Categorie archief: eLearning

eLearning, ICT&Onderwijs, Technology Enhanced learning, allemaal termen die staan voor leren mbv (internet)technologie

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Digitale leerarrangementen voor toekomstbestendig onderwijs #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Vorige week, op die stormachtige donderdag, verzorgde Fleur Prinsen, lector Digitale Didactiek van Hogeschool Rotterdam haar lectorale rede als openbare les. Helaas kon ik er niet bij zijn. Via #digdidactiek kreeg ik wel een indruk. Wilfred Rubens en Jeroen Bottema waren er wel, en zij hebben er gelukkig over geblogd (hier en hier).

Bij de openbare les hoort een digitale publicatie Digitale leerarrangementen ontwerpen: Veranderende onderwijsleerpraktijken in het (hoger) onderwijs. Deze is vormgegeven als een online magazine.

De publicatie bestaat uit 6 hoofdstukken

  1. De verbintenis tussen onderwijzen, leren en technologie
  2. De veranderende onderwijsleerpraktijken
  3. De meerwaarde van digitale leerarrangementen
  4. Het (her)ontwerpproces van digitale leerarrangementen
  5. Kennis over digitale leerarrangementen delen

Gevolgd door een hoofdstuk waar het lectoraat zich op gaat richten. De kern van het lectoraat is innoveren van de onderwijsontwerppraktijk.

De veranderende onderwijspraktijk

In de eerste twee hoofdstukken worden beelden van de veranderende samenleving geschetst en wat dit betekent voor de onderwijspraktijk. Het biedt theoretische kaders waaruit Fleur Prinsen’s perspectief op leren (en die onderschijf ik 🙂 ) duidelijk werd: leren als sociale constructie (Vygotsky) en als connectiviteit (Siemens). Ontwerpen doe je niet alleen maar samen. Samen met docenten (co-creatie), met ICT-ers, met studenten (vergeet de informatieprofessionals en instructional media designers niet, Fleur).

Leren verandert als we technologie integreren in ons onderwijs, zo ook rol van de docent. Daarom formuleert zij een nieuwe definitie voor een digitale leeromgeving:

Een systeem dat het mogelijk maakt digitale leerarrangementen te ontwerpenwaarin het leerproces en het behalen van gestelde leerdoelen optimaal ondersteund kan worden.

Moodle, de nieuwe DLO van Zuyd ondersteunt dit. Hoewel het ontwerpen van leerarrangementen in deze omgeving best nog wel complex is. Er kan zoveel, ervaar ik nu tijdens de Moodle-trainingen. Een leuke uitdaging in ieder geval.

Leerarrangement

Een leerarrangement is gearrangeerd met het specifieke doel iets te leren. Leerarrangementen omvatten vaak online én offline leeractiviteiten die in een doorlopende leerlijn met elkaar verbonden zijn. De docent schrijft het script voor het leerproces. In ons DC4E-model maken we bijvoorbeeld gebruik van een aantal ontwerpmetaforen.

Fleur Prinsen introduceert het kunnen (co)ontwerpen van digitale leerarrangementen als een nieuwe didactische kwalificatie. In een bijlage beschrijft zij de kennisbasis ICT voor docenten, gebaseerd op competenties en vaardigheden voor digitale didactiek van ADEF. Uiteraard ken ik deze, maar goed om ze weer eens te zien. Zo ook het kaartspel dat Fleur heeft ontwikkeld om ontwikkelingswensen op het gebied van digitale didactiek te bepalen. Mooi om dit op te pakken samen met ons TPACK-spel.

Ontwerpmodellen zijn een goed startpunt waarmee docenten aan de slag gaan, schrijft Fleur Prinsen. Ze beschrijft vervolgens een aantal ontwerpmodellen. Het ADDIE-model komt uitgebreid aanbod. Deze is mooi vormgegeven in een infographic. Ons DC4E-model is gebaseerd op ADDIE en ook een procesmodel ter ondersteuning van het ontwerpen van onderwijs maar dan toegespitst op het onderwijs bij Zuyd.

Kennis delen

Bijna alles wat ik lees herken ik en ondersteun ik. Ik ben heel blij met hoofdstuk 5 waarin Fleur stelt:

Het zou mooi zijn als we de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het (her)ontwerpproces, zouden delen met collega’s binnen en buiten onze instituten. Maar hoe kunnen we dit het beste doen? En hoe kan dit soort kennis vervolgens weer het (her)ontwerp ondersteunen van degenen die deze kennis opzoeken?

Delen is nog niet zo gemakkelijk …

Vaak blijft de kennis die in de ontwerppraktijk ontwikkeld wordt impliciet. Ontwerpprincipes, of ontwerppatronen kunnen een rol kunnen spelen bij het delen van de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het ontwerpen van (digitale) leerarrangementen.  

Ontwerpprincipes worden gedefinieerd als een soort tussenvorm tussen wetenschappelijke bevindingen (die generaliseerbaar en reproduceerbaar moeten zijn) en lokale ervaringen of uitgewerkte voorbeelden die in de praktijk vorm krijgen. Bij het ontwikkelen van deze principes wordt namelijk zowel wetenschappelijke kennis als praktijkkennis meegenomen.

Helaas heeft zij het antwoord dus ook (nog) niet. Ze gaat het in haar lectoraat onderzoeken. Fleur Prinsen heeft een model geschetst om ontwerpkennis in kaart te brengen.

Fleur Prinsen heeft mooie onderzoeksvragen geformuleerd. Ik wens Fleur met haar lectoraat veel succes in haar ontdekkingstocht naar de antwoorden.

Vorm

De interactieve vorm ziet er echt prachtig uit. Alle hoofdstukken zijn via social media te delen. Onder elk thema staat een reactiemogelijkheid om punten ter verbetering of vragen door te geven. Er zijn zoveel navigatiemogelijkheden dat ik regelmatig de structuur kwijt was. Ik dacht dit op te lossen door de publicatie als pdf te downloaden, maar helaas deze is echt niet echt goed leesbaar. Uiteraard vraagt het lectoraat aan het eind van publicatie hoe we deze vorm ervaren. Natuurlijk heb ik daar mijn reactie achtergelaten 🙂 Ik heb voorgesteld om een duidelijke navigatiepagina met hoofdstukken en paragrafen toe te voegen (ik zag later dat deze toch wat verstopt aanwezig was, maar de onderverdeling vond ik niet echt duidelijk). Een goed leesbaar pdf lijkt mij wenselijk. Zo’n online magazine scan je snel, het is fijn als naslagwerk en handig om pagina’s te delen. Maar een publicatie goed lezen doe ik bij voorkeur via ee pdf.

Groet,
Judith

Impact van blended learning op studiesucces #onderwijsontwerpen

Ha Marcel,

In mijn blended learning boekenkast staat een link naar de website dr. Blend die behoort bij het promotieonderzoek van Nynke Bos. Titel van haar proefschrift: Effectiveness of Blended Learning: Factors Facilitating Effective Behavior in a Blended Learning Environment. Het doel van dit proefschrift was om te bepalen welke factoren effectief gebruik van onderwijstechnologieën vergemakkelijken of belemmeren in een blended learning omgeving. Het ging daarbij om zowel het onderwijsontwerp als studentkenmerken.

In het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is een artikel ‘Effectiviteit van Blended Learning’ van Nynke Bos en Saskia Brand-Gruwel gepubliceerd met een beknopt overzicht van de bevindingen uit proefschrift en de implicaties hiervan voor hoger onderwijs.

Potentieel blended learning. Maar wat is de praktijk?

In de inleiding wordt het hiaat benoemd hoe blended learning in het hoger onderwijs wordt toegepast versus het potentieel van blended learning zoals beschreven in de literatuur.

  • Praktijk: student heeft extra online leermiddelen tot zijn beschikking om zich voor te bereiden op het contactonderwijs of om hoorcolleges achteraf aan te vullen.
  • Literatuur: blended learning is de combinatie van open en online onderwijs met contactonderwijs waardoor het onderwijs meer gepersonaliseerd en flexibel kan worden aangeboden wat leidt tot meer zelfsturing van studenten en een actievere studiehouding.

Wat is de meerwaarde van blended learning zoals deze in de praktijk wordt toegepast op het studiesucces van de student? In hoeverre is de student tot zelfregulatie in staat doordat ook online leermaterialen aangeboden worden?
Nynke Bos onderzocht 2 blended learning cursussen van UvA die allebei opgebouwd waren uit niet-verplichte hoorcollege, toegang tot de webcolleges, verplicht werkgroeponderwijs met werkboeken met aanvullend studiemateriaal en formatieve toetsen (beschikbaar in een LMS). Het verschil was dat bij de ene cursus de formatieve toetsen facultatief waren en bij de ander verplicht. De cursussen waren niet expliciet ontworpen om het zelfregulerend vermogen bij studenten te stimuleren. Bij start van de cursussen hebben studenten MSQL dan wel ILS vragenlijst ingevuld waarmee studenten een inschatting geven van hun motivatie en metacognitieve vaardigheden.

Studentkenmerken

Het onderzoek bevestigt eerder onderzoek dat studenten leermiddelen verschillend gebruiken. Er werden vier gebruikerstypen geïdentificeerd:

  1. sociaal-gefocuste intensieve gebruikers (de hoorcollegebezoekers)
  2. content intensieve gebruikers (webcollegekijkers en toetsgebruikers)
  3. taak selectieve gebruikers (toetsgestuurd lerenden)
  4. niet-gebruikers (duidelijk ;))

Elk gebruikerstype liet een wisselende impact op het studiesucces zien. De mate van zelfregulatie lijkt niet het ontstaan van de verschillende gebruikerspatronen te verklaren, maar lijkt wel sterk samen te hangen met het studiesucces binnen een blended learning omgeving.

Wat betekent dit voor een blended learning ontwerp?

De bevindingen uit het onderzoek onderstrepen het belang van begeleiding aan studenten in een blended leeromgeving. Deze begeleiding moet tweeledig worden vormgegeven, nl

  1. hoe studenten verschillende leermaterialen moeten of kunnen combineren
  2. de metacognitieve vaardigheden: op welke manier kunnen leermaterialen bijdragen aan leerdoelen en welke strategieën zijn nodig om de leerdoelen te bereiken

Zoals wij in het DC4E-model ook in het hulpmiddel format leeractiviteiten hebben beschreven om bij ontwerpen wekelijks leerdoelen aan werkvormen en leeruitkomsten te koppelen, is het voor het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van studenten wenselijk om studenten ook expliciet hier op te wijzen.

Het onderzoek vindt maar een beperkte impact van blended learning op het studiesucces. Dat wil niet zeggen dat blended learning niet effectief is. Zo kunnen tools als discussiefora (tools die vragen om een actievere houding) een grotere impact hebben op het studiesucces.

Learning Analytics

Ook is in dit onderzoek gebruik gemaakt van learning analytics. Hier werden een aantal kritische kanttekeningen geplaatst (gemiddelden zijn niet zo eenduidig, het zegt niets over kwaliteit van leren, het lokt uit tot gaming the system(!) 😉 ). Ook het gebruik van learning analytics dashboards moet net als blended learning worden geleerd wil het ten goede komen aan het leerproces.

Conclusie

die we kunnen (moeten) meenemen in ons advies tav curriculumontwikkeling irt succesvol studeren:

Om effectievere blended learning omgevingen te ontwerpen, moet er meer aandacht komen voor hoe blended learning studenten ondersteunt bij zelfregulatie van het leren, waarbij learning analytic gebruikt kunnen worden om deze zelfregulatie te monitoren. 

Groet,
Judith

 

Bos, N.R. & Brand-Gruwel, S. (2017). Effectiviteit van Blended Learning. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 35(1), 5-21. http://hdl.handle.net/1820/9056

Docententeams ondersteunen bij ontwerpen onderwijs

Ha Marcel,

Deze maand heeft SIG Blended Blearning een seminar georganiseerd met als thema het faciliteren van docenten(teams) bij blended learning. Op de SURF website zijn alle presentaties te bekijken en te lezen. Jeroen Bottema van hogeschool Inholland heeft op zijn blog Leervak over 3 (hier, hier en hier) van de 5 presentaties (van hogescholen en universiteiten) uitgebreid geblogd. Veel van wat ik lees, herken ik uit eigen ervaring en onderzoek.

Ook bij Zuyd staat het ontwerpen van (blended) onderwijs op de agenda. Zo zitten we midden in een aanbestedingstraject voor een LMS dat de kern gaat vormen van onze digitale leeromgeving. De pilots flexibilisering van Zuyd Professional zet docententeams aan het denken/werk over het blended maken van hun onderwijs. Het lectoraat technologie-ondersteund leren heeft een ontwerpmodel blended onderwijs beschreven. Een programma ‘succesvol studeren’ gaat docententeams helpen bij curriculumontwikkeling.
Met mijn 2 collega’s van het I-team zitten wij sinds kort in het cluster Onderwijskundige Ondersteuning van de Dienst Onderwijs en Onderzoek. Ons cluster is bij al bovenstaande initiatieven nadrukkelijk betrokken.

Uit al deze lessons learned zie ik onderstaande factoren veelal terug in alle presentaties:

  • Implementatie van blended learning kan op verschillende manieren aangepakt worden: top down of bottum-up, centraal of decentraal, verplichtend of vrijblijvend. Geen van de manieren is dé road to success. Een mix van deze aanpakken is meestal de praktijk. Een duidelijke visie op blended learning is daarbij wel voorwaardelijk.
  • Geef implementatietrajecten (op het nu gaat om LMS of Blended Learning) vanauit management tijd en aandacht. Ga ook als teamleider het gesprek aan met docenten over ontwikkelingsbehoefte op het gebied van blended learning en biedt professionalisering cq ondersteuning.
  • Er is behoefte aan maatwerk: op opleidingsniveau, faculteitsniveau en docentniveau. Dat betekent flexibele, snelle en laagdrempelige ondersteuning (denk aan learning on the job, workshops, online cursussen, 1 op 1, it-support) die docenten kunnen begeleiden bij het ontwerpen van onderwijs, maar ook kunnen ontzorgen. Dit vraagt om onderwijskundige professionals met brede kennis van ontwerpen van onderwijs. Zo’n learning designer is een duizendpoot (zie ook mijn blog over accidental instructional designer). Zo’n ontwerper is een leraar, een inspirator, een procesbegeleider, een expert volgens TPACK, een adviseur die afwegingen maakt op basis van de ontwikkeling waar het docententeam zich bevindt en een bruggenbouwer. (jaja)
  • Leren door te doen! Laat voorbeelden zien. Kopieer en doe na.
  • Kennisdeling en communitybuilding is cruciaal, hoewel je daar niet alle docenten mee zult bereiken. Zet daarom in op een diversiteit van kennisdeelactiviteiten, online en f2f. In teamvergaderingen, events, studiedagen, nieuwsbrief, pizzasessies, FAQ’s. Communiceer en enthousiasmeer!
  • Verweef professionalisering op het terrein van blended learning in een generieke visie en aanpak op docentprofessionalisering. (BKO, BKE, BDB). Organiseer verschillende typen scholingsactiviteiten.
  • Benoemde knelpunten bij docenten blijven: tijdsinvestering, what’s in it for me? en digitale competenties.
  • Betrek studenten bij implementatie, ondersteuning en evaluatie.

Universiteit Leiden heeft onderzoek gedaan naar randvoorwaarden voor succesvol implementeren van blended learning. Deze komen overeen, zoals onderstaand plaatje laat zien met het 6-factoren model voor learning-enriched schools van Michael Fullan.

Alle bovengenoemde succesfactoren sluiten aan op diverse analyses die binnen Zuyd hebben plaatsgevonden. Voor duurzame implementatie is een heldere centrale visie op leren nodig, met ruimte voor opleidingen/faculteiten om binnen de gestelde kaders eigen invulling te geven aan het begrip blended learning, en daarbij voor de implementatie een haalbaar tijdspad te koppelen. (ICT-) docentprofessionalisering is daarbij cruciaal net zoals tijd om te leren, ondersteuning van docenten en delen van kennis en ervaring. Met het nieuwe cluster Onderwijskundige Ondersteuning werken we samen met de 3 onderwijslectoraten van Zuyd om daarmee ‘evidence-informed’ denken en werken te borgen.

Zoals ik schreef in het blog The Accidental Instructional Designer kan een ontwerpmodel helpen bij het spreken van een gezamenlijke taal. De gepresenteerde ontwerpmodellen/stappenplannen die ik zag komen veelal overeen met het veelgebruikte ADDIE-model (Analysis Design Development Implementation Evaluation).

In de presentatie ‘ontwerp je eigen blend‘ stonden heldere ontwerpvragen geformuleerd:

  • Wat moet de student leren?
  • Hoe meet je of de student dit geleerd heeft?
  • Wat moet de student doen om dit te leren?
  • Wat heeft de student daarvoor nodig?
  • Hoe weet de student (en docent) hoe hij ervoor staat?
  • Welke werkvorm past hierbij?
  • Welke tool past hierbij?
  • Check, check, dubbelcheck…

Als ik deze koppel aan de ontwerpvragen uit mijn vorig blog dan hebben we, denk ik, een mooi startpunt voor ons onderwijskundig ondersteuning- en advieswerk.

Warme groeten,
Judith

Meer lezen over ontwerpen Blended Learning? Zie mijn boekenkast!

Gelezen. The accidental Instructional Designer

Hallo Marcel,

Enige tijd geleden las ik op de website van Kessels & Smit over het boek The accidental instruction designer: Learning design for the digital age van Cammy Bean. Ik was nieuwsgierig en wilde het ook lezen. Dat heb ik de afgelopen week gedaan.

Dit verhalend (en daardoor inspirerend) boek uit 2014 is een persoonlijk verslag van hoe Cammy Bean per ongeluk een learning designer werd. Ze maakte zo’n twintig jaar geleden haar eerste cd-rom trainingsprogramma. Gedurende de 10 jaar die volgde leerde zij door haar onderzoekende en nieuwsgierige houding informeel over instructional design in het algemeen en over online onderwijs aan volwassenen in het bijzonder. Inmiddels heeft ze met design teams honderden online zelfinstructie trainingsprogramma’s ontworpen.

many many shades of instructional design

Wat is instructional design? Iedereen die zich instructional designer noemt, omschrijft zijn werk anders. Volgens Bean zijn er 4 verschillende vaardigheden noodzakelijk voor dit vak:

  1. kennis van hoe mensen (voor wie jij ontwerpt) leren
  2. creativiteit (leren moet aantrekkelijk zijn)
  3. technologie (zonder technologie geen e-learning, je hoeft geen geek te zijn maar wel de taal kunnen spreken)
  4. context (je moet de context begrijpen, strategische doelen, visie ed)

Instructional designer is een zogenaamde T-shaped professional; brede vaardigheden en op 1 gebied de expertrol. Je moet op zoek gaan naar jouw expertrol. Wat is dat? En wat zijn je zwakke kanten? Niemand is expert op alle terreinen. Werk daarom in een team, zegt Bean en gebruik je (twitter)community om van te leren. *Hear Hear*.

please the eye and invite the learner in

Ontwerp belevingen, schrijft Bean. Design heeft doel, intentie en inhoud nodig, maar visual is ook belangrijk! Uiteraard draait het om de inhoud, maar hoe het ‘voelt’ en een duidelijke navigatie heeft aandacht nodig. Daarnaast is de manier waarop je de inhoud aanbiedt cruciaal. Cammy Bean gelooft in de kracht van verhalen als het gaat om e-learning (onderwijs in het algemeen). Ik ervaar dat tijdens het lezen van haar boek. Haar verhaal biedt de context en zo wordt het voor mij betekenisvoller. Haar ervaringen en de theorieën die ze daaraan koppelt, zijn voor mij herkenbaar.

Een hoofdstuk in het boek geeft tips over het begeleiden van inhoudsdeskundige (in mijn situatie: een docent met tijdgebrek) tijdens het ontwerpen van online (blended) onderwijs. Een ontwerpmodel kan hierbij helpen; dit is een conceptuele benadering van hoe je onderwijs kunt ontwerpen. Het helpt bij het spreken in een gezamenlijke taal.

Belangrijk is om samen doelen te stellen, te doen aan verwachtingmanagment en de juiste vragen te stellen, zoals:

  • Wat wil je dat studenten kunnen doen na deze module?
  • Wat zijn de 3 kernthema’s van deze module?
  • Welke ‘fouten’ maken studenten het meest in deze module? Waar gaat vaak mis?
  • Kan je me een verhaal vertellen over dit onderwerp? Hoe ben jij expert op dit onderwerp geworden? Van welke fouten heb jij geleerd?
  • Waar kunnen studenten meer informatie vinden over dit onderwerp?

Gaat de module over informatie delen of bewustwording creëren, aanleren kennis en vaardigheden, complexe problemen oplossen, of een verandering in houding en gedrag? Bij deze verschillende doelen horen andere andere ontwerpen. Zij beschrijft er verschillende.

its all about people: make it human

Bij Bean staat aandacht voor menselijke interactie centraal. Streven naar emotionele betrokkenheid, aandacht trekken en relevantie. Verhalen vertellen, iets onverwachts toevoegen, nieuwsgierigheid prikkelen, en varieer. Engaging and fun maar wel effectief en niet te veel *clicky-clicky bling-bling*. Sla niet door in allerlei leuke dingen toevoegen want dan kan het zijn doel (motiveren) missen, het kan zelfs irritant worden. Het belangrijkste is dat de lerende aan het denken wordt gezet. Maak de inhoud persoonlijk. Spreek de student aan op een conversatietoon. Schrijf actief.
Belang is ook om andere mensen naar je ontwerp te laten kijken. En evalueer met de studenten.

learning mixologist

Aan de eerder genoemde vier vaardigheden voor instructional designers wilde ik nog een vijfde toevoegen die Bean ook regelmatig in haar boek benoemd:

5. een onderzoekende en nieuwsgierige houding, houdt oren en ogen open voor nieuwe ontwikkelingen.

Ze spreekt op het eind van haar boek dan ook over een learning mixologist

A learning mixologist keeps an eye on technology trends, watching for any possibilities on the horizon

Net zoals Cammy Bean ben ik per toeval betrokken bij het ontwerpen van onderwijs. Ik heb er een beetje formeel voor geleerd en heel veel informeel, maar vooral veel samen met anderen: (nieuwe) dingen uitproberen en gewoon doen.

Een lekker lees weg boek. Het ligt op ons kantoor, te leen voor wie geïnteresseerd is.
Ergens in het boek kwam ik de afkorting Aida tegen. En nu met deze zomerse temperatuur droomde ik even weg, terug naar vorig jaar toen ik in de Arena di Verona genoten heb van een prachtige uitvoering van de opera Aida.

Judith

Aida – attention interest desire action

 

%d bloggers liken dit: