Site-archief

Toekomst van leren #AOGLeren #LearningAnalytics

Hi Marcel,

Zoals je weet heb ik me weer ingeschreven voor een MOOC op het Curatr-platform: Toekomstgericht leren door data. Omdat ik weet dat jij geen tijd hebt om deze MOOC te volgen, geef ik je via ons blog een samenvatting per week. Vandaag ben ik begonnen aan de 1e van 4 weken met het thema ‘toekomst van leren’. Na een voorstelrondje en via een Zeemaps (waarmee je overzicht krijgt waar de MOOCleden zitten) en dus weer wat datasporen achtergelaten, gestart met de inhoudelijke opdrachten.

Als eerste kreeg ik het filmpje van Prince Ea met zijn aanklacht tegen het schoolsysteem voorgeschoteld. Hierover is al heel veel over te doen geweest. Pedro De Bruyckere heeft geblogd over de vele onwaarheden die hierin beweerd worden over effectief onderwijs. Ik heb in mijn reactie ook geschreven dat ik een beetje moe word van dit kort-door-de-bocht ideeën over onderwijs. Ja, onze omgeving verandert rap door technologie, onderwijs probeert het bij te benen, maar veranderingen gaan daar niet zo snel. Ik vind dat als je onderwijs ontwerpt technologie als vanzelfsprekend mee moet nemen in dat proces, maar niet alles (en voor iedereen!) verbetert door inzet van technologie. De goede keus maken voor/met een lerende binnen de gegeven omstandigheden is volgens mij goed onderwijs.

In een volgende opdracht werd ons gevraagd op basis van een oude bijdrage van Wim Veen (2005) over het onderwijs in 2020 aan te geven in welke fase onze organisatie zit. Volgens mij komt in onze organisatie (afhankelijk van vaardigheden docent en student) de verschillende genoemde fasen voor: computer-based training, online learning, learning on demand en ook learning mall. De term ‘blended learning’ kende ze toen nog niet 😉 In de opdracht over ‘rethinking learning’ bekeek ik dit filmpje, het is één van de vele in zijn soort, wel een aardige. Op de vraag over wat dit voor onze leeromgeving betekent, heb ik verwezen naar mijn toekomstscenario dat ik ihkv de MLI heb geschetst, waarover ik hier ook al eens geblogd heb. Korte samengevat: Volgens mij is het onderwijs van de toekomst nog plaatsafhankelijk maar met de lerende aan het stuur. Mensen zijn en blijven sociale wezens die van elkaar leren. Ook al gaat technologie een steeds grotere rol in ons leven spelen, en lijkt het zo dat we elkaar hiervoor niet meer fysiek hoeven te ontmoeten, vermoed ik dat scholen nog wel blijven bestaan. De huidige aandacht voor ‘Bildung’ in het onderwijs laat volgens mij zien dat persoonlijke ontwikkeling in het onderwijs steeds belangrijker wordt. ‘Bildung’ gaat over zelfontplooiing dat je in staat bent tot moreel oordelen en kritisch denken (één van de 21st century skills). Mijn 5 waarden voor mijn toekomstscenario waren en zijn: Verbinding – Open – Vertrouwen – Inspiratie – Vakmanschap.

In deze week heb ik weinig nieuws gehoord en geleerd. Is natuurlijk niet zo vreemd als ‘toekomst van leren’, een thema is waar je veel mee bezig bent. Je kunt dus concluderen dat ik op de hoogte ben 🙂 De meeste bronnen (of vergelijkbare) kende ik. Veel opmerkingen bij de opdrachten herkende ik van de discussies uit eerdere Curatr MOOCs (social learning/knowmad). Of ik anders over leren ben gaan denken werd tot slot gevraagd. Nee, dat niet, ik ben wel benieuwd naar week 2 als de vertaalslag naar Learning Analytics gemaakt wordt, en of het dan gaat over de impact op het ontwerp- en leerproces.

Tussen Twitter # van deze MOOC vond ik onderstaande link die ik, en ik denk jij ook, interessant vond om te bekijken.

Zonnige groeten,
Judith

Het ontwerpen en ontwikkelen van een social MOOC #exploresocial

ExploringSocialLearning

Zoals je weet Marcel heb ik vorig jaar meegedaan aan de MOOC Exploring Social Learning. Marlo Kengen & Petra Peeters, de ontwerpers en moderatoren van deze MOOC hebben een artikel schreven voor het tijdschrift Opleiding & Ontwikkeling (nr. 2, 2016) waarin ze hun ontwerpprincipes en leermomenten beschrijven.

Ontwerpprincipes

Stem zorgvuldig af op de doelgroep
Dit was door de diversiteit van de groep (zowel qua MOOC-ervaring als qua voorkennis, werkervaring) lastig, daarom werden zowel funderende als verdiepende en theoretische als praktische bronen aangeboden. Tevens werd alleen Curatr als leeromgeving gebruikt en niet van andere sociale media. En er werd nauwelijks gebruik gemaakt van de beschikbare spelelementen in het platform Curatr.

Werk vanuit heldere doelen
Deze waren tweeledig: inhoudelijk over social learning en gerelateerd aan de leervorm (kennismaken met toepassingsmogelijkheden van MOOC en leren cureren).

Maak deelname laagdrempelig
De MOOC was gratis en kort (4 weken) en een tijdsinvestering van 2à 3 uur per week. Wekelijks werden vijf tot acht bronnen (zoals artikelen, blogs, etc.) aangeboden en bij elke bron werd een inschatting van de benodigde tijd gegeven. Tevens in een paar zinnen werd de bron beschreven.

Creëer een heldere opbouw
Een heldere opbouw biedt deelnemers zicht op waar ze nu mee aan de slag gaan en wat verderop volgt. Het doel was nieuwsgierigheid te prikkelen.

Bied afwisseling in bronnen
Om tegemoet te komen aan verschillen in de doelgroep werden blogs, animaties, websites, fi lmpjes, artikelen, infographics en hoofdstukken uit boeken ingezet met een mix van ‘staande kennis’, meningen en praktijkervaringen.

Werk met vragen
Bij elke bron was een vraag geformuleerd om deelnemers aan het denken te zetten en om discussie binnen het platform op gang te brengen.

Plan contact
W
ekelijkse werden e-mails verstuurd om deelnemers betrokken te houden. Hierin werd ook teruggekeken op interessante discussies in de week daarvoor.

Uitgangspunten voor het modereren

De moderatoren Petra Peeters en Marlo Kengen hebben de MOOC top begeleid, schreef ik al eerder. Snelle reacties, verdiepende vragen, goed hoor. Het kostte hen minimaal 1 à 2 uur per dag.

  • Deelnemers verwelkomen
    De eerste vraag in de MOOC was: ‘Stel je voor! Veel deelnemers werden persoonlijk welkom geheten door bijvoorbeeld hun naam te gebruiken en hen, aansluitend bij hun toelichting, succes te wensen of verder te helpen. Hier werden deelnemers en moderatoren ‘zichtbaar’ en werd de basis gelegd voor verdere bijdragen en discussies.
  • Verdiepen door doorvragen
  • Verbinden. Door de vele reacties was het voor deelnemers lastig om overzicht te houden. De moderatoren verwezen mensen naar elkaar.
  • Uitnodigen. Auteurs van verschillende bronnen modereerden ook hun eigen materiaal.
  • Bijdragen waarderen. Er was veel aandacht aan het sociale aspect van de MOOC.
  • Snel actie ondernemen
  • Autonomie stimuleren

Lessons learned van de moderatoren

Stuur bij
Je leert de behoeftes van de deelnemers kennen door hun reactie en de analytics van het platform te gebruiken. Gebruik deze input. Tackel ook snel bij technische problemen.

Vragen als katalysator voor het leren
Door vragen te stellen bij de aangeboden bronnen wordt het leren verdiept. De ontstane discussie ondersteunt ook het sociale leren.

Kies bronnen bewust
Omdat het een gegeven is dat activiteiten minder worden gedurende de MOOC worden eerste bronnen vaker bekeken. Selecteer daarom eerder minder dan meer bronnen.

Autonomie komt niet automatisch
Er was geen verplichting om alles te lezen of om alle vragen te beantwoorden. MOOC werd niet afgerond met een toets. Weinig deelnemers maakten eigen keuzes, passend bij hun doelen en agenda. De meeste lazen alles (vrij schools) in de aangeboden volgorde. De volgende keer zal expliciet aandacht besteed worden aan autonomie van leren.

Het behouden of loslaten van overzicht
Het Curatr platfom kan aan sociale kracht winnen door meer zoekmogelijkheden aan te bieden, en ook door de opties voor het ordenen van bijdrages en volgen van deelnemers toe te voegen

Heb vertrouwen
Als moderator moet je vertrouwen hebben en durven los te laten.

En zoals Marlo en Petra tot slot opmerkten:

Er werd gezamenlijk en vanuit gelijkwaardigheid geleerd door mensen van alle niveaus, achtergronden en contexten. Samen met de open en positieve grondhouding bij het modereren zorgde dit voor een vruchtbare omgeving voor sociaal leren over social learning.

Een ervaring die ik elke deelnemer van een MOOC, student in het reguliere onderwijs of profesional die vanaf september een Zuyd Professional leereenheid gaat volgen, van harte gun.

Judith

Hoe een student een MOOC vangt

Ha Judith,

In dit blog zou eigenlijk een terugblik passen als antwoord op jouw terugblik van afgelopen schooljaar. Maar Chef Gusteau gaf Remy een advies dat (wellicht voorgoed) bij mij de weegschaal naar inspiratie in plaats van cynisme laat doorslaan. Want met beoordeling, NSE, NWO en fusie in het achterhoofd was dat bijna zo ver. Maar goed dat ik op tijd Gusteau heb gehoord:

IMG_4930

Daarom voor iedereen om van te leren en wellicht voor sommige een oud heerlijk gerecht van hoe een student een MOOC vangt.

Benodigdheden

  • Inspirerende flexibele student (type out of the box)
  • Gedreven studieloopbaanbegeleider
  • Openstaand Management Team
  • Meedenkende examencommissie
  • MOOC die goed urenlast beschrijft en kwaliteitsborging van inhoud en toetsing verantwoord (als het kan van een “gerenommeerde” Universiteit)

De betreffende student moet natuurlijk zelfstandig zijn en communicatief vaardig enigszins flexibel en doorzettingsvermogen hebben. Hij (in mijn voorbeeld) moet met een voorbeeld komen dat goed onderbouwd is qua uren en inhoudelijke verantwoording. In mijn voorbeeld zelfs meerdere MOOCS van de Universiteit van San Diego over Bio Informatica. Samen met de SLBer en het management wordt er gewerkt aan een geschikt programma voor de gewenste credits (15 in dit geval). En dat is dan toch een gepuzzel om gepast te krijgen in een eigen programma en een bepaalde volgorde tijdsperiode die de aanbieder van de MOOCS gebruikt. Als het programma goed genoeg is moet de examencommissie goedkeuring geven. In ons voorbeeld moest het dus een gerenommeerde universiteit  zijn, moest de student de officiële certificeringen kunnen overleggen. (4×50 euro kosten), en komt er een paper gelieerd aan het geleerde onderwerp. En dan is het aan de student om te werken. En is het aan de organisatie om te blijven meedenken, als een van de course onderdelen uitgesteld wordt, als de paper ingeleverd wordt, als de certificaten 4 weken na het einde van het blok door de aanbieder aangeleverd worden. De student moet geduld hebben bij de start van het traject, moet bereid zijn om zijn programma om te gooien, moet willen betalen voor certificering en moet geduldig wachten tot verschillende personen hun fiat over het voorstel geven. 

En komende augustus rond Roel zijn traject voor 15 credits af. Hij heeft een viertal cursussen (MOOCS) rondom Bio Informatica af, paper ingeleverd en in Augustus sturen we resultaat van paper plus certificaten naar de Examencommissie. Maatwerk om trots op te zijn en wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar. Met de voorzitter van de examencommissie en de student komen er nog evaluatiegesprekken die ik dan ook hier wel zal delen in 2015/2016.

Wellicht dat meerdere studenten zo een MOOC kunnen vangen volgend jaar. Wij bieden die mogelijkheid in ieder geval aan.

Op MOOCZI.wordpress.com volgt ergens in het begin van het nieuwe schooljaar de evaluatie en procesbeschrijving vanuit alle betrokkenen, zodat meerdere studenten en faculteiten dit kunnen gebruiken. Iets om naar uit te kijken denk ik.

Groet Marcel


Living in a VUCA world #exploresocial

Hoi Marcel,

Deze week is mijn MOOC over Social Learning gestart 🙂 Met ruim 700 deelnemers onderzoeken we in de eerste week  wat Social Learning is. Al scrollend tussen de reacties zag ik verschillende meningen over dit begrip: van ‘het leren van en met elkaar’ tot de invloed die sociale media hierop heeft. Termen als ‘informeel leren’ en ‘werkplekleren’ kwamen ook regelmatig voorbij. Ik vind de volgende omschrijving van Maria Conner het beste:

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.

Uiteraard komen ook theorieën van Bandura, Vygotski, Siemens, Lave en Wenger aan bod. Dat werd in een mooi lijstje  over Social Learning Theories gedeeld. Deze theorieën heb ik ook in mijn paper over Social Learning in Open Online Onderwijs opgenomen. In de discussie heb ik de theorie van Illeris en de Zelf Determinatie Theorie van Ryan & Deci toegevoegd en mijn paper heb ik inmiddels al gedeeld 🙂

Wat nieuw was voor mij was het begrip VUCA. Heb jij daar wel eens van gehoord?

VUCA is de acroniem van Volatility, Uncertainty, Complexity, Ambiguity. Het vat de wereld waarin we vandaag leven samen waarin de verandering centraal staat en zekerheden er niet meer zijn. Het belang van flexibiliteit, veerkracht, wendbaarheid en weerbaarheid staat ook centraal in de deze week gepubliceerde strategische agenda van de Vereniging Hogescholen: Wendbaar & Weerbaar. We zitten in een overgang van tijdperken volgens het artikel van Ger Driesen wat wij ter lezing aangeboden kregen. Elke verandering brengt sociale onrust en onzekerheid met zich mee (vergelijkbaar met de levensfasen en crisissen van organisaties volgens het model van Greiner). Elke nieuwe fase vraagt om nieuwe toolset, mindset en skillset. Deze week kwam een tweet voorbij dat bijna een kwart van de werknemers zegt belangrijke nieuwe kennis of vaardigheden te missen. Uit het bericht van het CBS: “Dit hangt vooral samen met de snelheid van de technologische ontwikkelingen. Zo geeft een relatief groot deel van de ict’ers en van de databank- en netwerkspecialisten aan dat het werk zodanig veranderd is dat zij nieuwe kennis en vaardigheden nodig hebben voor hun werk.”

CBS

De manier om met de VUCA wereld om te gaan is leren, volgens Driesen.

Sociaal leren dan maar? 🙂

Wat betreft het Curatr platform, het ziet er aantrekkelijk uit. De presentatie van de opdrachten is overzichtelijk. Je wordt gestimuleerd om te reageren, daar krijg je ook XP’s voor. De moderatoren reageren snel en stellen soms verdiepende vragen. Mijn eerste badge heb ik binnen! Je kunt alleen niet alle reacties bekijken, het zijn er echt veel te veel. Een gemis vind ik dan ook het ontbreken van zoekfunctionaliteit. Wel handig dat ik een mailnotificatie krijg als op mijn bijdrage gereageerd wordt, want binnen Curatr krijg (of zie) ik dat niet. En een eenduidige # zou ook handig zijn geweest.

Volgende week verder.
Judith

Update 25 mei: De # voor deze MOOC is #exploresocial. Inmiddels aangepast in de blogtitel

 

Exploring Social Learning #exploresocial

ExploringSocialLearning

Hi Marcel,

Ik ben weer gezwicht, ik heb me weer eens ingeschreven voor een MOOC 🙂 Ik kan het toch niet laten om een Nederlandstalige MOOC over Social Learning voorbij te laten gaan? Toch? Zeker nu ik zo aan het eind van mijn studie geconcludeerd heb dat Social learning in al mijn studieproducten een centrale rol heeft gespeeld.

Deze MOOC ga ik vanaf 18 mei t/m 14 juni 2015 volgen. Het is een iniatief van de MOOCFactory en wordt begeleid door Petra Peeters en Marlo Kengen (docenten HAN Opleidingskunde). De inhoud is ontwikkeld door Sam Burrough en Martin Couzins. Zij hebben de Engelse versie van deze MOOC begin dit jaar gemodereerd.

De MOOC vindt plaats via de nieuwste versie van het platform Curatr. Nieuwe functionaliteiten (nieuwe user-interface, real-time chat met twitter integratie en verbeterd gebruikersprofiel) worden uitgeprobeerd. Ik vond mijn gebruikersprofiel er al netjes uit zien, ik kon koppelen met mijn LinkedIn, dus hoef niet alles handmatig toe te voegen. Ik kon vervolgens nog heel gemakkelijk LinkedIn-items weghalen (als ik die niet relevant zou vinden) en items toevoegen. De koppeling met Twitter heb ik nog niet ontdekt. Heeft deze MOOC überhaupt als een #? Nog niet gevonden … Wel het twitteraccount @sl_revolution.

Wat is nou Social Learning?
Social Learning lijkt wel één van de buzz-woorden van de laatste jaren. Onder Social Learning worden allerlei interacties en leervormen waarin mensen met en van elkaar leren. Dat kan via sociale media maar net zo goed via bijvoorbeeld face-to-face contact. Voor professionals wordt Social Learing in toenemende mate dé manier om bij te blijven en mee vorm te geven aan nieuwe ontwikkelingen. In deze MOOC wordt onderzocht hoe we Social Learning in kunnen zetten voor eigen ontwikkeling en voor de ontwikkeling van anderen.

De MOOC duurt 4 weken, elke week bestaat uit een thema:

  1. Wat is Social Learning?
  2. Welke vraagtekens kun je zetten bij Social Learning?
  3. Hoe kan ik Social Learning zelf benutten?
  4. Hoe kan ik Social Learning inzetten voor het leren van anderen?

Kost me minimaal zo’n 2 uur tijdsinvestering per week. Moet kunnen 🙂
Groet,
Judith

Bron: Website Social Learning Revolution

Minister OCW over open online onderwijs

Dag Marcel,

Jouw twitterline zal ook wel sinds gisteren overlopen met tweets over Minister Jet Bussemaker. Gisteravond was zij samen met Alexander Klöpping te gast bij DWDD.

DWDDMOOCs

Klik op de afbeelding om het fragment te bekijken

Aanleiding dat zij hier zat was natuurlijk de brief die zij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde over open en online hoger onderwijs. Uit het persbericht:

Minister Bussemaker zet het licht op groen voor online colleges in het hoger onderwijs. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze dat studenten aan hogescholen en universiteiten studiepunten kunnen krijgen voor online colleges of zogeheten MOOCs. Bovendien stelt de bewindsvrouw €1 miljoen beschikbaar om het gebruik van dit soort colleges te bevorderen.

De ontwikkeling van online onderwijs is onontkoombaar, schrijft Bussemaker. Hogescholen en universiteiten kunnen ervan profiteren. Ze kunnen hun onderwijs ermee verbeteren, versterken er hun profiel mee en vergroten hun bereik. Bovendien kunnen ze nieuwe groepen studenten aanboren, zoals werkenden die naast hun werk een studie willen gaan doen. Ze ziet de colleges vooral als aanvulling op zogeheten contactonderwijs, niet als volledige vervanging ervan.

Een mooi signaal van de minister. Dat deze brief in aantocht was, had ik al gehoord van Adrie Steenbrink, een beleidsmedewerker van OCW tijdens de Open Education Netwerkdag op 12 december jl.
Bussemaker begint haar brief met een overzicht van de Open Education ontwikkelingen (vergelijkbaar met de inleiding van mijn paper ;)) en wat tabelletjes

MOOCplatforms

Uit Brief van minster OCW aan 2e kamer

Udacity biedt alleen nog maar MOOCs aan voor betaalde bedrijfstrainingen

MOOCsNL

Bussemakers benoemt dat MOOC’s een ontwikkeling zijn (door snelle internet en mobiele technologie) die het aangezicht van het hele hoge onderwijs kan doen veranderen. Een ontwikkeling die gevolgd moet worden. Maar waar ook meer evidentie rondom pedagogisch – didactische kwaliteit van MOOC’s verzameld moet worden. Daarom moet er meer geëxperimenteerd worden met MOOC’s, een groter aanbod is hiervoor nodig. Zij schrijft:

De inzet van open en online onderwijs maakt een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en van het onderwijsmateriaal mogelijk

Gekoppeld aan de strategische agenda voor het hoger onderwijs “Kwaliteit in verscheidenheid’ is de kernvraag hoe open en online hoger onderwijs hieraan kan bijdragen. Centraal in dit toekomstbeeld voor HO in 2025 staat een uitdagend studieklimaat en waarbij kwaliteitsborging hoog in het vaandel staat. Belangrijk blijven die learning communities die onderwijsinstellingen zijn. Docenten zorgen (onder invloed van de open online onderwijs ontwikkeling) steeds meer voor de sociale interactie en binding omdat zij in de toekomst minder kennis over hoeven te dragen. Haar verwachting:

Mijn verwachting is dat alle hogeronderwijsinstellingen de mogelijkheden van open en online onderwijs op een eigen manier zullen benutten. Van massieve inzet op versterking van de internationale reputatie en het aantrekken van grote aantallen studenten die hun leven lang blijven leren, tot primaire inzet op het delen van studiemateriaal, een impuls aan het internationaliseringsbeleid of juist een focus op een vergroting van het studiesucces door studenten deficiënties online weg te laten werken en studenten efficiënt feedback te kunnen geven in het onderwijsproces. En dat is alleen maar goed. Iedere onderwijsinstelling heeft een eigen profiel. Welke inzet het beste daarop aansluit, zullen hogeronderwijsinstellingen alleen ervaren door zelf actief te experimenteren, de inzet te evalueren en daarvan te leren.

We zijn dus goed bezig met ons MOOCZI-project! Misschien nog wat centjes meepikken van die beschikbare 1 miljoen? 🙂 Mijn voorkeur zou zijn om dat samen met andere hbo-instellingen dat op te pikken. Tevens geeft zij aan dat het hbo de Centres of Expertise en het bedrijfsleven zou moeten betrekken om te bepalen op welke terreinen de vraag naar online onderwijs het grootst is. Iets wat wij onlangs tijdens ons voortgangsgesprek over het project ook geconcludeerd hebben. Mooi voor het vervolgproject!

Print

Bussemakers is nog niet voornemens wet- en regelgeving met betrekking tot contacturen en vestigingsplaatsbegeinsel aan te passen. Volgens haar biedt de huidige regels voorlopig voldoende voor de experimenteerfase waarin open online onderwijs zich nu bevindt. Als de examencommissies online onderwijs goedkeurt dan mogen er ook studiepunten toegekend worden, meldt zij.

Ze ondersteunt de Opening up Education van Europese Commissie. Het een en ander sluit aan bij de kamerbrief van de staatsecretaris over Open Access van publicaties.

En in maart tijdens de Open Education Week volgt een hogeronderwijsconferentie. Iets om naar uit te kijken 🙂 Wellicht dat we binnen Zuyd er nu ook aan toe zijn om activiteiten op te zetten binnen deze week. Ik ga eens met collega’s van Zuyd Bibliotheek overleggen!

Een interactieve setting die past bij open en online onderwijs, waarin docenten en studenten elkaar uitdagen en inspireren, vergt niet alleen goed toegeruste docenten, maar ook goed voorbereide studenten.

Ook voor de digitale vaardigheden van docenten en studenten had de minister oog. Kortom, ik werd wel blij van deze brief.
Judith

Gastblogger Rienke Schutte over MOOCs op Dé Onderwijsdag 2013

Hallo Marcel,

Dit jaar zijn wij niet naar Dé Onderwijsdagen geweest. Zoals ik al blogde was er wel veel aandacht voor Open Education, mn MOOCs. Ik heb de dag voor hoger onderwijs een beetje gevolgd via Twitter. Collega Rienke Schutte was er wel én zij voor ons hetgeen zij tijdens De Onderwijsdagen hoorde over MOOCs op een rijtje gezet.

MOOC

OUR 2bejammed GUEST: Rienke Schutte

Op Dé Onderwijsdag 2013 voor het Hoger Onderwijs veel over open: over open onderwijs, over open onderwijsmateriaal en natuurlijk over MOOCs. Voor de universiteiten zijn MOOCs langzamerhand uit hun kinderschoenen gegroeid. Verslag van een sessie over ervaringen en leermomenten van een aantal universiteiten met MOOCs.

De OU heeft traditioneel al veel ervaring met afstandsonderwijs, maar ze gaat nu MOOCs regulier aanbieden via haar eigen platform, Zoals de MOOC E-learning. Ze heeft ervaren dat je er nieuwe studenten mee kunt aantrekken en dat je ervoor kunt zorgen dat deze studenten de juiste keuze maken. De kwaliteit van het aanbod is voor MOOCs cruciaal.

Universiteit Leiden biedt MOOCs aan via het platform Coursera. Dankzij een dergelijk platform krijg je veel studenten uit de hele wereld. B.v. bij de eerste cursus over terrorisme & antiterrorisme waren 26.000 mensen ingeschreven, uit 160 landen waaronder de VS, Israël en Pakistan. Daardoor alleen al kwamen heel verschillende ervaringen aan bod en werd het een hele dynamische cursus. Er wordt benadrukt dat het van belang is om gewoon aan de slag te gaan. Met in ieder geval een ervaren community manager. Ze werken ook met SPOCs (Special Private Online Courses).

De UvA is begonnen met MOOCs op een eigen platform, maar gaat ze nu ook aanbieden op Coursera; voor wereldwijde ‘branding’ en het gebruik maken van de grote getallen. De Nederlandse markt is volgens hun (te) klein.

De TU Delft werkt samen met EdX. MOOCs zijn voor de TU Delft onderdeel van hun totale strategie richting meer openheid. Een MOOC is naar hun ervaring uitstekend geschikt voor het (wereldwijd)verzamelen van data voor onderzoek. Daar zijn ze mee begonnen in de MOOC Water Treatment. Ze gebruiken MOOCs ook voor de disseminatie van onderzoeksresultaten. MOOCs maken en draaien kost heel veel tijd en energie. MOOCs moeten telkens weer fundamenteel worden aangepast.

Al met al al heel wat ervaringen. Maar ook nog veel vragen. Over privacy, over de mogelijke bussinessmodellen en over toetsen en certificering. Daarover ging een aparte sessie waarover verslag wordt gedaan in het edublog van Casper Hulshof.

Meer over Dé Onderwijsdagen:

Dank je wel, Rienke voor het delen van deze leermomenten! Iets om rekening mee te houden bij het MOOCZI-project.
Groet,
Judith

OERzaken: verslag van de 2e bijeenkomst Masterclass OER4OER

Dag Marcel,

Twee dagen na onze terugkomst in Nederland zat ik dinsdag 29 oktober met een flinke jetlag bij de 2e bijeenkomst van de Masterclass Open Educational Resources (afgekort OER) die ik momenteel via SURFacademy volg. Omdat ik verzuimd had mijn huiswerkopdracht voor de eerste bijeenkomst (‘maak een filmpje over OER’) te maken, heb ik maar “ja” gezegd op het verzoek een blogpost te schrijven voor SURFspace over deze 2e bijeenkomst ;). Ik heb op deze kennisdeelomgeving uiteraard wel gedeeld dat ik betrokken ben bij het MOOZI-project 😉 Dat leverde me in ieder geval een afspraak met Marlies Bitter (van de OU) op om eens verder te praten over mijn onderzoeksopdracht voor de studie MLI. Top!
De deelnemers van deze driedelige masterclass komen zowel van hogescholen als universiteiten, en naast informatiespecialisten en ICTO-adviseurs zijn er zelfs 2 docenten! Daniëlle Quadakkers, collega van Fontys, heeft op haar blog zowel een verslag gemaakt van de eerste als tweede bijeenkomst.


OER4OER

Na een welkom en een terugblik op de eerste bijeenkomst werd iedereen in de gelegenheid gesteld zijn/haar ‘huiswerk’ te laten zien.

  • De docent in het gezelschap liet zijn blog Allmoocs.nl. Hierop deelt hij zijn colleges in de vorm van korte video’s (zoals de Khan Academy, ook qua vormgeving). Het kost hem veel tijd om het bij te houden, maar hij beleeft er veel plezier aan en zijn studenten waarderen het zeer.
  • Daarna volgden enkele presentaties van deelnemers die wel hun filmpjes hadden gemaakt, sommige in het ‘Plain Dutch’ concept, een ander m.b.v. een powerpoint. Dat leverden meteen wat tips van de AV-collega in het gezelschap m.b.t. de belichting, scherpstelling en geluid (apart opnemen!)

Er vond nog een interessante discussie over het eigendomsrecht van geproduceerde filmpjes door docenten. Dit blijkt toch een ingewikkelde kwestie te blijven, in de volgende masterclass gaan we daar dieper op in.

Hester Jelgerhuis (ook aanwezig met een jetlag ;)) was net terug uit Amerika waar ze samen 17 bestuurders van hogescholen, universiteiten, VSNU en het ministerie van OCW een studiereis had gemaakt door de wereld van open education. Haar blogs zijn beschikbaar via de SIG OER op SURFspace. Hester deelde met ons wat haar opgevallen was:

  • De bestuurders waren na deze studiereis overtuigd dat ‘open education’ niet voorbij gaat. “Dit is geen hype, hier moeten we in mee gaan”.
  • Het gaat niet alleen om MOOCs (dat lijkt nu het toverwoord) maar het ook over open courseware en open leermateriaal.
  • Er was veel belangstelling voor toetsen (hoe ga je om met peerreviews) en mastery learning (leerinhoud in ‘behapbare’ brokken)
  • Duidelijk was dat het noodzakelijk is om te investeren in docenten als het gaat om online onderwijs; zowel goede apparatuur als goede begeleiding. Door het open zetten van je onderwijsmateriaal wordt de kwaliteit significant beter.
  • Met Open Education wordt ook onderwijsinnovatie binnen de muren van de campus op gang gebracht. In Amerika is een duidelijk verschil tussen campusonderwijs en online onderwijs.
  • Eigen studenten krijgen vaak een rol van teachingsassistents binnen de MOOCs. Ze leren van de interactie tussen de studenten. In sommige gevallen zijn het campusstudenten die de MOOC tegelijkertijd volgen, soms worden hogere jaars ingezet als teachingassistents.
  • Aandacht voor open education moet zowel via een top down als bottom up benadering plaatsvinden, het moet elkaar versterken.
  • De onderlinge verschillen tussen Nederlandse instellingen zijn groot, de ambitie m.b.t. open content is gelijk (hergebruik van content, of gezamelijk materiaal maken en meer delen op lokaal of regionaal niveau, of zelfs op Nederland richten).

Martijn Ouwehand van het Open Education Team van de TU Delft verzorgde een presentatie over zoeken en vinden van OER, OCW en MOOCs. Martijn wilde zijn presentatie beginnen met wat vragen en stellingen met behulp van Feedbackfruits (altijd goed om de beginsituatie van je deelnemers te peilen). Ondanks de ICT-minded aanwezigen gaf het inloggen op het programma nogal wat problemen. Het is tijdens een presentatie niet handig als deelnemers nog een account aan moeten maken en vervolgens dat nog via een mail moeten verifiëren. Het was goed dat Martijn na enige tijd deze poging staakte.
Martijn behandelde onderwerpen als:

  • waar let je op als je zoekt naar OER,
  • welk zoekwoord gebruik je,
  • let op de kwaliteit van het materiaal,
  • past de vorm bij de doel van je gebruik,
  • en mag je het hergebruiken? Check de Creative Commons Licentie

Vervolgens besprak hij diverse catalogi en zoekmachines om open materiaal te vinden. Een willekeurige en niet-complete opsomming (zijn presentatie staat nog niet online).

De groepsopdracht van Martijn: ‘ga op zoek naar OER/OCW/MOOC’ viel een beetje tussen wal en schip. Vervolgens kregen we van Marlies en Ineke een Brainwrite formulier. Een leuke werkvorm om ideeën te delen. Iedere deelnemer schreef zijn vraag op een formulier en tegelijkertijd werd het formulier naar de buurman/buurvrouw doorgeschoven die een oplossing op de vraag kon opschrijven, en zo ging dat het hele rondje door. Jammer was dat (het mij) niet duidelijk was wat voor soort vraag gesteld moest worden, daardoor was de diversiteit aan vragen nogal groot.

Na de pauze ging Martijn Ouwehand verder met een presentatie over gebruik en hergebruik van OER. Onderzoek laat zien dat MOOCs vooral gebruikt worden door studenten (in alle leeftijdscategorieën) die iets in hun vrije tijd willen leren. Uiteraard vertelde Martijn vooral over de ervaringen van de TU Delft. Zij hebben ervaren dat er een significante kwaliteitsverbetering van het onderwijs volgt door het open zetten van je content. Als voorbeeld kwam o.a. Delft Design Guide, een open cursus waarin ontwerpmethodes werden behandeld. Ontwerpbureaus hebben deze methodes geëvalueerd en hun ervaringen teruggekoppeld naar de opleiding waardoor een nog beter product ontstond.
Open Educational Resources kan gebruikt worden als:

  • Voorlichting en werving van nieuwe studenten
  • Naslagwerk
  • Verbreding
  • Feedback en kwaliteitsverbetering

Niet al het materiaal dat je vindt is gepubliceerd onder een open licentie, TU Delft doet dit wel.
Kenmerken van open educational practices is dat de lerende zelf vorm geeft aan zijn leerproces. De student krijgt een actieve rol. Het leerproces verplaatst van docentsturing naar studentsturing.
Vervolgens kregen we nog enkele leuke voorbeelden van flipped classroom, zoals Reversed Teaching (‘zoek een filmpje over mijn hoorcollege’ ). De overige voorbeelden ben ik vergeten, daar heb ik toch de powerpoint van Martijn voor nodig.

Martijn heeft een paar keer ;) 12 december genoemd, de dag waarop de Netwerkdag Open Education plaatsvindt en waarop vele vragen gesteld en beantwoord zullen worden. Ik heb me aangemeld hoor!

Gedurende de dag bleek dat er veel belangstelling is voor het uitwisselen van tips waaraan te denken bij het maken van videoproducties (een soort ‘ kookMOOCbook’). Het gaat dan ook om procedures waarmee het proces het maken van een OER-product efficiënter maakt.
We hebben gevraagd of tijdens de laatste bijeenkomst een docent zijn ervaringen met het maken/delen van OER of het samenstellen van een MOOC/OCW met ons wilt delen. Ik ben benieuwd wie 26 november voor ons neus staat. En we hebben weer een ‘huiswerkopdracht’: Wat heb je nodig van je leidinggevende om open content te publiceren. Ik moet argumenten gaan verzamelen. Dit past goed binnen het MOOCZI-project. Aan de slag dus maar weer.

Judith

PS. de titel van dit blog is intellectueel eigendom van Bert Frissen ;) met toestemming gebruikt.

Dit verslag is ook gepubliceerd op SURFspace.

Ik heb nog zoveel te doen, ik moet nog …. #edu13 #mooczi #mli #sa_mooc

Hi Marcel,

Wat hebben wij een supergave tijd gehad de afgelopen 2 weken in The States! Zondag teruggekomen en nu al weer meteen volop in werk en studie. Pfff…dat valt niet mee. In Amerika heb ik alleen mijn vakantieblog bij kunnen houden. Het verwerken van alle informatie en indrukken van de Educause (het uiteindelijke doel van de trip ;)) moet nog gebeuren. 

De komende weken zullen wel wat Educause blogs volgen over het thema The Connected Age

Gisteren op mijn lesdag van de Master Leren en Innoveren kregen we te horen wat van ons verwacht wordt m.b.t. LeerArrangement 5: hét onderzoek. Ook hiervoor staan (naast het schrijven van mijn paper) de komende weken deadlines voor feedbackmomenten ingepland. Ik moet snel gaan focussen en daarna even samen met jou naar mijn onderzoeksvraag kijken. Uiteraard zal dit onderzoek een onderdeel worden van het innovatieproject van de faculteit ICT rondom MOOCs en OER. 

En nu in de trein onvoorbereid op weg naar de 2e bijeenkomst van de Masterclass van SURFacademy over Open Educational Resources. Ik had een opdracht voor deze bijeenkomst: maak een filmpje over OER. Dat is niet meer gelukt. Voor de herfstvakantie is veel tijd en energie gegaan in het opzetten van het blog voor het MOOC-project. Het filmpje ga ik zeker nog wel maken! Ik wil het programma Videoscribe graag eens uitproberen.

Dus de afgelopen tijd (zowel op Educause als MLI als masterclass) bezig geweest met de thema’s MOOC en OER, nu nog schrijven en delen. Dat wordt de opdracht aan mezelf voor de komende dagen/weken.

Ook sterkte met de jetlag! 

Judith 

Werk in uitvoering: concept probleemanalyse paper LA1 #MLI

Hallo Marcel,

Voor 9u00 gistermorgen moest ik de probleemanalyse en onderzoeksvraag inleveren voor mijn 2e feedbackmoment. Ik krijg deze week schriftelijke feedback van mijn begeleider Sophie. De feedback die ik ’s middags al van mede-studenten heb ontvangen is in deze concept-probleemanalyse nog niet verwerkt.

Mijn doelstelling voor afgelopen week was om Mendeley en APA beter te doorgronden. Wat betreft APA is onze informatiespecialist Annette mij behulpzaam geweest. Dank!
De desktop-cliënt van Mendeley had ik al geïnstalleerd, maar ik wilde ook Mendeley gebruiken om te citeren. Via een uitgebreide handleiding van de Universiteitsbibliotheek TU/e zag ik dat ik hiervoor de MS Word Plugin moest installeren. Gelukkig heb ik installatierechten op mijn werklaptop. Ook handig bleek de web-importer van Mendeley om referenties vanuit mijn browser toe te voegen aan mijn Mendeley-library. Deze informatie met linkjes heb ik ook toegevoegd aan Dingen@Zuyd: Ding 12: Referentieprogramma’s.
In de literatuurlijst die ik toegevoegd heb aan mijn probleemanalyse en de verwijzingen in de tekst hiernaar, zijn nu via mijn Mendeley-library gegenereerd. Of het al helemaal APA-proof is, weet ik niet. Het is nog concept hè 😉

Ik had me deze week nog wat willen verdiepen in de term ‘social learning’ via de database Eric, maar dankzij de Shutdown van de Amerikaanse overheid zijn er ook diverse onderzoeksdatabanken niet beschikbaar. Belachelijk. Ik hoop dat deze shutdown snel voorbij is. In die databanken zal ik de komende weken niet zoeken, maar voor ons reisje naar Amerika zal dit toch wel fijn zijn! Maar hierover deze week meer 🙂

Greetings
Judith


Probleemanalyse & Onderzoeksvraag

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, Janssen, & Van Valkenburg, 2013).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staan werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm (“MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar,” 2013).

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recent binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT. Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als op en courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in aangenomen OER Declaration waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen (“2012 Paris OER Declaration,” 2012).

In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald ((Jacobi, 2013):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”
Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”(“Wat zijn Open Educational Resources?,” n.d.)

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd (“Zuyd bouwt aan een sterk merk,” n.d.). Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie (“Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd,” n.d.)
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”
Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (Munnichs, 2013)

De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet wordt het informele leren gestimuleerd. Het programma Opening Up Education (geïnitieerd door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn (Johnson, Adams, & Cummins, 2013).

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open onderwijs gestimuleerd kan worden?

Literatuurlijst

2012 Paris OER Declaration. (2012). In 2012 World Open Educational Resources (OER) Congress UNESCO, Paris, June 20-22, 2012. Paris. Retrieved from http://www.unesco.org/new/fileadmin/MULTIMEDIA/HQ/CI/CI/pdf/Events/Paris OER Declaration_01.pdf

Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarbeeld.nl/jaarverslag-2011/aDU1018_Hogeschoolbrede-onderwijsvisie-geformuleerd.aspx

Jacobi, R. (2013). Trendrapport open educational resources 2013.

Johnson, L., Adams, S., & Cummins, M. (2013). The NMC Horizon Report: 2013 Higher Education Edition. Retrieved from http://www.nmc.org/publications/2013-horizon-report-higher-ed

MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar. (2013). Transfer. Retrieved from http://www.transfermagazine.nl/nieuws/onderwijs/moocs-populair-onderwerp-bij-opening-studiejaar

Munnichs, J. (2013, September 24). Universiteit zoekt toenadering tot regionale bedrijfsleven. Dagblad De Limburger. Retrieved from http://www.lexisnexis.com/uk/nexis

Rubens, W. (2013). E-learning : trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij.

Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In Ria Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

Wat zijn Open Educational Resources? (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from https://www.surfspace.nl/sig/5-open-educational-resources/45-over-de-sig-oer/

Zuyd bouwt aan een sterk merk. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarverslag.nl/jaarverslag-2010/aDU1013_Zuyd-bouwt-aan-een-sterk-merk.aspx


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

%d bloggers liken dit: