Presentatie Informatie aan Zee #IaZ2019

Hallo Marcel,

De afgelopen 2 dagen was ik in Oostende. Een uitwaaidag en een congresdag. Naar aanleiding van mijn 2beJAMmed blog Einde tijdperk boekenkasten in hogeschoolbibliotheek was ik door de organisatie van Informatie aan Zee uitgenodigd om een presentatie te verzorgen.

Ik heb gesproken over ambities, uitdagingen, dilemma’s waar de hogeschoolbibliotheek volgens mij voor staat. Ik sprak op persoonlijke titel op basis van mijn kennis en ervaringen met Nederlandse hogeschoolbibliotheken en technologie-ondersteund leren in hogescholen. Mijn verhaal sloot goed aan op hetgeen ik die dag al had gehoord. Uit een aantal onderzoeken die werden gepresenteerd bleek dat bibliotheken moeten ‘veranderen’, kijk bijvoorbeeld dit filmpje van de IFLA.

Na mezelf te hebben voorgesteld en de ongeveer 50 aanwezigen gevraagd hoe lang zij in een hogeschoolbibliotheek werken, ben ik begonnen met het benoemen van twee recente pubicaties: een reflectie over hogeschoolbibliotheken (Meta (2019) nr. 1) en HBO-bibliotheken slaan nieuwe wegen in (IP (2019) nr. 5) en heb ik me hardop afgevraagd of de hogeschoolbibliotheken in een identiteitscrisis beland zijn. Wat ik bij hogeschoolbibliotheken zie, is:

  • veel personeel van boven de 50, en er is weinig/geen aanwas omdat er geen hbo-bibliotheekopleidingen meer zijn. Tijdens de fusiegolf in de jaren 80-90 was ook de tijd van opkomst Google. Bibliotheekopleidingen raakte hun identiteit kwijt en dus ook hun status. In het gezamenlijk ochtendprogramma sprak Ellen Hartman van OCLC, een frisse jonge verschijning in bibliotheekwereld die cijfertjes toonde van de professionele onbalans qua leeftijd in de bibliotheekwereld. Wil je jonge informatieprofessionals in je bibliotheek? Weet dan dat flexibiliteit en blijvend ontwikkelen belangrijk voor hen is. Blij om te horen dat er een Jong Bibliotheek Netwerk is.
  • bescheidenheid, het ‘Calimero-effect’
  • onvoldoende innovatiekracht. Volgens een recent onderzoek van twee docenten van de laatste IDM-opleiding in Nederland blijkt dat er meer bibliotheekinnovaties zijn dan dat je op het eerste zicht zou zien. Maar ze zijn niet zichtbaar. Andere type medewerkers (technische, creatieve sector) en trainen kan hier verandering in brengen. In het onderzoek zag ik geen voorbeelden van hbo-bibliotheken.
  • Tegen het bijna-niet op te boxen aannames van de omgeving dat docenten, onderzoekers en studenten wel kunnen zoeken. Kunnen zoeken (via Google) is nog niet informatievaardig, onderzoeksvaardig en/of mediawijs zijn.

Een hogeschoolbibiotheek is ondersteunend aan het primaire onderwijsproces en heeft een aantal functies:

  1. Ontmoetings- en studie-/stilteplek
  2. Catalogiseren, collectievorming en uitleen (fysiek en digitaal)
  3. Services: trainingen informatievaardigheden studenten en docenten; onderzoekondersteuning, auteursrechteninformatiepunt, etc.

Elke functie heb ik verder toegelicht. Het liefst zou ik geen keuze maken in deze functies, ze zijn allemaal waardevol. Toch dwingen vaak omstandigheden tot een keuze. Deze context kan zijn: aansturing, budget, personeelsbestand, organisatiecultuur, percepties. De hogeschoolbibliotheek is in de kern informatiepartner die een betrouwbare collectie aanbiedt om zo een bijdrage te leveren aan de professionele ontwikkeling van studenten.

Ruimte

In de hogeschool zie ik steeds meer ontmoetings-en samenwerkruimtes in de nabijheid van de opleiding, dat betekent voor mij dat dit (in deze situatie) voor de bibliotheek niet meer de eerste prioriteit is. Alhoewel …. als ik dan het voorbeeld van Thomas More in Mechelen zie, ingericht door Dox, dan gun je toch elke hogeschoolstudent zo’n leeromgeving waar hij zich thuisvoelt.

In tentamentijd is veel behoefte aan concentratiewerkplekken, daarom zou ik stilteplekken creëren en in tentamenperiodes openingstijden verruimen.

In het onderwijs is steeds meer aandacht voor actief leren, een adequate inrichting kan hierbij ondersteunend zijn. De bibliothecaris heeft kennis van inrichten van ruimtes voor samenwerken, deze kennis zou zij kunnen inzetten voor opzetten van learning spaces, of zelfs technologierijke learning spaces 🙂

Collectie

Digitaal tenzij … is de meest gebruikte manier van collectievorming. Logisch. De opmars van digitale collectie zal per domein anders verlopen. Toch twijfel ik of je toch nog een fysieke basis- en handcollectie moet aanbieden. Twijfel zit in nostalgie en het solidariteitsbeginsel.

Studenten krijgen van de opleiding meestal op een presenteerblaadje welke bronnen ze moeten bestuderen, soms zijn dit artikelen, soms handboeken. Bibliothecarissen ondersteunen onderwijs bij samenstellen van literatuurlijsten.  Ik zie ook een rol voor de bibliothecaris om de opleiding te adviseren bij het samenstellen van de verplichte boekenlijst, en om alternatieven aan te bieden. Studenten ergeren zich als maar naar een paar pagina’s uit een duur studieboek wordt verwezen. Soms begrijp ik de keuze van het onderwijs vanwege hoge copyrightkosten. Geef student daarom vooraf duidelijk aan wat gebruikt wordt, zodat ze zelf afweging voor aankoop kunnen maken. Aanschaffen of gebruik maken van streamingdienst als BUKU (maar 25 euro per maand, dat is 300 euro per jaar voor inzage). Tweedehands aanschaffen, of zelf kopieën maken kan uiteraard ook.

Wel of niet boeken beschikbaar stelt, staat los van de wetenschappelijke evidentie dat je beter leert van papier dan van een scherm. Vind je als bibliotheek dat je alle bronnen die het onderwijs aanreikt in beide verschijningsvormen moet aanbieden? Zou je me dit 10 jaar geleden gevraagd hebben, zou ik ja zeggen. Als je keuzes moet maken, dan niet.

De bibliothecaris stimuleert uiteraard het gebruik van open acces!

Oja, en schaf die boetes af 😦

Services

Dit zou, als je het aan mij vraagt, de kerntaak van de bibliotheek moeten zijn. Als informatiepartner van het onderwijs studenten en docenten de weg wijzen en vooral niet van het kastje naar de muur. Hulp en support kan geboden worden bij datamanagement, auteursrechten, informatievaardigheden, mediawijsheid, open leermaterialen, om er maar een paar te noemen.

Van BAAS naar KAAS

Onlangs las ik op het blog van Ronald Capelle die pleitte voor Kowledge As A Service ipv Books As A Service.  De kennis van de bibliothecaris zien als een service (Capelle’s idee was wel iets anders, maar dit maak ik ervan).

Volgens mij moet een hogeschoolbibliothecaris een specialist zijn met didactische competenties die samen met docenten onderwijs ontwerpt. Hij/zij is dus op de hoogte van de veranderende onderwijscontext: blended learning, actief leren, etc., en uiteraard van de (leer)technologische innovaties.

Het gevolg is dat het bibliotheekteam constant moeten afstemmen met elkaar, onderwijs en andere diensten. En bijscholen natuurlijk. Mooi samengevat in het figuur A future ready librarian.

Waar gaan we voor? Waar staan we voor?

Als bibliotheekteam zou je deze vragen regelmatig moeten stellen. Door vinger aan de pols te houden weet je of je nog op de goede weg bent. Voorwaardelijk vind ik dat de bibliothecaris zich blijvend op de hoogte stelt van trends en ontwikkelingen in het informatielandschap. Zoals naar zo’n fijn congres gaan als in Oostende (of lees deze leven lang leren tips van Wilfred Rubens eens).

Wat ik wel opvallend vond is dat ik bij de ‘track hogeschoolbibliotheken’ de enige was die niet verbonden was aan een commerciële partij als Ebsco, ProQuest, LexisNexis. Ik had graag meer hogeschoolbibliothecarissen op het podium gezien.

Dat veranderen niet gemakkelijk gaat liet keynote spreker Paul Smit. Het is voor ons brein lastig om ‘anders te kijken’. Ons reptielenbrein is erg dominant. We moeten sturen op het zoogdierenbrein, dat betekent complimenten maken, niet te veel keuzes aanbieden en zorgen voor plezier. Sturen op gewenst gedrag (weg met die verbodsregels!). Alleen passie of urgentie zorgen voor verandering. En verandering kost tijd, heel veel tijd. Kwestie van blijven herhalen. Paul Smit is ook de keynote bij de SURF Onderwijsdagen. Heb je ook een kans om hem te zien 🙂

Mooi weekend!
Groet,
Judith

Mijn slides zijn te bekijken via Slideshare.

 

 

Waarom zou je nog iets leren als je het ook kunt googelen? [video]

Hallo Marcel,

Even snel iets opzoeken op Google. Iets aan Siri vragen? Wie doet het niet? Dat wil niet zeggen dat je niets meer hoeft te leren. Onderwijswetenschapper Tim Surma legt in dit college bij de Universiteit van Nederland uit wat het belang van leren is en waarom het belangrijk is dat wij op school nog informatie in ons hoofd stampen. Op een begrijpelijke wijze vertelt hij over en ervaart de kijker wat John Sweller bedoelde met zijn Cognitive Load Theory (CTL).

 

Het is één van de wijze lessen die Tim ook in de recent verschenen boek beschreven heeft. Over die wijze lessen volgt binnenkort nog een blog.

Groet,
Judith

Innovatie in het Hoger Onderwijs #masterclass #OU

Hi Marcel,

Deze week heb ik de masterclass Innovatie in het Hoger Onderwijs gevolgd. Deze masterclass is het afscheidscadeau van Saskia Brand-Gruwel aan de OU. Zij is vanaf deze week lid van ons College van Bestuur Zuyd.

In de masterclass wordt antwoord gegeven op vragen als: ‘Hoe zorgen we ervoor dat innovaties in het hoger onderwijs slagen en dat effecten van innovaties ook op lange term zichtbaar zijn?’, ‘Welke factoren zijn bepalend voor het succes van innovaties?’ en ‘Wat zijn de belangrijkste innovatiethema’s?’ 

De masterclass startte met het verzoek te reageren op een stelling: Om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren, moeten docenten als de motor van innovaties worden gezien. Hier heb ik kort op gereageerd met: Voor mij is onderwijsinnovatie een vernieuwing (en dit kan voor iedereen anders zijn) om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren. Dat kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Dat betekent dat er ook meerdere betrokkenen zijn. Zeker docenten, maar inderdaad ook studenten. Ik ben al jaren betrokken bij onderwijsinnovatie (met leertechnologie) en in mijn werk ervaar ik dat niet alle docenten tijd en ruimte ervaren om hun onderwijs te vernieuwen. Innovatie moet soms ook gestimuleerd en ondersteund worden, door programma’s, door gezamenlijke visie, door de buitenwereld binnen te halen. Innovatie is complex, maar oh zo inspirerend.

In de 2e activiteit werd ons gevraagd om na te gaan of in onze eigen onderwijsinstelling aandacht besteedt wordt aan de verschillende thema’s uit het versnellingsplan. Met daarbij de vraag of ik weet hoe Zuyd innovatie rondom deze thematiek aanpakt. Je weet dat ik de Versnellingsagenda een warm hart toedraag maar dat Zuyd vooralsnog niet participeert. Met de meeste thema’s van de versnellingsagenda zoals: docentprofessionalisering, open leermaterialen, flexibilisering, evidence-informed, learning analytics ben ik meer of mindere mate betrokken en ben ik redelijk op de hoogte wat er binnen Zuyd gebeurt.

Tevens kregen we een aantal bronnen om te bestuderen, oa het artikel van Saskia Brand-Gruwel uit de nieuwste editie van Onderwijsinnovatie (nog niet online): Innovatie in het hoger onderwijs: hoe succes te maximaliseren?

Uit de reacties op de stelling maakte ik op dat het begrip ‘onderwijsinnovatie’ op verschillende manieren werd geïnterpreteerd. In bovengenoemd artikel wordt de essentie van het doel van onderwijsinnovatie teruggebracht tot:

  • het bevorderen van het leren van studenten die zich voorbereiden op de toekomst
  • het zorgen dat studenten effectief en efficiënt leren en het leren als plezierig ervaren

Om tot een doelgerichte innovatie te komen moet je probleem of uitdaging goed beschrijven. Daarbij moet je rekening houden met de overtuigingen van onderwijspersoneel en studenten, de organisatiestructuur en -cultuur, de wetenschappelijke evidentie (zie figuur). De complexiteit van onderwijsinnovaties wordt vaak onderschat, randvoorwaarden (tijd en middelen) moeten duidelijk zijn. Daarnaast moet er een visie zijn op oa didactische uitgangspunten, leertechnologie en toetsing. Een innovatieproject kan een strak projectmatig traject zijn, maar ook als een expeditie. Bij beide geldt dat duidelijke processtappen, goed monitoren en evalueren belangrijk is.

Ook heb ik de publicatie Het vergroten van studiesucces in het hoger onderwijs: het belang van overtuigingen van docenten in Pedagogische Studiën waarvan Saskia Brand één van de auteurs is, gelezen. Daarin staat:

Docenten zijn de centrale schakel bij onderwijsinnovaties en het implementatietraject, maar dat betekent wel dat docenten meegenomen moeten worden in de vernieuwing en dat men rekening houdt met hun perceptie. Want als docenten vast blijven houden of terugkeren naar oude routines zal onderwijsinnovatie niet duurzaam verankerd worden.
Er is al veel wetenschappelijke evidentie welke ontwerpprincipes studiesucces van studenten bevorderen. Toch worden niet alle evidence-informed ontwerpprincipes omarmt door docenten. Met behulp van de group concept mapping methode zijn ideeën/overtuigingen van docenten in kaart gebracht. Deze studie laat zien dat de thema’s ‘formatief evalueren en ‘werken in kleine groepen’ aansluiten bij de overtuigingen van docenten, maar dat de thema’s ‘student eigen toetsmoment laten bepalen’ en ‘inzet van webcolleges’ haaks op de overtuiging van docenten staan.

Op basis van deze en andere aangeleverde bronnen kregen we de opdracht om te reflecteren op de het innovatietraject van Hogeschool Leiden om uitval van studenten te verminderen en te voldoen aan hun vijf strategische beloftes. Uit die beloftes hebben ze 5 onderwijskundige ontwerpprincipes gedefinieerd: (1) binden voor de poort, (2) een vliegende start, (3) betekenisvol contact, (4) activerende blend en (5) toetsen om te leren.

voorbeeld van de wijze waarop Hogeschool Leiden het ontwerpprincipe ‘Betekenisvol contact tijdens transities in de opleiding’ in de praktijk toepast

Wat ik tof vind, is dat Hogeschool Leiden de principes voor het ontwerpen van hun onderwijs in een rapport nader heeft toegelicht waarin totstandkoming is beschreven maar ook wat deze ontwerpprincipes betekent voor docent, opleiding en hogeschool maar ook voor onderwijskundig ontwerp, docentprofessionalisering en facilitering. De hogeschool heeft vervolgens adviseurs (waaronder Saskia Brand-Gruwel) van het Welten Instituut gevraagd wat nodig is om te zorgen voor hogeschoolbrede gedeelde kennis. Je kent mijn liefde voor kennisdelen, daarom was ik zo verheugd te lezen dat zij  adviseren om in leernetwerken te werken. Het doet me zo aan ZOEC denken.

De ‘online poster walk’ vond ik een erg creatieve activiteit. Een achttal posters werden gepresenteerd en ondersteund door een podcast van de onderzoeker. Ondanks dat ik dit een leuke opdracht, die ik als werkvorm in mijn achterhoofd hou, heb ik hier niet naar gekeken. Wel heb ik gistermiddag de live sessie gevolgd waar Saskia Brand-Gruwel door Rob Koper werd geïnterviewd over de ‘do’s en don’ts’ bij innovatieprocessen in het hoger onderwijs. De laatste opdracht is een blog schrijven. Daar ben ik nu mee bezig. De link zet ik zo in leeromgeving.

Reflectie

Echt top zo’n masterclass van ons nieuw collegelid. Een mooi afscheidscadeautje. Goed opgezet met verschillende actieve werkvormen. Interessante documenten, vooral de casus van Hogeschool Leiden, een schoolvoorbeeld van onderwijsinnovatie. Zo lijkt het. Papier is geduldig weet ik inmiddels. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar hoe ze daar nu bezig zijn, hoe in de leernetwerken samengewerkt wordt. De documenten uit deze masterclass bevestigen hetgeen ik uit ervaring en wetenschappelijke literatuur weet wat werkt. Dat je duidelijk het doel voor ogen hebt, dat je goed communiceert met alle betrokkenen, maar ook dat je elkaar regelmatig informeert en stimuleert.

Onderwijsinnovatie vind ik een belangrijk en interessant thema. Ik weet ook dat wat voor de één innovatie is voor de ander ‘education as usual’ is. Als adviseur technologie-ondersteund leren ben ik bij diverse kleine en grote onderwijsinnovaties betrokken geweest (zoals Zuyd Innoveert en het implementeren van onze nieuwe leeromgeving). Dat was altijd inspirerend en uitdagend,  maar ook weerbarstig. Fijn vind ik om met pioniers samen te werken, collega’s die in hun onderwijs experimenteren en uitproberen. Ik vind het belangrijk dat zij deze ruimte krijgen, maar ook dat ze ervaringen delen en afstemmen met het team.

Innovatie in hoger onderwijs draait niet om uitvindingen maar om toepassen. De wereld om ons heen verandert door nieuwe technologie dat heeft impact op de arbeidsmarkt, dus ook op het onderwijs. Er vindt steeds meer onderzoek plaats, dus we komen ook steeds meer te weten hoe mensen leren, wat hen motiveert en stimuleert. Om onderwijskundige vernieuwingen te kunnen initiëren en implementeren heb je pedagogische en (digitale) didactische competenties nodig. Dat betekent dat duidelijk moet zijn over welke kennis, houding en vaardigheden onderwijsprofessionals moeten beschikken, zodat ook gericht geprofessionaliseerd kan worden. Het zijn de punten die Evelien van Limbeek eind vorig jaar in haar adviesrapport Blended Learning heeft geformuleerd. Professionalisering en innoveren gaan gelijk op, volgens mij. Daarom blijf ik me inzetten om docenten te informeren, te inspireren en te ondersteunen om actief leren met technologie te realiseren.

Uit de masterclass meen ik op te maken dat ons nieuw collegelid onderwijsinnovaties, inzet van leertechnologie en 21e eeuwse vaardigheden een warm hart toedraagt. Ik verheug me op een fijne samenwerking.

Judith

NB. Nog één klein puntje van kritiek 😉 ik wilde de link naar dit blog uploaden naar yOUlearn maar het lukte me niet iets van een tekst of blog toe te voegen. Ook na telefonisch consult (probeer Chrome ipv Firefox) lukte het niet. Ik kon nergens iets melden. Geen contactpersoon die ik kan benaderen. Na vandaag sluit deze masterclass. Ik heb vandaag ook geen tijd meer om nog een keer te proberen.

“Let’s go there, where the hums and poetry finds us”

Ha Judith,

Inspiratie, innovatie. Reuring, relatie. Samenwerking, Suggestie. Leven, leren.

Afgelopen week zijn “we” weer begonnen. 2019/2020, een nieuw schooljaar. Genoeg vakantie gehad, genoeg therapeutische Disney gezien om Zuyd weer te zien als bron. Zoals Pooh in de titel al aankondigde: het bijzondere, de inspiratie, de ideeen, de passie, de samenwerking, het is er allemaal al. Je moet alleen naar de plaats gaan waar je het kunt vinden.

Met nog maar een paar verdwaalde studenten en een enkele vroeg begonnen afstudeerder zit de poezie vooral nog in de opdrachten en in de collega’s. Mooie mensen. Ieder met zijn kracht en ook ieder met zijn “bijzonderheden”. En uiteindelijk zijn we het zelf die er iets van moeten maken: rekening houdend met elkaar, gebruik makend van elkaars krachten. In zo’n eerste week is dat weer even wennen.

Wat we gedaan hebben: onderzoeksvakken voorbereid. Een spannende opdracht waar onze eerstejaars studenten zich op kunnen uitleven in samenwerking met de Gemeente Heerlen en onze zorglectoraten mee opgestart. Een worskhop spel uitgewerkt dat moet gaan helpen bij het bouwen van een brug tussen learning analytics en learning design. Een collega met een 8 zien slagen voor zijn master. Eerste “cirkeloverleg” gehad, waarin we als groep docenten de algemene kwalificaties en onderzoeksvakken binnen de ICT context gaan oppakken. Herkansingen nagekeken en administratief werk gedaan. Een poster presentatie gemaakt voor de aankomende EC-TEL conferentie in Delft. En gezien dat de invulling van mijn taken voor het volgend jaar momenteel nog dagelijks worden aangepast.

Als dit geen plek is voor “Hums and Poetry” dan weet ik het niet meer. We moeten gewoon beter kijken zou Rafiki zeggen, maar laten we maar geen crossover tussen the Lion King en Winnie the Pooh maken.

De kop is er af. De eerste week is gedaan. Nog 1 voorbereidende week en dan starten we weer op volle kracht. We lezen ons.

Groet Marcel

Winnie-de-Poeh over Zeer Belangrijke Onderwerpen

Ha Marcel,

Tijdens mijn vakantie met de Zeer Warme Dagen en daaropvolgende Zeer Natte Dagen kon ik niet veel meer doen dan lezen. Het boek Winnie-de-Poeh Management omnibus van Roger en Stephen Allen lag op de leesstapel. En zoals beloofd volgt het blog hierover.

De omnibus bestaat uit 3 delen:

  1. Winnie-de-Poeh en Management: Waarin een Zeer Belangrijke Beer en zijn vrienden kennis maken met een Zeer Belangrijk Onderwerp
  2. Winnie-de-Poeh en het Oplossen van Problemen: Waarin Poeh, Knorretje en hun vrienden ontdekken hoe je problemen oplost met de LOS-OP-Methode
  3. Winnie-de-Poeh en Succes: Waarin de Lezer en Poeh en zijn vrienden het Allerbelangrijkste Onderwerp leren kennen: Succes!

De avonturen van Poeh-beer en zijn vrienden worden door De Vreemdeling als inspiratiebron en gids gebruikt om in de bekende Poeh-taal van Milne drie thema’s te beschrijven: Management, Probleem Oplossen en Succes. Er worden geen nieuwe theorieën uit de doeken gedaan (verhalen zijn al gepubliceerd tussen 1994-1998) maar door de verhelderende vragen van de lieve hongerige Poeh, toch wel dapper Knorretje, sombere Iejoer, hyper Teigetje, bedachtzame Uil worden complexe vraagstukken uiteen gerafeld.

In het Honderd-Bunders-Bos lijken de problemen niet zo complex en de consequenties niet zo serieus als bij ons. Het lijkt zo simpel….

Als je niet bedoelde wat je zei, dan moet je zeggen wat je bedoelde, zegt Teigetje in het gedeelte over communicatieproblemen (p. 86).

De Vreemdeling gebruikt acroniemen om een thema te beschrijven, dat vinden de dieren een Heel Moeilijk Woord maar wel heel handig om zo de regeltjes te onthouden, bv:

Lokaliseer of kies probleem of situatie
Observeer, Orden en definieer probleem of situatie
Stel vragen over alle onderdelen van probleem
Opper mogelijke oplossingen, kies er een uit en verfijn deze
Pas de oplossing toe en controleer de resultaten

Selecteren van een droom
Uit je droom een Doel halen
Creëren van een plan
Concentreren op je hulpmiddelen
Ervaring opdoen met je vaardigheden en capaciteiten
Slim met je tijd omgaan
!Aan de slag! Organiseren en starten maar!

En Winnie-de-Poeh maakt er liedjes van om hetgeen hij geleerd heeft te onthouden.

Het eerste deel over management en leidinggeven bevestigt wat ik belangrijk vind voor managers: goed communiceren, het goede voorbeeld geven en een omgeving creëren waarin mensen kunnen ontwikkelen. Wat ik jammer vind is dat De Vreemdeling de Manager beschrijft als een persoon die alleen de plannen maakt. Ik miste de samenwerking met het team.

Wateenprobleemisvoordeeenhoeftnoggeenprobleemtezijnvoordeander, zegt Poeh terecht (p. 210).

In het tweede deel over probleem oplossen vond ik vooral de verhalen over creativiteitstechnieken erg leuk

Stel heel veel vragen, maar één ding:
Het moet geen zooitje worden!
Eérst Wat, dán Waar, Wanneer, Wie, Hoe,
Zo krijg je ze op orde.
(Vraag steeds Waarommen tussen door,
dat moet je niet vergeten, hoor!)

(Gedeelte uit Poeh’s LOS-OP lied)

Het derde deel van de omnibus gaat over succes. Ik word een beetje moe van het woord ‘succes’. Alles lijkt tegenwoordig succesvol te moeten zijn: succesvol ondernemen, succesvol samenwerken, succesvol studeren, succesvol begeleiden. Wat is er mis met ‘gewoon’ ondernemen, samenwerken, studeren etc? Alles gaat met vallen en opstaan. Alsof er maar één manier is om het doel te bereiken. En dat is natuurlijk niet zo. Er zijn verschillende paden afhankelijk van omstandigheden pak je het pad wat voor jou op dat moment het beste loopt. Van Dale omschrijft succes als goede afloop, uitkomst of uitslag. Dit houdt ook in dat succes iets persoonlijks is, iedereen definieert een goede afloop, uitkomst of uitslag immers op zijn of haar eigen manier.

De Vreemdeling hanteert de SUCCES!-formule (zie 2e acroniem hierboven) om dromen te realiseren. Hij definieert Droom als een Hoopvolle Verwachting. Een mooie omschrijving vind ik. Leuk om te lezen dat alle vragen die ik heb en valkuilen waar ik al ingetrapt ben, voorbij komen, zoals het belang van je eigen doelen stellen (anders doen anderen dat voor je) …

Waar het om gaat is meer te krijgen van wat je wel wilt en minder van wat je niet wilt, aldus De Vreemdeling (p. 432)

..dat besluiten maken moeilijk is en dat dromen kunnen veranderen.

Zoals meestal bij het lezen van dit soort boeken, gaf het me weer wat inzichten in mijn eigen doelen en gedrag. Maar we weten allemaal dat het ook heel moeilijk is om gewoontes te veranderen en dingen op een nieuwe manier aan te pakken.

Maar als je geduld hebt en volhoudt word je beloond, zegt De Vreemdeling tegen Poeh (p. 557)

Bij deze Stap-Voor-Stap benadering (wat heb je nodig, wat moet je leren) van De Vreemdeling komt het relationele proces (samen kom je verder) wat minder tot uiting. Dat maakt Poeh met zijn vrienden gelukkig wel weer helemaal goed.

Geef je Dromen Voorrang. Kies Je Doelen. Zo sluit De Vreemdeling mijmerend het boek af. Op LinkedIn kwam ik een bericht tegen over de Zeer Krachtige Boodschap van Stan Lee, bedenker van vele superhelden. Hij sprak tijdens deze UCLA Graduation Ceremony 2017 (zie hier de hele speech). Een mooi afsluiting en reminder.

Groeten vanaf mijn vakantieadres 🙂
Judith

%d bloggers liken dit: