Site-archief

Docentprofessionalisering vanuit een ontwerpgerichte benadering

Ha Marcel,

Maandag was een delegatie van Hogeschool Rotterdam bij ons op werkbezoek. De aanleiding was een e-mailwisseling tussen Fleur Prinsen en mij nav haar lectorale rede Digitale leerarrangementen ontwerpen. Het was een interessante kennisuitwisselingssessie over ons aanbestedingstraject en implementatietraject Moodle. In de middag bespraken we de initiatieven rondom docentprofessionalisering irt blended learning. We waren het er over eens dat een ontwerpgerichte een aanpak de voorkeur heeft.

In dat kader vind ik de publicatie Connecting the DOT’s, een praktische werkwijze voor het coachen van Docent Ontwikkel Teams van Floor Brinkhorst en Cindy Poortman interessant om te bespreken. Dit handboek is tot stand gekomen ihkv een onderzoeksproject van TechYourFuture (zie hier gelijknamig proefschrift van Floor Brinkhorst).

In de reviewstudie van Van Veen, Zwart, Meirink, & Verloop (2010) naar de effectiviteit van docentprofessionaliseringstrajecten dat ik in mijn masteronderzoek aanhaal, worden een aantal succesfactoren onderscheiden. Daarin blijken de volgende kenmerken succesvol: (1) professionalisering moet plaatsvinden in de eigen lespraktijk en moet antwoord geven op vragen uit die eigen praktijk, (2) docenten leren actief en onderzoekend samen met collega’s als eigenaarschap bij de docenten zelf ligt, (3) professionalisering is verankerd in het beleid en in de organisatie, (4) collegiaal en collectief leren.

Deze kenmerken komen ook heel sterk naar voren bij de werkwijze van deze DOTs. Het is een vorm van professionalisering waarbij teams van docenten (van verschillende scholen) samen vernieuwend onderwijs ontwikkelen. Zij komen maandelijks bij elkaar  onder begeleiding van een vakdidactische expert. Vanuit een zelfgekozen onderwijsontwerp gaan ze aan de slag. Toch bleek dat het ene DOT beter (samen)werkte dan de ander. Uit het onderzoek van TechYourFuture kwamen zeven kenmerken van effectieve DOTs naar voren

 

Vervolgens stelden ze zich de vraag: hoe kunnen we er voor zorgen dat de DOTs functioneren volgens deze zeven kenmerken? Het blijkt dat leiderschap een centrale rol speelt in het proces. En dat zowel gedeeld als top-down leiderschap belangrijk zijn in DOTs. Om teamcoaches te ondersteunen bij het aansturen van DOTs hebben de onderzoekers een stapgewijze (agile) werkwijze ontwikkeld waarin gedeeld en top-down leiderschap geïntegreerd zijn. De werkwijze is een cyclisch proces van 9 stappen die elke maand doorlopen wordt.

De deelnemende docenten en coaches waren tevreden over de stapsgewijze werkwijze. Het bood structuur en duidelijkheid. Men vond het wel lastig om duidelijke meetbare einddoelen te formuleren. Daarnaast was de betrokkenheid van alle deelnemers niet even groot was moeilijkheden opleverden bij het brainstormen en de gezamenlijke planning.

Ondanks dat de context verschilt, kunnen wij, volgens mij, hieruit het volgende kunnen leren:

  • het samen deelnemen aan een professionaliseringstraject (minimaal duo’s) en samenwerken bevordert gezamenlijke verantwoordelijkheid voor professionalisering
  • door vanuit een ontwerpvraag te professionaliseren levert tevens concreet onderwijsmateriaal op
  • het samen ontwerpen van onderwijs bevordert eigenaarschap
  • het aan te zetten tot actief leren bevordert betrokkenheid
  • het aantal uren dat aan professionalisering besteed wordt moet in balans zijn met andere taken

Momenteel liggen diverse adviezen rondom (ict-)docentprofessionalisering en ondersteuning onderwijs ontwerpen ter bespreking voor. Ik ben erg benieuwd hoe dit over een aantal maanden uitgewerkt is.
Ik hou je op de hoogte!

Groet,
Judith

NB. In dit kader is het wellicht interessant om te weten dat ik onlangs mijn Boekenkast Blended learning geacutaliseerd heb.

Transliteracy

Dag Marcel,

De afgelopen weken is de vragenlijst die Ankie en ik hebben gemaakt rondom ‘Leren en lesgeven met ict’ weer verspreid onder de deelnemers van de Docentencursus (BDB) maar dit keer ook bij de ontwikkelaars van Zuyd Professional. Het doel van deze vragenlijst is om de beginsituatie ten aanzien van leren en lesgeven met ict voor de docent zelf duidelijk te krijgen. We hebben hierbij gebruik gemaakt van de eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict van het iXperium Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Wat we vorig jaar zagen, wat ik in mijn masteronderzoek zag en nu eigenlijk ook weer is dat docenten graag leertechnologie willen inzetten maar vinden dat ze hiervoor onvoldoende digitaal didactische bekwaamheden hebben. De meeste vinden zich wel informatievaardig.

Ik moest hier aan denken toen ik het artikel What exactly is transliteracy? van Suzana Sukovic las.

transliteracy-conceptual-model-sukovic

Transliteracy is an ability to use diverse analogue and digital technologies, techniques, modes and protocols

  • to search for and work with a variety of resources
  • to collaborate and participate in social networks
  • to communicate meanings and new knowledge by using different tones, genres, modalities and media.

Transliteracy consists of skills, knowledge, thinking and acting, which enable a fluid ‘movement across’ in a way that is defined by situational, social, cultural and technological contexts.

Moeten we in plaats van docenten te bevragen of hij is “in staat is online effectief informatie te zoeken en te vinden, de betrouwbaarheid van deze informatie te beoordelen, diverse online informatiebronnen te benutten, informatie van diverse bronnen met elkaar te vergelijken en de gevonden informatie te synthetiseren” eigenlijk niet bevragen over transliteracy? Of hebben we het dan toch weer over 21st century skills? Het lijkt allemaal wel veel op elkaar hè? Het heeft waarschijnlijk meer te maken vanuit welke discipline je deze vaardigheden beschrijft.

Hoe je het ook noemt of beschrijft, deze vaardigheden zijn belangrijk voor elke beroep waar we bij Zuyd studenten voor opleiden. En daarmee ook belangrijk voor onze docenten.

Groet,
Judith

Professionaliseren ‘met de deur open’

Hi Marcel,

Op Zuydnet vond ik laatst informatie over het Professionaliseringsplan 2014-2018 van Zuyd. Ik was niet op de hoogte van dit document. Jij? Ik lees hierin dat Zuyd zich gelijktijdig richt op individuele, team- en organisatieontwikkeling. Ik lees hier

Informeel leren vindt ook in onze instelling plaats maar onze kennis hierover moet nog verder toenemen om op een weloverwogen wijze krachtige leersituaties op de werkplek te organiseren en te faciliteren. We zijn er op gericht dat informeel leren, gedurende de looptijd van dit professionaliseringsplan steeds meer onder de aandacht komt en een plaats krijgt in de professionaliseringsplannen van faculteiten en diensten.

en

Kortom, van Zuyd-medewerkers verwachten we dat ze er op gericht zijn te blijven leren, met en van collega’s te leren en daarvoor zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Van onze docenten verwachten we dat ze lesgeven ‘met de deur open’, van elkaar leren door samen lessen voor te bereiden, elkaars lessen bij te wonen en gericht te zijn op samenwerken met de beroepspraktijk.

Mooie dat er bij HR aandacht is voor informeel leren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot nu toe weinig heb meegekregen van deze plannen ondanks het streven van HR om professionalisering zichtbaar te maken.

Deze aandacht voor informeel leren sluit wel mooi aan op de conclusie van het MLI-onderzoek van Myriam Lamerichs: docenten willen vooral samen en van elkaar leren … maar dan moeten ze er wel tijd voor hebben.

Dan is het goed om te weten dat ik in het professionaliseringsplan las dat elke medewerker met een aanstelling van 0,4 fte (bij kleinere omvang naar rato) jaarlijks een basisrecht heeft van ten minste 40 uren om zijn bekwaamheidheid bij te houden. “Het basisrecht is bestemd voor het onderhoud en ontwikkelen van de eigen professionele kwaliteit (vakbekwaamheid en competenties) en het versterken van de persoonlijke effectiviteit.”

Die 40 uur zou je toch ook zomaar kunnen inzetten om informeel te leren. Ik ga het in ieder geval eens in mijn takenplaatje opvoeren. Ik moet dan wel inzichtelijk maken hoe tijd en middelen hebben bijdragen aan zijn professionalisering. Uiteraard. Dat vind ik vanzelfsprekend.

Hoe je dat kunt doen? In een interessant bijdrage op Komensky Post over The Crowd las ik over hoe informeel leren zichtbaar gemaakt kan worden en hoe de opbrengst gewaardeerd kan worden in een formeel kader. Maarten de Laat van de OU sprak over ‘waardecreatie verhalen’.

In een waardecreatie verhaal worden in feite vijf vragen beantwoord:

  1. Aan welke betekenisvolle activiteit heb je deelgenomen?
  2. Welke concrete opbrengst heeft dat opgeleverd? (dat kan een concreet product als een document zijn, maar het kan ook een idee, een advies, een model, etc. zijn)
  3. Hoe heb je die opbrengst toegepast in jouw eigen praktijk en wat heeft dat mogelijk gemaakt?
  4. Wat is het effect daarvan geweest voor jou persoonlijk of voor jouw organisatie?
  5. Mogelijk heeft deze ervaring jouw begrip van ‘succes’ veranderd. Als dat zo is, hoe?

Zo ben je met waardecreatie verhalen ook meteen bezig met kennis delen. Mooi toch? Ik heb dit idee inmiddels gedeeld met het kernteam van ZOEC. Volgende bijeenkomst eens verder bespreken.

Mijn waardecreatie verhalen zijn terug te lezen in ons blog 🙂 Ik denk dat ik zo al werk en leer: ‘work out loud‘. Wat mij betreft kunnen social media ook een rol spelen in het informeel leerproces, maar dat is een open deur hè?
*grinnik*
Judith

opendeur

CCO via Pixabay

Op zoek naar de zone van de collectieve naaste ontwikkeling. Oratie van Marjan Vermeulen.

LerenOrganiseren

Hallo Marcel,

Heb je ook meegekregen dat Marjan Vermeulen onlangs is benoemd als bijzonder hoogleraar Docentprofessionalisering aan het Welten-instituut van de Open Universiteit? De leerstoel is ingesteld door het onderwijsadviesbureau KPC Groep. Marjan Vermeulen onderzoekt via de leerstoel scholen als: ‘rijke en uitdagende leeromgevingen voor leraren, zodat er met plezier geleerd wordt.’ Met bijzondere belangstelling heb ik haar oratie Leren Organiseren gelezen. Als I-adviseur is één van mijn belangrijkste drijfveren het professionaliseren van docenten op het gebied van leren en lesgeven met ICT.

Prof. dr. Marjan Vermeulen stelt dat “professionaliseren docenten anders moet”. Docenten moeten niet van elkaar leren maar met elkaar. Het lezen van haar oratie was een feest der herkenning. Professionaliseren van docenten is een van de belangrijkste pijlers als het gaat om innoveren van ons onderwijs, schrijft zij (zoals ik dat ook schreef in mijn onderzoek 🙂 ). Innovatief gedrag kan het best gestimuleerd worden in een omgeving waar collectief geleerd wordt. Mijn masteronderzoek heet ook niet voor niets Leren professionaliseren: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel.

Vermeulen begint haar oratie met een korte beschrijving van de karakteristieken van de belangrijkste leertheorieen: cognitivisme, behaviorisme, sociaal-constructivisme en connectivisme. Ze benadrukt dat het belangrijk is om te weten vanuit welke leertheoretisch perspectief onderzoek is uitgevoerd. Een behaviorist denkt anders over leren dan een cognitist. En vanuit het sociaal-constuctivisme zal het leren anders georganiseerd worden dat bij connectivisme. “Omdat er nogal verschillende processen en verschillende uitkomsten achter een leertheorie zitten is het jammer dat deze opvattingen zo zelden geëxpliciteerd worden in onderzoek en praktijk” zo schrijft Vermeulen (p. 13). Vervolgens beschrijft ze op basis van veel (bekende) wetenschappelijke onderzoeken uit de organisatiekunde (lerende organisaties), personeelswetenschappen en onderwijswetenschappen het professionaliseren van docenten.

Ontwikkeling in de onderwijspraktijk moet meer karakter van groei krijgen. Collectieve groei is complex, schrijft Vermeulen. Onderwijsonderzoek hebben neiging alles te secuur te onderzoeken en daardoor een te lange tijdsduur voor innovatie. Daarnaast vindt Marjan Vermeulen het van belang om docenten niet als uitvoerders van ideeën van anderen, maar als ontwikkelaars te benaderen. En vraagt zij zich af is de docent in controle (eigenaar van eigen professionalisering) of onder controle (is er sprake van verplicht professionaliseren?).

Uit paragraaf 6.3:
Er wordt wel over collectief leren gesproken maar dan veelal leren van elkaar ipv leren met elkaar gericht op gezamenlijke leeropbrengsten. We hebben het over professionele leergemeenschappen of learning communities, maar een leergemeenschap ontwikkelt zich niet vanzelf, ondersteuning is belangrijk in de vorm van een facilitator. Ook is de ontwikkeling tot een professionele leergemeenschap waar samengewerkt en geleerd wordt een langdurig proces. De sociaal kapitaal theorie verklaart dat langdurige en intensieve proces.
Ook is interactie in gelijkwaardigheid op basis van een professionele dialoog een belangrijk kenmerk om elkaars expertise te gebruiken en inbreng te waarderen.
Er is geen blauwdruk van wat een lerende organisatie is, de kennis daarover zal blijven toenemen en de toepassing daarvan is in iedere context anders. Wetenschap en onderwijspraktijk zullen in het onderzoek daarna gezamenlijk moeten optrekken. Omdat innovatiestrategieën met een open einde, blijvende input van nieuwe referentiekaders nodig hebben voor continue ontwikkeling.

Uit paragraaf 6.4:
Die nieuwe praktijken ontstaan niet door de kennisketen op te knippen zoals nu het geval is, maar door hecht samen te werken en daarmee de kennisketen tot een leercyclus om te vormen. Alle partners hebben een eigen expertise die samen innoveren mogelijk maakt. Samen in de zin van het nastreven van gemeenschappelijke opbrengsten waar in gezamenlijkheid met ieder vanuit zijn eigen expertise in gelijkwaardigheid aan gewerkt wordt.

Zie ook nieuwsberichten OU en KPC

Door het lezen van haar oratie kreeg ik meer zicht op de verschillende opvattingen over leren in wetenschappelijk onderzoek. Ik herken de dominante behavioristische en cognitieve opvattingen over leren en het professionaliseren van medewerkers. De klassieke (individuele) functionerings- en beoordelingsgesprekken stimuleren de (brood)nodige collectieve groei niet. Er wordt snel gezegd dat we moeten transformeren naar een lerende organisatie. Dat is net zo snel gezegd al: ‘we moeten meer samenwerken en kennis delen’. Makkelijk gezegd. Moeilijk gedaan. Laten we op zoek blijven naar de zone van collectieve naaste ontwikkeling. Docenten blijven begeleiden, activiteiten rondom onderwijs ontwerpen en leren en lesgeven met ict blijven bijsturen. De opgedane kennis delen. Zo ontstaat collectieve groei en ontwikkelt Zuyd zich als een lerende organisatie.

Ik hoop dat de verschillende initiatieven en plannen die er zijn op het gebied van (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd elkaar het komende jaar zullen vinden. Zou die droom van een ‘learning en teaching centre’ realiteit kunnen worden?

Judith

Lectoraat Professioneel Beoordelen stevig in de steigers gezet #Zuyd

Ha Marcel,

Vrijdag 22 april was ik bij de miniconferentie van het lectoraat Professioneel Beoordelen van onze lector Dominique Sluijsmans, hiermee sloot zij samen met haar kenniskringleden haar eerste lectoraatsperiode af. In twee workshoprondes werden de ervaringen, kennis en opbrengsten van de projecten en activiteiten gedeeld. Ik kon er maar bij 2 aanwezig zijn, maar gelukkig kregen we het lectoraatsboekje (download pdf) mee. Ik heb hem ook in mijn issuu-account geupload, zodat je ook even online kunt bladeren 🙂

Na een geweldige keynote van Melvin Redeker (daarover volgt een apart blogbericht) sloot ik aan bij de workshop van Dorien Gerards (docent opleiding fysiotherapie). In de workshop werd kort ingegaan op het doel, de werkwijze en de resultaten van de studie naar de percepties van hbo-docenten van Zuyd over professioneel beoordelen. Daarna gingen we in groepjes de dialoog aan over een aantal items uit de vragenlijst die tbv dit onderzoek is ontwikkeld. Tot slot kregen we een sneak preview van het artikel over dit onderzoek dat binnenkort gepubliceerd wordt.

Mijn 2e workshop ging over Bildung. Michëlle Lacroix, studentenpsycholoog van Zuyd leidde het thema in en liet ons vervolgens in groepjes de betekenis van Bildung verkennen en of we het kunnen beoordelen? Ik heb daarover al vaker geblogd. Het blijft noodzakelijk om hier, ook binnen Zuyd, over in gesprek te blijven. Ze liet ons ons eigen Bildungslandschap schilderen. We kregen van haar een gedicht van Toon Tellegen (2000) mee dat mooi aansluit op de boodschap die Dominique meekreeg van haar kenniskringleden: geniet ook van het bouwen! Het gedicht sluit ook mooi aan bij hetgeen Dominique ons en zichzelf gunt: meer bezinningstijd in ons hectisch onderwijs.

Ik ben een landschap,
laten we een landschap van mij maken
laten we in een auto aan komen rijden en uitstappen,
laten we door een hek naar mij kijken.

Een van ons moet zeggen:
misschien is er wel een schat in dit landschap,
Laten we gaan graven,
Laten we goud vinden.

We klimmen over het hek heen.
We graven.
We graven verbeten.
We vinden goud.
Goud! Goud!
Maar wat kan goud ons eigenlijk schelen?

We leunen op onze schoppen,
Hoog boven ons de wolken.
Laten we tevreden zijn met niets,
laten we weer verder rijden.
De zon mag ondergaan in dit landschap,
mag zijn laatste stralen over de velden laten glijden, over de toppen van de bomen, tegen de heuvels op.
We rijden ergens anders heen.
We zingen, onze raampjes zijn open, onze radio staat aan.

Zoals je weet heb ik niets met toetsen 😉 maar wel met ‘assessment as learning’. Voor mij hoeft al dat summatief getoets niet, het geeft zoveel stress. Onderzoek heeft aangetoond (!) dat door het geven van positieve feedback de self-efficacy verhoogd wordt. Op zo’n manier professioneel beoordelen (uiteraard hoort daar ook peerfeedback bij) waardoor vertrouwen in eigen kunnen wordt gestimuleerd, heeft weer positief effect op studieprestaties. En wat geldt voor studenten geldt natuurlijk ook voor docenten ;).

Dominique heeft de afgelopen vier jaar flink gewerkt aan de vijftal bouwstenen voor professioneel beoordelen zoals ze die in haar inauguratie heeft toegelicht. Mooi ook om de samenwerking met collega’s buiten Zuyd te zien, zoals de methodiek De Toetsing Getoetst, voor analyse, verbetering en borging van de kwaliteit van toetsing die ze samen met de HAN ontwikkeld heeft. Met het Toetskompas en pilot BKE/SKE is professioneel beoordelen inmiddels stevig verankerd binnen Zuyd.

Gefeliciteerd Dominique! Het was een mooie middag! Veel succes in je volgende lectoraatsperiode!
Groet,
Judith

%d bloggers liken dit: