Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

VirtualiTee

Hi M!

Ik zag vandaag toch zo iets leuks via Twitter voorbij komen. Als ik het eerder had gezien, was het een leuk verjaardagskadootje voor youknowwho geweest :).
Een Augumented Reality T-shirt, de Curiscope’s VirtualiTee.

It’s tee-rrific! zoals ze zelf in hun kick-startersfilmje zeggen.

Fijn weekend verder
Judith

Horizon Report 2017

Hi Marcel,

En hier is de definitieve versie dan: Horizon Report 2017 Higher Education Edition!
Natuurlijk is er inhoudelijk niets veranderd tov hetgeen ik blogde over de preview van deze editie. Het is een uitgebreider jasje gestoken. En de Key Trends, Significant Chanllenges en Import Devolopments in Technology staan nu in een mooi overzichtelijk schema. 78 Experts van NMC en Educause hebben onderstaande uitdagingen, belangrijkste trends en ontwikkelingen op het gebied van onderwijs en technologie voor een periode van nu tot 5 jaar in kaart gebracht.horizonreport2017De basis van bovenstaande 18 topics zijn volgens de expert in 10 thema’s van onderwijskundige veranderingen te vatten:

  1. Advancing progressive learning approaches requires cultural transformation
  2. Real-world skills are needed to bolster employability and workplace development.
  3. Collaboration is key for scaling effective solutions
  4. Despite the proliferation of technology and online learning materials, access is still unequal
  5. Processes for assessing nuanced skills at a personal level are needed
  6. Fluency in the digital realm is more than just understanding how to use technology
  7. Online, mobile, and blended learning are foregone conclusions
  8. Learning ecosystems must be agile enough to support the practices of the future
  9. Higher education is an incubator for developing more intuitive computers
  10. Lifelong learning is the lifeblood of higher education

Als je geen tijd hebt om het hele rapport te lezen dan kan je ook even 7 minuten de tijd nemen om deze video te bekijken

Vorig jaar benoemde ik de steeds groeiende kritiek op dit rapport omdat er weinig wordt gereflecteerd op eerdere voorspellingen en trends. Dat hebben zich blijkbaar in hun oren geknopt. Dit jaar wordt ook teruggekeken:

hr1hr2

Al deze topic kunnen volgens het rapport in 6 overkoepelende thema’s worden gevangen:

  1. Expanding access and convenience
  2. Spurring innovation
  3. Fostering authentic learning
  4. Tracking and valuating evidence
  5. Improving the teaching profession
  6. Spreading digital fluency

Het is duidelijk dat het tijds-en plaatsonafhankelijk leren en werken, het ruimte bieden aan innovaties, actief leren, het data-driven onderwijs en alle technologische mogelijkheden eisen stelt aan de digitale en pedagogische competenties van docenten, maar ook aan de digitale vaardigheden van studenten.
Nog werk genoeg, zou ik zo denken.

Judith

To scrum or not to scrum #onderwijsontwerpen

Hi Marcel,

Door toeval kwam ik weer eens op het blog van Petra Peeters. Petra ‘ken’ ik van de MOOC Exploring Social Learning. Zij was moderator van deze MOOC en heeft ontwerpprincipes in een artikel met ons gedeeld, hierover heb ik destijds geblogd. Vorig jaar heeft zij in 11 blogpost het proces van 5 maanden (februari-juni 2016) scrummend een deeltijdcurriculum ontwerpen, gedeeld. In de 12e bijdrage geeft zij terugblik. Deze leermomenten wil ik in onze rubriek #onderwijsontwerpen ook hier even vastleggen. Vooral ook omdat ik dit in het kader van onderwijs ontwikkelen voor Zuyd Profesional interessant vind.

De opleiding Opleidingskunde van de HAN had 6 maanden de tijd om een nieuw blended deeltijdcurriculum te ontwikkelen. Ze kozen SCRUM als ontwikkelmethodiek. Zij werden hierbij begeleid door scrum@school. Het was een avontuur zo blijkt uit de blogberichten.

Uitgangspunten

In dit half jaar hebben ze uitgangspunten die voor het curriculum gelden geformuleerd en uitgewerkt. Ook zij werken met leercoaches en leeruitkomsten. Leerarrangementen is een term die ik uit mijn MLI-tijd ken, binnen Zuyd Professional wordt nog ‘gewoon’ over modules gesproken. Wezenlijk in de uitgangspuntpunten is de integrale aanpak en de integratie van de praktijk in de modules.

Ontwikkelteam

Zij hadden een team van 12 mensen waarvan 4 werkstudenten (mooi!). Samen hadden ze 0,9 fte per week om te ontwikkelen. Zij adviseren een kleiner kernteam die sneller stappen kan maken omdat nu veel tijd kwijt ging aan afstemming en overleg, ondanks dat dit ten koste gaat aan de diversiteit van invalshoeken. Dus een klein kernteam met meer tijd en die wel mensen ‘van buiten’ betrekt voor input. De student als partner werd vanwege frisse en deskundige blik enorm gewaardeerd. Tip dus! Het werkveld werd pas op het laatste moment betrokken. Hun advies is hen eerder te betrekken. Ik weet uit mijn ervaring bij de curriculumontwikkeling van bacheloropleiding HBO-V dat zij dat al heel goed doen. Dit wordt van beide kanten enorm gewaardeerd.

Een andere tip is teksten visualiseren in tekeningen, schema’s en tabellen. Dit werkt ook beter in communicatie naar andere toe.

To scrum or not to scrum

De ontwikkelmethodiek scrummen bracht hen overzicht. Het werken met scrumboard gaf duidelijkheid, waardoor prioritering in taken kon worden aangebracht. Scrummen zette hen ook actief in beweging, geen eindeloos overleg over visie. Door visie te schetsen, ging ontwikkelen en visievorming gelijktijdig en versterkten elkaar.
Door met overzichtelijke deadlines te werken (periodes van 4 weken) waarin tussenproducten opgeleverd moesten worden, werd de alles-of-niets deadlines vermeden. Ook in bijeenkomsten werd met ‘timeboxen’ gewerkt waardoor in weinig tijd veel gedaan. Taakverdeling werd duidelijk en teamleden werden ingezet op hun kwaliteiten. Vertrouwen dat zij goede dingen opleveren, werd tijdens het proces geleerd. Iedereen heeft een andere werkaanpak.

Ze zijn (terecht!) trots op het resultaat. Ze hebben duidelijk wat nog op de planning staat. Scrumdiscipline is nog wel een ‘dingetje’. Maar elke keer als ze daarvan afweken, ontbrak overzicht. Het was hard werken (buffelen). Maar aan het eind van elke scrumsprint was er moment van trots en nieuwe inzichten. Het scrummen was voor hen een nieuwe ontwikkelmethodiek waardoor zij allemaal beginnende scrummasters waren. Met meer begeleiding was dit proces gemakkelijker geweest.

Eindconclusie van Petra:

To Scrum or not to scrum is voor mij geen vraag meer. Bij vergelijkbare projecten zou ik Scrum graag weer inzetten. Het (leren) Scrummen is een pittige klus, zeker als je dat doet terwijl je aan een even pittig project werkt. Scrummen heeft ons echter zó geholpen uit onze vaste patronen te stappen en tot resultaat te komen dat ik de worsteling er graag voor over had.

Wat is er van opgepikt heb, is dat een klein ontwikkelteam met genoeg samenwerktijd het beste werkt. Dat je studenten en werkveld op geregelde momenten moet bevragen/betrekken. Dat visueel overzicht en werken met tussentijdse deadlines belangrijk is om de vaart er in te houden. Onderlinge en ‘naar buiten’ communicatie en vertrouwen cruciaal zijn.

Mooi en bedankt dat je dit gedeeld hebt, Petra!
Groet,
Judith

De waarde van open en open als waarde

Ha Marcel,dewaardevanopen

Gisteren ontving ik van Robert Schuwer het onderzoeksrapport van hem en Ben Janssen met de mooie titel:

De waarde van open en open als waarde

Enige tijd geleden ben ik door Robert geïnterviewd (je kunt in bijlage 4 de vragen lezen die mij gesteld zijn) over hoe binnen Zuyd aangekeken wordt tegen het delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen. Hoe Zuyd er tegen aan kijkt weet ik niet, ik heb mijn inzichten en ervaringen binnen Zuyd gedeeld, zie ook ons MOOCZI-blog warop ik de managementsamenvatting heb gedeeld. Alles is uiteraard gepubliceerd onder CC-BY 🙂

De onderzoeksvraag was:
Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Ze hebben 55 interviews (bestuurders, docenten, ondersteuners) afgenomen op 4 universiteiten en 6 hogescholen. Uitgebreid (gebruikmakend van een codeboom) zijn de interviews beschreven en geanalyseerd. Mijn korte samenvatting van de resultaten:

Er wordt veel leermateriaal gedeeld, vooral om de kwaliteit van het campusonderwijs te verbeteren. Docenten bepalen hoe ze willen delen (autonomie wordt zowel door docent als bestuurder cruciaal gevonden), het delen en hergebruiken is daarom erg divers qua openheid. Om structureel te delen en hergebruiken is ondersteuning in tijd, geld en ondersteuning essentieel. Als er al sprake is van ‘open’ beleid dan zijn docenten hiervan onvoldoende van op de hoogte. MOOC’s worden gezien als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling.

Uiteraard zijn er mooie zinvolle aanbevelingen geformuleerd:

  • Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  • Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  • Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  • Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Zal ik nog eens een poging wagen om deze adviezen binnen Zuyd te delen? Er ligt immers een ‘opdracht‘ van de minister dat in 2025 alle HO-docenten hun onderwijsmateriaal, Open Educational Resources (OER), vrij beschikbaar dienen te stellen. De doelstellingen zijn door een taskforce bij OCW omschreven in het programmaplan ‘Open & Verbonden Hoger onderwijs, uitwisseling van digitaal leermateriaal’. Hierin staat dat na afloop van het programma in 2020

  1. Docenten het normaal vinden om:
    • digitaal leermateriaal te delen met collega’s,
    • te reflecteren met collega’s op digitaal leermateriaal, en
    • digitaal leermateriaal van collega’s te hergebruiken in het eigen onderwijs.
  2. Docenten over de juiste faciliteiten beschikken en worden zij door de instelling op maat ondersteund in tijd, ruimte en middelen om te kunnen delen, reflecteren en hergebruiken.
  3. De beschikbare ict-voorzieningen zorgen dat delen, reflecteren en hergebruiken snel, eenvoudig en gebruikersvriendelijk mogelijk is.

Duzzz … 🙂

Judith

17 Principles of effective instructions

Hi Marcel,

Ook jij ontving als kenniskringlid Technoogie-Ondersteund Leren een leestip van de lector Professioneel Beoordelen, Dominique Sluijsman. Heb je het toegestuurde artikel Principles of Instruction: Research-based strategies that all teachers should know / by Barak Rosenshine al gelezen?

Het artikel beschrijft een aantal instructieprincipes. De uitgangspunten zijn gebaseerd op resultaten van verschillende type wetenschappelijk onderzoek (breinonderzoek, toegepast onderwijsonderzoek) die elkaar aanvulden (en dus niet tegenspreken).

De kracht van de herhaling, in kleine stapjes (mastery learning), laten zien/geef voorbeelden (modeling), het stellen van goede vragen en hardop in eigen woorden laten vertellen, zijn principes die in het artikel beschreven worden. Geadviseerd wordt om misconcepties tegen te gaan door te controleren of alles goed is geleerd, misvattingen zijn moeilijk om weer af te leren. Studenten dienen herformuleren, samenvatten en uitwerken om het geleerde in lange termijn geheugen op te slaan. Ook scaffolding is belangrijk [Scaffolding betekent letterlijk steiger of ondersteuning en staat voor hulp die aangepast wordt aan het begrip en de voorkennis van een student. Net als een steiger, wordt deze hulp weer weggenomen als de hulp niet meer nodig is. Lees hier meer].

Het zijn instructieprincipes die elke docent zouden moeten kennen, zegt Paul Kirschner. Hij heeft waarschijnlijk gelijk (wie ben ik om dat in twijfel te trekken? 😉 ). Ik vraag me alleen af of er nog zoveel instructies worden gegeven in het hbo? Of misschien moeten we dat meer doen, want het blijkt effectiever te zijn dan ‘zelfstandig werken’. Het voordoen, het samen doen, het en nu doe jullie/je het alleen schijnt heel leerzaam te zijn. Zo zegt dit onderzoek.

