Nog even terugkijken op SURF Onderwijsdagen #OWD18 #OWD2018

Je hebt een feest gemist, Marcel. Dé SURF Onderwijsdagen bestond 20 jaar en dat vierden ze met Bossche bollen en Brabantse worstenbroodjes. Voor een Brabants meisje als ik deed het me een genoegen dat dit congres nu eens in Brabant werd georganiseerd. Dat is vanuit Maastricht met een rechtstreekse trein goed bereikbaar. En de Brabanthallen (1931 Congrescentrum tegenwoordig) is een prima locatie, vind ik. Voor herhaling vatbaar!

Tijdens opening van het congres werd gevraagd hoe vaak men al had deelgenomen. Ik ben nu ruim 10 jaar betrokken bij ICT en Onderwijs en met uitzondering van de jaren dat ik naar de Educause in Amerika ben geweest, was ik present. Dus ik denk dat dit ongeveer de 7e keer was. De meeste jaren heb ik geblogd over de sessies die ik bezocht heb. Dit keer mijn reflectie op de twee mooie dagen. Aanleiding was de sessie ‘Reflectie op vernieuwing’ van twee voormalige organisatoren van de OWD: Bas Cordewener en Tom Dousma. Het is goed, zeiden zij, om ook eens terug te kijken om de toekomst beter te kunnen duiden. Omdat ik met een nieuw team in een andere organisatieonderdeel bezig ben met ambitiebepaling, denk ik de laatste tijd vaak terug naar wat gedaan en geweest is. Daarom mijn lessons learned aan de hand van hetgeen ik opgepikt heb tijdens deze onderwijsdagen.

Go slow

De thema’s waarmee ik in die tien ICTO-jaren bezig ben zijn nauwelijks veranderd: digitale leeromgeving, leertechnologie en docentprofessionalisering. Het tempo van veranderen ligt laag, hoorde ik regelmatig op het congres. Dat heb ik ook proefondervindelijk ervaren; lastig voor een juffertje ongeduld als ik. In die jaren is het me ook steeds duidelijker geworden dat vernieuwing of veranderingen in het onderwijs complex is en veel vraagt van werkprocessen van docenten. Daar was dit jaar opvallend veel aandacht voor. Terwijl andere jaren het veelal over het ‘moeten’ inzetten van ict ging, lag nu meer de focus op wat docenten nodig hebben. De afsluitende keynote op dinsdag van antropoloog Lauren Herckis ging met name over implicaties van onderwijsveranderingen. Aan de hand van persona’s liet zij ons zien hoe docenten en studenten met verschillende achtergronden een diversiteit aan verwachtingen en vooroordelen kunnen hebben ten aanzien van (leer)technologie. Ik heb al langer door dat overtuigen (al dan niet evidence-informed) niet werkt. Het geven van goede (andere) (evidence-informed 🙂 ) voorbeelden werkt daarentegen wel, zo ook inspireren en nieuwsgierig maken.

Context is king

Waarom zou je als docent überhaupt ict inzetten als je zonder leertechnologie ook de juiste leerervaring bereikt zonder je didactische aanpak te wijzigen? Onderwijs draait om de leerervaring van de student, zei Maurits Berger, hoogleraar ‘Islam en het Westen in de openingskeynote. Inzet van technologie is volgens hem noodzakelijk als we de buitenwereld ook binnen de onderwijsmuren willen toelaten. Online leren prikkelt ook andere vaardigheden van studenten, en biedt tevens andere doceerervaring. Maurits is van krijtbord docent een beheerder van een online kennisjacuzzi geworden. Het gesprek over zo’n controversiële thema als Islam in het westen werkt, zo is zijn ervaring, beter in een online omgeving dan in een klassikale setting. Om zijn onderwijs online aan te bieden had hij (het geluk, zoals hij zelf zei) een team (met een MOOCmeneer. onderwijstechnoloog en Pixelboer, cameraman) om zich heen te hebben waarmee hij samen kon sparren. Zeker als je je onderwijs met video wilt verrijken is een instructional media designer onmisbaar, zo hebben we geleerd in het MOOCZI-project. Vaak werd tijdens sessies het belang van multidisciplinaire (blended) ondersteuningsteams benoemd om het gebruik van leertechnologie op te schalen.

De sessie van SAMBO-ICT en Kennisnet over hun onderzoek naar i-coaches gaf een zestal succesfactoren voor een optimale aanpak. Het mbo gebruikt de term i-coaches, maar is inhoudelijk vergelijkbaar met onze dlo-coach: een docent die als verbinder functioneert tussen onderwijs en ict. Iemand die de ict-ontwikkelingen didactisch kan duiden voor zijn collega’s. Voor mij zijn het hele herkenbare succesfactoren:

1: De inzet van i-coaches koppelen aan onderwijskundige doelen (borgen en sturen)
2: Aandacht voor selectie en het profiel van de i-coach (duidelijk takenpakket)
3: I-coaches hebben een structurele positie (schakel tussen operationeel, tactisch en strategisch niveau)
4: Centrale kennisdeling en aanpak
5: Transparantie over rollen en eigenaarschap
6: Facilitering met tijd en middelen

Het bloemmodel is voor mij nog steeds het beste concept (nog beter: de 2.0 versie met studenten, tot mijn vreugde hoorde ik ook vaak de term ‘studentbetrokkenheid’). Dus centraal een multidisciplinair blended design team die dlo-coaches professionaliseren en ondersteunen en voor afstemming en kennisdeling zorgt. Per opleiding een dlo-coach (vastgesteld profiel, gepositioneerd, gefaciliteerd in tijd en ruimte) en manager die leiding kan geven aan de de integratie van ict in het onderwijs. Door dlo-coaches gedeeltelijk centraal te financiëren zou een versnelling dan wel opschaling kunnen plaatsvinden. Om dit te realiseren is regie op instellingsniveau noodzakelijk. Ook zouden we op instelllingsniveau samen met alle betrokkenen de digitale didactische competenties van docenten moeten vaststellen zodat gestuurd kan worden op docentprofessionalisering. Voor mij hoort TPACK daarbij het uitgangspunt te zijn. Je moet als docent genoeg van leertechnologie weten om de afweging te kunnen maken om het wel of niet in te zetten.

Question your truth

De leerervaring, de 21-century skills (zonder die term eigenlijk gehoord te hebben) van studenten en de aansluiting op de beroepspraktijk kwam ook veelvuldig ter sprake. Als je alleen zendt, zei Maurits Berger, mis je iets essentieels in het onderwijs en dat is hoe je je kennis inzet. Je weet van alles maar je kunt er niets mee. Dit sluit aan op slotconclusie van Deborah Nas tijdens de eerste keynote op woensdagochtend: “We moeten onze studenten en docenten leren leren. Technologie kan dit faciliteren”. Van haar keynote werd ik blij, zoveel geweldige toepassingen die ik nog niet ken kwamen voorbij. Zij zei ook dat we technologie beoordelen vanuit je eigen (oude bestaande) referentiekader. Wat als boeken na videogames waren uitgevonden, wat zouden we dan van lezen vinden?  We moeten mensen helpen te ‘reframen’, mensen moeten wennen aan nieuwe technologie, dat helpt bij de adoptie. Deborah liet zien dan de wereld om ons heen zo snel verandert dat kunnen we als instituut onderwijs niet bijhouden. Het is bijna onmogelijk om te bedenken hoe de wereld er over 5 jaar uit ziet als je ziet wat er de afgelopen 5 jaar allemaal technisch mogelijk is geworden. We moeten beter leren begrijpen waarom docenten iets niet willen inzetten en hen helpen. Denk vanuit mogelijkheden in plaats van problemen, dat zei Maurits Berger letterlijk en Deborah Nas bedoelde het ook zo.

Ondanks dat ik niet meer veel bezig ben met open onderwijs, merkte ik tijdens de sessie ‘Open leermateriaal: ontwerp, ontwikkel, deel’ van dit thema nog steeds energie te krijgen. Het was gewoon ook een leuke sessie. We gingen met Quizlet aan de slag, een ontzettend leuke tool om voorkennis te activeren. Daar hoorde ik dat binnenkort een zoekportaal voor open leermateriaal komt, tot die tijd moeten we het even doen met mijn overzicht van open leermaterialen 🙂 .

The only constant is change

De afgelopen tien jaar is vooral technologisch veel veranderd (open standaarden waardoor koppelingen tussen systemen beter gaat; de impact van big data, de mogelijkheden van artificial intelligence) daardoor zijn de omstandigheden en de mogelijkheden met onze nieuwe digitale leeromgeving Moodle toch echt anders dan toen we met Blackboard begonnen. Het vraagstuk van docentprofessionalisering is echter wel hetzelfde gebleven. Volgens mij omdat hier niet expliciet genoeg aandacht voor is geweest. De Chrissen, Jossen en Erica’s pakken vernieuwingen wel op, alhoewel ik bij deze vooroplopers een vermoeidheid zie omdat (mijn interpretatie) hun inzet niet op waarde wordt geschat. Gelukkig staat docentprofessionalisering wel hoger op de agenda’s.

Voor de nabije toekomst wil ik graag samen met de dlo-coaches en docententeams de mogelijkheden verkennen die leertechnologie en onze digitale leeromgeving biedt voor hun ontwerpvragen. En daarbij ook de vraag blijven stellen: doen we dit omdat het hoort, of helpt het ons ook echt? Uiteraard zal ik altijd aandacht blijven schenken aan open onderwijs 🙂 . Ik zou het fijn vinden als we samen duidelijkheid creëren over de digitale didactische competenties van onze docenten. Nog blijer zou ik zijn als het bloemmodel tot bloei komt. Mijn invloed op deze ontwikkelingen is beperkt. Eigenaarschap ligt elders (bij faculteiten, teamleiders, docenten) en zo hoort het ook. In de tussentijd blijf ik me inzetten voor (ict)docentprofessionalisering en ondersteuning van docententeams door aan te sluiten bij de samenwerkingsstructuren die er nu zijn. Mijn kracht ligt in het verbinden en het kennis delen. Daar krijg ik energie van. En omdat dit ook steeds terugkomt als een succesfactor ga ik me hier toch weer op focussen.

Tot slot neem ik de boodschap van Maurits Berger me ter harte: niet fixeren op problemen, maar kijken naar mogelijkheden en openstaan voor het onverwachte.

Groet,
Judith

Zie ook de overzichtspagina van SURF voor een terugblik op deze onderwijsdagen.

Robot love [TED talk]

Hoi Marcel,

Deze week is het Dutch Design Week in Eindhoven. Tijdens DDW laten ontwerpers en experts zien hoe zij nadenken over onze toekomst. Hier is ook de tentoonstelling Robot Love te zien over de liefde tussen mens en robot. Via nu.nl zag ik hierover een video en las ik een bijdrage van Peter Ruijten, expert op het gebied van sociale robots en robotica bij TU/e.

Terecht merkt Ruijten op dat technologische vooruitgang nooit zal stoppen, mensen willen van oudsher dingen maken en uitvinden, of we robots nodig hebben ook niet. In mijn blogs van vorige maand schreef ik over de toenemende kritiek op Artificial Intelligence. Misschien dat deze gevoed wordt door angst. We moeten die angsten voor intelligente machines zoals robots overwinnen als we het beste uit de mensheid willen halen, zegt schaakkampioen Garry Kasparov in zijn TED-talk: Don’t fear intelligent machines. Work with them.

Wat robots in de toekomst ook kunnen of gaan overnemen, nadenken over de consequenties van deze technologie moet zeker nu ook gebeuren. Om dan maar af te sluiten met de woorden van Kasparov:

There’s one thing only a human can do. That’s dream. So let us dream big.

🙂

Groet,
Judith

Kamerbrief digitalisering hoger onderwijs

Hallo Marcel,

Begin dit jaar heb ik geschreven over een viertal essays digitalisering hoger onderwijs. Het Ministerie van OCW heeft in het najaar 2017 aan vier experts gevraagd hun visie/toekomstperspectief op open en online hoger onderwijs te formuleren. Deze essays zijn in juni 2018 besproken met de Eerste Kamer. Minister Van Engelshoven (OCW) stuurde deze week naar aanleiding hiervan de senaat haar visie op digitalisering in het hoger onderwijs. Ze gaat hierbij kort in op de wijze waarop digitalisering in haar ogen kan bijdragen aan de onderwijskwaliteit in het hoger onderwijs. Ze verwijst in haar brief ook naar de Versnellingsagenda.

Je kunt deze kamerbrief hier downloaden.

Een aantal citaten uit deze brief:

Voor mij staat centraal dat digitalisering een middel is om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Digitalisering is geen doel op zich.

… gaf ik reeds aan dat onderwijsinnovatie met ICT wat mij betreft dienend is aan de interactie tussen student en docent. Zoals de Onderwijsraad benadrukt in haar rapport ‘Doordacht Digitaal’ (2017) is het belangrijk dat docenten eigenaarschap houden en dat zij in staat zijn hun deskundigheid te vergroten en hun onderwijs te innoveren.

In het versnellingsplan scharen alle bekostigde Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zich achter een groot aantal verstrekkende ambities, zoals het professionaliseren van docenten en het gezamenlijk toewerken naar open leermaterialen. Versnelling is ook wat mij betreft hard nodig. Te vaak nog blijven innovatieve onderwijsverbeteringen hangen bij enkele enthousiaste docenten en krijgt innovatie niet de schaalgrootte en ondersteuning die het verdient.

Het is nog altijd mijn ambitie dat alle docenten in het hoger onderwijs hun leermaterialen in 2025 open delen. En minstens zo belangrijk: dat het gewoon wordt het leermateriaal van anderen te hergebruiken. Om zo samen te werken aan beter leermateriaal.

Over een jaar verschijnt de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. De essays worden gebruikt bij de totstandkoming hiervan. Fijn en goed om te weten.

Groet,
Judith

Einde tijdperk boekenkasten in hogeschoolbibliotheek?

Dag Marcel,

Vorige week was ik uitgenodigd door een hogeschoolbibliotheek om mee te denken over de trends en ontwikkelingen op hun informatiedienstverlening. Nadat eerst 2 directeuren de toekomst van de vloeibare samenleving schetsten (dat aansloot op mijn laatste blogpost) en wat dit volgens hen voor hun onderwijs en de bibliotheek betekende, werd ik geïnterviewd en daarna werd een aantal studenten en docenten bevraagd.
Volgens de directeuren namen ondersteunende diensten te veel eigenaarschap op zich die eigenlijk tot de verantwoordelijkheid van de opleiding hoorde. Tevens zagen zij voornamelijk studenten die via schermen werken ipv papier en vonden zij hen voldoende informatievaardig. Daarnaast werd de app Buku genoemd, een streamingdienst voor (‘al jouw’) studieboeken voor 25 euro per maand.
Op de vraag welke invloed digitalisering op het leren van de student maakte ik de opmerking dat informatie beter wordt verwerkt via boeken gaat. Uit vele onderzoeken blijkt ook dat dit beter beklijfd (kom ik later nog op terug). Mijn kinderen (n=3) gaven ook de voorkeur aan boeken en stilte (zonder smartphone-afleiding) tijdens studeren. De studenten bevestigden dat later. Zij leren uit de boeken die op de verplichte boekenlijst staan. Verschillende studenten waren gefrustreerd over het feit dat groot aantal op de verplichte boekenlijst nauwelijks gebruikt werd, of maar 1 hoofdstukje (dat weer pleit voor invoering van Buku). Zoeken deden zij via Google (Scholar), de aangeboden databanken werden door een enkeling intensief gebruikt, de meeste gebruikten deze niet of waren niet op de hoogte van het bestaan.

Ambitie

Wat betekent dit voor de hogeschoolbibliotheek als je je wilt profileren als informatiepartner van het onderwijs? Maar ook een betrouwbare digitale en fysiek collectie wilt aanbieden voor onderwijs en onderzoek en tevens een inspirerende leeromgeving wilt zijn? En als je ook een bijdrage wil leveren aan de professionele ontwikkeling van studenten?

Intermezzo

Weet je. Aan dit soort waartoe sessie heb ik al zo vaak aan deelgenomen. Met betrokkenen je ambitie bepalen om vervolgens de realiteit onder ogen te zien: Hoe dan? Je bent altijd onderdeel van een groter geheel, je dient te te verhouden tot de strategie, tot de organisatiestructuur, het beschikbare budget en de formatie-omvang. Waar heb je wel invloed op en waarop niet? In deze context moet je kijken welke onderdelen van je ambitie je kunt realiseren, dus zal je je moeten focussen. Als externe kan ik makkelijk zeggen dat je keuzes moet maken. Als je zelf midden in het veranderproces zit, is het niet even makkelijk. Keuzes maken is ook niet mijn grootste kwaliteit 😉

Dus praten over de impact van technologie op onderwijs en bibliotheek kan alle kanten op. Er is zoveel mogelijk …

Dromen kan ik over prachtige leeromgevingen (deze en/of deze of mijn grootste droom: The Hunt Library 🙂 ). Moet je dat beperken tot alleen de bibliotheek, of dienen dat uitgangspunten te zijn voor het hele onderwijsgebouw (zoals bij Niekée Roermond)? Dromen over experimenten met mogelijkheden van Artifical Intelligence is ook leuk!

Dat technologie een rol speelt op de manier waarop we communiceren, organiseren en informatie tot ons nemen, is duidelijk. Technologie verandert ons onderwijs, onze bibliotheek. Niet heel snel, maar toch heeft dit al impact op het leren en lezen.

Werkelijkheid

Wat doe je als hogeschoolbibliotheek als studenten alleen boeken van de boekenlijst gebruiken en achtergrondinformatie digitaal zoeken? Als opleidingen niet verwijzen naar de beschikbare fysieke achtergrondcollectie en databanken? Als fysieke leeromgevingen steeds vaker dicht bij de opleiding worden gesitueerd omdat de rol van docent verandert naar coach en zij elkaar steeds vaker opzoeken en elkaar willen ontmoeten?

Keuzes

De belangrijkste taak van een hogeschoolbibliotheek is volgens mij een gids zijn in de informatie-jungle. In de huidige tijd is die veelal digitaal. Zet daarom in op een collectievormingsbeleid ‘digitaal, tenzij …’ en beperk de fysieke achtergrondcollectie. Serendipenty geschiedt door een hbo-student meer digitaal dan fysiek. Ik merk dat ik ook eerst online onderzoek doe alvorens tussen boekenkasten te gaan snuffelen. Digitale ontsluiting is daarom wel erg belangrijk. Hiervoor is de hogeschoolbibliotheek een belangrijke rol weggelegd door in afstemming met het onderwijs al een voorselectie van betrouwbare bronnen te ontsluiten. Zuyd Bibliotheek doet dat door het samenstellen van LibGuides die vervolgens in onze digitale leeromgeving geïntegreerd kunnen worden.
En die Buku streamingdienst is voor de student waarschijnlijk een goed alternatief voor de verplichte boekenlijst.

Zet daarnaast in op integratie van informatievaardigheden in het curriculum. Informatievaardigheden horen ‘just-in-time’ aangeboden te worden. Wees die informatiepartner van het onderwijs. Kijk hoe het curriculum is opgebouwd, welke eindcompetenties er liggen, breng de leerdoelen informatievaardigheid in kaart, train docenten. Hiermee kan je als embedded informatiespecialist het verschil maken.

De rol van hogeschoolbibliotheek als sociale ontmoetingsplaats zie je veranderen omdat die ontmoetingen steeds meer in nabijheid van het onderwijs plaatsvinden. Een ruimte voor rust is (zeker) in tentamentijd zeer wenselijk. Veel studenten gaan hiervoor naar universiteitsbibliotheken, die steeds vaker hbo-studenten weren, zoals de bibliotheek UU sinds vandaag. Misschien ligt daar een rol voor de hogeschoolbibliotheek geen ontmoetingsplek maar studieplek.

Oja nog even over papier vs digitaal. Ik merk dat ik hier ambivalent in ben. Ik kan me geen bibliotheek zonder boekenkasten voorstellen. Toch leer en lees ik zelf ook steeds digitaal. Het is ook een kwestie van gewenning. Het ontsluiten en beheren van een fysieke collectie is een grote kostenpost. Als er keuzes gemaakt moeten worden ….
Ondanks dat volgens onderzoek leren beter van papier kan dan digitaal denk ik dat er steeds meer devices (zoals reMarkable) komen die het ‘papier lezen’ evenaren. Deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen, maar het komt er aan. Over de snelheid waarmee dit zal gaan, kan ik echt geen zinnig woord over zeggen.
Of er nu wel of niet een keuze gemaakt gaat/moet worden tussen papier en digitaal, voor de informatiespecialist betekent dit sowieso dat zij een rol heeft de docent te helpen bij de selectie van een goede collectie die ook door het onderwijs ingezet wordt.

Mismatch

Het is belangrijk om aandacht te schenken aan verwachtingsmanagement. Ik merk vaak dat vaak een mismatch bestaat tussen verwachtingen en werkelijkheid. En iedereen heeft een eigen perceptie van die werkelijkheid. Het is de kunst om samen te bepalen wat de rol en taak is van je hogeschoolbibliotheek in de gegeven context.

#trots

Het valt me altijd op dat veel bibliothecarissen zich bescheiden opstellen. Ik wens hen toe trots te zijn op hun vak en overtuigd te zijn van hun meerwaarde. Wees als bibliotheek vooral zichtbaar en ga het gesprek aan, f2f en digitaal, met studenten, docenten en elkaar. Communiceer over je bijdrage en deel je successen! Samen bibliotheek zijn is ook een teaminspanning!

Samen. Veranderen. Doen.

Judith

 

Kern van ons onderwijs (volgens de Middeleeuwen of ook in onze ‘vloeibare tijd’?))

Hi Marcel,

Gistermorgen heb ik samen met manlief genoten van een rondleiding door het prachtige Rolduc in Kerkrade. We gaan zo ver om mooie dingen te zien terwijl dichtbij ook zoveel nog te ontdekken is.

Tijdens de rondleiding hebben we de Abdijkerk, deze fantastisch mooie Rococo bibliotheek bewonderd en de bisschopszaal.

In het priesterkoor van de Abdijkerk ligt een bijzondere mozaïek. Niet zo oud, het is in 1909 gemaakt ter gelegenheid van het 50-jarig Priesterjubileum van Matthias Goebbels, een kanunnik uit Aken, die (op voordracht van de bekende architect Pierre Cuypers) de Abdijkerk heeft versiert met vele mooie (plafond)schilderingen. Goebbels had het ontwerp zelf gemaakt aan de hand van het voorbeeld uit de encyclopedie Hortus deliciarum.

Het zijn de zeven vrije kunsten, oorspronkelijk bekend onder hun Latijnse naam septem artes liberales. Het waren zeven vakken die deel uitmaakten van het studieprogramma in antieke en middeleeuwse Europese scholen en met name de universiteiten. De zeven vakken waren Grammatica, Dialectica/ logica, Retorica, Aritmetica, Geometria, Musica en Astronomia. Ze worden ‘vrij’ genoemd (Latijn: liber), omdat zij de opleiding van de vrije mens beogen. In tegenstelling tot andere leerprogramma’s die worden nagestreefd voor economische doeleinden, is het niet hun doel om de student voor te bereiden op het verkrijgen van een inkomen, maar op de uitoefening van de wetenschap in de strikte zin van het woord, dat wil zeggen de combinatie van filosofie en theologie, bekend als scholastiek.

Bron: Wikipedia

Als ik dat vergelijk met de 21e eeuwse vaardigheden dan zie ik daar wel vaardigheden van in terug: Kritisch denken (Dialectica), Communiceren (Retorica), probleemoplossend vermogen (Artimetica), creativiteit (Musica). Alleen de ict-vaardigheden zijn 21e eeuws.

Onze gids vond dat deze mozaïek de bron van ons onderwijs verbeelde of dat zou moeten doen. Ik ben het dat met hem eens.

In het midden van de mozaïek zie je filosofie. Die aandacht voor Bildung is om mij heen wat verstompt. Terwijl in het Bildungsdebat van drie jaar geleden het belang van het stellen van ‘trage vragen’ zo werd onderstreept. Hans Schnitzler schreef vrijdag in zijn column Laat het onderwijs aan karaktervorming doen dat het onderwijs in een systeemcrisis verkeert. We leven in ‘vloeibare tijden’. (We’re living in a VUCA world!) Ingrijpende en snelle veranderingen op gebied van technologie en samenleving (klimaatcrisis, vluchtelingenproblematiek, robotisering,etc) ondermijnen het vertrouwen in de gevestigde orde, zo betoogt hij. Niet de sfeer in de samenleving moet bepalend voor het onderwijsklimaat zijn, maar andersom: het onderwijsklimaat bepaalt de sfeer van de samenleving van morgen, schrijft Schnitzler.

In een toekomstbestendige onderwijsomgeving staat dan ook niet de kennisoverdracht centraal, maar het vermogen om (ingesleten) gedachten en gedragingen te bevragen en daar waar nodig te veranderen. Om dat te bereiken zouden vakken als ethiek en filosofie in elke leerplan stevig verankerd moeten zijn.

Hans Schnitzler beschrijft in zijn column de mismatch tussen verwachting en werkelijkheid en zijn daarmee het groeiend geestelijk onbehagen die vele voelen. Geen wonder dat de nieuwe video Prince Ea, wederom ongenuanceerd, al weer meer dan 3 miljoen keer bekeken is afgelopen maand.

Ja, waar is onderwijs voor? Is het niet een taak van de opleiding om studenten te stimuleren zich te vormen en zichzelf te ontplooien binnen de beroepscontext? Waar is die aandacht voor Bildung gebleven? Of is dat er wel maar zie ik het niet?

Laat ik nog maar eens afsluiten met de wijze woorden van Biesta:

In mijn recente werk benoem ik deze hele dynamiek vaak in termen van volwassenheid. Volwassenheid is daarbij niet de uitkomst van een ontwikkelingsproces, maar een manier van in de wereld zijn. Volwassen-zijn betekent dat we niet onze eigen wensen en verlangens (met inbegrip van de wensen en verlangens die we hebben rondom onze identiteit) centraal stellen, maar steeds weer de vraag stellen of wat we wensen en verlangen goed is voor ons eigen leven, ons leven met anderen (democratie) en het leven op een planeet met beperkte mogelijkheden (ecologie). De vraag is, met andere worden, of onze wensen wenselijk zijn en onze verlangens ‘verlangbaar‘. Wat het antwoord op die vraag is, is iets wat ieder van ons uiteindelijk alleen zelf kan bepalen, waarbij we uiteraard ook verantwoordelijkheid dienen te nemen voor het antwoord dat we geven. Een belangrijke taak van onderwijs en opvoeding is om die vraag tot een levende vraag in het leven van kinderen en jongeren te maken – een lastig proces, maar zeker niet onmogelijk.

Groet,
Judith

VUCA is de acroniem van Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity. Het vat de wereld waarin we vandaag leven samen waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn.

%d bloggers liken dit: