat was vandaag. Het was er druk. Ik mocht een workshop geven vanmorgen. Ik heb mijn Learning Analytics for Learning Design presentatie gegeven. Althans een verkorte versie waarin ik een aantal slides heb verwerkt over de projecten die ik met studenten doe bij het ontwerpen en ontwikkelen van het systeem. De tijd voor het echte workshop deel ontbrak uiteindelijk vanwege de discussies en de leuke interacties die er waren met de bezoekers. Leuk. Hierbij de presentatie:

Groet Marcel

Das war TOL

Tsja Marcel, het is niet anders. Met pijn in ons hart hebben wij afscheid genomen van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren. Per 1 februari is het lectoraat opgeheven. Dat betekent niet dat het thema technologie-ondersteund leren verdwijnt. Gelukkig niet. Het is nog even afwachten hoe dat vorm gaat krijgen.

Zoals ik in november blogde heb ik veel tijd gestopt in de website van het lectoraat. Die verdwijnt per 1 april. Daarom toch maar even een paar screenshots gemaakt …..

Nog even wat cijfers …. De website is tussen 1 september en 31 januari 2.267 keer bezocht. Dit is gemiddeld 14 keer per dag. 18% van het bezoek kwam van een computer uit het Zuyd netwerk. Niet spectaculair, maar toch aardig gezien het feit dat we nog nauwelijks bekendheid aan deze website hebben gegeven.

De informatie van deze site gaat natuurlijk niet verloren. Jouw berichten over je promotie-onderzoek zijn ondergebracht op onze 2beJAMmed. De blogberichten én DC4E staan nu op vernieuwde website

onderwijsontwikkeling.zuyd.nl

Op deze website staat ook de informatie van community.community.zuyd.nl, de blogomgeving van initiatiefgroep Community van Communities waar ik ook aan deel heb genomen. Deze website gaat binnenkort offline.

Groet,
Judith

Informatievaardigheden integraal in curriculum

Hallo Marcel,

Zoals je wellicht weet streeft Zuyd Bibliotheek er naar dat informatievaardigheden vanaf september 2018 een integraal  onderdeel vormt van de curricula. Hiervoor wordt momenteel veel voorbereidend werk verricht zoals het ontwikkelen van videomateriaal en LibGuides. Dit materiaal is geschikt voor zelfstudie maar kan ook door docenten worden ingezet tijdens de lessen.

Uiteraard gaan de collega’s ook in gesprek met opleidingen over de aanpak van deze integratie. Wellicht kan de bijdrage van Carola van Dijk over curriculum + informatievaardigheid die ik een paar weken geleden op LinkedIn heb gedeeld hierbij behulpzaam zijn.

IDEA (Interview, Design, Embed, Assess)

Carola beschrijft op basis van een artikel van Kimberly Mullins het IDEA Model. Dit model is gebaseerd op best practices en ondersteunt het ACRL Framework for Information Literacy for Higher Education. In dit framework wordt informatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat.

De 4 stappen om curricula te ontwerpen waar informatievaardigheid in is verwerkt (met dank aan Carola voor de vertaling 🙂 heb zelf het artikel alleen maar gescand. )

  1. Interview: je voert als informatiespecialist gesprekken met docenten, je verzamelt data over het studentenprofiel van de opleiding, je leert de vakken van de opleiding kennen en je neemt modulehandleidingen door. Daarnaast kijk je naar de literatuur die docenten voorschrijven.
  2. Design & Gap-analyse: je bepaalt per leerjaar welke leerdoelen er op het gebied van informatievaardigheid zijn vastgesteld, je brengt in kaart welke andere – vaak vakinhoudelijke – leerdoelen er zijn én hoe informatievaardigheid wordt getoetst/beoordeeld. Op basis van deze informatie stel je als informatiespecialist samen met docenten, na een Gap-analyse, nieuwe leerdoelen op het gebied van informatievaardigheid vast.
  3. Embed: je combineert vakinhoudelijke leerdoelen met informatievaardigheid en je realiseert hierdoor embedded informatievaardigheid die de bestaande opbouw van het curriculum niet verstoort, maar versterkt.
  4. Assess: docenten trainen, behaalde resultaten beoordelen en het curriculum indien nodig bijstellen.

Bron: Mullins, K. (2016). IDEA Model from theory to practice: Integrating information literacy in academic courses. The Journal of Academic Librarianship, 42(1), 55-64. http://dx.doi.org/10.1016/j.acalib.2015.10.008

Bruikbaar, voor de hand liggende stappen die onze informatieprofessionals kunnen gebruiken. Ook in het kader van het programma Succesvol Studeren lijkt mij zo. Dit programma van Zuyd streeft er naar dat alle bacheloropleidingen in 2020 beschikken over een duurzaam studeerbaar curriculum. Dat de bibliotheek hierbij ook een rol kan spelen, lijkt mij evident. Bekijk anders het rapport van ACRL (Association of College and Research Libraries) maar eens: Academic Library Impact on Student Learning and Success. Anneke Dirkx beschrijft op haar blog een aantal onderwerpen waarmee de bibliotheek volgens de auteurs van het rapport haar bijdrage aan studiesucces kan aantonen of vergroten. Ik neem er een paar uit over

  1. Communiceer over de bijdrage van de bibliotheek
  2. Vergroot de rol van de bibliotheek in het onderwijs en in het leerproces. Integreer bronnen in de leeromgeving en in worksflows, regel workshops en onderwijs, en meet de resultaten hiervan.
  3. Werk samen met anderen in het onderwijsveld. Niet alleen in je eigen instelling, maar ook daarbuiten, zoals met musea, openbare bibliotheken, archieven. Onderzoek wat zij doen, maak er gebruik van.

Ik laat het verder aan mijn collega’s van Zuyd Bibliotheek om deze bronnen verder te analyseren en dat eruit te halen wat bruikbaar is voor hun eigen praktijk. Dat geldt ook voor het onlangs verschenen artikel in de Educause Review The Link to Content in 21st-Century Libraries die met prachtige voorbeelden van Amerikaanse universiteitsbibliotheken laat zien hoe je ook digitale content kan verbinden met de fysieke bibliotheek. Nee, je kunt de fysieke Zuyd Bibliotheek niet vergelijken met deze grote bibliotheken, maar het kan wellicht wel als inspiratiebron dienen voor de spannende uitdagingen waar onze bibliotheek voor staat.

Groet,
Judith

%d bloggers liken dit: