Categorie archief: 21st century skills

21st century skills zijn: ICT geletterdheid, informatievaardigheden, sociale en/of culturele vaardigheden (burgerschap), samenwerking en communicatie. Maar ook creativiteit, kritisch denken, en probleemoplosvaardigheden.

Toekomstbestendig leren

Ha Marcel,

Deze week is het rapport Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande banen gepubliceerd. Paul Kirschner heeft een (ons bekende) Group Concept Mapping procedure onder experts uitgezet om twee onderzoeksvragen te beantwoorden:

1. Hoe kan het onderwijs jongeren (en werkenden) optimaal voorbereiden op de onbekende en ook onvoorspelbare arbeidsmarkt van morgen?
2. Hoe daagt het onderwijs jongeren uit zich eerder, intensiever en realistischer voor te bereiden op werk en de toeleiding naar zulk werk?

Het onderzoek is mogelijk gemaakt door NSvP – Innovatief in Werk. Zij stellen:

Er is veel in beweging in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen gaan steeds harder en hebben een grote impact op de manier waarop wij werken, leren en leven. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, is wel duidelijk dat de druk op persoonlijke initiatief, ondernemerschap, leervermogen, adaptatie en flexibiliteit toe zal nemen. Vooral jongeren krijgen te maken met een sterk veranderende arbeidsmarkt. Veel van het werk waarvoor zij nu worden opgeleid, is vervallen of sterk veranderd tegen de tijd dat zij hun opleiding afronden. En eenmaal aan het werk zal leren en ontwikkelen een belangrijk thema blijven. Dit roept veel vragen op over het leren van de toekomst.

De eerste hoofdstukken van het rapport gaan over de achtergronden van het probleem waaronder een analyse van 21st century skills. Zoals we van Kirschner weten, stelt hij ook in deze publicatie dat “de vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren”.

Zeker, de vaardigheden: samenwerken, communiceren, probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit waren in de vorige eeuwen belangrijk, maar of daar veel aandacht aan werd besteed? Als leerling / student die lagere school, mavo, have, bibliotheekacademie in de jaren 60-70-80 van de vorige eeuw heeft doorlopen, kan ik me niet herinneren dat op deze vaardigheden ‘gestuurd’ werd. Samenwerken? … Groepsopdrachten? … Ik zat voornamelijk alleen op mijn kamertje te leren. En kritisch denken was tijdens mijn onderwijstijd not done: stil zijn en luisteren. Dus heel goed, vind ik, dat ze nog steeds belangrijke 21e eeuwse vaardigheden worden benoemd.

Zijn conclusie dat eigenlijk informatiegeletterdheid en informatiemanagement de enige vaardigheden die echt als 21e -eeuws aangemerkt kunnen worden, vind ik niet helemaal terecht. Het kunnen zoeken, identificeren, evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen en effectief gebruiken van verkregen informatie (informatiegeletterdheid) en het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie (informatiemanagement) zijn zeer belangrijke vaardigheden. Als bibliothecaris uit de vorige eeuw weet ik daar alles van 😉

Door de automatisering zijn al deze ’21e eeuwse’ vaardigheden wel in een ander daglicht komen te staan. De vier ict-gerelateerde begrippen informatievaardigheden, mediawijsheid, computal thinking en ict-basisvaardigheden uit 21EV-model van Kennisnet en SLO zijn het meest 21e eeuws. Ach, ik kan me ook helemaal vinden in de term ‘toekomstbestendig leren’ hoor 😉 Waarmee Kirschner en Vander Molen (bron) bedoelen:

Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

Het onderzoek is beperkt tot het (v)mbo omdat deze beroepen vermoedelijk op korte termijn door robots worden uitgevoerd. De Take-Home Messages uit dit rapport zijn volgens mij ook van toepassing op het hbo. Ook big data en AI (kunstmatige intelligentie) zullen grote impact hebben op de beroepen waar wij onze studenten voor opleiden.

De school / Het onderwijs heeft hierbij (toekomstbestendig leren) een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in de toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ICT is niet goed geïntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ICT-kennis en –vaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Via Group Concept Mapping verzamelde Kirschner van 61 expert 239 ideeën waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De ideeën die dat opleverde, zijn daarna gesorteerd in 15 clusters en gescoord op het belang (door 42 experts) en de haalbaarheid (door 35 experts) ervan.

Uit bovenstaand schema blijkt dat het kunnen reflecteren en kritisch denken door experts als het belangrijkste wordt gevonden in tegenstelling tot informatievaardigheden. Toch zijn deze veranderingen niet makkelijk haalbaar volgens hen. Opvallend is dat ook curriculumvernieuwing (herontwerp de school) en docentprofessionalisering laag scoort op belangrijkheid, terwijl wij daar bij Zuyd nu zo hoog op inzetten.

Tot slot beveelt Paul Kirschner een drietrapsprocedure voor.

  1. het fundament: zorg dat leerlingen beschikken over nodige basiskennis om verder op voort te bouwen.
  2. efficacy building: zorg dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben en dat ze beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren.
  3. hogere-orde denkvaardigheden: metacognitie, reflectie en kritisch denken. Vaardigheden voor een leven lang leren.

Interessante studie. Wordt nog wel verder binnen Zuyd verspreid, vermoed ik 😉

Groet,
Judith

Technology Enhanced Scrumming

Ha Judith,

Mooi dat je via Petra weer opnieuw over SCRUM begint. In een van onze eerdere blogs hebben we het al gehad over Agile en ik krijg er steeds meer ervaring mee. Bijzonder is om te zien dat onze studenten SCRUM ook gebruiken als een planningstool op het moment dat ze alleen werken. Zo heb ik momenteel een afstudeerder, Arnold, die bezig is met 2beQuestioned een tool omgebruikers vragen te stellen in een hoeveelheid en op een frequentie die zij prettig vinden. Een tool die een beetje tussen de Zweinstein game en Themepark Feedback in zit. Het werken met korte ‘sprints’ en met start en finish momenten werkt voor zowel Arnold als zijn begeleider (ikzelf) erg prettig. Misschien omdat zijn begeleider ook ietwat chaotisch is? In ieder geval een voorbeeld waarbij dat mensen alleen SCRUMMEN.

Arnold heeft me geïntroduceerd in de wereld van Trello. Hij gebruikt deze projecttool om te SCRUMMEN. De mensen van Trello leggen uit hoe het gebruikt kan worden:

 

Nu werken collega’s Miguel van der Laar en Rianne Boumans ook met Scrum, maar dan met een hele klas aan 1 project. Ze doen dit niet met een digitale tool maar met ‘verschillende kleuren post-its ‘ op een van de glazen wanden van onze vergaderruimtes. Denk aan 25-30 personen tegelijk die aan een project werken. Als opdrachtgever/klant ga ik dat komend blok meemaken in een opdracht die we samen met een netwerk ergotherapeuten oppakken. De studenten moeten een monitor en samenwerktool maken voor de ergotherapeuten die hun helpt in hun dagelijkse werk, de registratie en de kennisuitwisseling hierover. Voor mij de eerste keer dat ik in de vorm, met zijn 30en tegelijk, echt ga scrummen. In het project Voor Elkaar werk ik ook met een 20-tal studenten, maar daar wordt niet gescrumd. Daar probeer ik wel Basecamp te gebruiken als omgeving om gezamenlijk in te communiceren, maar dat lukt nog niet erg omdat de projectleiding (lees: ik) nog niet genoeg de mogelijkheden van de tool gebruikt om de communicatie te sturen. Ik zal eens vragen aan Miguel en Rianne of zij ook een digitale tool gebruiken die de SCRUM ondersteund.

Groet Marcel

Ben jij op de hoogte van je auteursrecht?

Dag Marcel,

Mijn bericht over Bloggen in het onderwijs eindigde ik met de belofte nog iets over auteursrecht te schrijven.

auteursrecht

Ken jij artikel 1 van de Auteurswet?

‘Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgende, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld.’

Dat betekent dat iedereen die iets schrijft of maakt hiervan eigenaar (rechthebbende) is. Het auteursrecht beschermt 2 rechten: het recht om je werk openbaar te maken en het recht om je werk te verveelvoudigen. Dit betekent dat een ander toestemming nodig heeft van de rechthebbende om (gedeelten) van een werk openbaar te maken of te verspreiden. Onderstaand filmpje van auteursrecht.nl legt in een paar minuten duidelijk uit wat auteursrecht inhoudt.

Ter verduidelijking, omdat hier veel misverstanden over zijn:

  • Het versturen van een (gescand) artikel via de mail aan wie dan ook, het plaatsen van een artikel, afbeelding e.d. op een website (of dit nu wel of niet achter een inlog zit, geldt dus ook voor intranet en elektronische leeromgevingen) zijn allemaal vormen van openbaar maken, en dus niet toegestaan zonder toestemming van de rechthebbende.
  • Je mag wel hyperlinken naar een bron op internet, dit is geen vorm van openbaarmaking.
  • Het is toegestaan om zonder toestemming van de rechthebbende een digitale of papieren kopie van een werk voor eigen gebruik te maken.
  • Voor onderwijsdoeleinde is het wel toegestaan korte gedeelte van werk te gebruiken. Het AuteursrechtInformatiePunt van Zuyd Bibliotheek kan je precies vertellen wat deze regeling inhoudt.

Zie ook de toolbox van SURF met praktische hulpmiddelen rondom auteursrecht.

werkgeversauteursrecht

Bloggers (dus ook studenten als studieopdracht) hebben recht op hun eigen geschreven blogposts. Echter voor docenten/medewerkers van een hbo-instelling ligt dat iets anders. In artikel 7 van de Auteurswet staat

Indien de arbeid, in dienst van een ander verricht, bestaat in het vervaardigen van bepaalde werken van letterkunde, wetenschap of kunst, dan wordt, tenzij tusschen partijen anders is overeengekomen, als de maker van die werken aangemerkt degene, in wiens dienst de werken zijn vervaardigd.

Je zou denken dat je dit werkgeversauteursrecht kunt omzeilen door te zeggen dat je je blogs of artikelen in je eigen tijd schrijft. Dit geldt niet voor het hbo. In de cao-hbo staat in artikel E-7 namelijk dat de hogeschool auteursrechthebbende van publicaties van werknemers.

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit: het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet;

Dit betekent dus ook voor alle publicaties van docenten en onderzoekers in dienst van een hbo-instelling. En ook voor ons bloggers. Tsja.
Nu verwacht ik niet dat onze werkgever, ondanks dat er nog geen publicatiebeleid is, het auteursrecht van al de werken van de lectoren, onderzoekers, docenten en bloggers op zal eisen. Ik weet dat Team Onderzoek van Zuyd Bibliotheek het college geadviseerd heeft een publicatiebeleid te ontwikkelen. Zover ik weet gaat het hierbij over afspraken rondom Open Access. Ik heb ze al ingefluisterd ook iets over Open Educational Resources op te nemen. Hierbij een aanvullend advies aan hen om ook eens naar het auteursrecht van haar werknemers te kijken.

licenties tot publiceren

Tot die tijd is het raadzaam dat als je als werknemer van Zuyd (maar ook voor studenten slim om te doen) gaat publiceren van te voren goed na te denken over de licentie waaronder je je werk verspreidt. Regel je niets dan krijg je automatisch het auteursrecht zoals hierboven toegelicht. Dat betekent dat iedereen (wettelijk gezien) jou om toestemming moet vragen wanneer men jouw publicatie wilt gebruiken. Als jij dit zo wilt, dan is dat prima. Maar er zijn mogelijkheden om vooraf je copyright te regelen. Dit zijn de CREATIVE COMMONS licenties.

Creative Commons biedt auteurs, kunstenaars, wetenschappers, docenten en alle andere creatieve makers de vrijheid om op een flexibele manier met hun auteursrechten om te gaan. Met een keuze uit zes (gratis) beschikbare standaardlicenties bepaalt de auteursrechthebbende in welke mate zijn of haar werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag.

cclicenties

Klik hier voor meer uitleg

Met een Creative Commons-licentie behoud je al je rechten, maar geef je aan anderen toestemming om je werk te verspreiden, met anderen te delen of bij sommige licenties ook om het werk te bewerken. Het aanbieden van je werk onder een Creative Commons-licentie betekent niet dat je je auteursrechten opgeeft. Zonder een Creative Commons-licentie zou iedereen expliciet toestemming aan je moeten vragen voor elk gebruik van je werk. Met een Creative Commons-licentie kan je in een keer aan iedereen duidelijk maken onder welke voorwaarden ze je werk mogen gebruiken zonder dat er telkens toestemming nodig is.

Op dit blog zit ook CC-BY-SA

Oja, Marcel. Als je gaat publiceren in tijdschriften met een abonnementsmodel (maar waarom zou je dat doen? Jij gaat toch Open Access publiceren? 🙂 ) check dan deze licentie van SURF, zodat je in ieder geval je auteursrecht in eigen hand houdt.

Open Onderzoek

In je blog van gisteren schreef je dat je bang bent je eigen ramen in te gooien als je open gaat onderzoeken omdat andere onderzoekers met je ideeën er vandoor zouden kunnen gaan. Nu denk ik dat het nooit goed is om vanuit angst te handelen 😉 En als die onderzoekswereld nog niet zo werkt, wat let je om het dan toch te doen? Dat is ook de Plek der Moeite 😉 .

Als je het filmpje over auteursrecht bekeken hebt, weet je nu dat auteursrecht geldt vanaf het eerste kladje, het werk hoeft dus nog niet af te zijn. Maar op ideeën in je hoofd, zit geen auteursrecht. Dus leg ze maar snel vast in een blogpost *grijns*.

Ja, ik ben je een beetje aan het plagen. Ik weet uit eigen ervaring dat tijdens onderzoek ‘systemen’ veranderen, bijna niet te doen is. Als ‘critical friend’ van je promotietraject blijf ik je wel wijzen op open research, open licences, open science, open data, open education, open acces. En je daarbij helpen natuurlijk!

En laat nu 2017 the YEAR OF OPEN zijn!

Print

Judith

Nog een leestip: In 5 stappen naar Open Science – niet voor mietjes 🙂

#ietsteverbergen #nietsteverbergen

privacy

Hi Marcel,

Gisteravond zat ik samen met dochterlief in een uitverkocht theaterzaal (zo’n 180 man) in Lux Nijmegen te luistern naar Maurits Martijn en Dimitri Tokmetzis, twee journalisten van De Correspondent. Nog niet zo lang geleden hebben zij het boek Je hebt wel iets te verbergen. Over het levensbelang van privacy uitgegeven. Het is een bestseller. Blijkbaar is privacy een hot item. Niet onterecht natuurlijk. Google en Facebook zijn grote datavervuilers. Tokmetzis en Martijn zijn op tournee om het gesprek over een nieuw privacyklimaat op gang te brengen. Zoals zij in de epiloog van hun boek schrijven: net zoals nu aandacht is voor klimaatproblemen is het voor privacy ook nodig dat dit als een collectief probleem gezien wordt. Het besef moet komen dat we veel te beschermen hebben. “Pas dan kunnen wij weerstand bieden aan de krachten die onze privacy  en daarmee waarden als burgerschap, solidariteit en autonomie  in gevaar brengen.”

Ik heb niet veel nieuwe dingen gehoord. Ik weet natuurlijk wel dat niets voor niets is op het internet. En dat alles wat je plaatst via ‘gratis’ apps, handelswaar is voor bedrijven. Ik ben me niet altijd bewust van dat op basis van mijn datasporen besluiten worden genomen. Wel eens van social sorting gehoord? Een term van de Canadese socioloog David Lyon: “Social sorting is een manier om identiteiten vast te stellen, maar ook om risico’s en waarde toe te wijzen aan mensen.” Data wordt gebruikt om onderscheid te maken tussen mensen, mensen worden in hokjes gestopt. Datasporen worden gekoppeld en daaruit worden conclusies getrokken. Je wordt in de gaten gehouden door mensen met een andere bril op, met een zienswijze die jij niet kent. Doen wij dat in onderwijs ook als we met learning analytics gaan werken, vroeg ik me af?

Heb ik iets te verbergen? Natuurlijk wel. Ieder men heeft iets te verbergen. Maar dat zet ik bewust niet op internet. Dus denk ik dat ik niets te verbergen heb. Ik plaats veel en deel gul open en online. Toch kunnen mijn data op dit moment in deze context onschuldig zijn, maar in een andere context in een andere tijd gevaarlijk zijn. Daar kregen we voorbeelden van die me wel tot denken zet. We kregen 5 tegenwerpingen te horen en te zien (op een vreselijk slecht beeldscherm trouwens) tegen de stelling ‘ik heb niets te verbergen

    1. Wat is fout?
    2. Het foute en illegale verandert
    3. Je weet niet waar ze naar zoeken
    4. Overheden en bedrijven zijn niet te vertrouwen (#notetoself WRR-raport iOverheid)
    5. We kennen de toekomst niet

Een terechte vraag: Wat kan de de technologie van de toekomst met de data van vandaag?

De avond begon en eindigde met mensen uit het publiek als proefkonijn te gebruiken. De naam van dochterlief werd als eerste genoemd 🙂

lp

Even schrikken natuurlijk, maar behalve dat ze wisten dat ze carnaval viert in Maastricht en in een multiculti wijk in Nijmegen woont, werd er niks spectaculairs over haar genoemd. Er waren wel mensen waarvan ze wachtwoorden hadden achterhaald.

Omdat ik tijdens de avond aantekeningen maakte op mijn telefoon, zag ik op een gegeven moment dat ik een gast wifi-verbinding had ipv 4G. Dat vond ik vreemd/verdacht. Snel heb ik mijn wifi uitgezet. En jawel hoor, op het eind kwam een ethisch hacker op het toneel. Die met een apparaatje onze ooit onbeveiligde wifi netwerken had geactiveerd.

Ja, onze apparaten roddelen veel over ons. Dat bleek. Via je wifi, via je batterijverbruik. Zelfs door het luisteren naar de ventilator van je laptop of door te kijken naar de vibraties van de wifisignalen kan men horen/zien wat je typt. Althans daar wordt nu wel onderzoek naar gedaan. *Creepy*

Na afloop kregen we een boekje (nou ja, boekje 😦 … een flyer) de digitale zelfverdedigingsgids, die ik ook al in de Nieuwsflits heb verspreid. Goede tips die een ieder zich ter harte zou moeten nemen. Ik heb inmiddels op Facebook mijn instellingen aangepast. Nu moet ik eerst goedkeuren als ik getagd word. Er kunnen immers zomaar foto’s van mij verspreid worden door vrienden die het niet zo nauw nemen met de privacy op Facebook. Daar zag ik gisteren voorbeelden van.

Hoewel de avond me niet heel veel nieuws bracht, zette het me wel aan tot nadenken.
Het boek ga ik zeker nog lezen.

Groet, Judith

Transliteracy

Dag Marcel,

De afgelopen weken is de vragenlijst die Ankie en ik hebben gemaakt rondom ‘Leren en lesgeven met ict’ weer verspreid onder de deelnemers van de Docentencursus (BDB) maar dit keer ook bij de ontwikkelaars van Zuyd Professional. Het doel van deze vragenlijst is om de beginsituatie ten aanzien van leren en lesgeven met ict voor de docent zelf duidelijk te krijgen. We hebben hierbij gebruik gemaakt van de eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict van het iXperium Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Wat we vorig jaar zagen, wat ik in mijn masteronderzoek zag en nu eigenlijk ook weer is dat docenten graag leertechnologie willen inzetten maar vinden dat ze hiervoor onvoldoende digitaal didactische bekwaamheden hebben. De meeste vinden zich wel informatievaardig.

Ik moest hier aan denken toen ik het artikel What exactly is transliteracy? van Suzana Sukovic las.

transliteracy-conceptual-model-sukovic

Transliteracy is an ability to use diverse analogue and digital technologies, techniques, modes and protocols

  • to search for and work with a variety of resources
  • to collaborate and participate in social networks
  • to communicate meanings and new knowledge by using different tones, genres, modalities and media.

Transliteracy consists of skills, knowledge, thinking and acting, which enable a fluid ‘movement across’ in a way that is defined by situational, social, cultural and technological contexts.

Moeten we in plaats van docenten te bevragen of hij is “in staat is online effectief informatie te zoeken en te vinden, de betrouwbaarheid van deze informatie te beoordelen, diverse online informatiebronnen te benutten, informatie van diverse bronnen met elkaar te vergelijken en de gevonden informatie te synthetiseren” eigenlijk niet bevragen over transliteracy? Of hebben we het dan toch weer over 21st century skills? Het lijkt allemaal wel veel op elkaar hè? Het heeft waarschijnlijk meer te maken vanuit welke discipline je deze vaardigheden beschrijft.

Hoe je het ook noemt of beschrijft, deze vaardigheden zijn belangrijk voor elke beroep waar we bij Zuyd studenten voor opleiden. En daarmee ook belangrijk voor onze docenten.

Groet,
Judith

Die vermaledijde 21st century skills

Ha Marcel,

Heb je meegekregen dat het oude vertrouwde blauwe 21st century skills model onlangs vervangen is door een nieuwe? Kennisnet en SLO hebben een meer gedetailleerd model van 21e eeuwse vaardigheden ontwikkeld. Op de site staat: “Dit model omschrijft 11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken. De eerste concrete lesmaterialen bij dit model komen dit voorjaar beschikbaar.”

Model_21e_eeuwse_vaardigheden (1)Wat opvalt is dat het containerbegrip ‘ict-geletterdheid’ niet meer zelfstandige term voorkomt. Dit begrip was sowieso een containerbegrip dat al vaker uitgesplitst werd in: mediawijsheid, informatievaardigheden en ict-basisvaardigheden. Dat is nu aangevuld met computal thinking.
Daarnaast zijn de kernvakken taal en rekenen verdwenen. Daar zullen sommige wel over vallen. Wat ik wel jammer vind is dat de buitenste circel verdwenen is. Leven (betrokken) – werken (ondernemend) – leren (nieuwsgierig) vind ik wel basale mindsets die hierbij een rol spelen.

Onder 21st centrury skills verstaan we nu dus

  • computal thinking *new*
  • mediawijsheid
  • ict-basisvaardigheden
  • informatievaardigheden
  • sociale & culturele vaardigheden
  • samenwerken
  • communiceren
  • zelfregulering *new*
  • kritisch denken
  • creatief denken
  • probleem oplossen

Over de term 21st century skills is altijd wel gedoe. Zijn de vaardigheden (muv de 4 ict-gerelateerde begrippen) zoals benoemd in het model wel zo 21e eeuws? Nee. Maar het zijn wel vaardigheden die door de internettechnologie in een andere dynamiek gekomen zijn. Dus ja, het is terecht dat we daar aandacht aan besteden. En ja, het zijn wel veel vaardigheden. Maar we leven dan ook in een complexe wereld. En inderdaad zoals Pierre Gorissen op zijn blog schrijft: “gebruik het model om naar je eigen visie en curriculum te kijken. En vooral ook: deel met anderen waarom je dingen anders doet, licht de keuzes toe die je als school en als leerkracht daarbij maakt. Dat zou ik pas echt krachtig vinden.” Dat vind ik ook. Elk model heeft beperkingen. Laten we deze vaardigheden ook tegen het licht houden van (ict)docentprofessionalisering. Ik ga dat zeker doen. Ik ga maar weer eens een opzetje maken voor een notitie 😉

Groeten,
Judith

Andersom organiseren begint bij andersom denken

Ha Judith,

In je blogpost: Andersom organiseren. Doen wat nodig is. beschrijf je het verhaal van een CvB dat zijn organisatie heeft omgegooid. Dat zegt nu te luisteren in plaats van te zenden, dat aangeeft mee te groeien met de complexiteit van deze wereld en in te zien dat de organisatie anders moet veranderen.

Het was dat ik de eerste paragraaf goed had gelezen anders had ik gedacht dat dit boek door onze collegeleden geschreven zou zijn. Het zou zomaar kunnen. Echt waar. Op het moment dat we het gesprek aan zouden gaan over dit onderwerp met onze collegeleden dan denk ik echt dat ze voor elk van de mindset/skills in de VUCA world voorbeelden weten te noemen van uitgezette of ondersteunde acties.

Of denk je dat ik me vergis?

Of denk je dat er collega’s zijn die dat niet zien. Of die dat wellicht anders zien?

Ik weet dat jouw persoonlijke gesprekken met onze collegeleden positief zijn. In die zin dat ze net zoals mijn gesprekken steeds een blijk geven van de bereidheid om Andersom te organiseren en te doen wat nodig is.

Dus laat ons eens andersom denken. Wat zouden wij doen, wat zouden wij nodig vinden als we het CvB waren. En waarom zeggen we dat niet, waarom schrijven we dat niet. Vanwege de onzekerheid, omdat we net als die CvB leden niet het hele probleem overzien (VUCA world) dat we niet de consequenties kunnen inschatten (VUCA world) of dat oplossingen complex zijn. Omdat er toch iets in ons zit van meedraaien in de huidige organisatievorm in plaats van dat we het andersom organiseren.

Jouw blogpost is een stap maar help me nu om erachter te komen wat wij moeten veranderen, wat wij andersom moeten organiseren, wat wij kunnen doen wat nodig is.

Ik kom vandaag niet veel verder als:

  • Is het directere communicatie naar het CvB? Met suggesties met oplossingsrichtingen? Via mail, per whatsapp of gewoon even de kamer binnenlopen? Karel heeft ook een Mickey mok die band heb ik al met hem!
  • Maak van lectoren Allies, doe een vergaderverzoek en bespreek dat briljante idee.
  • Spreek die collega aan op zijn gedrag.

Maar dan doen we toch al? Of?…

Ik denk dat ik begrijp waar je blogpost vandaan komt maar door er over na te denken of we nu al andersom zijn of andersom nog moeten gaan worden ben ik de oriëntatie kwijt. Ik voel me een beetje een Acrobat.

En dat is goed! Het is een noodzakelijke mindset. In welke wereld dan ook.

Groet Marcel

 

 

Work in progress: Katalysatorgame om community activity te stimuleren

Proficiat Judith,

Van harte gefeliciteerd met je verjaardag. Nee sorry geen speciale blog, althans geen “verjaardagsblog” of zo. Sterker nog wederom heb ik je hulp nodig. In het meedenken dan.  Let op de namen die ik noem zijn de namen van de projecten in mijn beleving, vaak hebben ze iets andere namen.

Zowel bij de projecten Community of communities (BOSK/Barbara Piskur) als bij de WWW Wijzer (Hoogstraete/Marjolijn Ketelaar) als M.O.O.D.S. is er in de basis een katalysator nodig. Een katalysator die bij meer projecten nodig is, namelijk een katalysator die de community levend en actief houdt. De genoemde drie projecten zijn voor mij de triggers om het wederom te proberen en in het bijzonder ben ik met Sander (student IM) bezig om de “katalysatorgame” uit te werken voor M.O.O.D.S. maar wel met herbruikbaarheid in het achterhoofd. Sander heeft me een conceptstuk gestuurd en plaatjes. Genoeg om over te praten. Dus input van jou en onze lezers is zoals altijd welkom.

Het conceptstuk tot nu toe:

Feedback the game Een uitdagend spel waarbij feedback geven de sleutel tot succes is

Concept versie 0.1

Auteur: Sander Janssen

Instelling: Zuyd Hogeschool te Heerlen

 

Inleiding Dit spel is opgezet met als doel het in kaart brengen van de spel mogelijkheden die er momenteel zijn in het belonen van gebruikers van een feedback app doormiddel van participatie in de vorm van een community setting. Dit spel is ontwikkeld in opdracht van Marcel Schmitz, opleidingscoördinator bij de faculteit ICT, Zuyd Hogeschool te Heerlen. Op basis van een gesprek tussen de auteur en de opdrachtgever, is er een opdrachtomschrijving vastgelegd samen met een doelstelling die toespitst op het ontwikkelen van een spelvariant wat betreft het geven, ontvangen en belonen van feedback.

Ontwikkeling Omdat het spel een voorloper zal zijn voor een toekomstige app in het functioneren van het geven van beloningen, is er nagedacht over de manier waarop spelers van Feedback the game worden beloond nadat de juiste feedback is ontvangen. Belangrijk is hierbij het feit dat de organisatie op verschillende aspecten feedback wil ontvangen. De feedback zal moeten voldoen aan een aantal gestelde eisen zoals het omschrijven van een ervaring met een aantal positieve en negatieve punten.

Als concept is het spel is momenteel opgezet in de vorm van een kaartspel. Dit geeft tijdens de ontwikkeling van het spel flexibiliteit in het implementeren van nieuwe spelelementen doormiddel van een spelkaart of dergelijke. Inspiratie voor het ontwikkelen van het concept is gehaald uit de bekende kaartspellen UNO en Memory. De keuze hiervan komt voort uit het tactische spelelement uit UNO en het matchen van kaarten (objecten) uit memory. De auteur heeft deze twee spellen geselecteerd en heeft als het ware een hybride spel gemaakt van beide, met elk hun eigen kenmerken die bijdragen in het opzetten van het spel Feedback the game.

Het spel Feedback the game wordt op gespeeld met een kleine groep spelers. Dit is gedaan om het spel dynamisch en vlot aan te laten voelen zonder dat een speler lange wachttijden hoeft te ervaren. Het doel van het spel wordt daarnaast ook voldoende gesimuleerd met een kleine groep spelers. Feedback the game dient gespeeld te worden door minimaal 5 en maximaal 9 spelers. Bij het spelen van Feedback the game, kan er onderscheid worden gemaakt in twee rollen. De rollen zijn ‘Feedbackers’ en ‘Experts’. In een normaal spel is er altijd één Expert (Spelmeester) en de andere deelnemers vervullen de ‘Feedbackers’ rol.

Om een real life scenario te simuleren, is er gekozen om een beurt van Feedback the game te vergelijken met een kalenderweek. Een volledig spel van Feedback the game, duurt 8 weken ofwel 8 beurten. Per beurt wordt er een aantal stappen doorlopen. Tijdens elke beurt of week kan de speler punten verdienen, de speler die aan het einde van de 8 weken de meeste feedback punten heeft verzameld, wint het spel. De precieze werking van het spel, welke stappen er worden uitgevoerd en andere belangrijke componenten zoals spelregels van Feedback the game worden uitgelegd op de volgende pagina’s.

Ontwikkeling de ontwikkeling van dit spel zit momenteel nog in de conceptuele fase. Eventuele aanmerkingen of aanpassingen vanuit de opdrachtgever zijn ten alle tijden gewenst om de tot stand komen van dit spel te bevorderen. Indien er aspecten dienen aangepast te worden dient dit te gebeuren via feedback in de vorm van opmerkingen in dit document.

Speluitleg algemeen Een spel van Feedback the game, duurt 8 beurten. Elke beurt symboliseert 1 week. Spelers krijgen dus elke week 1 nieuwe vraag waarvoor feedback wordt gevraagd door de ‘Expert’. Daarnaast kunnen spelers dus 8 keer punten verdienen tijdens een spelronde.

Tijdens het spelen van Feedback the game zijn er 3 soorten spelkaarten die worden gebruikt:

  • Mening kaarten

Mening kaarten zijn de kaarten die de ‘Feedbackers’ in handen hebben tijdens het spelen van Feedback the game. Op deze kaarten staan een aantal indicatoren die waarde geven aan de spelkaart. Deze mening kaarten worden elke beurt opgelegd door de ‘Feedbacker’ als response op de ‘Expert’ Vraag kaart. De indicatoren op de kaarten zijn:

  • Kleur (Rood / Geel / Groen ) Op elke kaart staat er een kleur aangegeven, dit is belangrijk om te weten omdat deze kleuren overeenkomen met de kleuren die op de vraagkaart staan. Spelers weten tijdens het spelen niet welke kleur de vraagkaart van die beurt heeft en moeten dus aan de hand van de soort vraag zoals die wordt opgelezen door de ‘Expert’, gokken welke soort vraagkleur dit is.
  • Vermenigvuldigingsfactor Op het moment dat de vraagkleur en de gespeelde mening kleur overeenkomen, worden er punten uitgedeeld aan de spelers die de kloppende kleur hebben gegokt. Hierbij komt de vermenigvuldigingsfactor kijken. Op elke kaart staat een andere classificatie wat betreft vermenigvuldigingsfactor (vb. Groene mening kaart met een factor 1.5 t/m 2.5 & een Gele mening kaart met een factor 0.5 t/m 1.5)
  • Mening waarde Omdat meningen geven in vele soorten en mate komt, worden er punten toegekend aan de hand van de mening die op de kaart staat. De punten schaal wordt ingericht aan de hand van de lengte van de mening waarbij korte, niet omschrijvende meningen, weinig punten krijgen en uitgebreidere meningen met kritische feedback meer punten waard zijn.
  • Mening
  • Dit is een zin of een aantal zinnen beschreven op de spelkaart die antwoord geven op de vraagkaart van de ‘Expert’. Aan de mening zijn punten gekoppeld zoals hierboven staat beschreven.

[afbeelding mening kaarten] 

  • Vraag kaarten

Vraag kaarten zijn in het bezit van de ‘Expert’ en moeten worden beschouwd als feedbackmomenten vanuit de organisatie. Elke ronde mag de ‘Expert’ één vraagkaart kiezen en oplezen aan de medespelers. De spelers mogen dan hierop reageren met hun mening kaarten en kunnen hier punten mee verdienen. Details staan in de spelregels. Ook op de vraag kaarten staan een aantal indicatoren die belangrijk zijn tijdens het spelen van het spel:

  • Kleur (Rood / Geel / Groen )
  • Op elke kaart staat er een kleur aangegeven, dit is belangrijk om geheim te houden voor de ‘Feedbackers’ omdat deze kleuren overeenkomen met de kleuren die op de meningkaart staan. Spelers weten tijdens het spelen niet welke kleur de vraagkaart van die beurt heeft en moeten dus aan de hand van de soort vraag zoals die wordt opgelezen door de ‘Expert’, gokken welke soort vraagkleur dit is.
  • Vraag
  • De vraag staat vermeld op de vraagkaart. Deze vraag moet hardop worden voorgelezen aan de ‘Feedbackers’ zodat deze kunnen gaan raden welke soort vraag dit is en welke kaart ze willen inzetten voor deze spelronde. Er is een onderverdeling tussen de kleuren wat betreft verschillende soorten vragen waarbij rood = … , geel = … , groen = … . Aan de hand van het onderwerp van de vraag moeten ‘Feedbackers’ dus proberen te raden om welke categorie of kleur het gaat.

[afbeelding vraagkaarten]

  • Situatie kaarten

Situatie kaarten voegen een strategisch spelelement toe aan het spel zoals bij het kaart spel UNO. Met deze kaarten kunnen ‘Feedbackers’ elkaar dwarsbomen of elkaar juist helpen, op deze manier moet er een teamverband ontstaan tussen de spelers om zo de beste feedback te geven op de vragen van de ‘Experts’. Aan het begin van elke beurt mogen alle spelers één situatie kaart trekken, deze is inzetbaar aan het einde van elke beurt. Er bestaan een aantal soorten situatie kaarten in de concept versie van Feedback the game:

  • Kleur kiezen Voor de volgende beurt mag de betreffende speler een kleur uitkiezen voor de volgende vraagkaart, hiermee kan de speler bijvoorbeeld een voordeel doen met een waardevolle mening kaart.

[ situatie kaart ]

  • Ruil kaarten van een medespeler
  • De betreffende speler ruilt alle kaarten van zichzelf met een uit te kiezen medespeler.

[ruilen kaarten]

  • Eigen kaarten weggooien en 5x nieuwe kaarten trekken Hierbij worden alle kaarten van de speler op de stapel gegooid en mag de speler 5 nieuwe mening kaarten trekken.

[weggooien en nieuwe]

  • Ruilen van ‘credits’ met een medespeler Hierbij mag de speler die de kaart trekt ruilen van punten met een uit te kiezen medespeler, deze medespeler mag op dat moment echter niet eerste gerangschikt zijn qua verdiende punten.

[ruilen feedback credits]

  • Trek een extra mening kaart de volgende beurt De speler krijgt een extra mening kaart voor de volgende speelronde.

[extra mening kaart]

  • Verdubbelingsfactor +0.5 van jezelf of een andere speler
  • Help je team om betere feedback te geven! Als je medespeler of jijzelf (een van de twee) de vraag goed heeft gefeedbackt, komt er een +0.5 factor bovenop de kaart waarde.

[verdubbel kaart]

  • Verdubbelingsfactor -0.5 van jezelf of een andere speler
  • Dwarsboom je tegenstander! Als je medespeler of jijzelf (een van de twee) de vraag goed heeft gefeedbackt, wordt er een -0.5 factor van de kaartwaarde afgetrokken.

[dwarsboomkaart]

Spelregels Hieronder zullen de regels van Feedback the game worden weergeven. Om het spel zo eenvoudig mogelijk te houden wordt er op dit moment gekozen om zo min mogelijk regelgeving toe te passen om een dynamische situatie na te bootsen. Mocht er na afloop van het testen van het spel toch nog behoefte zijn aan beperkingen in de vorm van regels, kunnen deze alsnog worden toegevoegd.

  1. Er is altijd maar één expert tijdens het spelen van Feedback the game
  2. Bij aanvang van de 1ste week krijgen feedbackers 5 mening kaarten en krijgt de expert 8 vraag kaarten.
  3. De expert beslist zelf welke vraag kaart hij aan het begin van elke beurt speelt.
  4. De expert moet de vraag die op de vraag kaart staat duidelijk voorlezen aan zijn medespelers, hij mag hier echter niet bij vertellen welke kleur de vraag kaart heeft.
  5. De feedbackers moeten elke ronde één mening kaart spelen. Het mag dus niet voor komen dat spelers een beurt overslaan.
  6. De kleuren tussen de gespeelde kaarten moeten overeenkomen. Bijvoorbeeld: Groene mening kaart + groene vraag kaart.
  7. Indien meerdere feedbackers de juiste kleur kaart hebben, en dus in aanmerking komen voor punten, krijgt iedere speler die de match goed had, punten toegekend.
  8. Situatie kaarten gaan pas de volgende beurt/week in, situatiekaarten die worden ingezet in week 1 kunnen altijd alleen maar effect hebben op week 2
  9. Elke nieuwe beurt/week trekken de feedbackers een nieuwe situatiekaart en gooien ze de situatiekaart van de vorige week weg, feedbackers hebben dus altijd maximaal maar één situatiekaart in handen.
  10. Elke nieuwe beurt/week trekken de feedbackers een nieuwe mening kaart, deze wordt dan toegevoegd aan de ‘hand’ van de feedbacker en kan deze naar eigen belang inzetten wanneer hij of zij dat wilt.
  11. Elke nieuwe beurt/week trekt de expert een nieuwe vraag kaart, deze wordt dan toegevoegd aan de ‘hand’ van de expert en kan deze naar eigen belang inzetten wanneer hij of zij dat wilt.
  12. Indien er in de laatste beurt/week nog een situatiekaart wordt gespeeld, wordt deze aan het einde van beurt 8 uitgevoerd, hierna is het spel afgelopen.
  13. De feedbacker die aan het einde van de 8 beurten/weken de hoogste score heeft, heeft Feedback the game gewonnen. De expert kan het spel nooit winnen, deze is louter aanwezig als spelleider.
  14. Punten worden toegekend aan de spelers op basis van de elementen zoals die op de vorige pagina staan beschreven, en niet anders. Indien de kleuren overeenkomen tussen de vraag kaart en de mening kaart, wordt de meningwaarde vermenigvuldigd met de vermenigvuldigingsfactor die vermeld staat op de mening kaart.

Toevoeging van regels geschiedt op basis van feedback en testen.

Spelverloop

Hieronder wordt een spel uitgeschreven zoals het bedoeld wordt, we schrijven hierbij een spelronde uit van begin tot einde met een spelersgroep van 5 personen.

  1. Piet, Jan, Klaas, Bob kiezen de rol van Feedbacker
  2. Marcel kiest de rol van Expert
  3. De feedbackers krijgen elk 5 mening kaarten toegekend van de stapel
  4. De expert krijgt 8 vraag kaarten toegekend van de stapel
  5. De feedbackers krijgen elk 1 situatie kaart toegekend van de stapel (Piet heeft ‘ruilen kaarten’ , Jan heeft ‘ruilen credits’ , Klaas heeft ‘extra mening’ , Bob heeft ‘kies een kleur’)
  6. Marcel kiest ervoor om te beginnen met een groene vraag kaart
  7. De vraag wordt voorgelezen en luidt als volgt: ….
  8. De Feedbackers krijgen nu bedenk tijd om een mening kaart te kiezen die bij de vraag kaart zou kunnen passen gebaseerd op informatie die uit de mening kaart valt te halen
  9. Piet zet een gele mening kaart in met de mening waarde 5 en verdubbelingsfactor 0.5
  10. Jan zet een gele mening kaart in met de mening waarde 7 en verdubbelingsfactor 1.0
  11. Klaas zet een rode mening kaart in met de mening waarde 3 en verdubbelingsfactor 1.0
  12. Bob zet een groene mening kaart in met de mening waarde 5 en verdubbelingsfactor 1.5
  13. Nadat alle spelers de kaarten hebben ingezet worden deze getoond aan de expert, deze laat vervolgens zien dat het om een groene mening kaart gaat, Bob krijgt nu dus punten toegekend.
  14. Omdat Bob een waarde 5 heeft met een factor 1.5 krijgt bob dus 7.5 credit toegekend voor week 1, de rest van de spelers krijgt 0 credits toegekend in week 1
  15. Behalve Jan, kiest niemand ervoor om de situatiekaart te spelen en gooien deze weg.
  16. Jan kiest ervoor om credits te ruilen met Bob, ingaande vanaf week 2, heeft Bob 0 credits en Jan heeft er nu 7.5
  17. De beurt eindigt
  18. Iedere feedbacker trekt een nieuwe meningkaart en voegt deze toe aan zijn hand
  19. Iedere feedbacker trekt een nieuwe situatiekaart
  20. De expert trekt een nieuwe vraag kaart
  21. Marcel kiest nu voor week 2 een nieuwe mening kaart uit
  22. Etc. etc.

Sander is zo creatief geweest om zijn eerste concept ook met plaatjes/kaartjes te ondersteunen. Die heb ik hieronder geplaatst.

Groet Marcel

Feedback the game

To be watched: 1,2 miljoen voor UT-onderzoek 21e eeuwse vaardigheden

Ha Judith,

Iets om te volgen het komende jaar (of eigenlijk de komende jaren) is het onderzoek van Alexander van Deursen. Je zou denken in mijn worsteling met betrekking tot mijn onderzoek, goh iets voor jou. Nou, nee dat niet, niet als PhD. Ik denk overigens dat Alexander een fulltimer beter kan gebruiken.

1,2 miljoen voor UT-onderzoek 21e eeuwse vaardigheden.

Je zou verwachten aangezien het onderwerp van het onderzoek dat dit open online ergens goed te volgen zal zijn. Het is in ieder geval goed dat er geld wordt vrijgemaakt voor dit soort onderzoek.

Groet Marcel

Het stellen van trage vragen #Bildungsdebat #Zuyd

Hoi Marcel,

De Vereniging Hogescholen is al enige tijd bezig het gesprek over Bildung aan te zwengelen binnen het hbo. Bildung staat sowieso reeds langer op de agenda binnen het onderwijs. De Onderwijsraad heeft in maart 2011 een bundel essays over vorming in het onderwijs uitgegeven (met daarin ook een bijdrage van onze CvB-voorzitter Karel van Rosmalen). Bussemaker zei onlangs: “De universiteit is geen bedrijf, de hogeschool geen fabriek, de student geen klant”. Ook Biesta (kwalificatie, socialisatie, subjectivering) wordt vaker geciteerd in de discussie over goed onderwijs, zoals in het onlangs gepubliceerde strategische agenda 2025 van de Vereniging Hogescholen. Nadat andere hogescholen ons voorgingen (zoals InHolland) was gisteren het Bildungs debat bij Zuyd. Een selecte club van lectoren, collega’s uit de lectoraten en dienst O&O gingen in debat met studenten. Opvallend vond ik de aanwezigheid van het bisdom in de persoon van hulpbisschop Everard de Jong. In mijn blog over goed onderwijs schreef ik ook dat de traditionele kaders over waarden en normen verdwenen  zijn door de ontkerkelijking, waardoor de vraag “waartoe zijn wij op aard” in een ander perspectief moet worden beantwoord.

De middag begon met een voordracht van Theo Geene getiteld: “Het moet kunnen: het verlangen om in de wereld te zijn”. Hij nam ons mee met diverse filosofische terzijdes in de geschiedenis van Bildung en het belang ervan in het onderwijs. Hij gaf ons ook nogal wat leestips mee, zoals Kant, Plato, Socrates, Heinrich Heine.
Bildung gaat over zelfontplooiing waarbij kritisch denken en moreel oordelen centraal staat. Taal is hierbij volgens Maarten Dorman belangrijk: “Taal, zo is de redenatie, is een instrument om de werkelijkheid te beschrijven. En aangezien onze waarnemingen subjectief zijn, is ons beeld van de werkelijkheid subjectief. Aan het gesproken woord gaat taal, als systeem met regels, vooraf.” Maar ons onderwijs is ver-economiseerd. Martha Nussbaum schrijft in Niet voor de winst over de spanning tussen Ausbildung (beroepsgericht) en Bildung (persoonsvorming). Bas Heijne schreef in de NRC over de managementtaal (de taal van de meetbaarheid) die zo in ons onderwijs is doorgedrongen. Student worden als economische en boekhoudende consument gezien en behandeld. Inderdaad, zegt Theo Geene, de hogeschool heeft een zakelijke relatie met de student. De hogeschool is een dienstverlener die er voor zorgen dat alle faciliteiten goed geregeld zijn. De student heeft ook een leerrelatie waarbij de hogeschool een opleidende didactische taak heeft. Maar de hogeschool heeft ook een pedagogische rol om de student als adolescent te begeleiden naar zelfstandigheid. De persoonlijke ontwikkeling van de student behoeft zeker aandacht.

Hoe kunnen we Bildung meer een plek geven in ons onderwijs? Vooral door het stellen van ‘trage vragen’. Dit zijn uitnodigende vragen die je terugbrengen naar de kern waarom je dingen doet zo doet, vragen die je tot nadenken zet als eigenaar van jouw leven. Door het stellen van trage vragen wordt een kritische houding ontwikkeld. Zinvolle reflectie en burgerschapsvorming werden hierbij ook genoemd. Hoe dat nu op te nemen in het curriculum, werd in het debat erna uitgebreid besproken. Ik denk dat Theo Geene het aan het juiste eind heeft door te stellen dat we hierbij vooral moeten kijken naar het verborgen curriculum. Dat deze oneindelijk veel krachtiger is dan het formele curriculum (Volgen van den Akker: intended (beoogd), implemented (uitgevoerd) en attained (bereikt)) hebben we al veel vaker ervaren (zie ook mijn blog hierover). Tot slot zei Theo Geene nog iets over toetsen (o gruwel) en gelukkig was zijn conclusie dat Bildung gaat om een houding en niet om kennis. Houding kan je niet toetsen, wel beoordelen :).

Tot slot moesten van Theo vooral ook nog het boek van Rob Riemen lezen: Adel van de geest.

Vervolgens begon het één uur durend debat onder leiding van Eric van de Luijtgaarden. Hij zette wel de toon om Bildung te positioneren als een ‘beschavingsoffensief”. Opvallend vond ik dat dit debat niet zo ‘waardenvrij’ werd gevoerd. Er werd nogal gechargeerd “de studenten ….” en de aannames vlogen ook rond mijn oren, o.a. over de veranderende samenleving onder invloed van technologie 😦
De discussie kwam op een gegeven moment wel erg op hoe dit nu te verankeren in het curriculum. Moeten we de studie beginnen met een vormingsjaar? Vak filosofie/ehtiek invoeren? Of het vak burgerschapsvorming? Ervaring van docenten is dat studenten hier het belang niet van inzien. Studenten erkende dat de meerwaarde van deze vakken pas in hun latere leven duidelijk werden. Moeten maatschappelijke stages misschien ingevoerd worden? Het Commin-project van de Hotelschool werd hierbij als voorbeeld genoemd waarin studenten vanuit hospitality (houdingsaspecten die bij hun professionele ontwikkeling horen) in 90 uur een project voor hun omgeving uitvoeren. Maar is Bildung niet iets wat je moet voorleven? Wat is dan de rol van jou en mij, van docenten hierbij? Die vraag werd terecht gesteld door Marcel van de Klink. Bij de HU is een lectoraat normatieve professionalisering die in haar manifest schrijft:

Normatieve professionalisering is de dialogische ontwikkeling van de beroepsdimensie, waarin de docent zich bewust is van de existentiële aspecten van het werk. Dat wil zeggen dat hij de uniciteit herkent van het appel dat op hem gedaan wordt door de ander (de student). Hij probeert, met erkenning van de eigenheid van zichzelf en van de ander voor wie hij verantwoordelijk is tot goed handelen te komen.

Zie mijn eerder blog hierover waarin ik schrijf: Dit betekent voor docenten dat zij ook naast hun instrumentele professionalisering (vakkennis, pedagogische-didactische vaardigheden, ict-competenties) ook zijn/haar persoonlijkheid moet blijven ontwikkelen. Daarvoor is het zo belangrijk te reflecteren op je eigen levensloop, je normen, waarden en overtuigingen. Hoe beter je je jezelf kent als docent, hoe beter je kunt omgaan dilemma’s en veranderingen. Van onze studenten verwachten we dat ze kunnen reflecteren, dan mogen we dat zelf toch wel ook doen? We praten vaak over de 21st century skills, één daarvan is burgerschapsvorming (sociale en culturele vaardigheden).

Hoe nu verder … kwam tijdens de borrel ter sprake. Ik denk dat we de dialoog aan moeten blijven gaan. Dat gebeurt in ons huidige organisatie niet vanzelf. Mensen hebben die ruimte niet of voelen ze niet volgens Karel van Rosmalen in zijn slotwoord. Die vrije ruimte zal dan gecreeerd moeten worden. Het boek van Jos Kessels Vrije ruimte, filosoferen in organisatie die we we ook als leestip meekregen van Theo, kan hier wellicht behulpzaam bij zijn.

Het was een levendig debat met een goede inbreng van de studenten, die terecht vroegen: vraag vraag vraag ons meer, en laat mij mezelf zelf ontwikkelen. De studenten willen meer multidisciplinair samenwerken, met studenten van andere faculteiten. Ik weet Marcel, dat jij dit al vaker hebt geïnitieerd en uitgevoerd, maar organisatorisch werd het je hierbij niet gemakkelijk gemaakt. Daar liggen ook nogal wat kansen. En inderdaad er gebeurt echt best wel veel op het gebied van Bildung, alleen wordt het niet zo geoormerkt en is het niet zichtbaar in de ‘output’.

Tot slot wil ik ook eindigen zoals Theo Geene dat deed met het gedicht van Gerrit Kouwenaar. Laten we nieuwsgierig blijven!

curiosityik heb nooit

Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

ondertussen beet de kou mij
was de zon een dag vol wespen
was het brood zout of zoet
en de nacht zwart naar behoren
of wit van onwetendheid

soms verwarde ik mij met mijn schaduw
zoals men het woord met het woord kan verwarren
het karkas met het lichaam
vaak waren de dag en de nacht eender gekleurd
en zonder tranen, en doof

maar nooit iets anders dan dit:
het zacht maken van stenen
het vuur maken uit water
het regen maken uit dorst

het regent ik drink ik heb dorst.

 

Bildung gaat over denken, dus ook over je houding en standpunten over de veranderende omgeving (de VUCA-wereld!). Het gaat om scherpen van de geest. Het verbreden van je horizon. Het stimuleren om studenten te vormen en zichzelf te ontplooien binnen de beroepscontext.
Ik heb me niet gemengd in het debat, maar hopelijk wel een zinvolle 🙂 reflectie geschreven op deze interessante middag. En hiermee toch maar weer aangetoond dat je ook achter een schermpje heel open kunt zijn!

Judith

Mijn andere blogs relateerd aan het Bildung thema

%d bloggers liken dit: