Grenswerkers #MLIbrug #LA4MLI
Hallo Karin, ha Marcel,
Zoals beloofd (wat later dan gepland đ ) een inhoudelijk reactie op het blog van Karin over ‘boundary crossing’, een term die ik bij onze MLI nog niet eerder had gehoord. Ik hoorde er voor het eerst over via Twitter … van jou Karin đ
Jij vraagt je af of het klopt dat alle MLI-studenten bruggenbrouwers, boundary crossers ofwel brokers zijn. Ik heb het niet onderzocht đ , maar ik denk het niet. Die rol leren ze (we) nu bij MLI. En ik heb gemerkt tijdens het 3e leerarrangement waar wij de rol ‘begeleider en gesprekspartner bij onderwijsvernieuwing’ ontwikkelden, dat velen nog onbekend waren met deze rol en het ook lastig vonden om deze op te pakken. En zoals Marco Snoek tijdens zijn lezing op Fontys over leiders, professionals en grenzen (zie mijn blog hierover)Â ook al aan gaf: als (afgestudeerde) MLI-student moet je die rol van ‘teacher leader’ pakken en als âgrenswerkerâ pendelen tussen strategische vraagstukken en praktijkvragen van docenten. Ik vind het wel super om te horen dat sommige medestudenten hier echt al stappen in zetten.
Hoewel Anje Ros in haar inleidend hoorcollege op dit leerarrangement over toekomst en trends zei dat de grenzen wereldwijd vervagen waardoor transport en communicatie steeds gemakkelijker wordt, zijn er toch nog steeds vele (onzichtbare) grenzen. Grenzen blijven bestaan. Of je het hebt over landsgrenzen, taalgrenzen, je eigen grenzen of die van een team of organisatie. Ze bepalen wie je bent. Vanuit organisatiecultureel oogpunt zijn die grenzen ook belangrijk voor het bepalen van je identiteit. Je hebt waarden en normen nodig (Hofstede, Hofstede, & Minkov, 2013). Dat laat onverlet dat je soms eens over die grenzen heen moet kijken om te leren van die ander.  Volgens Wenger (1998) is het ook belangrijk om voldoende buiten de eigen grenzen te kijken, contact met anderen te onderhouden en open te staan voor andere ideeën. De theorie van Wenger (1998) gaat uit van de aannames dat mensen sociale wezens zijn, dat kennis om competentie, participatie en oefening draait en dat leren uiteindelijk om zingeving gaat. Met communities of practice wordt leren geplaatst in de alledaagse context van het leven. Door deel te nemen aan communities of practice leren we door te participeren. Brown & Adler (2008) noemen dit learning to be.
Maar wat zijn grenzen? Akkerman & Bakker (2012) beschrijven grenzen als “de sociale of culturele verschillen tussen praktijken die leiden tot problemen in handelingen of in de interactie met andere praktijken”. En die grenswerkerkers, de mensen die de grenzen ‘overschrijden’, het boundary crossing “kan worden opgevat als het ophef en van de discontinuĂŻteit door het leggen van verbindingen tussen verschillende praktijken en het vinden van een manier om te handelen en te communiceren” (Akkerman & Bakker, 2012).
Bruggenbouwers zijn mensen die in meerdere organisaties, teams of netwerken participeren en die in staat zijn elementen tussen de ene praktijk in te brengen in de andere. Bruggenbouwers worden vaak gezien als pioniers. Jullie zijn van die pioniers. Ik ook. Hoewel ik binnen een organisatie werk, heb ik regelmatig lange periodes in verschillende teams tegelijkertijd gewerkt. Ik heb vaker elementen van de ene praktijk in de andere gebracht. Ook ik heb gemerkt dat inbreng van het ene team naar het andere niet altijd gewaardeerd werd, omdat je als ‘ene van die ander’ werd beschouwd. Grappig đ kwaliteiten van bruggenbouwer vermoeden Akkerman & Bakker (2012) op basis van de literatuurstudie, zoals onzekerheidstolerantie (*nou?*), het kunnen wisselen in rollen (*ja*), en het voeren van interne persoonlijke dialogen (*oh zo vaak*) om consistent te blijven. Daar wil ik aan toevoegen dat het bloggen mij hierbij de laatste jaren heeft geholpen, zeker als het gaat om het opschrijven van die interne dialogen waardoor je het voor jezelf en de ander duidelijk maakt. Door openheid komt meer begrip over en weer, daar ben ik van overtuigd. En inderdaad ook ik heb posities verlaten als ik bij andere teams meer erkenning kreeg voor hetgeen ik deed. Maar leren deed ik wel …

Banksy
Denkend aan onderwijsvernieuwing …wil je samen met anderen vooruit …. dan moet je grenzen oversteken. Samen hebben we al eigenschappen in beeld gebracht van bruggenbouwer (Karin, Marcel, Judith). Wil je als bruggenbouwer succesvol zijn dan moet je ook bruggen slaan met mensen die nog niet zo met (ict) veranderingen bezig zijn. Je moet aansluiting zoeken bij die groep en hen laten zien welke gevolgen een verandering voor hun onderwijs hebben (Fransen, 2013). Succesvolle bruggenbouwers hebben volgen Fransen (2013) de volgende kenmerken: hij/zij stopt relatief veel eigen tijd in het volgen van nieuwe ontwikkelen, wil zichzelf blijven ontwikkelen en is bereid om hiervoor nieuwe aanpakken uit te proberen, heeft vertrouwen in eigen vaardigheden en affiniteit met constructivistische vormen van onderwijs.
Snoek (2013) schrijft dat boundaries worden gezien als krachtige bronnen voor leren (EngestroÌm, 1987; Wenger, 1998), waardoor boundary crossing kan leiden tot transformatie van de bestaande praktijk (Akkerman & Bakker, 2011). En daar waar grenzen worden overschreden, is er veelal een vorm van leren noodzakelijk om succesvol te zijn (Terlouw, 2012). En grenzen zullen we over moeten, bruggen moeten worden geslagen als we het hebben over samenwerken, al dan interdisciplinair of multidisciplinair, als we het hebben over kennis delen en co-creatie in community of practice, in expertgroepen of in sociale netwerken. Aandacht voor open kennisdelen en transparant communiceren is hierbij belangrijk, omdat misconcepties en miscommunicatie op de loer liggen (Terlouw, 2012).
Dus Karin, ik denk niet dat grenzen vervagen, die blijven nodig voor onze eigen waarden en normen, ons identiteit. Maar die grenzen oversteken en leren van die ander? Ja! Voor organisaties is het dan ook belangrijk om in beeld te hebben wie die bruggenbouwers, pioniers, change-agents, innovatoren (Fullan, 2013; Rogers, 2003; Staes, 2014) zijn. Mijn vraag blijft toch: hoe kan ik dat het beste doen? En hoe kan mijn organisatie mij hierin het beste ondersteunen? Waardoor ik mijn positie als bruggenbouwer en verbinder kan voortzetten. Want dat wil ik. In alle openheid.
Jouw stelling: “In 2030 is co-creatie, kenniscreatie en kennisdeling tussen onderwijsinstelling en de daar studerenden vanzelfsprekend, daarmee beginnen we nu”, wil ik een beetje aanscherpen.
“In 2030 is open co-creatie, kenniscreatie en kennisdeling vanzelfsprekend en is leren alomtegenwoordig, dat wil zeggen op de juiste plaats en op het juiste moment beschikbaar”
Ik heb ‘tussen onderwijsinstelling en daar studerenden’ er tussenuit gehaald, omdat ik de denk dat het onderwijs (studenten en docenten) ook over grenzen met bedrijfsleven en beroepsgroepen (meester/gezel) heen moeten om zo te co-creĂ«ren. Leren wordt (ook invloed van technologie) alomtegenwoordig (‘embedded ubiquitous learning‘).
Nou dat was het wat mij betreft đ
Heb jij al iets van Martijn Sytsma gehoord, die jij had opgeroepen mee te doen. Ik had Alex Koks al uitgedaagd via Twitter, dus kom maar op, Alex! Kijken of onze gamemasters naast die ‘free lunches’ ook bereid zijn wat bonus XP’s te geven đ
Groet,
Judith
Gebruikte bronnen / Meer lezen?
Akkerman, S & Bakker, A. (2012). Het leerpotentieel van grenzen: âBoundary crossingâ binnen en tussen organisaties. Opleiding en Ontwikkeling, 25(1), 15-19.
Brown, J., & Adler, R. (2008). Minds on fire: Open education, the long tail, and learning 2.0. Educause review, 8(Januari/February), 16â32. Retrieved from http://reed.cs.depaul.edu/peterh/class/hci450/Papers/MindsonFire.pdf
Engeström, Y. (1987). Learning by expanding. an activity-theoretical approach to developmental research. Helsinki: Orienta-Konsultit Oy
Fransen, J. (2013). De pionier als bruggenbouwer. 4W: Weten Wat Werkt en Waarom, 2(3), 14-21. Retrieved from http://4w.kennisnet.nl/media/uploads/documenten/2013-3/4w_2013-3_fransen_de-pionier-als-bruggenbouwer.pdf
Fullan, M. G. (2013). Stratosphere: De verbindende kracht van technologie, pedagogie en veranderkunde. Helmond: Uitgeverij OnderwijsMaakJeSamen.
Hofstede, G., Hofstede, G. J., & Minkov, M. (2013). Allemaal andersdenkenden : omgaan met cultuurverschillen. Amsterdam: Business Contact.
Rogers, E. (2003). Diffusion of innovations. New York: Free Press.
Snoek, M. (2013). Transfer en boundary crossing bij masteropleidingen voor leraren. Tijdschrift voor Lerarenopleiders, 34(3), 5-16. Retrevied from http://www.centrumvoornascholing.nl/fileadmin/user_upload/Afbeeldingen/Nieuwsbrieven/TijdschriftvoorLerarenopleiders-Transfer_en_boundary_crossing_bij_masteropleidingen_voor_leraren_34_3__5-16.pdf
Staes, J. (2014, July 7). Behave-brake for red monkeys: TEDx Utrecht [Video File]. Retrieved from https://www.youtube.com/watch?v=-1XwX9H6shQ
Terlouw, C. (2012). Het leerpotentieel van grensoverschrijdingen in aansluiting en doorstroming. Saxion: Kenniscentrum Onderwijsinnovatie. Retrieved from http://vo-ho.nl/wp-content/uploads/2010/09/Afscheidsrede-Cees-Terlouw_gecorrigeerd1.pdf
Wenger, E. (1998). Communities of practice: Learning, meaning, and identity. Cambridge : Cambridge University Press
And DiZ it is! De Discovery Service van @Zuydbibliotheek
Hallo Marcel!
Heb je het al meegekregen via het Twitteraccount van Zuydbibliotheek of haar Facebookpagina? Zuyd Bibliotheek heeft gisteren haar discovery tool gepresenteerd met de mooie naam DiZ (Discover information sources Zuyd / Doorzoek informatiebronnen Zuyd). ZB heeft gekozen voor de Discovery Service van Ebsco.
Voor studenten, onderzoekers, docenten en medewerkers van Zuyd die zo gewend zijn om te ‘googlen’ heeft Zuyd Bibliotheek nu ook haar eigen zoekmachine waarmee je via één zoekbalk zowel in de bibliotheekcatalogus kan zoeken als in een groot aantal elektronische bestanden (zie hier het overzicht). Helaas doorzoekt het nog niet in alle databanken waarop ZB een licentie heeft. Maar wat nog niet is kan nog komen. En er zullen zeker de komende tijd steeds meer informatiebronnen worden toegevoegd. En uiteraard heb je thuis ook toegang tot de (indien beschikbaar) fulltext artikelen, je moet dan wel even inloggen met je Zuyd-account.
DiZ is vooral handig wanneer je breed wilt zoeken of nog niet bekend bent met specifieke databanken. Voor jou als onderzoeker al druk bezig met je literatuurstudie komt dit misschien net te laat, maar wie weet vind je toch nog wat interessants. Het is het proberen waard đ Het is als docent onderzoeksvaardigheden zeker een tip om door te geven aan je studenten. Zie hier meer over DiZ.
Op de vernieuwde bibliotheeksite staat de zoekbalk prominent in beeld.
Ik ben supertrots op Zuyd Bibliotheek dat dit project tot zo’n mooi product heeft geleid. Proficiat collega’s!
En ik weet zeker dat dit een geweldige aanvulling op dienstverlening van Zuyd Bibliotheek.
In onderstaande video zie je in 1 minuut hoe je eenvoudig kunt zoeken in DiZ.
Judith
Scrum jij?
En in de NRC van vandaag las ik nog een aardig artikel, Marcel.
Ik had het afgelopen tijd al vaker gehoord. We moeten dus gaan scrummen! Het zou een efficiĂ«ntere manier zijn om vernieuwingen te realiseren. Vooral in de IT wereld schijnt het populair te zijn. In plaats van projectplannen met een (meestal niet-realistische) planning gewoon aan de slag met een groepje van 3 tot 9 personen. Daar wordt je als organisatie lekker agile van. Heerlijk al die popiejopie managementtermen đŠ
Scrummen doe je met een zelfsturende multidisciplinair team dat in een korte tijd (sprintje) een product opleveren, die samenwerken met ‘de klant’, en met de ontvangen feedback verdergaan met ontwikkelen. Een scrumteam werkt open en transparant. Focus en toewijding zijn wel belangrijke uitgangspunten. Je moet immers in een korte tijd iets opleveren. Op deze manier samenwerken levert veel plezier op. Dat snap ik wel, als je de tijd krijgt om een paar weken aan een duidelijk doel te werken. Ik zou wel op deze manier met een onderwijsontwikkelteam aan de slag willen gaan!
Deze managementfilosofie (was blijkbaar al hip in de jaren 80) is breed inzetbaar. Je kan overal scrummen: op het rugbyveld đ maar ook in het onderwijs. Er is zelfs al een onderwijsmethodiek eduScrum.
Potje scrummen? đ
Sportieve groeten,
Judith
Nerdy healthcare professionals
Hi Marcel,
Vandaag lees ik in NRC Handelblad dat Philips zijn lichtdivisie gaat verkopen en zich helemaal gaat richten op healthtech, op zorgtechnologie. En zij zijn zeker niet de enige. Zelfs de Amerikaanse supermarktgigant Walmarkt ziet er brood in en gaat fors investeren in deze business. Want dat is het aan worden: big business. En als er zoveel geld geïnvesteerd gaat worden in zorgtechnologie dan zullen we heel snel nog meer ontwikkelingen zien op dit gebied gaan zien. Zaak ook voor de gezondheidszorg- en ictopleidingen om dit goed te volgen!
Judith
De taal van de game types voor de game researcher
Ha Judith,
Deze blogpost zal ik blijven updaten met resources over de “wetenschappelijke taal” rondom games. Tijdens mijn eerste aanvraag voor de NWO beurs werd me gevraagd vanuit welk theoretisch kader ik de keuzes voor de type games had gekozen die ik onderdeel dacht te maken van mijn oplossing.
En aangezien de TED talk en “Reality is Broken” van Jane geen wetenschappelijke typologieen bevatten van gaming en ik nu weet dat je eigenlijk elke stap wetenschappelijk moet onderbouwen ben ik op zoek gegaan.
Afgelopen week (19-1 tot 24-1-2015) heb ik een aantal zaken gedaan met betrekking tot mijn onderzoek. Een van die zaken is het zoeken naar een game types en/of game design pattern typologie. Ik ben er nog niet. Maar in deze fase van mijn onderzoek doe ik een systematic mapping literature review, waarbij ik op zoek ben naar de game mechanics die ik kan gebruiken om groepen rondom de patient en de patient kan stimuleren om positief gedrag met betrekking tot dagelijkse activiteiten (therapie, medicijnen, eten, bewegen) te stimuleren. Dit doe ik volgens de methode van: Systematic literature reviews in software engineering â A systematic literature review van Kitchenham Over die methode later meer (vooralmwaarom ik die heb gekozen).
Op zoek naar een wetenschappelijke overzicht van game types en game mechanics ben ik voorlopig tegen gekomen:
– Game Classification and Game Design Construction Through Critical Analysis door Aarseth en Elverdam (gevonden 1-2015)
Deze gaat voornamelijk over een manier waarop je alle type games kunt indelen. Virtueel, reeel, 1 persoon, meerdere personen etc.
– Game Design Patterns door Bjork en Holopainen (gevonden 1-2015) Deze gaat voornamelijk over ontwerponderdelen binnen games die je als losse onderdelen kunt zien waarmee je een spel kunt ontwikkelen. Als ik de gevonden research in dit soort van typology kan indelen dan zou ik in de richting van de ontwerpfase gelijk een koppeling hebben.
Mocht iemand andere suggesties hebben dan hoor ik dat graag. Maar graag wetenschappelijk onderbouwd. Want games (zelfs de alledaagse) kun je in verschillende types indelen, maar dat is voor dit doel niet genoeg.
Groet Marcel




