Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Dag I-team

Tja Marcel. Weer een einde van een tijdperk …
Deze week heb ik weer ons boeltje ingepakt. We gaan weer verhuizen. De 5e keer in 5 jaar tijd. Door vaak te doen krijg je ervaring. En steeds minder spullen om mee te nemen 🙂

Na ruim een jaar op een heerlijke ruime flexwerkplek te werken verhuizen we naar de gang met onze collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. En hoewel ik ook van mening ben dat dit de samenwerking ten goede komt, vind ik het jammer deze fijne plek te verlaten. En het kletsen (informeel leren 🙂 ) met Wilfred zal ik gaan missen. Dat wordt regelmatig kopjes koffie gaan brengen dan 😉

Ik heb het even nagekeken. Zo’n 5 jaar geleden zijn we onszelf het I-team gaan noemen. In een tijd vol onzekerheid over onze positie hadden we zo’n daadkrachtige naam voor onze club wel nodig. De inspirerende Zuydpleintijd was voorbij. De interimmer positioneerde ons tijdelijk bij Facilitair Bedrijf ICT. Die tijdelijkheid duurde zo’n 3 1/2  jaar. In januari 2016 werden we warm ontvangen door Dienst O&O.

Vanaf zomer 2012 is het I-team alleen maar kleiner geworden. Jij vertrok, Jack, Rienke, Harry. Van 3,5 fte zijn we nu met ons drieën nog goed voor 1,5fte die Zuydbreed bezig zijn met technologie-ondersteund leren.

Het afgelopen jaar zijn er dingen veranderd.

De Dienst O&O heeft haar rollen en taken herijkt. Het beleidsteam is nu opgedeeld in clusters. Samen met 3 andere O&O collega’s vormen wij, de drie I-teamers, nu het Cluster Onderwijskundige Ondersteuning. Dit betekent dat we afscheid nemen van de naam I-team. We gaan als nieuw clusterteam ons bezighouden met het thema onderwijs ontwerpen in de breedste zin van het woord. De inhoud van de Nieuwsflits en het ICTO-blog zal hierop afgestemd worden. Ik vind het een mooie uitdagende ontwikkeling. Uiteraard blijven Frans, Didi en ik nauw betrokken bij het aanbestedingsproject DLO. En technologie-ondersteund leren zit in ons DNA, dat nemen we mee. Onze kennis en ervaring zullen we bij het adviseren en ondersteunen van blended ontwerpen nodig hebben.

Tijdens het opruimen kwamen we nog een voorstudie van Annerien Pin tegen. Een Zuydpleiner die begin juli afscheid nam van Zuyd. Waarschijnlijk kwam deze publicatie uit het archief van Harry. Die bewaarde veel 🙂 Het was een voorstudie van haar uit 2010, uitgevoerd in opdracht van het CvB,  over de digitale leer-en werkomgeving als kritische succesfactor voor toekomstbestendig onderwijs. Hebben wij ook nog aan meegewerkt. Uit de conclusie: “Er bestaat behoefte aan een duidelijke Hogeschool Zuydbrede visie op de digitale leer- en werkomgeving en kwaliteitseisen voor nu en voor de toekomst. Daarnaast wordt er gevraagd om duidelijkheid over de wijze van financiering, facilitering in tijd en middelen voor ondersteuning. Bovendien is er een luide roep om deskundigheidsbevordering op het terrein van de digitale leer- en werkomgeving”. 

Er lijkt in die zeven jaar niets te zijn veranderd. Het zijn nog steeds dezelfde issues die spelen en die kwamen ook uit de Group Concept Mapping study van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren als kritische succesfactoren voor het invoeren van blended onderwijs.

Ik heb hoop! 🙂

Onze naam, het team van I(CTO)-adviseurs verdwijnt dan wel, maar de aandacht voor ict in het onderwijs niet. Ik zie het nu overal terugkomen. In vragen vanuit faculteiten, in plannen, de nieuwe initiatieven. Het programma DLO werpt zijn vruchten af. Dat is te danken aan Wilfred. Maar ook aan onze inzet om technologie-ondersteund leren, de regie op Zuydtools die hiervoor nodig zijn, het belang van ict-docentprofessionalisering te blijven benoemen. Daar met de beperkte menskracht zoveel mogelijk effectief en efficiënt (door versturen Nieuwsflits) aandacht voor te vragen, mooie ervaringen binnen Zuyd te delen.

Zeker, ik heb tegenslagen moeten incasseren, irritaties en frustraties weg moeten zuchten, maar als ik zo terug kijk op het afgelopen jaar ben ik trots op wat ik bereikt heb: DC4E, de Startmodule en Template voor Zuyd Professional, de website tol.zuyd.nl, de nieuwsflitsen. Maar vooral heb ik genoten van het samenwerken met individuen, de ZOEC-sessies.

Ik heb leuk werk! Ik ben graag bezig met docenten/teams om met hen mee te denken oplossingen cq nieuwe dingen te bedenken. Ik vind het het super leuk om hetgeen ik weet te delen. Dit online duurzaam vast te leggen. Om berichten en blogs te schrijven. Om open te delen.

Maar de komende maand even niet. Afstand nemen. Gewoon weer eens boeken lezen. Heb het nodig. Heb er zin in.
Vandaag twee leuke afspraken om het studiejaar af te ronden. Even terugkijken. Evalueren. Wat ging goed, Wat kan beter. Om dan 21 augustus vol energie weer aan een nieuw studiejaar vol nieuwe uitdagingen te beginnen.

Zomergroet
Judith

Boekreview. De postmoderne mens in de kennissamenleving

Hi Marcel,

Zuyd heeft vele mooie lectoraten. Wij hebben het voorrecht bij enkele nauw betrokken te zijn. Sinds 1 januari 2017 is Steven de Groot lector innovatief Ondernemen. Ik ken hem nog niet, maar hij mailde onlangs naar de redactie van de Nieuwsflits of we aandacht wilde besteden aan zijn nieuwste boek PM. De postmoderne mens in de kennissamenleving. De Nieuwsflits verschijnt pas weer in september. Het thema van zijn boek vind ik als onderwijskundige informatieprofessional interessant. Ik wilde graag lezen wat hij had geschreven, dus vroeg ik m of hij het op prijs stelde als ik een review schreef. Dat stelde hij op prijs, mits het een positief blog zou worden 😉 Dat is dan aan hem, jou, jullie om dat te beoordelen 😉

Ik ontving zijn boek en afgelopen weekend heb ik het gelezen. Het boek schetst de beschavingscrisis, de devaluatie van de wetenschap en de democratisering van kennis. Daar vind ik op voorhand al wel wat van, ja *grijns*. Sommige gedeelte van het boek las ik tenenkrommend. Ik, voorstander van de democratisering van kennis (‘alles’ open) die las over de verheerlijking van de wetenschappers. Mijn kort-door-de-bocht interpretatie, dan. Maar lees verder maar het review.

Groet,
Judith

Review

Steven de Groot promoveerde op onderzoek naar de rol van esthetica in organisatieontwerp en arbeid. Het is daarom niet verwonderlijk dat in zijn publicatie PM. De postmoderne mens in de kennissamenleving veel (cultuur)filosofen, met name de cultuurpessimisten Ortega y Gasset en Furedi, worden aangehaald om de de huidige stand van de kennissamenleving te duiden. Deze is door de komst van massamedia, ict en sociale media veranderd. De wetenschapper is zijn unieke positie in de kennisinfrastructuur kwijt. Iedereen deelt tegenwoordig kennis met elkaar. Populisme en narcisme viert hoogtij zo schets Steven in het voorwoord van dit 155 pagina’s tellend essay.

Aan het begin van hoofdstuk 2 introduceert Steven de Groot een 5e O in de discussie over de kenniseconomie: Ons, naast Onderwijs, Onderzoek, Ondernemerschap en Overheid. Ons staat dan voor hét publiek, dat in het boek wordt gescheiden van dé kenniselite (de wetenschappers). Aan de hand van inzichten van vele wetenschappelijke denkers duidt hij de gedragingen, tendensen, rollen en verantwoordelijkheden van actoren binnen de vitale kennisruimte. Zijn model van de vitale kennisruimte toont vier kwadranten met ieder hun eigen dynamiek, kansen en bedreigingen en type leiderschap. Vervolgens schetst hij in het vierde hoofdstuk een viertal scenario’s van bewegingen om deze vitale kennisruimte te verbeteren. Immers de huidige kennisruimte (de kennissamenleving/kenniseconomie) staat onder grote druk zo betoogt De Groot in de voorafgaande hoofdstukken. Er is enerzijds spanning tussen de kenniselite (het positivistische paradigma: objectiveerbare kennis) en publiek (het sociaal-constructivistisch paradigma: meningen en gedemocratiseerde kennis), en anderzijds de spanning tussen individualisering (‘ik) en collectiviteit (‘wij’).

Door de woorden die Steven de Groot kiest (babbeleconomie, hij benoemt kenniselite als ‘beschaafder’ met de weloverwogen logica en heeft het over de buiten hun oevers getreden publiek met hun emotionele retorica, over ‘rechts-boven’ en linksonder’ mensen) lijkt het alsof hij een voorkeur heeft voor de objectieve kennis van de wetenschapper. Dat is ook zo. In de laatste alinea van zijn essay benoemt hij dat expliciet. Het scenario ‘verticaliseren’ waarbij de oorspronkelijke focus op objectieve kennis en de rol van de kenniselite wordt hersteld, heeft zijn voorkeur maar is zonder sterke overheid niet te realiseren. Het scenario ‘niets doen’ is het gemakkelijkste maar levert volgens hem alleen verliezers op. ‘Horizontalisering’ wordt door Steven als het meest realistische scenario geschetst. Dat betekent dat het accepteren van de spanningen tussen de vier kwadranten van de vitale kennisruimte. Dit scenario beoogt het weer in dialoog komen van kenniselite met het publiek om zo de verbinding te zoeken. Als zeer mooi 4e scenario beschrijft Steven de Groot ‘Het Schone, de kunst, de verbeelding als krachtige verbinder. Hij noemt dit de experimenteer- en ontdekkingsruimte in de kennisinfrastructuur:

De ruimte van hoop, verlangen en belofte, die van ‘imagine’; de ruimte van het onbekende, verhulde en ongedefinieerde van het onbekende, ongemaakte en onvoltooide, of misschien wel van het onbedachte, een broedplaats voor nieuwe ideeën.

Het is een intrigerende publicatie. Het zet je na tot denken, dat is natuurlijk ook wat de schrijver met een essay beoogt. Ik had soms wat moeite met naar mijn gevoel denigrerende teksten over ‘het publiek’. Daardoor voelde ik me meer verbonden met ‘het publiek als underdog’ dan met ‘de wetenschapper op een voetstuk’. Zoals in zijn slotwoorden staat heeft hij ‘niet over iedereen even aardig en genuanceerd oordeel geveld’. En is hij in ‘de postmoderne valkuil vol eigen waarheden gestapt’. Ik denk dat het krachtiger was geweest als hij ook kritischer over zijn eigen groep, de wetenschapper, had geschreven. Ook daar ontspoort het wel eens door citatiescoredrift, publicatiedrift, de h-index op de carrière-impact van de wetenschapper. Zijn intentie om de kennissamenleving weer vitaal te krijgen, is lovenswaardig. En de scenario’s ‘horizontalisering’ en’Het Schone’ bieden daar mooie aangrijpingspunten voor. Een kwestie van doen nu. Tip: het volgende boek één met praktische handreikingen, hoe iedere actor in de vitale kennisruimte deze mooi kan krijgen?

In een essay legt de schrijver dwarsverbanden en is wetenschappelijke verantwoording niet nodig. De keus om voetnoten te gebruiken in plaats van referenties tussen haakjes is een logische en bevordert de leesbaarheid. Echter het was, voor een leek zoals ik die niet zo bekend is met de gebruikte wetenschappelijke literatuur, niet altijd even duidelijk naar welke literatuur verwezen werd door het gebruik van ‘zie eerder’ en ‘idem’ in de voetnoten. Een literatuurlijst was wenselijk geweest. Hoewel ik het interessant vond om te lezen, had hoofdstuk 5 ‘lector als kritisch realist’ geen toegevoegde waarde op dit betoog.

Het boek kost €22,00. Het is uitgegeven en te bestellen bij Eburon Uitgeverij.

JUDITH.BETER(t/de) – een terugblik

Hallo Marcel,

Vorige week kwam het BETER-programma voor mij (voorlopig?) ten einde. De afgelopen 12 weken ben ik olv een enthousiast team van het Preventiecentrum Gezondheid Zuyd begeleid naar BETER bewegen, eten en leven. Ik heb de enquêtes ingevuld, de metingen laten verrichten, de laatste beweegsessie, het laatste gesprek met leefstijlcoach en nog het staartje van de kick-out-bijeenkomst meegekregen. Tijd voor een terugblik.

BEweeg eeT verandER

De duidelijke planning van de beweegsessies zorgde ervoor dat ik deze vanaf de start van het programma in mijn agenda kon toevoegen. Ik ben (volgens mij) bijna elke week of in Maastricht of in Heerlen aangeschoven. Ik vond het goed om het verschil tussen Heerlen en Maastricht te ervaren. Dit zat vooral in de warming up. In Heerlen was dat iets intensiever (appekooien/balspel) dan in Maastricht (los bewegen op de plaats). De yoga-oefeningen waren vergelijkbaar prettig. Veel van deze oefeningen doe ik ook tijdens mijn wekelijks sportuurtje MOFIT. Dat blijf ik, ook na de zomervakantie, gewoon mee doorgaan. Ik overweeg 2x per week te gaan MOFITten. Het is voor mij ook gemakkelijk om op maandag 18u15 in de sportzaal in Heerlen aan te sluiten. Waarom niet? Het is goed ook ook mijn lijf in goede conditie te houden. Een alternatief is om toch op maandag te blijven bewegen bij Samefko. De groep wilde deze beweegsessies voortzetten. Mooi!

De activiteitenmeter Mi band  die ik te leen had gekregen, lever ik weer in. Deze had weinig meerwaarde tov mijn Up van Jawbone. Dit soort metertjes stimuleren mij niet permanent om dagelijks het streefaantal stappen te zetten.

BEweeg eeT verandER
Tijdens het laatste coachingsgesprek kreeg ik inzicht toch op voedingsgebied wel wat aanpassingen te hebben gedaan. In plaats van een Activia-yoghurtje eet ik ’s ochtends havermoutpap. Want als subtype 4 hoor ik voornamelijk pappen en soepen te eten. En als lunch eet ik vaker soep of een quinoa-tonijnsalade ipv een crackertje met huttenkase en rauwkost. Ik eet om de 2-3 uur. Waar ik vooral moeite mee heb is om het snacken ’s avonds laat te weerstaan (zeker als ik vind dat ik wel een extraatje verdiend, jaja ik ben een ‘emotie-eten’). Mijn coach liet zien dat tussen avondmaaltijd en slapen zo’n 5-6 uur zitten, dus niet vreemd dat ik trek krijg in iets lekkers. Heb nu het advies gekregen rond half 10 nog wat nootjes en rijstwafels te eten (alles wel met mate ;). Daar kan ik nog wel wat mee.

Echt afgevallen ben ik niet gedurende het programma. De aangeboden lijst waaruit ik ingrediënten kon kiezen passend bij mijn type bleek niet echt aan mij besteed. Bij het voedingstraject had ik meer ondersteuning willen hebben. De éénmalige workshop en het aangereikte receptenboekje was voor mij te weinig. De poging om onderling recepten uit te wisselen, waarvoor ik de Yammergroep heb aangemaakt, was (wederom) niet het medium dat werd gebruikt. Met Susy Braun, de lector en mede-initiatiefnemer van het programma, heb ik besproken, dat zo’n community toch enige moderatie nodig heeft, wilt het gaan groeien. Ik begrijp dat het begeleidingsteam hier geen energie aan heeft besteed. Immers de inzet van alle begeleiders was op vrijwillige basis! Respect!!

Voor mij zou een diëtist die mij begeleidt beter werken. Denk ik. Dan heb ik een stok achter de deur. Na de vakantie ofzo?…. misschien ….

BEweeg eeT verandER

Tijdens de kick-out kreeg elke deelnemer nog een mooi woordje van zijn of haar begeleider. Ik kreeg te horen dat ik te streng was voor mezelf. Ja, I know. Ik leg de lat hoog voor mezelf (en mijn omgeving 😉 ). Niet voor niets had ik op mijn kaart aan mezelf geschreven (dat ik nu terugkreeg): wees tevreden! 🙂

Nee verandert ben ik niet. BETER ben ik ook niet geworden. Dat heeft voor mij te maken met het lang wachten op informatie en doelen van het programma. Ook met het feit dat ik toch een paar weken ziek ben geweest door de middenoorontsteking. De antibiotica had een negatieve invloed op mijn darmstelsel.

Daarnaast merk ik dat ik meer support nodig heb. Mijn voorkeur zou zijn dat ik 2f en online gestimuleerd en ondersteund zou worden. Niets of niemand verandert snel. Ik ook niet. En daar is dit programma wel op gericht: een verandering van eten, bewegen en leven. Ik geloof hier ook in. Ik ben alleen niet overtuigd dat de aangeboden voedingsadviezen hieraan zouden bijdragen. Een geloof in hetgeen je doet, is wel essentieel voor een verandersproces.

Tijdens de kick-out meldde Susy de eerste bevindingen van het programma. Het gros van de deelnemers voelt zich fitter en heeft meer eigen regie en zelfcontrole mede door BETER. Hoewel dat niet mijn ervaring is (de redenen heb ik hierboven beschreven), is dit een mooi resultaat. Ik hoop echt dat dit programma een doorstart krijgt. Het is voor iedereen (van Zuyd) goed om na te denken over zijn beweeg- eet- en leefgedrag. Dat heeft het programma me echt gebracht: bewustwording. Ik ga op zoek naar mijn eigen balans om het veranderproces in gang te zetten.

Dank BETER-team voor jullie enthousiaste, energieke en vrijwillige inzet voor dit programma, met name Susy en Samefko.

Groet,
Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

DC4E, een verrijkt procesmodel voor blended onderwijs ontwerpen

Hi Marcel,

Het afgelopen schooljaar hebben we mooie dingen gedaan in het Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren (TOL). Zo nu en dan hadden we echt het gevoel dat we vlogen. Onder de bezielende leiding van lector Hendrik Drachsler heb jij als promovendus al je eerste artikel bijna gepubliceerd. Ik heb me vooral bezig gehouden met het samenstellen van een ‘verrijkt’ procesmodel voor het ontwerpen van blended onderwijs en het vormgeven van de website voor het lectoraat: tol.zuyd.nl. Jammer voor ons, maar geweldig voor Hendrik, hebben wij vorige week al afscheid moeten nemen van onze lector. Hij heeft een baan aangeboden gekregen en geaccepteerd als hoogleraar educatieve technologieën bij de Goethe Universität in Frankfurt ism het Deutschen Institut für Internationale Pädagogische Forschung. Deze functie combineert hij met de functie hoogleraar Learning Analytics bij de OU. Super voor hem! Hij vliegt verder 🙂 Maar wij ook! De kenniskring gaat in ieder geval verder met het doorontwikkelen van de Design-Cyclus for Education (DC4E).

Met gepaste trots deel ik op ons blog de link naar tol.zuyd.nl/dc4e. Ik mag wel zeggen dat ik steeds benadrukt heb het belangrijk te vinden het model open en zo gebruiksvriendelijk mogelijk te delen. De laatste weken heb ik daarom veel tijd besteed om dit vorm te geven op de website van het lectoraat TOL.

Samen met onze collega’s van de kenniskring, hebben wij dit procesmodel in eerste instantie ontwikkeld voor de ontwerpers van blended onderwijs voor Zuyd Professional, het flexibele deeltijdonderwijs van Zuyd. De cyclus loodst docenten stapsgewijs door het (her)ontwerpproces van modulair onderwijs. Elke stap is verrijkt met hulpmiddelen en voorbeelden die de docent ondersteunen bij het maken van ontwerpkeuzes.

Waar ik ook trots op ben is dat wij de DC4E-cyclus ontwikkeld hebben in nauwe samenwerking met de werkgroepen toetsen en valideren, blended onderwijs en intake & coaching van Zuyd Professional. Ook de lectoraten Professionalisering van het Onderwijs en Professioneel Beoordelen hebben feedback gegeven op dit model. Als kenniskring hebben we nu een eerste versie van het model gepresenteerd. Net zoals bij ontwerpen hoeft ook een model niet meteen perfect te zijn, er is ruimte voor verbetering. Aan de hand van gebruikerservaringen willen wij het model continu doorontwikkelen. Het zal natuurlijk ook worden uitgebreid met meer ‘tools’ en mooie praktijkvoorbeelden.

Het ontwerpen van blended flexibele deeltijdonderwijs staat natuurlijk niet los van het ontwerpen van blended onderwijs van het regulier bachelor onderwijs. Veelal zijn dezelfde docenten betrokken bij ontwerpprocessen. Kenniskring TOL beoogt met dit model ook een kader te bieden voor een gezamenlijke taal waarmee onderwijs(her)ontwerp gedeeld en gecommuniceerd kan worden. We hopen dat dit binnen Zuyd een breed gedragen ontwerpcyclus gaat worden. Ik zal vanuit mijn nieuwe rol als coördinator van het cluster onderwijskundige ondersteuning van de Dienst Onderwijs en Onderzoek dit model binnen ons advies- en ondersteuningswerk zeker overal binnen Zuyd introduceren.
Na de zomervakantie dan 🙂

Groet,
Judith

De DC4E cyclus voor het ontwerpen van blended onderwijs: Feiten, kennis, en best practices voor het ontwerpen van succesvolle blended learning strategie binnen Zuyd Professional.
Versie: 1.0, juli 2017

Kenniskring Technologie-Ondersteund Leren:
Evelien van Limbeek, Judith van Hooijdonk, Didi Joppe, Chris Kockelkoren, Peter Ebus, Marcel Schmitz, Peter Sloep, Hendrik Drachsler
Met bijdrage van:
Ankie van de Broek, Marcel Graus, Jeanine Schmeitz, René Claassen, Dominique Sluijsmans

Is a library without books still a library?

Hi Marcel,

Hoewel ik niet meer nauw met het bibliotheekwerk van Zuyd betrokken ben, hou ik me nog wel op de hoogte van de ontwikkelingen in het bibliotheekvak. Ik blijf per slot van rekening een informatieprofessional 🙂

Zo las ik het blogbericht Is a library without books still a library? Some thoughts on The Library as spacedoor Christian Lauersen. En dan denk ik: Yes! Zo is het! Zijn website heet The Library Lab: libraries, learning and lego. Geweldige combi toch? 🙂 Deze Deense bibliothecaris van de Roskilde University heeft visie.

Wat inspirerende citaten uit zijn blog:

…. And I think libraries are an important and unique counterpoint to this development as a platform for people to get together, talk, share ideas and opinions in a safe space, both within society and academia.

The physical library space has been going through a highly interesting development and have changes a lot over the years and I like us to think beyond the library as a place for a collection and a traditional study environment with table and chairs. I like to take on a more active approach to the library as place and will give examples on how to do that.

At The Faculty Library of Social Sciences (a part of Copenhagen University Library) we have tried to carry out an active utilization of library space for learning and network activities – and I’m not talking about on the regular library instruction – I’m talking about a facilitating approach where the library actively are setting a platform where people meet and learn from each other.

To meet this change and development in higher education we established Digital Social Science Lab. DSSL is a physical space for education and instructions for data handling within social sciences, it’s software and hardware for harvesting, clearing, analyzing and visualizing various kinds of data, it’s a community but most of all it’s a reaction – a reaction to a changing world and needs of our students, teachers and researchers.

We are trying to create a platform for people to meet and learn from each other in relation to work with data, we are trying to create a community where the library serves as platform and the librarian as facilitator.

In dat DSSL doen ze geweldig mooie dingen. Ze creëren ontmoetingen tussen studenten en onderzoekers rondom data management. Ze organiseren workshops die zowel door experts als door studenten worden verzorgd.

Wat dit voor de bibliothecaris betekent?

Skills? I don’t know. It’s hard to pinpoint sudden skills that goes with this but if you got an eye for bringing people together, can communicate why it’s relevant and got a strong stomach (for all the coffee) you come a long way.

Conclusie:

Library without books still a library? If you believe that a library is not only defined by it’s collection but by the way it succeed to support learning, education and research. Remember; A Library is not a goal in itself, it’s a mean to contain those very things. When stuff around us changes, like physical books disappearing from the library, let’s take up an active approach to continuously support and create values for our communities.

Zijn verhaal is ook gevat in een powerpoint. De uitdagingen en kansen van bibliotheken in het hoger onderwijs.

Ik zou zeggen: grijp die kansen!
Groet,
Judith

Academisch bloggen

Hi Marcel,

Veel succes met het oefenen van je Academic English 🙂 Naast het op niveau brengen van je wetenschappelijk Engels hoop ik dat je ook over je onderzoek gaat bloggen. Inhoudelijk blijft het nog een beetje stil op je PhD jams. Ik denk dat ik weet wat de oorzaak hiervan is. En ik weet niet of de aanname die ik regelmatig om me heen hoor correct is.

Open

Ik hoef jou niet meer te vertellen dat ik groot voorstander ben van Open Science, Open Data, Open Access, Open Licenties (Creative Commons). Echter dit gaat voornamelijk over het online publiceren over resultaten van wetenschappelijk onderzoek, dat dit voor iedereen gratis toegankelijk is. Belangrijk. Zeker! Maar ik wil eigenlijk een stapje verder 🙂 En ik ben niet alleen (zie Foster). Waarom mogen anderen naast de wetenschapper niet mee werken, gebruiken maken en bijdragen aan het wetenschappelijk proces? Klopt het dan echt dat je je onderzoeksideeën, je resultaten, je vragen niet online mag delen als je deze op een later tijdstip een artikel in een peer reviewed journal wilt publiceren? Ik twijfel. Ik kan er niets over vinden. Waar staat dat?

Veel informatie is te vinden hoe je je academisch moet bloggen. Mijn dochter kreeg onlangs een college wetenschappelijk bloggen :). Zo vond ik het recent boek communicating your research with social media. Hartstikke leuk. Maar ook dit blijft ‘beperkt’ tot het verspreiden van je onderzoeksresultaten. Nogmaals, belangrijk. Ik denk echter dat de kracht van je community ook kunt gebruiken voor een PhD-traject. Of ben ik nu naief?

Het ‘nieuwe’ publiceren

Ik vond een blogartikel van Rob le Pair met een pleidooi voor Academic Blogging: het nieuwe publiceren: communiceren over onderzoek. Hij schrijft dat onderzoekers niet alleen de traditionele publiceer-traject (de peer reviewed tijdschrift-route) moeten volgen, maar zich ook moeten richten op het real time academic communicating. Een onderzoeker kan op deze manier tussentijds een deel van het onderzoek publiceren, bloggen over het onderzoekproces, een onderzoeksopzet, een literature review, een gedachtengang of dilemma’s voorleggen aan peers, en en passant je academic writing trainen en verbeteren 🙂

De traditionele peer reviewd tijdschrijft-route is nog steeds dominant in de wetenschappelijke wereld. Open Access is zelfs nog geen gemeengoed (en 2020 nadert snel…). Ik zeg ook niet dat deze weg afgesneden moet worden. Het kan toch én én? Het online publiceren draagt in ieder geval  bij aan de ‘academic authority’ van een onderzoeker.

Le Pair benoemt een aantal voordelen van academic blogging:

  • Schrijven met meer vrijheid

Het schrijven van een peer reviewed artikelen kan voelen als een keurslijf. Natuurlijk wordt een artikel alleen maar beter door de feedback van reviewers, maar het is een moeizaam proces. You know ;). Bloggen geeft meer vrijheid om te schrijven, om je ideeën te delen en je gedachten te ordenen. Je kunt eens proefballonnetjes opgooien, reacties over je ideeën uitlokken die je weer verder kunnen hepen bij je wetenschappelijk onderzoek.

  • Schrijven voor (mee)lezers

Onderzoeken kan soms ook eenzaam zijn, lijkt me zo. Het is fijn om hetgeen waar je zo met passie mee bezig bent te delen met je blogpubliek. De waarde van critical friends weet jij altijd op waarde te schatten.

  • Door te bloggen ga je beter schrijven

Oefening baart kunst! Je kunt bloggen ook gebruiken om je academic writing (ja hoor mag ook in het Engels ;)) te oefenen.

  • Blog-artikelen kennen veel variaties en de inhoud verspreidt zich snel

Je blogs worden standaard gedeeld via Twitter en LinkedIn. Als we IFTTT weer eens instellen worden jouw blogberichten ook via mijn netwerk gedeeld. Nog groter bereik 😉

Blogging is quite simply, one of the most important things that an academic should be doing right now.

Patrick Dunleavy and Chris Gilson

Ik zie alleen maar voordelen 🙂 Ja bloggen kost tijd. Je maakt uiteraard zelf de keus of je kostbare tijd liever wilt besteden aan een ‘serieuze’ publicatie in een ‘echt tijdschrift’ of aan bloggen. Helaas worden blogpublicaties nog niet op hun waarde geschat.

Of je nu wel of niet wetenschappelijk gaat bloggen over je PhD-traject, ik wil eigenlijk wel eens weten welke ‘rule‘ voorschrijft dat het ‘verboden’ is om over een onderzoek te bloggen als je het later ook wilt publiceren in een peer reviewed tijdschrift. Is het een aanname van onderzoekers of is het echt zo? Weet jij het? Iemand anders in ons netwerk?

Je snapt natuurlijk wel wat dit betekent als deze aanname ongegrond blijkt te zijn, hè? 🙂

Groetjes,
Judith

 

Mijn gepionier

Hi Marcel,

Je het in mijn blog van dinsdag kunnen lezen over het boek van mijn MLI-studiegenoot Mieke Haverkort Duurzaam pionieren in het onderwijs. Soms komen gesprekken en boeken op het juiste moment op je pad. Dat was voor mij de afgelopen dagen zo.

Eerst even terug naar het boek. Zoals ik al blogde, een mooi boek en superstoer dat Mieke dat geschreven heeft. Trouwens, collega Ilse Meelbergs heeft als pionier ook een bijdrage geleverd. De theorieën over veranderen en leren die in het boek beschreven staan, waren mij bekend. Veel ervan heb ik ook tijdens de MLI gelezen en destijds over geblogd. En als je, zoals ik, veel leest over de veranderende samenleving en onderwijsvernieuwingen dan biedt dit boek inhoudelijk niet nieuws (behalve dan het actieleren en de uitdagingen die door Mieke daaraan gekoppeld zijn).

Pionier zijn

Pioniers zijn erop gericht om doorlopend te blijven leren en ontwikkelen. Door hun innerlijke gedrevenheid voor leren en ontwikkelen leggen ze een hoge mate van doorzettingsvermogen aan de dag. Een pioniersmentaliteit zorgt voor een stuk flexibiliteit en wendbaarheid. Pioniers zijn dan ook in staat om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.

Voor professionals vraagt dit volgens Mieke dat zij

  • hun eigen intentie verkennen
  • vertragen en kijken wat er gaande is
  • de capaciteit ontwikkelen om de chaos het hoofd te kunnen bieden
  • plekken creëren voor onderzoek, ontdekking en experiment
  • samen leren en werken rond complexe uitdagingen en vraagstukken

Als ik naar de uitdagingen kijk die in het boek beschreven staan denk ik dat ik ze allemaal weleens ben aangegaan

  1. kiezen voor pionieren
  2. een pioniersmentaliteit ontwikkelen
  3. een duurzame pioniersplek creëren
  4. samen de pioniersreis maken

en alle bijbehorende leerdrempels (het niet-weten, verbinding, volharding, loslaten) wel eens genomen heb 🙂

Ik kreeg inzicht in de betrokkenheidsniveaus die bij transitieprocessen horen. Ik herkende mijn responsieve manier van omgaan: reageren vanuit emoties 😉 of probleemoplossend bezig. Dit zijn geen pioniers-like reacties. Nee wil ik overleven dan moet ik vanuit mijn eigen expertise nadenken over mijn rol erin en opereren vanuit mijn cirkel van invloed zitten.

Zelfonderzoek

Het boek heeft een hele positieve toon. Het had wellicht met mijn state of mind van dat moment te maken dat mij zo nu dan het gevoel bekroop jaja ‘been there done that’.

De adviezen in het boek van de pioniers hoe goed bedoelt, ik ken ze allemaal: heb geduld, laat je niet uit het veld slaan door weerstand, vertrouw op het proces, neem stapje voor stapje, probeer, doen, beleef plezier, vier je successen. Maar als je pionierswerk waar je zo in gelooft ziet afbrokkelen, dan zinkt de moed zo nu en dan diep in mijn schoenen. Ik heb geen invloed op alle processen van het systeem waarin ik zit. Mijn betrokkenheid is groot. Mijn invloed beperkt. Volharding ….pfff….moegestreden….

Misschien ben ik toch niet de pionier die ik denk te zijn. Ik ben ook onderdeel van het systeem waar ik zo nu en dan tegen aan schop. Het systeem zijn we ook samen. We houden het samen in stand. Er uitstappen zoals Mieke dat heeft gedaan, durf ik niet zo goed. Financiële zekerheid is ook een dingetje. Wil ik ook niet. Ik heb toch een geweldige baan! Nog zoveel uitdagingen liggen op mijn pad.

Niet mopperen maar opperen, lees ik dan 🙂

Tijd voor enige reflectie. Alles weer een beetje in perspectief proberen te plaatsen. Ons blog is mijn leerlogboek. Ik kan niet alles open en online gooien. Dat doe ik wel f2f en via whatsapp met mijn critical friends (dank!).

Tempora mutantur, nos et mutamur in illis (De tijden veranderen en wij veranderen met hen)

Deze Latijnse spreuk stond op een van mijn eerste beleidsnotities over de komst van de computer in de bibliotheek. Veranderingen heb ik altijd wel omarmt. Dat heeft me ook gebracht waar ik nu sta. Als ik naar het plaatje van veranderingsproces Kübler-Ross uit het boek kijk, heb ik het gevoel in een looping te zitten waar ik niet meer uitkom *grinnik*

Soms bekruip me het gevoel van een onzinbaan. Wie zit nou te wachten op een advizeur? Het een en ander heeft natuurlijk ook te maken met de positionering van mijn cluppie I-adviseurs. Voor de zoveelste keer maar weer eens rollen en taken beschrijven. Ik wil zinvol werk DOEN!

Ilse beschrijft op haar blog pionierspijn dat pionieren ook heel pijnlijk kan zijn. Dat het ook te maken heeft met je zelfbeeld: hoe belangrijk, competent, aardig vind jij jezelf? Het heeft ook met waardering en door anderen gezien worden te maken. Mieke stimuleert in haar boek ook die innerlijke reis te maken. Die maak ik wel vaker 😉 Ik heb alleen niet zo’n behoefte om die met iedereen open en online te delen. 

Door het boek werd ik wel getriggerd om mijn kernwaarden weer eens scherp te formuleren. You know dat ik dit voor een ander doel onlangs ook heb gedaan. Kijk, ik heb m ook maar op ons blog gezet. (By the way onze 2bejammed-waarden zijn toch wel briljant geformuleerd). 

Vanwege onze herpositionering van I-adviseur, ICTO-mens naar cluster onderwijskundige ondersteuning vroeg ik me af: hoe noem ik me zelf? Ik ben geen docent. Ik heb een onderwijskundige master afgerond, ben ik dan een onderwijskundige? Mijn bibliothecaris achtergrond is bepalend voor de manier waarop ik mijn rol invul. Open en online, delen en samen zijn mijn drijfveren. Ik ben onderwijskundige informatieprofessional!

Pioniersplezier

De gesprekken tijdens MeetUp 043 deden me ook weer inzien dat ik ook goede en geweldig leuke dingen heb gedaan. Mijn kracht en geloof in open en online kennisdelen is groot. Samen leren en ontdekken. In elk project, dienst waar ik zit is roep om communiceren, en meer kennis te delen. Laten we dat what’s in it for me eens proberen om te buigen in what’s in it for us. Het bewegen tussen uiterste blijft lastig voor me. De manier waarop ik de wereld zie is natuurlijk niet dé manier (knowledge polarization).

Voor mij is die community, de mensen om me heen belangrijk. Volgens mij ontwikkel je je niet alleen. Ik wil veel van een ander leren. En ik denk dat een ander ook van mij kan leren. Gisteren hadden we een mooie dag. Hetgeen waar we het afgelopen jaar binnen veel energie hebben gestopt werd met waardering ontvangen. Dat is een fijn gevoel.

Volgens het boek van Mieke zijn onderzoekend, creatief, empathisch, risiconemend, netwerkend, oplettend, reflectief en veerkrachtig, kenmerkende eigenschappen voor een pionier. Die mentaliteit heb ik wel. Zo nu en dan meer vertragen (lastig voor dit juffertje ongeduld) en compassie met mijzelf blijven wat ontwikkelpuntjes 🙂

En laat ik vooral ook maar gewoon blijven dromen, zoals op deze heerlijke dromerige muziek van Eric Clapton. 

Judith

Boekreview. Duurzaam pionieren in het onderwijs

Dag Marcel,

Een studiegenoot van mij van de Master Leren en Innoveren, Mieke Haverkort, heeft een boek geschreven! Hoe stoer is dat! Toen ik haar aankondiging via Twitter voorbij zag komen, heb ik aangeboden een review te schrijven. Het boek zelf heb ik nog niet in handen gehad, maar een digitale versie heb ik dit weekend gelezen. Dit ook ter voorbereiding op de eerste MeetUp043 waar ik haar boek als lezer mag introduceren. Hieronder volgt mijn review. Welke impact het boek op mij persoonlijk heeft, volgt in een ander blog.

Judith

boekreview

Storytelling is een krachtige manier om je boodschap over te brengen. De auteur van dit boek, Mieke Haverkort, doet dat op een bijzonder goede manier. Door haar verhaal van haar eigen ontdekkingsreis als pionierende onderwijsprofessional als leidraad te nemen, neemt ze je snel mee in het boek. De intermezzo’s  van de acht andere pioniers maken de onderwijscontext nog betekenisvoller.

Mieke opent haar boek met een manifest. Daarin is te lezen hoe zij de veranderende wereld aanschouwt en hoe we volgens haar daar mee om zouden gaan. De verandertheorieën van Otto Scharmer, Peter Senge en Jan Rotmans zijn herkenbaar.

Het boek introduceert het landschap van onderwijsvernieuwing en de ontwikkelingen die we waarnemen. En beschrijft vervolgens de onbewuste systeemstructuren (zoals hét onderwijs) en mentale modellen (die ons gedrag bepalen) die verandering bemoeilijken. Mieke reikt ons een andere manier van kijken, communiceren en handelen aan.

Het boek is systematisch opgebouwd en bestaat uit 4 delen: (1) het innovatieperspectief, (2) innovatievermogen, (3) innovatieklimaat, (4) innovatieproces. Elk deel bestaat uit vier hoofdstukken waarbij de eerste twee een inleiding zijn op het thema (zie flyer voor inhoudsopagave). Per deel staat een uitdaging centraal (zie afbeelding rechts). Door actieleren wordt de lezer gestimuleerd de uitdagingen te behalen. Om een uitdaging te behalen moet je een leerdrempel overwinnen.

Het is een actief boek. Het vraagt van de lezer een eigen ontdekkingsreis te maken en zo al doende te leren:

  • hoe duurzaam pionieren kan helpen bij het bereiken van je ambities;
  • hoe je een pioniersmentaliteit ontwikkelt;
  • hoe je de juiste condities schept voor een pioniersplek;
  • hoe je een cocreatieve pioniersreis kunt maken en begeleiden.

Door een veelheid en diversiteit aan oefeningen word je als lezer uitgedaagd de vier leerdrempels te overwinnen. Daarbij staan dialoog, vertragen, rust en reflecteren in een leerlogboek centraal. Critical friends zijn belangrijke hulpbronnen. Ik herken het actieonderzoek van het boek van Petra Ponte hierin.

Als lezer ervaar je dat het boek met liefde is samengesteld. En vol empathie voor de lezer. Het is mooi vormgegeven, voorzien van inspirerende citaten. De auteur heeft een prettige schrijfstijl en maakt ingewikkelde verandertheorieën toegankelijk. Dat is een compliment waard. Het boek is bijna 300 pagina’s dik, dat had naar mijn idee wat compacter gemogen. Er zit veel herhaling is. Echter dat kan ook de opzet van de auteur zijn omdat zij met haar boek ons juist tijdelijk wilde laten vertragen.

Het boek is een vereenvoudiging van de werkelijkheid, zo staat in de inleiding te lezen. Regelmatig wordt benoemd dat pionieren in de dagdagelijkse onderwijspraktijk vaak veel complexer is en weerbarstiger zijn. Ik mis beschrijvingen of casuïstiek van die weerbarstige praktijk. En hoe pioniers hier vervolgens mee om gaan. Dat is het enige kritiekpuntje. Maar ik denk dat Mieke Haverkort met haar praktijk KreatieKracht je daar vast in kan adviseren en ondersteunen!

Het manifest aan het begin van het boek is geschreven aan alle onderwijsprofessionals die de moed hebben anders te doen. Mieke heeft de moed gehad anders te doen. Daarvan is dit boek het bewijs. Dat is pas baanbrekend werk. En we mogen er allemaal van leren.

Het boek kost € 39,00 en is ook als e-book beschikbaar. Het is uitgegeven en te bestellen bij Uitgeverij Politeia

Duurzaam pionieren sneak peek from KreatieKracht on Vimeo.

The problem of knowledge polarization #TEDtalk #mustsee

Morgen in de Nieuwsflits maar nu al op ons blog! Deze geweldige TEDtalk van de filosoof Michael Patrick Lynch: How to see past your own perspective and find truth.

Lynch stelt ons een soort Matrix-samenleving voor. Wat als je een chip in je hersenen hebt waarmee het hele internet onderdeel is van je geheugen? Als je zo snel toegang hebt tot informatie wil dat nog niet zeggen dat die betrouwbaarder is, of dat we deze op dezelfde manier interpreteren. We dragen nu al een wereld aan informatie in onze zakken, maar het lijkt er op, zegt Lynch, dat hoe meer informatie we delen hoe moeilijker het wordt het onderscheid te maken tussen wat echt is en wat fake-nieuws is.

To solve the problem of knowledge polarization, we’re going to need to reconnect with one fundamental, philosophical idea: that we live in a common reality.

Daarvoor moeten we 3 dingen doen, volgens Michael Patrick Lynch:

  1. believe in truth
  2. dare to know
  3. a little humility

We moeten ons realiseren dat we allemaal onze eigen perspectief op de realiteit hebben. En die realiteit wordt ook heel erg beïnvloed door de filterbubbels waar we in zitten.

Knowing that you don’t know it all

Kijk!

Mooiee avond.
Judith

 

Bullshit-jobs

Hi Marcel,

Soms heb ik wel eens van die periodes in mijn werk dat ik wanhopig verzucht ‘waar doe ik het allemaal voor’, ‘heeft dit enige zin?’, en ‘heb ik dit niet al eens eerder gedaan?’.

Onzinbanen, daar ging de bijdrage van Peter de Waard in de Volkskrant eergisteren over: “Slechts een kwart van de banen levert producten en diensten waar daadwerkelijk behoefte aan is”. En in alle andere banen wordt slechts 15 uur zinvol werk gedaan. De rest gaat verloren aan bezigheden als het verzenden van e-mails, het bijwerken van het Facebook-profiel, het marketen van nieuw beleid en veel vergaderen. Ik zou het willen tegenspreken, maar een kern van waarheid zit er wel in. Soms. Laat ik voor mezelf spreken.

Ook Pieter Derks sprak gisteren in het NPO1 radioprogramma De Nieuws BV over hetzelfde thema. Nederland kent veel bullshit-banen zoals twee miljoen communicatiewetenschappers (mijn arme dochter 😉 ) en niemand die een kraan kan repareren of kan stuccen. Nou dat kan mijn man dan wel weer. Hij is stukadoor!

Maar als we dan vinden dat banen die wel iets opleveren, er toe doen, laten we die dan eens op waarde schatten. Want vakmensen (en dat geldt ook voor leerkrachten en verpleegkundigen) worden immers niet zo goed betaald als adviseurs (*moi*) of managers of onderzoekers of al die andere banen voor ‘hoger opgeleiden”. We houden deze kenniseconomie-bubble met zijn allen wel zo in stand.

Warme groet,
Judith

%d bloggers liken dit: