Zoekresultaten voor horizon report 2013

Horizon Report 2013 is er!

Cover-2013-Horizon-Report-HE

Klik op de afbeelding om het Horizon Report 2013 te downloaden

Hoi Marcel,

Elk jaar publiceren Educause en New Media Consortium het Horizon Report waarin de trends over de nabije en iets verdere toekomst op het gebied van ICT in het onderwijs worden beschreven. Een preview van het Horizon Report 2013 hadden we al gekregen. Afgelopen weekend is het definitieve rapport verschenen.

In onderstaand filmpje worden de trends even kort toegelicht. Binnen 1 jaar moeten we volgens het rapport rekening houden met Massively Open Online Courses en Tablet Computing; in 2 tot 3 jaar met Learning Analytics and Game-Based Learning; en 3 tot 5 jaar met 3D Printing en Wearable Technology. Over al deze onderwerpen is op ons blog al eens aandacht besteed. Dus het klopt wel wat in het Horizon rapport staat 🙂

groet,
Judith

Trends Horizon Report 2013

Goedenavond Marcel,

Gisteren kwam ik op Martingfacts het artikel: Handig: alle trends 2013 voor social media, digital marketing, internet en mobile in 1 artikel. Inderdaad handig al die 165(!) trends op een rijtje 😉 Ik heb ze niet allemaal bekeken. Ik was eigenlijk meer benieuwd of de preview van het Horizon Report al uit was. Elk jaar publiceren Educause en New Media Consortium het Horizon Report waarin de trends over de nabije en iets verdere toekomst op het gebied van ict in het onderwijs worden beschreven. En jawel, zie hier

horizon 2013

Trends die op de short list staan waar we de komende jaren rekening mee moeten houden;

Binnen 1 jaar:
* Massively Open Online Courses
* Tablet Computing
Flipped Classroom
Mobile Apps
Opvallende (maar niet verrassende) nieuwe binnenkomers zijn Flipped Classroom en MOOC’s. De mobile apps en tablet computing werden vorig jaar ook als trends benoemd die binnen 1 jaar omarmd zouden zijn. Zo snel is het toch niet gegaan.

2-3 jaar:
* Big Data and Learning Analytics
* Game-Based Learning
Augmented Reality
The Internet of Things
Vorig jaar stonden Game-Based Learning en Learning Analytics ook op deze positie. Internet of Things schuift wat op en Augmented Reality is weer terug in het overzicht.

3-5 jaar:
* 3D Printing
* Wearable Technology
Flexible Displays
Next Generation Batteries
De Gesture-Based Computing wordt niet meer als top trends gezien voor de komende jaren 😦 Ja en 3D printing wordt booming.
Toch gek dat e-Books niet meer vermeld worden, of is dat in Amerika binnen het onderwijs al gemeengoed? Ik dacht het toch niet.

Van deze 12 zijn er 6 geselecteerd (die met de *) waarvoor projecten ingediend kunnen worden voor het officiële Horizon rapport (verschijnt begin februari), hiervan is inmiddels ook al een preview beschikbaar.

Leuke trends waar we toch wel leuke innovatieve projecten voor kunnen bedenken!
Fijne avond.

Judith

Werk in uitvoering: concept probleemanalyse paper LA1 #MLI

Hallo Marcel,

Voor 9u00 gistermorgen moest ik de probleemanalyse en onderzoeksvraag inleveren voor mijn 2e feedbackmoment. Ik krijg deze week schriftelijke feedback van mijn begeleider Sophie. De feedback die ik ’s middags al van mede-studenten heb ontvangen is in deze concept-probleemanalyse nog niet verwerkt.

Mijn doelstelling voor afgelopen week was om Mendeley en APA beter te doorgronden. Wat betreft APA is onze informatiespecialist Annette mij behulpzaam geweest. Dank!
De desktop-cliënt van Mendeley had ik al geïnstalleerd, maar ik wilde ook Mendeley gebruiken om te citeren. Via een uitgebreide handleiding van de Universiteitsbibliotheek TU/e zag ik dat ik hiervoor de MS Word Plugin moest installeren. Gelukkig heb ik installatierechten op mijn werklaptop. Ook handig bleek de web-importer van Mendeley om referenties vanuit mijn browser toe te voegen aan mijn Mendeley-library. Deze informatie met linkjes heb ik ook toegevoegd aan Dingen@Zuyd: Ding 12: Referentieprogramma’s.
In de literatuurlijst die ik toegevoegd heb aan mijn probleemanalyse en de verwijzingen in de tekst hiernaar, zijn nu via mijn Mendeley-library gegenereerd. Of het al helemaal APA-proof is, weet ik niet. Het is nog concept hè 😉

Ik had me deze week nog wat willen verdiepen in de term ‘social learning’ via de database Eric, maar dankzij de Shutdown van de Amerikaanse overheid zijn er ook diverse onderzoeksdatabanken niet beschikbaar. Belachelijk. Ik hoop dat deze shutdown snel voorbij is. In die databanken zal ik de komende weken niet zoeken, maar voor ons reisje naar Amerika zal dit toch wel fijn zijn! Maar hierover deze week meer 🙂

Greetings
Judith


Probleemanalyse & Onderzoeksvraag

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, Janssen, & Van Valkenburg, 2013).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staan werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm (“MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar,” 2013).

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recent binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT. Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als op en courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in aangenomen OER Declaration waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen (“2012 Paris OER Declaration,” 2012).

In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald ((Jacobi, 2013):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”
Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”(“Wat zijn Open Educational Resources?,” n.d.)

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd (“Zuyd bouwt aan een sterk merk,” n.d.). Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie (“Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd,” n.d.)
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”
Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (Munnichs, 2013)

De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet wordt het informele leren gestimuleerd. Het programma Opening Up Education (geïnitieerd door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn (Johnson, Adams, & Cummins, 2013).

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open onderwijs gestimuleerd kan worden?

Literatuurlijst

2012 Paris OER Declaration. (2012). In 2012 World Open Educational Resources (OER) Congress UNESCO, Paris, June 20-22, 2012. Paris. Retrieved from http://www.unesco.org/new/fileadmin/MULTIMEDIA/HQ/CI/CI/pdf/Events/Paris OER Declaration_01.pdf

Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarbeeld.nl/jaarverslag-2011/aDU1018_Hogeschoolbrede-onderwijsvisie-geformuleerd.aspx

Jacobi, R. (2013). Trendrapport open educational resources 2013.

Johnson, L., Adams, S., & Cummins, M. (2013). The NMC Horizon Report: 2013 Higher Education Edition. Retrieved from http://www.nmc.org/publications/2013-horizon-report-higher-ed

MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar. (2013). Transfer. Retrieved from http://www.transfermagazine.nl/nieuws/onderwijs/moocs-populair-onderwerp-bij-opening-studiejaar

Munnichs, J. (2013, September 24). Universiteit zoekt toenadering tot regionale bedrijfsleven. Dagblad De Limburger. Retrieved from http://www.lexisnexis.com/uk/nexis

Rubens, W. (2013). E-learning : trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij.

Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In Ria Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

Wat zijn Open Educational Resources? (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from https://www.surfspace.nl/sig/5-open-educational-resources/45-over-de-sig-oer/

Zuyd bouwt aan een sterk merk. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarverslag.nl/jaarverslag-2010/aDU1013_Zuyd-bouwt-aan-een-sterk-merk.aspx


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

Werk in uitvoering: concept onderzoeksvraag paper LA1 #MLI

Dag Marcel,

Net zoals jij (maar dan iets anders ;)) ben ik bezig met een opzet voor mijn paper. In het kader van LA1 ‘Zin in Leren’ moet ik: “Helder en beknopt vanuit de kern van het praktijkprobleem redeneren naar koppeling aan wetenschappelijk concept(en) op metaniveau. Formuleren van een eerste probleemanalyse. Formuleren van voorlopige onderzoeksvraag / -vragen”.
Vandaag moet ik dit in een elevator pitch van 2 minuten presenteren aan een begeleider.

Ik heb er (in gedachten) nogal mee geworsteld. Mijn werkwijze blijkt toch te zijn: gewoon beginnen met schrijven, erom heen lezen en kijken waar ik uitkom. Eigenlijk zoals ik ook een blogpost schrijf :). Ik ben met Mendeley nog aan het experimenteren, daarom is de bronvermelding nog niet APA-proof. Dat is mijn opdracht voor de komende week.
Erg benieuwd naar de feedback van mijn begeleider. Als jij of een andere bloglezer nog wat tips heeft, hoor ik ze graag. En dat mag open 🙂

Voor deze opzet hebben naast de masterclass OER van SURF academy  ook eerdere 2beJAMmed-blogpost als inspiratie gediend:

Groet,
Judith

?????????

free download @GraphicStock

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, 2013[2]).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staat werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm[3].

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recentelijk binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT.
Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als open courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in de in juni 2012 in Paris aan genomen OER Declaration[4] (Mulder, 2013 [5]) waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen.
In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald (p. 38):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”

Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”[6]

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd [7]. Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie [8]:
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”

Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (De Limburger, 24 september 2013 [9]).
De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet  wordt het informele leren gestimuleerd.  Het programma Opening Up Education [10](geïnitieerd  door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn [11].

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013[12]).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open digitale leeromgeving (zoals een MOOC) of via open digitale leermiddelen (zoals OER) gestimuleerd kan worden?


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

[2] Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

[5] Mulder, F., & Janssen, B. (2013). Open (het) onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 38–44).

[12] Rubens, W. (2013). E-learning: Trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij. pp. 141

Gastblogger Frans Jacobs: “Digitale competenties zijn een belangrijke norm voor innovatief vermogen”

Hoi Marcel,

Collega Frans Jacobs is onlangs bij TU Delft gepromoveerd met zijn proefschrift Slagvaardig met ICT, waarin ik ihkv het Visietraject Zuyd Bibliotheek ook al bloggend aandacht aan heb geschonken. Omdat ik vond dat Frans naast zijn papieren schrijfwerk ook eens digitaal zijn schrijfsels moest verspreiden 🙂 had ik hem uitgenodigd om een gastblog op 2beJAMmed te schrijven. Hij heeft zijn gastcolumn dat vandaag op SURFspace is gepubliceerd ook aangeboden als gastblog op ons blog.

OUR 2bejammed GUEST: Frans Jacobs

fransjacobsICT als primus inter pares

Tijdens een bezoek aan het FotoMuseum in Antwerpen drong tot me door dat er weinig sectoren zijn waar de ontwrichtende en transformerende werking van ICT letterlijk zo zichtbaar is als in de fotografie. In de laatste tien jaar lijkt daar meer te zijn veranderd dan in de honderdtachtig jaar ervoor. Het is niet meer dan tien jaar geleden dat de meesten van ons fotorolletjes wegbrachten om een aantal dagen later afdrukken af te halen. Nieuwe spelers op de markt, die tegelijkertijd tientallen andere innovaties realiseren, doen met hun multifunctionele smartphones en software de fotorolletjes en camera’s van vroegere grote namen als Kodak en Agfa vergeten. Fotografie staat model voor alle particuliere sectoren: nieuwe toepassingen van ICT verdringen in hoog tempo vroegere processen, producten en diensten.

Als gevolg daarvan veegt digitalisering verouderde werkgelegenheid weg en creëert tegelijkertijd nieuwe. Tijdens de Europadag over ICT van het Ministerie van Economische Zaken (7 mei 2013) vertelde minister Kamp dat er in de VS sinds 2007 rond de 500.000 hoogwaardige banen zijn bijgekomen dankzij de ontwikkeling van apps voor smartphones en tablets. Eurocommissaris Kroes (Digitale Agenda) gaf aan dat tegenover elke baan die door digitalisering verdwijnt, 2,6 nieuwe ontstaan. Zij vond het een gemiste kans dat ICT niet als topsector is benoemd. ICT is volgens haar de primus inter pares, de eerste onder de gelijken, binnen de topsectoren.

Tegenwoordig is het merendeel van de innovaties in alle sectoren afhankelijk van de benutting van digitale mogelijkheden. Het vermogen tot digitalisering speelt een majeure rol voor de concurrentiepositie van bedrijven en landen en de oplossing van maatschappelijke vraagstukken. Nederland is een koploper voor ICT-infrastructuur en het gebruik van ICT door individuen, maar schiet tekort in het tot stand brengen van digitale toepassingen. Uit onderzoek blijkt dat slechts een beperkt aantal organisaties in staat is om grote voordelen met ICT te behalen. Die organisaties investeren meer in ICT, maar de belangrijkste voorwaarden voor hun succes wordt gevormd door mensen, niet door technologie. Het zijn mensen die innovaties ontwerpen waarbij ICT meer en meer het werk doet. Digitale competente medewerkers zijn in staat het potentieel van ICT tactisch en strategisch te gebruiken voor efficiëntere en effectievere processen, producten en diensten. Het denken in digitale mogelijkheden is daarbij het uitgangspunt. Digitale competenties zijn een belangrijke norm voor innovatief vermogen.

Volgens het meest recente Horizon-rapport blijft de importantie van digitale competenties stijgen in every discipline and profession. Die competenties van studenten, en -als voorwaarde daarvoor van ho-medewerkers- vormen volgens de auteurs al jaren de belangrijkste uitdaging waar het hoger onderwijs (ho) voor staat. Integratie van digitale competenties in curricula is in het voordeel van de afgestudeerden, de organisaties waar ze voor gaan werken en voor de samenleving als geheel. Dat proces brengt op zijn beurt docenten verder in de versterking van hun digitale competenties, stimuleert online samenwerking met partners en bevordert slimmere toepassing van ICT in onderwijsorganisaties. Is dat streven idealistisch en naïef, verstoken van realiteitszin? Afgaande op de stemming tijdens een workshop op de Europadag wel. Participanten vonden het nodig bypasses om het reguliere onderwijs aan te leggen door het aanbieden van cursussen aan jongeren in het weekend.

De snelle opkomst van gratis MOOC’s (massively open online courses) als nieuwe vormen van tijd- en plaatsonafhankelijk leren, geven aan dat het ho niet ontsnapt aan de ontwrichtende werking van ICT. Vrijblijvendheid over digitalisering in het onderwijs, zoals dat in grote lijnen vanaf de opkomst van computers het geval is, lijkt geen optie meer. Volgens Kroes moet ICT een standaard voorwaarde zijn voor publieke investeringen en dienen ICT-doorbraken een integraal onderdeel te vormen van beleid voor onderwijs en andere sectoren.

Een belangrijke manier om crisis en werkloosheid aan te pakken is jongeren voorzien van competenties om succesvol te zijn met digitalisering. Dat is wat mij betreft een van de urgentste uitdagingen van het onderwijs. Over tien jaar hoop ik in het nieuwe Nationaal Onderwijsmuseum in Dordrecht te ervaren dat door de overheid gefinancierde instellingen met radicale transformaties in staat zijn zichzelf opnieuw uit te vinden in en voor de gedigitaliseerde samenleving.

Frans Jacobs

Aanvullende relevante 2beJAMmed-blogberichten:

%d bloggers liken dit: