Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Spelend veranderen: wat gaan we doen?

Hoi Marcel,

Jij weet als geen ander hoe je speltheorie voor verschillende uitdagingen kunt inzetten. Jaap Boonstra, hoogleraar organisatieverandering en leiderschap neemt in zijn nieuwste boek Veranderen als samenspel. Een positieve kijk op het veranderen en vernieuwen van organisaties afstand het planmatig vernieuwen. Nu de werkelijkheid veel dynamischer is geworden helpt een planmatige veranderaanpak volgens Boonstra niet meer, je kan dan maar beter gaan spelen 🙂

In de podcast van Tjip de Jong licht hij zijn spelmodel in een uurtje toe. Het boek geeft meer theoretische diepgang en de bijbehorende zeer uitgebreide website biedt achtergrondinformatie, film- en videomateriaal, testjes, etc.

Boonstra’s oratie Lopen over water heb ik gelezen tijdens mijn masterstudie Leren en Innoveren. Ik heb daar destijds ook over geblogd. Ik schreef toen dat: “Boonstra vanuit de dynamische systeemtheorie en het sociaal constructivisme het concept van lerend vernieuwen introduceert. In deze visie veronderstelt hij dat ontwikkelingen en vernieuwingen op gang worden gebracht door instabiliteit en dialoog over de spanning dit dit met zich meebrengt. Kern is dat de feedbackprocessen zichtbaar worden. Mensen geven betekenis aan gebeurtenissen en creëren samen nieuwe mogelijkheden. Deze manier van veranderen en vernieuwen kent geen heldere doelen. De wijze van handelen is open. Ik snap nu beter mijn weerstand (niet pluis) bij de proces-planmatige aanpakken. Ik zag het mislukken. Onderwijs is immers een zeer dynamische omgeving.”

In zijn nieuw boek Veranderen als samenspel neemt hij nog meer afstand van de planmatige aanpak om te veranderen. Als de werkelijkheid dynamisch is dan werkt planmatige veranderen niet meer. De toekomst kan immers niet planmatig voorspeld worden. Boonstra zocht naar een nieuwe manier van kijken naar veranderen. Hij vond dat in de speltheorie. Het spelmodel dat hij in zijn boek beschrijft is een manier van kijken naar verandering als continu en doorlopend proces, een manier om beweging op gang te brengen.

Spelers verbeelden zich de toekomst, zoeken hun weg in een onzekere wereld en zetten zich in om hun toekomst gestalte te geven. Vanuit de spelmetafoor gaat het niet om een planmatige verandering met vooropgezette doelen. Het gaat om een collectief zoekproces waarin spelers samenwerken aan organiseren, veranderen en vernieuwen. Daarmee biedt de spelmetafoor een positieve kijk op het veranderen en vernieuwen van organisaties als collectief proces (p. 9).

De inleiding gaat in op de bedoeling van de spelmetafoor en over speelsheid. Het geeft een introductie op alle elementen van het speelveld, die vervolgens in 11 hoofdstukken verder uitgewerkt zijn en voorzien van theoretisch inzichten. Elk hoofdstuk is afgesloten met veranderkundige afwegingen. In het laatste hoofdstuk worden een aantal voorbeelden beschreven.

  1. Speelveld verkennen
  2. Spelers in kaart brengen
  3. Spelambitie verbeelden
  4. Spelpatronen doorgronden
  5. Spelidee beredeneren
  6. Spelidee concretiseren
  7. Spelverdeling organiseren
  8. Spelvormen inbrengen
  9. Spelbeleving ervaren
  10. Speler zijn
  11. Spelen met het spelmodel

Het spelmodel geeft taal aan veranderingen. De taal die Boonstra gebruikt om zijn spelmodel toe te lichten vind ik aansprekend. Zo bladerend door het boek herken ik vele theorieën en inzichten. In de veranderkundige afwegingen geeft hij taal aan mijn gevoelens die ik soms heb bij veranderingen waar ik mee te maken heb.

Wat gaan we doen? En wie doet er mee?

Dit zijn de kernvragen bij veranderen volgens Boonstra. Deze vragen creëren positieve sfeer en beweging. Iedereen kan meedoen, maar hoeft niet. Begin daar waar ruimte zit en energie bestaat voor veranderen. Veranderen is niet alleen iets van het management, ook leiders, bestuurders, professionals zijn allemaal gelijkwaardige spelers op het speelveld. Het kennen van de historie en de informele organisatie is een belangrijk gegeven bij veranderen (spelpatronen doorgronden), volgens Boonstra. Door beeld en verhaal te maken van het spel worden spelers aan het denken gezet en ontstaat er ruimte voor veranderingen en vernieuwing (p.217). Ook taal is belangrijk, duidelijk maken waar we het over hebben. Boonstra had moeite om zijn taal in het boek aan te passen van planmatige taal in speltaal. Planmatige taal zit diep in ons. Ook veroorzaakt door externe partijen die plannen willen om te waarborgen wat gaat gebeuren. Controle is een illusie in een dynamische omgeving, zegt Boonstra in de podcast.

Volgens Boonstra zijn er een aantal misvattingen over veranderen, hij noemt oa.:

  • de noodzaak van urgentie is achterhaald en gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat mensen alleen in beweging komen als er urgentie wordt ervaren;
  • inschakelen van externe adviseurs miskent de kracht en kwaliteit die in de organisatie zelf aanwezig zijn;
  • verandering kan je niet managen.

Boonstra begrijpt dan mensen verandermoe zijn geworden van planmatige veranderingen die nooit afgemaakt zijn. Het spelmodel heeft met een andere aanpak te maken. Veranderingen zijn een doorgaande beweging. Het is nooit af. Daarom worden bij het spelen met het spelmodel ook niet meer moe 🙂

Het boek is mooi geïllustreerd met figuren, heeft een rustige bladspiegel en is voor zien van een literatuurlijst, eindnoten en een register.

Ik ken verschillende Did you know?-versies. Deze trof ik aan op de website behorende bij het boek. De video behoord bij het verkennen van het speelveld. Het blijft een ongewisse toekomst, ook voor het onderwijs.

Of dit de werkelijkheid is in 2028? Het jaar dat ik met pensioen ga, of misschien ook niet. We zullen het zien. Ondertussen blijven we maar spelend veranderen. Dan blijft het leuk 🙂

Wat gaan we doen?

Groet,
Judith

Aan de slag met Wijze lessen!

Hoi Marcel,

Als je de onderwijswereld een beetje online volgt en je hebt nog niet gehoord van het boek ‘Wijze lessen’, dan heb je de laatste weken onder een steen geleefd 🙂 Er is al veel geschreven over het boek, en de auteurs hebben ons via social media al enige tijd lekker gemaakt. Op 10 september is het boek gepresenteerd en sinds 16 september is deze ook te downloaden via wijzelessen.nu

Vorige week had ik het boek dan ook eindelijk in handen 🙂 En uiteraard volgt nu ook mijn blog hierover.

Het oog wilt ook wat

Het boek telt 208 pagina’s en is prachtig vormgegeven. Fijne bladspiegel, hier en daar is in de kantlijn een begrip uitgelicht die in de tekst wordt toegelicht of als het meer toelichting behoeft in een kader geplaatst. Taalgebruik is prettig, het is alsof de auteurs je persoonlijk meenemen en vertellen wat ze weten. Een goede afwisseling tussen woord en beeld (bouwsteen 4). Herkenbare icoontjes. En per bouwsteen een duidelijke, uniforme structuur (bouwsteen 2):

  • samenvatting
  • met de bouwsteen aan de slag
  • wat onderzoek ons vertelt
  • recht uit de klas, met praktijkvoorbeelden
  • even reflecteren, met een aantal vragen
  • nieuwsgierig naar meer? mbv qr-codes wordt verwezen naar extra bronnen
  • wetenschappelijke bronnen, in overzichtelijke tabel

Elke beschrijving van een bouwsteen gaat vooraf door een passende, inspirerende citaat.
Ik vond het ook prettig dat het boek geen voetnoten heeft maar gewoon verwijzingen naar de literatuurlijst.

Context

Het boek is geschreven voor iedere onderwijsprofessional. Echter, de praktijkvoorbeelden komen voornamelijk uit het voortgezet onderwijs. Het zal daardoor voor leerkrachten uit het VO meer herkenbaar zijn dan voor HO docenten. Van onze studenten mag meer zelfstandigheid en minder sturing verwacht worden (*imho*) dan in het boek beschreven.

De kunst van het leraar zijn is het hebben van een goed gevulde gereedschapskist aan werkvormen die je kunt gebruiken in jouw eigen onderwijscontext zodat het werkt voor jouw leerlingen. (p.7)

De auteurs beginnen het boek met het beschrijven van 5 inzichten die gebaseerd zijn op bevindingen uit de cognitieve psychologie en lerareneffectiviteitsstudies. Dit heeft als gevolg dat sommige wetenschapsgebieden buiten de scope van het boek vallen. Op p. 21 wordt terecht het belang van pedagogisch-didactische kennis genoemd, die in het boek verder niet beschreven wordt. Daarom vind ik het jammer dat niet even is gewezen op het belang van digitale didactiek. Bij een goed gevulde gereedschapskist hoort inmiddels toch ook wel de kennis die een docent nodig heeft om ict te integreren in zijn onderwijs? De auteurs hadden even kunnen verwijzen naar TPACK, the Technological Pedagogical Content Knowledge Framework van Matthew Koehler en Punya Mishra [bron] om hiermee het belang van digitale didactiek aan te geven.

Ik had het hoofdstuk ‘hoe gebruik je dit boek’ opgenomen in de inhoudsopgave, of eerder in het boek geplaatst. Als informatieprofessional ben ik gewend eerst inleiding /de bedoeling en de bronnen te scannen. Het was even zoeken.

De vijf inzichten die de auteurs als wetenschappelijke basis gebruiken voor de twaalf bouwstenen :

  1. het werkgeheugen heeft een beperkte capaciteit
  2. de expert denkt anders dan de beginner
  3. generieke vaardigheden aanleren: het doel is niet altijd het middel
  4. leren is niet helemaal hetzelfde als presteren
  5. wat de meeste effectieve leraren doen is … gewoon goed lesgeven

Klik op de afbeelding om dit mooi en handig overzicht van de bouwstenen te downloaden

Bouwstenen

  1. Activeer relevante voorkennis
  2. Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie
  3. Geef voorbeelden
  4. Combineer woord en beeld
  5. Laat leerstof actief verwerken
  6. Achterhaal of iedereen het begrepen heeft
  7. Ondersteun bij moeilijke opdrachten
  8. Spreid oefening met leerstof in de tijd
  9. Zorg voor afwisseling in oefentypes
  10. Gebruik toetsing als leer- en oefenstrategie
  11. Geef feedback die aan het denken zet
  12. Leer je studenten effectief leren

De rode draad van de 12 bouwstenen is het stimuleren van het langetermijnleren. Dat doe je niet door maar één bouwsteen in te zetten. Het is ook niet een kwestie van stapelen. Je moet kijken naar je eigen context, zoals auteurs ook benadrukken, maar ook kritisch kijken naar je eigen functioneren. De docent als reflective practitioner! Ik vond het erg prettig dat de auteurs ook vanuit de ene bouwsteen naar de andere verwezen zodat de samenhang tussen de bouwstenen duidelijk wordt.

De docent kan met deze bouwstenen de student ook ondersteunen bij het goed studeren. Het is dan ook niet vreemd dat de bouwstenen (logischerwijs) ook doen denken aan de zes studiemethoden die bewezen effectief zijn: Spaced Practice (spreid je studeermomenten in de tijd); Retrieval Practice (actief ophalen van informatie); Verwerking (leg ideeën uit en beschrijf ze met veel details); Interleaving (wissel onderwerpen af tijdens het studeren); Concrete Voorbeelden (gebruik specifieke voorbeelden om abstracte ideeën te begrijpen); Dual Coding (combineer woord en beeld).

Effectief

Effectieve didactiek, effectieve leraren, effectieve lessen, effectieve instructie, effectief onderwijs, ….. Het woord effectief komt veelvuldig voor in het boek. Voor mij een irritatiepuntje. In het onderwijs moet alles resultaatgericht, waarbij begrippen als ‘effectief’ en ‘efficiënt’ gebruikt worden. Voor mij zijn dit economische begrippen en relateer ik aan het rendementsdenken in het onderwijs. Dat is zeker niet wat de auteurs bedoelen. Zij hebben het natuurlijk over didactiek dat effect heeft.

Actief leren

Actief leren is meer dan ‘bezig zijn’ (p.102). Wat het dan wel is? Ik las een mooie omschrijving waar actief leren wordt beschreven als een vorm van leren waarbij studenten volwaardig betrokken zijn bij het leerproces, het verwerken van de informatie en bovendien verantwoordelijk zijn voor het resultaat. Docenten kunnen dit leren stimuleren met activerende werkvormen. En voor mij, als technologie-ondersteund leren professional, kan (of ‘moet’) dit zeker ook met behulp van leertechnologie. Zoals al eerder gezegd wordt in het bowk nauwelijk aandacht geschonken aan leertechnologie. Video, Kahoot, Mentimeter, AR/VR worden zijdelings genoemd. De bouwstenen zijn goed te vertalen naar digitale didactiek en de hele praktische ‘recht uit de klas’-tips kunnen ook in een digitale leeromgeving toepast worden.

Zuyd heeft in het programma Succesvol Studeren een sleutel ‘actief leren’ beschreven, en het onderwijslectoraat is aan de slag met de pijler ‘actief leren’. Kansen om na de ‘as-is’ implementatie van onze leeromgeving Moodle nu in te zetten op didactische toepassingen die Moodle biedt. Met oa Dominique Sluijsmans ga ik hiermee aan de slag! Hoe leuk is dat. We hebben al zoveel materiaal. Ons ontwerpcyclus (DC4E), didactische Moodle cursussen voor docenten, aanbevelingen voor docentprofessionalisering van Evelien die natuurlijk ook betrokken is én deze Wijze Lessen!

Surma, T., Vanhoyweghen, K., Sluijsmans, D., Camp, G., Muijs, D., & Kirschner, P. A. (2019). Wijze lessen: Twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek. Meppel: Ten Brink.

 

Zo zin in!
Groet,
Judith

Presentatie Informatie aan Zee #IaZ2019

Hallo Marcel,

De afgelopen 2 dagen was ik in Oostende. Een uitwaaidag en een congresdag. Naar aanleiding van mijn 2beJAMmed blog Einde tijdperk boekenkasten in hogeschoolbibliotheek was ik door de organisatie van Informatie aan Zee uitgenodigd om een presentatie te verzorgen.

Ik heb gesproken over ambities, uitdagingen, dilemma’s waar de hogeschoolbibliotheek volgens mij voor staat. Ik sprak op persoonlijke titel op basis van mijn kennis en ervaringen met Nederlandse hogeschoolbibliotheken en technologie-ondersteund leren in hogescholen. Mijn verhaal sloot goed aan op hetgeen ik die dag al had gehoord. Uit een aantal onderzoeken die werden gepresenteerd bleek dat bibliotheken moeten ‘veranderen’, kijk bijvoorbeeld dit filmpje van de IFLA.

Na mezelf te hebben voorgesteld en de ongeveer 50 aanwezigen gevraagd hoe lang zij in een hogeschoolbibliotheek werken, ben ik begonnen met het benoemen van twee recente pubicaties: een reflectie over hogeschoolbibliotheken (Meta (2019) nr. 1) en HBO-bibliotheken slaan nieuwe wegen in (IP (2019) nr. 5) en heb ik me hardop afgevraagd of de hogeschoolbibliotheken in een identiteitscrisis beland zijn. Wat ik bij hogeschoolbibliotheken zie, is:

  • veel personeel van boven de 50, en er is weinig/geen aanwas omdat er geen hbo-bibliotheekopleidingen meer zijn. Tijdens de fusiegolf in de jaren 80-90 was ook de tijd van opkomst Google. Bibliotheekopleidingen raakte hun identiteit kwijt en dus ook hun status. In het gezamenlijk ochtendprogramma sprak Ellen Hartman van OCLC, een frisse jonge verschijning in bibliotheekwereld die cijfertjes toonde van de professionele onbalans qua leeftijd in de bibliotheekwereld. Wil je jonge informatieprofessionals in je bibliotheek? Weet dan dat flexibiliteit en blijvend ontwikkelen belangrijk voor hen is. Blij om te horen dat er een Jong Bibliotheek Netwerk is.
  • bescheidenheid, het ‘Calimero-effect’
  • onvoldoende innovatiekracht. Volgens een recent onderzoek van twee docenten van de laatste IDM-opleiding in Nederland blijkt dat er meer bibliotheekinnovaties zijn dan dat je op het eerste zicht zou zien. Maar ze zijn niet zichtbaar. Andere type medewerkers (technische, creatieve sector) en trainen kan hier verandering in brengen. In het onderzoek zag ik geen voorbeelden van hbo-bibliotheken.
  • Tegen het bijna-niet op te boxen aannames van de omgeving dat docenten, onderzoekers en studenten wel kunnen zoeken. Kunnen zoeken (via Google) is nog niet informatievaardig, onderzoeksvaardig en/of mediawijs zijn.

Een hogeschoolbibiotheek is ondersteunend aan het primaire onderwijsproces en heeft een aantal functies:

  1. Ontmoetings- en studie-/stilteplek
  2. Catalogiseren, collectievorming en uitleen (fysiek en digitaal)
  3. Services: trainingen informatievaardigheden studenten en docenten; onderzoekondersteuning, auteursrechteninformatiepunt, etc.

Elke functie heb ik verder toegelicht. Het liefst zou ik geen keuze maken in deze functies, ze zijn allemaal waardevol. Toch dwingen vaak omstandigheden tot een keuze. Deze context kan zijn: aansturing, budget, personeelsbestand, organisatiecultuur, percepties. De hogeschoolbibliotheek is in de kern informatiepartner die een betrouwbare collectie aanbiedt om zo een bijdrage te leveren aan de professionele ontwikkeling van studenten.

Ruimte

In de hogeschool zie ik steeds meer ontmoetings-en samenwerkruimtes in de nabijheid van de opleiding, dat betekent voor mij dat dit (in deze situatie) voor de bibliotheek niet meer de eerste prioriteit is. Alhoewel …. als ik dan het voorbeeld van Thomas More in Mechelen zie, ingericht door Dox, dan gun je toch elke hogeschoolstudent zo’n leeromgeving waar hij zich thuisvoelt.

In tentamentijd is veel behoefte aan concentratiewerkplekken, daarom zou ik stilteplekken creëren en in tentamenperiodes openingstijden verruimen.

In het onderwijs is steeds meer aandacht voor actief leren, een adequate inrichting kan hierbij ondersteunend zijn. De bibliothecaris heeft kennis van inrichten van ruimtes voor samenwerken, deze kennis zou zij kunnen inzetten voor opzetten van learning spaces, of zelfs technologierijke learning spaces 🙂

Collectie

Digitaal tenzij … is de meest gebruikte manier van collectievorming. Logisch. De opmars van digitale collectie zal per domein anders verlopen. Toch twijfel ik of je toch nog een fysieke basis- en handcollectie moet aanbieden. Twijfel zit in nostalgie en het solidariteitsbeginsel.

Studenten krijgen van de opleiding meestal op een presenteerblaadje welke bronnen ze moeten bestuderen, soms zijn dit artikelen, soms handboeken. Bibliothecarissen ondersteunen onderwijs bij samenstellen van literatuurlijsten.  Ik zie ook een rol voor de bibliothecaris om de opleiding te adviseren bij het samenstellen van de verplichte boekenlijst, en om alternatieven aan te bieden. Studenten ergeren zich als maar naar een paar pagina’s uit een duur studieboek wordt verwezen. Soms begrijp ik de keuze van het onderwijs vanwege hoge copyrightkosten. Geef student daarom vooraf duidelijk aan wat gebruikt wordt, zodat ze zelf afweging voor aankoop kunnen maken. Aanschaffen of gebruik maken van streamingdienst als BUKU (maar 25 euro per maand, dat is 300 euro per jaar voor inzage). Tweedehands aanschaffen, of zelf kopieën maken kan uiteraard ook.

Wel of niet boeken beschikbaar stelt, staat los van de wetenschappelijke evidentie dat je beter leert van papier dan van een scherm. Vind je als bibliotheek dat je alle bronnen die het onderwijs aanreikt in beide verschijningsvormen moet aanbieden? Zou je me dit 10 jaar geleden gevraagd hebben, zou ik ja zeggen. Als je keuzes moet maken, dan niet.

De bibliothecaris stimuleert uiteraard het gebruik van open acces!

Oja, en schaf die boetes af 😦

Services

Dit zou, als je het aan mij vraagt, de kerntaak van de bibliotheek moeten zijn. Als informatiepartner van het onderwijs studenten en docenten de weg wijzen en vooral niet van het kastje naar de muur. Hulp en support kan geboden worden bij datamanagement, auteursrechten, informatievaardigheden, mediawijsheid, open leermaterialen, om er maar een paar te noemen.

Van BAAS naar KAAS

Onlangs las ik op het blog van Ronald Capelle die pleitte voor Kowledge As A Service ipv Books As A Service.  De kennis van de bibliothecaris zien als een service (Capelle’s idee was wel iets anders, maar dit maak ik ervan).

Volgens mij moet een hogeschoolbibliothecaris een specialist zijn met didactische competenties die samen met docenten onderwijs ontwerpt. Hij/zij is dus op de hoogte van de veranderende onderwijscontext: blended learning, actief leren, etc., en uiteraard van de (leer)technologische innovaties.

Het gevolg is dat het bibliotheekteam constant moeten afstemmen met elkaar, onderwijs en andere diensten. En bijscholen natuurlijk. Mooi samengevat in het figuur A future ready librarian.

Waar gaan we voor? Waar staan we voor?

Als bibliotheekteam zou je deze vragen regelmatig moeten stellen. Door vinger aan de pols te houden weet je of je nog op de goede weg bent. Voorwaardelijk vind ik dat de bibliothecaris zich blijvend op de hoogte stelt van trends en ontwikkelingen in het informatielandschap. Zoals naar zo’n fijn congres gaan als in Oostende (of lees deze leven lang leren tips van Wilfred Rubens eens).

Wat ik wel opvallend vond is dat ik bij de ‘track hogeschoolbibliotheken’ de enige was die niet verbonden was aan een commerciële partij als Ebsco, ProQuest, LexisNexis. Ik had graag meer hogeschoolbibliothecarissen op het podium gezien.

Dat veranderen niet gemakkelijk gaat liet keynote spreker Paul Smit. Het is voor ons brein lastig om ‘anders te kijken’. Ons reptielenbrein is erg dominant. We moeten sturen op het zoogdierenbrein, dat betekent complimenten maken, niet te veel keuzes aanbieden en zorgen voor plezier. Sturen op gewenst gedrag (weg met die verbodsregels!). Alleen passie of urgentie zorgen voor verandering. En verandering kost tijd, heel veel tijd. Kwestie van blijven herhalen. Paul Smit is ook de keynote bij de SURF Onderwijsdagen. Heb je ook een kans om hem te zien 🙂

Mooi weekend!
Groet,
Judith

Mijn slides zijn te bekijken via Slideshare.

 

Waarom zou je nog iets leren als je het ook kunt googelen? [video]

Hallo Marcel,

Even snel iets opzoeken op Google. Iets aan Siri vragen? Wie doet het niet? Dat wil niet zeggen dat je niets meer hoeft te leren. Onderwijswetenschapper Tim Surma legt in dit college bij de Universiteit van Nederland uit wat het belang van leren is en waarom het belangrijk is dat wij op school nog informatie in ons hoofd stampen. Op een begrijpelijke wijze vertelt hij over en ervaart de kijker wat John Sweller bedoelde met zijn Cognitive Load Theory (CTL).

 

Het is één van de wijze lessen die Tim ook in de recent verschenen boek beschreven heeft. Over die wijze lessen volgt binnenkort nog een blog.

Groet,
Judith

Innovatie in het Hoger Onderwijs #masterclass #OU

Hi Marcel,

Deze week heb ik de masterclass Innovatie in het Hoger Onderwijs gevolgd. Deze masterclass is het afscheidscadeau van Saskia Brand-Gruwel aan de OU. Zij is vanaf deze week lid van ons College van Bestuur Zuyd.

In de masterclass wordt antwoord gegeven op vragen als: ‘Hoe zorgen we ervoor dat innovaties in het hoger onderwijs slagen en dat effecten van innovaties ook op lange term zichtbaar zijn?’, ‘Welke factoren zijn bepalend voor het succes van innovaties?’ en ‘Wat zijn de belangrijkste innovatiethema’s?’ 

De masterclass startte met het verzoek te reageren op een stelling: Om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren, moeten docenten als de motor van innovaties worden gezien. Hier heb ik kort op gereageerd met: Voor mij is onderwijsinnovatie een vernieuwing (en dit kan voor iedereen anders zijn) om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren. Dat kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Dat betekent dat er ook meerdere betrokkenen zijn. Zeker docenten, maar inderdaad ook studenten. Ik ben al jaren betrokken bij onderwijsinnovatie (met leertechnologie) en in mijn werk ervaar ik dat niet alle docenten tijd en ruimte ervaren om hun onderwijs te vernieuwen. Innovatie moet soms ook gestimuleerd en ondersteund worden, door programma’s, door gezamenlijke visie, door de buitenwereld binnen te halen. Innovatie is complex, maar oh zo inspirerend.

In de 2e activiteit werd ons gevraagd om na te gaan of in onze eigen onderwijsinstelling aandacht besteedt wordt aan de verschillende thema’s uit het versnellingsplan. Met daarbij de vraag of ik weet hoe Zuyd innovatie rondom deze thematiek aanpakt. Je weet dat ik de Versnellingsagenda een warm hart toedraag maar dat Zuyd vooralsnog niet participeert. Met de meeste thema’s van de versnellingsagenda zoals: docentprofessionalisering, open leermaterialen, flexibilisering, evidence-informed, learning analytics ben ik meer of mindere mate betrokken en ben ik redelijk op de hoogte wat er binnen Zuyd gebeurt.

Tevens kregen we een aantal bronnen om te bestuderen, oa het artikel van Saskia Brand-Gruwel uit de nieuwste editie van Onderwijsinnovatie: Innovatie in het hoger onderwijs: hoe succes te maximaliseren?

Uit de reacties op de stelling maakte ik op dat het begrip ‘onderwijsinnovatie’ op verschillende manieren werd geïnterpreteerd. In bovengenoemd artikel wordt de essentie van het doel van onderwijsinnovatie teruggebracht tot:

  • het bevorderen van het leren van studenten die zich voorbereiden op de toekomst
  • het zorgen dat studenten effectief en efficiënt leren en het leren als plezierig ervaren

Om tot een doelgerichte innovatie te komen moet je probleem of uitdaging goed beschrijven. Daarbij moet je rekening houden met de overtuigingen van onderwijspersoneel en studenten, de organisatiestructuur en -cultuur, de wetenschappelijke evidentie (zie figuur). De complexiteit van onderwijsinnovaties wordt vaak onderschat, randvoorwaarden (tijd en middelen) moeten duidelijk zijn. Daarnaast moet er een visie zijn op oa didactische uitgangspunten, leertechnologie en toetsing. Een innovatieproject kan een strak projectmatig traject zijn, maar ook als een expeditie. Bij beide geldt dat duidelijke processtappen, goed monitoren en evalueren belangrijk is.

Ook heb ik de publicatie Het vergroten van studiesucces in het hoger onderwijs: het belang van overtuigingen van docenten in Pedagogische Studiën waarvan Saskia Brand één van de auteurs is, gelezen. Daarin staat:

Docenten zijn de centrale schakel bij onderwijsinnovaties en het implementatietraject, maar dat betekent wel dat docenten meegenomen moeten worden in de vernieuwing en dat men rekening houdt met hun perceptie. Want als docenten vast blijven houden of terugkeren naar oude routines zal onderwijsinnovatie niet duurzaam verankerd worden.
Er is al veel wetenschappelijke evidentie welke ontwerpprincipes studiesucces van studenten bevorderen. Toch worden niet alle evidence-informed ontwerpprincipes omarmt door docenten. Met behulp van de group concept mapping methode zijn ideeën/overtuigingen van docenten in kaart gebracht. Deze studie laat zien dat de thema’s ‘formatief evalueren en ‘werken in kleine groepen’ aansluiten bij de overtuigingen van docenten, maar dat de thema’s ‘student eigen toetsmoment laten bepalen’ en ‘inzet van webcolleges’ haaks op de overtuiging van docenten staan.

Op basis van deze en andere aangeleverde bronnen kregen we de opdracht om te reflecteren op de het innovatietraject van Hogeschool Leiden om uitval van studenten te verminderen en te voldoen aan hun vijf strategische beloftes. Uit die beloftes hebben ze 5 onderwijskundige ontwerpprincipes gedefinieerd: (1) binden voor de poort, (2) een vliegende start, (3) betekenisvol contact, (4) activerende blend en (5) toetsen om te leren.

voorbeeld van de wijze waarop Hogeschool Leiden het ontwerpprincipe ‘Betekenisvol contact tijdens transities in de opleiding’ in de praktijk toepast

Wat ik tof vind, is dat Hogeschool Leiden de principes voor het ontwerpen van hun onderwijs in een rapport nader heeft toegelicht waarin totstandkoming is beschreven maar ook wat deze ontwerpprincipes betekent voor docent, opleiding en hogeschool maar ook voor onderwijskundig ontwerp, docentprofessionalisering en facilitering. De hogeschool heeft vervolgens adviseurs (waaronder Saskia Brand-Gruwel) van het Welten Instituut gevraagd wat nodig is om te zorgen voor hogeschoolbrede gedeelde kennis. Je kent mijn liefde voor kennisdelen, daarom was ik zo verheugd te lezen dat zij  adviseren om in leernetwerken te werken. Het doet me zo aan ZOEC denken.

De ‘online poster walk’ vond ik een erg creatieve activiteit. Een achttal posters werden gepresenteerd en ondersteund door een podcast van de onderzoeker. Ondanks dat ik dit een leuke opdracht, die ik als werkvorm in mijn achterhoofd hou, heb ik hier niet naar gekeken. Wel heb ik gistermiddag de live sessie gevolgd waar Saskia Brand-Gruwel door Rob Koper werd geïnterviewd over de ‘do’s en don’ts’ bij innovatieprocessen in het hoger onderwijs. De laatste opdracht is een blog schrijven. Daar ben ik nu mee bezig. De link zet ik zo in leeromgeving.

Reflectie

Echt top zo’n masterclass van ons nieuw collegelid. Een mooi afscheidscadeautje. Goed opgezet met verschillende actieve werkvormen. Interessante documenten, vooral de casus van Hogeschool Leiden, een schoolvoorbeeld van onderwijsinnovatie. Zo lijkt het. Papier is geduldig weet ik inmiddels. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar hoe ze daar nu bezig zijn, hoe in de leernetwerken samengewerkt wordt. De documenten uit deze masterclass bevestigen hetgeen ik uit ervaring en wetenschappelijke literatuur weet wat werkt. Dat je duidelijk het doel voor ogen hebt, dat je goed communiceert met alle betrokkenen, maar ook dat je elkaar regelmatig informeert en stimuleert.

Onderwijsinnovatie vind ik een belangrijk en interessant thema. Ik weet ook dat wat voor de één innovatie is voor de ander ‘education as usual’ is. Als adviseur technologie-ondersteund leren ben ik bij diverse kleine en grote onderwijsinnovaties betrokken geweest (zoals Zuyd Innoveert en het implementeren van onze nieuwe leeromgeving). Dat was altijd inspirerend en uitdagend,  maar ook weerbarstig. Fijn vind ik om met pioniers samen te werken, collega’s die in hun onderwijs experimenteren en uitproberen. Ik vind het belangrijk dat zij deze ruimte krijgen, maar ook dat ze ervaringen delen en afstemmen met het team.

Innovatie in hoger onderwijs draait niet om uitvindingen maar om toepassen. De wereld om ons heen verandert door nieuwe technologie dat heeft impact op de arbeidsmarkt, dus ook op het onderwijs. Er vindt steeds meer onderzoek plaats, dus we komen ook steeds meer te weten hoe mensen leren, wat hen motiveert en stimuleert. Om onderwijskundige vernieuwingen te kunnen initiëren en implementeren heb je pedagogische en (digitale) didactische competenties nodig. Dat betekent dat duidelijk moet zijn over welke kennis, houding en vaardigheden onderwijsprofessionals moeten beschikken, zodat ook gericht geprofessionaliseerd kan worden. Het zijn de punten die Evelien van Limbeek eind vorig jaar in haar adviesrapport Blended Learning heeft geformuleerd. Professionalisering en innoveren gaan gelijk op, volgens mij. Daarom blijf ik me inzetten om docenten te informeren, te inspireren en te ondersteunen om actief leren met technologie te realiseren.

Uit de masterclass meen ik op te maken dat ons nieuw collegelid onderwijsinnovaties, inzet van leertechnologie en 21e eeuwse vaardigheden een warm hart toedraagt. Ik verheug me op een fijne samenwerking.

Judith

NB. Nog één klein puntje van kritiek 😉 ik wilde de link naar dit blog uploaden naar yOUlearn maar het lukte me niet iets van een tekst of blog toe te voegen. Ook na telefonisch consult (probeer Chrome ipv Firefox) lukte het niet. Ik kon nergens iets melden. Geen contactpersoon die ik kan benaderen. Na vandaag sluit deze masterclass. Ik heb vandaag ook geen tijd meer om nog een keer te proberen.

%d bloggers liken dit: