Site-archief

De waarde van open en open als waarde

Ha Marcel,dewaardevanopen

Gisteren ontving ik van Robert Schuwer het onderzoeksrapport van hem en Ben Janssen met de mooie titel:

De waarde van open en open als waarde

Enige tijd geleden ben ik door Robert geïnterviewd (je kunt in bijlage 4 de vragen lezen die mij gesteld zijn) over hoe binnen Zuyd aangekeken wordt tegen het delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen. Hoe Zuyd er tegen aan kijkt weet ik niet, ik heb mijn inzichten en ervaringen binnen Zuyd gedeeld, zie ook ons MOOCZI-blog warop ik de managementsamenvatting heb gedeeld. Alles is uiteraard gepubliceerd onder CC-BY 🙂

De onderzoeksvraag was:
Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Ze hebben 55 interviews (bestuurders, docenten, ondersteuners) afgenomen op 4 universiteiten en 6 hogescholen. Uitgebreid (gebruikmakend van een codeboom) zijn de interviews beschreven en geanalyseerd. Mijn korte samenvatting van de resultaten:

Er wordt veel leermateriaal gedeeld, vooral om de kwaliteit van het campusonderwijs te verbeteren. Docenten bepalen hoe ze willen delen (autonomie wordt zowel door docent als bestuurder cruciaal gevonden), het delen en hergebruiken is daarom erg divers qua openheid. Om structureel te delen en hergebruiken is ondersteuning in tijd, geld en ondersteuning essentieel. Als er al sprake is van ‘open’ beleid dan zijn docenten hiervan onvoldoende van op de hoogte. MOOC’s worden gezien als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling.

Uiteraard zijn er mooie zinvolle aanbevelingen geformuleerd:

  • Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  • Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  • Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  • Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Zal ik nog eens een poging wagen om deze adviezen binnen Zuyd te delen? Er ligt immers een ‘opdracht‘ van de minister dat in 2025 alle HO-docenten hun onderwijsmateriaal, Open Educational Resources (OER), vrij beschikbaar dienen te stellen. De doelstellingen zijn door een taskforce bij OCW omschreven in het programmaplan ‘Open & Verbonden Hoger onderwijs, uitwisseling van digitaal leermateriaal’. Hierin staat dat na afloop van het programma in 2020

  1. Docenten het normaal vinden om:
    • digitaal leermateriaal te delen met collega’s,
    • te reflecteren met collega’s op digitaal leermateriaal, en
    • digitaal leermateriaal van collega’s te hergebruiken in het eigen onderwijs.
  2. Docenten over de juiste faciliteiten beschikken en worden zij door de instelling op maat ondersteund in tijd, ruimte en middelen om te kunnen delen, reflecteren en hergebruiken.
  3. De beschikbare ict-voorzieningen zorgen dat delen, reflecteren en hergebruiken snel, eenvoudig en gebruikersvriendelijk mogelijk is.

Duzzz … 🙂

Judith

On Being a Scientist, een open en online cursus over wetenschappelijke integriteit

Ha Marcel,

Gisteren zag ik al diverse tweets (en ik zag dat de NOS het ook had opgepikt) voorbij komen over de première van de wetenschappelijke fictiefilm ‘On being a scientist’. Ik heb aflevering 1 inmiddels gezien en ik denk dat deze serie (want de film is opgeknipt 8 afleveringen van om en nabij de 7-8 minuten) prachtige lesstof biedt om de wetenschappelijke waarden en normen met studenten of tussen onderzoekers te bediscussiëren.

Het filmmateriaal staat onder Creative Commons licentie op YouTube en kan door iedereen gebruikt worden. Ook het bijbehorende lesmateriaal zal nog beschikbaar komen via Coursera. Vooralsnog is het lesmateriaal alleen nog maar beschikbaar via Blackboard, zo las ik in de studiegids van de Universiteit Leiden. Dit is dus het resultaat van één van de gehonoreerde projectvoorstellen Stimuleringsregeling Open en Online Onderwijs van het Ministerie van OCW waar ik onlangs over blogde. Mooi hè!

Uit de factsheet “De cursus wordt zo opgezet dat deze zowel voor alfa-, bèta- als gamma-studenten bruikbaar is, en het overige lesmateriaal zal niet specifiek zijn voor een vakgebied. De film en al het cursusmateriaal mogen gebruikt worden onder de CC-BY-NC-SA licentie. Doordat Engels de voertaal is en door de herkenbare, algemene academische setting, is het materiaal voor een breed, nationaal en internationaal publiek bruikbaar. Ook voor leraren op middelbare scholen, journalisten en wetenschapsenthousiasten.”

Beingscientist

Als de cursus ook via Coursera beschikbaar is zal ik er een Nieuwsflits-item van maken. Dit soort prachtige Open Educational Resources moet gewoon breed gebruikt worden. Ook binnen Zuyd. Het thema ‘integriteit in de wetenschap’ is ook voor hogeschoolstudenten en onderzoekers ook belangrijk, zeker sinds al die ontmaskeringen van de sjoemelende onderzoekers de afgelopen jaren.

Groet,
Judith

Het belang van open online onderwijs

Ha Marcel,

Minister Bussemaker presenteerde deze week haar Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. Ik zag op Twitter jouw vraag hierover.

Ik heb het origineel even gescand op urennorm. Er staat niets explicitet in behalve dan

Open Online Onderwijs, blended learning en ICT kunnen ook heel goed worden ingezet om studenten meer uit te dagen. Door studenten vooraf meer stof te laten bestuderen, via opdrachten, online toetsen, gamification, video’s, en MOOC’s, kan de beschikbare contacttijd anders en beter worden benut (flipping the classroom). Echter, ICT mag naar mijn mening nooit worden ingezet om het onderwijs te extensiveren; juist om minder docenten in te zetten.

Maar contacttijd kan toch ook online plaatsvinden? De minister maakt dit onderscheid niet. Of staat ergens in de wet omschreven dat contacttijd f2f moet plaatsvinden???

Uiteraard heeft OER-lector Robert Schuwer de voorgestelde maatregelen uit de strategische agenda gescand op open onderwijs 🙂 Hij licht deze 2 ambities uit het plan:

  • Nederlandse hogeronderwijsinstellingen blijven internationaal koploper op het vlak van de mogelijkheden van Open en Online Onderwijs. Nederland onderstreept deze ambitie tijdens het Europees voorzitterschap in 2016. Instellingen experimenteren met de mogelijkheden, en passen de lessen toe over de volle breedte van hun onderwijsaanbod. De middelen die beschikbaar komen met het studievoorschot maken het mogelijk de huidige stimuleringsmaatregel voor Open Online Hoger Onderwijs uit te breiden.
  • Alle docenten stellen in het ho in 2025 hun onderwijsmaterialen vrij beschikbaar zodat zij gebruik kunnen maken van elkaars digitale leermaterialen. Verkend wordt of en hoe een (inter)nationaal platform waarop onderwijsmateriaal gedeeld en bewerkt kan worden hieraan bijdraagt. Daarnaast worden instellingen opgeroepen om elkaars MOOC’s te erkennen.

Robert heeft in zijn lectorale rede de argumenten geformuleerd waarom instellingen met OER aan de slag gaan. Op zijn blog laat hij dat in een mooi overzicht zie hoe OER kunnen bijdragen aan verhoging van onderwijskwaliteit. Ik heb het hierover verkort weergegeven

  • Moreel argument: Leermateriaal met publiek geld betaald moet publiek beschikbaar komen; dit heeft niet zoveel effect op de kwaliteit.
  • Financieel argument: De gratis beschikbaarheid van OER haalt een financiële drempel voor toegang weg; heeft in Nederland een beperkte invloed op kwaliteit.
  • Efficiency argument: Hergebruiken van OER voorkomt uitvinden van wielen; dit heeft een grote invloed. OER dat wordt hergebruikt heeft zich al heeft bewezen in andere situaties. Door de open licentie kan materiaal worden aangepast en verbeterd waardoor een hogere kwaliteit leermaterialen ontstaat.
  • Interne communicatie argument: Het open publiceren van leermateriaal heeft potentieel grote invloed doordat transparant wordt welk leermateriaal faculteiten gebruikt kunnen onderwijsprogrammas’s beter op elkaar worden afgestemd.
  • Rendementsargument: Aankomende studenten krijgen een beter beeld van de studie; heeft volgens Robert een beperkte invold op kwaliteit van onderwijs.
  • Innovatie argument: OER publiceren en hergebruiken betekent zowel jouw kennis aan de wereld geven als kennis van elders binnenhalen in je onderwijs; heeft een grote invloed (Zou Khan academy ook zo’n invloed zou hebben gehad op de ontwikkeling van bv. de flipped classroom als de video’s niet open beschikbaar zouden zijn?).
  • Marketing en profilering: Door bestaande leermaterialen open te stellen bereikt de onderwijsinstelling niet alleen de relatief kleine groep ingeschreven studenten, maar ook getalenteerde potentiële studenten, ‘self learners’, wetenschappers en het bedrijfsleven in binnen- en buitenland; heeft een indirecte invloed op kwaliteit van onderwijs.
  • Research argument: Publiceren van OER geeft de mogelijkheid te experimenteren met digitaal leermateriaal; potentieel grote invloed.

Dank je wel Robert voor dit overzicht. Het zijn argumenten waarmee ik binnen Zuyd ook aan de slag kan om beleid op open onderwijs te formuleren. Dat laaghangend fruit van vorig jaar is verrot aan de boom blijven hangen. Wellicht dat nu met de plannen in het kader van LevenLangLeren binnen Zuyd een nieuwe poging gedaan kan worden het rijpe fruit te plukken!

Judith

fruitplukken

CC-BY-SA Valerie Hinojosa

 

Education is Sharing! Why Open Education Matters #video

Bezig met mijn MLI-onderzoek (over open delen) kwam ik via Pearltrees (ja die kracht van sociale media tools is weer bewezen 🙂 ) onderstaand filmje tegen

In deze YouTube afspeellijst nog meer interessante filmpjes over open onderwijs.

OERzaken: verslag van de 2e bijeenkomst Masterclass OER4OER

Dag Marcel,

Twee dagen na onze terugkomst in Nederland zat ik dinsdag 29 oktober met een flinke jetlag bij de 2e bijeenkomst van de Masterclass Open Educational Resources (afgekort OER) die ik momenteel via SURFacademy volg. Omdat ik verzuimd had mijn huiswerkopdracht voor de eerste bijeenkomst (‘maak een filmpje over OER’) te maken, heb ik maar “ja” gezegd op het verzoek een blogpost te schrijven voor SURFspace over deze 2e bijeenkomst ;). Ik heb op deze kennisdeelomgeving uiteraard wel gedeeld dat ik betrokken ben bij het MOOZI-project 😉 Dat leverde me in ieder geval een afspraak met Marlies Bitter (van de OU) op om eens verder te praten over mijn onderzoeksopdracht voor de studie MLI. Top!
De deelnemers van deze driedelige masterclass komen zowel van hogescholen als universiteiten, en naast informatiespecialisten en ICTO-adviseurs zijn er zelfs 2 docenten! Daniëlle Quadakkers, collega van Fontys, heeft op haar blog zowel een verslag gemaakt van de eerste als tweede bijeenkomst.


OER4OER

Na een welkom en een terugblik op de eerste bijeenkomst werd iedereen in de gelegenheid gesteld zijn/haar ‘huiswerk’ te laten zien.

  • De docent in het gezelschap liet zijn blog Allmoocs.nl. Hierop deelt hij zijn colleges in de vorm van korte video’s (zoals de Khan Academy, ook qua vormgeving). Het kost hem veel tijd om het bij te houden, maar hij beleeft er veel plezier aan en zijn studenten waarderen het zeer.
  • Daarna volgden enkele presentaties van deelnemers die wel hun filmpjes hadden gemaakt, sommige in het ‘Plain Dutch’ concept, een ander m.b.v. een powerpoint. Dat leverden meteen wat tips van de AV-collega in het gezelschap m.b.t. de belichting, scherpstelling en geluid (apart opnemen!)

Er vond nog een interessante discussie over het eigendomsrecht van geproduceerde filmpjes door docenten. Dit blijkt toch een ingewikkelde kwestie te blijven, in de volgende masterclass gaan we daar dieper op in.

Hester Jelgerhuis (ook aanwezig met een jetlag ;)) was net terug uit Amerika waar ze samen 17 bestuurders van hogescholen, universiteiten, VSNU en het ministerie van OCW een studiereis had gemaakt door de wereld van open education. Haar blogs zijn beschikbaar via de SIG OER op SURFspace. Hester deelde met ons wat haar opgevallen was:

  • De bestuurders waren na deze studiereis overtuigd dat ‘open education’ niet voorbij gaat. “Dit is geen hype, hier moeten we in mee gaan”.
  • Het gaat niet alleen om MOOCs (dat lijkt nu het toverwoord) maar het ook over open courseware en open leermateriaal.
  • Er was veel belangstelling voor toetsen (hoe ga je om met peerreviews) en mastery learning (leerinhoud in ‘behapbare’ brokken)
  • Duidelijk was dat het noodzakelijk is om te investeren in docenten als het gaat om online onderwijs; zowel goede apparatuur als goede begeleiding. Door het open zetten van je onderwijsmateriaal wordt de kwaliteit significant beter.
  • Met Open Education wordt ook onderwijsinnovatie binnen de muren van de campus op gang gebracht. In Amerika is een duidelijk verschil tussen campusonderwijs en online onderwijs.
  • Eigen studenten krijgen vaak een rol van teachingsassistents binnen de MOOCs. Ze leren van de interactie tussen de studenten. In sommige gevallen zijn het campusstudenten die de MOOC tegelijkertijd volgen, soms worden hogere jaars ingezet als teachingassistents.
  • Aandacht voor open education moet zowel via een top down als bottom up benadering plaatsvinden, het moet elkaar versterken.
  • De onderlinge verschillen tussen Nederlandse instellingen zijn groot, de ambitie m.b.t. open content is gelijk (hergebruik van content, of gezamelijk materiaal maken en meer delen op lokaal of regionaal niveau, of zelfs op Nederland richten).

Martijn Ouwehand van het Open Education Team van de TU Delft verzorgde een presentatie over zoeken en vinden van OER, OCW en MOOCs. Martijn wilde zijn presentatie beginnen met wat vragen en stellingen met behulp van Feedbackfruits (altijd goed om de beginsituatie van je deelnemers te peilen). Ondanks de ICT-minded aanwezigen gaf het inloggen op het programma nogal wat problemen. Het is tijdens een presentatie niet handig als deelnemers nog een account aan moeten maken en vervolgens dat nog via een mail moeten verifiëren. Het was goed dat Martijn na enige tijd deze poging staakte.
Martijn behandelde onderwerpen als:

  • waar let je op als je zoekt naar OER,
  • welk zoekwoord gebruik je,
  • let op de kwaliteit van het materiaal,
  • past de vorm bij de doel van je gebruik,
  • en mag je het hergebruiken? Check de Creative Commons Licentie

Vervolgens besprak hij diverse catalogi en zoekmachines om open materiaal te vinden. Een willekeurige en niet-complete opsomming (zijn presentatie staat nog niet online).

De groepsopdracht van Martijn: ‘ga op zoek naar OER/OCW/MOOC’ viel een beetje tussen wal en schip. Vervolgens kregen we van Marlies en Ineke een Brainwrite formulier. Een leuke werkvorm om ideeën te delen. Iedere deelnemer schreef zijn vraag op een formulier en tegelijkertijd werd het formulier naar de buurman/buurvrouw doorgeschoven die een oplossing op de vraag kon opschrijven, en zo ging dat het hele rondje door. Jammer was dat (het mij) niet duidelijk was wat voor soort vraag gesteld moest worden, daardoor was de diversiteit aan vragen nogal groot.

Na de pauze ging Martijn Ouwehand verder met een presentatie over gebruik en hergebruik van OER. Onderzoek laat zien dat MOOCs vooral gebruikt worden door studenten (in alle leeftijdscategorieën) die iets in hun vrije tijd willen leren. Uiteraard vertelde Martijn vooral over de ervaringen van de TU Delft. Zij hebben ervaren dat er een significante kwaliteitsverbetering van het onderwijs volgt door het open zetten van je content. Als voorbeeld kwam o.a. Delft Design Guide, een open cursus waarin ontwerpmethodes werden behandeld. Ontwerpbureaus hebben deze methodes geëvalueerd en hun ervaringen teruggekoppeld naar de opleiding waardoor een nog beter product ontstond.
Open Educational Resources kan gebruikt worden als:

  • Voorlichting en werving van nieuwe studenten
  • Naslagwerk
  • Verbreding
  • Feedback en kwaliteitsverbetering

Niet al het materiaal dat je vindt is gepubliceerd onder een open licentie, TU Delft doet dit wel.
Kenmerken van open educational practices is dat de lerende zelf vorm geeft aan zijn leerproces. De student krijgt een actieve rol. Het leerproces verplaatst van docentsturing naar studentsturing.
Vervolgens kregen we nog enkele leuke voorbeelden van flipped classroom, zoals Reversed Teaching (‘zoek een filmpje over mijn hoorcollege’ ). De overige voorbeelden ben ik vergeten, daar heb ik toch de powerpoint van Martijn voor nodig.

Martijn heeft een paar keer ;) 12 december genoemd, de dag waarop de Netwerkdag Open Education plaatsvindt en waarop vele vragen gesteld en beantwoord zullen worden. Ik heb me aangemeld hoor!

Gedurende de dag bleek dat er veel belangstelling is voor het uitwisselen van tips waaraan te denken bij het maken van videoproducties (een soort ‘ kookMOOCbook’). Het gaat dan ook om procedures waarmee het proces het maken van een OER-product efficiënter maakt.
We hebben gevraagd of tijdens de laatste bijeenkomst een docent zijn ervaringen met het maken/delen van OER of het samenstellen van een MOOC/OCW met ons wilt delen. Ik ben benieuwd wie 26 november voor ons neus staat. En we hebben weer een ‘huiswerkopdracht’: Wat heb je nodig van je leidinggevende om open content te publiceren. Ik moet argumenten gaan verzamelen. Dit past goed binnen het MOOCZI-project. Aan de slag dus maar weer.

Judith

PS. de titel van dit blog is intellectueel eigendom van Bert Frissen ;) met toestemming gebruikt.

Dit verslag is ook gepubliceerd op SURFspace.

Ik heb nog zoveel te doen, ik moet nog …. #edu13 #mooczi #mli #sa_mooc

Hi Marcel,

Wat hebben wij een supergave tijd gehad de afgelopen 2 weken in The States! Zondag teruggekomen en nu al weer meteen volop in werk en studie. Pfff…dat valt niet mee. In Amerika heb ik alleen mijn vakantieblog bij kunnen houden. Het verwerken van alle informatie en indrukken van de Educause (het uiteindelijke doel van de trip ;)) moet nog gebeuren. 

De komende weken zullen wel wat Educause blogs volgen over het thema The Connected Age

Gisteren op mijn lesdag van de Master Leren en Innoveren kregen we te horen wat van ons verwacht wordt m.b.t. LeerArrangement 5: hét onderzoek. Ook hiervoor staan (naast het schrijven van mijn paper) de komende weken deadlines voor feedbackmomenten ingepland. Ik moet snel gaan focussen en daarna even samen met jou naar mijn onderzoeksvraag kijken. Uiteraard zal dit onderzoek een onderdeel worden van het innovatieproject van de faculteit ICT rondom MOOCs en OER. 

En nu in de trein onvoorbereid op weg naar de 2e bijeenkomst van de Masterclass van SURFacademy over Open Educational Resources. Ik had een opdracht voor deze bijeenkomst: maak een filmpje over OER. Dat is niet meer gelukt. Voor de herfstvakantie is veel tijd en energie gegaan in het opzetten van het blog voor het MOOC-project. Het filmpje ga ik zeker nog wel maken! Ik wil het programma Videoscribe graag eens uitproberen.

Dus de afgelopen tijd (zowel op Educause als MLI als masterclass) bezig geweest met de thema’s MOOC en OER, nu nog schrijven en delen. Dat wordt de opdracht aan mezelf voor de komende dagen/weken.

Ook sterkte met de jetlag! 

Judith 

Werk in uitvoering: concept probleemanalyse paper LA1 #MLI

Hallo Marcel,

Voor 9u00 gistermorgen moest ik de probleemanalyse en onderzoeksvraag inleveren voor mijn 2e feedbackmoment. Ik krijg deze week schriftelijke feedback van mijn begeleider Sophie. De feedback die ik ’s middags al van mede-studenten heb ontvangen is in deze concept-probleemanalyse nog niet verwerkt.

Mijn doelstelling voor afgelopen week was om Mendeley en APA beter te doorgronden. Wat betreft APA is onze informatiespecialist Annette mij behulpzaam geweest. Dank!
De desktop-cliënt van Mendeley had ik al geïnstalleerd, maar ik wilde ook Mendeley gebruiken om te citeren. Via een uitgebreide handleiding van de Universiteitsbibliotheek TU/e zag ik dat ik hiervoor de MS Word Plugin moest installeren. Gelukkig heb ik installatierechten op mijn werklaptop. Ook handig bleek de web-importer van Mendeley om referenties vanuit mijn browser toe te voegen aan mijn Mendeley-library. Deze informatie met linkjes heb ik ook toegevoegd aan Dingen@Zuyd: Ding 12: Referentieprogramma’s.
In de literatuurlijst die ik toegevoegd heb aan mijn probleemanalyse en de verwijzingen in de tekst hiernaar, zijn nu via mijn Mendeley-library gegenereerd. Of het al helemaal APA-proof is, weet ik niet. Het is nog concept hè 😉

Ik had me deze week nog wat willen verdiepen in de term ‘social learning’ via de database Eric, maar dankzij de Shutdown van de Amerikaanse overheid zijn er ook diverse onderzoeksdatabanken niet beschikbaar. Belachelijk. Ik hoop dat deze shutdown snel voorbij is. In die databanken zal ik de komende weken niet zoeken, maar voor ons reisje naar Amerika zal dit toch wel fijn zijn! Maar hierover deze week meer 🙂

Greetings
Judith


Probleemanalyse & Onderzoeksvraag

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, Janssen, & Van Valkenburg, 2013).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staan werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm (“MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar,” 2013).

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recent binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT. Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als op en courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in aangenomen OER Declaration waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen (“2012 Paris OER Declaration,” 2012).

In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald ((Jacobi, 2013):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”
Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”(“Wat zijn Open Educational Resources?,” n.d.)

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd (“Zuyd bouwt aan een sterk merk,” n.d.). Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie (“Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd,” n.d.)
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”
Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (Munnichs, 2013)

De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet wordt het informele leren gestimuleerd. Het programma Opening Up Education (geïnitieerd door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn (Johnson, Adams, & Cummins, 2013).

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open onderwijs gestimuleerd kan worden?

Literatuurlijst

2012 Paris OER Declaration. (2012). In 2012 World Open Educational Resources (OER) Congress UNESCO, Paris, June 20-22, 2012. Paris. Retrieved from http://www.unesco.org/new/fileadmin/MULTIMEDIA/HQ/CI/CI/pdf/Events/Paris OER Declaration_01.pdf

Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarbeeld.nl/jaarverslag-2011/aDU1018_Hogeschoolbrede-onderwijsvisie-geformuleerd.aspx

Jacobi, R. (2013). Trendrapport open educational resources 2013.

Johnson, L., Adams, S., & Cummins, M. (2013). The NMC Horizon Report: 2013 Higher Education Edition. Retrieved from http://www.nmc.org/publications/2013-horizon-report-higher-ed

MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar. (2013). Transfer. Retrieved from http://www.transfermagazine.nl/nieuws/onderwijs/moocs-populair-onderwerp-bij-opening-studiejaar

Munnichs, J. (2013, September 24). Universiteit zoekt toenadering tot regionale bedrijfsleven. Dagblad De Limburger. Retrieved from http://www.lexisnexis.com/uk/nexis

Rubens, W. (2013). E-learning : trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij.

Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In Ria Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

Wat zijn Open Educational Resources? (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from https://www.surfspace.nl/sig/5-open-educational-resources/45-over-de-sig-oer/

Zuyd bouwt aan een sterk merk. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarverslag.nl/jaarverslag-2010/aDU1013_Zuyd-bouwt-aan-een-sterk-merk.aspx


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

Werk in uitvoering: concept onderzoeksvraag paper LA1 #MLI

Dag Marcel,

Net zoals jij (maar dan iets anders ;)) ben ik bezig met een opzet voor mijn paper. In het kader van LA1 ‘Zin in Leren’ moet ik: “Helder en beknopt vanuit de kern van het praktijkprobleem redeneren naar koppeling aan wetenschappelijk concept(en) op metaniveau. Formuleren van een eerste probleemanalyse. Formuleren van voorlopige onderzoeksvraag / -vragen”.
Vandaag moet ik dit in een elevator pitch van 2 minuten presenteren aan een begeleider.

Ik heb er (in gedachten) nogal mee geworsteld. Mijn werkwijze blijkt toch te zijn: gewoon beginnen met schrijven, erom heen lezen en kijken waar ik uitkom. Eigenlijk zoals ik ook een blogpost schrijf :). Ik ben met Mendeley nog aan het experimenteren, daarom is de bronvermelding nog niet APA-proof. Dat is mijn opdracht voor de komende week.
Erg benieuwd naar de feedback van mijn begeleider. Als jij of een andere bloglezer nog wat tips heeft, hoor ik ze graag. En dat mag open 🙂

Voor deze opzet hebben naast de masterclass OER van SURF academy  ook eerdere 2beJAMmed-blogpost als inspiratie gediend:

Groet,
Judith

?????????

free download @GraphicStock

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, 2013[2]).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staat werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm[3].

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recentelijk binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT.
Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als open courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in de in juni 2012 in Paris aan genomen OER Declaration[4] (Mulder, 2013 [5]) waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen.
In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald (p. 38):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”

Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”[6]

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd [7]. Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie [8]:
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”

Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (De Limburger, 24 september 2013 [9]).
De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet  wordt het informele leren gestimuleerd.  Het programma Opening Up Education [10](geïnitieerd  door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn [11].

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013[12]).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open digitale leeromgeving (zoals een MOOC) of via open digitale leermiddelen (zoals OER) gestimuleerd kan worden?


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

[2] Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

[5] Mulder, F., & Janssen, B. (2013). Open (het) onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 38–44).

[12] Rubens, W. (2013). E-learning: Trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij. pp. 141

Ben jij OERRR???

Nou zeg Marcel dat was een pittig sprintje van Educause over MOOC’s, maar volgens mij hebben we wel een marathon nodig om dit te verwerken en te realiseren 🙂
Wat een boel informatie heb jij in 3 blogs over dag 1, dag 2 en dag 3 bijeen verzameld en op de site van Educause Sprint 2013 is veel nog te lezen en te bekijken. Dat komt vast nog wel van pas tijdens mijn studie Master Leren en Innoveren! En genoeg input voor het macroproject dat jouw faculteit ICT tijdens het Zuyd Innoveert – programma gaat uitvoeren.

Zo’n keuze voor een MOOC-platform vind ik niet zo boeiend, alles moet gewoon werken 🙂 Dat de inhoud aantrekkelijk gemaakt moet worden met behulp van een Instructional Content Designer dat vind ik voor-de-hand-liggend. En of hij/zij nu binnen een faculteit werkt (zoals Jeroen daar voorstander van is) of vanuit een dienst, ook dat vind ik minder belangrijk, als het maar een vakman/-vrouw is! Voor mij zit de grootste uitdaging in docenten te enthousiasmeren en pedagogische en technologische vaardigheden bij te brengen zodat zij van dat MOOC-vonkje een prachtig vuur kunnen maken.

Ongeveer rond dezelfde tijd van deze Educause Sprint zag ik in Library Journal de paper: “MOOCs and the Library: Engaging witj Evolving Pedagogy” dat tijdens het IFLA World Library and Information Congres dat deze week plaats vindt in Singapore, gepresenteerd. De Stanford Library ondersteunt het online leren actief binnen hun instituut 🙂 Deze activiteiten hebben betrekking op:

  1. copyright
  2. video & media, het ondersteunen van studenten en docenten in het goed gebruik van video (maken en editten). Een rol die bij ons door de AV dienst opgemaakt wordt, in het bijzonder nu door Pieter Dekkers als Instructional Content Designer binnen jullie MOOC-project
  3. learning management systems, de bibliotheek kan een ondersteunde rol vervullen in het structuren van cursussen zodat ze goed ontsloten worden en beter gevonden worden. Binnen Blackboard speelt Zuyd Bibliotheek deze rol niet, maar als we nu starten met MOOCs zou het gemiste kans zijn de bibliotheek hier niet bij te betrekken.
  4. training and promotion, uiteraard zijn ook hierbij informatievaardigheden erg belangrijk

Het copyright-vraagstuk wordt door het inzetten van MOOCs alleen maar ingewikkelder 😦 Onlangs heeft in SURFspace ook een artikel gestaan over de auteursrechtelijke uitdagingen bij een MOOC n.a.v. Educause Brief over dit onderwerp (waar jij ook in je blog even aandacht aan besteedde). Want wie heeft welke rechten bij deze online cursussen. En mogen we de artikelen volgens de licentie-overeenkomsten met de uitgevers ook wel delen via een Open Online Course?
Allemaal redenen om ook binnen Zuyd meer in te zetten op Open Educational Resources, zoals ik al vaker heb bepleit. Ik ben voor! Jij?

Je hebt de reclame van Natuurmonumenten op TV of in de abri’s wel gezien denk ik. Hoewel het hier gaat om kinderen de natuur te laten ontdekken, moest ik elke keer denken aan Open Educational Resources (beroepsdeformatie) 😉

Ik ben Oerrr

 

Voor de geïnteresseerde bibliothecaris: meer weten over MOOCs en bibliotheken? Check het blog http://moocsandlibraries.blogspot.nl/

Fijne vakantie verder!
Judith

Open Onderwijs en Onderzoek #VisieZuydBibl

Goedenavond Marcel,

Het was een enerverend dagje vandaag. Vanmorgen stond een bijeenkomst met bibliothecarissen op de agenda waar we de stand van zaken van het Visietraject presenteerden. Daarna heb ik samen met het I-team een bijeenkomst over I-strategie voorbereid.
In beide trajecten staat de bibliotheek centraal als het gaat om open kennis delen.

open

@ afbeelding

Tijdens de interviews (al zo’n 100 geïnterviewden tot nu!) die we in het kader van het Visietraject voeren, komt de rol van de bibliotheek mbt beschikbaar stellen en ontsluiten van onderwijs- en onderzoeksmateriaal regelmatig ter sprake. Hoewel verschillende geïnterviewden vinden dat het open kennis delen een vanzelfsprekende competenties van een professionele kenniswerker behoort te zijn (en dat de rol van de bibliotheek hierbij marginaal zou moeten zijn) is dat in de praktijk (nog) niet zo. Ik ben het trouwens wel met deze geïnterviewden eens wat betreft de noodzaak van deze competentie voor onze medewerkers en studenten. 🙂 In mijn bijdrage in SURFmagazine van dec. 2012 ‘Open Onderwijs? Gewoon doen!’ heb ik dat ook benoemd. Wilfred Rubens en Wim Didderen (OU) hebben voor hun bijdrage aan het Trendrapport Open Educational Resources 2013 onderzocht wat de menselijke factor is bij de acceptatie van OER. Wat bepaalt de bereidheid om te delen? Zij benoemen de weerstanden die optreden bij implementatie van OER vanuit het perspectief van veranderingen. Waarvan de belangrijkste zijn:

  1. gebrek aan institutionele ondersteuning
  2. vrees voor kwaliteitsverlies en gezichtsverlies
  3. gebrek aan vaardigheden van gebruikers
  4. onduidelijk persoonlijk belang van docenten

Rubens en Didderen concluderen dat Open Educational Resources pas duurzaam gebruikt gaan worden als instellingen beleid ontwikkelen en toepassen dat gericht is op aceptatie, ondersteuning en kwaliteitszorg. Het begint volgens hen bij het serieus nemen van de weerstanden.
De ondersteunende rol van de bibliotheek is dus belangrijk om docenten hierbij van dienst te zijn.

In hetzelfde Trendrapport OER 2013 staat ook een bijdrage van Cora Bijsterveld (TU Delft) over De nieuwe rol van de bibliotheek bij content curation. Docenten en onderzoekers hebben volgens Bijsterveld vaak de tijd niet om de content (open onderwijsmateriaal) te verzamelen die online aanwezig is. “Belangrijk voor goede content curation is dat de content op een betekenisvolle manier wordt verzameld rond bepaalde thema’s.”  Op zich is dit geen nieuwe taak voor bibliothecarissen, verzamelen en ontsluiten van informatie is immers al sinds oudsher hun core business, alleen de tools zijn wat veranderd ;).

In de basisprincipes van een gezamenlijk I-strategie voor hoger onderwijs en onderzoek (SURF) wordt de bibliotheek ook nadrukkelijk genoemd ivm de samenwerking en kwalteit van onderzoek. “Bibliotheek worden verantwoordelijk gehouden voor de opslag en toegankelijkheid van onderzoeksgegevens na afronding van een onderzoek, omdat structurele borging van toegankelijkheid van onderzoeksgegevens belangrijk is. Daarnaast maakt digitalisering de rol van de bibliotheek voor het vindbaar maken van gegevens en informatie belangrijker. Toegankelijkheid van gegevens en informatie is sterk afhankelijk van beschikbare metadata. De kwaliteit en beschikbaarheid van meta-data moet structureel worden geborgd.”

Daarnaast zie ik ook nog een rol voor de bibliotheek weggelegd om te informeren met betrekking tot open access en het legaal gebruik van auteursrechtelijk materiaal van anderen. OER en open access zijn natuurlijk onlosmakelijk met elkaar verbonden.

De bibliotheek is belangrijk voor Zuyd en blijft ook in de toekomst belangrijk. Tenminste dat vind ik, en gelukkig velen met mij.
Bovenstaande punten komen zeker terug in het Visietraject van Zuyd Bibliotheek dat over een maand gepresenteerd wordt aan ons College.

Judith

%d bloggers liken dit: