Site-archief

Ben jij op de hoogte van je auteursrecht?

Dag Marcel,

Mijn bericht over Bloggen in het onderwijs eindigde ik met de belofte nog iets over auteursrecht te schrijven.

auteursrecht

Ken jij artikel 1 van de Auteurswet?

‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgende, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’

Dat betekent dat iedereen die iets schrijft of maakt hiervan eigenaar (rechthebbende) is. Het auteursrecht beschermt 2 rechten: het recht om je werk openbaar te maken en het recht om je werk te verveelvoudigen. Dit betekent dat een ander toestemming nodig heeft van de rechthebbende om (gedeelten) van een werk openbaar te maken of te verspreiden. Onderstaand filmpje van auteursrecht.nl legt in een paar minuten duidelijk uit wat auteursrecht inhoudt.

Ter verduidelijking, omdat hier veel misverstanden over zijn:

  • Het versturen van een (gescand) artikel via de mail aan wie dan ook, het plaatsen van een artikel, afbeelding e.d. op een website (of dit nu wel of niet achter een inlog zit, geldt dus ook voor intranet en elektronische leeromgevingen) zijn allemaal vormen van openbaar maken, en dus niet toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende.
  • Je mag wel hyperlinken naar een bron op internet, dit is geen vorm van openbaarmaking.
  • Het is toegestaan om zonder toestemming van de rechthebbende een digitale of papieren kopie van een werk voor eigen gebruik te maken.
  • Voor onderwijsdoeleinde is het wel toegestaan korte gedeelte van werk te gebruiken. Het AuteursrechtInformatiePunt van Zuyd Bibliotheek kan je precies vertellen wat deze regeling inhoudt.

Zie ook de toolbox van SURF met praktische hulpmiddelen rondom auteursrecht.

werkgeversauteursrecht

Bloggers (dus ook studenten als studieopdracht) hebben recht op hun eigen geschreven blogposts. Echter voor docenten/medewerkers van een hbo-instelling ligt dat iets anders. In artikel 7 van de Auteurswet staat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

Je zou denken dat je dit werkgeversauteursrecht kunt omzeilen door te zeggen dat je je blogs of artikelen in je eigen tijd schrijft. Dit geldt niet voor het hbo. In de cao-hbo staat in artikel E-7 namelijk dat de hogeschool auteursrechthebbende van publicaties van werknemers.

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit: het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet;

Dit betekent dus ook voor alle publicaties van docenten en onderzoekers in dienst van een hbo-instelling. En ook voor ons bloggers. Tsja.
Nu verwacht ik niet dat onze werkgever, ondanks dat er nog geen publicatiebeleid is, het auteursrecht van al de werken van de lectoren, onderzoekers, docenten en bloggers op zal eisen. Ik weet dat Team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek het college geadviseerd heeft een publicatiebeleid te ontwikkelen. Zover ik weet gaat het hierbij over afspraken rondom Open Access. Ik heb ze al ingefluisterd ook iets over Open Educational Resources op te nemen. Hierbij een aanvullend advies aan hen om ook eens naar het auteursrecht van haar werknemers te kijken.

licenties tot publiceren

Tot die tijd is het raadzaam dat als je als werknemer van Zuyd (maar ook voor studenten slim om te doen) gaat publiceren van te voren goed na te denken over de licentie waaronder je je werk verspreidt. Regel je niets dan krijg je automatisch het auteursrecht zoals hierboven toegelicht. Dat betekent dat iedereen (wettelijk gezien) jou om toestemming moet vragen wanneer men jouw publicatie wilt gebruiken. Als jij dit zo wilt, dan is dat prima. Maar er zijn mogelijkheden om vooraf je copyright te regelen. Dit zijn de CREATIVE COMMONS licenties.

Creative Commons biedt auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en alle andere creatieve makers de vrijheid om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaalt de auteursrechthebbende in welke mate zijn of haar werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag.

cclicenties

Klik hier voor meer uitleg

Met een Creative Commons-licentie behoud je al je rechten, maar geef je aan anderen toestemming om je werk te verspreiden, met anderen te delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Het aanbieden van je werk onder een Creative Commons-licentie betekent niet dat je je auteursrechten opgeeft. Zonder een Creative Commons-licentie zou iedereen expliciet toestemming aan je moeten vragen voor elk gebruik van je werk. Met een Creative Commons-licentie kan je in een keer aan iedereen duidelijk maken onder welke voorwaarden ze je werk mogen gebruiken zonder dat er telkens toestemming nodig is.

Op dit blog zit ook CC-BY-SA

Oja, Marcel. Als je gaat publiceren in tijdschriften met een abonnementsmodel (maar waarom zou je dat doen? Jij gaat toch Open Access publiceren? 🙂 ) check dan deze licentie van SURF, zodat je in ieder geval je auteursrecht in eigen hand houdt.

Open Onderzoek

In je blog van gisteren schreef je dat je bang bent je eigen ramen in te gooien als je open gaat onderzoeken omdat andere onderzoekers met je ideeën er vandoor zouden kunnen gaan. Nu denk ik dat het nooit goed is om vanuit angst te handelen 😉 En als die onderzoekswereld nog niet zo werkt, wat let je om het dan toch te doen? Dat is ook de Plek der Moeite 😉 .

Als je het filmpje over auteursrecht bekeken hebt, weet je nu dat auteursrecht geldt vanaf het eerste kladje, het werk hoeft dus nog niet af te zijn. Maar op ideeën in je hoofd, zit geen auteursrecht. Dus leg ze maar snel vast in een blogpost *grijns*.

Ja, ik ben je een beetje aan het plagen. Ik weet uit eigen ervaring dat tijdens onderzoek ‘systemen’ veranderen, bijna niet te doen is. Als ‘critical friend’ van je promotietraject blijf ik je wel wijzen op open research, open licences, open science, open data, open education, open acces. En je daarbij helpen natuurlijk!

En laat nu 2017 the YEAR OF OPEN zijn!

Print

Judith

Nog een leestip: In 5 stappen naar Open Science – niet voor mietjes 🙂

Promoveren & Werkgeversauteursrecht

Ha Marcel,

Je weet dat ik als informatieprofessional ook wel iets ‘heb’ met auteursrecht. Het merendeel van mijn activiteiten is inmiddels opgepakt door het Auteurechten Informatiepunt van Zuyd Bibliotheek. Ik ben/voel me in mijn streven naar meer ‘open’ nog wel nauw betrokken bij het thema Open Access. Daarom volg ik altijd nog met veel belangstelling de blogberichten van Raymond Snijders, senior informatiebemiddelaar van Hogeschool Windesheim. Raymond heeft onlangs een presentatie verzorgd bij de HBO Kennisbank (waar Zuyd ook bij aangesloten is. Je weet wel … waar studenten en medewerkers hun publicaties kunnen delen 🙂 ) over de auteursrechtelijke aspecten van het publiceren van scripties en onderzoekspublicaties in die HBO Kennisbank. In zijn blog hierover had hij het over het werkgeversauteursrecht. Wat is werkgeverauteursrecht? Ook daarover heeft Raymond uitgebreid geblogd.

Volgens de auteurswet is de maker van een werk ook de auteursrechthebbende. Echter, in artikel 7 Aw staat: Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd. 

En dan hebben we het over het vermaledijde werkgeversauteursrecht. En zoals Raymond schrijft:

Dit vormt daarmee ook de basis van de discussies over auteursrecht voor iedereen die werkzaam is in een hoger onderwijsinstelling. Een discussie die ook lastig te voeren is want artikel 7 Aw kun je makkelijk ‘omzeilen’ door te claimen dat het maken van een werk helemaal geen onderdeel is van jouw takenpakket. Of – en dit is een populair argument – door je te beroepen op het feit dat je dat werk in je eigen tijd gemaakt hebt. En niet in de baas zijn tijd.

Voor het hbo gelden deze argumenten echter niet want in de cao-hbo (PDF) een artikel E-7 opgenomen die expliciet stelt dat de hogeschool de auteursrechthebbende is. Het auteursrecht op werken in de zin van de Auteurswet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is. Of wordt verricht ten behoeve van de werkgever. Het maakt hierbij dan niet meer uit of je dat onder werktijd of in je eigen tijd gemaakt hebt, alleen maar of het in het verlengde ligt van je werkzaamheden.

Bron: Vakblog – http://rsnijders.info/vakblog/2016/05/14/auteursrecht-op-scripties/

Iedereen met een arbeidsovereenkomst op basis van de cao-hbo is werknemer. Jij en ik dus ook. Na het lezen van deze blogs moest ik aan jou denken. Wat hoe zit het dan als je als werknemer van een hbo-instelling onderzoek doet en promoveert? Omdat Raymond ook dé expert is op dit gebied, heb ik hem gevraagd:

Hi Raymond, hoe zit het dan met een werknemer van een onderwijsinstelling die binnen de instelling onderzoek doet en daarop promoveert. Valt dat dan ook onder het werkgeversauteursrecht? Lijkt me toch niet hè?

Zijn antwoord:

Toch wel, Judith. Zolang die werknemer een arbeidsovereenkomst heeft valt die daardoor onder het werkgeversauteursrecht en is de hogeschool feitelijk de auteursrechthebbende van de onderzoeksresultaten en -publicatie(s).

Er is geen enkele hogeschool die daadwerkelijk hier actie op onderneemt – voor zover ik het weet – en het zou ook bijzonder onpraktisch zijn om diverse redenen maar het is dus wel zo.

In de praktijk is de discussie over wie het auteursrecht heeft op kennisproducten van werknemers ook knap zinloos. Zodra er delen van werken van anderen in een publicatie of leermiddel wordt gebruikt of er bijvoorbeeld wordt samengewerkt met anderen (onderzoekers, docenten maar ook bedrijven) wordt de discussie over auteursrecht zeer complex. Vandaar dat het ook veel handiger is om als hogeschool afspraken te maken wat je wilt dat er met die kennisproducten gaat gebeuren. En dan beleid te maken om dat te realiseren.

Bij Windesheim ligt er een publicatiebeleid dat (open access) publiceren wil stimuleren en expliciet onderzoekers de ruimte geeft om zelf alle afspraken hierover te kunnen maken met leidinggevenden maar ook uitgevers. Inclusief auteursrechtelijke zeggenschap over hun eigen werken.

Bron: Vakblog – http://rsnijders.info/vakblog/2016/05/17/auteursrecht-open-access-hbo-kennisbank/

Je hoeft niet erg veel zorgen te maken. Gelukkig. Toch blijft het een vreemd artikel in onze cao-hbo. Voor universitair docenten geldt dit namelijk niet. Indien hogescholen onderzoek steeds belangrijker vinden, steeds meer lectoraten instellen, is het misschien toch eens goed naar deze artikelen te kijken.

In zijn reactie heeft Raymond het over een publicatiebeleid. Ook daar heb ik jaren geleden al veel tijd en energie gestopt om dat van de grond te krijgen. Ik was verheugd om in het Jaarplan van Dienst O&O te lezen dat team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek dat nu oppakt. Open Access is zoals je weet ook een speerpunt van staatssecretaris Dekker die vindt dat alle wetenschappelijke publicaties in 2024 vrij toegankelijk en gratis online beschikbaar moeten zijn. Als dat publicatiebeleid er bij Zuyd is, zal er veel aandacht moeten blijven voor bewustwording en advisering op dit gebied. Velen zijn toch onbewust onbekwaam op dit gebied. Het is en blijft een weerbarstig thema in onze wereld van alles ‘gratis’ vinden op internet.

Tot slot nog deze tips voor jou. Ik las over je PhD-activiteiten. De Universiteit Maastricht heeft deze week haar vernieuwde website gelanceerd. de new look van hun thesis portal zie er erg mooi uit. Misschien heb je er wat aan.thesisUM

Groet,
Judith

Wetenschappelijk artikelen gratis via Sci-Hub (wel illegaal)

Dag Marcel,

Als promovendus ben je natuurlijk hard op zoek naar wetenschappelijke artikelen. Je hebt naast Google Scholar, als Zuyderling de beschikking over DiZ. Maar dan nog zul je niet altijd alle artikelen full text kunnen vinden. De laatste dagen lees ik het ene na het andere bericht over Sci-Hub.

sci-hub

Sci-Hub is een Pirate Bay voor wetenschappelijke artikelen. Ja het is illegaal, maar dat deert de vele wetenschappers en studenten niet, die inmiddels massaal gebruik maken van Sci-Hub (via NRC). De website is in 2011 opgericht door Kazachse onderzoekster Alexandra Elbakyan die het doel heeft om alle wetenschappelijke artikelen die achter betaalmuren staan, gratis beschikbaar te maken. In het kader van de Open Education Week (7 – 11 maart) wilde ik dit initiatief toch delen.

Je snapt dat uitgevers hier niet blij mee zijn. Het bedreigt hun inkomsten. Er zijn al rechtzaken aangespannen. En uiteraard luidde het vonnis dat Sci-Hub onrechtmatig bezig. Maar Alexandra Elbakyan vindt gewoon weer een andere manier om door te gaan. Ondanks dat het illegaal is en een schending van de auteursrecht, het wakkert in ieder geval de discussie over Open Access aan.

Heb je nog een artikel nodig dan kan je via het URL van het artikel, Pubmed Identifier (PMID) of het DOI nummer van de publicatie het artikel wel vinden tussen de inmiddels 49 miljoen wetenschappelijk artikelen. Je krijgt wel wat Russische teksten voorgeschoteld in tussenschermen, maar vul de captcha maar in en je krijgt wat je zoekt.

Dank ook Raymond Snijders voor zijn blog over Sci-Hub

Groet,
Judith

Auteursrechten InformatiePunt & Open Access

Goemorgen Marcel,

Vandaag heb ik een afspraak met het CvB over mijn auteursrechtennotitie. Al jaren schrijf en herschrijf ik stukken om auteursrechten onder de aandacht van het management te krijgen met als doel het formeel inrichten van een Auteursrechten InformatiePunt binnen Zuyd Bibliotheek. Het gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal door docenten (Stichting Pro) en plagiaat (Ephorus) zijn al 2 redenen om deze dienstverlening voor medewerkers en studenten aan te bieden. Maar zeker net zo belangrijk is publicatiebeleid voor onderzoekers en medewerkers, waarbij ik veel aandacht vraag voor Open Access. Heb je het over ‘Open Onderwijs’ dan heb je het ook over ‘Open Access’.

De Open Access-beweging streeft naar vrije, gratis online toegang tot wetenschappelijke informatie, zoals tijdschriftartikelen, proefschriften en boeken. Open Access legt de nadruk op het zonder beperkingen beschikbaar stellen van informatie. De auteur stelt zijn werk gratis online beschikbaar en stemt in met het verspreiden van zijn werk.

In Nederland zijn er al goede voorbeelden, zoals de website Verwerken en Delen van Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (bron ScienceGuide). Onlangs heeft ook de University of California Open Access Policy vastgesteld. Onderstaand filmpje verduidelijkt veel.

UCLA_OA

Via Vimeo

De HBO-raad heeft in 2009 namens de hogescholen de ‘Berlin Declaration on Open Access’ ondertekend. Dit houdt in dat hogescholen hebben toegezegd zich te zullen inspannen om hun kennisproducten kosteloos beschikbaar en toegankelijk te maken voor iedereen. Zuyd kan bijdragen door bewustwording en delen van eigen producten, hiervoor is de HBO Kennisbank. In deze repository zijn ook scripties, onderzoeken, afstudeerverslagen, papers en artikelen van onze studenten, docenten en lectoren  te vinden. Maar nog wat weinig. Herlees het gastblog van Lilian van de Burgt nog maar eens.

In het onderzoek naar de onderzoeksinfrastructuur van Zuyd wordt ook nadrukkelijk aandacht gevraagd om voorlichting en ondersteuning bij Open Access publiceren en rondom het groter thema auteursrechten.  Het zou goed zijn als de publicaties van onze lectoren ook meer zichtbaar zijn via Open Onderzoek (etalage voor praktijkgericht onderzoek van lectoren.nl) en NARCIS (toegang toe wetenschappelijke Open Access publicaties).

En dan is er afgelopen weekend ineens het bericht dat staatssecretaris Dekker meldt dat alle wetenschappelijke publicatis over 10 jaar vrij toegankelijk en gratis online beschikbaar moeten zijn. Hulp uit onverwachte hoek? Pierre Gorissen zet wat kritische kanttekeningen bij dit mooie bericht, want wie gaat dat betalen?. Het blijkt dat als je je artikelen open beschikbaar wilt stellen je daar nu zo’n €3.000,- voor moet betalen. Dat wordt sparen Marcel! Of je onderzoeksbudget wat oplaten schroeven ;).
Frank Huysmans heeft op zijn blog WareKennis de conclusie getrokken: de intentie is goed maar de uitwerking fout. Staatssecretatis Dekker beperkt Open Access tot het beschikbaar stellen van wetenschappelijke publicaties, terwijl de Nederlandse wetenschappelijke wereld door ondertekening van de Berlin Declaration on Open Access hiermee ook hergebruik (reproductie én remixen) mogelijk maakt. En  de kosten van de overgang op Open Access worden nu op het bordje van de wetenschappelijke instellingen gelegd.

Kortom, het hele auteursrechtenverhaal is ingewikkeld. Ik hoop dat deze mindmap me kan helpen in het gesprek.

Mindmap_Auteursrechten (1)
Wish me luck!
Groet,
Judith

Lectoren van Zuyd en Open Access

Dag Marcel,

Binnen Zuyd is er nog wat werk aan de winkel met betrekking tot Open Access.
Bibliothecaris Lilian van de Burgt is aandachtsfunctionaris voor dit terrein.

Van 22- 28 oktober is het wereldwijd Open Access week. Om ook binnen Zuyd meer aandacht voor Open Access te krijgen heeft Lilian onderstaand bericht geschreven.


26 november 2009 was een belangrijke dag voor de ontwikkeling van het Open Access proces in Nederland.
Op die dag tekende de HBO-raad namelijk de “Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities”. Het idee achter Open Access is simpel.

Onderzoek dat met publieke middelen is gefinancierd, moet open toegankelijk zijn voor iedereen, en niet slechts voor mensen die de steeds duurder wordende abonnementen kunnen betalen.

De afgelopen jaren hebben universiteiten en hogescholen hard hun best gedaan om hun kennisinfrastructuur Open Access toegankelijk te maken. Zo hebben veel hogescholen aansluiting gezocht bij de landelijke HBO Kennisbank, een platform voor excellente afstudeerwerkstukken van studenten, maar ook voor artikelen, rapporten, conferentiebijdragen en andere publicaties van lectoren en medewerkers.

Op de website van Zuyd valt te lezen dat Zuyd een cruciale rol speelt bij de ondersteuning van bedrijven door de ontwikkeling van kennis en innovatie. Deze ontwikkeling, overdracht en circulatie van kennis wordt gestimuleerd door de lectoraten. De lectoraten vormen een belangrijke schakel tussen Zuyd en de ontwikkelingen in het beroepenveld. Elk lectoraat wordt geleid door een lector, een hooggekwalificeerde deskundige met ruime ervaring in onderwijs en onderzoek in een bepaald vakgebied. Binnen de lectoraten wordt onderzoek verricht dat gericht is op het ontwikkelen van praktisch toepasbare kennis voor de regio.
In hoeverre stellen lectoren hun kennis Open Access beschikbaar of zijn ze bereid om dit in de toekomst te doen? Kortom, wat is hun houding ten opzichte van Open Access? Een in het najaar van 2010 uitgevoerd onderzoek van Daan Andriessen (Hogeschool InHolland),samen met collega’s, toont aan dat een ruime meerderheid (67%) van de lectoren positief tot heel positief is over Open Access. Maar liefst 89% is bereid om in de toekomst meer via Open Access te publiceren. Dat is goed nieuws, net als de uitkomst dat 90% wil publiceren op de HBO Kennisbank. Dit in tegenstelling tot wat wel eens gezegd werd dat lectoren niet op de HBO Kennisbank wilden publiceren omdat hun publicaties hier tussen studentprodukten zouden staan.

Hoe staat het nu binnen Zuyd met het Open Access publiceren van lectorenpublicaties op de HBO Kennisbank? De afgelopen twee jaren heeft de bibliotheek goed samengewerkt met enkele lectoraten (CESRT en KenVAK) en zijn alle publicaties (voor zover mogelijk) opgenomen in de repository van de hogeschool. Sommige lectoren hebben zelf contact gezocht met de bibliotheek en ook hun publicaties worden in goed overleg in de repository geplaatst. Voordeel hiervan is dat publicaties niet alleen online openbaar gemaakt worden via de HBO Kennisbank, maar ook automatisch opgenomen worden in Lectoren.nl. Publicaties zijn hier gratis te raadplegen voor een grote doelgroep. Bovendien zijn ze beter vindbaar dan dat ze alleen in vaktijdschriften gepubliceerd worden, o.a. omdat de artikelen vindbaar zijn via zoekmachines als Google en Google Scholar.
Op de site Lectoren.nl vind je bovendien een uitgebreid profiel van de lector (klik op bekijk) en een overzicht van zijn of haar in de databank opgenomen publicaties.

Maar er is meer goed nieuws. Sinds 1 september jl. worden lectorenpublicaties van hogescholen ook getoond in NARCIS, voorheen het platform voor publicaties van universiteiten. Een mooie ontwikkeling. Toch moet er op het gebied van Open Access publiceren nog veel gebeuren. Uit de Monitor Nederlandse Openbare Repositories 2011 van SURF blijkt helaas dat het Open Access publiceren in ons land stagneert. Het aandeel Open Access komt voor weinig universiteiten boven de 20% uit. Ook het HBO presteert onder de maat. SURF stelt als doel dat dit percentage eind 2015 70% moet zijn.
Wat kunnen lectoren bijdragen om dit percentage te halen? In het eerder genoemde onderzoek ‘Lectoren en hun publicaties’ van Daan Andriessen wordt een aantal concrete aanbevelingen gedaan aan lectoren en onderzoekers.
Ook biedt het rapport evt. oplossingen voor knelpunten rond Open Access:

  • Geef onderzoekers informatie…
  • …en ondersteuning & gemak
  • Probeer te verleiden
  • Leer onderzoekers de alternatieven kennen
  • Creëer alternatieven en koop oude publicaties af
  • Stimuleer publiceren op HBO Kennisbank en lectoren.nl
  • Onderhandel als hbo met uitgevers maar zie ze ook als partner
  • Publiceer auteursversies
  • Gebruik allerlei vormen van kwaliteitsborging
  • Leer van universiteiten

En geeft het rapport suggesties hoe Open Access kan worden bevorderd en adviseert lectoren en onderzoekers:

  • stel de auteursversies van je artikelen beschikbaar. Stuur ze naar de bibliotheek van je hogeschool (Zuyd Bibliotheek) met het verzoek ze op te slaan in de repository van de hogeschool
  • informeer je over de mogelijkheden van Open Access publiceren
  • teken niet klakkeloos overeenkomsten met uitgevers, maar onderhandel.
    Tip: Maak evt. gebruik van de “Licentie tot Publiceren” van SURF. Deze licentie tracht een balans te creëren tussen de rechten van de auteur enerzijds en de belangen van de uitgever anderzijds.

Zo kan de bibliotheek een rol spelen in de ondersteuning van het logistieke proces:

Hun rol verandert langzaam aan en ze worden verantwoordelijk voor het verzamelen en naar buiten brengen van informatie in plaats van het naar binnen halen (Andriessen)

Dank je wel Lilian voor je bijdrage!
Ik heb nog even door het rapport van Andriessen gescrold en las bij de aanbevelingen voor de bibliotheek:

  • Richt een Auteursrecht Informatiepunt in voor onderzoekers. 

Het wordt toch wel tijd dat ons Auteursrechtenloket een formele status krijg! De lectoren willen (zo staat in het rapport te lezen) een aanspreekpunt dat op hoogte is van mogelijkheden om te publiceren, dat persoonlijk advies biedt in de ondersteuning, en dat informatie en scholing over Open Access kan bieden. Zuyd Bibliotheek, specifiek het Auteursrechtenloket wil dat heel graag bieden!

  • Zorg ervoor dat alle publicaties van lectoraten worden opgenomen in de bibliotheekcatalogus en/of in de repository. Enerzijds dienen lectoren hiertoe verleid te worden (bied diensten aan), anderzijds dienen er beleidsmatige beslissingen in gang gezet te worden (standaardisatie) en werkprocessen ingericht. Of zit lectoren gewoon voortdurend op de hielen om hun auteursversies naar je op te sturen

Ik denk dat Lilian met de beperkte tijd die zij hiervoor beschikbaar heeft al veel werk heeft verricht.

  • Bied een overzicht aan van beschikbare Open Access Journals

Via de e-bronnen databank van Zuyd Bibliotheek is wel het een en ander te vinden maar dat rijtje kan waarschijnlijk wel wat uitgebreid worden.

Lilan vertelt tot slot dat de bereidheid tot Open Access publiceren er wel is bij lectoren, het bewustzijn ook. Alleen dat het bewustzijn van het management van hogescholen hierbij achter blijft. Ook bij Zuyd valt nog een verbeterslag te maken. Het is belangrijk dat het management Open Access publiceren stimuleert en vastlegt in een publicatiebeleid. Zonder een dergelijk beleid blijft OA publiceren te vrijblijvend.

Judith

12 november 2012:
Nog een mooie aanvulling op dit bericht. Een heldere uitleg in een mooie 8 minuten durende Engelstalige video over Open Access.
@via Philip Willems

Ha Marcel,
Een paar weken gelegen begreep ik via Twitter dat Jeroen en Edwin met iets spannends bezig waren. Ik kon niet weten dat het over Open Bibliotheken zou gaan. Leen heeft (uiteraard ;)) geblogd over dit prachtig initiatief. Omdat ik verder aan dit bericht niets toe te voegen heb, wilde ik de ‘reblog’-mogelijkheid van WordPress eens uitproberen. Zo heb ik nu 2 vliegen in 1 klap. En ik heb de info over Open Bibliotheken ook op ons blog staan en ik vermenigvuldig digitale content van Leen.
Ook een dikke pluim voor Jeroen en Edwin van mij.
groet,
Judith

2.0 Drops

De ‘vrijheid van internet’ en ‘intellectuele eigendomsrechten’, het lijkt alsof deze fundamenten maar niet met elkaar kunnen stroken.

Digitale content is zo eenvoudig te kopiëren, te vermenigvuldigen en te verspreiden dat piraterij wel heel erg eenvoudig wordt. […] Amerikaanse wetsvoorstellen PIPA en SOPA, de Research Works Act en het wereldwijde ACTA-handelsverdrag moeten ervoor zorgen dat de wereldwijde fysieke en digitale piraterij verregaand kan worden teruggedrongen. Maar aan de andere kant komen burgerrechten als vrijheid van expressie en bescherming van privacy in gevaar. OpenBibliotheken: een manifest

Kan dat wat door internet in gang is gezet wel afgeremd worden door deze initiatieven van auteursrechthebbende-organisaties? Moeten we ons nog vastklampen aan oude auteursrecht-principes die wel nut hadden in het pre-internet tijdperk? Of moeten we het begrip ‘intellectuele eigendomsrecht’ helemaal opnieuw uitvinden in dit digitale tijdperk?

Wat ik persoonlijk toejuich zijn initiatieven zoals Creative Commons, artiesten die internet omarmen, of dichter…

View original post 358 woorden meer

Het kan! Maar mag het ook? #idmdhconf12

Dag Marcel,

Zojuist heb ik de laatste hand gelegd op de conceptnotitie Plagiaatpreventie en – bestrijding binnen Zuyd. Ik hoop dat ik deze snel met ons CvB mag bespreken. Je weet dat ik ook betrokken ben bij het Auteursrechtenloket Zuyd. Zo ook, Lilian van de Burgt en Lien Goldbach, 2 collega’s van Zuyd Bibliotheek. Zij hebben op 9 maart j.l. de IDM conferentie 2012 in Den Haag over ethische en juridische aspecten van informatiegebruik bijgewoond. Op mijn verzoek van mij hebben ze hierover geblogd. Het woord is aan Lilian en Lien:

Het thema van de conferentie luidde : ‘Het kan! Maar mag het ook? : ethische en juridische aspecten van de informatievoorziening’.
IDM den Haag besteedt daar op dit moment aandacht aan, in de door Jos van Dijk ontwikkelde minor ‘ethische en juridische aspecten van informatiegebruik’. Om dit onderwerp verder uit te diepen is gekozen voor het genoemde thema. Een thema, dat ons, medewerkers van het Auteursrechtenloket Zuyd natuurlijk erg aansprak. Immers, in de tijd waarin databestanden steeds vaker worden opengesteld en mensen zelf via allerlei tools gemakkelijk informatie en documenten delen, dienen zich steeds vaker kwesties aan omtrent privacy, ethiek en auteursrecht.

Tot nu hebben wij vooral gefocust op de juridische kant van het verhaal en daarom vonden we het ook heel interessant om de andere (de ethische) kant van het verhaal eens belicht te zien. Hierin zijn we zeker niet teleurgesteld!

De eerste spreker van de middag was dr. Marcel Becker, (docent aan de Universiteit van Nijmegen) volgens eigen zeggen een ‘Manusje van alles in de toegepaste ethiek, die zich sinds kort bezighoudt met ethiek en nieuwe media’.
Na een inleiding over normen, waarden en respect (uit respect pleeg je bijv. geen plagiaat) liet hij zien dat als gevolg van de informatisering van ons wereldbeeld steeds meer zaken in termen van ‘informatie’ worden beschreven, bv.

  • Macht (= wie beschikt over de benodigde informatie?)
  • Wetenschap (= wie is in staat om te gaan met de eindeloze stroom informatie?)
  • Producten (=producten ontstaan m.b.v. informatie).

De snelle veranderingen binnen de informatietechnologie hebben ook gevolgen voor de ethiek. Ze beïnvloeden namelijk ons denken en kijken. Naast de vraag of iets goed of kwaad is, ontstaat nu ook de vraag naar goede vaardigheden. Als voorbeeld noemde hij de veranderde waarde van het begrip “intimiteit”. Vroeger was het intiem als je op zaterdagavond met je gezin op de bank zat. Die intimiteit krijgt nu een ander karakter als tegelijkertijd de buitenwereld via de computer “binnen” gehaald kan worden.
Verder noemde hij de “cirkelbeweging”: in de ethiek willen we de ontwikkelingen beoordelen….die ons oordelen tegelijkertijd beïnvloeden (een doordenkertje). Nieuwe technologieën vragen nieuwe vaardigheden.
De spreker liet ons verder aan de hand van enkele voorbeelden zien dat het onderscheid publiek/privé (die ooit fysiek gescheiden waren), verdwenen is. We verrichten private handelingen in een publiek domein en omgekeerd. Dit kan botsen. Een voorbeeld: in een private omgeving heb je een spontaan en omgeremd gevoel maar je bent bijv. wel publiek bezig als je privézaken op internet zet.
Tot slot stipte hij het gevaar van de ‘information bubble’ aan, deze werd later door een andere spreker ook nog eens genoemd. Het ‘Broadcast model (=het ongedifferentieerd informatie zenden, bijv. een tv zender) maakt plaats voor het ‘point to point model (differentiatie van informatie). Dit model is weliswaar effectiever, maar het leidt tot profilering ; ieder krijgt gerichte informatie. Het gevaar schuilt hierin dat de zoekmachine de informatie geeft waarvan hij denkt dat wij die willen.
Uiteindelijk leeft iedereen in zijn eigen ‘informatie bubble’, op een eilandje dus. De uitdaging voor ons bestaat eruit om deze informatie bubble tegen te gaan. Zeer zeker een ethische kwestie om over na te denken.

De tweede spreker, drs. Jos van Dijk, neemt als docent afscheid van IDM Den Haag. Hij heeft de minor ‘ethische en juridische aspecten van informatiegebruik’ ontwikkeld, deze diende als basis voor het thema van de conferentie.
Jos ging in op de beroepsethiek van de informatieprofessional.
Meteen rees de vraag of bibliotheken een privacybeleid hanteren (hoe gaan we om met lenergegevens?) Welke normen en waarden hanteren we hierbij? Is er een wet en schaden we die, schaden we evt. belangen? Allemaal ethische vragen. Bij ons rees de vraag of Zuyd een privacybeleid kent. En zo ja, waar vinden we dat dan?
Volgens Jos gaat het in de beroepsethiek voor de informatieprofessional om 3 ethische beginselen:

  1. Morele verantwoordelijkheid : je helpt elkaar, dit schept wederzijds vertrouwen. Als je binnen een organisatie niet op elkaar kunt rekenen gaat die organisatie als los zand aan elkaar hangen. Voorbeeld: Het Afrikaanse principe Ubuntu, hetgeen zoveel betekent als respect en toewijding. Het delen van dingen maakt een mens een mens. Kennis delen is een belangrijke gemeenschappelijke waarde.
  2. Integriteit. The golden rule : wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Vertaald naar de beroepspraktijk betekent dit dat je daarom geen plagiaat pleegt.De spreker maakt van ‘The golden rule’ een bruggetje naar ‘The commons’ (Open Access, Creative Commons, internet). Binnen deze beweging profiteren we van elkaar maar proberen we ook onderling vertrouwen te wekken. Overigens stamt dit begrip uit de Middeleeuwen : the commons was de gemeenschappelijke weide die van niemand was.Een uitspraak over integriteit : “Integrity is doing the right thing when no one is watching”.Voor de informatieprofessional betekent integriteit onpartijdigheid. Maar kun je door de ‘information bubble’ onpartijdigheid garanderen? De bubble voorkomt immers toevallige vondsten (=serendipity). De bubble voorkomt ook dat wijzelf de informatie filteren, m.a.w. wij hebben de filter niet zelf in handen! Ook iets om over na te denken.Als je integriteit binnen een groep wilt bereiken is het van belang om draagvlak te creëren : “A code is nothing, coding is everything”.
  3. Beroepsethiek. Hiervoor is in Nederland weinig aandacht. Nadenken over beroepsethiek kan wel leiden tot afspraken. Wat vinden we toelaatbaar en wat niet? Deskundigheid betekent ook verantwoordelijkheid, waarbij vertrouwen erg belangrijk is. Je moet de ander geen schade toebrengen. Denk na over de risico’s voor de ander bij wat je doet om informatie te gebruiken/te verspreiden.

De eerste twee sprekers hebben ons in ieder geval aan het denken gezet door een aantal interessante vragen op te roepen.

De derde en tevens laatste spreker van de middag, mr. drs. Mark Jansen (advocaat bij Dirkzwager) belichtte enkele actuele juridische kwesties. Hij is gespecialiseerd in Intellectuele eigendom en IT-recht.
Mark Jansen verdeelt informatie in :

  • Informatie van iemand (auteursrecht, databankenrecht). Bij zijn uitleg over het auteursrecht benadrukte hij nogmaals dat de concrete uitwerking van het idee is beschermd, niet het idee zelf. Nederland kent in tegenstelling tot de VS geen ‘fair use’ bepaling in de Auteurswet. Als het niet onder een uitzondering valt pleeg je inbreuk op auteursrecht. Het databankenrecht bevat een aantal zeer lastige facetten. Zo is de voorwaarde dat er in een databank een substantiële investering is gedaan moeilijk aantoonbaar.
  • Informatie over iemand (privacyrecht, onrechtmatige daad). Interessante aanvulling op het privacyrecht is de stelling dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor het verspreiden van privé informatie zodra dit verder gaat dan puur privé of huishoudelijk belang. Dit is van toepassing als er privé info van derden op bijv. Facebook geplaatst wordt.

Men denkt makkelijk over informatiegebruik, maar de wet is nog steeds heel streng. Vervolgens ging de spreker in op de vraag ‘Wat is privacy’. Doe hiervoor de privacy check. De WBP (=Wet Bescherming Persoonsgegevens) ziet toe op het beschermen van intimiteiten en op een zorgvuldige verwerking van gegevens.

De spreker noemde enkele praktijkproblemen die kunnen optreden:

  • Is het werk wel auteursrechtelijk beschermd, voldoet het bijv. aan de eis van creativiteit?
  • Wie is de rechthebbende (vaak is dit moeilijk te achterhalen)
  • Wat is de geleden schade (bepalen van de reëel geleden schade is lastig)
  • De grens tussen privé en zakelijk vervaagt (je gebruikt bijv. privé aangeschafte software voor het werk)

Zie ook: dirkzwagerieit.nl (intellectuele eigendom en IT-recht) en partnerinkennis.nl (interessante korte artikelen over onderwerpen die op dat moment in het nieuws zijn).

Om half vijf werd de middag afgesloten met een gezellige borrel. Oud-collega Leen Liefsoens, nu werkzaam bij de Haagse Hogeschool, was er ook en samen met haar hebben we nog even een glaasje gedronken. Op haar vriendelijke aanbod om ons de bibliotheek te laten zien zijn we niet ingegaan omdat de reis terug naar het zuiden nog erg lang was. Wij kijken terug op een waardevolle middag die onze blik weer verruimd heeft en hier en daar aan het denken gezet heeft.

Dank jullie wel! Jullie mogen vaker gastbloggen! 🙂
Uiteraard heeft Leen ook gevolgd over deze conferentie op 2.0 Drops. Ik sluit dit blog af met haar must-see tip:

Gerelateerde items:

  • Over intimiteit, intiem kapitaal heb ik al eens eerder geblogd: Echte vrienden
  • Inderdaad integriteit is erg belangrijk. Je pleegt geen plagiaat, je vermeldt altijd gewoon je bron, lees: ere wie ere toekomt
  • Om de ‘filter bubble’  te omzeilen zou je in plaats van Google de zoekmachinge DuckDuckGo (ze doen niet aan tracing) kunnen gebruiken (via Dee’tje)

Nu weer even het zonnetje opzoeken. Fijne dag!
Judith

Het nieuwe pinnen

Ha Marcel,

Heb jij de laatste maanden ook het een en ander meegekregen over ‘het nieuwe pinnen’?
Nee, ik bedoel niet de overgang van ‘swipen’ met de bankpas naar ‘dippen’. 🙂

 

Ik heb het over Pinterest, het snelst groeiende sociale netwerk in de geschiedenis, met al bijna 12 miljoen gebruikers. De (voornamelijk vrouwelijke) gebruikers brengen hier meer tijd door dan op Twitter, LinkedIn en Google+ samen.
Ik kwam er een maand geleden toevallig op toen ik een plaatje voor mijn blog aan het zoeken was.

Pinterest (pin je interesse) is een visueel prikbord van je interesse of een bepaald onderwerp. Je kunt alles vastpinnen wat je op het web interessant vindt: links, foto’s of video’s. Je kunt vrij eenvoudig (via een invite) en intuïtief thematische moodboards maken, bv. met recepten, huisdecoraties of gewoon mooie plaatjes. Zoals Pinterest zelf zegt:

Pinterest lets you organize and share all the beautiful things you find on the web. People use pinboards to plan their weddings, decorate their homes, and organize their favorite recipes. Best of all, you can browse pinboards created by other people. Browsing pinboards is a fun way to discover new things and get inspiration from people who share your interests.

Gebruikers kunnen interesses instellen, andere gebruikers volgen, andere pins liken, repinnen, en commentaar geven. Op zich brengt Pinterest niets nieuws, hetzelfde kan ik met Del.icio.us, Diigo, Library Thing, maar het is wel visueler ingesteld.
Pinterest wordt volgens een artikel in de Volkskrant vergeleken met winkelen. Het wordt ‘leuk en verslavend’ genoemd, misschien dat daarom 80% vrouw is. Maar ik hou niet zo van winkelen en behoor daarom misschien niet tot de juichende menigte.

Maar ik kwam het netwerk tegen toen ik een afbeelding voor een blogpost zocht. Ik check altijd de auteursrechten voordat ik een plaatje vond, ik kon toen niets vinden. Ik heb de afbeelding via de embedded code opgenomen in mijn blog. Ik download en upload dan geen plaatje, dus kon niet veel kwaad, vond ik. Raymond Snijders bracht me aan het twijfelen, en er komen steeds meer berichten over het met voeten treden van auteursrechten door Pinterest. En zoals Raymond in zijn 2e blog over Pinterest schrijft:

Rechthebbenden van met name sites waar wel foto’s centraal staan (van fotografen bijvoorbeeld) maken ophef over hoe Pinterest copyright schendingen faciliteert en ook al kan Pinterest zich achter de Digital Millennium Copyright Act verschuilen, het valt niet te ontkennen dat de boards tot de nok toe gevuld zijn met auteursrechtelijk beschermde foto’s. De snelle groei en de grootschaligheid van Pinterest verergert dit probleem ook aanzienlijk.

The Boston Business Journal is na 1 dag gestopt met pinnen, omdat: “if you upload an image that doesn’t belong to you and Pinterest sells it, you could be sued for copyright infringement”. Tsja.
Aangezien ik het principe ‘ere wie ere toekomt‘ aanhang, ben ik inmiddels kritisch over Pinterest. Maar aan de andere kant, de copyrightindustrie loopt wel erg achter de huidige werkelijkheid. Erwin Mijnsbergen vraagt zich terecht af, of dit geen achterhoedegevecht is.

Nee, geen Happy Pinning voor mij.
Ik kan me voorstellen dat uit marketing oogpunt het een interessant platform voor bedrijven is, zoals Frankwatching blogt. Het kan veel verkeer naar je website opleveren. Maar dat hebben wij niet nodig 😉 En als je dat niet wilt, kan je dit Pinterest-verkeer nu via een code blokkeren, zie Mashable.

Groet,
Judith

Ere wie ere toekomt

Hello!
Woensdag stond de Engelstalige Wikipedia, maar ook WordPress op zwart en Google had een zwart balkje over haar logo. Je hebt vast gehoord over de onrust die SOPA (Stop Online Piracy Act) en PIPA (Protect IP Act) teweeg hebben gebracht. Beide wetten beogen auteursrechthebbenden te beschermen tegen online ‘piraterij’, hiermee zou men vergaande mogelijkheden geven om websites onbereikbaar te maken.

Op de website van NRC staat een heldere uitleg over de betekenis van de #blackout van Wikipedia, waaronder dit duidelijk filmje

PROTECT IP / SOPA Breaks The Internet from Fight for the Future on Vimeo.

of zoals Marc Hijink uitlegt (via @NRC )

Elke partij – ook een individuele artiest – die zegt schade te ondervinden van de inhoud van een website kan een klacht indienen, resulterend in een verregaande blokkade. Zelfs een onwelgevallige link naar een andere site zou voldoende kunnen zijn om de site uit de lucht te halen. Bovendien zou het hele domein uit de lucht gehaald moeten worden en mag de site ook niet meer te vinden zijn in zoekmachines of andere verwijzingen. Dan volgt de financiële doodsteek: een blokkade van de betaaldiensten en advertentienetwerken waarmee de verdachte website samenwerkt.

Hiermee wordt een vrij en open internet aan banden gelegd. Het raakt ons allen.

Je weet dat ik betrokken ben bij het Auteursrechtenloket van Zuyd, dat ik bezig ben met een hogeschoolZuydbrede plagiaatbeleid.  Het is een ingewikkelde materie, ook lastig uit te leggen aan studenten en docenten die leven in onze copy-paste maatschappij.
Ik probeer altijd in ons blog de bronnen te vermelden waar ik mijn informatie vandaan heb; ‘ere wie ere toekomt’. Ik maak veel gebruik van hyperlinks (wel openen in een nieuwe pagina), embed filmpjes (niet duidelijk of dit nou wel of niet mag), gebruik plaatjes (zoeken via CCsearch), maar zoveel mogelijk met respect voor de oorspronkelijke auteur. Maar ik durf mijn hand niet voor in het vuur te steken dat ik het altijd even correct doe. Dus ons blog kan ook zo maar op zwart komen :S

Jij zei me deze week dat ik onder een kennisclipje muziek zou moeten zetten. Auteursrechtelijk mag dit ook niet, ik moet toestemming vragen aan de betreffende artiest. Echt werkbaar is dat niet. Ik lees op Vakblog van Raymond Snijders dat YouTube van een groot aantal rechthebbenden de muziek screent bij het uploaden van een filmpje. Als het aangetroffen wordt, kan je filmpje geweigerd worden of de audio ineens zomaar weg zijn. Dus ik heb er maar geen muziek eronder gezet, was ook te veel werk ;).
Raymond geeft een aantal tips:

  • Bekijk het filmpje voor je het upload. Zitten er bioscoopfragmenten in? Auteursrechtelijk beschermde muziek?
  • Wil je toch muziek? Maak gebruik van stockmuziek site waar je gratis of goedkoop muziek kunt vinden.
  • Of scherm je filmpje met auteurechtelijk beschermde muziek af, deel het alleen met docent of projectgroep. Ja, al deze regels gelden ook voor filmpjes die voor onderwijsdoeleinden zijn gemaakt.

Zou deze creatieveling aan alle filmproducenten gevraagd hebben om deze stukjes te hergebruiken? Vast niet. Gelukkig maar, anders hadden wij niet kunnen genieten van deze prachtige remix!

Hello from ant1mat3rie on Vimeo.

Laat die muziek-, filmindustrie en uitgevers maar andere creatieve en innovatieve verdienmodellen bedenken. Ik hoop dat vele auteursrechthebbenden nadenken over Creative Commons licentie op hun werk. En dat ze besluiten de auteursrechten zelf te behouden en niet af te geven aan een uitgever of producent.

Een om maar weer af te sluiten met een citaat uit de Inspiratiekalender van Stephen Covey

Een belangrijke manier om loyaliteit te tonen is anderen de eer te laten, hun erkenning te geven voor hun aandeel in de resultaten. Daarmee bevestig je niet alleen de waarde van iemands bijdrage, je creëert ook een omgeving waarin mensen zich gestimuleerd voelen om innovatief en coöperatief te zijn

Share-Remix-Reuse!
Judith

Bloggen en Auteursrecht

Hallo Marcel,

Het is deze week Open Access week. Vorige week ook, maar toen genoten wij van onze herfstvakantie 🙂
Op de website van Zuyd Bibliotheek zal daarom deze week dagelijks geblogd worden over een aspect van Open Access. Ik heb hiervoor 2 blogartikelen aangeleverd: over Stichting PRO & Creative Commons en Plagiaat & Ephorus. Naar aanleiding van een opmerking van Luuk over het gebruik van YouTube filmpjes in ons blog bedacht ik dat het ook wel interessant was om in ons blog aandacht aan te besteden.

Auteursrecht staat de laatste tijd ook bij onze hogeschool volop in de belangstelling. Hierbij zijn het vooral de onderwerpen: gebruik van andermans materiaal in papieren en digitale readers (Stichting PRO) en plagiaatpreventie (gebruik van Ephorus). Het werk van ons auteursrechtloket wordt inmiddels al zeer gewaardeerd.

Open Access weken vinden plaats om bekendheid en bewustwording te creeëren. Hierbij staat centraal dat wat met publieke middelen gefinancieerd en gepubliceerd is ook publiek toegankelijk en hergebruikt moet worden. Natuurlijk wil iedereen de credits krijgen voor datgene hij/zij heeft gepubliceerd, maar waarom niet delen en laten hergebruiken? Creative Commons is de basis van crowdsourcing en co-creatie

Met een Creative Commons licentie behoud je je auteursrecht, maar sta je anderen toe om jouw werk te kopiëren en te verspreiden jouw op voorwaarde dat zij naam vermelden en aan alle voorwaarden voldoen die jij hier specificeert (bron)

In onderstaand filmpje van Creative Commons New Zealand wordt duidelijk uitgelegd wat Creative Commons is en welke licenties er zijn.

Op ons blog publiceren wij onder CC – BY – SA dat betekent dat anderen teksten van ons blog mogen gebruiken maar met Naamsvermelding en Gelijkdelen (dus onder dezelfde CC-licentie).

Bloggend is het gemakkelijk om je bronnen te vermelden. Het is een kwestie van een hyperlink toevoegen, een uitgebreide bronnenlijst aan het eind van een blogpost is niet nodig. Hyperlinken mag altijd, ook in een elektronische leeromgeving (wel openen in een nieuw venster). Als je hyperlinkt, maak je geen inbreuk op het auteursrecht, het wordt gezien als een soort voetnoot. Lees meer >>
Docenten die internetbronnen willen gebruiken in hun Blackboardomgeving raad ik altijd aan om te linken naar deze informatie en niet de teksten te downloaden en als Word/ pdf op te nemen. Want zodra je teksten downloadt en uploadt in Blackboard krijg je te maken met Stichting PRO.

Ik ga nog wel eens over de schreef met afbeeldingen. Als ik foto’s invoeg (die ik dus download -via Google / Flickr CC– en upload) in een blogpost zet ik daar niet altijd de bron bij, dat is niet zo netjes van me. Ik zie collega bloggers dat veel netter doen. Ik ga daar meer op letten.

@foto

Nu even terug naar de opmerking van Luuk over het gebruik van YouTube filmpjes. Als je het netjes doet zou je hier ook bij je bron bij moeten zetten, volgens hem. Volgens mij is een videofilmpje embedden net zoiets als hyperlinken, je downloadt immers niets. Ik heb het nog eens even nagezocht. Hoe het juridisch precies zit, heb ik niet kunnen achterhalen. De meningen over embedden zijn nog al verdeeld. Ik ben het eens met de visie van Bits of Freedom die vindt ‘embedden’ geen auteursrechteninbreuk.
YouTube biedt immers zelf de mogelijkheid van embedden aan. Sommige video’s zijn niet te embedden en alleen af te spelen op het YouTube-kanaal zelf. Rechten worden dan via YouTube geregeld. Via de optie <meer weergeven> is te bekijken onder welke licentie de video is gepubliceerd.
Auteursrechten worden door YouTube zelf ook gecontroleerd. YouTube biedt sinds een paar maanden naast de standaard YouTube licentie ook de mogelijkheid om onder Creative Commons te distribueren.

Het kan dus gebeuren dat sommige video’s niet meer afgespeeld worden omdat YouTube auteursrechteninbreuk heeft geconstateerd.

Dus ik blijf gewoon YouTube video’s in ons blog embedden, dat geeft ons bloggen iets extra’s.
Ik sluit af met een videoclip van Gotye. Het heeft helemaal niets met deze blogpost te maken. Ik vind het zo’n prachtig nummer en een schitterende, creatieve video. Ik wilde dit gewoon met jou en onze lezers delen. Een mooi begin van deze Open Access Week.

Happy Open Access week 🙂
Judith

%d bloggers liken dit: