Categorie archief: Didactiek

Effectief studeren: the ANSWER method

Hi Marcel,

In de Nieuwsflits heb ik al vaker items geplaatst over de zes studieposters voor effectief studeren die door The Learning Scientists zijn uitgebracht en vertaald zijn door Pedro De Bruyckere.

Op basis van wetenschappelijk onderzoek hebben de volgende zes studiemethodes bewezen effectief te zijn:

  1. Spaced Practice (spreid je studeermomenten in de tijd)
  2. Retrieval Practice (actief ophalen van informatie)
  3. Verwerking (leg ideeën uit en beschrijf ze met veel details)
  4. Interleaving (wissel onderwerpen af tijdens het studeren)
  5. Concrete Voorbeelden (gebruik specifieke voorbeelden om abstracte ideeën te begrijpen)
  6. Dual Coding (combineer woord en beeld)

Deze posters (in verschillende talen) en meer downloadmateriaal zijn beschikbaar via The Learning Scientist. Inmiddels zijn hier ook verschillende video’s met meer uitleg te bekijken

De Memorize Academy heeft deze strategieën samen gevat in onderstaand filmpje op een manier waardoor je het goed kunt onthouden: The ANSWER method

  • Ask, explain and connect
  • No cramming
  • Switch
  • Words and visuals
  • Examples
  • Recall what you know

Ik wilde alle linkjes bijeen hebben in mijn extern geheugen, vandaar deze blogpost 🙂 En het is sowieso zinvol voor iedere lerende, jong en oud, als je studeert dat ook maar effectief te doen. Niet waar? 🙂

Groet,
Judith

17 Principles of effective instructions

Hi Marcel,

Ook jij ontving als kenniskringlid Technoogie-Ondersteund Leren een leestip van de lector Professioneel Beoordelen, Dominique Sluijsman. Heb je het toegestuurde artikel Principles of Instruction: Research-based strategies that all teachers should know / by Barak Rosenshine al gelezen?

Het artikel beschrijft een aantal instructieprincipes. De uitgangspunten zijn gebaseerd op resultaten van verschillende type wetenschappelijk onderzoek (breinonderzoek, toegepast onderwijsonderzoek) die elkaar aanvulden (en dus niet tegenspreken).

De kracht van de herhaling, in kleine stapjes (mastery learning), laten zien/geef voorbeelden (modeling), het stellen van goede vragen en hardop in eigen woorden laten vertellen, zijn principes die in het artikel beschreven worden. Geadviseerd wordt om misconcepties tegen te gaan door te controleren of alles goed is geleerd, misvattingen zijn moeilijk om weer af te leren. Studenten dienen herformuleren, samenvatten en uitwerken om het geleerde in lange termijn geheugen op te slaan. Ook scaffolding is belangrijk [Scaffolding betekent letterlijk steiger of ondersteuning en staat voor hulp die aangepast wordt aan het begrip en de voorkennis van een student. Net als een steiger, wordt deze hulp weer weggenomen als de hulp niet meer nodig is. Lees hier meer].

Het zijn instructieprincipes die elke docent zouden moeten kennen, zegt Paul Kirschner. Hij heeft waarschijnlijk gelijk (wie ben ik om dat in twijfel te trekken? 😉 ). Ik vraag me alleen af of er nog zoveel instructies worden gegeven in het hbo? Of misschien moeten we dat meer doen, want het blijkt effectiever te zijn dan ‘zelfstandig werken’. Het voordoen, het samen doen, het en nu doe jullie/je het alleen schijnt heel leerzaam te zijn. Zo zegt dit onderzoek.

De 17 Principles of effective instructions op een rijtje:

  1. Begin a lesson with a short review of previous learning.
  2. Present new material in small steps with student pratice after each step.
  3. Limit the amount of material students revieve at one time.
  4. Give clear and detailed instructions and explanations.
  5. Ask a large number of questions and check for understanding.
  6. Provide a high level of active practice for all students.
  7. Guide student as they begin to practice.
  8. Think aloud and model steps.
  9. Provide models of worked-out problems.
  10. Ask students to explain what they have learned.
  11. Check the responses of all students.
  12. Provide systematic feedback and corrections.
  13. Use more time to provide explanations.
  14. Provide many examples.
  15. Reteach material when necessary.
  16. Prepare students for independent practice.
  17. Monitor students when they begin independent practice.

Rosenshine, B. (2012). Principles of instruction. Research-based strategies that all teachers should know. American Educator, 39, 12-19. Retrieved from  https://www.aft.org/sites/default/files/periodicals/Rosenshine.pdf

Groet,
Judith

Rust, filosofie voor onderwijsontwerpen

Werk vanuit een ontwerpfilosofie: een filosofie van rust creëren, zodat je je druk kunt maken om de inhoud.
Harald Dunnink

Hi Marcel,

Bovenstaande citaat stond zondag in de Bildungskalender. Dit is een scheurkalender met elke dag een uitspraak over onderwijs, toegelicht door een expert. De toelichting op dit citaat werd gegeven door Luc Sluijsmans (ja, broer van 🙂 ). Harald Dunnink schreef een jaar geleden in De Correspondent het artikel Rust, een ontwerpfilosofie voor de digitale tijd.

Als we binnen ZOEC over curriculum ontwerpen spreken, gaat het vaak over rust en tijd nemen voor het ontwerpproces. We zien dat ontwerpteams dit niet hebben. Deze willen we ze binnen ZOEC bieden. Onderstaande inspirerende ontwerptips van Harald Dunnik bieden een hiervoor een mooi startpunt.

De basis: een rijk aanbod dat rust uitstraalt

  • Rond maken: Maak een eenheid van je ontwerp. Zorg voor samenhang.
  • Helderheid creëren: maak het niet moeilijker dan het is, de kracht zit in de eenvoud.
  • Context geven: inzicht begint met begrip, informeer je. Elk ontwerp begint met goed onderzoek.

De aanpak: rust om te wegen

  • Bewust investeren: vooruitkomen is samen stilstaan bij keuzes. Focus en selectie sturen niet alleen het ontwerpproces, maar ook mét wie je werkt en vóór wie.
  • Inzet beschermen: blijf in gesprek over de uitvoering. Bescherm de kwaliteiten van je team door vooraf goede afspraken over vorm, techniek en ideeën te maken.
  • Gebruikers koesteren: blijf je bewust van de groep voor wie je ontwerpt en waarom. Blijf nieuwsgierig.

De groei: berusten in rusteloosheid

  • Oneindig bouwen: er is altijd ruimte voor verbetering. Een ontwerp is nooit af.
  • Interactie omarmen: leg verbinding met de buitenwereld.
  • Ongeremd creëren: blijf groots denken en klein werken.

Judith

Samenhang der dingen

Hi Marcel,

Jij, ik, zien, zoeken en vinden verbindingen. Ik heb gemerkt dat als je onderzoek doet, dat dit een lastige eigenschap is 😉 . Als je onderwijs ontwerpt is het juist handige eigenschap omdat het dan goed is te realiseren dat alles met elkaar in verbinding staat.

Deze week hadden we weer een inspirerende ZOEC-sessie. Dit keer was Jan van den Akker onze gast. De man van hét spinnenweb. Je weet misschien nog dat ik dit model gehanteerd heb (als opdracht van mijn MLI studie) bij het analyseren van het curriculum van de faculteit ICT en het herontwerpen een open online cursus basis wiskunde. Bijzonder leuk om nu samen met hem om de tafel te zitten en te praten over onderwijs ontwerpen en ZOEC.

Het spinnenweb model heb ik onlangs ook kort beschreven voor het Blended Learning model waar we binnen het lectoraat technologie-ondersteund leren over nadenken. Misschien goed om het model in dit blogbericht ook nog toe te lichten.

SPINNENWEB

Van den Akker onderscheidt verschillende curriculaire verschijningsvormen. Deze zesdeling is gebaseerd op het werk van John Goodlad. Deze indeling kan een kritisch hulpmiddel zijn tijdens het ontwikkelproces: doen we wat we beogen en bereiken we wat we beogen? Hoe wordt het beoogd curriculum uitgevoerd?

De kern van een curriculum zijn de doelen en inhouden van het leren. Van den Akker gebruikt hiervoor de metafoor van het spinnenweb. In het spinnenweb staat visie of missie van de school centraal, het is de verbindende schakel. De overige onderdelen van het curriculum zijn: tijd, toetsing, leerdoelen, leerinhoud, leeractiviteiten, rol van de docent, leermaterialen, groeperingsvorm en leeromgeving, deze zijn verbonden met die visie. Idealiter zijn ze ook met elkaar verbonden, zodat er sprake is van consistentie en samenhang. De metafoor van het spinnenweb onderstreept volgens Van den Akker het kwetsbare karakter van een curriculum. “Spinnenwebben zijn weliswaar enigszins flexibel maar dreigen toch te scheuren als er te hard en eenzijdig aan bepaalde draden getrokken wordt zonder dat de andere draden meebewegen.” Als je dus één element van het curriculum verandert heeft dit direct gevolgen voor andere elementen binnen het curriculum.

spinnenweb

De aanklikbare versie van het Spinnenweb

Bronnen:

  • Thijs, A., & Van den Akker, J. (2009). Leerplan in ontwikkeling. Enschede: Stichting leerplanontwikkeling (SLO).
  • curriculumontwerp.slo.nl

Interessant is om ook de publicatie over het didactisch concept van de Hogeschool Utrecht over Blended Learning : Onderwijs ontwerpen nog eens te lezen. Hierin zijn de didactische keuzes die hierbij gemaakt kunnen worden verder uitgewerkt.

Terug naar het gesprek met Jan van den Akker …

SAMEN ONTWERPENDE DOCENTEN

Jan stelt het ontwerpdenken van docent centraal. Meer dan onderzoek zit het ontwerpen in de zone van naaste ontwikkeling van docenten. Uit eigen ervaring, maar ook op basis van het concept mapping methode van Hendrik Drachsler blijkt dat er veel te weinig tijd en ruimte is voor onderwijskundig ontwerpen binnen Zuyd. ZOEC beoogt een onderwijskundige community voor kennisdeling te bieden aan ontwerpende docenten. Ontwerpen is tevens een krachtige manier om professionele ontwikkeling te stimuleren.

Visualisatie en simpele taal zoals het spinnenweb kunnen helpen duidelijkheid te scheppen in het complexe proces van curriculum ontwerpen (macro/meso) of onderwijs ontwerpen (micro). Geconcludeerd wordt dat er veel gestapeld wordt in curricula waardoor curricula overvol worden. Keuzes moeten gemaakt worden vanuit een visie. De ‘waartoe?’-vraag moet gesteld worden. Waartoe leiden we op? Dit expliciteren, keuzes legitimeren, visie opnieuw overdenken. Is differentiatie nodig in wat we doen/willen of geldt voor iedere student hetzelfde? De samenhang is belangrijk (“every chain is as strong as its weakest link“), weinige in een team kennen de samenhang. Het spinnenweb helpt om het collectief ontwerpen van teams te stimuleren (zeker mbv het spinnenweb vloerkleed). Het helpt inzichtelijk te maken: waar beginnen we mee? wat volgt? wat kan wachten? Maar het maakt ook het krachtenveld duidelijk: waar heb je invloed op en waar niet op. Het is wenselijk om dat in kaart te brengen. Maar ook om periodiek reflectiemomenten in te voeren en experimenteerruimtes te creëren.

Advies van Jan: “Think big start small“.

Ontwerpuitdagingen voor ZOEC:

  • Op zoek gaan naar veelbelovende inspirerende voorbeelden. Lessons learned. Documenteer niet alleen producten maar ook het proces.
  • Behoeftenonderzoek ; beelden schetsen (‘..zou het niet beter/mooier/wijzer/etc zijn als..’), d.w.z. niet vragen ‘wat denk je nu?’. Een mens weet niet wat hij niet weet! Met empathie je inleven in de behoefte van de eindverbruiker.
  • Literatuurstudie

Het ontwikkelen van een aantrekkelijke ZOEC-omgeving is een zoektocht, waarin continu het leervermogen van de organisatie gestimuleerd / duurzaam gemaakt moet worden, gelet moet worden op taal, begrippen, manier van overdragen op de ander, kennisdeling van curriculumontwikkeling, centraal stellen van onderwijsontwerp, onderzoekmatigheid, cultuur van de docenten. Het zou ook een goede oefening zijn om het spinnenweb als model te hanteren bij het ontwerpen van ZOEC.

Al met al weer een leerzame middag.
Judith

Dank aan Sandra Bösch die van elke bijeenkomst een uitgebreid verslag maak. Handige hulp bij het schrijven van mijn blog 🙂 .

Bloggen in het onderwijs

bloggenonderwijsHoi Marcel,

Fontys collega’s Tons Fleuren, Daniëlle Quadakkers en Mia van Rijsewijk hebben een mooie publicatie voor hun organisatie samengesteld: Bloggen in het Onderwijs. Handvatten voor de inzet van weblogs. Beschikbaar via HBO-Kennisbank onder CC-BY-NC-SA licentie, dus ook te gebruiken voor / door ons. Ik heb m inmiddels ook al toegevoegd aan het item ‘weblogs’ op onze Dingen@Zuyd.

Na een theoretische verkenning van de didactische inzet van weblogs in het hoger onderwijs volgen didactische toepassingsmogelijkheden (diverse typen portfolio’s) van weblogs als de technische (software zelf kiezen of via Fontys aangeboden) en juridische aandachtspunten (privacy, auteursrecht, beoordeling, accreditatie). Daarnaast worden keuzes, mogelijkheden en uitdagingen beschreven.

In dit blog wil ik nog inhoudelijk op deze uitgave ingaan. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een super goed initiatief vind van mijn Fontys-collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. Vanuit de vragen die er zijn naar het didactisch inzetten van weblogs is deze uitgave tot stand gekomen. Dat het als boekwerk in de organisatie is verspreid, is te zien aan de digitale versie van deze publicatie. Volgens mij is de digitale drukversie beschikbaar gesteld, de pagina’s staan helaas niet in een leesbare volgorde. Dat is jammer voor degene die dit soort publicaties toch liever digitaal beschikbaar hebben.
[update 02012017: inmiddels is digitale drukversie vervangen door een goed leesbare digitale versie. De hyperlinks zijn aangepast]

In de theoretische verkenning wordt vermeld dat in de weinig beschikbare empirische studies bekend zijn over bloggen in het onderwijs. (dat biedt dan mogelijkheden voor de promotietrajecten van onze critical friends Ankie van de Broek en Marcel Graus 😉 ). Maar de weinige onderzoeken tonen wel aan dat bloggen samenwerken, reflectie en kritisch denken stimuleren, maar dat het ook de lerende eigenaar maakt van zijn/haar leerproces. Bloggen is een vorm van social learning. Ervaringen, meningen, ideeën delen, leren van elkaar; deze verdiepende interactie komt de kennisconstructie ten goede.

Binnen Fontys, zo staat in hoofdstuk 3 te lezen, worden weblogs voornamelijk ingezet als

  • showportfolio (personal branding, meestal voor iedereen toegankelijk),
  • begeleidingsportfolio (volgen van studievoortgang bij stage, feedback door docenten en peers, meestal niet openbaar toegankelijk)
  • en als beoordelingsportfolio (verzamelen van bewijslast (leeruitkomsten), alleen toegankelijk voor student en beoordelaar).

Als tips wordt hierbij gegeven:

  • het hanteren (of het met studenten samenstellen) van rubrics tbv feedback (formatieve beoordeling).
  • onderwijsactiviteit dient duidelijk op het blog beschreven te zijn.
  • instrueren van de begeleidende docenten, zet ook zelf de blogtool in (‘practice what you preach’).
  • inrichten van een digitale helpdesk voor studenten, docenten en begeleiders die beschikbaar moet zijn buiten de reguliere werktijden.

Ik vind het jammer dat  in de publicatie de nadruk ligt op portfolio’s, en dan met name de begeleidings- en beoordelingsportfolio’s. Ik denk dat bloggen ook voor andere didactische toepassingen ingezet kan worden. Zoals Zuyd-collega Emmy Nelissen het inzet: als groepsactiviteit om studenten te leren argumenteren. Zij werden hier ook uitgedaagd om het werkveld of experts uit te dagen te reageren op hun stellingen (netwerkmogelijkheden).
Tijdens mijn studietijd bij Fontys heb ik als student blog ook ingezet voor groepscommunicatie, maar ook om kennisdelen en groepsinteractie te ondersteunen.

Met betrekking tot de blogtools zijn er binnen Fontys naast de beschikbare SharePoint drie varianten

  1. volledige keuzevrijheid (WordPress, Blogger, Tumblr) – alle verantwoordelijkheid bij student
  2. software met externe hosting (WordPress, Simulise) – functioneel beheer zelf inrichten in afstemming met Dienst IT
  3. WordPress server binnen Fontys (pilot)

Binnen Zuyd behoort optie 3 niet meer tot de mogelijkheden. Optie 2 is momenteel in onderzoek door Facilitair Bedrijf ICT. De meest gebruikte variant bij Zuyd is optie 1: student maakt zelf via WordPress of Blogger een blogomgeving. Uiteraard is single-sign-on wenselijk, maar dat is bij deze optie niet mogelijk. Dat kan wel als je, zoals enkele opleidingen dat doen, gebruik maakt van de blogoptie binnen Blackboard.

Een hele goede toevoeging in deze publicatie, en die heel vaak vergeten wordt, zijn de juridische aspecten. In een onderwijssituatie heb je je te houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor bloggen betekent dit dat persoonsgegevens alleen verwerkt mag worden, indien de betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven. Het is voor een blogger echt niet te doen om schriftelijke toestemmingsbewijzen te gaan verzamelen. Daarnaast zijn zij ook formeel juridisch aansprakelijk voor wetsovertredingen in het reactieveld, een disclaimer heeft blijkbaar maar een beperkte waarde. Gelukkig hebben wij in al die jaren bloggen nog niet zoiets meegemaakt.

Bij beoordelingsportfolio’s is het nog goed te realiseren dat deze tbv accreditatie nog digitaal gearchiveerd te worden, met het risico dat bepaalde links naar webpagina’s in de tussentijd verlopen zijn. Beoordelaar dient daarom goed te motiveren op basis van welke criteria tot een bepaalde beoordeling is gekomen.

Je vraagt je af waarom je bloggen nog zou inzetten in het onderwijs, als er zoveel juridische haken en ogen aan zitten 😉

En dan nog het auteursrecht …
maar daarover een ander keer meer, want hierover heb ik nog wat meer te vertellen.

De laatste paragraaf vond ik niet echt een uitnodiging om als docent of medewerker te gaan bloggen. Blijkbaar kunnen arbeidsrechtelijke consequenties het gevolg zijn van onwelwillende bloguitingen. De schrijvers vinden het raadzaam de werkgever te informeren en toestemming te vragen om te bloggen….
Formeel hebben wij dat nooit gedaan. Ons toenmalige leidinggevende was op de hoogte en heeft ons ook daarin altijd aangemoedigd.
Ik zou me, als (Fontys) docent, niet laten weerhouden. Bloggen is naast een geweldige mooie leertechnologie (vind ik dan, maar ik ben bevooroordeeld) en super kennisdeeltool. Voor iedere lerende!

Groet,
Judith

Mijn boekenkast Blended Learning #onderwijsontwerpen

Ha Marcel,

Zoals je weet was ik betrokken bij het Blended Learning project van de faculteit Gezondheidszorg. Sinds een paar maanden ben ik lid van de Projectgroep Blended Learning van Zuyd Professional. Voor de zomervakantie was ik aanwezig bij een bijeenkomst van de projectgroep met ontwikkelaars van het onderwijs voor Zuyd Professional. We zijn allemaal zoekend in het ontwikkelproces. Daarom is het goed dat we datgene wat we nu al doende ontdekken en ontwikkelen met elkaar delen.

Ik kijk ook vaker buiten de hogeschoolgrenzen en deel via de Nieuwsflits en het blog van het I-team interessante publicatie over online onderwijs en blended learning. Het leek me goed om in een blogbericht mijn ‘digitale boekenkast’ te delen.


BL_HUBlended Learning, het didactisch concept van faculteit Educatie van Hogeschool Utrecht. Aan de hand van het spinnenweb van Van den Akker wordt gebouwd aan een leeromgeving waarin gepersonaliseerd leren van de student mogelijk is. In deze online publicatie zijn de didactisches keuzes die hierbij gemaakt kunnen worden verder uitgewerkt.

ICTO blog http://icto.community.zuyd.nl/2016/04/27/blended-learning-volgens-fehu/ 

 


iBookSaxionSaxion heeft het iBook Onderwijs herontwerp samengesteld. Op basis van het ADDIE model (Analyse, Design, Develop, Implement, Evaluate) worden de vragen die bij herontwerpen centraal staan: Wat wil ik bereiken?, Hoe wil ik dat bereiken?, Hoe weet ik of ik dat uiteindelijk heb bereikt? behandeld in deze publicatie.

ICTO blog http://icto.community.zuyd.nl/2015/09/21/ibook-onderwijs-herontwerp/
2beJAMmed https://2bejammed.org/2015/09/22/ibook-onderwijs-herontwerp-van-icto-saxion/

 


radboudumc

Radboud UMC heeft een Inspiratieboek Blended onderwijs: leeractiviteiten en werkvormen uitgegeven. Het boek bevat uitgebreide beschrijvingen voor de toepassing van diverse werkvormen en leermiddelen waarvoor ICT wordt ingezet. Uitgangspunt is het TPACK-model en bij de leeractiviteit staat vermeld voor welk cognitief leerdoelniveau volgens Bloom deze activiteit geschikt is. In de docentenfolder ‘Ideeën voor ICT in het onderwijs‘ geeft een kort overzicht van werkvormen en leermiddelen waarbij ICT wordt ingezet.


bl_ennuonline

Op basis van verschillende blogberichten heeft Ennuonline een ebook gemaakt over het ontwerpen van blended leren. Er worden tips gegeven met betrekking tot:  blended learning modellen, het ontwerpen van een blended traject, structuur, breinprincipes, hoe activiteit te bevorderen.
Het ebook is te aan te vragen door het invullen van je emailadres op de website van Ennuonline.

 

 


blbelgie

Een Vlaams design team (Arteveldehogeschool en lerarenopleiding Augent) heeft een website gemaakt waarin vier stappen tot Blended Learning zijn uitgewerkt. Daarnaast bevat de website vele praktijkvoorbeelden die geordend zijn naar type blend en leeractiviteit.

 

 


De (e)boeken en websites die ik nu heb uitgelicht hebben vooral een praktische inhoud. In mijn boekenkast staan ook nog diverse advies- en onderzoeksrapporten. Mijn inschatting is dat onze ontwikkelaars en docenten vooral behoefte hebben aan handvatten en stappenplannen ter oriëntatie en inspiratie. Ik wil onze collega’s vooral ook willen wijzen op dingen@zuyd.nl. Samen met collega’s Didi en Pieter ben ik hard bezig deze inspiratiebron te actualiseren. Work in progress.

Er zijn online diverse stappenplannen of aanpakken te vinden die je kunnen helpen bij de ontwikkeling van ‘blended learning’, zoals deze van het Studiecentrum voor bedrijf en overheid. Een van de taken van de projectgroep Blended Learning van Zuyd Professional is ook om zo’n stappenplan met onze ontwikkelaars op te zetten. Leuke klus!

Groet,
Judith

By the way: heb jij of één van de lezers van dit blog nog aanvullingen? Ik hoor ze graag! 🙂

Aanvullingen. Dank Eja!

e-mergeThema-pagina Blended Learning van E-Merge
De ervaringen van docenten opgedaan in het E-merge blended learning project hebben geleid tot 10 tips voor het ontwerp van blended learning. Het materiaal is gebundeld en op de site geplaatst.

 


Via blog Wilfred Rubens

Succavanses- en faalfactoren voor institutionele adoptie van blended learning. Masterthesis van Krijn Nagtzaam (Academie voor Deeltijd van Avans). In het rapport beschrijft hij een raamwerk (institutional blended learning adoption framework van Graham cs ) voor implementatie en doet hij aanbevelingen mbt invoering van blended learning.

 


blendedlearningDe website dr. Blend behoort bij het promotieonderzoek van Nynke Bos. Titel proefschrift: Effectiveness of Blended Learning:
Factors Facilitating Effective Behavior in a Blended Learning Environment. Het doel van dit proefschrift was om te bepalen welke factoren effectief gebruik van onderwijstechnologieën vergemakkelijken of belemmeren in een blended learning omgeving. Deze factoren kunnen gerelateerd zijn aan onderwijsontwerp (externe factoren) of zij kunnen gerelateerd zijn aan studentkenmerken (interne factoren).

“Die docenten zijn het probleem niet”

Hi Marcel,

Gisteren kreeg ik een mailtje van onze collega Evelien van Limbeek met een artikeltje dat zij heeft geschreven voor haar post-HBO opleiding eLearning. Ik was al weer vergeten dat ik door haar eind maart geïnterviewd ben. Hierbij het verslag van mijn gesprek en die met Nynke de Jong over Blended Learning.

“Die docenten zijn het probleem niet”

Nieuwsgierig naar wat de implementatie van Blended Learning binnen het hoger onderwijs al dan niet in de weg staat, ging ik in gesprek met twee experts op het gebied van ‘blended learning’ binnen Zuyd Hogeschool.

Door Evelien van Limbeek

Klik hier of op onderstaande afbeelding om het interview te lezen.

evelien1evelien2
Groet,
Judith

Wat is de optimale ‘blend’ voor Zuyd (Professional)? #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Samen zitten we in de Werkgroep Blended Learning van Zuyd Professional. En we vragen ons regelmatig af: wat is de ‘blend’ van Zuyd Professional? En vanuit mijn rol als I-adviseur stel ik ‘m dan ook nog Zuydbreed. In onze visie op de DLWO hebben we al vastgesteld wat we zeggen te willen: gepersonaliseerd, flexibel, online met meer interactie en co-creatie. Dat stelt nogal wat eisen aan de digitale leer- en werkomgeving. Uiteraard is het onderwijs het vertrekpunt. En we zijn niet de enige die hier mee bezig is. Heel hoger onderwijs zo lijkt het wel. En uniek zijn ook niet hoor. In de vorige week uitgebracht thema-uitgave van SURF worden een aantal kenmerkende onderdelen die in veel onderwijsvisies voorkomen die van belang zijn voor de inrichting van de digitale leeromgeving: flexibel en persoonlijk onderwijs waarbij leeruitkomsten centraal staan, die het leerproces inzichtelijk maakt (zowel voor student als docent), waarbij leerbronnen op maat beschikbaar zijn en een omgeving die het samenwerking ondersteunt. De leeromgeving moet een duidelijke herkenbare smoel hebben en het gebruikersgemak is een niet te onderschatte voorwaarden. Herkenbaar? Voor mij wel. Dat geldt ook voor de genoemde succesfactoren:

  • Leiderschap speelt een doorslaggevende rol. Het veronderstelt een samenspel onder de bestuurders.
  • Instellingsbrede consensus met ruimte voor keuzes op opleidingsniveau.
  • Docenten ontzorgen, ondersteunen maar zeker niet het eigenaarschap weghalen. Verantwoordelijkheden delen.
  • Uiteraard professionalisering niet door een groot cursusaanbod maar door gesprekken en samen te doen.
  • Ondersteuning van pioniers. Enthousiaste pioniers zullen hun collega’s inspireren.

En goed weten wat er in hogeronderwijsland gebeurt en speelt. Fijn dat SURF al deze verhalen en ervaringen deelt. Zo ook het voorbeeld van de HU: De optimale blend voor flexibel onderwijs bij Hogeschool Utrecht. Mooi hoe zij via hun BlendedLab hun ervaringen delen. Ook zij kiezen voor een ontwerpbenadering van het onderwijs met het spinnenweb van Van den Akker als uitgangspunt. In onderstaande compilatie krijg je een goede indruk van hun proces.

Wat betekent dit alles voor Zuyd / Professional? Marcel van der Klink heeft al enkele globale ontwerpprincipes voor studeerbaarheid en doceerbaarheid op papier gezet, die ik heb aangevuld met de ervaringen van Saxion rondom hun onderzoek naar studiesucces. Tevens heb ik eens even gegrasduind in ‘Het gemeenschappelijk model voor flexibel en vraaggestuurd onderwijs’ (april 2016) waarin ontwerpprincipes voor het gemeenschappelijk onderwijsmodel van de deeltijdpilots zijn benoemd. Daaruit is duidelijk dat werkplek en communities een belangrijke plek krijgen in het onderwijs van Zuyd Professional. Ook is duidelijk dat nog geen handen en voeten gegeven is aan de ‘blend’ van Zuyd Professional. Aan een opzet hiervan ga ik morgen werken. Voor mij is het wel van belang dat zowel qua werkwijze als qua ontwerp de uitgangpunten: Samen Open Delen moeten zijn. Wordt vervolgd.

Groet,
Judith

Lessons learned voor studiesucces #onderwijsontwerpen

cc-by-nc-nd mark granitz

Dag Marcel,

In de nieuwe editie OnderwijsInnovatie (juni 2016) van de Open Universiteit las ik een mooi artikel: Ontwerpprincipes als lessons learned voor studiesucces.
Op basis van literatuurverkenningen en eigen onderzoek heeft het lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs van Saxion diverse ontwerpprincipes geformuleerd voor studiesucces voor bacheloropleidingen. Het project Studiesucces had tot doel gehad om de studeerbaarheid van vakken en opleidingen binnen Saxion verder te verbeteren. Het lijkt me een mooie aanvulling op de ontwerpprincipes zoals deze onlangs zijn geformuleerd door onze lector Marcel van de Klink, zie blogbericht Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen.

Zoals ook op de website studiesucceshbo.nl blijkt, houdt het begrip studiesucces meer in dan alleen het rendement van een vak of opleiding. Steeds vaker worden ook factoren als de manier waarop studieloopbaanbegeleiding wordt ingevuld (aandacht voor de persoonlijke of professionele ontwikkeling van de student), de opbouw van het curriculum en de lessen als kenmerken benoemd voor studiesucces.

In dit artikel worden ontwerpprincipes beschreven. Het begrip studiesucces is gerelateerd aan drie thema’s: activerend (inspirerend en motiverend) onderwijs, studieloopbaanbegeleiding en afstuderen.

Activerend onderwijs

Bij activerend onderwijs is de uitleg van een docent beperkt zodat studenten gestimuleerd worden om actiever met de inhoud bezig te zijn. Een drietal thema’s zijn belangrijk bij het bevorderen van de studeerbaarheid van vakken:

  • De ervaren (beroeps)relevantie van het vak

Ontwerpprincipe
Zorg voor de koppeling met de beoogde beroepspraktijk, waardoor de relevantie van het vak duidelijk(er) wordt.

  • De structuur van het vak

Ontwerpprincipe
Zorg voor een duidelijke structuur binnen het vak, zodat de studenten houvast hebben om de vakinhoud eigen te maken. Stem de werkvormen af op de leerdoelen van de les en einddoelen van het vak om een duidelijke lijn tussen de colleges zichtbaar te maken.

  • De studentbetrokkenheid, bv door flipping the classroom. Zorg dat contactmomenten een toegevoegde waarde hebben voor studenten door verdiepende informatie aan te bieden, formatief te toetsen (activeren voorkennis), laten presenteren, discussies aan gaan. Beloon de studenten die de lesstof bestudeerd hebben door niet (alle) lesstof weer opnieuw te herhalen!

Ontwerpprincipe
Zorg voor afwisseling tussen werkvormen om studenten bij de les betrokken te houden. Selecteer werkvormen waarbij studenten een actieve rol hebben waarbij ze uitgedaagd worden om de kennis toe te passen. En zorg dat de lessen een meerwaarde hebben voor de studenten, waardoor ze naar de lessen komen en hier actief in participeren.

Studieloopbaanbegeleiding

SLB wordt gezien als één van de belangrijkste factoren die kunnen bijdragen aan beter studiegedrag, meer motivatie en uiteindelijk meer studiesucces. Op opleidings-of curriculumniveau betekent dit contact onderhouden met je studenten. Zij waarderen dit enorm blijkt uit onderzoek.

Ontwerpprincipes:

  • Neem een actieve rol aan als opleiding om contact te behouden met je studenten en SLB te organiseren gedurende de hele studie. Probeer te organiseren dat elke student dezelfde SLBér houdt gedurende zijn / haar studie (of maximaal twee).
  • Werk aan binding van studenten met de opleiding vanaf het begin af aan (of zelfs voor ze de opleiding zijn gestart! Begeleid studenten vanaf de eerste dag dat ze zijn begonnen aan de opleiding en bied duidelijkheid en structuur.
  • Geef het onderwerp ‘leren studeren’ en ‘loopbaanbegeleiding’een duidelijke plek binnen SLB

Op begeleidingsniveau betekent dit ook het een en ander voor de coach.

Ontwerpprincipes

  • Zorg ervoor dat je als SLB-er interesse toont in, proactief contact zoekt met en betrokken blijft bij je studenten.
  • Bied hulp en begeleiding bij het verkrijgen van structuur en overzicht in de planning van studenten.
  • Confronteer de student ook met zaken die minder goed gaan, houdt ze een spiegel voor en bespreek samen hoe dit op te lossen (waarbij de verantwoordelijkheid van de student zelf duidelijk benadrukt wordt).
  • Bespreek en monitor de studiemotivatie van studenten, ga in op aspecten waardoor de motivatie wellicht is gestegen of juist is gedaald.

Afstuderen

In relatie tot studiesucces betekent dit voor de inrichting en procesgang van afstuderen:

  1. startklaar aan het afstuderen beginnen (workshops/trainingen informatievaardigheden, SPSS, onderzoeksvaardigheden, wetenschappelijk schrijven)
  2. fasering en structuur in het afstudeerproces
  3. helderheid over de afstudeerbegeleiding en bewaking van de voortgang in het afstuderen
  4. begeleide bijeenkomsten tussen peers tijdens het afstudeertraject.

Ontwerpprincipes

  • Geef studenten de mogelijkheid om aan het begin van het afstudeertraject praktische workshops of trainingen te volgen over specifieke (onderzoeks)vaardigheden die zij nodig hebben voor hun afstudeeropdracht.
  • Biedt studenten structuur aan om de afstudeeropdracht uit te kunnen voeren door het proces op te delen in fasen.
  • Informeer de student vooraf over de wijze van begeleiding en het aantal afspraken. Zorg dat de voortgang van het afstudeerproces inzichtelijk is en bewaak de afstudeertermijn door actief in te spelen op vertraging.
  • Verminder het isolement dat studenten kunnen ervaren tijdens het afstuderen door begeleide bijeenkomsten met medestudenten te organiseren.

Net zoals de onderzoekers vind ik veel ontwerpprincipes ‘open deuren’, maar ze blijken nog steeds actueel en relevant te zijn. En hoewel ze geformuleerd zijn voor het bacheloronderwijs denk ik dat ze ook relevant zijn voor de 23+ studenten voor de Zuyd Professional cursisten.

In hun reflectie geven de onderzoekers ook aan dat regelmatig evalueren van onderwijs belangrijk is om daarmee zicht te krijgen op studeerbaarheid en doceerbaarheid. Een goede tip die we binnen Zuyd al aan het uitwerken zijn 🙂

In de eindrapportage van het onderzoek vind je een uitgebreider verslag met handreikingen voor docenten, SLB-ers en opleidingsmanagers.

Groet,
Judith

Een aanpak voor studeerbaarheid #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Onlangs heeft ons College van Bestuur ingestemd met het voorstel van Marcel van der Klink, lector van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs, voor een aanpak voor studeerbaarheid en doceerbaarheid. Graag wilde ik deze notitie breder delen omdat de ontwerpprincipes die hij hierin opsomt dat waard zijn! De notitie bepleit ook het blijven leren van elkaar. Ik hoop dat hiervoor ook de online mogelijkheden worden gebruikt 🙂 .
Met instemming van Marcel heb ik zijn notitie samengevat. Deze samenvatting is (met literatuurlijst) eerder gepubliceerd op icto.community.zuyd.nl .

Groet,
Judith

student-849825_1920

Samenvatting van de nota van Marcel van der Klink
‘Een aanpak voor studeerbaarheid’ (11 april 2016)

Op vele opleidingen worden curricula herzien en wordt  gewerkt aan het verbeteren studeerbaarheid. Een studeerbaar curriculum zorgt er voor dat zoveel mogelijk studenten binnen de reguliere (en gefinancierde) opleidingsduur een diploma verwerven, waarbij ze gedurende de opleiding alle competenties verwerven die voor een entree en eerste loopbaanfase in hun professie essentieel zijn. Studeerbaar betekent ook dat de opleiding wordt ervaren als een niet overladen curriculum met herkenbare samenhang binnen en tussen de opleidingsonderdelen. Een studeerbaar curriculum zorgt er tevens voor dat studenten tevreden zijn over hun studie, het draagt bij aan hun opleidingsmotivatie en hun betrokkenheid en het zorgt er voor dat studie-uitval tot een acceptabel niveau wordt teruggebracht. Het blijkt dat we steeds harder werken (hoge werkdruk bij docenten) voor minder resultaten (hoge studie-uitval).

Marcel van der Klink heeft op basis van publicaties van o.a. Dochy, Van der Akker, Kessels en eigen onderzoek principes voor een studeerbaar en doceerbaar curriculum geformuleerd. De principes zijn ingedeeld in principes voor de inrichting van het curriculum en voor het proces van het ontwerpen van het curriculum. In zijn inleiding schrijft Marcel:

Er wordt wel eens beweerd dat er als opleiding niet veel aan is te doen, omdat vooral student-gebonden kenmerken verantwoordelijk zijn voor studeerbaarheid. Alsof studeerbaarheid een natuurverschijnsel is en we daar geen vat op kunnen hebben. Dat is veel te kort door de bocht geredeneerd en veronachtzaamd dat wij zelf daar een verantwoordelijkheid in moeten blijven nemen, en ons laten informeren door onze eigen ervaringen, ervaringen bij andere hogescholen en door de groeiende wetenschappelijke literatuur. Dat we aan studeerbaarheid blijven werken verwacht de overheid, de maatschappij en ook onze (toekomstige) studenten van ons. En dat verwachten we ook van onszelf daar we binnen Zuyd het adagium hanteren dat we er alles aan doen om iedere student te helpen een gewilde professional te worden!

Onderstaande principes bieden essentiële input voor de inhoud van visiedocumenten, voor de kaders die ontwikkelteams krijgen aangereikt, en voor het uitwerken ervan in allerhande onderwijsmaterialen. Daarnaast zijn deze principes bruikbaar als evaluatiecriteria voor curricula om de mate van studeerbaarheid vast te stellen. De principes voor het ontwerp van het curriculum geven sturing aan het ontwerpproces voor het (her)ontwerpen van curricula. Het toepassen van deze principes is niet alleen bevorderlijk voor de studeerbaarheid van onze opleidingen, maar zorgt ook voor doceerbaarheid en reduceert tevens de onderwijslogistieke complexiteit.

Principes voor het inrichten van het curriculum

    1. Programmeringsprincipe opleiding:
      Werk met grote onderwijseenheden. Zorg voor evenredige spreiding studielast (inclusief toetsmomenten) over het jaar. Voorkom dat studenten meer dan twee opleidingsonderdelen naast elkaar moeten volgen.
    2. Programmeringsprincipe per blok:
      Congruentie waarborgen: De link tussen inhoud, didactiek en toetsing moet helder zijn voor studenten en docenten.
      Duidelijkheid en transparantie: Maak helder wat je van studenten verwacht en op welke criteria studenten worden beoordeeld.
      Toetsmomenten: Programmeer per blok niet meer dan 1 summatieve toets, onderzoek de mogelijkheden voor (vrijstellende/compenserende) deeltoetsen maar voorkom het gevoel van een hordeloop.
      Aansluiting bevorderen: activeer vereiste voorkennis uit voorgaande blokken. Zorg voor aansluiting tussen binnenschools en buitenschools leren en vice versa.
    3. Didactisch principe:
      Beperk college-achtige activiteiten ten faveure van activerende en kleinschalige activiteiten die studenten aanzetten tot leren. Laat studenten (in groepen) werken aan (zelfgekozen) vraagstukken die ontleend zijn aan de beroepspraktijk. Intensiveer contact tussen docenten en studenten, onder andere door frequente feedback op inhoud en leerproces. Organiseer een blend van activiteiten: Programmeer vanuit principe van wat digitaal kan en wat f2f moet. Varieer in activiteiten: Dat maakt het voor studenten én docenten aantrekkelijk.
    4. Integratief principe:
      Generieke competenties (zoals studievaardigheden en 21st century skills) dienen vanaf dag 1 in het curriculum aandacht te krijgen, niet door het apart te programmeren in cursussen of in de studieloopbaanbegeleidingsgesprekken maar juist door het te integreren in de vakinhoudelijke opleidingsonderdelen.
    5. Acteer op heterogeniteit:
      Verwerf diepgaande kennis over de studentpopulatie in termen van belangstelling, talent, leerstrategieën, voorkennis, wensen, ervaringen, studiesucces van (subgroepen) van studenten. Maak duidelijk hoe de opleiding acteert op de heterogeniteit in de studentpopulatie vanuit het perspectief van het bieden van optimale studeerbaarheid voor alle studenten.

Principes voor het ontwerptraject van curricula

    1. Hanteer een ontwerpmethodiek die recht doet aan curriculumontwikkeling als:
      • Cyclisch en iteratief proces: Met als fasen analyse, ontwerp, ontwikkeling en evaluatie;
      • Evidence-informed proces: Besluiten op basis van evidentie;
      • Integratief proces: Acteren op de samenhang tussen de vraagstukken in een curriculum;
      • Participatief proces: Betrokkenheid van stakeholders doorheen het gehele ontwerpproces;
      • Continue leerproces: Ontwerpen door al doende toewerken naar het optimale curriculum.
    2. Teams van docenten:
      Zorg dat docenten in een klein team als collectief (en niet als optelsom van individuen) een opleidingsonderdeel ontwerpen, uitvoeren, evalueren en bijstellen. Dat bevordert eigenaarschap en kwaliteit van het onderwijs. Het biedt tevens docenten meer werktevredenheid, mogelijkheden om van en met collega’s te leren en meer mogelijkheden om verschillende taken en rollen te vervullen.
    3. Klimaat:
      Heb vertrouwen in je studenten en in je collega’s. Koester hoge verwachtingen van elkaar en laat dat regelmatig weten. Blijf met elkaar in gesprek.

Het Lectoraat Professionalisering van het Onderwijs gaat enkele opleidingen ondersteunen om van deze principes naar een  programmatische aanpak te komen. Tijdens de regelmatige evaluaties draait het primair om:

  • Vaststellen van de mate waarin het beoogde herontwerp daadwerkelijk wordt geïmplementeerd
  • Inzicht krijgen in de realisatie van de beoogde projectdoelen (studeerbaarheid en doceerbaarheid)
  • De tijdsperiode: De evaluaties beperken zich niet tot de projectperiode. Ook na afronding van de projectperiode wordt gemonitord hoe de studeerbaarheid en doceerbaarheid van de desbetreffende opleiding zich nadien ontwikkelen.

Uiteraard is er nadrukkelijke aandacht voor de bemensing van de projectteams. Tot de projectoverstijgende activiteiten behoort het doen van voorstellen voor Zuyd-brede richtlijnen voor de omvang van blokken, parallelle programmering van blokken, aantal toetsen per blok en andere maatregelen op Zuyd-niveau die nodig zijn om de optimale kaders voor studeerbaarheid te scheppen.

Om er voor te zorgen dat we van en met elkaar kunnen blijven leren over studeerbaarheid, ook op programmaniveau en Zuyd-breed, zijn projectoverstijgende activiteiten noodzakelijk, zoals presentaties, masterclasses, curriculum design labs, excursies, studiereizen.

%d bloggers liken dit: