Gotta share!

Grijns! Wat leuk kan Twitter toch zijn, Marcel. Ik kreeg onderstaande tweet

In het blog staat een mooie definitie van Digital Citizenship

The quality of habits, actions, and consumption patterns that impact the ecology of digital content and communities

Ja onze samenleving verandert onder invloed van technologie en social netwerken, dus ook ons onderwijs. Dat we na moeten denken over bewust en verantwoord omgaan met social media in het onderwijs heb ik gisteren in mijn blog Social Media & Mediawijsheid ook geschreven. Digitaal burgerschap betekent ook hoe je met elkaar om wil gaan, hoe je bronnen op waarde weet te schatten en hoe je ze kunt checken, dat alles komt mooi terug in onderstaand Infographic.

Dit is toch een prachtige manier om bewustwording rondom Social Media onder de aandacht te brengen, beter dan een A4tje met richtlijnen. Misschien moet ik samen met collega Brian zo’n poster voor de Digitale Zuyderling maken 🙂

Dank je wel Ilse voor sharing dit met mij! Ik moest hier natuurlijk even over bloggen (en opslaan in mijn ‘buitenboordbrein’, mijn extern geheugen).
Toeval? Zag ik zojuist onderstaand filmpje weer voorbijkomen op mijn Twtterlijn. Ik heb dit filmpje vast al eens een keer ergens gepost. Maar hij is te leuk om niet nogmaals te delen!

Groet,
Judith

Social Media & Mediawijsheid #ncosm

Ha Marcel,

Volgende week is voor de 2e keer het Nationaal Congres Onderwijs & Social Media. Vorig jaar gaf ik samen met Margreet en Chris een presentatie over 21eDingen. Dit jaar ga ik samen met enkele Zuyderlingen, zowel vanuit het onderwijs als vanuit Dienst Marketing en Communicatie. Leuk :).
NCOSM is dit jaar is het een meerdaags evenement met voor ieder onderwijstype een congresdag. Ik ga vrijdag 17 mei naar de HO-dag in het Eye in Amsterdam: een inspirerende locatie.
Via de app (Android en iOS) heb ik geprobeerd om mijn programma voor die dag samen te stellen, maar dat wordt nog lastig kiezen :S En dan alles wat ik nog mis op de andere congresdagen 😦 Want ook daarvan kunnen wij veel leren. Gelukkig wordt er voorafgaand aan het congres al veel gedeeld. Zo ook onderstaand filmpje van Frank Evers, programmamanager van Kennisnet over mediawijsheid in het onderwijs. Hij vertelt o.a. over het Competentiemodel Mediawijsheid dat samen met Mediawijzer.net is opgesteld.

Mediawijsheid is de verzameling competenties (kennis, vaardigheden en houding) die je nodig hebt om actief en bewust deel te kunnen nemen aan de mediasamenleving.

In dit document gaat het heel erg over wat je moet kennen en kunnen om actief en bewust deel te nemen aan de mediasamenleving. Ze onderscheiden 4 hoofdgebieden waarin 10 competenties verdeeld zijn. Bij elke competentie gaat het om een combinatie van kennis, vaardigheden en houding. De hoofdgebieden zijn:

  1. Begrip: het begrijpen en doorgronden van media in de samenleving
  2. Gebruik: houding en vaardigheden ten opzichte van media
  3. Communicatie: enerzijds gaat het om het zoeken en waarderen van informatie en het zelf genereren van content. Anderzijds gaat het om deelname in sociale netwerken.
  4. Strategie: als je de vorige 3 hoofdgebieden onder de knie hebt kun je het inzetten voor professioneel gebruik. Hoe ga je er mee om en welke doelen wil je bereiken.

(Uit blog van @Fransipani die al eerder over dit document geblogd heeft.)

In mijn blog over het Verminderen (gedrags)regels de werkdruk? gaf ik aan dat bewustwording rondom social-media-gebruik niet gezocht moet worden in regeltjes maar in dialoog. Dit competentiemodel kan heel goed als instrument gebruikt worden bij discussie over het gebruik van social media in het onderwijs. Per competentie worden 4 competentieniveau’s beschreven.
Zie hieronder de voorbeelden van de competentieniveau’s van participeren in sociale netwerken & eigen mediagebruik.

 

En ik ben het met Frank Evers eens: social media is geen bedreiging maar het is een kans die internet en ICTmet zich meebrengt.
Judith

Zie ook Kennisnet thema’s over Sociale Media, Mediawijsheid en 21st Century Skills

Verminderen (gedrags)regels de werkdruk?

Marcel, kan jij het me uitleggen? Ik snap het niet waarom collega’s maar blijven vragen om richtlijnen, regels, code of conducts met betrekking tot ons gedrag tot elkaar, het gebruik van e-mail of social media. We hebben toch ook geen regels voor f2f communicatie, hoe we communiceren in een klaslokaal of tijdens een vergadering, in de koffiecorner of tijdens een SLB-gesprek? Waarom dan wel voor digitale communicatie?

Sinds enkele weken heeft Hogeschool van Amsterdam een ‘protocol verantwoord e-mailgebruik’  waarvan nu wordt gezegd dat het een praatstuk is. Tja. Een commissie werkdruk heeft daar namelijk geconstateerd dat structureel dichtslibbende inboxen stressverhogend werkt bij docenten. Binnen Zuyd is dat niet anders. Van collega’s hoor ik dat studenten voor elk akkefietje docenten mailen, 24/7 een reactie verwachten, en dat het taalgebruik niet altijd even professioneel is. Maar om dan gedragsregels voor e-mailgebruik op te stellen als: niet mailen in het weekend, alleen zakelijk taalgebruik en liever geen humor 😦 Weet je, het doet me een beetje denken aan de 10 gouden regels zoals die op lagere en middelbare scholen gelden. Ik vind het een beetje betuttelend.

Over richtlijnen Social Media heb ik al heel vaak geblogd 😉

waarin ik  elke keer schrijf dat Zuyd al voldoende regels heeft met de integriteitscode [interne Zuyd-link] en de regeling ICT-gebruik [interne Zuyd-link]. En dat doe ik nu ook weer. Misschien dat deze omgangsregels wel eens wat geactualiseerd kunnen worden, want ‘werk=werk en privé=privé’ is in deze tijd van Het Nieuwe Werken misschien wat achterhaald. Op het blog van Ilse Meelberghs zag ik een mooi voorbeeld van een code of conduct van de Universiteit van Utrecht dat zowel voor medewerkers als studenten geldt maar waarin ook de universiteit als instituut haar verantwoordelijkheid neemt. De Zuydwaarden:  ambitieus, open, ondernemend, inspirerend en vakkundig zouden in een hernieuwde integriteitscode als basis kunnen dienen.

Dit blog schrijf ik als reactie op een blog van Ilse waarin ze een aanzet heeft gemaakt voor een code of conduct voor haar faculteit. Ik vind het zinvol om in gesprek te blijven met elkaar en met studenten over eigen verantwoordelijkheid en wat we professioneel gedrag vinden (zie ook mijn blogpost over professioneel beoordelen). Maar om hierbij regels te stellen? Regels zijn er om gehandhaafd te worden. Hoe realiseer je dat dan? Binnen het HBO werken we toch met professionals ook wel kenniswerkers genoemd. Kenniswerkers die balans tussen werk en privé zelf willen organiseren, waarbij technologie een faciliterende rol kunnen spelen. Althans dat lees ik in de vele boeken over nieuwe organisatievormen, het nieuwe werken, samenwerken, netwerken en leiderschap. Mintzberg zei in 1979 al: “Kenniswerkers zijn niet te managen door het opleggen van regels en procedures of door het toepassen van informatiesystemen” of zoals Weggeman zegt: “Verbeter het evenwicht met meer collectieve ambitie en minder regels en procedures” (zie mijn blog: Het belang van de onderstroom)
In het boek van Menno Lanting ‘De slimme organisatie’ wordt het rapport The Social economy van McKinsey Global Institute geciteerd:

Veel winst valt te behalen met de verschuiving van communicatie tussen kenniswerkers in een-op-een-kanalen (e-mail, telefoon) naar sociale kanalen, die geoptimaliseerd zijn voor veel-op-veel-communicatie: ‘Als meer informatie in de organisatie beschikbaar komt en doorzoekbaar is, in plaats van dat het onbereikbaar ligt opgeslagen in e-mail-inboxen, kunnen kenniswerkers niet alleen tijd besparen als het aankomt op het schrijven, lezen en beantwoorden van e-mail, maar ook op het zoeken naar content en expertise.

Ik denk dat de vraag om bescherming dmv regelgeving voor e-mail en social media voornamelijk komt omdat men niet weet hoe ze deze communicatiekanalen op een juiste manier kunnen inzetten. Vooral het altijd connected te zijn door de smartphones en tablet levert volgens mij het gevoel van werkdruk op.
Het gaat hierbij om adaptatie van de technologie. En het wennen aan nieuwe technologie kost tijd. Daarom moeten we ons meer inzetten voor ondersteuning waarbij aandacht besteed wordt aan bewustzijn, kennis, houding en gedrag. Dat zal heel divers moeten zijn voor onze docenten las ik in het blogbericht ‘Generatie handleiding’ van Karin Winters op Science Guide. Niet iedereen is hetzelfde en niet alle collega’s hebben dezelfde vaardigheden, zie onderstaand model.

Dus alsjeblieft geen regeltjes voor mij. Stuur mij maar mailtjes ’s nachts, in het weekend, wel of niet met een knipoog ;). Yammer me, Facebook me, LinkedIn me, Twitter me of stuur me een whatsappje. Skypen, Hangouten of f2f met een heerlijk kopje koffie. Ik vind het allemaal prima.  Als we maar in gesprek blijven.
En ik blijf er over bloggen, in mijn privétijd 🙂

Vakantiegroetjes,
Judith

Wearable Technology

Hoi Marcel,

In mijn blogpost over de meetbare mens ging het over meten van lichaamsfuncties. Via allerlei smartphone-apps kan dat gemeten worden, maar sensoren kunnen ook geïntegreerd worden in allerlei innovatieve, interactieve kledingstukken, de zgn ‘wearable technology’. Denk bv. aan  Nike+-schoenen, armbanden, Google Glasses, smartwatches.
Gisteren zag ik op het blog Extend Limits onderstaande video over versmelting van mens en technologie. Volgens het Horizon Report 2013 is Wearable Technology iets waar we de komende 3 tot 5 jaar rekening moeten houden.

Ik ben benieuwd of de vormgevers van onze Kunstenfaculteit ook met al deze technologie experimenteren.
Wie weet wat voor sensoren al in die mooie robe van Maxima zit 😉

Groet,
Judith

De meetbare mens, een goudmijn aan data

Super Marcel, dat jij binnen het lectoraat Autonomie en particpatie van chronisch zieken onderzoek gaat doen! Ja, de faculteit Gezondheidszorg is druk bezig met de technologische mogelijkheden binnen zorg en onderwijs te onderzoeken en te implementeren. Als I-adviseur word ik de laatste ook regelmatig geconsulteerd. Onlangs weer het TPACK-spel met een groep docenten gespeeld. In juni een presentatie verzorgen op hun faculteitsdag en de aanvragen voor dingen@zuyd.nl druppelen ook binnen.
Zo ontving ik onlangs via via een e-mail van een student die binnen ‘jouw’ lectoraat een inventarisatie doet naar gezondheidszorg-meetapps. Heel toevallig kwam ik dit weekend een linkje van een uitzending van Labyrint tegen … over de meetbare mens 🙂

Weet je nog dat we het onlangs hebben gesproken over Moneyball, de film waarin Brad Pitt directeur is van een weinig succesvol honkballteam maar met behulp van statistische analyses uiteindelijk de ene na de andere wedstrijd wint? In deze uitzending van Labyrint zie je hoe Nederland (totaal onverwachts voor de rest van de wereld) wereldkampioen Honkbal is geworden door heel goed gebruik te maken van computerdata. Prachtig om te zien hoe alles van de tegenstander in kaart werd gebracht en geanalyseerd. Maar ook hoe alles gemeten wordt ter verbetering van de eigen sportprestaties.
In de 2e helft van de uitzending zie je 1 van de 20.000 Quantified Self. Dit zijn mensen die heel bewust hun eigen leven registreren (en delen) mbv allerlei apps: bloeddruk, hartslag, wat ze eten, hoeveel stappen ze zetten, hoe ze slapen. De Hanzehogeschool Groningen heeft in september 2012 het 1e Quantified Self institute ter wereld geopend dat als doel heeft om een gezonde leefstijl te bevorderen door het combineren van technologie, wetenschap en fun. Een bezoekje waard lijkt me 🙂

labyrint2

Op de website van Labyrint is meer achtergrondinformatie te vinden over de gevolgen van het meten van onze lichaamsfuncties en de beïnvloeding hiervan op ons denken over ziekte en gezondheidszorg, zoals een verwijzing naar een onderzoek ‘het meetbare lichaam” van het Rathenau Instituut en de complete TEDTalk van cardiologe Leslie Saxon waarvan een gedeelte in de uitzending te zien is. Ook de linkjes naar de apps die in de uitzending voorbij kwamen staan hier vermeld, en die ik gemakshalve maar even heb overgenomen 😉

Mijn smartphone als mijn eigen privé laboratorium? hmmm. Reuze interessant hoor al dat gemeet, zeker als het betere (sportieve!) prestaties tot gevolg heeft of als ik een beter inzicht in mijn gezondheid krijg. Maar wat als al die data over mijn gezondheid door ziektekostenverzekeraars wordt gebruikt om mij wel of niet een behandeling te laten ondergaan? Getallen kunnen ook gevaarlijk zijn. Zeker als ze niet geïnterpreteerd worden door deskundigen. Meten = weten? Een goudmijn aan data? Voor wie en met wel doel? Ik ben en blijf kritisch rondom deze big-data-hype.

Groet,
Judith