De 17 Principles of effective instructions op een rijtje:

  1. Begin a lesson with a short review of previous learning.
  2. Present new material in small steps with student pratice after each step.
  3. Limit the amount of material students revieve at one time.
  4. Give clear and detailed instructions and explanations.
  5. Ask a large number of questions and check for understanding.
  6. Provide a high level of active practice for all students.
  7. Guide student as they begin to practice.
  8. Think aloud and model steps.
  9. Provide models of worked-out problems.
  10. Ask students to explain what they have learned.
  11. Check the responses of all students.
  12. Provide systematic feedback and corrections.
  13. Use more time to provide explanations.
  14. Provide many examples.
  15. Reteach material when necessary.
  16. Prepare students for independent practice.
  17. Monitor students when they begin independent practice.

Rosenshine, B. (2012). Principles of instruction. Research-based strategies that all teachers should know. American Educator, 39, 12-19. Retrieved from  https://www.aft.org/sites/default/files/periodicals/Rosenshine.pdf

Groet,
Judith

Ontwikkeltijd #onderwijsontwerpen

Je herkent het wel Marcel, denk ik. De hectiek. Het vliegen en rennen. Niemand lijkt tijd te hebben. En we willen zoveel: nieuwe curricula ontwerpen, blended leren, leren en werken met ict-tools, etc etc. Het (her)ontwerpen van curricula vergt een zekere bekwaamheid. Dat betekent ook dat we zelf moeten leren en ontwikkelen. Maar waar creëren we de ruimte in onze volgeplande agenda’s?

Tijd, inspanning, aanmoediging, rust is nodig. Hoe geef je als onderwijsinstelling, als Zuyd invulling aan ontwikkeltijd? Waar moet je aan denken als je een lerende organisatie wilt zijn? In een artikel Ontwikkeltijd. Hoe richt je dit in? op de website Leerling 2020 geven drie ervaringsdeskundigen adviezen.

  • Rooster bijeenkomsten in
    “Heel belangrijk, in het onderwijs is je tijd versnipperd, het vervliegt. Zeker als het gaat om ontwikkelen. Daar heb je duidelijk vastgestelde momenten voor nodig.”
  • Geef tijd om te oriënteren
    “Het kost tijd om je in het begin te oriënteren, scholen te bezoeken en met elkaar te discussiëren en een mening te vormen. De projectgroep heeft een jaar lang, een dagdeel per week nodig gehad om uitgangspunten te formuleren, uit te werken wat hiervoor nodig is en om een leerjaar van het nieuwe vwo uit te werken.”
  • Structuur gedachten
    “Ik denk dat het schrijven van zo’n plan wel mensen afschrikt, maar waarschijnlijk voornamelijk de mensen die wel graag ontwikkeltijd willen maar niet goed weten waarvoor ze het nodig hebben. De docenten die wel een idee hadden over waar ze mee aan de slag wilden, werden door het schrijven van dit plan gedwongen om hun gedachten te structureren en na te gaan wat ze wilden gaan doen en vooral wat ze daarvoor nodig hadden.”

De VO-raad heeft in 2016 geadviseerd fulltime docenten 100 uur extra ontwikkeltijd te geven.

Herkenbare adviezen. Alhoewel plannen schrijven voor mij ook een blog schrijven mag zijn 😉 Het gaat er om dat je nadenkt over wat onderwijs ontwerpen vraagt en met zich meebrengt. Door dat op te schrijven structuur en openbaar je je gedachten.

Het onderzoeken, oriënteren op onderwijskundig ontwerpen heeft inderdaad tijd nodig. Bedenktijd. Praattijd. Bezinktijd. Vaak nemen we deze tijd niet. En dan krijgen we de gevolgen als een boemerang terug. Het pleit voor tijd en rust, iets dat we binnen ZOEC willen creëren. Geclusterde, geoormerkte tijd voor het ontwerpen van (blended) onderwijs en niet ontwerpen in een hier en daar gesprokkeld uurtje. Dat werkt niet. Ik heb het vaak genoeg ervaren.

De opleiding Financieel Management biedt haar docenten ontwikkeltijd voor het herontwerpen van hun curriculum. Op het blog van Ilse Meelberghs kan je hun expeditie Binnenste Buiten volgen. Een mooi voorbeeld, zeker ook omdat zij ook een vast moment in de week hebben om gezamenlijk aan dit proces te werken.

Op de Bildungskalender 31 januari 2017 las ik onderstaande tekst van een Belgische onderwijsdirecteur Ronny Vanderspikken. Toepasselijk. Dit gun ik ons.

Judith

stocksnap_ll817bl9cs

CC0 Stephen Ellis

Een rivier legt zeker drie keer de afstand af tussen bron en zee.
De rivier gaat niet rechtdoor, maar meandert, neemt bochten,
gaat af en toe langs een hindernis … Geruststellend!

Boeiende kronkels, moeilijke kronkels, soms te veel kronkels<
soms heel mooie kronkels, …
maar altijd met de geruststelling dat we samen wel een weg
zullen vinden.

Gun jezelf veel ruimte en vertrouwen
om zelf te ‘meanderen’ en
om anderen te laten ‘meanderen’.

Zet ik iets in beweging? #knowmadMOOC

Hallo Marcel,

Dit blog geldt als afronding van de Knowmad MOOC. Gisteren heb ik gewerkt aan de 2e en tevens laatste week van de MOOC. Zie hier mijn blog over week 1. Wederom herkenbare issues. Het centrale thema ging over mensen in beweging brengen. Ik geloof in de mogelijkheden van sociale technologie voor teamcommunicatie, daarover heb ik gisteren ook geblogd. De eerste vraag van week 2 ging hoe je mensen in je organisatie in beweging brengt. Ik ben me steeds vaker aan het afvragen of ik dat wel wil, of ik daarvoor de aangewezen persoon ben. Daarover later meer.

In de MOOC werden verschillende typen professionals benoemd, zoals die ook in het boek Leren in tijden van tweets, apps en likes staan (de MOOC is door de auteurs van dit boek samengesteld en wordt ook door hen geweldig goed gemodereerd!).
Je hebt de knowmad, een professional die slim gebruik maakt van sociale technologie om op zijn vakgebied bij te blijven. De googler  die niet zo handig is met sociale media, maar wel een gedreven professional is. De hobbyist is iemand met een hoge affiniteit voor technologie maar niet zo gepassioneerd in zijn vakgebied. En de follower is iemand die niet online-vaardig is en niet intrinsiek gemotiveerd. De typering lijkt me gebaseerd op de innovatietheorie van Rogers.
Willen we wel van iedereen ‘knowmads’ maken? Kunnen we wel van collega’s ‘knowmads’ maken? Ik betwijfel het. Pas als mensen gemotiveerd zijn om iets met sociale technologie te doen omdat ze ervaren wat het hen oplevert, gaan ze aan de slag. De googlers en hobbyisten zullen de meeste interesse tonen. De followers, dat zegt het al die volgen misschien later.
In de bijdragen lees ik opmerkingen als: inspireren, aanmoedigen, gewoon doen. Reacties die van mij zouden kunnen zijn geweest, maar waarvan ik steeds meer afvraag welk effect dat heeft.

Moeten managers zelf knowmad zijn voordat ze anderen daarin kunnen ondersteunen?, was ook een vraag. In mijn leerinterventie heb ik betoogd dat managers een cruciale spelen bij de inzet van sociale technologie om online samenwerken en online kennisdelen te stimuleren. In het rapport Google it: the secret online lives of UK managers (2016) blijkt dat managers vooral collega’s en Google gebruiken om uitdagingen aan te pakken. Ze maken maar mondjesmaat gebruik van sociaal online leren. Ook dat is herkenbaar, maar niet alleen managers werken op deze manier. Ik merk dat ik steeds vaker een vraagje krijg van ‘hoe zit dit’, zonder dat mensen zelf eerst online op zoek gaan. Veel antwoorden zijn online te vinden, maar dat betekent wel dat je over goede zoek- en informatievaardigheden moet beschikken. En de juiste vragen kunt stellen. Het knowmadisch werken vergt vaardigheden, daarin moet je investeren.
Volgens mij is het wel bevorderend als managers ruimte bieden om sociaal te leren, dit stimuleren en waarderen. Aandacht hebben voor de manier waarop jij je ontwikkelt. Een voorbeeldgedrag is wenselijk, maar niet noodzakelijk. Openheid en transparantie is meer nodig, dan komt gebruik van sociale technologie vanzelf, denk ik zo 🙂

Een andere discussie ging over het verplicht stellen of er vanuit gaan dan iedereen sociale technologie gebruikt. Volgens kan dat voor privé netwerken als Facebook, LinkedIn, Twitter, maar ook voor Whatsapp niet. Heb je teamcommunicatietools beschikbaar binnen je organisatie zoals Yammer, Slack, Basecamp en je spreekt af deze hiervoor te gebruiken, dan vind ik dat je deze (net zoals we dat van mail verwachten) moet gebruiken. Ik ben een groot voorstander van Modern Workplace Learning net zoals Jeff Kortenbosch in het artikel Verandering vereist doorzettingsvermogen. Uiteraard komt daar het 70:20:10 model weer ter sprake (voor wat het waard is). Ik ben het wel eens dat leren voor professionals bestaat uit een combinatie van samen leren op de werkplek in een betekenisvolle context, al dan niet met support, social learning en formele trainingen. Een afdeling die dan medewerkers helpt, vraagt, coacht, meedenkt en ondersteunt bij dit leerproces is dan wel echt nodig.

Mijn laatste opdracht was via een meme (?? had ik nog nooit van gehoord ) een idee te delen over knowmads waarmee je iets in beweging zet. Ik moest denken aan de TEDtalk van Derek Sivers.

Ik voel me binnen Zuyd regelmatig die gek die in haar eentje aan het dansen is 😉
Dat gevoel ligt bij mij. Ik kom tot de conclusie dat dit te maken heeft met mijn nog al stellig beeld van een (gewilde!) professional. Veel van mijn beelden heb ik overigens gehaald uit het boek van Manon Ruijters over professionele identiteit.

Volgens mij dient de huidige professional een lerende professional te zijn die eigen verantwoordelijkheid draagt en actief bijdraagt aan een community van aankomende – en medeprofessionals. Die daarbij slim gebruik maakt van sociale technologie om te leren, te reflecteren en bij te blijven op het vakgebied. Die open kennis deelt en die deelt waar hij/zij aan werkt.
[Professional/professioneel komt immers van het Latijnse ‘profiteri’ dat betekent ‘openlijk verklaren’.]

Ja, ik leg de lat hoog 😉 Ik word regelmatig gevraagd bij diverse initiatieven vanwege mijn kennis en ervaring met online kennis delen en samenwerken. Als we dan aan de slag gaan, blijken de beelden heel divers. En ik merk dat ik gefrustreerd raak als het open online samenwerken en kennis delen niet van de grond komt. Te vaak zijn er te veel belemmerende factoren. Ik ken ze allemaal. En heb er begrip voor.

Maar dit soort karren wil ik niet meer trekken, dit soort verantwoordelijkheden niet meer voelen. Ik dans niet graag alleen. Ik heb anderen nodig om mijn werk te kunnen doen. Ik heb verbondenheid nodig, en wil zinvolle bijdrage leveren zodat mijn werk leidt tot betere resultaten.

Dus ja, ik heb voor mezelf wel wat besluiten genomen. Tuurlijk blijf ik open en online mijn kennis delen. Ik ben toch een gulle gever 😉 Zet ik iets in beweging? Misschien wel. Maar niet meer bewust en actief. En mijn oproep voor alle gewilde professionals:

Laat zien wat je beweegt!

Judith

Waarom gebruiken mijn collega’s geen Yammer? #knowmadmooc

Hi Marcel,

Enige tijd geleden werd ik via Wilfred Rubens’ blog Waarom medewerkers vaak geen teamcommunicatietools gebruiken geattendeerd op een blogbericht van zijn naamgenoot Paul Rubens: Waarom jouw collega’s geen Slack willen gebruiken.

Blijkbaar zijn wel veel organisaties bezig met implementatie (of zijn het van plan) van teamcommunicatietools, maar de werknemers zijn hierover niet erg enthousiast. In beide blogs worden argumenten aangedragen waarom medewerkers deze teamcommunicatietools als Yammer, Slack, Link niet gebruiken.

  • Geen urgentie. Je kunt prima zonder. Het is weer een communicatiemiddel naast de o zo volle mailbox en de altijd pingende Whatsapp
  • Slechte gebruikersinterface. Het kan niet concurreren met het gebruiksgemak van Whatsapp, simpele Twitter of de bekende interface van Facebook (misschien dat Workplace van Facebook iets wordt, zou Marketing & Communicatie daar al mee bezig zijn? #dtv)
  • Overbodige functionaliteiten. 
  • Veelheid aan notificaties. Bij al die communicatietools staat standaard meldingen aan. Dit levert nog meer mails in hun overvolle mailboxen. Mensen weten niet hoe met deze tools om te gaan.

Paul Rubens adviseert meer te investeren in professionaliseren, ondersteunen bij het gebruik van dergelijke tools. Het leren filteren van informatiestromen.

Wilfred Rubens vult dat aan met het argument ‘autonomie’. Medewerkers willen graag zelf hun communicatiemiddel kiezen. Daarnaast beargumenteert hij dat teamcommunicatietools beter het synchroon communiceren zou moeten ondersteunen.

Zijn wij in staat de vraag te beantwoorden of werknemers een teamcommunicatools nodig hebben om online samen te werken en kennis te delen? Die vraag dienen we volgens Paul Rubens eerst te stellen.

smartphone-1445489_1920

CC0 via Pixabay

Je hebt misschien gezien Marcel dat dit blog bericht al enige tijd in concept stond. Ik wilde een poging wagen om de vraag die Paul Rubens stelde te beantwoorden. Maar ik liep vast……. het werd een klaagzang, dat wilde ik niet. Ik heb het nu, met de beelden die ik heb opgedaan in de Knowmad MOOC nog eens een poging wagen 🙂

Hebben werknemers teamcommunicatools nodig hebben om online samen te werken en kennis te delen?

Je weet dat ik regelmatig gevraagd wordt een advies te geven rondom sociale technologie, of hierin als communitymanager te ondersteunen. Mijn eerste vraag is dan: Hebben we hetzelfde beeld bij online samenwerken en kennisdelen? Het beantwoorden van deze vraag wordt al vaak uit de weg gegaan. Mijn ervaring is dat beelden verschillend zijn. Men vindt samenwerken en kennis delen ontzettend belangrijk, maar de ambitie om dit online te doen is er veel minder. Het doorbreken van eigen routines om online samen te werken en werkwijzen op elkaar af te stemmen is lastig. De tijd nemen om online kennis te delen en elkaar online te informeren waar men mee bezig is, is een nog lastiger issue. Wilfred Rubens benoemt terecht dat dit type asynchroon communiceren arbeidsintensief is. Veelal wordt samenwerken en kennis delen gezocht in nog meer bijeenkomsten of ‘bila’s’ belegen. Als ik tijdens bijeenkomsten benoem dat informatie/kennis ook online gedeeld kan worden zodat bijeenkomsten effectiever en efficiënter (‘Flipped‘) kunnen verlopen, voel ik weerstand. Nee, ik heb niets tegen inspirerende bijeenkomsten. Wel tegen tijdsverspilling.

We weten dat om een veranderproces in gang te zetten er een motiverende urgentie nodig is. Veelal heeft urgentie te maken met ‘what’s in it for me?’. Misschien, vraag ik me zelf de laatste tijd vaker af, moeten we ons eens de vraag ‘what’s in it for us?’ gaan stellen.

Ik heb deze vraag in de KnowmadMOOC ook gesteld aan John Moravec, auteur van het boek Knowmad Society (gratis te downloaden). Hij reageerde:

OOOOOOOOH. Good question. I really think that we need strong social policies to support a knowmad society. The logic is simple: We all do better when we all do better. Individuals should look for their unique development and improvement, but we also need to support the needs and dreams of everybody.

Dat sluit mooi aan op mijn leerinterventie die ik voor mijn studie heb gemaakt: “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder” Hierin heb ik onder andere gesteld dat ook het management (met name teamleiders) open moeten staan voor het communiceren via online kennisdeel- en samenwerkingsplatform. Maar ook al staan leidinggevende hiervoor open dan merk ik dat mijn collega’s ‘open’ communiceren (al is dat in een afgesloten Yammergroep) een grote stap (te ver?) vinden. De mail is en blijft een leidende communicatietool.

Collega’s communiceren natuurlijk online met collega’s en studenten via eigen gekozen (autonomie) communicatiemiddelen in groepen als Facebook of Watsapp. Maar voor mij zijn deze tools niet te vergelijken met tools als teamcommunicatietools als Yammer en Slack. Mail, Facebook en Whatsapp zijn communicatiemiddel waarin jij bepaalt met wie je iets wilt delen cq communiceren. Yammer (binnen de organisatiemuren) en bijvoorbeeld Twitter (buiten de organisatiemuren) zijn toepassingen waarmee jij deelt wat je doet/weet. Iedereen die tot dat netwerk behoort kan daar kennis van nemen. Je deelt gul zonder dat je op voorhand weet wie je daar gebruik van neemt. Dat is toch een iets ander uitgangspunt.

Judith

Top 10 IT issues 2017 volgens Educause

Hoi Marcel,

Naast het jaarlijkse Horizon report publiceert Educause ook elk jaar een Top 10 IT issues. Voor dit jaar is de focus gericht op studie succes rondom 4 thema’s: IT foundations, data foundations, effective leadership, and successful students. Weer een interessant lijst waar Chief Information Officers zich binnen het onderwijs bezig zouden moeten gaan houden in 2017.

Top 10 IT issues

  1. Information Security: Developing a holistic, agile approach to reduce institutional exposure to information security threats
  2. Student Success and Completion: Effectively applying data and predictive analytics to improve student success and completion
  3. Data-Informed Decision Making: Ensuring that business intelligence, reporting, and analytics are relevant, convenient, and used by administrators, faculty, and students
  4. Strategic Leadership: Repositioning or reinforcing the role of IT leadership as a strategic partner with institutional leadership
  5. Sustainable Funding: Developing IT funding models that sustain core services, support innovation, and facilitate growth
  6. Data Management and Governance: Improving the management of institutional data through data standards, integration, protection, and governance
  7. Higher Education Affordability: Prioritizing IT investments and resources in the context of increasing demand and limited resources
  8. Sustainable Staffing: Ensuring adequate staffing capacity and staff retention as budgets shrink or remain flat and as external competition grows
  9. Next-Gen Enterprise IT: Developing and implementing enterprise IT applications, architectures, and sourcing strategies to achieve agility, scalability, cost-effectiveness, and effective analytics
  10. Digital Transformation of Learning: Collaborating with faculty and academic leadership to apply technology to teaching and learning in ways that reflect innovations in pedagogy and the institutional mission

Meer achtergrondinformatie is te lezen in het artikel Top 10 IT Issues, 2017: Foundations for Student Success van Susan Grajek in Educause Review. Op de website Top 10 IT issues zijn meer bronnen beschikbaar.

Judith

Rust, filosofie voor onderwijsontwerpen

Werk vanuit een ontwerpfilosofie: een filosofie van rust creëren, zodat je je druk kunt maken om de inhoud.
Harald Dunnink

Hi Marcel,

Bovenstaande citaat stond zondag in de Bildungskalender. Dit is een scheurkalender met elke dag een uitspraak over onderwijs, toegelicht door een expert. De toelichting op dit citaat werd gegeven door Luc Sluijsmans (ja, broer van 🙂 ). Harald Dunnink schreef een jaar geleden in De Correspondent het artikel Rust, een ontwerpfilosofie voor de digitale tijd.

Als we binnen ZOEC over curriculum ontwerpen spreken, gaat het vaak over rust en tijd nemen voor het ontwerpproces. We zien dat ontwerpteams dit niet hebben. Deze willen we ze binnen ZOEC bieden. Onderstaande inspirerende ontwerptips van Harald Dunnik bieden een hiervoor een mooi startpunt.

De basis: een rijk aanbod dat rust uitstraalt

  • Rond maken: Maak een eenheid van je ontwerp. Zorg voor samenhang.
  • Helderheid creëren: maak het niet moeilijker dan het is, de kracht zit in de eenvoud.
  • Context geven: inzicht begint met begrip, informeer je. Elk ontwerp begint met goed onderzoek.

De aanpak: rust om te wegen

  • Bewust investeren: vooruitkomen is samen stilstaan bij keuzes. Focus en selectie sturen niet alleen het ontwerpproces, maar ook mét wie je werkt en vóór wie.
  • Inzet beschermen: blijf in gesprek over de uitvoering. Bescherm de kwaliteiten van je team door vooraf goede afspraken over vorm, techniek en ideeën te maken.
  • Gebruikers koesteren: blijf je bewust van de groep voor wie je ontwerpt en waarom. Blijf nieuwsgierig.

De groei: berusten in rusteloosheid

  • Oneindig bouwen: er is altijd ruimte voor verbetering. Een ontwerp is nooit af.
  • Interactie omarmen: leg verbinding met de buitenwereld.
  • Ongeremd creëren: blijf groots denken en klein werken.

Judith

%d bloggers liken dit: