Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Passie en vastberadenheid

Ha Marcel,

Morgen verschijnt in de Nieuwsflits weer een een TEDtalk. Ik dacht dat deze nieuw voor me was, maar had m toch al eens eerder gezien en gedeeld. Het verhaal van de Amerikaanse psycholoog Angela Lee Duckworth over het begrip ‘Grit’ is ‘worth spreading’. Grit bestaat volgens haar uit passie, volharding en het nastreven van lange termijndoelen. Op grond van haar onderzoek stelt ze dat grit bepalend is voor succes en niet IQ.

Op een blog van Janneke Stielstra las ik een aantal handreikingen hoe je ‘Grit’ kunt ontwikkelen

Altijd goed om dit nog een keer goed in je oren te knopen. Voor elke leeftijdscategorie 🙂

Als je wilt weten hoe ‘Gritty‘ jij bent, doe dan de Grit Score Quiz op de website van Angela lee Duckworth 😉

Groet,
Judith

Gelezen: Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs.

Hallo Marcel,

Het zal je vast niet ontgaan zijn dat nu, ruim een jaar na het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs (Dominique Sluijsmans & René Kneyber) het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs (Dominique Sluijsmans & Mien Segers) is verschenen. Ik kreeg het boek omdat ik het graag wilde lezen en om er een blog over te schrijven natuurlijk 🙂

De afgelopen jaren is veel aandacht geweest voor summatief toetsen. Dat heeft op veel onderwijsinstellingen geleid tot het invoeren van toetsbeleid en het professionaliseren van docenten via BKE/SKE-trajecten. In opdracht van de Vereniging Hogescholen zijn er rapporten verschenen als Beoordelen is Mensenwerk (2014) en Protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo 2.0 (2017). Echter, naast het summatief toetsen van kennis en vaardigheden komt er steeds meer aandacht voor Bildung. Jan Anthonie Bruijn zegt daar in zijn voorwoord over

Een kwalitatief hoogstaande samenleving heeft mensen nodig die kennen, kunnen en voelen: daar ligt voor ons als onderwijsmakers dus een grote verantwoordelijkheid

Aansluitend schrijven de redacteuren Dominique Sluijsmans en Mien Segers in de inleiding dat deze visie

vraagt om een herkadering van het waarom, wat en hoe van de manier waarop wij studenten toetsen en beoordelen.

In 239 pagina’s informeert het boek ons over de formatieve functie van toetsen en beoordelen. Kernthema van het boek is hoe de huidige testcultuur van toetsen en beoordelen (met informatiearme cijfers) kan worden veranderd in een feedbackcultuur. Een collectief gedeelde visie op kwaliteit van leren en de rol van beoordelen is hierbij essentieel. In de BKE/SKE professionaliseringstrajecten gaan docenten al op zoek naar nieuwe inzichten en visies op toetsen en beoordelen, en wat dat betekent voor de eigen opleiding/curriculum. Inmiddels is er een enorme toenamen van formatieve toetsen. In de praktijk blijken deze meer een summatieve functie te hebben, omdat er weinig ontwikkelingsgerichte informatie aan wordt toegevoegd. Feedback dient geen ‘afrekenmoment’ te zijn, zo wordt ook in het boek bepleit.

Onderzoek heeft aangetoond dat feedback een krachtig middel is om te leren. Om tot een duurzame feedbackcultuur te komen moet men de bereidheid hebben ‘elkaar verder willen helpen’. Dit stimuleren is essentieel, dat hebben we ook ervaren tijdens het Zuyd innovatieproject FeedbackFruits.

In een zeer prettige schrijfstijl worden vele docenten uit diverse kennisdomeinen van het hoger onderwijs geportretteerd. Centraal in deze 13 interviews staat de vraag wat feedback van docenten vraagt en op welke manier docenten met elkaar een feedbackcultuur kunnen realiseren. Ook (oud-)collega van Zuyd, Ilse Meelberghs, heeft een bijdrage geleverd.

Naast voorwoord, inleiding en de interviews bevat het boek 11 verdiepende hoofdstukken met bijdrage van o.a. Filip Dochy, Esther van Popta, Cees van der Vleuten, Tamara van Schilt-Mol. Het boek eindigt met vijf kernboodschappen die volgens de twee redacteuren nodig zijn voor een toetsrevolutie in het hoger onderwijs. Zij ondersteunen hun boodschappen door te verwijzen naar (eigen) wetenschappelijk onderzoek en naar de interviews en de verdiepende hoofdstukken in het boek.

In een feedbackcultuur …
1. is er sprake van een samenhangend en studeerbaar ontworpen curriculum
2. krijgen studenten door voortdurende formatieve evaluatie alle kansen om de studie succesvol te doorlopen
3. leren studenten verantwoordelijkheid te nemen tegenover zichzelf en elkaar
4. nemen docenten verantwoordelijkheid tegenover zichzelf en elkaar
5. is er sprake van een collectief kwaliteitsbewustzijn

Dominique en Mien benoemen ook dat de toenemende rol van technologie in het onderwijs en de snelle ontwikkeling van learning analytics dat binnenkort wellicht het denken over assessment opnieuw ter discussie zal stellen. Daar weet jij dan weer meer van 🙂

Tijdens het lezen van dit boek viel het me op dat of je nu over het realiseren van een feedbackcultuur hebt of het kunnen omgaan met technologische ontwikkelingen of over het belang van (sociaal) informeel leren van professionals, we blijven het hebben over pioniers die geduld moeten hebben. Geduld? Terwijl overal wordt gesproken dat opleidingen hun studenten beter willen (moeten!) voorbereiden op de arbeidsmarkt door niet alleen kennis en vaardigheden te toetsen maar ook complexe vaardigheden beoordelen als samenwerken, communiceren, leiderschap en professionaliteit. En dat van die studenten (en docenten!), die voorbereid moeten zijn op levenslang leren, een sterke zelfsturing wordt verwacht. Ik heb al eens vaker geblogd over de knowmad, een professional die slim gebruik maakt van sociale technologie om te leren, te reflecteren en bij te blijven op zijn/haar vakgebied bij te blijven. Vol ongeduld wacht ik. En ondertussen pionier ik vrolijk verder 🙂

In het boek wordt door docenten en onderzoekers gesproken over het belang van (peer)feedback. Ik had het waardevol gevonden als er een aantal kritische bijdrage van studenten was toegevoegd. De (ex-)studenten in mijn directe omgeving zien het belang van (peer)feedback niet zoals de auteurs en geïnterviewden van dit boek dat wel (terecht!) bepleiten. In de praktijk blijkt het toch erg lastig te zijn om docenten en studenten, die een traditionele summatieve toetscultuur gewend zijn, uit deze mindset te halen.

Veranderen kost tijd en veel geduld. Maar er zijn ook al zeer veel goede voorbeelden, zoals in dit boek te lezen. Een inspirerend boek met vele handvatten voor het complexe proces van onderwijs ontwerpen waar feedback een integraal onderdeel van vormt. Van harte aanbevolen.

Paasgroeten,
Judith

 

Sluijsmans, D., & Segers, M. (Red.). (2018). Toetsrevolutie: Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs. Culemborg: Phronese.

Het boek is te koop (€24,99) via uitgeverij Phronese. Vanaf mei zal dit boek net als het andere Toetsrevolutieboek als pdf beschikbaar zijn via de website toetsrevolutie.nl

Know that you don’t know yourself

Or at least not as well as you think you do…

Dat is de conclusie van een interessante TED-talk over de illusie van keuzevrijheid die ik zojuist zag. We zijn echt flink te manipuleren. Marcel. Of om positief te formuleren: we hebben flexibele geesten 🙂

Cognitief psycholoog Petter Johansson vraagt zich in zijn TED-talk af waarom we de keuzes maken die we maken? Met behulp van kaarttrucjes die hij van goochelaars heeft geleerd toont hij aan dat we onszelf toch niet zo goed kennen als we denken.

Food for thought op de zondagavond.

Groet,
Judith

Das war TOL

Tsja Marcel, het is niet anders. Met pijn in ons hart hebben wij afscheid genomen van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren. Per 1 februari is het lectoraat opgeheven. Dat betekent niet dat het thema technologie-ondersteund leren verdwijnt. Gelukkig niet. Het is nog even afwachten hoe dat vorm gaat krijgen.

Zoals ik in november blogde heb ik veel tijd gestopt in de website van het lectoraat. Die verdwijnt per 1 april. Daarom toch maar even een paar screenshots gemaakt …..

Nog even wat cijfers …. De website is tussen 1 september en 31 januari 2.267 keer bezocht. Dit is gemiddeld 14 keer per dag. 18% van het bezoek kwam van een computer uit het Zuyd netwerk. Niet spectaculair, maar toch aardig gezien het feit dat we nog nauwelijks bekendheid aan deze website hebben gegeven.

De informatie van deze site gaat natuurlijk niet verloren. Jouw berichten over je promotie-onderzoek zijn ondergebracht op onze 2beJAMmed. De blogberichten én DC4E staan nu op vernieuwde website

onderwijsontwikkeling.zuyd.nl

Op deze website staat ook de informatie van community.community.zuyd.nl, de blogomgeving van initiatiefgroep Community van Communities waar ik ook aan deel heb genomen. Deze website gaat binnenkort offline.

Groet,
Judith

Informatievaardigheden integraal in curriculum

Hallo Marcel,

Zoals je wellicht weet streeft Zuyd Bibliotheek er naar dat informatievaardigheden vanaf september 2018 een integraal  onderdeel vormt van de curricula. Hiervoor wordt momenteel veel voorbereidend werk verricht zoals het ontwikkelen van videomateriaal en LibGuides. Dit materiaal is geschikt voor zelfstudie maar kan ook door docenten worden ingezet tijdens de lessen.

Uiteraard gaan de collega’s ook in gesprek met opleidingen over de aanpak van deze integratie. Wellicht kan de bijdrage van Carola van Dijk over curriculum + informatievaardigheid die ik een paar weken geleden op LinkedIn heb gedeeld hierbij behulpzaam zijn.

IDEA (Interview, Design, Embed, Assess)

Carola beschrijft op basis van een artikel van Kimberly Mullins het IDEA Model. Dit model is gebaseerd op best practices en ondersteunt het ACRL Framework for Information Literacy for Higher Education. In dit framework wordt informatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat.

De 4 stappen om curricula te ontwerpen waar informatievaardigheid in is verwerkt (met dank aan Carola voor de vertaling 🙂 heb zelf het artikel alleen maar gescand. )

  1. Interview: je voert als informatiespecialist gesprekken met docenten, je verzamelt data over het studentenprofiel van de opleiding, je leert de vakken van de opleiding kennen en je neemt modulehandleidingen door. Daarnaast kijk je naar de literatuur die docenten voorschrijven.
  2. Design & Gap-analyse: je bepaalt per leerjaar welke leerdoelen er op het gebied van informatievaardigheid zijn vastgesteld, je brengt in kaart welke andere – vaak vakinhoudelijke – leerdoelen er zijn én hoe informatievaardigheid wordt getoetst/beoordeeld. Op basis van deze informatie stel je als informatiespecialist samen met docenten, na een Gap-analyse, nieuwe leerdoelen op het gebied van informatievaardigheid vast.
  3. Embed: je combineert vakinhoudelijke leerdoelen met informatievaardigheid en je realiseert hierdoor embedded informatievaardigheid die de bestaande opbouw van het curriculum niet verstoort, maar versterkt.
  4. Assess: docenten trainen, behaalde resultaten beoordelen en het curriculum indien nodig bijstellen.

Bron: Mullins, K. (2016). IDEA Model from theory to practice: Integrating information literacy in academic courses. The Journal of Academic Librarianship, 42(1), 55-64. http://dx.doi.org/10.1016/j.acalib.2015.10.008

Bruikbaar, voor de hand liggende stappen die onze informatieprofessionals kunnen gebruiken. Ook in het kader van het programma Succesvol Studeren lijkt mij zo. Dit programma van Zuyd streeft er naar dat alle bacheloropleidingen in 2020 beschikken over een duurzaam studeerbaar curriculum. Dat de bibliotheek hierbij ook een rol kan spelen, lijkt mij evident. Bekijk anders het rapport van ACRL (Association of College and Research Libraries) maar eens: Academic Library Impact on Student Learning and Success. Anneke Dirkx beschrijft op haar blog een aantal onderwerpen waarmee de bibliotheek volgens de auteurs van het rapport haar bijdrage aan studiesucces kan aantonen of vergroten. Ik neem er een paar uit over

  1. Communiceer over de bijdrage van de bibliotheek
  2. Vergroot de rol van de bibliotheek in het onderwijs en in het leerproces. Integreer bronnen in de leeromgeving en in worksflows, regel workshops en onderwijs, en meet de resultaten hiervan.
  3. Werk samen met anderen in het onderwijsveld. Niet alleen in je eigen instelling, maar ook daarbuiten, zoals met musea, openbare bibliotheken, archieven. Onderzoek wat zij doen, maak er gebruik van.

Ik laat het verder aan mijn collega’s van Zuyd Bibliotheek om deze bronnen verder te analyseren en dat eruit te halen wat bruikbaar is voor hun eigen praktijk. Dat geldt ook voor het onlangs verschenen artikel in de Educause Review The Link to Content in 21st-Century Libraries die met prachtige voorbeelden van Amerikaanse universiteitsbibliotheken laat zien hoe je ook digitale content kan verbinden met de fysieke bibliotheek. Nee, je kunt de fysieke Zuyd Bibliotheek niet vergelijken met deze grote bibliotheken, maar het kan wellicht wel als inspiratiebron dienen voor de spannende uitdagingen waar onze bibliotheek voor staat.

Groet,
Judith

Gezien #ExLibris: The New York Public Library

Hallo Marcel,

Maandagavond heb ik in het Filmhuis van De Domijnen Sittard gratis de documentaire Ex Libris: The New York Public Library gezien. Deze documentaire is in november vertoond op het IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam). Op Inside IDFA is nog een interview door Conny Palmen met de 87 jarige maker Frederick Wiseman te bekijken.

De vertoning maandagavond was mogelijk gemaakt door de Vereniging van Openbare Bibliotheken en ProBiblio.

Omdat ik 7 jaar geleden New York bezocht heb en ook de prachtige bibliotheek aan Fifth Avenue wilde ik deze documentaire graag zien. Samen met Liesbeth Mantel en zo’n 30 bibliotheekliefhebbers heb ik de zit van 3 uur en 17 minuten uitgezeten.

Ja, ik vond het wel een zit. Ondanks dat er aangekondigd was dat de documentaire zonder pauze zou worden getoond was er gelukkig halverwege even een break en kregen we een gratis consumptie van De Domijnen 🙂

Van te voren had ik gelezen dat de documentairemaker Frederick Wiseman niet interviewt, geen muziek gebruikt, geen commentaar geeft maar alleen registreert wat er gebeurt. Soms gebeurde er veel en soms helemaal niets. Voor mij had de documentaire ook een uur korter gemogen. Ik miste de duiding van de mensen die aan het woord waren.

Wat ik wel prachtig vond was om al die verschillende NewYorkers te zien, wat een diversiteit zowel van bezoekers als personeel. Maar ook de beelden van de straat. De hectiek van buiten die door de dikke muren van het bibliotheekgebouw tot binnen te horen is. Naast de prachtige centrale bibliotheek heeft de New York Public Library ook vele filialen zoals in Chinatown, The Bronx, Harlem, bibliotheek voor blinden en slechtzienden. Je kreeg een goede indruk van de vele activiteiten die door de bibliotheek wordt geïnitieerd. Van computercursussen in Chinatown, als voorleessessies, boekbesprekingen, banenmarkt, lezingen, discussiebijeenkomsten, muziekvoorstellingen. De bibliotheek biedt een podium voor velen.

Regelmatig was de camera ook aanwezig bij bespreking van directeur Anthony Marx en zijn team. Dilemma’s als private financiering tov publieke financiering, de verhouding van fysieke collectie tov e-books irt lange wachttijden, de daklozen in de bibliotheek. Ook Francine Houben van bibliotheek TU Delft zagen we even aan het woord.

Zie ook artikel in Bibliotheekblad over deze documentaire.

Wat Zuyd Bibliotheek van deze film kan leren? Daarover sprak in de pauze even met Jack Pleumeekers, teamleider Zuyd Bibliotheek en Guido Wolfs, directeur Dienst O&O die ook aanwezig waren. De kracht van deze film is voor mij dat de mens centraal staat. Dus dienstverlening aanpassen op je doelgroep. Dat is per locatie van Zuyd Bibliotheek verschillend. Doelgroep in Sittard is anders dan in Maastricht of Heerlen. Dat biedt wel vele mogelijkheden (en uitdagingen). Voor Ligne Bibliotheek zou ik, zoals ik al eerder schreef in een blog, samen met De Domijnen een paar aansprekende events organiseren. En die hoeven echt niet groots te zijn. Maar wel DELEN! en vooral DOEN! Jouw studenten van de Faculteit ICT hebben al workshops LegoMindStorms verzorgd zoals jij trots meldde in je laatste blog. Een mooie start.

Groet,
Judith

8 februari 2018

Voor de film heb ik ook Jeanine Deckers de hand geschut. Ik kende haar alleen onder haar twitternaam @tenaanval 🙂 Ook zij heeft een blog geschreven over Ex Libris. Zij vond de film prachtig. Het klopt wat zij schreef: “Probeer vooral niet alle gesprekken te volgen want ruim 3 uur bij de les blijven en die soms hoog-intellectuele gesprekken in het Engels volgen is niet te doen. Maar laat je meevoeren met de beelden en kijk naar al die bijzondere mensen die in beeld komen. En ga je vooral niet ergeren aan het feit dat niemand benoemd wordt, dus dat je geen idee hebt wie daar allemaal aan het woord zijn”. Dat heb ik ook gedaan, alhoewel ik het laatste half uur wel erg veel moeite had om mijn ogen open te houden. Maar ik was dan ook errug moe 🙂

Werken vanuit de bedoeling

Hi Marcel,

In het kader van het professionaliseringstraject voor medewerkers van Dienst O&O is onlangs op initiatief van Marcel van der Klink (lector Professionalisering van het Onderwijs) en Kathleen Schlusmans (OU) een studie-/leesgroepje samengesteld waarin ik samen met 4 collega’s aan deelneem. Regelmatig zullen wij een boek of artikel bespreken, het vanuit verschillende perspectieven benaderen en antwoorden proberen te vinden op vragen als

  • Wat leren we ervan?
  • Wat moet ik nu doen?
  • Wat moeten mijn collega’s ervan weten?
  • Wat moet leidinggevenden en bestuur ervan weten?

Het eerste boek dat we 30 januari gaan bespreken is  boek Andersom organiseren: doen wat nodig is, geschreven door 2 CvB-leden van ROC A12, Toine Schinkel en Liesbeth Schöningh. Dit boek heb ik al eens gelezen en in 2016 over geblogd. We hebben er zelfs een bloggesprek over gevoerd. Jij reageerde en ik daar weer op 🙂

Ik heb het boek nu, twee jaar later, herlezen. Heb ik mijn mening over het boek, met de kennis van nu, herzien?

Waar gaat het boek ook al weer over?

Het boek is gebaseerd op het gedachtegoed van Verdraaide Organisaties van Wouter Hart. In zijn model worden drie cirkels onderscheiden:

  1. de systeemwereld, de wereld van regels, protocollen en prestatieindicatoren
  2. de leefwereld, de waardecreatie tussen professional en de klant in het hier en nu
  3. de bedoeling, daar waar het uiteindelijk om te doen is.

Systemen en procedures worden bedacht om ervoor te zorgen dat in de leefwereld de goede dingen worden gedaan. In de praktijk blijkt dit nog wel eens (lees: vaak) zijn doel voorbij te schieten. De systemen zijn leidend geworden en de organisatie is dan ‘verdraaid’. Dan is het goed terug te gaan naar de bedoeling. Waarom doen we dit ook alweer? Wouter Hart bepleit om de denkrichting te verdraaien. Niet denken vanuit systemen en procedures maar vanuit de bedoeling. Dat wil niet zeggen dat de zeggen dat de systeemwereld niet belangrijk is. Zeker wel, maar niet dominant sturend maar ondersteunend. De sturing ligt bij de mensen.

De twee collegeleden in het boek Andersom organiseren beschrijven de situatie in 2015. Tijdens het 2,5 jaar durend transitieproces werden drie ingrijpende bewegingen in gang gezet: een structuurverandering, een reorganisatie (een hele managementlaag er tussenuit) en een cultuurverandering. De koerswijzing werd ingezet naar een lerende cultuur / lerende organisatie waarbij

  • het primaire proces centraal staat
  • aansluit op de belevingswereld van de student
  • differentiatie uitgangspunt is
  • gewerkt wordt aan een veilig leerklimaat voor student én docent
  • studenten en docenten trots zijn op hun opleidingen.

Zie verder mijn eerder blog over het boek.

Maar wat kan ik hier aan doen? In onze bloggesprek zo’n 2 jaar geleden over dit boek vroegen we ons af of Anderom Organiseren alleen de verantwoordelijkheid is van het CvB. De auteurs van het boek benadrukken de belangrijke rol die het management hierbij speelt. Ik schreef toen dat ik dacht dat dit waar is. Denk ik  dat nog steeds?

De illusie van beheersbaarheid

Mijn manier van leren is dat ik om het boek heen op zoek ga naar informatie. Toevallig had Jeroen Bottema begin januari een blog geschreven over verdraaide organisaties. Via dit blog kwam ik op de website van De Veranderbrigade die werken volgens de principes van Wouter Hart. Op deze website vond ik onderstaand filmpje.

Ik herken onze organisatie hier wel in. Het hoger onderwijs gaat aan marktwerking ten onder. Marktwerking betekent productiedwang en dat betekent bureaucratische controle. Studenten worden als consumenten benaderd, die vervolgens waar voor hun geld willen en shopgedrag vertonen. Als we dit anders willen, zal iedereen: professionals en aankomende professionals verantwoordelijkheid moeten nemen. Een veelheid aan regels en kaders helpen hierbij niet. Volgens Hart is bureaucratische controle angst tegen professionele zelfsturing. Professionals laten verantwoordelijkheden los en leunen achterover …

Ook dat herken ik wel …

Omdraaiing vergt een totaal andere mindset van de professionals.

Loslaten of anders vasthouden?

In mijn zoektocht naar andere bronnen, kwam ik ook een nieuw boek van Wouter Hart tegen: Anders Vasthouden. Bij presentaties van zijn boek Verdraaide Organisaties merkte Hart dat wie je ook spreekt de professional, de ondersteuner of de bestuurder, iedereen wijst naar elkaar. Iedereen geeft, vanuit zijn eigen perspectief, aan zelf wel vanuit de bedoeling te kijken, maar door de laag daarboven te worden aangesproken op de systeemwereld. Het blijkt dus dat iedereen naar de laag boven hem/haar kijkt en dat verantwoordelijkheden naar beneden afgeschoven worden. Ik herken dat wel. Dus wat kan ik er zelf aan doen? Vanuit mijn cirkel van invloed? Door los te laten (wat ik toch wel regelmatig tegen mezelf zeg 😉 ) of door anders vast te houden?

Ik heb de inleiding en enkele bijlages van dit nieuwe boek gelezen.

De systeemwereld wordt ervaren als te veel sturend en te veel gericht op standaardisatie. De leidinggevende stuurt op de systeemwereld en maakt het de professional die wel vanuit de bedoeling wilt werken lastig. We houden elkaar gevangen in een web van wantrouwen bestaande uit veelheid aan regels en controle mechanismes (en als er dan eens iets misgaat dan duikt de pers er op en moet er een verantwoordelijke aan de schandpaal). Op alle organisatieniveaus hoor ik dat er ruimte genoeg is, maar die niet gepakt wordt. Ik hoorde het een bestuurslid NVAO zeggen over de hoger onderwijsinstellingen, ik hoorde het een onderwijsbestuurder zeggen over docenten. Hoe komt het dat we deze professionele ruimte dan toch niet zo ervaren?

Ontbraving, zegt Wouter Hart. Jezelf niet zien tov het systeem (en dus om kaders vragen, advies vragen aan leidinggevende) maar tov de bedoeling (samen met teamleden, collega’s oplossingen bedenken) dan maak je de leefwereld krachtiger. Niet het braafste meisje van de klas willen zijn, dus 🙂

Wat vraagt het werken vanuit de bedoeling voor mij als professional, werkend in een ondersteunende dienst?

Vragen blijven stellen

  • Wat was ook al weer de bedoeling?
  • Doen we dit omdat het hoort, of helpt het ons ook echt?

Dat betekent naast de ander staan. Als ondersteuner niet de problemen over willen nemen. Er wordt vaak gesproken over ontzorgen van de docent. Deze collega heeft al zoveel op zijn bordje. Klopt. Maar hierin schuilt volgens mij een risico. Ondersteunende diensten horen er alleen te zijn voor specialistische kennis. Niet voor algemene. Ontzorgen zonder te onteigenen, dus.

  • Zit er rek in de ruimte die er te vinden is?

Staan voor waar het mij om gaat

Eigenlijk zou ik er naar moeten streven dat het cluster onderwijskundig advies en ondersteuning niet meer nodig hoeft te zijn. Dat elke zelfsturend team van professionals (docenten) weet hoe zij co-creërend blended leerarrangementen kan ontwerpen. Dat zij op de hoogte zijn van wet-en regelgeving op het gebied van auteursrechten (in het kader van open onderwijs) en privacywetgeving (in het kader van online onderwijs). Dat ieder team zich op de hoogte houdt van nieuwe ontwikkelingen, experimenteert en ervaringen deelt binnen en buiten zijn team (knowmadisch werken in een vuca-world).

Voor mij betekent dit dat ik collega’s en een leidinggevende nodig heb die naast me staan en met mij werken aan oplossingen. En staan voor de bedoeling. Daar zullen we samen nog wel het gesprek moeten voeren. Te beginnen met het gesprek vandaag met mijn collega’s in ons studieclubje. Ik ben benieuwd tot welke inzichten zij gekomen zij na het lezen van het boek Andersom Organiseren.

Groet,
Judith

 

Meer informatie?

Digitale leerarrangementen voor toekomstbestendig onderwijs #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Vorige week, op die stormachtige donderdag, verzorgde Fleur Prinsen, lector Digitale Didactiek van Hogeschool Rotterdam haar lectorale rede als openbare les. Helaas kon ik er niet bij zijn. Via #digdidactiek kreeg ik wel een indruk. Wilfred Rubens en Jeroen Bottema waren er wel, en zij hebben er gelukkig over geblogd (hier en hier).

Bij de openbare les hoort een digitale publicatie Digitale leerarrangementen ontwerpen: Veranderende onderwijsleerpraktijken in het (hoger) onderwijs. Deze is vormgegeven als een online magazine.

De publicatie bestaat uit 6 hoofdstukken

  1. De verbintenis tussen onderwijzen, leren en technologie
  2. De veranderende onderwijsleerpraktijken
  3. De meerwaarde van digitale leerarrangementen
  4. Het (her)ontwerpproces van digitale leerarrangementen
  5. Kennis over digitale leerarrangementen delen

Gevolgd door een hoofdstuk waar het lectoraat zich op gaat richten. De kern van het lectoraat is innoveren van de onderwijsontwerppraktijk.

De veranderende onderwijspraktijk

In de eerste twee hoofdstukken worden beelden van de veranderende samenleving geschetst en wat dit betekent voor de onderwijspraktijk. Het biedt theoretische kaders waaruit Fleur Prinsen’s perspectief op leren (en die onderschijf ik 🙂 ) duidelijk werd: leren als sociale constructie (Vygotsky) en als connectiviteit (Siemens). Ontwerpen doe je niet alleen maar samen. Samen met docenten (co-creatie), met ICT-ers, met studenten (vergeet de informatieprofessionals en instructional media designers niet, Fleur).

Leren verandert als we technologie integreren in ons onderwijs, zo ook rol van de docent. Daarom formuleert zij een nieuwe definitie voor een digitale leeromgeving:

Een systeem dat het mogelijk maakt digitale leerarrangementen te ontwerpenwaarin het leerproces en het behalen van gestelde leerdoelen optimaal ondersteund kan worden.

Moodle, de nieuwe DLO van Zuyd ondersteunt dit. Hoewel het ontwerpen van leerarrangementen in deze omgeving best nog wel complex is. Er kan zoveel, ervaar ik nu tijdens de Moodle-trainingen. Een leuke uitdaging in ieder geval.

Leerarrangement

Een leerarrangement is gearrangeerd met het specifieke doel iets te leren. Leerarrangementen omvatten vaak online én offline leeractiviteiten die in een doorlopende leerlijn met elkaar verbonden zijn. De docent schrijft het script voor het leerproces. In ons DC4E-model maken we bijvoorbeeld gebruik van een aantal ontwerpmetaforen.

Fleur Prinsen introduceert het kunnen (co)ontwerpen van digitale leerarrangementen als een nieuwe didactische kwalificatie. In een bijlage beschrijft zij de kennisbasis ICT voor docenten, gebaseerd op competenties en vaardigheden voor digitale didactiek van ADEF. Uiteraard ken ik deze, maar goed om ze weer eens te zien. Zo ook het kaartspel dat Fleur heeft ontwikkeld om ontwikkelingswensen op het gebied van digitale didactiek te bepalen. Mooi om dit op te pakken samen met ons TPACK-spel.

Ontwerpmodellen zijn een goed startpunt waarmee docenten aan de slag gaan, schrijft Fleur Prinsen. Ze beschrijft vervolgens een aantal ontwerpmodellen. Het ADDIE-model komt uitgebreid aanbod. Deze is mooi vormgegeven in een infographic. Ons DC4E-model is gebaseerd op ADDIE en ook een procesmodel ter ondersteuning van het ontwerpen van onderwijs maar dan toegespitst op het onderwijs bij Zuyd.

Kennis delen

Bijna alles wat ik lees herken ik en ondersteun ik. Ik ben heel blij met hoofdstuk 5 waarin Fleur stelt:

Het zou mooi zijn als we de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het (her)ontwerpproces, zouden delen met collega’s binnen en buiten onze instituten. Maar hoe kunnen we dit het beste doen? En hoe kan dit soort kennis vervolgens weer het (her)ontwerp ondersteunen van degenen die deze kennis opzoeken?

Delen is nog niet zo gemakkelijk …

Vaak blijft de kennis die in de ontwerppraktijk ontwikkeld wordt impliciet. Ontwerpprincipes, of ontwerppatronen kunnen een rol kunnen spelen bij het delen van de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het ontwerpen van (digitale) leerarrangementen.  

Ontwerpprincipes worden gedefinieerd als een soort tussenvorm tussen wetenschappelijke bevindingen (die generaliseerbaar en reproduceerbaar moeten zijn) en lokale ervaringen of uitgewerkte voorbeelden die in de praktijk vorm krijgen. Bij het ontwikkelen van deze principes wordt namelijk zowel wetenschappelijke kennis als praktijkkennis meegenomen.

Helaas heeft zij het antwoord dus ook (nog) niet. Ze gaat het in haar lectoraat onderzoeken. Fleur Prinsen heeft een model geschetst om ontwerpkennis in kaart te brengen.

Fleur Prinsen heeft mooie onderzoeksvragen geformuleerd. Ik wens Fleur met haar lectoraat veel succes in haar ontdekkingstocht naar de antwoorden.

Vorm

De interactieve vorm ziet er echt prachtig uit. Alle hoofdstukken zijn via social media te delen. Onder elk thema staat een reactiemogelijkheid om punten ter verbetering of vragen door te geven. Er zijn zoveel navigatiemogelijkheden dat ik regelmatig de structuur kwijt was. Ik dacht dit op te lossen door de publicatie als pdf te downloaden, maar helaas deze is echt niet echt goed leesbaar. Uiteraard vraagt het lectoraat aan het eind van publicatie hoe we deze vorm ervaren. Natuurlijk heb ik daar mijn reactie achtergelaten 🙂 Ik heb voorgesteld om een duidelijke navigatiepagina met hoofdstukken en paragrafen toe te voegen (ik zag later dat deze toch wat verstopt aanwezig was, maar de onderverdeling vond ik niet echt duidelijk). Een goed leesbaar pdf lijkt mij wenselijk. Zo’n online magazine scan je snel, het is fijn als naslagwerk en handig om pagina’s te delen. Maar een publicatie goed lezen doe ik bij voorkeur via ee pdf.

Groet,
Judith

Impact van blended learning op studiesucces #onderwijsontwerpen

Ha Marcel,

In mijn blended learning boekenkast staat een link naar de website dr. Blend die behoort bij het promotieonderzoek van Nynke Bos. Titel van haar proefschrift: Effectiveness of Blended Learning: Factors Facilitating Effective Behavior in a Blended Learning Environment. Het doel van dit proefschrift was om te bepalen welke factoren effectief gebruik van onderwijstechnologieën vergemakkelijken of belemmeren in een blended learning omgeving. Het ging daarbij om zowel het onderwijsontwerp als studentkenmerken.

In het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is een artikel ‘Effectiviteit van Blended Learning’ van Nynke Bos en Saskia Brand-Gruwel gepubliceerd met een beknopt overzicht van de bevindingen uit proefschrift en de implicaties hiervan voor hoger onderwijs.

Potentieel blended learning. Maar wat is de praktijk?

In de inleiding wordt het hiaat benoemd hoe blended learning in het hoger onderwijs wordt toegepast versus het potentieel van blended learning zoals beschreven in de literatuur.

  • Praktijk: student heeft extra online leermiddelen tot zijn beschikking om zich voor te bereiden op het contactonderwijs of om hoorcolleges achteraf aan te vullen.
  • Literatuur: blended learning is de combinatie van open en online onderwijs met contactonderwijs waardoor het onderwijs meer gepersonaliseerd en flexibel kan worden aangeboden wat leidt tot meer zelfsturing van studenten en een actievere studiehouding.

Wat is de meerwaarde van blended learning zoals deze in de praktijk wordt toegepast op het studiesucces van de student? In hoeverre is de student tot zelfregulatie in staat doordat ook online leermaterialen aangeboden worden?
Nynke Bos onderzocht 2 blended learning cursussen van UvA die allebei opgebouwd waren uit niet-verplichte hoorcollege, toegang tot de webcolleges, verplicht werkgroeponderwijs met werkboeken met aanvullend studiemateriaal en formatieve toetsen (beschikbaar in een LMS). Het verschil was dat bij de ene cursus de formatieve toetsen facultatief waren en bij de ander verplicht. De cursussen waren niet expliciet ontworpen om het zelfregulerend vermogen bij studenten te stimuleren. Bij start van de cursussen hebben studenten MSQL dan wel ILS vragenlijst ingevuld waarmee studenten een inschatting geven van hun motivatie en metacognitieve vaardigheden.

Studentkenmerken

Het onderzoek bevestigt eerder onderzoek dat studenten leermiddelen verschillend gebruiken. Er werden vier gebruikerstypen geïdentificeerd:

  1. sociaal-gefocuste intensieve gebruikers (de hoorcollegebezoekers)
  2. content intensieve gebruikers (webcollegekijkers en toetsgebruikers)
  3. taak selectieve gebruikers (toetsgestuurd lerenden)
  4. niet-gebruikers (duidelijk ;))

Elk gebruikerstype liet een wisselende impact op het studiesucces zien. De mate van zelfregulatie lijkt niet het ontstaan van de verschillende gebruikerspatronen te verklaren, maar lijkt wel sterk samen te hangen met het studiesucces binnen een blended learning omgeving.

Wat betekent dit voor een blended learning ontwerp?

De bevindingen uit het onderzoek onderstrepen het belang van begeleiding aan studenten in een blended leeromgeving. Deze begeleiding moet tweeledig worden vormgegeven, nl

  1. hoe studenten verschillende leermaterialen moeten of kunnen combineren
  2. de metacognitieve vaardigheden: op welke manier kunnen leermaterialen bijdragen aan leerdoelen en welke strategieën zijn nodig om de leerdoelen te bereiken

Zoals wij in het DC4E-model ook in het hulpmiddel format leeractiviteiten hebben beschreven om bij ontwerpen wekelijks leerdoelen aan werkvormen en leeruitkomsten te koppelen, is het voor het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van studenten wenselijk om studenten ook expliciet hier op te wijzen.

Het onderzoek vindt maar een beperkte impact van blended learning op het studiesucces. Dat wil niet zeggen dat blended learning niet effectief is. Zo kunnen tools als discussiefora (tools die vragen om een actievere houding) een grotere impact hebben op het studiesucces.

Learning Analytics

Ook is in dit onderzoek gebruik gemaakt van learning analytics. Hier werden een aantal kritische kanttekeningen geplaatst (gemiddelden zijn niet zo eenduidig, het zegt niets over kwaliteit van leren, het lokt uit tot gaming the system(!) 😉 ). Ook het gebruik van learning analytics dashboards moet net als blended learning worden geleerd wil het ten goede komen aan het leerproces.

Conclusie

die we kunnen (moeten) meenemen in ons advies tav curriculumontwikkeling irt succesvol studeren:

Om effectievere blended learning omgevingen te ontwerpen, moet er meer aandacht komen voor hoe blended learning studenten ondersteunt bij zelfregulatie van het leren, waarbij learning analytic gebruikt kunnen worden om deze zelfregulatie te monitoren. 

Groet,
Judith

 

Bos, N.R. & Brand-Gruwel, S. (2017). Effectiviteit van Blended Learning. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 35(1), 5-21. http://hdl.handle.net/1820/9056

%d bloggers liken dit: