Site-archief

Transliteracy

Dag Marcel,

De afgelopen weken is de vragenlijst die Ankie en ik hebben gemaakt rondom ‘Leren en lesgeven met ict’ weer verspreid onder de deelnemers van de Docentencursus (BDB) maar dit keer ook bij de ontwikkelaars van Zuyd Professional. Het doel van deze vragenlijst is om de beginsituatie ten aanzien van leren en lesgeven met ict voor de docent zelf duidelijk te krijgen. We hebben hierbij gebruik gemaakt van de eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict van het iXperium Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Wat we vorig jaar zagen, wat ik in mijn masteronderzoek zag en nu eigenlijk ook weer is dat docenten graag leertechnologie willen inzetten maar vinden dat ze hiervoor onvoldoende digitaal didactische bekwaamheden hebben. De meeste vinden zich wel informatievaardig.

Ik moest hier aan denken toen ik het artikel What exactly is transliteracy? van Suzana Sukovic las.

transliteracy-conceptual-model-sukovic

Transliteracy is an ability to use diverse analogue and digital technologies, techniques, modes and protocols

  • to search for and work with a variety of resources
  • to collaborate and participate in social networks
  • to communicate meanings and new knowledge by using different tones, genres, modalities and media.

Transliteracy consists of skills, knowledge, thinking and acting, which enable a fluid ‘movement across’ in a way that is defined by situational, social, cultural and technological contexts.

Moeten we in plaats van docenten te bevragen of hij is “in staat is online effectief informatie te zoeken en te vinden, de betrouwbaarheid van deze informatie te beoordelen, diverse online informatiebronnen te benutten, informatie van diverse bronnen met elkaar te vergelijken en de gevonden informatie te synthetiseren” eigenlijk niet bevragen over transliteracy? Of hebben we het dan toch weer over 21st century skills? Het lijkt allemaal wel veel op elkaar hè? Het heeft waarschijnlijk meer te maken vanuit welke discipline je deze vaardigheden beschrijft.

Hoe je het ook noemt of beschrijft, deze vaardigheden zijn belangrijk voor elke beroep waar we bij Zuyd studenten voor opleiden. En daarmee ook belangrijk voor onze docenten.

Groet,
Judith

Professionaliseren ‘met de deur open’

Hi Marcel,

Op Zuydnet vond ik laatst informatie over het Professionaliseringsplan 2014-2018 van Zuyd. Ik was niet op de hoogte van dit document. Jij? Ik lees hierin dat Zuyd zich gelijktijdig richt op individuele, team- en organisatieontwikkeling. Ik lees hier

Informeel leren vindt ook in onze instelling plaats maar onze kennis hierover moet nog verder toenemen om op een weloverwogen wijze krachtige leersituaties op de werkplek te organiseren en te faciliteren. We zijn er op gericht dat informeel leren, gedurende de looptijd van dit professionaliseringsplan steeds meer onder de aandacht komt en een plaats krijgt in de professionaliseringsplannen van faculteiten en diensten.

en

Kortom, van Zuyd-medewerkers verwachten we dat ze er op gericht zijn te blijven leren, met en van collega’s te leren en daarvoor zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Van onze docenten verwachten we dat ze lesgeven ‘met de deur open’, van elkaar leren door samen lessen voor te bereiden, elkaars lessen bij te wonen en gericht te zijn op samenwerken met de beroepspraktijk.

Mooie dat er bij HR aandacht is voor informeel leren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot nu toe weinig heb meegekregen van deze plannen ondanks het streven van HR om professionalisering zichtbaar te maken.

Deze aandacht voor informeel leren sluit wel mooi aan op de conclusie van het MLI-onderzoek van Myriam Lamerichs: docenten willen vooral samen en van elkaar leren … maar dan moeten ze er wel tijd voor hebben.

Dan is het goed om te weten dat ik in het professionaliseringsplan las dat elke medewerker met een aanstelling van 0,4 fte (bij kleinere omvang naar rato) jaarlijks een basisrecht heeft van ten minste 40 uren om zijn bekwaamheidheid bij te houden. “Het basisrecht is bestemd voor het onderhoud en ontwikkelen van de eigen professionele kwaliteit (vakbekwaamheid en competenties) en het versterken van de persoonlijke effectiviteit.”

Die 40 uur zou je toch ook zomaar kunnen inzetten om informeel te leren. Ik ga het in ieder geval eens in mijn takenplaatje opvoeren. Ik moet dan wel inzichtelijk maken hoe tijd en middelen hebben bijdragen aan zijn professionalisering. Uiteraard. Dat vind ik vanzelfsprekend.

Hoe je dat kunt doen? In een interessant bijdrage op Komensky Post over The Crowd las ik over hoe informeel leren zichtbaar gemaakt kan worden en hoe de opbrengst gewaardeerd kan worden in een formeel kader. Maarten de Laat van de OU sprak over ‘waardecreatie verhalen’.

In een waardecreatie verhaal worden in feite vijf vragen beantwoord:

  1. Aan welke betekenisvolle activiteit heb je deelgenomen?
  2. Welke concrete opbrengst heeft dat opgeleverd? (dat kan een concreet product als een document zijn, maar het kan ook een idee, een advies, een model, etc. zijn)
  3. Hoe heb je die opbrengst toegepast in jouw eigen praktijk en wat heeft dat mogelijk gemaakt?
  4. Wat is het effect daarvan geweest voor jou persoonlijk of voor jouw organisatie?
  5. Mogelijk heeft deze ervaring jouw begrip van ‘succes’ veranderd. Als dat zo is, hoe?

Zo ben je met waardecreatie verhalen ook meteen bezig met kennis delen. Mooi toch? Ik heb dit idee inmiddels gedeeld met het kernteam van ZOEC. Volgende bijeenkomst eens verder bespreken.

Mijn waardecreatie verhalen zijn terug te lezen in ons blog 🙂 Ik denk dat ik zo al werk en leer: ‘work out loud‘. Wat mij betreft kunnen social media ook een rol spelen in het informeel leerproces, maar dat is een open deur hè?
*grinnik*
Judith

opendeur

CCO via Pixabay

Op zoek naar de zone van de collectieve naaste ontwikkeling. Oratie van Marjan Vermeulen.

LerenOrganiseren

Hallo Marcel,

Heb je ook meegekregen dat Marjan Vermeulen onlangs is benoemd als bijzonder hoogleraar Docentprofessionalisering aan het Welten-instituut van de Open Universiteit? De leerstoel is ingesteld door het onderwijsadviesbureau KPC Groep. Marjan Vermeulen onderzoekt via de leerstoel scholen als: ‘rijke en uitdagende leeromgevingen voor leraren, zodat er met plezier geleerd wordt.’ Met bijzondere belangstelling heb ik haar oratie Leren Organiseren gelezen. Als I-adviseur is één van mijn belangrijkste drijfveren het professionaliseren van docenten op het gebied van leren en lesgeven met ICT.

Prof. dr. Marjan Vermeulen stelt dat “professionaliseren docenten anders moet”. Docenten moeten niet van elkaar leren maar met elkaar. Het lezen van haar oratie was een feest der herkenning. Professionaliseren van docenten is een van de belangrijkste pijlers als het gaat om innoveren van ons onderwijs, schrijft zij (zoals ik dat ook schreef in mijn onderzoek 🙂 ). Innovatief gedrag kan het best gestimuleerd worden in een omgeving waar collectief geleerd wordt. Mijn masteronderzoek heet ook niet voor niets Leren professionaliseren: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel.

Vermeulen begint haar oratie met een korte beschrijving van de karakteristieken van de belangrijkste leertheorieen: cognitivisme, behaviorisme, sociaal-constructivisme en connectivisme. Ze benadrukt dat het belangrijk is om te weten vanuit welke leertheoretisch perspectief onderzoek is uitgevoerd. Een behaviorist denkt anders over leren dan een cognitist. En vanuit het sociaal-constuctivisme zal het leren anders georganiseerd worden dat bij connectivisme. “Omdat er nogal verschillende processen en verschillende uitkomsten achter een leertheorie zitten is het jammer dat deze opvattingen zo zelden geëxpliciteerd worden in onderzoek en praktijk” zo schrijft Vermeulen (p. 13). Vervolgens beschrijft ze op basis van veel (bekende) wetenschappelijke onderzoeken uit de organisatiekunde (lerende organisaties), personeelswetenschappen en onderwijswetenschappen het professionaliseren van docenten.

Ontwikkeling in de onderwijspraktijk moet meer karakter van groei krijgen. Collectieve groei is complex, schrijft Vermeulen. Onderwijsonderzoek hebben neiging alles te secuur te onderzoeken en daardoor een te lange tijdsduur voor innovatie. Daarnaast vindt Marjan Vermeulen het van belang om docenten niet als uitvoerders van ideeën van anderen, maar als ontwikkelaars te benaderen. En vraagt zij zich af is de docent in controle (eigenaar van eigen professionalisering) of onder controle (is er sprake van verplicht professionaliseren?).

Uit paragraaf 6.3:
Er wordt wel over collectief leren gesproken maar dan veelal leren van elkaar ipv leren met elkaar gericht op gezamenlijke leeropbrengsten. We hebben het over professionele leergemeenschappen of learning communities, maar een leergemeenschap ontwikkelt zich niet vanzelf, ondersteuning is belangrijk in de vorm van een facilitator. Ook is de ontwikkeling tot een professionele leergemeenschap waar samengewerkt en geleerd wordt een langdurig proces. De sociaal kapitaal theorie verklaart dat langdurige en intensieve proces.
Ook is interactie in gelijkwaardigheid op basis van een professionele dialoog een belangrijk kenmerk om elkaars expertise te gebruiken en inbreng te waarderen.
Er is geen blauwdruk van wat een lerende organisatie is, de kennis daarover zal blijven toenemen en de toepassing daarvan is in iedere context anders. Wetenschap en onderwijspraktijk zullen in het onderzoek daarna gezamenlijk moeten optrekken. Omdat innovatiestrategieën met een open einde, blijvende input van nieuwe referentiekaders nodig hebben voor continue ontwikkeling.

Uit paragraaf 6.4:
Die nieuwe praktijken ontstaan niet door de kennisketen op te knippen zoals nu het geval is, maar door hecht samen te werken en daarmee de kennisketen tot een leercyclus om te vormen. Alle partners hebben een eigen expertise die samen innoveren mogelijk maakt. Samen in de zin van het nastreven van gemeenschappelijke opbrengsten waar in gezamenlijkheid met ieder vanuit zijn eigen expertise in gelijkwaardigheid aan gewerkt wordt.

Zie ook nieuwsberichten OU en KPC

Door het lezen van haar oratie kreeg ik meer zicht op de verschillende opvattingen over leren in wetenschappelijk onderzoek. Ik herken de dominante behavioristische en cognitieve opvattingen over leren en het professionaliseren van medewerkers. De klassieke (individuele) functionerings- en beoordelingsgesprekken stimuleren de (brood)nodige collectieve groei niet. Er wordt snel gezegd dat we moeten transformeren naar een lerende organisatie. Dat is net zo snel gezegd al: ‘we moeten meer samenwerken en kennis delen’. Makkelijk gezegd. Moeilijk gedaan. Laten we op zoek blijven naar de zone van collectieve naaste ontwikkeling. Docenten blijven begeleiden, activiteiten rondom onderwijs ontwerpen en leren en lesgeven met ict blijven bijsturen. De opgedane kennis delen. Zo ontstaat collectieve groei en ontwikkelt Zuyd zich als een lerende organisatie.

Ik hoop dat de verschillende initiatieven en plannen die er zijn op het gebied van (ict) docentprofessionalisering binnen Zuyd elkaar het komende jaar zullen vinden. Zou die droom van een ‘learning en teaching centre’ realiteit kunnen worden?

Judith

Lectoraat Professioneel Beoordelen stevig in de steigers gezet #Zuyd

Ha Marcel,

Vrijdag 22 april was ik bij de miniconferentie van het lectoraat Professioneel Beoordelen van onze lector Dominique Sluijsmans, hiermee sloot zij samen met haar kenniskringleden haar eerste lectoraatsperiode af. In twee workshoprondes werden de ervaringen, kennis en opbrengsten van de projecten en activiteiten gedeeld. Ik kon er maar bij 2 aanwezig zijn, maar gelukkig kregen we het lectoraatsboekje (download pdf) mee. Ik heb hem ook in mijn issuu-account geupload, zodat je ook even online kunt bladeren 🙂

Na een geweldige keynote van Melvin Redeker (daarover volgt een apart blogbericht) sloot ik aan bij de workshop van Dorien Gerards (docent opleiding fysiotherapie). In de workshop werd kort ingegaan op het doel, de werkwijze en de resultaten van de studie naar de percepties van hbo-docenten van Zuyd over professioneel beoordelen. Daarna gingen we in groepjes de dialoog aan over een aantal items uit de vragenlijst die tbv dit onderzoek is ontwikkeld. Tot slot kregen we een sneak preview van het artikel over dit onderzoek dat binnenkort gepubliceerd wordt.

Mijn 2e workshop ging over Bildung. Michëlle Lacroix, studentenpsycholoog van Zuyd leidde het thema in en liet ons vervolgens in groepjes de betekenis van Bildung verkennen en of we het kunnen beoordelen? Ik heb daarover al vaker geblogd. Het blijft noodzakelijk om hier, ook binnen Zuyd, over in gesprek te blijven. Ze liet ons ons eigen Bildungslandschap schilderen. We kregen van haar een gedicht van Toon Tellegen (2000) mee dat mooi aansluit op de boodschap die Dominique meekreeg van haar kenniskringleden: geniet ook van het bouwen! Het gedicht sluit ook mooi aan bij hetgeen Dominique ons en zichzelf gunt: meer bezinningstijd in ons hectisch onderwijs.

Ik ben een landschap,
laten we een landschap van mij maken
laten we in een auto aan komen rijden en uitstappen,
laten we door een hek naar mij kijken.

Een van ons moet zeggen:
misschien is er wel een schat in dit landschap,
Laten we gaan graven,
Laten we goud vinden.

We klimmen over het hek heen.
We graven.
We graven verbeten.
We vinden goud.
Goud! Goud!
Maar wat kan goud ons eigenlijk schelen?

We leunen op onze schoppen,
Hoog boven ons de wolken.
Laten we tevreden zijn met niets,
laten we weer verder rijden.
De zon mag ondergaan in dit landschap,
mag zijn laatste stralen over de velden laten glijden, over de toppen van de bomen, tegen de heuvels op.
We rijden ergens anders heen.
We zingen, onze raampjes zijn open, onze radio staat aan.

Zoals je weet heb ik niets met toetsen 😉 maar wel met ‘assessment as learning’. Voor mij hoeft al dat summatief getoets niet, het geeft zoveel stress. Onderzoek heeft aangetoond (!) dat door het geven van positieve feedback de self-efficacy verhoogd wordt. Op zo’n manier professioneel beoordelen (uiteraard hoort daar ook peerfeedback bij) waardoor vertrouwen in eigen kunnen wordt gestimuleerd, heeft weer positief effect op studieprestaties. En wat geldt voor studenten geldt natuurlijk ook voor docenten ;).

Dominique heeft de afgelopen vier jaar flink gewerkt aan de vijftal bouwstenen voor professioneel beoordelen zoals ze die in haar inauguratie heeft toegelicht. Mooi ook om de samenwerking met collega’s buiten Zuyd te zien, zoals de methodiek De Toetsing Getoetst, voor analyse, verbetering en borging van de kwaliteit van toetsing die ze samen met de HAN ontwikkeld heeft. Met het Toetskompas en pilot BKE/SKE is professioneel beoordelen inmiddels stevig verankerd binnen Zuyd.

Gefeliciteerd Dominique! Het was een mooie middag! Veel succes in je volgende lectoraatsperiode!
Groet,
Judith

Die vermaledijde 21st century skills

Ha Marcel,

Heb je meegekregen dat het oude vertrouwde blauwe 21st century skills model onlangs vervangen is door een nieuwe? Kennisnet en SLO hebben een meer gedetailleerd model van 21e eeuwse vaardigheden ontwikkeld. Op de site staat: “Dit model omschrijft 11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken. De eerste concrete lesmaterialen bij dit model komen dit voorjaar beschikbaar.”

Model_21e_eeuwse_vaardigheden (1)Wat opvalt is dat het containerbegrip ‘ict-geletterdheid’ niet meer zelfstandige term voorkomt. Dit begrip was sowieso een containerbegrip dat al vaker uitgesplitst werd in: mediawijsheid, informatievaardigheden en ict-basisvaardigheden. Dat is nu aangevuld met computal thinking.
Daarnaast zijn de kernvakken taal en rekenen verdwenen. Daar zullen sommige wel over vallen. Wat ik wel jammer vind is dat de buitenste circel verdwenen is. Leven (betrokken) – werken (ondernemend) – leren (nieuwsgierig) vind ik wel basale mindsets die hierbij een rol spelen.

Onder 21st centrury skills verstaan we nu dus

  • computal thinking *new*
  • mediawijsheid
  • ict-basisvaardigheden
  • informatievaardigheden
  • sociale & culturele vaardigheden
  • samenwerken
  • communiceren
  • zelfregulering *new*
  • kritisch denken
  • creatief denken
  • probleem oplossen

Over de term 21st century skills is altijd wel gedoe. Zijn de vaardigheden (muv de 4 ict-gerelateerde begrippen) zoals benoemd in het model wel zo 21e eeuws? Nee. Maar het zijn wel vaardigheden die door de internettechnologie in een andere dynamiek gekomen zijn. Dus ja, het is terecht dat we daar aandacht aan besteden. En ja, het zijn wel veel vaardigheden. Maar we leven dan ook in een complexe wereld. En inderdaad zoals Pierre Gorissen op zijn blog schrijft: “gebruik het model om naar je eigen visie en curriculum te kijken. En vooral ook: deel met anderen waarom je dingen anders doet, licht de keuzes toe die je als school en als leerkracht daarbij maakt. Dat zou ik pas echt krachtig vinden.” Dat vind ik ook. Elk model heeft beperkingen. Laten we deze vaardigheden ook tegen het licht houden van (ict)docentprofessionalisering. Ik ga dat zeker doen. Ik ga maar weer eens een opzetje maken voor een notitie 😉

Groeten,
Judith

Wat vind jij goed onderwijs?

Allô Marcel,

Je eindigt je blog ‘Je suis Marcel’ met de vraag hoe ik het statement van jouw DoIT@Zuyd student had aangepakt. Mag ik dat met een tegenvraag beantwoorden? Wat als die student (zonder overleg, want daar gaat het om, denk ik) een afbeelding van Serious Request had geüpload? Inderdaad een minder politiek statement maar toch …. Ik had ‘je suis Charlie’ van DoIT@Zuyd voorbij zien komen op Facebook, en ik vond het mooi dat zij dat gedaan hadden. Ook op de AVdienst in Heerlen stond de afbeelding op de monitor, ze waren niet de enige bij Zuyd. Je hebt ook gelijk dat je de dialoog bent aangegaan omdat jouw studenten namens een community communiceren. Dus ieder individu van die groep moet wel nadenken vanuit welke waarden en normen zij communiceren. Ik denk dat zij weer een een belangrijke levensles van jou hebben mee gekregen.

Dit voorbeeld sluit goed aan bij het manifest dat ik gisteren las: ‘Leraren en het goede leren’ van het lectoraat Normatieve Professionalisering van de Hogeschool Utrecht. Hier in staat waar het bij leraarschap/docentschap ook om draait: namelijk om zijn/haar persoonlijkheid. Tijdens een lunchafspraak met een collega deze week, bespraken wij het ook dat wij als Zuyd te weinig nadenken over waar we samen naar toe willen. Ja, Zuyd heeft sinds een jaar een mooie missie, visie, strategie geformuleerd, maar hoe expliciteren we deze? Het gesprek hierover ontbreekt, tenminste ik zie/hoor hem niet. Wil je iets veranderen dan kom je uiteindelijk uit bij de kernwaarden van ieder mens persoonlijk, dat heb ik geleerd tijdens mijn laatste leerarrangement van mijn studie (o.a. theorie U). We moeten de dialoog zoeken, daarover gaat het manifest.

Normatieve professionalisering is de dialogische ontwikkeling van de beroepsdimensie, waarin de docent zich bewust is van de existentiële aspecten van het werk. Dat wil zeggen dat hij de uniciteit herkent van het appel dat op hem gedaan wordt door de ander (de student). Hij probeert, met erkenning van de eigenheid van zichzelf en van de ander voor wie hij verantwoordelijk is tot goed handelen te komen.

Voor docenten betekent dit, volgens de schrijvers, dat zij naast instrumentele professionalisering (vakkennis, pedagogische-didactische vaardigheden, ict-competenties) ook zijn/haar persoonlijkheid moet blijven ontwikkelen. Daarvoor is het zo belangrijk te reflecteren op je eigen levensloop, je normen, waarden en overtuigingen. Hoe beter je je jezelf kent als docent, hoe beter je kunt omgaan dilemma’s en veranderingen. Van onze studenten verwachten we dat ze kunnen reflecteren, dan mogen we dat zelf toch wel ook doen? We praten vaak over de 21st century skills, één daarvan is burgerschapsvorming (sociale en culturele vaardigheden). Hebben wij als onderwijs niet een taak om studenten naast kritische nadenken, argumenteren, probleemoplossend vermogen, etc. ook niet verwondering, empathie, verbeeldingskracht en inlevingsvermogen bij te brengen? Vroeger werden de traditionele kaders, onze waarden en normen, bepaalt door de kerk, maar door de ontkerkelijking is ook in het diepe Zuyden niets meer vanzelfsprekend. Het lijkt dat met het verdwijnen van de religie ook levensbeschouwing uit het onderwijsproces verdwenen is.

NormProf2

We zijn in onze hogeschool, in ons onderwijs zo bezig met de harde resultaten en gaan gebukt onder de druk die ons opgelegd wordt door het ministerie: alles moet meetbaar (waardoor onderwijs vooral in termen van kennis en vaardigheden wordt beschreven, al het andere lijkt te fraudegevoelig), efficiënt, effectief. Komen we hiermee tot kwalitatief ‘goed’ onderwijs?

NormProf1En wie bepaalt nu wat ‘goed’ onderwijs is? Is/zijn dat toch de accreditatiepolitie, cijfersfetisjisten, lijstjeskickers? Of gaan de friskijkers en dwarsdenkers van Zuyd (zie ook mijn blog hierover) de dialoog hierover opstarten? De leus van Zuyd is ‘professionals ontwikkelen zich met Zuyd’! Blijft dit alleen bij kennis en vaardigheden? Hoort het niet verder te gaan dan instrumentele professionalisering? Moeten we niet meer gaan praten over onze drijfveren en over gevoelde verantwoordelijkheid als professional? Zowel voor de professie van docent als voor de professie waar we de studenten voor opleiden?

Mensenlijke interactie is toch bepalend voor de kwaliteit van het onderwijs?

Wat beweegt een ieder? dat is toch de kernvraag …

In het manifest worden uitgangspunten en theoretische kaders beschreven die voor iedere docent (in opleiding) zeer de moeite waard zijn om te lezen. Tip voor MLI! Zie meer over dit thema op de weblog Het goede leren.

Over dit thema organiseert het lectoraat, samen met Fontys en Hogeschool Windesheim, op donderdag 2 april 2014 de conferentie ‘Onderwijs dat deugt. Normatieve professionalisering en morele vorming in het onderwijs.’

Leren, echt leren, vergt passie, de passie om het voor jezelf te ontdekken. Dat vereist vrijheid van conditionering, grote nieuwsgierigheid, intensiteit en directe waarneming en uiteraard de bereidheid ervaring op te doen
(Jan Bommerez)

Fijne zondag!
Judith

Afbeeldingen komen uit het manifest ‘Leraren en het goede leren. Normatieve professionalisering in het onderwijs’ (p.16 en p.28), te downloaden via

Social Media tijdens faculteitsmiddag Gezondheidzorg #gzhzmddg

Zoals je weet Marcel was ik vanmiddag uitgenodigd door de faculteit Gezondheidszorg om een presentatie (speciaal voor onderwijsondersteuners) te verzorgen over het gebruik van Social Media ten behoeve van de binding met studenten. Samen met Myriam Deckers (managementassistente opleiding Creatieve Therapie) en Laurien Kok (managementassistente lectoraat Kennisontwikkeling Vaktherapieën) heb ik voor ruim 20 collega’s de kracht van sociale netwerken toegelicht. De aanvullende informatie door Myriam over Facebookpagina voor de opleiding Creatieve Therapie en Laurien over LinkedIngroep voor het lectoraat KenVaK was overtuigend voor de collega’s (denk ik). De grootste zorg die uitgesproken werd is hoe alle deze tools te monitoren. Maar daar zijn ook weer tools voor 🙂 Daarnaast moet natuurlijk duidelijk zijn voor welk doel je welke tool inzet.

Door de organisatie is mij gevraagd deze presentatie te mailen, evt. aangevuld met reacties van de deelnemers, zodat zij deze op de I-schijf van de faculteit Gezondheidszorg kan zetten. Natuurlijk zal ik dat doen, maar je kent me … ik doe dat natuurlijk ook op mijn manier … via social media. 🙂 Ik hoop eigenlijk dat andere workshopleiders dat ook doen, want ik heb geen toegang tot die I-schijf 😦

De middag begon met een presentatie van Marcel van der Klink, lector Professionalisering van het onderwijs. Hij vroeg (uiteraard) aandacht voor onderzoek naar onderwijs. Binnen de gezondheidszorg wordt evidence based gewerkt, waarom nog niet binnen het onderwijs? Waarom heeft de docent zo weinig aandacht voor zijn eigen professionalisering? Een tekort aan tijd en financiën (maar 1% van het onderwijsbudget gaat naar onderzoek van de onderwijspraktijk). Krachtige leersituaties zijn volgens van der Klink: werken in teams, samen onderwijs ontwerpen, collegiale feedback, gebruik maken van experts, feedback vragen aan studenten, literatuur lezen en bespreken. Van de docent mag een onderzoekende houding verwacht worden (evidence informed professional) Van Zuyd mag je een omgeving verwachten die dit faciliteert.

Tijdens sessieronde 2 ben ik aangeschoven bij een interactieve sessie van José van Oppen, Sandra Beurskens, Anita Stevens en Marloes van der Molen: Working together by learning together and teaching together. Het ging over inter professioneel opleiden en samenwerken met als doel client-gecentreerde zorg. Elke professional heeft samenwerkingsvaardigheden nodig! Ik hoorde dat het Platform Gezondheidszorg bezig is met een leerlijn op dit gebied. Zij zijn ook betrokken bij curriculumherziening van diverse gezondheidszorg opleidingen. Ik heb gevraagd in hoeverre hierbij ook aandacht is voor onderwijsinnovatie naast zorginnovatie. Ik denk dat het I-team nog wel een mailtje van hen zal ontvangen. 🙂

De dag werd afgesloten met een studentenpanel waarachter de twitterwall te zien was. Helaas waren er maar weer een paar active tweeps, zie Tweet Archive met ongeveer 80 tweets. Studenten wisten niet dat er getwitterd werd en wat de # was. En het was niet zo’n intuïtieve # (sorry @Pleegje37, ik zal de volgende keer met jou overleggen ;)).
Studenten in het panel hadden verschillende meningen over Social Media gebruik binnen het onderwijs. Conclusie was:

Rafael van Crimpen zei als afsluiting nog wel dat twitteren een mooie waardevolle aanvulling kan zijn bij een event. Maar dan moet er wel meer getwitterd worden…

Het is goed dat een faculteit aandacht aan onderwijsvernieuwing schenkt. Vooral als ze praktijkvoorbeelden en onderzoek dat binnen Zuyd plaatsvindt met elkaar delen. Er gebeurt zoveel moois al binnen onze instelling. Maar naast deze f2f bijeenkomsten die ook zo belangrijk zijn, is het inzetten van sociale netwerken ondersteunend bij kennisuitwisseling en werkt innovatiebevorderend. Sociaal samenwerken, dat is het nieuwe nieuwe werken.

En wat is trouwens de Abdij Rolduc een prachtige omgeving. Daar ga ik nog eens terug om een kopje koffie te drinken en om de Rococo Bibliotheek te bezoeken.

AbdijRolduc

Ave,
Judith

Verminderen (gedrags)regels de werkdruk?

Marcel, kan jij het me uitleggen? Ik snap het niet waarom collega’s maar blijven vragen om richtlijnen, regels, code of conducts met betrekking tot ons gedrag tot elkaar, het gebruik van e-mail of social media. We hebben toch ook geen regels voor f2f communicatie, hoe we communiceren in een klaslokaal of tijdens een vergadering, in de koffiecorner of tijdens een SLB-gesprek? Waarom dan wel voor digitale communicatie?

Sinds enkele weken heeft Hogeschool van Amsterdam een ‘protocol verantwoord e-mailgebruik’  waarvan nu wordt gezegd dat het een praatstuk is. Tja. Een commissie werkdruk heeft daar namelijk geconstateerd dat structureel dichtslibbende inboxen stressverhogend werkt bij docenten. Binnen Zuyd is dat niet anders. Van collega’s hoor ik dat studenten voor elk akkefietje docenten mailen, 24/7 een reactie verwachten, en dat het taalgebruik niet altijd even professioneel is. Maar om dan gedragsregels voor e-mailgebruik op te stellen als: niet mailen in het weekend, alleen zakelijk taalgebruik en liever geen humor 😦 Weet je, het doet me een beetje denken aan de 10 gouden regels zoals die op lagere en middelbare scholen gelden. Ik vind het een beetje betuttelend.

Over richtlijnen Social Media heb ik al heel vaak geblogd 😉

waarin ik  elke keer schrijf dat Zuyd al voldoende regels heeft met de integriteitscode [interne Zuyd-link] en de regeling ICT-gebruik [interne Zuyd-link]. En dat doe ik nu ook weer. Misschien dat deze omgangsregels wel eens wat geactualiseerd kunnen worden, want ‘werk=werk en privé=privé’ is in deze tijd van Het Nieuwe Werken misschien wat achterhaald. Op het blog van Ilse Meelberghs zag ik een mooi voorbeeld van een code of conduct van de Universiteit van Utrecht dat zowel voor medewerkers als studenten geldt maar waarin ook de universiteit als instituut haar verantwoordelijkheid neemt. De Zuydwaarden:  ambitieus, open, ondernemend, inspirerend en vakkundig zouden in een hernieuwde integriteitscode als basis kunnen dienen.

Dit blog schrijf ik als reactie op een blog van Ilse waarin ze een aanzet heeft gemaakt voor een code of conduct voor haar faculteit. Ik vind het zinvol om in gesprek te blijven met elkaar en met studenten over eigen verantwoordelijkheid en wat we professioneel gedrag vinden (zie ook mijn blogpost over professioneel beoordelen). Maar om hierbij regels te stellen? Regels zijn er om gehandhaafd te worden. Hoe realiseer je dat dan? Binnen het HBO werken we toch met professionals ook wel kenniswerkers genoemd. Kenniswerkers die balans tussen werk en privé zelf willen organiseren, waarbij technologie een faciliterende rol kunnen spelen. Althans dat lees ik in de vele boeken over nieuwe organisatievormen, het nieuwe werken, samenwerken, netwerken en leiderschap. Mintzberg zei in 1979 al: “Kenniswerkers zijn niet te managen door het opleggen van regels en procedures of door het toepassen van informatiesystemen” of zoals Weggeman zegt: “Verbeter het evenwicht met meer collectieve ambitie en minder regels en procedures” (zie mijn blog: Het belang van de onderstroom)
In het boek van Menno Lanting ‘De slimme organisatie’ wordt het rapport The Social economy van McKinsey Global Institute geciteerd:

Veel winst valt te behalen met de verschuiving van communicatie tussen kenniswerkers in een-op-een-kanalen (e-mail, telefoon) naar sociale kanalen, die geoptimaliseerd zijn voor veel-op-veel-communicatie: ‘Als meer informatie in de organisatie beschikbaar komt en doorzoekbaar is, in plaats van dat het onbereikbaar ligt opgeslagen in e-mail-inboxen, kunnen kenniswerkers niet alleen tijd besparen als het aankomt op het schrijven, lezen en beantwoorden van e-mail, maar ook op het zoeken naar content en expertise.

Ik denk dat de vraag om bescherming dmv regelgeving voor e-mail en social media voornamelijk komt omdat men niet weet hoe ze deze communicatiekanalen op een juiste manier kunnen inzetten. Vooral het altijd connected te zijn door de smartphones en tablet levert volgens mij het gevoel van werkdruk op.
Het gaat hierbij om adaptatie van de technologie. En het wennen aan nieuwe technologie kost tijd. Daarom moeten we ons meer inzetten voor ondersteuning waarbij aandacht besteed wordt aan bewustzijn, kennis, houding en gedrag. Dat zal heel divers moeten zijn voor onze docenten las ik in het blogbericht ‘Generatie handleiding’ van Karin Winters op Science Guide. Niet iedereen is hetzelfde en niet alle collega’s hebben dezelfde vaardigheden, zie onderstaand model.

Dus alsjeblieft geen regeltjes voor mij. Stuur mij maar mailtjes ’s nachts, in het weekend, wel of niet met een knipoog ;). Yammer me, Facebook me, LinkedIn me, Twitter me of stuur me een whatsappje. Skypen, Hangouten of f2f met een heerlijk kopje koffie. Ik vind het allemaal prima.  Als we maar in gesprek blijven.
En ik blijf er over bloggen, in mijn privétijd 🙂

Vakantiegroetjes,
Judith

Beoordelen verankeren in visie op leren

Jammer dat je niet bij de inauguratie van Dominique Sluijsmans kon zijn, Marcel. Zoals ik al  twitterde, het was een inspirerende humoristische rede (zie ‘alle’  tweets  van de middag met #profbeo)

Dominique (aka dommarag) hield vrijdag 19 april haar inaugurele rede als lector van het lectoraat Professioneel Beoordelen. De rede is online te lezen (klik op de afbeelding), maar ik heb voor je ook een fysiek exemplaar meegenomen in een tas met daarin ook 5 bouwsteentjes (check je postvak :)).

VerankerdLeren

Klik op de afbeelding om de rede te lezen

Dominique benoemde namelijk vijf bouwstenen die zij als lector belangrijk vindt voor de visie op beoordelen die past bij de dynamische context van het HBO. Het lectoraat Professioneel Beoordelen legt zich toe op vragen als: Welke functie heeft beoordelen in het HBO? Wat vraagt toekomstbestendig beoordelen van opleidingen?

Zelf ben ik niet zo van het ouderwets toetsen waarmee alleen reproductie van kennis wordt beoordeeld (het betere stampwerk zullen we maar zeggen). Uit de rede van Dominique begrijp ik dat ook niet meer van deze tijd is. Gelukkig maar. Tijdens de workshop van Marcel van der Klink (over kritisch durven zijn naar je eigen handelen) die ik voorafgaande aan deze inauguratie volgde, bleek ook dat leren voor mij een sociaal proces is, en dat altijd al is geweest 🙂

Een korte samenvatting van de publicatie met punten die ik belangrijk vind 😉

Bouwsteen 1: de professie

waarbij als 3 belangrijkste doelen worden benoemd: ontwikkelen van professioneel vakmanschap, het stimuleren van onderzoekend vermogen en zelfontwikkeling:

  • Van stabiele beroepen naar dynamische professies
    betekent dat kennis en vaardigheden die moeten worden beoordeeld niet een lange houdbaarheidsdatum hebben (daar weet jij als onderwijscoördinator van faculteit ICT alles van)
  • Van Ausbildung naar Bildung
    Toen ik het woord ‘Bildung’ hoorde, moest ik meteen aan collega Harry denken 😉 Hij bepleit hier regelmatig voor. Bildung gaat over zelfontplooiing, dat je in staat ben tot moreel oordelen en kritisch denken. Gelukkig noemde Dominique 21st century skills en empatische aspecten die hierbij een belangrijke rol spelen.
  • Van schools curriculum naar een rijke leeromgeving
    die gekenmerkt worden door uitdagende taken die authentieke taken uit de beroepspraktijk nabootsen. Als voorbeeld noemt ze de game GIMMICS waarin de dagelijkse praktijk van een apotheek wordt gesimuleerd. De rijke leeromgeving bestaat uit formele, informele en non-formele contexten waarbij ICT een belangrijke rol vervult 🙂

Wat leuk! Zie ik al lezend en bladerend ineens dat wij genoemd worden in de rede, in een voetnoot, dat wel ;), maar gelukkig wel als nummer 11 *grijns*

Hoewel ik het gebruik van ICT bij beoordelen vanwege mijn gebrek aan expertise op dit gebied niet expliciet verder uiteenzet in deze rede, is het van belang bewust te zijn van deze ontwikkelingen, ook als het gaat om beoordelen. Judith van Hooijdonk, Marcel Schmitz, Chris Kuijpers en Chris Kockelkorn zijn collega’s binnen Zuyd die zich met passie inzetten ICT meer te integreren in leren en beoordelen.

Bouwsteen 2: een programma van professioneel beoordelen

  • Van losse toetsen naar een programma van beoordelen
    “beoordelen heeft echter niet alleen de functie om bekwaamheid vast te stellen. Beoordelen moet vooral de student helpen verder te leren” (p. 21)
  • Van sluitstuk van leren naar start voor leren
    “Het is zinvol te starten met uitdagende beoordelingstaken die gericht zijn op belangrijke vaardigheden, zoals onderzoekend vermogen” (p.22)
  • Van convergent naar divergent beoordelen
    dat betekent dat resultaten niet worden vertaald in cijfers maar in kwalitatieve en narratieve informatie

Bouwsteen 3: de professionele beoordelaar

  • Van vakdocent naar expertbeoordelaar
    investeren in bekwame beoordelaars is noodzakelijk waarbij beoordelen niet alleen gericht is op de instrumentele kant, maar vooral op het gedrag van de beoordelaar.
  • Van één objectieve beoordelaar naar meerdere subjectieve beoordelaars
    Objectief beoordelen bestaat niet. Om betrouwbaar te beoordelen zijn verschillende subjectieve oordelen nodig, van docenten, experts, werkplekbegeleiders of studenten.
  • Van informatiearm beoordelen naar informatierijk beoordelen
    dat betekent studenten continu voorzien van feedback, vragen te stellen en te betrekken bij discussies over beoordelingstaken!

Bouwsteen 4: de professionele student 

  • Van informatieverwerver naar kenniswerker
    beoordelen behoort minder plaats te vinden dmv kennistoetsen maar meer op het aantonen van het kunnen werken met kennis (ook in het kader van fraude-/plagiaatbestrijding is dit zeer wenselijk)
  • Van scholier naar onderzoekende professional
    waarbij professioneel gedrag (normen en waarden -laatst nog ter sprake gekomen ivm de woorden die sommige studenten gebruiken in mail naar docenten en werkbegeleiders-) en nieuwsgierigheid naar kennis belangrijk zijn. Maar als je wilt dat studenten zich professioneel gedragen, moet je ze ook als zodanig behandelen.
  • Van ‘zeg me wat ik moet doen’ naar ‘ik weet wat ik wil doen’
    Eigen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leren, heel belangrijk vind ik. Autonomie, competentie en doelgerichtheid zijn belangrijke voorwaarden voor de motivatie van de student.

Bouwsteen 5: een professionele beoordelingscultuur 

wordt gekenmerkt door een professionele leefgemeenschap waarbij kennis en ervaringen gedeeld worden (hear hear!, en daar kunnen sociale netwerken een ondersteunende rol spelen natuurlijk ;)) Als inspirerend voorbeeld noemt Dominique het Finse VERME project waarbij leerkrachten met verschillende expertise bij elkaar komen om hun ervaringen te delen. Dit betekent dat naast dat de voorgevel eruit moet (citaat Karel van Rosmalen) ook de klaslokaaldeuren opengezet moeten worden. Ik hoop het zo!

  • Van individueel leren naar collectief leren
  • Van een afhankelijke opstelling naar het nemen van regie
  • Van ad-hockwaliteit naar duurzame kwaliteit

5bouwstenen

Uit deze 5 bouwstenen heeft Dominique de volgende definitie geformuleerd:

‘Professioneel beoordelen betekent dat de student in de weg naar startbekwame beroepsbeoefenaar in een gebalanceerd en samenhangend programma van beoordelen een groot aantal beoordelingstaken uitvoert. Deze taken zijn ontworpen door bekwame beoordelaars. De beoordelingstaken leveren informatie c.q. bewijs over het kennen en kunnen. Bekwame beoordelaars verzamelen en interpreteren de informatie c.q. het bewijs op een zodanige wijze dat deze interpretatie niet alleen de studenten handvatten biedt die hen motiveren en inspireren beter te worden in de professie, maar ook leiden tot het nemen van betrouwbare, valide en transparante beslissingen over het professioneel vakmanschap, het onderzoekend vermogen en de mate van zelfontwikkeling. Het hele proces voltrekt zich in een leer- en werkomgeving waarin alle betrokkenen professioneel handelen en zich professioneel gedragen, in een leer- en werkomgeving die representatief is voor de professie en in een leer- en werkomgeving die is gericht op kwaliteitsbewustzijn en voortdurende kwaliteitsverbetering.’

De rede was heel aangenaam om naar te luisteren, het boekje geeft nog aanvullende voorbeelden waardoor dit ook een het zeer prettig leesbare tekst is.
Ik wens Dominique veel succes. We zullen vast in de (nabije) toekomst samenwerken.

Fijn dat de publicatie al digitaal beschikbaar is via de website van het lectoraat, maar ik hoop dat Dominique haar publicatie ook nog aanbiedt aan Zuyd Bibliotheek zodat het opgenomen kan worden in de HBO-Kennisbank en daardoor ook vindbaar in Narcis. 🙂

Judith

Social media in het Hoger Onderwijs : cursist en docent over workshop @docentencursusZuyd

Yes! We hebben een gastblogduo op ons duoblog, Marcel! Hoe leuk is dat? Daniëlle Quadakkers, cursist van de Docentencursus Zuyd en Ankie van de Broek docent van deze cursus hebben mijn verzoek om  een duogastblog gehonoreerd 🙂

Ankie ken je natuurlijk, ze is al vaker onderwerp van ons bloggen geweest ;). Daniëlle is informatieprofessional bij Fontys en biblioblogger van het 1e uur. Uiteraard zal deze bijdrage ook op haar eigen blog gepubliceerd worden 🙂

OUR 2bejammed duogastbloggers: 

Daniëlle Quadakkers & Ankie van de Broek

danielle

@blogpartyned

Het is alweer weer even geleden maar speciaal voor een gastblog bijdrage op 2beJAMmed kom ik nog graag terug op het hoorcollege Sociale Media in het Hoger Onderwijs dat ik begin februari volgde bij de Docentencursus Zuyd. Voor wie het nog niet weet, in mijn huidige functie als onderwijs- en onderzoeksassistent geef ik workshops en trainingen aan docenten en studenten van Fontys Hogescholen op het gebied van Onderwijs en Media. Omdat ik geen echt onderwijsachtergrond heb, volg ik sinds november bij Zuyd Hogeschool de Docentencursusom mijn didactische en pedagogische theorie op te vijzelen. Als alles goed gaat, ontvang ik in juni mijn diploma 🙂

Omdat ik zowel privé maar ook binnen mijn werk veel bezig ben en zeer geïnteresseerd ben in alles wat met Sociale Media te maken heeft, was ik natuurlijk extra nieuwsgierig naar het hoorcollege van Ankie van de Broek. Ik ontmoette Ankie een paar jaar geleden voor het eerst tijdens de zogenaamde gadget tour van (toen nog) Mediavoorzieningen. Op diverse locaties konden studenten en docenten kennismaken met gadgets zoals smartphones (nee, toen had nog niet iedereen zo’n ding), iPads, touchscreen pc’s en wat al niet meer. Ik was de ‘gadget ambassadeur’ van Fontys Sittard en Ankie kwam speciaal met een groepje studenten vanuit Heerlen een kijkje nemen. Ook volg ik Ankie sinds een tijdje op Twitter en we hadden dan ook al contact voorafgaand aan het hoorcollege. Ik had haar geadviseerd om vooral praktisch te werk te gaan en praktische voorbeelden te laten zien van de manier waarop je Sociale Media kunt verwerken in je onderwijs.

De eerste wijze les kregen we als cursisten meteen aan het begin van het college… Ankie wilde ons een aantal vragen stellen via de online tool Mentimeter maar de site lag eruit en niemand kon inloggen. Gelukkig was ze voorbereid en ze vertelde meteen dat je bij het inzetten van zo’n tool altijd voor een back up moet zorgen. In dit geval dus papieren kaarten met een lachende en een treurende smiley erop 🙂 Enne, practice what you preach. In dit geval hadden we vooraf een opdracht gekregen om een filmpje te bekijken en daar moesten we een kleine opdracht over maken. Een mooi voorbeeld van Preteaching waar YouTube uitermate geschikt voor is. Preteaching is eigenlijk gewoon een voorbereidingsles voor de eigenlijke les. Voordeel daarvan is dat je zo het beginniveau van de studenten een beetje kunt sturen. In ons geval: wat weten we al over sociale media, zetten we het zelf al in en hoe zetten we het dan in?

Tweede wijze les: je zet sociale media alleen maar in als het meerwaarde heeft voor je onderwijs! Daarna volgden een aantal praktische voorbeelden van sociale media en hoe je ze zou kunnen inzetten. Denk aan:

  • YouTube voor Preteaching.
  • Een Digitaal Portfolio voor voor individuele studiebegeleiding.
  • Whatsapp/Twitter voor studiebegeleiding per groep.
  • Prezi of een online stemtool om je college te verrijken.
  • Symbaloo als startpunt en verzamelplek voor je eigen vak.
  • Flipping the Classroom waarbij je onder andere gebruikt maakt van instructievideo’s.

Ook TPACK (integratie van ict in het onderwijs) kwam nog aan de orde (weet je niet wat TPACK is, check dan even deze links). Met andere woorden, een college waarin heel veel praktische informatie werd gegeven hoe je dit soort tools zou kunnen inzetten voor je lessen.
Interessant was ook de onvermijdelijke discussie hoever je moet gaan als docent. Voeg je studenten toe als vrienden aan je Facebook account? Whatsapp met je docententelefoon en als je die niet hebt, geef je studenten dan je privé nummer? Hoe hou je de scheiding werk en privé als studenten van je verwachten dat je via Facebook en/of Twitter 24/7 bereikbaar bent?

Wat dat betreft was het wel jammer dat er te weinig tijd was, daar had ik graag nog eens over door gebabbeld met Ankie maar ook met mijn medecursisten.

Groeten Daniëlle

ankie

@ankievandenbroe

De wereld van de nieuwe media is enorm. Welke keuzes maak je als je cursisten van de docentencursus een college van anderhalf uur mag bieden rondom dit onderwerp. Ga er maar aanstaan. Na hierover te sparren met diverse mensen waaronder een van de cursisten Danielle (wat overigens heel spannend is aangezien zij al behoorlijk wat voorkennis had rondom nieuwe media en ik hoopte zelfs haar te kunnen aanspreken met dit college 😉 ) is het uiteindelijk een college geworden waarin ik heb geprobeerd de cursisten op een denkspoor te zetten van waartoe en hoe we onze studenten opleiden in de 21e eeuw. Als docent onderwijskunde en nieuwe media grijp ik alle kansen aan om studenten en collega’s te laten nadenken over hun visie op onderwijs passend bij de doelgroep die ze voor zich hebben. Ik heb ervoor gekozen een aantal herkenbare onderwijssituaties te kiezen en er heel toegankelijke nieuwe media aan te koppelen. En vervolgens heb ik geprobeerd de denkstappen die ik belangrijk vind duidelijk te maken. Namelijk niet te denken vanuit de tool maar te starten vanuit het doel dat je wil bereiken met je onderwijs en dan een middel te kiezen dat past bij de gekozen onderwijssetting.

Ook vind ik het belangrijk een stukje angst weg te nemen in het gebruik van nieuwe media en de toegankelijkheid van de tools te laten ervaren.

En dan kun je het nog zo goed voorbereid hebben. Je hebt niet altijd invloed op de techniek en hoewel het jammer was dat het programma Mentimeter, dat ik wilde gebruiken om te stemmen, pas in de laatste 5 minuten weer werkte, kon ik wel meteen laten zien dat je altijd een plan b moet hebben bij inzet van nieuwe media.
We hebben erg leuke discussies gevoerd (waaronder het al dan niet gebruiken van privé accounts) en zoals altijd merk je grote verschillen in ervaring op de diverse vlakken die benoemd werden. Buiten de heel herkenbare tools heb ik de trend ‘flipping the classroom’ besproken omdat ook dit voor de docenten van het HBO interessant kan zijn om meer diepgang te krijgen in de bijeenkomsten voor en met de studenten. Een van mijn doelen van dit college was ook om de cursisten te laten kennismaken met de Zuydcollega’s van het I-team, die regelmatig op de locaties aanwezig zijn om je te helpen bij je vragen rondom nieuwe media, waar ze te vinden zijn en wat ze voor je kunnen doen (dank je Ankie :)). Tevens heb ik een link gelegd naar TPACK (dat ook door het I-team gepromoot wordt) waarmee je spelenderwijs met je team of individueel kunt nadenken over de inzet van nieuwe media in je onderwijs waarbij gekeken wordt naar een goede combinatie van inhoud, didactiek en technologie.

Met dit college heb ik hopelijk cursisten kunnen overtuigen van het belang van het toepassen van nieuwe media in het onderwijs en hebben ze een beeld van de mogelijkheden die ze hebben. Wellicht heb ik een aantal cursisten ervan weten te overtuigen dat ze op de juiste manier bezig waren. Door de discussies die we gevoerd hebben ben ook ik weer op andere denksporen gezet.

Ik wil dan ook nu eindigen met een uitspraak die ik heb geleerd toen ik een aantal jaren geleden op de Pabo kwam werken (al spraken we toen nog over ict i.p.v. nieuwe media):
‘De inzet van nieuwe media in het onderwijs moet leiden tot gemak, gewin en genot voor alle gebruikers.‘

groetjes Ankie

%d bloggers liken dit: