Categorie archief: MLI

Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU

Geen wetenschappelijk bewijs voor leerstijlen

Hallo Marcel,

Tussen de middag had ik met mijn collega’s MLI-alumni een gezamenlijke lunch. Het was voor de 2e keer dat we samen kwamen na de afronding van onze studie. De 1e keer was het een gezellige lunch in de Hoeve.¬†Heel leuk maar een master wil natuurlijk meer ūüôā Mamette stelde voor om tijdens het nuttigen van ons broodje ook inhoudelijk te sparren. Zij wilde graag onderstaand¬†filmpje met ons bespreken

Tsja leerstijlen. Het blijkt hardnekkig. Ik weet nog dat ik tijdens de eerste module op de MLI al gezegd heb dat leerstijlen een onderwijsmythe is, het is niet wetenschappelijk bewezen. Ik had dat namelijk gelezen in het boek van Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes¬†en andere mythes over leren en onderwijs’. Zij schrijven

Je lessen aanpassen aan leerstijlen van je leerlingen? Nauwelijks wetenschappelijke evidentie voor de verschillende indellingen, geen bewijs voor meerwaarde in de klas,

Heel veel onderwijsexperts hebben zo hun bezwaren op de vele leerstijlenmodellen die bestaan. Ook Paul Kirschner en Jeroen van Merri√ęnboer noemen leerstijlen een broodje aap. Zij verwijzen net als De Bruyckere en Hulshof naar een onderzoek van¬†Coffield, Mosely, Hall en Ecclestone (2004). Zij onderzochten 71 verschillende indelingen in leerstijlen. Als je uitgaat van de voorzichtige aanname, zo schrijven Kirschner & Merri√ęnboer, dat elke leerstijl leerlingen indeelt in slechts twee categorie√ęn, dan zijn er al 2 tot de macht 71 en dat zijn¬†2.361.183.241.434.822.606.848 mogelijke combinaties. Er zijn dus veel meer combinaties van leerstijlen dan dat er mensen leven op aarde!¬†¬†

In ons gesprek concludeerden we al dat onderwijs van de faculteit Gezondheidszorg niet gebaseerd is op leerstijlen, maar ook niet op leervoorkeuren. Ik denk zoals ik al eerder geblogd heb dat het goed is om onderwijsinhoud op verschillende manieren aan te bieden. Weg met leerstijlen, leve de variatie, schreef Wilfred Rubens ook al (zie ook de reacties op het blog). En zo is het maar net!
Echter tijdens de SLB is de leerstijlentest van Kolb (denker, doener, dromer, beslisser) voor sommige gezondheidszorgopleidingen wel het uitgangspunt van de gesprekken. Wordt hiermee niet te snel stempeltjes gedrukt? Leren is niet altijd cyclisch, denken en leren verlopen veelal grillig. Leervoorkeuren kunnen wijzigen, en zijn ook afhankelijk van omstandigheden, zo concludeerden we.

Kijk, zo doen masters dit. De vraag stellen, en dan in gesprek gaan of hetgeen we doen goed doen. Mooi om te zien.
Mijn manier is om daar dan weer een blogje over te schrijven om¬†mijn collega’s wat extra leesvoer en onderbouwing te geven voor het gesprek dat zij aangaan met hun collega’s.

De volgende keer mag ik de masterlunch voorbereiden. Ik ga ze iets vertellen¬†over RSS ūüôā Ze willen graag bij blijven op het gebied van leren en innoveren. En dat kan je niet¬†beter doen dan met deze, √©√©n van mijn meest favoriete, technologie.

Groet,
Judith

PS Ik ben wel benieuwd hoe nu 2 jaar later op de MLI over leerstijlen wordt gedacht en gesproken.

Half uurtje later …

Via mail kreeg ik een reactie van collega en MLI-er Ad Hoen op mijn blog

Dag Judith,

Vergeet hierbij niet de leerstijl Vermunt! Ik heb in de MLI de paper hierover geschreven, een uitgebreide analyse gedaan in de kenmerken van de leerstijl vanuit verschillende invalshoeken. Er wordt een driedeling gemaakt in cognitief, affectief en metacognitief, waarbij met name de laatste van groot belang is om de betere student te herkennen. GZ heeft in het verleden de leerstijltest voor studenten gebruikt, gebaseerd op Vermunt, met feedback op de score die de student na het invullen van een vragenlijst ontving. Ik heb de afgelopen jaren regelmatig 1e jaars studenten met een verkorte lijst in scores gevisualiseerd, werkt goed en geeft een beeld van de samenstelling van groepen in een cohort. M.a.w.: het hanteren van leerstijlen heeft ook voordelen en biedt handvatten, zou bijv. ook richting Learning Analytics interessant kunnen zijn.

Dank voor je reactie Ad.

De theorie van Vermunt gaat meer over leerstrategie√ęn dan over leerstijlen. Vermunt verbindt motivatie en gedrag, terwijl Kolb daar geen uitspraken over doet. Volgens De Bruyckere en Hulshof is meer bewijs voor gevonden (betrouwbaarheid, validiteit) voor Vermunt dan voor Kolb.

Mijn bezwaar mbt leerstijlentest is het indelen van studenten in hokjes. Leervoorkeuren zijn immers aan verandering onderhevig. Als de test inzage geeft in eigen leren, dan kan ik me voorstellen dat het voor de student behulpzaam kan zijn. Over de relatie met learning analytics heb ik nog niet nagedacht.

28 april Via Pedro De Bruyckere geattendeerd op onderstaande duidelijke (wat lange) toelichting.

Good Thinking! ‚Äď Sending “Learning Styles” Out of Style from Smithsonian Science Ed Center on Vimeo.

Technologie in 2030 and beyond; een kijkje in de toekomst. Gastcollege #LA4MLI

Ha Marcel,

Vanmiddag heb ik samen met mede oud-student en gamewinner Rick Vermulst een gastcollege verzorgd voor de huidige 2e jaars studenten van de Master Leren en Innoveren. Uiteraard volg ik al sinds begin januari #LA4MLI en lees ik waar de studenten nu in het spel zitten. Je weet dat ik me vorig jaar rond deze tijd ook midden in LA4 the game bevond. Ondanks de stress die je als student in deze afronding van je studie ervaart, kijk ik met veel plezier terug op dit leerarrangement. En nu mocht ik dan als MEd-er een bijdrage leveren. Met veel plezier.

Een week geleden heb ik ze via twitter getriggerd met de video Future Vision Technology van Mediaan die jij al eerder op dit blog gedeeld hebt. Ik heb trouwens heel veel gebruik gemaakt van ons blog om trends te duiden. Na een college van de spelleiders over scenarioleren hebben we de studenten meegenomen via de future song naar de technologie van de toekomst

Vervolgens zijn we naar de FireWire-ruimte gegaan waar de ene helft van de groep gingen brainstormen over de invloed van technologie op hun scenario terwijl de andere helft aan het spelen en experimenteren was met Robot Charlie, Virtual Reality bril / Oculus Rift en  360 graden camera, 3D printen, MaKey Makey, drones.

Na afloop ben ik nog meegegaan naar de Startup Bootcamp op de High Tech Campus. Een presentatie over waar de de hardware startups mee bezig zijn, zoals 3D printing, Internet of Things, advanced robotics, lifetech medtech, cleantech, energy storage, autonomous en near-autonomous vehicles. Interessant hoe zij startups een omgeving bieden om innovaties te versnellen. En vooral dat alles gedeeld wordt.

Het sloot mooi aan op waar Rick en ik over vertelde. En ik wil eindigde met een mooie quote die ik hier hoorde en passend bij mijn adagium ‘alleen ga je sneller, maar samen kom je verder’.

you can’t know everything and you can’t hire everyone who knows everything, but if you can tap into a network of people you’re a lot smarter.

Moe maar voldaan vertrek ik zo naar huis.

groet, Judith

RE: Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hoi Marcel,

Zoals ik in mijn blog van gisteren schreef heb ik collega MyriamLamerichs enkele vragen gesteld naar aanleiding van haar masteronderzoek¬† ‘Informeel leren door HBO-docenten’:

  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot ¬†informeel leren?

En ik heb haar gevraagd wat zij als docent nodig heeft om sociaal te kunnen leren?

Myram reageert:

Dag Judith

Tijdens de interviews in mijn onderzoek kwam heel duidelijk bij alle ge√Įnterviewden naar voren dat ze vooral SAMEN¬†willen leren, van en met elkaar. De docent met weinig werkervaring leert graag van de docent met ervaring, door het observeren. Docenten met ervaring leren ook van elkaar maar dan door er samen over te discussi√ęren, te praten. Als gevraagd werd naar mogelijkheden om van elkaar te leren, gaven ze allemaal aan dat TIJD¬†belangrijk is. Tijd om samen te komen, overleg te voeren. Ook het belang van deelnemen aan netwerken. Bij doorvragen naar het soort netwerken, was bij een aantal de fysieke deelname belangrijk. Plaatsonafhankelijk leren, wat jij benoemt, staat bijvoorbeeld in contrast met de organisatie binnen √©√©n van de opleidingen van mijn onderzoek. Als voorstander van informeel leren en dan vooral het leren van elkaar, is daar bepaalt dat docenten voor zover mogelijk, van 8 tot 5 op de werkplek aanwezig zijn. Juist om dat van elkaar leren te faciliteren.¬†Ook door regelmatig te wisselen deelname aan de netwerken, werden voortdurend nieuwe meningen, visies, idee√ęn ingebracht, waardoor het leerproces zou toenemen.

Opvallend was dat de jongere ge√Įnterviewden, grootgebracht met de digitale wereld, niet kozen voor sociale media. Zij benoemden niet het belang van plaats- en tijdsonafhankelijk leren. Ik heb het aangestipt, waarbij ze aangaven dat ze hier nog niet zo specifiek naar gekeken hadden, in het kader van informeel leren. Ik heb hier niet op doorgevraagd in mijn interviews. Niet omdat ik er geen belangstelling voor had, maar gezien de focus van mijn onderzoek. Ik wilde al zoveel weten over het informeel leren. Maar misschien in een vervolgonderzoek‚Ķ‚Ķ:).

Als ik naar mezelf kijk dan ben ik door de masterstudie juist wel meer gebruik gaan maken van digitale middelen en van de sociale media. Door het gebruik van Twitter in sommige leerarrangementen van de master Leren en Innoveren, heb ik ontdekt dat daar VEEL KENNIS GEDEELD wordt. Door het volgen van personen, die actief zijn binnen de onderwijswereld, heb ik (van origine niet afkomstig uit het onderwijs) veel kennis opgedaan. Er wordt verwezen naar publicaties, recente ontwikkelingen, toekomstige ontwikkelingen. Je kunt wel stellen dat ik binnen een formele opleiding, informeel enorm veel geleerd heb. Wat ik af en toe VERGEET is om ook zelf mijn kennis te delen. Je ziet ik ben nog steeds lerende. In je vakpublicatie benoem je de definitie van De Leeuwe & Rubens (2015) over social learning: ‚Äúsamenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt‚ÄĚ. Zo van toepassing om mijn informeel leren via Twitter. Ik denk dan ook dat er veel informeel te leren is via sociale media.

Maar dan is het plaatsonafhankelijke aspect misschien belangrijker dan het tijdsonafhankelijk. Elkaar wel willen zien, spreken, direct antwoord krijgen, reageren, kortom de DIRECTE INTERACTIE. Ik denk zeker dat dit laatste een belangrijk aspect is. Wat natuurlijk ook via Facetime en Skype kan. Maar dit kwam niet naar voren in mijn onderzoek. Ik heb natuurlijk ook maar 10 docenten ge√Įnterviewd en zij kwamen uit een specifieke hoek, de gezondheidszorg. Aspecten die van invloed zijn op de resultaten. Vandaar mijn aanbeveling om dit onderzoek uit te voeren bij een grote groep docenten van verschillende faculteiten.

Met betrekking tot je vraag: hoe ik social learning zie in relatie tot informeel leren. Is social learning niet een onderdeel van informeel leren en omgekeerd kan informeel leren niet een onderdeel vormen van social learning? Gaat het niet om het SOCIALE aspect, het bij elkaar komen (op welke manier dan ook), OPEN¬†staan voor de mening van de ander, het willen leren van de ander, maar ook de aanwezige kennis willen delen met die ander(en). Mijn ervaring is dat ik tijdens formele cursussen, gecertificeerde opleidingen, veel leer. Maar wordt de leeropbrengst niet vele malen groter door het informeel geleerde tijdens die formele opleidingen? Het met elkaar praten tijdens de pauzes, het wachten voordat lessen beginnen. Of zoals √©√©n van de ge√Įnterviewde zei, ik leer zoveel tijdens het lunchen met collega‚Äôs, tijdens een koffiepauze of gewoon aan het kopieerapparaat staan wachten.

Als docent heb ik niet zoveel nodig om sociaal te kunnen leren, maar ik moet het gewoon DOEN. Bewuster er mee omgaan. De ‘oude’ manier van sociaal leren is als het ware vastgeroest waardoor je daar eerder naar grijpt dan naar de sociale media. Dus als ik naar de les ga en mijn eigen laptop meeneem waardoor de mogelijkheid is om te skypen met de student die op dat moment stage loopt in het buitenland. Van de werkgever verwacht ik dat hij het faciliteert. In het hier genoemde geval zou ik willen dat Skype op alle computers is ge√Įnstalleerd en niet maar op 1 of 2 zoals nu.

sociallearning

CC-BY mkhmarketing

Dank je wel Myriam voor je reactie!

Ja de interpretatie van de termen informeel leren en social learning/sociaal leren lopen nogal eens door elkaar en naast elkaar. Volgens mij komt dat omdat met zowel informeel leren als ook social learning vaak samen leren bedoeld wordt. Social learning heeft ook met participatie in sociale media te maken. Informeel leren is het leren in een niet formele onderwijssetting. Social learning kan volgens ook plaatsvinden in een formele onderwijscontext. Als daar ruimte voor gecre√ęerd wordt dan. Mijn interpretatie van social learning is dat het ook vraagt¬†om¬†in een bepaalde mate van openheid om relaties op te bouwen, om vrijelijk open kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk. En ja, Myriam dat is inderdaad een kwestie van DOEN ūüôā Het verplicht aanwezig zijn om samen informeel te leren te faciliteren, zoals jij benoemde, staat volgens mij in contrast met de uitgangspunten van social learning. Naast de kenmerken participatie en co-creatie behoren¬†ook identiteit ontwikkelen en een professionele beroepshouding tot aspecten van social learning

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.
-Maria Conner-

Dat docenten (jong en oud) niet bedenken sociale media in te zetten voor professionaliseren, is jammer. Ook ik heb daar geen oplossing voor (behalve daarover te blijven bloggen en het te doen). Het zou natuurlijk wel veel helpen indien de tools en apps waarmee je sociaal leert gefaciliteerd en ondersteund worden binnen onze organisatie. Daar zal ik aandacht voor blijven vragen!

Groeten,
Judith

Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hallo Marcel,

Collega Myriam Lamerichs heeft net als ik voor de Master Leren en Innoveren onderzoek gedaan bij de faculteit gezondheidszorg. Haar onderzoek bestond uit tiental interviews met docenten van de opleiding fysiotherapie en biometrie. Mijn onderzoek bestond uit een digitale vragenlijst aan alle docenten van de opleiding ergotherapie.¬†Myriam heeft docenten gevraagd hoe ze informeel leren en wat ze informeel geleerd hebben. Ik heb vooral gefocust op hun digitale competenties om te professionaliseren via sociale netwerken, ofwel social learning.¬†In haar onderzoek concludeert Myriam dat docenten vooral leren door te observeren (kunst van het afkijken) en door interactie met (ervaren) collega’s. Uit mijn onderzoek bleek dat ook. De¬†voorwaarden om informeel of sociaal te leren komen overeen zoals veilige sfeer, open communicatie en positieve emoties.¬†Zowel informeel leren als social learning¬†geschiedt voornamelijk door ervaringsleren, door sociale interactie en door te reflecteren.

Wat mij vooral opviel in het onderzoek van Myriam is dat sociale netwerken/sociale media niet benoemd worden om informeel te leren. De factor tijd wordt benoemd als een belangrijke voorwaarde om informeel te leren. De voorgestelde aanbevelingen: samen lessen voorbereiden, koffie drinken zijn allemaal belangrijk, maar kan ict hierin niet faciliteren zodat ook meer tijd-en plaatsonafhankelijk informeel geleerd wordt? In mijn publicatie over mijn onderzoek heb vooral gereflecteerd op wat social learning van betekenis kon zijn voor de master Leren en Innoveren.

AanbevelingenOnderzoekMyriam

Aanbevelingen nav het onderzoek van Myriam Lamerichs-Geelen

Mijn respondenten uit mijn onderzoek waren gemotiveerd om ict in te zetten voor leren en professionaliseren alleen zij zagen nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media hun kennis open te delen en samen te werken. Is het een aanname om te veronderstellen dat haar respondenten sociale media ook niet inzetten? In ieder geval is dat niet benoemd in het onderzoek van Myriam. Samen met Myriam verken ik of er ook mogelijkheden zijn voor docenten van Zuyd en probeer aanbevelingen te formuleren.

Ik heb Myriam gevraagd:
  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot ¬†informeel leren?

Hoewel uit de literatuur blijkt dat sociale media een positieve invloed hebben op betrokkenheid van studenten, de netwerkvorming, en de participatie bij leeractiviteiten, zien de docenten uit mijn onderzoek nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als privé activiteiten gezien worden.

  • Hoe zie jij dat?
  • Wat heb jij als docent nodig om ook sociaal te kunnen leren?

Morgen kan je de reactie van Myriam lezen.
Haar onderzoekspublicatie is niet open toegankelijk, maar haar onderzoek wel via de HBO-kennisbank te downloaden.

Groet,
Judith

Social learning & MLI

Had je gezien Marcel dat d√© ūüėČ ¬†Wilfred Rubens op zijn blog over mijn artikel Social learning, mogelijkheden voor de MLI¬†heeft geschreven. Wat een eer! Leuk hoor. Goed ook dat hij terecht enkele kritische opmerkingen plaatst. Zo leer ik weer¬†sociaal ūüôā

Wilfred vond dat wij de belangrijke punten bij social learning zoals openheid, proactieve houding en benutten van je netwerk nader uit hadden kunnen werken. Dit zijn inderdaad ook belangrijke punten waar aandacht aan kan worden besteed bij een Master Leren en Innoveren. Zoals ik in mijn blog over de VUCA world Maria Conner al citeerde:

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.

Maar je maakt keuzes in je artikel. Ik wilde ze toch benoemd hebben, daarom kort in de ‘bespiegelingen’:)
En ja sommige termen had ik beter kunnen toelichten, Maar er komt nog een vervolg! Mijn studiemaatje en carpoolmaatje van het reflectiebusje Myriam Lamerichs heeft haar publicabel artikel geschreven over haar MLI-onderzoek over ervaringen van hbo-docenten met informeel leren. Haar artikel Informeel leren op maat¬†triggerde mij. Ik heb haar uitgedaagd voor een blogbattle. Die heeft ze geaccepteerd. Die ‘woordenstrijd’ wordt nog gevoerd.

Via een tweet van Dani√ęlle vernam ik dat mijn begeleidster Petra toch echt aan de slag gaat met social learning. Super leuk. Ik ga binnenkort weer eens met haar koffie drinken, dan hoor ik wel meer van haar plannen.

TweetDQ

gegroet,
Judith

Social learning, mogelijkheden voor de MLI

Hallo Marcel,

Als afronding van de MLI heb ik in augustus een publicabel artikel moeten schrijven. De meeste studenten schrijven een artikel over hun onderzoek. Omdat ik tijdens de integratiefase constateerde dat alles wat ik wat ik aan¬†producten heb opgeleverd in de 5 MLI-leerarrangementen te maken had met het thema waar ik zo warm voor loop: ‚Äėsocial learning‚Äô, besloot ik hierover het artikel te schrijven. Social learning is niet echt een thema binnen de MLI, terwijl ik wel mogelijkheden zie. Hierover heb ik de afgelopen twee jaar ook geregelmatig geblogd. Deze blogs zijn ook verwerkt in¬†het¬†artikel.¬†Ik heb mijn onderzoeksbegeleidster Petra het boek over Social Learning van Marcel de Leeuwe en Wilfred Rubens kado gedaan om haar meer over dit onderwerp¬†te laten lezen, zodat zij met mij mee kon denken over social learning bij de MLI. Het onderstaand artikel is¬†ook als pdf te¬†downloaden.

Het artikel had ik nog niet ter publicatie aangeboden. Ten eerste omdat ik reactie van het management van de MLI wilde afwachten. Dat is inmiddels gebeurd. Zij gaan de inhoud intern verder bespreken en vonden het uiteraard prima dat ik dit zou publiceren. Op welke wijze dan ook ūüėČ Ten tweede vind ik het meer passend een artikel over social learning via sociale media te verspreiden dan via een¬†fysiek tijdschrift. Er is toch geen betere weg dan via¬†ons blog. Daar waar het ooit (deze maand 6 jaar geleden)¬†allemaal begon met mijn sociaal leren!

Benieuwd wat je / jullie er van vinden.
Groet, Judith

Over de auteurs

Judith van Hooijdonk is als I-adviseur bij Zuyd Hogeschool betrokken bij ict-innovaties in het onderwijs en ict-docentprofessionalisering. Zij is een fervent gebruiker van sociale media, Twitter noemt zij haar ‚Äėpermanente bijscholingscursus‚Äô en haar diverse blogs haar ‚Äėbuitenboordbrein‚Äô. Binnen haar mastertraject ‚ÄėLeren en Innoveren‚Äô van Fontys Hogescholen heeft zij het leren met sociale media vanuit theoretisch en onderwijskundig perspectief op verschillende terreinen verkend.Profielfoto
judith.vanhooijdonk@zuyd.nl
twitter: @jujuutje
blog: 2beJAMmed.org
linkedin: https://nl.linkedin.com/in/judithvanhooijdonk

PetraPetra Swennenhuis is onderzoekster en docent aan de Master Leren en Innoveren (MLI) van Fontys Hogescholen en heeft Judith begeleid in haar onderzoek over social learning bij hbo-docenten. Zij is een beginneling op het gebied van sociale media, maar ziet veel mogelijkheden om dit in te zetten in professionele leergemeenschappen.
petra.swennenhuis@fontys.nl
linkedin: https://www.linkedin.com/pub/petra-swennenhuis/a/796/878/nl

Naar aanleiding van het praktijkgericht onderzoek dat Judith in het kader van de MLI heeft verricht, verkennen zij in deze publicatie samen aan de hand van de recente uitgave van De Leeuwe & Rubens (2015) vanuit student- en docentperspectief de mogelijkheden van social learning voor de MLI. Deze master is gericht op het professionaliseren van de leraar. De lerenden zijn afkomstig uit alle onderwijssectoren en hebben vele jaren onderwijservaring. Deze volwassen studenten leren onderwijsvernieuwingen kritisch te begeleiden en deze te onderscheiden van trends, mythes en hypes op onderwijskundig terrein. Binnen de MLI staat actief, motiverend, samenwerkend leren centraal, waarbij peerfeedback in de leerteams een centrale rol speelt.

Veranderende samenleving

We leven en leren in een samenleving waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn. Het leren, kennis delen en het communiceren gebeurt meer en meer met behulp van ict, in het bijzonder sociale media. Samenwerkend leren is niet iets van de laatste decennia maar door de opkomst van internettechnologie wel sterk onder de aandacht gekomen en sluit daarmee aan bij de onderwijskundige opvattingen van de afgelopen 20 jaar dat leren vooral plaatsvindt via sociale interactie. De term social learning die hiervoor nu gebruikt wordt, is niet nieuw. In de jaren zeventig van de vorige eeuw ging Bandura in zijn Social Learning Theory er al van uit interactie belangrijk is voor leren. Door sociale media krijgt social learning wel een nieuwe dimensie. De Leeuwe & Rubens (2015) defini√ęren social learning als ‚Äúsamenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt‚ÄĚ.

Social learning staat voor verandering in leren. Met name flexibiliteit, veerkracht, wendbaarheid en weerbaarheid worden belangrijker in ons onderwijs zoals dat ook centraal staat in de onlangs gepubliceerde strategische agenda van de Vereniging Hogescholen voor de komende tien jaar. Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) benoemt aanpassingsvermogen naast kenniscirculatie als cruciaal in haar rapport ‚ÄėNaar een lerende economie‚Äô. In onderwijstrendrapporten zoals #hbo2025 en de jaarlijkse Horizon van Educause wordt het samen professionaliseren door met, van en door elkaar te leren, al dan niet binnen communities of netwerken, met behulp van sociale media, steeds benadrukt.

Sociale media spelen een belangrijke rol bij social learning. Door sociale media is het gemakkelijk om informatie en ‚Äėpeers‚Äô te vinden, om samen problemen op te lossen en nieuwe kennis te ontwikkelen en te delen, op elk moment vanaf elke plaats. Mede door de mobiele technologie zijn sociale media niet meer weg te denken uit ons leven en hebben ze ook invloed op de visie op leren. Gepersonaliseerd leren, actief leren en dat levenslang zijn belangrijke thema‚Äôs die ons beeld van het onderwijs van nu be√Įnvloeden. Tevens wordt informeel leren tegenwoordig steeds meer gezien als een belangrijke manier van professionaliseren. Vanuit de literatuur wordt de maatschappelijke noodzaak van het (kunnen) participeren in (sociale) netwerken in de huidige kennissamenleving regelmatig benoemd. Sociale media zijn de hypefase voorbij; over een paar jaar zijn wellicht de huidige populaire netwerken vervangen door anderen, maar het fenomeen blijft bestaat. Het gaat bij social learning niet om de sociale media tools maar over ontwikkelingen als samenwerken, kennis delen, openheid en verbinding. Onderwijsprofessionals zouden social learning ‚Äėvoor moeten leven‚Äô. Het is immers de verantwoordelijkheid van het onderwijs leerlingen en studenten voor te bereiden op de samenleving en uiteindelijk op het arbeidsproces. Dit geldt ook voor de MLI-student, de werkende onderwijsinformatieprofessional afkomstig uit verschillende onderwijssectoren. Het is interessant om te onderzoeken in hoeverre social learning en het leren met behulp van sociale media is ingebed in een masteropleiding rondom de nieuwste inzichten op het gebied van leren en innoveren.

Social learning en professionalisering

Vanuit (onderwijs)organisatieperspectief is het belang van samenwerken en kennis delen in netwerken evident. Aanleiding van het onderzoek van Van Hooijdonk (2015) is de aandacht voor samenwerken en kennis delen in netwerken dat steeds meer vorm krijgt door middel van ict, met name sociale media. Het onderzoek vond plaats bij een docententeam van een hbo-gezondheidszorgopleiding, waarin 47 docenten via een vragenlijst (n=33) zijn bevraagd naar hun digitale competenties, in een focusgroepbijeenkomst (n=5) is verder ingezoomd op de kansen en mogelijkheden die sociale media voor de netwerken van dit docententeam kunnen bieden. Uit dit onderzoek blijkt dat de betrokken docenten samenwerken in netwerken belangrijk vinden. Ook zijn zij gemotiveerd hun onderwijs met behulp van ict te verbeteren en willen ze aansluiten bij de technologische veranderingen. Toch blijkt dat het merendeel van de docenten sociale media nauwelijks inzet in hun onderwijs en netwerken. Hoewel uit de literatuur blijkt dat sociale media een positieve invloed hebben op betrokkenheid van studenten, de netwerkvorming, en de participatie bij leeractiviteiten, zien de docenten uit het onderzoek nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als priv√© activiteiten gezien worden. ‚ÄúIk gebruik het priv√© echt minimaal, mijn meeste sociale media activiteiten zijn werk maar ik voel me niet zo prettig als iemand ziet dat ik mijn Twitter of Facebook open heb. Ja dat is heel gek maar het is gewoon zo.‚ÄĚ Om op de hoogte te blijven van nieuwe ontwikkelingen gebruikt eenderde van de docenten sociale media (vooral LinkedIn). Het online delen van kennis of idee√ęn gebeurt relatief weinig, een ruime meerderheid zegt dit nooit via internet te doen. Dit beeld komt overeen met de resultaten van het onderzoek van iXperium HAN (Uerz, Kral, & de Ries, 2014).

Binnen de MLI wordt gebruik gemaakt van diverse leertechnologie√ęn: een portal, een elektronische leeromgeving, blogs, en e-mail. In de lespraktijk gebruiken de MLI-docenten diverse sociale media tools, zoals Glogster, Padlet, YouTube, Socrative. Blogs worden veel ingezet, echter niet om het actief leren te bevorderen maar vooral ter vervanging van de elektronische leeromgeving, dus als √©√©nzijdig communicatiemiddel en verzamelbak van PowerPoint en hyperlinks. Recentelijk, met de introductie van een leerarrangement als een game, is binnen de MLI een nieuwe stap gezet naar het online, gezamenlijk en motiverend leren van studenten. De ervaringen van zowel studenten als docenten zijn positief en vormen de basis voor doorontwikkeling.

Tijdens wekelijkse fysieke MLI-studiebijeenkomsten is veel aandacht voor samenwerkend leren en het geven van feedback. De elektronische leeromgeving die de MLI gebruikt, faciliteert dit samenwerkend leren niet. Deze omgeving wordt alleen gebruikt voor het opslaan van onderwijsinhoud en het inleveren van opdrachten. De afstand tot de opleiding kan verkleind worden door het aanbieden van een online leer- en samenwerkingsomgeving die tegemoet komt aan de behoefte van relationele verbondenheid en die kan bijdragen aan het zelfgeorganiseerd leren. Het met elkaar in verbinding blijven, ook online, cre√ęert een nabijheid die belangrijk is voor de intrinsieke motivatie (√©√©n van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci). In zijn proefschrift stelt Hermans (2015) dat volwassen lerenden zelf de regie willen hebben over hun eigen leerprocessen, autonoom zijn in wat en hoe zij leren, waarbij zelfgeorganiseerd (informeel) leren een belangrijke rol speelt. Een online leer- en samenwerkingsomgeving als sociaal leernetwerk waar op basis van profielen interactie en kennis en reflecties delen tussen studenten wordt, bevordert social learning.

Het inzetten van sociale media bij leer- en werkprocessen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. De open cultuur en de snelheid waarmee deze veranderingen plaatsvinden, vragen van docenten en studenten om een nieuwe toolset, mindset en skillset. Participatie in sociale media vraagt naast digitale competenties om in een bepaalde mate van openheid relaties op te bouwen, om vrijelijke kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk. Uit het onderzoek van Van Hooijdonk (2015) bleek dat veel hogeschooldocenten hun digitale competenties ten aanzien van online samenwerken en open kennis delen niet hoog inschatten. Dit beeld komt overeen met de ervaringen van veel MLI studenten; ook zij voelen zich vaak bewust onbekwaam ten aanzien van digitale competenties. Naast digitale competenties worden ook privacy-issues als argument gebruikt om sociale media niet voor leren, samenwerken en kennis delen te gebruiken. Er zijn ook wel juridische vragen te stellen bij het gebruik van sociale media binnen een formele onderwijssetting. Kan een docent een student verplichten tot het aanmaken van een account op Facebook, Google, WordPress, Dropbox? Sociale media bieden prachtige kansen voor co-creatie maar als onderwijsontwerper moet je wel goed nadenken met wel doel je welke tool inzet. Immers de keuze om sociale media te gebruiken ligt bij de gebruiker zelf en is niet af te dwingen. Toch zijn er ook veilige, meer afgesloten leeromgevingen beschikbaar waarmee social learning gestimuleerd kan worden. Leeromgevingen zoals Feedbackfruits of Simulise (bijvoorbeeld het Leerplein van de Nieuwste Pabo) bieden sociale media-achtige tools waarmee studenten en docenten meer open kunnen communiceren en kennis kunnen uitwisselen, kunnen reflecteren en elkaar open feedback geven. Hierdoor wordt het onderwijs interactiever en wordt de mogelijkheid geboden om samenwerkend leren online buiten de fysieke studiebijeenkomsten voort te zetten. Deze omgevingen zouden voor de MLI een mooie uitdaging zijn om social learning te faciliteren waarbinnen sociaal leeractiviteiten plaats kunnen vinden zodat interactie tussen studenten kan toenemen.

Nieuwe kansen

Casus ‚ÄėNieuwe kansen voor praktijkgericht onderzoek‚Äô
Het kunnen benutten en opzetten van praktijkgericht onderzoek behoort tot de competenties van aan afgestudeerde MLI-er. Aangezien MLI studenten in hun dagelijkse werk vaak niet veel ervaring opdoen met praktijkgericht onderzoek vormt dit leerarrangement voor veel studenten een grote uitdaging. In de huidige opzet werken de studenten tijdens het eerste jaar aan een onderzoeksvoorstel en voeren zij in het tweede jaar een onderzoek uit. Hoewel ze hierbij intensief worden begeleid, blijkt dat in de praktijk niet altijd just-in-time. De studenten komen één keer in de acht weken (zoiets?) samen met hun leerteam. Het onderzoekstraject geschiedt vooral in eigen tijd en tempo.

Ook bij het uitvoeren van een praktijkgericht onderzoek kan social learning ondersteunend zijn. In de rol van reflective practioner dient de MLI-student te beschikken over vaardigheden als het kunnen geven van feedback, het kritisch beoordelen en reflecteren. Door bijvoorbeeld het inzetten van blogs kunnen studenten worden gestimuleerd na te denken en te reflecteren over hun onderzoeksproces. Door vervolgens medestudenten te stimuleren (al dan niet met credits) hierop te reageren ontstaat er een gesprek waardoor besproken concepten worden aangescherpt. Door reflecterend bloggen in plaats van e-mailen naar de onderzoeksbegeleider (en enkele mede-studenten uit het leerteam) kunnen de studenten van elkaar leren, zo ontstaat er een kennisbron die just-in-time beschikbaar is voor iedereen met toegang. Social learning gaat om verantwoordelijkheid bij de student te leggen, dat betekent ook dat hij/zij moet kunnen bepalen hoe ‚Äėopen‚Äô zijn blogs zijn, en of ook het werkveld waar het onderzoek plaatsvindt, toegang krijgt tot zijn blogberichten. Als opleiding kun je er voor kiezen gebruik te laten maken van beschikbare blogtools als WordPress of Blogger. Een leeromgeving als het Leerplein van de Nieuwste Pabo biedt vergelijkbare tools. Het voordeel van het inzetten van zo‚Äôn omgeving is dat studenten in veilige omgeving sociaal kunnen leren. Tevens wordt binnen zo‚Äôn omgeving een community gevormd waarbinnen de MLI-studenten elkaar kunnen ontmoeten . De MLI-studenten zien elkaar immers maar √©√©n dag in de week. Het meeste leren vindt buiten de leerteams plaats. Het opbouwen en onderhouden van een profiel is in zo‚Äôn omgeving dan ook belangrijk. Binnen het leerproces van de MLI speelt peerfeedback een centrale rol. Bij peer feedback wordt gebruik gemaakt van elkaars kennis, daarom is het ook belangrijk dat de profielen van de studenten actueel zijn. Door ook persoonlijke informatie aan de profielen toe te voegen wordt onderling vertrouwen bevorderd waardoor onderlinge relatie versterkt worden.

Bespiegelingen

Een perfecte leeromgeving bestaat niet. Niet iedereen ziet de mogelijkheden van informeel leren en gepersonaliseerd, gamified, open onderwijs. In de publicatie van De Leeuwe & Rubens (2015) benoemen zij ‚Äúom lerende te leren hoe zij als professional bij kunnen blijven op hun vakgebied door sociale media te gebruiken voor informeel leren‚ÄĚ als een valide reden om sociale media binnen het onderwijs in te zetten. Terecht stellen zij dat implementatie van social learning in het onderwijs als een ‚Äúcomplexe en radicale verandering‚ÄĚ. Dat komt omdat hiermee meer regie bij de lerende wordt gelegd, zij krijgen daarmee een grote mate van eigen verantwoordelijkheid ten aan zien van het leerproces.
De vraag waarom doen we de dingen zoals we ze doen en waartoe dient ons onderwijs zijn vragen die passen in een masteropleiding rondom leren en innoveren. Juist op zo‚Äôn opleiding waar onderwijsprofessionals uit alle onderwijssectoren samen leren en vernieuwingen in het onderwijs onderzoeken, zou het zelf ervaren en evalueren van trends centraal moeten staan. In deze bestaande cultuur van lerend vernieuwen zouden gedeelde perspectieven gevormd kunnen worden en gezamenlijke handelingspraktijken ontwikkeld. Al lerend vernieuwen wordt dan kennis uitgewisseld, onafhankelijk denken gestimuleerd en ruimte gecre√ęerd om verschillende opvattingen te onderzoeken en alternatieven af te wegen.

Social learning past binnen de ontwikkelingen van onze netwerksamenleving. Sociale media stellen lerende in staat om samen te werken, kennis te cre√ęren en te delen. Het inbedden van informeel leren binnen een curriculum kan zelfgeorganiseerd leren bevorderen. Dat past binnen het streven naar een lerende economie en de veranderende visie op leren ten aanzien van gepersonaliseerd en levenlang leren. Het inzetten van sociale media lijkt positieve effecten te hebben op de autonomie en relationele verbondenheid van studenten. Toch zijn er nog geen onderzoeksresultaten naar de effectiviteit van social learning bekend. Voor een masteropleiding rondom de nieuwste inzichten op het gebied van leren en innoveren zou het een mooie uitdaging zijn om dit te onderzoeken.

Referenties
De Leeuwe, M. & Rubens, W. (2015). Social learning en leren met sociale media. Groningen : Noordhoff.

Hermans, H. (2015). OpenU: design of an integrated system to support lifelong learning (Doctoral dissertation, Open University, Heerlen, Netherlands). Retrieved from http://dspace.ou.nl/handle/1820/5998

Uerz, D., Kral, M., & De Ries, K. (2014). Lerarenopleiding voor de 21ste eeuw: Leren en lesgeven met ict. Nijmegen: iXperium/Centre of Expertise Leren met ict. Retrieved from http://specials.han.nl/sites/ixperium/blijf-op-de-hoogte/nieuwsberichten/lerarenopleiding-voor-de-/Lerarenopleiding-voor-de-21e-eeuw-Dana-Uerz.pdf

Van Hooijdonk (2015). Leren professionaliseren: Leer-ontwikkel-werk-samen-onderzoek-kennis-deel (Master’s thesis Fontys Hogescholen, Eindhoven, Netherlands)

Master Learning and Innovation #MEd #MLI

MEdHoera! En nu dan ook echt het papiertje in huis, Marcel. Vandaag kreeg ik samen met 27 mede-studenten het diploma uitgereikt. Voor ieder was er een praatje met een plaatje. Michiel, die 2 jaar mijn studiebegeleider was, had voor mij mooie woorden met een zeer toepasselijk plaatje van één van mijn favoriete muzikanten. Top keuze!

Bij jou denk ik gelijk aan de titel van jouw blog ‘2 be jammed’ waarop jij jouw dagelijks leven bespreekt met je collega Marcel, ook je belevenissen in de wereld van leren en innoveren. En daar jam je er dan ook lustig op los. Een voorbeeld voor velen, ook voor ons, als het gaat om social media-gebruik en online tools.
In de rol van student voelde je je niet altijd zo lekker relaxed. Kaders knellen bij jou kennelijk nogal eens. De vraag “voor wie doe ik dit eigenlijk?” heb je tijdens onze gesprekken dan ook regelmatig zuchtend uitgesproken. Bob Marley zingt het ook: “Jam’s about my pride and truth, I cannot hide, only to keep you satisfied”. En nu heb je de finish gehaald, dus relax …. En jouw moeder, die danst boven met jou mee.

Dank je wel Michiel!

Het was een mooie afsluiting van 2 intensieve jaren. Met veel studenten en docenten nog eventjes kunnen praten. De MLI laat ik voorlopig nog niet los hoor. Een afspraak met enkele docenten is al gemaakt ūüôā
Een etentje samen met manlief en kinderen was een mooie afsluiting van deze leuke middag.

Judith

NB Niet dat ik een titel zo belangrijk vind maar ik vraag me nu af of de toevoeging MEd achter mijn naam nu de juiste is. Op de site van de MLI lees ik dat ik opgeleid ben tot de Master of Education (MEd). Op mijn diploma staat deze graad niet vermeld, hierop staat Master of Learning and Innovation. MLI dan achter mijn naam? Ach, zo belangrijk is het ook allemaal niet. Ik heb het gedaan en afgerond. Daar ben ik supertrots op.

22 september
Collega en medestudent Frank Duijzings heeft vandaag navraag gedaan bij NVAO ivm de juiste titulatuur. En hij kreeg de bevestiging¬†dat MEd juist is! Hartelijk dank voor het uitzoeken F.A.A. Duijzings MEd ūüôā

En een mooi album met foto’s deelde de MLI op Facebook. Dank!!

IMG_2241

 

Goed hoger beroepsonderwijs: functioneel of dienstbaar? Lezing Gert Biesta #MLI

Dag Marcel,

Vorige week vonden in het hoger onderwijs¬†de openingen van het nieuwe studiejaar plaats, vaak worden daar sprekers voor uitgenodigd. Zo ook bij Fontys Hogescholen. Gert Biesta verzorgde daar de opening, en de studenten van de MLI waren daarbij uitgenodigd. Jammer dat ik dat miste ūüôā maar gelukkig kan ik nog inloggen met mijn studentenaccount zodat ik de lezing nog kon bekijken.

Biesta’s¬†boek Het prachtige risico van onderwijs¬†heb ik in bezit ¬†maar omdat ik er geen tijd voor had om te lezen heb ik het uitgeleend aan Olaf. Benieuwd wat hij er van vindt. Toch heb ik al vaker artikelen van Biesta¬†gelezen en is zijn gedachtegoed is me bekend:¬†1)¬†kwalificatie (het opdoen van kennis en vaardigheden), (2) socialisatie (waarden en normen van een gemeenschap) en (3) subjectivering (persoonlijke vorming tot een zelfstandig, verantwoordelijk en kritisch individu). Ik heb hem¬†al vaker in mijn blogs benoemd. Gert Biesta¬†wordt vaker geciteerd in discussie over goed onderwijs, en dan met name als het gaat over normatieve vragen zoals in het Bildungs debat bij Zuyd. Ook in de kernwaarden zoals beschreven in de strategische agenda 2025 van de Vereniging Hogescholen, zie je zijn gedachtegoed¬†terug.

Biesta begon zijn lezing met het duiden van opvallende ontwikkelingen en verschuivingen in het onderwijs in Nederland. Hij verwees naar zijn publicatie Goed onderwijs en de cultuur van het meten waarin hij de vraag stelt

Meten we wat we waardevol vinden
of zijn we waardevol gaan vinden wat wordt gemeten?

In onderwijsland heerst een onvrede met de afrekencultuur die maar tot zekere hoogte tot verbetering heeft geleid. De meetcultuur met haar schijnzekerheid van cijfers heeft geleid tot een hernieuwde aandacht voor normen en waarden. De vraag die hierbij nu vaak gesteld wordt is: wat is goed onderwijs?  Biesta bedoelt hiermee niet effectief (proces) of excellent (competitie) onderwijs, maar heeft het over waarden en waarderingen.

Biesta constateert ook een ‚Äėver-lering‚Äô van het onderwijs. In de afgelopen 20 jaar wordt steeds vaker gesproken in termen van leren: gepersonaliseerd leren, levenlang leren, informeel leren, leeromgevingen. Biesta pleit om de discussie terug te brengen naar onderwijs in plaats van leren. De taal van het leren gaat over een (individueel) proces en is abstract. Terwijl onderwijs gaat over inhoud, doel en relaties.¬†Biesta‚Äôs theorietje, zoals hij dat zelf noemde:

onderwijs gaat ergens over [aanbieden/verwerven van kennis en vaardigheden],
onderwijs representeert altijd tradities [manieren van doen en zijn] en
onderwijs werkt altijd in op de persoon.

Dat betekent, volgens Biesta, dat het onderwijs daar expliciet verantwoordelijkheid voor dient te nemen. Onderwijs behoort aandacht te besteden aan de reeds eerder genoemde drie deeldomeinen: (1) kwalificatie, (2) socialisatie en (3) persoonsvorming en hoort deze drie domeinen in balans te houden. Dan spreek je volgens Biesta over goed onderwijs. Dit is niet gemakkelijk, want er is altijd spanning tussen deze drie domeinen.

Goed onderwijs vraagt om drie-dimensionaal denken en doen

Dat betekent dat we altijd deze vragen vragen moeten stellen:

  • Wat willen we dat onze studenten in ieder van de 3 domeinen bereiken?
  • In welke vorm? Hoe ontwikkelen/ontwerpen het¬†onderwijs?
  • Hoe gaan we om met de balans. Hoe maken we afwegingen tussen het belang tussen de 3 domeinen?

Dat is complex is en dat het werk van de docent dat ook is, geeft Biesta toe.

Wat betekent dat in het hbo? Wat is goed hoger beroepsonderwijs?
Biesta gelooft niet dat het hbo bij uitstek gericht moet zijn op kwalificatie maar zeker ook op socialisatie (beroepsidentiteit): het inleiden van de student in en verbinden met de beroepscultuur.¬†Goed beroepsonderwijs vereist ook expliciete aandacht voor de richtinggevende¬†waarden van een beroep. Vervolgens legt Biesta uit dat ethisch handelen niet automatisch leidt tot goed onderwijs. De filosofische gedachtegang die hij vervolgend deelde, vind ik lastig te reproduceren, maar ik snapte hem wel. Binnen¬†het 3e domein ‘persoonsvorming’ benoemde¬†Biesta: Bildung, beroepsethiek en vorming tot volwassenheid. Zowel in de opvoeding als in het onderwijs is het onze taak om kinderen / studenten te helpen hun¬†zelfstandigheid bevorderen, ook door los te laten.

Goed onderwijs draait dus ook om identiteitsvorming: ‘hoe je bent‘, maar heeft ook te maken met subjectiviteit: ‘wie je bent’.

Biesta plaatste nog een kantekening bij het veelgehoorde verhaal: het roer moet om, zoals

  • de samenleving verandert in hoog tempo (Ja zeg Biesta, voor sommige en in sommige domeinen)
  • we weten niet hoe toekomst er uit zal zien. (Volgens Biesta veranderen de normen en waarden over democratie, ecologie en zorg niet snel)

Als we het hebben over waardevol onderwijs moeten we naast begrippen over kenniseconomie, competitie, flexibiliteit, functionaliteit ook termen als democratie, ecologie en zorg toevoegen aan deze referentiepunten.

Onder functioneel hoger beroepsonderwijs verstaat Biesta doen wat er gevraagd wordt en dienstbaar hbo is dienstbaar aan samenleving, werkveld en student. Waardevol onderwijs betekent ook dat je als onderwijs(instelling) niet precies moet doen wat er gevraagd. maar nadenken over de waarden waar je voor wilt staan. En de vraag stellen: Is dat wat goed voor je?

Interessante lezing van Biesta. Ook lastig te volgen soms. Ik was blij dat¬†ik sommige stukken nog eens opnieuw kon beluisteren. Zoals gezegd het was nogal filosofisch van aard. In een¬†gastblog heeft Biesta¬†onlangs een poging tot verdere verheldering gedaan mbt persoonsvorming / subjectificatie. Met onderstaand citaat¬†sluit ik dit blog af. Een mooie overweging voor de rest van de zondag ūüôā

In mijn recente werk benoem ik deze hele dynamiek vaak in termen van volwassenheid. Volwassenheid is daarbij niet de uitkomst van een ontwikkelingsproces, maar een manier van in de wereld zijn. Volwassen-zijn betekent dat we niet onze eigen wensen en verlangens (met inbegrip van de wensen en verlangens die we hebben rondom onze identiteit) centraal stellen, maar steeds weer de vraag stellen of wat we wensen en verlangen goed is voor ons eigen leven, ons leven met anderen (democratie) en het leven op een planeet met beperkte mogelijkheden (ecologie). De vraag is, met andere worden, of onze wensen wenselijk zijn en onze verlangens ‚Äėverlangbaar‚Äė. Wat het antwoord op die vraag is, is iets wat ieder van ons uiteindelijk alleen zelf kan bepalen, waarbij we uiteraard ook verantwoordelijkheid dienen te nemen voor het antwoord dat we geven. Een belangrijke taak van onderwijs en opvoeding is om die vraag tot een levende vraag in het leven van kinderen en jongeren te maken ‚Äď een lastig proces, maar zeker niet onmogelijk.

Judith

“Tijd voor ouderwets nadenken” in wetenschappelijk onderzoek

Hi Marcel.

Een paar weken geleden twitterde ik een krantenbericht over het artikel Estimating the reproducibility of psychological science uit het tijdschrift Science. Het bleek dat zo’n 60% van 100 psychologische onderzoeken uit 2008 die herhaald werden in het kader van het Open Science Collaboration project niet dezelfde uitkomsten opleverden. Het was geen random steekproef en betrof alleen die onderzoeken die gemakkelijk te herhalen waren.

Uiteraard staat na zo’n bericht de wetenschappelijke wereld een beetje op zijn kop.
Dit betekent natuurlijk niet dat al het psychologisch onderzoek onzin en frauduleus (Stapel-syndroom) is. Het lijkt mij ook schier onmogelijk om al het onderzoek naar menselijke psyche en gedrag te repliceren. Het is zo complex en context afhankelijk. Tijdens mijn eigen onderwijskundig onderzoek heb ik vaker met mijn dochter (die tegelijk met mij bezig was met een onderzoek in de communicatiewetenschappen) gesproken over de meetbaarheid van sociaal wetenschappelijk onderzoek. Wij vonden het lastig. Er zit zoveel ruis in het onderzoeksproces: aard van vragen, interpretatie, waarde en normen van onderzoeker, etc.

Gisteren stond in de NRC een column van Jan Derksen. Hij verwoordde wat ik voel bij onderzoek:

In een poging zo objectief mogelijk te zijn, wordt de toevlucht gezocht in de statistiek en methodiek. In plaats daarvan zou men observatie en denken moeten trainen; die zijn cruciaal bij psychologieonderzoek.

Dit ‘ouderwets’ nadenken is volgens mij niet alleen cruciaal voor psychologieonderzoek, maar ook voor onderwijsonderzoek, communicatieonderzoek. Van al die cijfertjes en methodologie√ęn gepresenteerd tijdens de ORD werd ik niet echt heel vrolijk. Meer aandacht voor waarderend onderzoeken dat gericht is op samen dromen en cree√ęren ipv cijfertjes genereren zou ik wel voor zijn ūüôā

Tijdens mijn studie werd gedoceerd dat wetenschappelijk onderzoek systematisch en controleerbaar moest zijn. Het onderzoek moest door anderen herhaald kunnen worden en dezelfde resultaten opleveren. Tevens kon er maar √©√©n verklaring voor het onderzochte probleem zijn, en je moest het veronderstelde kunnen aantonen. Voor mij betekende dit dat ik in mijn onderzoek gebruik ging maken van ‘valide en betrouwbare instrumenten’, en niet het pad bewandelde van wat meer onconventionele onderzoeksmethode. 

Of het (psychologisch) onderzoek in een crisis verkeert zoals Jan Derksen in zijn column beweert, weet ik niet. Daarvoor ken ik de wetenschappelijke wereld (nog) niet goed genoeg. Meer aandacht voor ‘twijfel’ in onderzoek in plaats van alles willen bewijzen zou voor mij het reflecterend proces dat onderzoek volgens mij zou moeten zijn ten goede komen. Dat betekent voor mij ook meer samenwerking tussen onderzoekers. Zo’n project / beweging als Open Science Collaboration is een mooi initiatief om dialoog over wetenschappelijke waarde te stimuleren. Open onderzoek! Ik ben voor! 

 Judith

Imagazine. Mijn beeldverslag #MLI

Ja Marcel, de één van de laatste opdracht van de MLI is binnen! Mijn beeldverslag is met een goed beoordeeld!

Met veel plezier heb ik gewerkt aan mijn glossy. Hoe ik dat gedaan heb, lees je hier.
Als afronding van mijn tweejarige master Leren en Innoveren aan Fontys Hogescholen moest ik in een beeldverslag aantonen dat ik de verschillende MLI-rollen (excellente leraar, ondernemende ontwikkelaar, begeleider en gesprekspartner voor collega’s en reflective practioner) op masterniveau beheers en effectief kan inzetten in mijn werk, voor nu en naar de toekomst toe. Dit vormt de kern van dit beeldverslag. Via een zelfbeoordelingsformulier moest ik een soort leeswijzer voor de beoordelaar maken. Het moest immers in een half uur te lezen zijn. Per rol geef ik aan wat ik wilde leren bij aanvang van mijn studie, wat ik de afgelopen 2 jaar geleerd heb en hoe ik deze rol naar de toekomst zie. Wat anderen over mij zeggen, is te lezen in de tekstballonnen. Voor deze openbare publicatie vond ik het niet nodig naar de achterliggende verantwoordingsdocumenten te linken, ook de fragmenten van het interview met mijn leidinggevende heb ik verwijderd.

Basis voor dit beeldverslag vormen de ruim 200 blogposts die ik tijdens deze 2 jaar heb geschreven over en naar aanleiding van wat ik geleerd heb bij de MLI. Het was een mooie memory lane door 2 studiejaren via mijn blogs en de feedback die ik verzameld heb via diverse formulieren en tweets. Je kunt mijn beeldverslag downloaden als pdf op online lezen via issuu

Ik eindig mijn beeldverslag natuurlijk met oprechte dank aan allen die mij gesteund hebben: man en kinderen, familie en vrienden, collega’s, studiegenoten en docenten van de MLI, tweeps. En natuurlijk ook dank aan jou, blogmaatje. Jij was¬†degene die 2,5 jaar geleden zei: ga studeren! Ik ben niet altijd blij geweest dat ik dit advies heb opgevolgd. Maar nu wel ontzettend trots dat het me, ondanks de emotionele periode rondom het overlijden van mijn moeder, gelukt is!

Nu nog mijn vakpublicatie afronden en dan hoop ik maandag het verlossend mailtje van de MLI te ontvangen.
Judith

 

%d bloggers liken dit: