edX: Harvard en MIT lanceren samen gratis online-onderwijsplatform
Goedemorgen Marcel,
In mijn blog over de toekomst hoger onderwijs en bibliotheek deze week, had ik het over de gratis online cursussen die o.a. Standford University aanbieden. Gisteren hebben Harvard University en Massachusetts Institute of Technology samen de non-profitorganisatie edX gepresenteerd.
Deze twee instellingen bieden vanaf najaar 2012 de eerste gratis cursussen via dit online leerplatform. Ze willen een wereldwijde gemeenschap van online lerenden bouwen. Daarnaast willen de universiteiten leren van de lerenden door te experimenteren met lesmethoden, al dan niet in combinatie met nieuwe technische mogelijkheden. Zo zou bijvoorbeeld het lesmateriaal verbeterd kunnen worden omdat docenten via het meten van kliks kunnen zien met welke delen van de stof studenten problemen hebben (learning analytics!). Ook zouden essays door middel van crowdsourcing beoordeeld kunnen worden. (bron: Tweakers.net).
Uiteraard wordt alle ontwikkelde software open source gemaakt.
Een ideële organisatie waar beide universiteiten 30 miljoen dollar in hebben gestoken!
Benieuwd of Zuyd de credits van deze cursussen zal gaan accepteren.
Game on @ Zuydlan!
Judith
Meet the Expert #nvboo : de toekomst van hoger onderwijs en bibliotheek
Vorige week maandag (23 april) was ik samen met 60 bibliothecarissen (opvallend veel vrouwelijk leeftijdsgenoten) aanwezig bij een Meet the Expert bijeenkomst van de afdeling Onderzoek en Onderwijs van de NVB . Het doel van deze dag was meer inzicht te krijgen in grote trends die invloed hebben op de toekomst van de hoger onderwijs bibliotheken. In het ochtend programma kregen we een presentatie van 2 experts:
Matthijs Leendertse van ELM concepts over de toekomst van leren en Paul Sikkema van onderzoeksbureau Qrius over het mediagedrag van jongeren.
’s Middags gingen we met de helft van de deelnemers gamen! Er was helaas geen plaats voor iedereen, dus collega Mirjana Jolic die er ’s ochtends wel was, kon niet mee spelen 😦
De presentatie van Matthijs Leendertse vond ik erg interessant. Matthijs Leendertse is co-auteur van het rapport The Future of Learning: Preparing for Change (Europese instituut JRC-IPTS (Joint Research Centre Institute for Prospective Technological Studies) – nov.2011). Het rapport beschrijft belangrijke veranderingen in toekomstig leren en presenteert een visie van hoe een ideale toekomst voor leren eruit zou moeten zien. De sleutelwoorden uit het onderzoek: personalisatie, samenwerking en informeel leren. Dit kwam uiteraard ook weer terug in zijn presentatie. Hij legde duidelijk uit wat dit in zijn visie betekent voor de rol van de hoger onderwijs bibliotheek.
Dat het leren van vroeger niet meer het leren van nu is, moge duidelijk zijn.
Wat betekent iBooks voor het onderwijs? Wordt Apple de bibliotheek van de toekomst? Wordt onderwijs in de toekomst alleen nog gratis via internet gegeven? Standford University heeft al veel cursussen online staan, het is een kwestie van tijd eer aan deze cursussen ook een accreditatie verleend wordt. En wat te denken van de OpenCourseWare van MIT. Of dichterbij huis Open Universiteit of Universiteit Delft. Maar ach, afstand speelt geen rol in de wereld dat internet heet.
Wat betekent als er steeds meer externe partijen de onderwijsmarkt gaan veroveren? Facebook gaat file-sharing aanbieden aan onderwijsinstellingen, dat doen ze niet voor niets.
Allemaal vragen waar het onderwijs, maar ook de bibliotheek geen antwoord op heeft.
Het onderzoeksrapport “The Future of Learning’ beschrijft dat:
- Kennis sneller veroudert
- Steeds meer specialistische kennis gevraagd wordt
- New skills for new jobs (we leiden studenten op voor banen die nog niet bestaan)
- Concurrentie om banen globaliseert, Aziatische landen investeren enorm in onderwijs
Ik vond het interessant om onderstaande PISA score te zien. Ik dacht altijd dat Finland bovenaan stond. Dat klopt wel als je de scores per land zou bekijken. Maar als je de steden Shanghai of Hong Kong apart scoort, dan ziet het lijstje er ineens heel anders uit. De middenklasse van China besteed 1/3 van inkomen aan onderwijs!
Het Future of Learning – onderzoek laat zien dat er een tekort is aan kennis en vaardigheden; bedrijven gaan zelf scholen. Praktijkervaring wordt belangrijker (misschien belangrijker dan diploma’s). Het onderwijs heeft grote moeite om bij te blijven. De foto ‘wat zit er in mijn schooltas?’ spreekt boekdelen. Echter als de student het schoolgebouw in komt, moeten alle apparaten uit 😦
Kom als bibliotheek in de tas van de student terecht! #nvboo
— Judith van Hooijdonk (@jujuutje) april 23, 2012
We moeten volgens Matthijs Leendertse de 21st Century Skills eigen maken. Hij noemde de term niet maar daar kwam het wel op neer. Het kunnen vinden, evalueren en gebruiken van informatie worden belangrijke competenties. Uiteraard moet iedereen een basale kennis hebben, zodat je in staat bent adequate vragen te kunnen stellen. Daarnaast is samenwerken belangrijk, het leren omgaan met andere culturen. Maar vooral ook creativiteit inbrengen in het Nederlandse onderwijs. Onze politici sturen vooral op taal en rekenen, dat doen ze in Singapore anders, zoals te lezen is in onderstaande visie van het Ministry of Education:
This vision describes a nation of thinking and committed citizens capable of meeting the challenges of the future, and an education system geared to the needs of the 21st century.
Thinking schools will be learning organisations in every sense, constantly challenging assumptions, and seeking better ways of doing things through participation, creativity and innovation. Thinking Schools will be the cradle of thinking students as well as thinking adults and this spirit of learning should accompany our students even after they leave school.
A Learning Nation envisions a national culture and social environment that promotes lifelong learning in our people. The capacity of Singaporeans to continually learn, both for professional development and for personal enrichment, will determine our collective tolerance for change.
In de toekomst zouden we onze manier van toetsing moeten aanpassen, door vooral te kijken naar de leercurve (daar komen de learning analytics). Je leert vooral van je fouten, dus meer inzetten van gaming principes (in games krijg je ook als je faalt punten waardoor je gestimuleerd wordt door te gaan).
- Personalisering (mensen zijn verschillend en hebben andere behoeftes; technologie maakt personlisatie op grote schaal mogelijk)
Maar geef ook persoonlijke feedback (Xbox) en verwelkom mensen met een persoonlijk ‘goede dag’. - Informalisering (leren wordt informeler; leren wanneer leervraag opkomt (mobiele telefoon gebruiken als je een leervraag hebt, ook al loop je in het bos ;)))
Maar leren geldt niet alleen voor studenten en werknemers (LLL), maar ook voor onderwijsinstellingen en werkgevers. Je kunt zoveel van elkaar leren als je open en transparant op stelt, dus ook: - Samenwerkend leren
Trouwens, Matthijs Leendertse heeft samen met Gerard Drummer voor SURFnet een rapport over Location Based Servises : een verkenning gepubliceerd. Dit rapport brengt trends op het gebied van location based services in kaart die nu, of in de nabije toekomst ingezet kunnen worden om het leren van studenten in het (hoger) onderwijs te verbeteren. Er lijkt voor het onderwijs wel winst te behalen in het gebruik van deze diensten. Ik ga het snel eens lezen 🙂
Tot slot legde Matthijs Leendertse de nadruk op het belang van spelen. Je kunt leren gewoon heel leuk maken. Dat hebben we in de middagsessie gedaan.
De tweede presentatie was van Paul Sikkema, deze staat nog niet online. Hij liet voornamelijk facts en figures zien naar aanleiding van het Jongerenonderzoek 2011 van Qrius (de publicatie ‘Kinderen en Jongeren : positieve kracht’ vond ik nog niet online) met enkele leuke uitspraken van jongeren tussendoor. Deze gegevens waren voor mij niet zo onbekend. Sikkema legde in zijn presentatie niet een echte link wat dit nu voor de dienstverlening van de bibliotheek in de toekomst betekende. Hij gaf wel aan dat het beeld in de media over jongeren als losgeslagen generatie niet terecht is. Door opkomst van smartphone en mobiele internet is veel veranderd, maar de normen en waarden blijven hetzelfde. De tools veranderen: tien jaar geleden waren jongeren volop aan het msnen via de computer, wat daarna vervangen werd door smsen en nu whatsappen en pingen. En in een gemiddeld huishouden zijn wat meer apparaten tegenwoordig 😉
Ons huishouden (als de 3 kinderen thuis zijn ;)) komt wel in de buurt van dit lijstje, alleen hebben wij maar 1 breedbeeldtelevisie!
Het was wel interessant om te horen dat jongeren tv kijken als een rustmoment ervaren. Het tv kijken vermindert pas boven de 20 jaar. Er is wel steeds meer uitgesteld-tv-kijken via uitzending gemist. En er wordt door jongen veel tv gekeken via internet, want waarom wachten tot de nieuwste aflevering van jouw Amerikaanse serie pas op de Nederlandse tv wordt uitgezonden?
Het is lastig te voorspellen hoe het social media gebruik van jongeren in de toekomst verloopt, dat is erg afhankelijk van de ‘mode’. Hyves is uit, Facebook wordt ook al weer verlaten en ingeruild voor Twitter. Ruim 75% van de jongeren gebruiken social media intensief. Maar zoals jij ook weet Marcel, kan je studenten niet op 1 platform bereiken. Jij zoekt je studenten ook op via de communicatiekanalen waar zij bereikt willen worden, dat zal voor de bibliotheek ook zo zijn. Steeds meer variatie en differentiatie. Wat ik wel opmerkelijk vond, is dat uit het onderzoek bleek dat jongeren bewust zijn van hun digitale identiteit, daar had ik nog een ander beeld van.
Jongeren vinden het gebruik van apps wel erg gemakkelijk. De bibliotheek zou in plaats van een prachtige websites bouwen, wellicht extra aandacht moeten schenken aan het bouwen van mobiele website of apps.
Inde middag was interactieve MindSessions bijeenkomst. In 5 teams gingen we al spelend met deze sociale iPad game de bibliotheekvisie en het dienstenaanbod formuleren voor student en docenten in het hoger onderwijs van 2017. Door middel van een persona (3 studenten en 2 docenten) speelde we het spel. We kregen kanskaarten (‘je krijgt 3 fte extra personeel, hoe zet je die in?’) en pechkaarten (‘studenten ontvangen geen studiefinaciering meer, hoe beïnvloedt dat je aanbod?’), we kregen ook kennisvragen waar je punten mee kon scoren. Er waren 3 speelrondes, na elke ronde moest ieder team zijn in het kort iets vertellen over zijn persona en visie. Daarna kon elk team punten toekennen aan de andere teams. Het team met de meeste punten had ‘gewonnen’. De meeste teams hadden ingezet op de ‘Personal I-coach’ 😉 maar de omslag ‘van collectie naar connectie’ blijkt toch een hele lastige voor bibliothecarissen.
Deze sessie werd ook door Matthijs Leendertse geleid en door Orly Polak, samen hebben zij deze onderwijsgame ontwikkeld. De moeite van het spelen waard!
.
Mijn eindconclusie en wat dit volgens mij betekent voor Zuyd Bibliotheek, komt in een volgend blogpost nog aan de orde. Voor mijn gevoel zijn we de laatste tijd wel erg bezig met scenario’s voor de toekomst te bedenken. Wordt het niet eens tijd om te handelen?
The future is right here, right now!
Over deze dag schrijft Matthijs Leendertse nog een artikel, dat over binnenkort in Informatie Professional zag verschijnen.
Het was een leuke dag, vooral natuurlijk ook om weer eens live bij te kletsen met mijn biebtweeps 🙂
Groetjes,
Judith
@afbeeldingen uit de presentatie van Matthijs Leendertse
Pro of contra?
Hoi Marcel,
Jij kent de rubriek Pro | Contra in het medewerkersblad Editie Zuyd wel, je hebt er zelf een keer aan meegewerkt.
Voor onze bloglezers die dit niet kennen:
Tweemaandelijks wordt via Infonet (intranet van Zuyd) een stelling geponeerd. Vervolgens krijgen 2 collega’s in Editie Zuyd het woord om de stelling te verdedigen of te weerleggen.
Dit keer werd ik wel erg getriggerd door de stelling….
Zuyd is een gesloten instelling
In de toelichting stond:
Eén van de vijf merkwaarden van Zuyd is ‘open’. Met open bedoelt Zuyd transparant en ‘met een brede blik’. Mensen van Zuyd zijn op de hoogte van wat er speelt en houden elkaar op de hoogte. De professionals en professionals in wording van Zuyd zijn gelijkwaardige gesprekspartners en kijken verder dan wat voor de hand ligt. Ze staan open voor de visie van een ander en kijken daarbij altijd over de grenzen van het eigen vakgebied heen. Ze geven elkaar feedback in een informele cultuur en reflecteren om zo te durven leren met elkaar en van elkaar.
Open, is mijn favoriete merkwaarde van Zuyd, degene die mij een beetje twitterend en bloggend volgen, zullen hierover niet verbaasd zijn. Uit marktonderzoek blijkt dat de merkwaarde ‘open’ volgens toekomstige studenten het minst goed bij Zuyd past (de andere merkwaarden van Zuyd zijn: ambitieus, vakkundig, ondernemend en inspirerend). Nu wordt via de stelling gevraagd: Maar wat vinden wij zelf? Zijn wij open in ons denken én doen? Of is Zuyd een gesloten instelling?
Ik raak in een beetje in de war van deze stelling. Ik zal het je uitleggen.
Ik vind dat ik open en transparant werk. Ik blog over mijn werk, ik Yammer en Twitter en deel op deze manier mijn kennis met de organisatie. Ik denk dat ik op deze manier veel collega’s kan bereiken. Uiteraard leg ik ook contacten via e-mail, stuur (weer) nieuwsbrieven en ga bij mensen langs. Mijn collega’s weten me wel te vinden als ze iets over digitale didactiek willen weten, en social media in het bijzonder. Ik vind dat ik open ben in mijn denken en mijn doen. Ik leer veel van anderen en ik hoop dat anderen ook van mij leren. Binnen ons team heerst zeker een informele cultuur 🙂 en het is bij ons gebruikelijk om in teamverband functioneringsgesprekken te voeren om zo elkaar feedback te geven. Ik vraag en ontvang graag feedback.
Hoewel ik zeker meer Zuyderlingen ken die met een ‘open mind’ in het onderwijs en werkveld staan, stralen wij als Zuyd een geslotenheid uit. Voor mij is een organisatie open en transparant als:
- deze nieuwsgierig is naar nieuwe ontwikkelingen en mogelijkheden, een innovatieve uitstraling heeft (lerende community)
- betrokkenheid onder medewerkers en studenten stimuleert door naar ideeën en meningen te vragen, dat gebruik maakt van het sociaal kapitaal van de organisatie
- men aanwezig is op de sociale netwerkplatforms en de verbinding zoekt met hun doelgroepen (ook met eigen medewerkers)
- medewerkers de ruimte (eigen verantwoordelijkheid) geeft en hen stimuleert om samen te werken binnen (sociale) netwerken
- management het goede voorbeeld geeft door actief kennis te delen (via Yammer), met netwerkleiders die communiceren over de strategische richting
- duidelijk is wie met wat bezig is binnen de organisatie
- intervisie tussen collega’s onderling (kijkje in elkaars klaslokaal) en tussen docenten en studenten aanmoedigt
- informatie toegankelijk maakt (wie kan iets vinden op Infonet?)
- gebruik maakt van open access, open data, open content, open courseware, open stndaarden, open source : share -remix -reuse
Helaas is het zo ver nog niet. Dus ja, ik vind Zuyd een gesloten instelling. Maar wat moet ik nou stemmen? Ik ben het dus eens met de stelling dat Zuyd gesloten is. Echter gevoelsmatig als je ‘Pro’ stemt, ben je ‘voor’ een uitspraak en dat ben ik natuurlijk niet. Want ik wil dat Zuyd open is, wijd open!
Ik had natuurlijk gewoon kunnen stemmen op de stelling. Maar ik kon het niet laten om dit op mijn eigen open en transparante manier te doen via ons blog! Ik zal een linkje achterlaten op Infonet 😉
Fijne Koninginnedag!
Judith
Heb je lef? Doe de tests!
Dag Marcel,
Vaker horen wij ICTO-adviseurs als we met docenten praten over digitale didactiek, dat ze het allemaal heel leuk vinden maar dat ze echt geen tijd hebben. Dit kwam ook weer ter sprake tijdens de TPACK-bijeenkomst en tijdens studiedag van Social Work. Er wordt vaak geklaagd over hoge werkdruk: “ik heb het zo druk”, de schuld hiervoor wordt bij het management gelegd. Zoals ik in mjn blogpost Kan het beter? Geef het door … geschreven heb: mijn motto is If it is to be, it is up to me (met dank aan Ilse Meelberghs). Hierin schreef ik ook over het netwerk Leraren met Lef
De Leraar met Lef denkt en handelt vanuit een plus-energie. Ben jij een Leraar met Lef? Doe eens de lef-test.
Heb je m gedaan?
Wat kreeg jij voor advies?
Ik kreeg terug: Je score is te hoog. Zorg voor ontspanning! 🙂
Haha, had ik al verwacht. Maar ik ben dan ook geen docent 😉
De 10 stellingen zijn mijns inziens een mooie leidraad voor een goede professional. Als iedere leraar met dit lijstje aan de slag gaat, dan denk ik dat er snel veel verbeteringen in het onderwijs zichtbaar zullen zijn. Maar misschien droom ik nu?
Zo eindigde Jaap Walhout zijn blog over deze lef-test. Ik ben het helemaal met hem eens, net zoals met zijn gedachten die hij bij elke stelling heeft beschreven. Toen ik zijn bio bekeek, zag ik dat hij ook in Maastricht woont en bij onze buren in Heerlen (OU) werkt. *Maar dit terzijde* 🙂
Lef heb je ook nodig om risico’s op te zoeken en risico’s durven nemen heb je nodig om je te vernieuwen, zo heb ik gehoord op mijn cursus creatief denken en handelen. Organisaties hebben mensen met lef nodig, dat las ik weer op Breinwerk: Neem minimaal 1 risico per dag. Nou heb ik je al eerder verteld dat ik een vrouw met lef ben 🙂 maar een echte waaghals ben ik niet, zo bleek uit deze test uit het tijdschrift LEF (bron: Breinwerk).
Een citaat van John Gardner uit mijn Inspiratiekalender:
Een van de redenen waarom mensen op een gegeven moment niets meer leren, is dat ze steeds minder bereid zijn om risico’s te nemen.
In mijn boek Creativiteit. Hoe?Zo! leerde ik dat ik lef kan oefenen. Jongeren oefenen deze vaardigheid iedere dag, maar vernieuwen verleer je. Na je 25e neem je namelijk minder risico’s in je leven (heeft met je hersenontwikkeling te maken). Daarom is het een vaardigheid die je regelmatig moet onderhouden. Een van de oefeningen die beschreven staat in het creativiteitsboek: ‘voer een gesprekje met een persoon met wie je nog nooit of al heel lang niet gesproken heb’, vind ik niet zo risicovol 🙂 maar dit is een leuk idee: ‘schrijf op een whiteboard/poster in een gemeenschappelijke ruimte (onze gezellige, overvolle flexplek) telkens als je iets leuks, nieuws of aantrekkelijks ziet of hoort. Spreek dan af 2x per jaar iets uit het lijstje te gaan doen’. Dat gaan we DOEN!

I could not, at any age, be content to take my place by the fireside and simply look on. Life was meant to be lived. - Eleanor Roosevelt
Dit valt in de categorie ‘dit wil ik ook nog wel eens doen’.
Maar of ik daar het lef voor heb? 🙂
Groet,
Judith











