Site-archief

Gelezen. Leren in tijden van Tweets, apps en likes

Hallo Marcel,

De afgelopen weken heb ik het boek Leren in tijden van Tweets, apps en likes van Joitske Hulsebosch en Sibrenne Wagenaar gelezen.
Joitske en Sibrenne volg ik al sinds de bijeenkomst Brein meets social media in 2012 in Seats2Meet in Utrecht. Ik word van hun inzichten en activiteiten die ze delen op hun website Ennuonline op de hoogte gehouden via mijn RSS-krantje Feedly. Zo nu en dan ontmoeten wij elkaar f2f, meestal treffen we elkaar online via Twitter of LinkedIn.

lerenintijdenvanappsNu hebben ze een boek uitgebracht! Een mooi vormgegeven publicatie over de invloed van sociale technologie. Het boek is een feest der herkenning: de ervaringen die ze hebben, de vragen die ze stellen, de bronnen die ze gebruiken rondom social media, digitale vaardigheden, privacy. Leerzame intermezzo’s en praktijkverhalen maken het een lezenswaardig boek.

De vijf hoofdstukken starten met een puntsgewijze kern en eindigen met een korte samenvatting/vooruitblik.

  1. De komst van tweets, apps en likes
  2. De invloed van de sociale technologie op de professional [zie ook mijn blog 0ver knowmad]
  3. Sociale technologie: kansen voor organisaties en netwerken
  4. Een nieuwe kijk op leren
  5. De toekomst van leren en ontwikkelen

Het leren en ontwikkelen wordt voornamelijk vanuit een HR standpunt benaderd. Interessant vanwege mijn betrokkenheid bij initiatieven om online samenwerken en kennisdelen te stimuleren. En vanwege mijn zoektocht naar hoe we zelfgestuurd leren bij onze professionals stimuleren in combinatie met informatie-overload en hoge werkdruk. Uiteraard door het in te bedden in je werkroutine en het maken van afspraken. Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Want wat communiceren we waar? Hoe houden we verbinding met elkaar? Wat doen we in drukke tijden of als we afspraken niet nakomen? En hoe doe je dat dan jezelf online laten zien. Want dat vraagt toch wel wat durf en initiatief.
Ik ben het helemaal eens mijn het uitgangspunt van het boek dat (kennis/leer) professionals zelf verantwoordelijk zijn voor hun professionele ontwikkeling. Sommige hebben hier toch wel hulp, training en ondersteuning bij nodig. Het nieuwe professionaliseren gaat uit van het inzetten van sociale media (technologie) om aan je professionele identiteit te werken. In het boek wordt ook verwezen naar het boek van Manon Ruijters over dit onderwerp, zie ook mijn blog hierover: Mijn professionele ik. Onze professionele identiteit.

Maar hoe doe je dit dan allemaal? Hierbij zijn 4 competenties belangrijk, mooi samengevat in onderstaand schema

knowmad

Binnen Zuyd wordt momenteel veel belang gehecht aan onderlinge kennisuitwisseling, aan informeel leren. Echter door de werkdruk is dat niet allemaal f2f te organiseren. Als samenwerking intensiever wordt, wordt communicatie steeds belangrijker. Sociale technologie kan hierbij behulpzaam zijn. Echter het inzetten van sociale technologie voor kennisuitwisseling vraagt wel om strategie, facilitering en verbinding. We moeten op zoek naar de match tussen onze organisatiecultuur en technologie. De infrastructuur ligt er, maar de tools zijn (nog) niet optimaal geschikt voor online samenwerken en kennisdelen. We hebben een wie-is-wie-gids maar die is niet door veel mensen volledig ingevuld. Onze intranetomgeving is vooral een kennisbank (met een niet optimale zoekfunctie) en geen intern communicatieplatform waar interactie (zoals liken, reageren of delen) plaats kan vinden. Yammer als onderdeel van Office365 (dat nu langszamerhand en gefaseerd wordt uitgerold), zou deze interactie kunnen faciliteren. Een strategie ontbreekt, althans ik ken het niet. Om aan de slag te gaan met sociale technologie, geven de auteurs 5 tips:

  1. match sociale technologie en organisatiecultuur;
  2. vermijd de aantrekkingskracht van ‘shinny’ tools;
  3. zie implementatie van technologie als veranderproces;
  4. onderschat het belang van goede infrastructuur niet;
  5. denk altijd aan privacy en veiligheid

En natuurlijk: betrek iedereen in een vroeg stadium! Communiceer!

Door de aangename schrijfstijl met interessante termen zoals: emotionele hamsteraars, holocratie, VUCA, knowmads, olifantenpaadjes, walk the talk was het plezier om het boek uit te lezen. Ik zal er zo nu en dan in andere blogpost nog wel eens op teruggrijpen.

Ik eindig dit blogbericht met de vijf leervragen rondom de nieuwe bekwaamheden voor onze professionals waarvoor we staan en zoals in dit boek geformuleerd:

  1. Hoe kunnen we onze medewerkers ondersteunen om ‘digivaardiger’ te worden?
  2. Hoe kunnen we online en blended leren in onze organisatie een goede plaats geven? Of het toenemende belang van sociaal leren onderkennen en aandacht geven?
  3. Hoe kunnen we het proces van online kennisdelen ondersteunen?
  4. Hoe kunnen we leren dichterbij en in de praktijk brengen?
  5. Hoe effectief zijn onze leerinterventies eigenlijk?

Er is een grotere vraag naar de vaardigheid om je met anderen te verbinden. Samen kunnen we betekenis geven aan gebeurtenissen en dat is sociaal. Organisaties hebben sociale interacties en uitwisselingen nodig, omdat de veranderingen in business en technologie steeds sneller gaan. Een mindset gericht op sociaal leren maakt het mogelijk om betere feedback te krijgen op veranderingen in de omgeving van de organisatie. -George Siemens (p. 164 boek)-

Het begint bij zelf willen ervaren, uitproberen en mogelijkheden verkennen. Zonder durf gaat de transformatie niet.

Groeten,
Judith

Open Learning : Community as Curriculum #MLI

open a book with streaming images

free download @graphicstock

Hi Marcel,

Onlangs kreeg ik een mail via LinkedIn van Ilse Meelberghs. Of ik haar wilde aanbevelen voor haar opleiding Informal, Rhizomatic Learning 🙂 In haar woorden:

Ik ben het eigenlijk “zat” dat dat niet zo serieus genomen wordt als leren voor een diploma. En heb daarom bedacht dat ik gewoon op mijn LinkedIn profiel informeel leren opneem als een opleiding waar ik ook aanbevelingen voor kan vragen.

Super hè. Ik ben het zo met haar eens en toch heb ik besloten om wel de formele opleiding Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven te gaan volgen.
Wat Rhizomatic Learning is? In haar blog verwijst ze naar een blog van Wilfred Rubens:

Rhizomatic learning is een manier van zelfgestuurd, niet-lineair, leren waarbij nieuwsgierigheid en intrinsieke motivatie een essentiële rol spelen. De context is hierop van grote invloed. Kennis wordt samen met anderen geconstrueerd, waarbij het stellen van vragen van groot belang is.

Ik had nog nooit van ‘rizomatisch leren’ gehoord. Het woord komt van ‘rizoom’, een ondergrondse wortelstructuur. Rizomen groeien ongebreideld, grijpen in elkaar en gaan verbindingen aan, waardoor een sterk, nagenoeg onuitroeibaar netwerk ontstaat. De filosoof Deleuze heeft de term rizomatisch denken geïntroduceerd:

“Een rizoom is een niet-hiërarchisch en niet-betekenisdragend systeem dat uitsluitend bepaald wordt door een circulatie van toestanden, zonder Generaal, zonder een organiserend geheugen of centrale automaat”.

Kijk! Zo leer ik en wil ik werken. Precies zoals Joseph Kessels dat vertelde tijdens een minisymposium bij Zuyd “Gespreid leiderschap in een wereld van prestatie-afspraken en persoonlijke ontwikkeling”  en waarover ik geblogd heb in de management(p)lagen van Zuyd :). Kessels werkt bij LOOK, het Wetenschappelijk Centrum voor Leraren Onderzoek van onze buren: de Open Universiteit. En gisteren las ik 3 interessante berichten over informeel leren van LOOK:

Ik wil hierover wel meer weten, want mijn 1e MLI-leerarrangement gaat over ‘Zin in leren’: “In dit leerarrangement doe je kennis op over je eigen leren, het leren van je leerlingen of studenten en het leren van je collega’s. Je verdiept je in leerprocessen en ontdekt hoe je de effectiviteit daarvan kunt beïnvloeden”. Nou lijkt mij informeel leren, zelfgestuurd leren, netwerkleren, rizomatisch leren nu precies hét onderwerp voor mij van de paper die ik moet gaan schrijven. Leuk om die app daar bij te betrekken, lijkt me zo.
Ik heb me ook maar meteen aangemeld voor Netwerk in Beeld van Look. Hiermee wordt met wie je expertise uitwisselt gevisualiseerd. Een soort learning analytics voor sociale netwerken. Als afsluiting van de gastcolumn op SURFspace hebben de collega’s van de OU het over softwarepakketten om netwerkananlyses uit te voeren. Interessant! Maar daar zou ik wel enige hulp bij nodig hebben. Marcel? :).
Allemaal heel leuk dus dat informeel leren maar Schie en de Laat zeggen in de SURFspace-column ook:

Onderzoek naar professionaliseren laat steeds overtuigender zien dat deze vorm informeel leren cruciaal is voor het op peil houden van je professioneel handelen en effectiever is dan formeel opleiden via dure cursussen, trainingen en de welbekende hei-sessies. Tegelijkertijd blijft de heersende managementcultuur, die graag top-down vanuit een soort beheersmatige, controlerende manier het proces wil aansturen, het formele leren planmatig invullen.

En dan is het zoals Joseph Kessels in het interview zegt:

De erkenning dat het feitelijke leren voornamelijk plaatsvindt op informele manieren, in netwerken, door samen aan relevante thema’s te werken, door in projecten te participeren, dus in al die activiteiten die niet te boek staan als formele cursussen, opleidingen, trainingen, leertrajecten, dát is iets dat heel moeilijk te accepteren is.

Je weet dat ik lang getwijfeld heb om een master te gaan volgen. Ik wilde niet, ik leerde wel op mijn eigen manier: al lezend (tweets, blogs via RSS), pratend, netwerkend (Twitter) en vervolgens hierover te bloggen. Zoals ik dat nu ook doe. Maar als ik ooit uit de ondersteunende dienst zou willen/moeten (en dat is alleen maar omdat vanuit het ministerie gepusht wordt om beheerspersoneel te verminderen tgv onderwijzend personeel) dan heb ik (vanwege regels van hetzelfde ministerie) een master nodig. Alhoewel ik altijd beweerd heb dat grote onzin te vinden. En dat vind ik nog steeds. Als de overheid en het management docenten én ondersteuners meer vertrouwen en ruimte geeft, komt het goed met docentprofessionalisering. Elke kenniswerkers is van nature nieuwsgierig en wil samen op onderzoek gaan, ons werk is toch leren?Uiteraard vind ik wel dat je moet laten zien dat je professioneel ontwikkelt (intervisie-, feedbackgesprekken etc.).

Na de vakantie start ik dan toch met een ‘echte’ geacrediteerde opleiding. Maar wel op mijn eigen manier:  Open Learning: Community as Curriculum! Ik ga proberen mijn eigen schooltje te bouwen met inspirerende netwerkende studenten binnen en buiten mijn opleiding. Want volgens Kessels: werk/leer je alleen maar in teams waar je zelf voor kiest. Zo waar! Ik heb mensen om me heen nodig waar ik het gevoel heb dat ik er thuishoor, dat warme bad. En dat geldt zowel voor mijn werk als voor mij studie! 🙂

Trouwens ook Dave Cornier blogt over rhizomatic learning en maakt hele leuke filmpjes 😉

Met dank aan Ilse. En die aanbeveling? Die heeft ze gekregen. Natuurlijk!

Groet,
Judith

Verminderen (gedrags)regels de werkdruk?

Marcel, kan jij het me uitleggen? Ik snap het niet waarom collega’s maar blijven vragen om richtlijnen, regels, code of conducts met betrekking tot ons gedrag tot elkaar, het gebruik van e-mail of social media. We hebben toch ook geen regels voor f2f communicatie, hoe we communiceren in een klaslokaal of tijdens een vergadering, in de koffiecorner of tijdens een SLB-gesprek? Waarom dan wel voor digitale communicatie?

Sinds enkele weken heeft Hogeschool van Amsterdam een ‘protocol verantwoord e-mailgebruik’  waarvan nu wordt gezegd dat het een praatstuk is. Tja. Een commissie werkdruk heeft daar namelijk geconstateerd dat structureel dichtslibbende inboxen stressverhogend werkt bij docenten. Binnen Zuyd is dat niet anders. Van collega’s hoor ik dat studenten voor elk akkefietje docenten mailen, 24/7 een reactie verwachten, en dat het taalgebruik niet altijd even professioneel is. Maar om dan gedragsregels voor e-mailgebruik op te stellen als: niet mailen in het weekend, alleen zakelijk taalgebruik en liever geen humor 😦 Weet je, het doet me een beetje denken aan de 10 gouden regels zoals die op lagere en middelbare scholen gelden. Ik vind het een beetje betuttelend.

Over richtlijnen Social Media heb ik al heel vaak geblogd 😉

waarin ik  elke keer schrijf dat Zuyd al voldoende regels heeft met de integriteitscode [interne Zuyd-link] en de regeling ICT-gebruik [interne Zuyd-link]. En dat doe ik nu ook weer. Misschien dat deze omgangsregels wel eens wat geactualiseerd kunnen worden, want ‘werk=werk en privé=privé’ is in deze tijd van Het Nieuwe Werken misschien wat achterhaald. Op het blog van Ilse Meelberghs zag ik een mooi voorbeeld van een code of conduct van de Universiteit van Utrecht dat zowel voor medewerkers als studenten geldt maar waarin ook de universiteit als instituut haar verantwoordelijkheid neemt. De Zuydwaarden:  ambitieus, open, ondernemend, inspirerend en vakkundig zouden in een hernieuwde integriteitscode als basis kunnen dienen.

Dit blog schrijf ik als reactie op een blog van Ilse waarin ze een aanzet heeft gemaakt voor een code of conduct voor haar faculteit. Ik vind het zinvol om in gesprek te blijven met elkaar en met studenten over eigen verantwoordelijkheid en wat we professioneel gedrag vinden (zie ook mijn blogpost over professioneel beoordelen). Maar om hierbij regels te stellen? Regels zijn er om gehandhaafd te worden. Hoe realiseer je dat dan? Binnen het HBO werken we toch met professionals ook wel kenniswerkers genoemd. Kenniswerkers die balans tussen werk en privé zelf willen organiseren, waarbij technologie een faciliterende rol kunnen spelen. Althans dat lees ik in de vele boeken over nieuwe organisatievormen, het nieuwe werken, samenwerken, netwerken en leiderschap. Mintzberg zei in 1979 al: “Kenniswerkers zijn niet te managen door het opleggen van regels en procedures of door het toepassen van informatiesystemen” of zoals Weggeman zegt: “Verbeter het evenwicht met meer collectieve ambitie en minder regels en procedures” (zie mijn blog: Het belang van de onderstroom)
In het boek van Menno Lanting ‘De slimme organisatie’ wordt het rapport The Social economy van McKinsey Global Institute geciteerd:

Veel winst valt te behalen met de verschuiving van communicatie tussen kenniswerkers in een-op-een-kanalen (e-mail, telefoon) naar sociale kanalen, die geoptimaliseerd zijn voor veel-op-veel-communicatie: ‘Als meer informatie in de organisatie beschikbaar komt en doorzoekbaar is, in plaats van dat het onbereikbaar ligt opgeslagen in e-mail-inboxen, kunnen kenniswerkers niet alleen tijd besparen als het aankomt op het schrijven, lezen en beantwoorden van e-mail, maar ook op het zoeken naar content en expertise.

Ik denk dat de vraag om bescherming dmv regelgeving voor e-mail en social media voornamelijk komt omdat men niet weet hoe ze deze communicatiekanalen op een juiste manier kunnen inzetten. Vooral het altijd connected te zijn door de smartphones en tablet levert volgens mij het gevoel van werkdruk op.
Het gaat hierbij om adaptatie van de technologie. En het wennen aan nieuwe technologie kost tijd. Daarom moeten we ons meer inzetten voor ondersteuning waarbij aandacht besteed wordt aan bewustzijn, kennis, houding en gedrag. Dat zal heel divers moeten zijn voor onze docenten las ik in het blogbericht ‘Generatie handleiding’ van Karin Winters op Science Guide. Niet iedereen is hetzelfde en niet alle collega’s hebben dezelfde vaardigheden, zie onderstaand model.

Dus alsjeblieft geen regeltjes voor mij. Stuur mij maar mailtjes ’s nachts, in het weekend, wel of niet met een knipoog ;). Yammer me, Facebook me, LinkedIn me, Twitter me of stuur me een whatsappje. Skypen, Hangouten of f2f met een heerlijk kopje koffie. Ik vind het allemaal prima.  Als we maar in gesprek blijven.
En ik blijf er over bloggen, in mijn privétijd 🙂

Vakantiegroetjes,
Judith

Leveren social media voldoende op? Zuyd peilt

Hoi Marcel,

Heb je ook het bericht op Infonet (intranet van Zuyd) gelezen over het onderzoek van de kenniskringen International Business and Communication en Innovatief Ondernemen over sociale media in het Limburgse bedrijfsleven? Ik was natuurlijk geïnteresseerd 😉
Onze collega’s José Bloemer, Jimme Keizer, Rob Heine, Mark Pluymaekers en Svenja Widdershoven onderzochten hoe het zit met het gebruik van social media in het Limburgse bedrijfsleven. Maken ondernemingen er gebruik van? En waarvoor gebruiken ze social media?

Het onderzoek is in 3 delen gepubliceerd via de (digitale) informatiekrant van Limburg Onderneemt.
In deel 1 van het onderzoek voor Limburgs Peil (dit is een economische barometer die op basis van peilingen de status van de economie in Limburg monitort) werd geconstateerd dat bijna alle Limburgse ondernemingen een website hebben en dat (toch al) bijna zestig procent van de ondernemingen gebruik maakt van social media. Hierbij was LinkedIn top favoriet, hieruit constateer ik dat de Limburgse bedrijven social media nog niet zo inzetten voor communicatie met hun klanten, maar meer voor de zakelijke contacten. Social media kost veel tijd, zeggen deze ondervraagde bedrijven, maar het is wel goedkoop. Ik hoor dit wel vaker, ik blijf het toch een vreemde constatering blijven. Men kijkt blijkbaar alleen naar de investeringskosten (ja die zijn er nauwelijks) en niet naar personeelskosten. Ook jammer dat bepaalde functies van social media nauwelijks worden gebruikt, zoals:

  • verzamelen van informatie over concurrenten
  • werven van personeel, hoewel een netwerksite als LinkedIn hiervoor uitermate geschikt is
  • inzetten voor het versterken van de interne communicatie (met behulp van blogs, wiki’s Yammer)

In deel 2 werd ingegaan op de vraag of social media face-to-facecontact vervangen. Nee natuurlijk, zou ik zeggen, het is aanvullend, beide contacten hebben hun voor- en nadelen. Veiligheidsrisico’s of niet, ook de bedrijven die social media omarmt hebben, geven volgens het onderzoek de voorkeur aan face-to-face zaken doen. De meeste respondenten koesteren namelijk achterdocht tegenover de overheid en collegabedrijven. Zij vermoeden dat sociale media spioneren in de hand werken. *oei*

In het derde en laatste deel werd gekeken naar kansen die social media bieden.
Branche en opleidingsniveau blijken de bepalende factoren in het gebruik van social media door Limburgse ondernemers. Leeftijd en geslacht doen er niet toe, in tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt. Het valt op dat bedrijven in de financiële en zakelijke dienstverlening en de horeca meer gebruikmaken van social media dan bedrijven in de groothandel, het vervoer en de agrarische sector. Dit kan betekenen, volgens de onderzoekers dat bedrijven die het hardst moeten knokken om klanten te krijgen en te houden baat hebben bij social media. Bedrijven met een meer stabiele marktpositie investeren wellicht liever in de directe persoonlijke contacten met hun klanten.
De Limburgse ondernemers gebruiken social media vooral voor zenden (reclame maken) en niet voor het bouwen van een community, de grote kracht van sociale netwerken. De ondernemer zou meer na moeten denken over  en contacten leggen met wie hem kan helpen bij vernieuwing en verbetering van het bedrijf. Er zijn helaas maar weinig bedrijven die social media inzetten om ideeën te verzamelen voor innovaties, om nieuwe producten en diensten uit te proberen of om mogelijke partners te vinden voor het opzetten van iets nieuws.

De onderzoekers stellen de hamvraag of ondernemers de mogelijkheden van sociale media wel voldoende onderkennen en benutten.
Nee dus! Nog genoeg werk voor onze docenten en onze studenten van Zuyd om de Limburgse ondernemers die kennis bij te brengen!

Social Business DNAOp zoek naar nog wat aanvullende informatie, vond ik deze aardige Infographic (@SocialMediaExplorer): dit hoort het DNA te zijn van een sociale onderneming. Afgelopen zaterdag las ik op Frankwatching 2 artikelen over ‘social business’: Kun je social media uitbesteden? (ik denk het niet, volgens mij draait het om de ‘personal touch’) en “The consumer isnt a moron; she’s your wife” (wij, consumenten zijn niet gek, we delen graag, maar willen wel met respect en waardering behandeld worden).
Ik vraag me trouwens af of Zuyd ook als Limburgse onderneming ondervraagd is in dit onderzoek van onze kenniskringen ….

Fijne dag verder.
Judith

Het nieuwe pinnen

Ha Marcel,

Heb jij de laatste maanden ook het een en ander meegekregen over ‘het nieuwe pinnen’?
Nee, ik bedoel niet de overgang van ‘swipen’ met de bankpas naar ‘dippen’. 🙂

 

Ik heb het over Pinterest, het snelst groeiende sociale netwerk in de geschiedenis, met al bijna 12 miljoen gebruikers. De (voornamelijk vrouwelijke) gebruikers brengen hier meer tijd door dan op Twitter, LinkedIn en Google+ samen.
Ik kwam er een maand geleden toevallig op toen ik een plaatje voor mijn blog aan het zoeken was.

Pinterest (pin je interesse) is een visueel prikbord van je interesse of een bepaald onderwerp. Je kunt alles vastpinnen wat je op het web interessant vindt: links, foto’s of video’s. Je kunt vrij eenvoudig (via een invite) en intuïtief thematische moodboards maken, bv. met recepten, huisdecoraties of gewoon mooie plaatjes. Zoals Pinterest zelf zegt:

Pinterest lets you organize and share all the beautiful things you find on the web. People use pinboards to plan their weddings, decorate their homes, and organize their favorite recipes. Best of all, you can browse pinboards created by other people. Browsing pinboards is a fun way to discover new things and get inspiration from people who share your interests.

Gebruikers kunnen interesses instellen, andere gebruikers volgen, andere pins liken, repinnen, en commentaar geven. Op zich brengt Pinterest niets nieuws, hetzelfde kan ik met Del.icio.us, Diigo, Library Thing, maar het is wel visueler ingesteld.
Pinterest wordt volgens een artikel in de Volkskrant vergeleken met winkelen. Het wordt ‘leuk en verslavend’ genoemd, misschien dat daarom 80% vrouw is. Maar ik hou niet zo van winkelen en behoor daarom misschien niet tot de juichende menigte.

Maar ik kwam het netwerk tegen toen ik een afbeelding voor een blogpost zocht. Ik check altijd de auteursrechten voordat ik een plaatje vond, ik kon toen niets vinden. Ik heb de afbeelding via de embedded code opgenomen in mijn blog. Ik download en upload dan geen plaatje, dus kon niet veel kwaad, vond ik. Raymond Snijders bracht me aan het twijfelen, en er komen steeds meer berichten over het met voeten treden van auteursrechten door Pinterest. En zoals Raymond in zijn 2e blog over Pinterest schrijft:

Rechthebbenden van met name sites waar wel foto’s centraal staan (van fotografen bijvoorbeeld) maken ophef over hoe Pinterest copyright schendingen faciliteert en ook al kan Pinterest zich achter de Digital Millennium Copyright Act verschuilen, het valt niet te ontkennen dat de boards tot de nok toe gevuld zijn met auteursrechtelijk beschermde foto’s. De snelle groei en de grootschaligheid van Pinterest verergert dit probleem ook aanzienlijk.

The Boston Business Journal is na 1 dag gestopt met pinnen, omdat: “if you upload an image that doesn’t belong to you and Pinterest sells it, you could be sued for copyright infringement”. Tsja.
Aangezien ik het principe ‘ere wie ere toekomt‘ aanhang, ben ik inmiddels kritisch over Pinterest. Maar aan de andere kant, de copyrightindustrie loopt wel erg achter de huidige werkelijkheid. Erwin Mijnsbergen vraagt zich terecht af, of dit geen achterhoedegevecht is.

Nee, geen Happy Pinning voor mij.
Ik kan me voorstellen dat uit marketing oogpunt het een interessant platform voor bedrijven is, zoals Frankwatching blogt. Het kan veel verkeer naar je website opleveren. Maar dat hebben wij niet nodig 😉 En als je dat niet wilt, kan je dit Pinterest-verkeer nu via een code blokkeren, zie Mashable.

Groet,
Judith

“De kennis klotst over de plinten” #iedereenCEO

Hallo Marcel,

Het is al weer bijna een maand geleden, maar donderdag 10 november mocht ik geheel onverwachts aansluiten bij een college van Menno Lanting.
Zijn boek Iedereen CEO heb ik al een paar maanden geleden geleend bij Zuydbibliotheek en ligt nog steeds bij mij in de boekenkast. Elke keer lees ik weer een stukje in dit inspirerend boek. Ik heb zijn boek Connect! ook gelezen. Iedereen CEO is in het voorjaar verschenen en is een verdieping op zijn Connect! boek. Ik was al begonnen aan een blogpost over het boek, heb het al eens geciteerd in een blogpost over Ons nieuwe werken, maar nu dan eindelijk ook dan afgeschreven.

Zijn college bracht mij niets nieuws, ik heb zijn boeken en diverse blogpost al gelezen. De presentatiestijl van Menno Lanting is een aangenaam onderhoudende. Hij had dus mijn volledige aandacht en die van de zaal. Zijn presentatie leidde ons via connected consument (onze studenten) en connected medewerkers naar beelden rondom connected organisatie en tot slot naar connected leiderschap. Zijn boek is een verdieping van deze beelden die hij schetst. In het boek verwerkt hij uitspraken van CEO’s en ondersteunt hij zijn visie met casuïstiek en onderzoeksresultaten. Hij zegt in zijn voorwoord niet de absolute wijsheid in pacht te hebben, hij wil vooral inspireren. Dat doet hij zeker!

Lanting bespreekt in zijn boek en dat besprak hij ook tijdens zijn presentatie de impact van digitale techniek op leiderschap en organisaties. Er vindt momenteel een transitie plaats van het industrieële tijdperk naar het netwerk tijdperk. De snelheid van ontwikkelingen gaat zo snel dat organisaties nauwelijk tijd hebben om zich aan te passen. We krijgen medewerkers, ook in onze organisatie die digital natives zijn, mensen geboren na 1990, opgegroeid in een wereld met internet en social media. Onze docenten (voornamelijk digital immigrants, mensen die moeten leren met deze nieuwe technieken te werken) hebben al enige tijd digital natives in de klas die anders willen leren en werken. Zij zullen hun manier van werken / onderwijsgeven ook aan moeten passen. Toch?

In (onderwijs)organisaties vindt een machtsverschuiving plaats onder invloed van de groeiende omarming van social media. Volgens Lanting vrezen managers hun macht te verliezen door social media. Transparantie – wederkerigheid – publieke verantwoording – toegankelijkheid en verbondenheid staan centraal in dit netwerk tijdperk. Dat vraagt om managers die midden in organisatie staan ipv er boven. Als ik aan onze ‘harkjes’-organisatieschema denk dan verlang ik naar zo’n organisatieschema.

Social media gaat over samenwerking, creativiteit en communicatie over en weer. Alles wordt transparant. Organisaties kunnen in deze samenleving waarbij kennis en informatie over hen overal te vinden is niet anders doen dan zelf ook transparanter te worden. Geheimhouding van kennis is niet meer vol te houden. Ik heb al een paar x meegemaakt dat eerder genomen besluiten teruggedraaid worden en dat collega’s daarover vooral niet mogen communiceren, dit is echt niet transparant en open communiceren. Dit gaat een keer fout.

Organisaties moeten zich opnieuw uitvinden en herontwerpen, zegt Lanting, management is nu te veel gericht op controle en sturing.
Persoonlijke ontwikkeling is één van de kernwaarde van Sterk Merk Zuyd. Mijn persoonlijke ontwikkeling wordt door het gebruik van social media erg gestimuleerd. Het zou zo goed zijn als Zuyd Management dit ook gaat gebruiken! De kracht van crowdsourcing in onze organisatie ervaren, dat ze niet vasthouden aan hierarchische managementstijlen maar die netwerkorganisatie gaan ondersteunen en faciliteren. Lanting bepleit ook dat management moet participeren in Yammer, dit heeft grote invloed op de tevredenheid van de medewerkers. Particpatiegraad in betrokkenheid wordt veel groter. Ik daag ons management uit 😉

Volgens een onderzoek van Deloitte onder 3000 werknemers dat Lanting in zijn boek aanhaalt over o.a. passie op het werk, bleek dat de meerderheid zich in de categorie ‘passief’ of ‘afgehaakt’ voelden. Slechts 20% voelde zich ‘gepassioneerd’ en 22% ‘verbonden’. De belangrijkste aspecten voor tevredenheid op het werk zijn ‘autonomie’, ‘betekenisvol werk doen’ en ‘meer en dieper gaande contacten hebben’. Hoe zit dat met trots en verbondenheid op Zuyd? Zuyd bestaat voornamelijk uit kenniswerkers, maar ook uit hyperconnected kenniswerkers? Hyperconnected betekent dat men zowel privé als zakelijk bovengemiddeld veel gebruik maken van nieuwe communicatiemiddelen. Zij zien connected (toegang tot een netwerk, zowel computer- als sociaal) als een primaire voorwaarde om goed te kunnen functioneren. Als Zuyd deze nieuwe medewerkers en studenten aan zich wil binden, dan moet de muren van de ‘digitale gevangenis’ voor deze digital natives omlaag gehaald worden. Dan moet BYOD standaard worden.

De mens heeft een ingebakken weerstand tegen technologische vernieuwingen. Jan Buys van de TU Delft zei het als volgt:

Ja, we houden van innovatie, maar alleen als we het zo kunnen beheersen dat er niets verandert

Nu moeten organisaties ook beseffen dat social media niet ‘iets erbij’ is maar onderdeel van dagelijks werken en leven. De nieuwe realiteit is dat er geen zekerheid meer is, er is constante verstoring. De impact van technologie wordt alleen maar groter. Mensen veranderen onder invloed van (mobiele) technologie sneller dan organisaties. Maar verandering en de durf en de wil om te veranderen zitten in jezelf, twitterde Ankie vanaf Online Educa Berlin. Dit geldt toch ook voor ons? Wij zijn toch Zuyd!

Regelmatig hoor ik ‘maar lijdt je werk niet onder al dat sociaal genetwerk’ ? Deze uitspraak stamt uit het industriële tijdperk, zegt Lanting. Blijkbaar werken velen nog in de sfeer van wantrouwen en eenrichtingsverkeer. In zijn boek bespreekt Menno Lanting de X en Y-theorie. De X- theorie is gebaseerd op maximale economische efficiency. De Y-theorie gaat uit van ambitie, zelforganisatie en zelfsturing van de medewerkers. Interessant zijn de 4 basisregels van Thomas Malone die hij beschrijft in zijn boek The Future of Workwaaraan organisaties zich zouden moeten houden om hun medewerkers betrokken en enthousiast te houden:

  1. Wees eerlijk over je bedoelingen; mensen merken het direct wanneer je het niet bent.
  2. Luister echt: als mensen het gevoel hebben dat je het toch beter weet, waarom zouden ze dan nog de moeite nemen om hun verhaal te doen?
  3. Maak duidelijk welke mate van vrijheid voor jou acceptabel is en welke niet.
  4. Geef feedback. Als je een bijdrage van een medewerker niet gebruikt, leg dan uit waarom niet. Mensen begrijpen best dat het management verantwoorde keuzes moet maken. Als je wel iemands bijdrage gebruikt, communiceer dit dan: ere wie ere toekomt.

Menno Lanting liet ook wat voorbeelden zien van radicale transparantie. Zoals ‘beoordeel je werkdag (in een cijfer) bij het verlaten van het pand’ of ‘wat was jouw bijdrage aan deze werkdag?’. Je wordt toch al beoordeeld door anderen, waarom zou je het dan niet zelf doen? Onze functioneringsgesprekken voeren wij in ons team, open en eerlijk met 6 collega’s. Maar dit is toch wel een stap naar meer openheid. Ik vind het wel een uitdaging.

E-mail is oud, vindt ook Menno Lanting 🙂 Afschaffen, geen cc’s en bcc’s meer, maar open en eerlijk communiceren. Een connected leider plant zijn eigen afspraken, heeft daar geen secretariële ondersteuning of afdeling Marketing en Communicatie voor nodig.

Onderstaande presentatie vond ik op Slideshare, ongeveer dezelfde powerpoint werd gebruikt tijdens het college

Menno Lanting – Go Beyond MBA

View more presentations from GoBeyondMBA

Ik vond het erg jammer dat ik geen managers van Zuyd in de collegebanken zag zitten, hoewel ik wel enkele naambordjes van hen zag liggen. Ik sluit me aan bij het citaat van Ton van Garderen (Apple Benelux) op de achterkant van het boek:

Iedereen CEO is verplichte kost voor iedere manager die maximaal rendement wil halen uit het intellectuele kapitaal binnen een organisatie

Ook bij Zuyd, onze kennispoort klotst de kennis over de plinten. Geweldig hè, die beeldspraak van Menno Lanting. Zoveel kennis zit in de hoofden van onze medewerkers en studenten. Waarom gebruiken wij social media binnen Zuyd niet om mensen te verbinden, om expertise te vinden, om ervaringen en ideeën te delen? Bekijk deze Infographic maar eens. Maar ik hoef jou niet meer te overtuigen. Zal ik toch maar eens een mailtje sturen naar het CvB? Durf ik ook doodleuk te mailen naar mijn directeur?

Het is zoals Menno Lanting zijn presentatie afsloot: “We kunnen niet anders dan delen”.

groet,
Judith

Echte vrienden

Hello my friend 🙂

En heb je dit weekend ook wel van het zonnetje genoten? Je hebt je (meer dan je teamgenoten ;)) in het spel ‘Who is John Galt’ verdiept, ik had er even geen zin. Ik heb me verdiept in het boek ‘Echte vrienden’ van Stine Jensen 
Woensdag was ik even bij Selexyz Dominicanen. Natuurlijk ook ingecheckt op Foursquare; nog 1 check-in en ik krijg de ‘free bestseller’ :). Maar ik was daar om het boek ‘Meisje met negen pruiken’ te kopen, zoals ik in mijn vorig blog al meldde. Bij de kassa zag ik het boek ‘Echte vrienden’ liggen, een koopje van 4,95 ihkv Maand van de Filosofie. Ik had er al iets over gelezen, ik kon het niet laten liggen.

Dit essay is een persoonlijke verkenningstocht van Stine Jensen naar de jacht op en de handel in intiem kapitaal (voortbodurend op de definities van de filosoof Bordieu) in dit digitale tijdperk. Intiem kapitaal bestaat uit persoonlijke informatie waarvan je wilt dat dit niet voor iedereen openbaar beschikbaar is. Maar tegenwoordig strooien we kwistig rond met ons intiem kapitaal en zetten daarmee ons privacy op het spel. Op internet belanden geen oude koeien meer in de sloot 😉
Jensen onderscheidt drie domeinen: social media (Facebook) journalistiek (‘hoernalistiek’ van GeenStijl en PowNews) en overheid (WikiLeaks). Ze gebruikt daarbij actuele, persoonlijke voorbeelden.

Is social media alleen tijdsverspilling dat leidt tot concentratiegebrek en oppervlakkigheid, zoals ook Nicolas Carr beweert (zie mijn blog hierover). Waarom blijf ik dan actief? Omdat het plezierig is, informatief, sensationeel en soms ook nuttig.
Maar hoe ‘echt’ zijn onze Facebookvrienden en Tweeps, vraagt Jensen zich af? Iedereen is op de sociale netwerken een betere versie van zichzelf (een soort Second Life), we doen alleen maar leuk en aardig (de meeste dan :)). Maar probeer je in het ‘echte’ leven ook niet aardig gevonden worden? Wat zijn vrienden, wat zijn net-niet-echte vrienden?
Aan de hand van verschillende filosofen legt Stine Jensen onze ambivalente omgang met ons intiem kapitaal bloot. Intiem kapitaal is handel voor de media geworden. En zeg nou zelf we houden van voyeurisme. Dat was vroeger ook al zo.

Spionnetje; koekeloren is van alle tijd

We zijn wel nieuwsgierig, niets menselijks is ons vreemd. We willen allemaal graag dat persoonlijke verhaal horen over een ‘vriend’, die bekende Nederlander, politici, maar als het om eigen intiem kapitaal gaat, willen we dit afschermen onder mom van privacy. Wat is nog privé als we onze persoonkijke informatie in een publieke ruimte (denk aan de telefoongesprekken in de trein) met iedereen delen. Jensen zegt dat privé niet veel met territorium te maken maar met regie. Je wilt zelf bepalen wie je toegang geeft tot je intiem kapitaal en willen daarin niet gecontroleerd worden. Ze constateert een afnemend vertrouwen, een toenemend wantrouwen waardoor onze omgang met intimiteit veranderd is.

Waarom verspreiden we toch al dat intieme kapitaal? Stine Jensen geeft: hiervoor de volgende redenen

  • evolutionair (opgemerkt worden)
  • sociologisch (bij een groep willen horen)
  • psychologisch (contact, aandacht)
  • emancipatoir (bevestiging vragen)
  • recreatief (verstrooiing)

Wat is echt en onecht? Ik leef alleen een echt leven en daarin speelt social media nu een rol. Ik probeer zorgvuldig controle te houden over mijn intiem kapitaal. Ook ik schipper tussen anonimiteit en transparante vrijheid. Ik probeer zo oprecht mogelijk te zijn. Ik heb nog wel vertrouwen, dat is misschien wel een beetje naief? Maar ik wil niet wantrouwend door het leven te gaan.
Wil je toch al je sporen op het internet wegwissen, dan bestaat er zoiets als Delete Me. Ik heb niet echt vertrouwen in dat dan mijn hele online geschiedenis verdwijnt, daarover kan Miguel van de Laar mij vast meer over vertellen. Wil je nou toch lekker blijven facebooken, twitteren én bloggen 🙂 dan kan je een digitaal testament maken via de website www.ikrip.nl

Bizar. Wist jij dat zoiets bestond? Ik hou er niet zo van om over mijn dood na te denken. Ik heb wel een testament, maar geen digitaal, misschien toch nog maar eens over nadenken.
Ik vond het een lekker vlot lezend boek, dat in begrijpelijke taal de dilemma’s rondom social media: ‘privé’ ‘publiek’ ‘echt’ ‘net-niet-echt’, in filosofisch perspectief plaatst. Het is goed om zo nu en dan bij de grenzen van het internet stil te staan. Woensdag is Stine Jensen te gast bij KRO Profiel, daar ga ik zeker naar kijken.

Wat zijn nou ‘echte vrienden’?

*grijns*
Judith

Zo zijn onze manieren

Hi!
Had je een Tiggerific Birthday Party? Nog lekker aan het feesten?
Het is zondagavond, dus blogging-time 🙂

Een tijdje geleden had ik op Yammer het artikel geplaatst over Marloes Pomp. Erwin (hoofd Marketing & Communicatie) reageerde hierop en eindigde met vraag of Zuyd richtlijnen moet opstellen voor social media. Sinds de ongepaste tweet van Gerda Dijkstra wordt er in social media land veel over richtlijnen gesproken. Ook tijdens ons bezoek aan de Educause was dit tijdens een van de tracks een onderwerp van discussie. Maar in een land dat alles wilt controleren, is dit niet zo vreemd.

Heeft onze hogeschool al stappen op dit gebied al gezet? Ik ben niet de enige twitterende, bloggende werknemer van de hogeschool. Wat mag ik wel en niet?

Erwin stelt dat Zuyd geen richtlijnen heeft voor het voeren van telefoongesprekken en persoonlijke gesprekken, dus waarom wel voor social media? Dat klopt maar de impact van datgene wat in sociaal netwerken verspreid wordt, is toch ietsjes groter.
Gelukkig worden deze web2.0-tools niet geblokkeerd binnen Zuyd. Er zijn tijden geweest dat we sommige websites niet konden (mochten) openen, dat msn niet geïnstalleerd was. Tegenwoordig kunnen we tijdens werktijd twitteren, bloggen, yammeren; wat we maar willen. Nog geen desktopapplicaties downloaden, maar de webbased diensten kunnen we gebruiken.
Ik ben nog van het e-mailloze tijdperk en ik kan me herinneren dat daar destijds richtlijnen voor zijn opgesteld. Is dat nu voor social media ook nodig?

Ik ben mij zeer bewust van de impact van social media. Ik probeer met gezond verstand te twitteren en te bloggen. Ik heb zelf niet zoveel behoefte aan richtlijnen. Maar misschien de organisatie wel. Zuyd heeft gedragsregels voor computerfaciliteiten. Of die van e-mailgebruik nog gelden, weet ik niet. Ik kon de letterlijke tekst niet 1-2-3 op Infonet terugvinden (raar hè ;)). Ik blog en twitter over mijn werk, maar op persoonlijke titel. Wat ik schrijf, hoeft niet te stroken met de visie van Zuyd. Ik heb sinds kort deze disclaimer in mijn Jujuutje’s blog opgenomen.
© 2010. De standpunten en meningen op Jujuutje’s blog, zijn de persoonlijke mening van Judith van Hooijdonk en staan los van eventuele officiële standpunten van Hogeschool Zuyd. Ik ben niet verantwoordelijk voor de inhoud van uitlatingen en reacties van derden op de hier gepubliceerde weblogberichten
Misschien ook iets voor op ons blog?

Regels of toch niet?
Voldoen de algemeen geldende regels van fatsoen ook niet voor social media gebruik?
Sinds 2009 heeft Zuyd een integriteitscode [Infonetlink]. Hierin staat wat Hogeschool Zuyd van een goed werknemer verwacht, dat je niets doet waarvan je weet of vermoedt dat het verboden of onethisch is. We vervullen een voorbeeldfunctie naar studenten en zijn het visitekaartje van de hogeschool. En wat is er mis met een beetje kritische werknemer? Niets toch? Ik doe niets wat mijn werkgever kan schaden.

Er zijn inmiddels bedrijven die wel richtlijnen opgesteld hebben, zoals CNV en TNT.
Sommige medewerkers hebben toch behoefte aan wat houvast. De TNT richtlijnen zijn een voorbeeld van een positieve benadering van het gebruik van social media door TNT-ers. Naast de Dont’s worden ook de Do’s gepromoot.

Dat die bewustwording noodzakelijk is, weten we inmiddels wel. Informatievaardigheden ofwel mediawijsheid zijn van groot belang voor studenten (kijk maar weer eens naar de bomtweet van de 17-jarige scholiere uit Soest) maar dat geldt zeker ook voor docenten en medewerkers. Misschien dat zo’n handig A4tje met Do’s en Dont’s al helpt.

Ligt hier in het kader van kennisdeling ook een taak voor ZuydPlein?

Bibliotheek Hogeschool Zuyd heeft verschillende publicaties over social media, zijn mijn Worldcatlijst. Helaas is het boek Code Sociale Media nog niet in de collectie, maar het kan natuurlijk in bestelling zijn 🙂

Nog wat meer lezen over wel of geen richtlijnen?

http://www.frankwatching.com/archive/2011/02/11/sturen-van-digitaal-corporate-gedrag/
http://www.erwinblom.nl/blog/2011/2/13/regels-richtlijnen-gezond-verstand.html
http://www.socialmediaexaminer.com/how-to-create-social-media-business-guidelines/

Het past toch allemaal prima in de Zuydstijl: open, ambitieus, vakkundig, ondernemend en inspirerend. Ik neem die eigen verantwoordelijkheid wel! Zo zijn mijn manieren 🙂
Judith

Rethinking Education by Michael Wesch

Hey Marcel,

Heb nu tijd om mijn RSS-feeds bij te houden 😉 en las zojuist een blogpost van Wilfred Rubens. Hierin een filmpje dat ik eerder gezien had via een tweet van Willem van Valkenburg. Daar wilde ik nog wat mee. Door Wilfred werd ik er weer even op geattendeerd.

Deze mooi gemaakte video is van Michael Wesch. Van hem gebruik ik in mijn RSS-workshop de film ‘The Machine is Us/ing Us’. Die heb je een keer gezien. Misschien ken je ook de film ‘A Vision of Students Today’. Ook zeker de moeite van het bekijken waard.
Ik heb me maar op zijn YouTube kanaal geabonneerd.

Dit filmpje gaat over Rethinking Education. Met fragmenten uit zijn andere filmpjes bepleit hij met de technologische mogelijkheden van vandaag eens anders naar het onderwijs te kijken.
Lunchtijd!
Ik ga zo zijn presentatie ‘a Portal to Media Literacy’ (duur: 66 min) eens bekijken. Ben benieuwd hoe hij mbv social media samenwerkt met zijn studenten.
Ook interessant voor ons eDingen-clubje.

groetjes,
Judith

Vleien & Flirten

Een toepasselijke blogtitel op deze Valentijnsdag, vind je niet?
Vorige week vlogen diverse vleiende en flirtende opmerkingen over en weer in onze flexruimte. Toen had ik dit blogbericht al in mijn hoofd. I told you so …. 😀

via Universal Flirting Academy

Toeval (of niet?) na het lezen van jouw blogpost vorige week las ik de mannenlibelle (mag ik dit wel in ons blog citeren?) daarin stond dat mannen alleen complimentjes geven die ze echt menen. Ja, dat zeg jij ook altijd 🙂 Dus dank je Marcel. Goed hè ik leer al complimentjes incasseren.
Tijdens ons teamfunctioneringsgesprek zei ik je al dat ik vind dat jij dat zo goed kan, complimentjes geven. Trouwens dat geldt voor al onze teamleden. Mede door jullie complimentjes en jullie geloof in mij ontwikkel ik meer zelfvertrouwen.

But English is still a bridge too far, Marcelke.
Ik heb inmiddels je Engelstalig blog bekeken. MarcelKE, Marcel Knowledge Engineering, leuk gevonden! Goed van je dat je er toch mee begonnen bent. Je was tijdens de Educause in Anaheim zo enthousiast over Tanya Joosten en haar edusocmedia (jammer dat de wiki niet meer is bijgehouden). Jij wilt die internationale contacten, dan is dit een goed begin. Maar je moet nog wel wat investeren in je relaties. 🙂

In jouw TED filmpje van Johanna Blakley wordt aangegeven dat te veel in stereotypen wordt gedacht. Tuurlijk er is verschil (gelukkig maar), maar ik hou niet zo van dat generaliserende van ‘alle mannen’ en ‘alle vrouwen’. Ik vind dat ieder mens gelijke kansen verdient en niet omdat je man of vrouw bent.
Het afgelopen jaar ben ik van een ‘vrouwenwereld’ (bibliotheek) overgestapt naar een ‘mannenwereld’ (ICT). Ja, ik zit nu vaker in een overleg met alleen mannen. Daarin wordt wel anders gecommuniceerd, dat ‘fenomeen’ bekijk ik soms met enige verbazing. Maar ik ben met 3 mannen opgegroeid, dus ben wel wat gewend. 😉
Zoals meerdere vrouwen (maar ook mannen) ben ik van het harmoniemodel, hou van (kennis) delen, verbind graag en onderhoud ik mijn relaties. Daarom ben ik goed in netwerken, dus ook in sociaal netwerken. Ik heb je al eens vaker gezegd dat het met web2.0 tools net als in het echte leven is, het draait om communiceren en het onderhouden van relaties. En volgens wetenschappelijk onderzoek (en de Libelle *grijns*) zijn vrouwen hier beter in. Maar dat wil niet zeggen dat mannen dat niet zouden kunnen!

Maar of ik ‘goeroe’ nou een compliment moet vinden? Daar zijn meningen over verdeeld, dat kan je hier en hier lezen. Goeroes en zeker op Social Media gebied vliegen momenteel als paddestoelen uit de grond. Ik weet er wat van, meer dan gemiddeld, maar goeroe? Moet ik me dan ook in het oranje gaan hullen?

Als je kunt complimenteren (en die kunst beheers jij 😉 heb je oog voor de ander.
In diezelfde (of toch andere) Libelle las ik dat van flirtend communiceren je leven leuker wordt. Ook dan heb je oog voor een ander 😉
Enkele jaren geleden hebben we in de bieb van de Hotelschool het boekje Zakelijk Flirten aangeschaft. Hartstikke leuk boekje. Als je zo eens op internet rondklikt, vind je een flirtfabriek en zelfs een flirting academy en een ongelooflijk hoeveelheid flirtcoaches.

Zo’n workshop (flirtend presenteren, flirtend netwerken, flirtend solliciteren, enz enz.) heb jij niet nodig, dat doe je al intuïtief 🙂 Twijfel je nog, bekijk dan even deze flirt-checklist.
Het draait om open communiceren, aandacht voor de ander, en accepteren van (communicatie)verschillen.En als je dan ook nog als adviseur met een brede grijns op je gezicht het gesprek in gaat, krijg je veel meer voor elkaar. Daarom lukt jou ook zo veel. 😀
Volgens mij kunnen we zelf wel een workshop ‘flirtend communiceren’ aan bieden. We hebben genoeg ervaringsdeskundigen binnen ZuydPlein. *haha*

Het was je al opgevallen dat vrouwen jouw vleiende opmerkingen in blogberichten waarderen en daarover twitteren. Dat is leuk voor degene die het betreft maar ook voor jou.
Zouden daarom velen social media ook zo leuk vinden? Mensen zijn online vrijer dan offline. Durven meer. Dat wordt altijd negatief uitgelegd, maar mensen complimenteren volgens mij sneller online dan offline. Tenminste in mijn online netwerken gaat het er veelal humouristisch en complimenteus aan toe.

Heb ik je nu weer genoeg gevleid?
Voor alle lezers van ons blog en ook voor jou
Happy Valentine’s Day.
Ik ga m vanavond kijken 😉

Love,
Judith

%d bloggers liken dit: