Categorie archief: Innovatie

Innovatie in het Hoger Onderwijs #masterclass #OU

Hi Marcel,

Deze week heb ik de masterclass Innovatie in het Hoger Onderwijs gevolgd. Deze masterclass is het afscheidscadeau van Saskia Brand-Gruwel aan de OU. Zij is vanaf deze week lid van ons College van Bestuur Zuyd.

In de masterclass wordt antwoord gegeven op vragen als: ‘Hoe zorgen we ervoor dat innovaties in het hoger onderwijs slagen en dat effecten van innovaties ook op lange term zichtbaar zijn?’, ‘Welke factoren zijn bepalend voor het succes van innovaties?’ en ‘Wat zijn de belangrijkste innovatiethema’s?’ 

De masterclass startte met het verzoek te reageren op een stelling: Om de kwaliteit van het hoger onderwijs te verbeteren, moeten docenten als de motor van innovaties worden gezien. Hier heb ik kort op gereageerd met: Voor mij is onderwijsinnovatie een vernieuwing (en dit kan voor iedereen anders zijn) om de kwaliteit van onderwijs te verbeteren. Dat kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Dat betekent dat er ook meerdere betrokkenen zijn. Zeker docenten, maar inderdaad ook studenten. Ik ben al jaren betrokken bij onderwijsinnovatie (met leertechnologie) en in mijn werk ervaar ik dat niet alle docenten tijd en ruimte ervaren om hun onderwijs te vernieuwen. Innovatie moet soms ook gestimuleerd en ondersteund worden, door programma’s, door gezamenlijke visie, door de buitenwereld binnen te halen. Innovatie is complex, maar oh zo inspirerend.

In de 2e activiteit werd ons gevraagd om na te gaan of in onze eigen onderwijsinstelling aandacht besteedt wordt aan de verschillende thema’s uit het versnellingsplan. Met daarbij de vraag of ik weet hoe Zuyd innovatie rondom deze thematiek aanpakt. Je weet dat ik de Versnellingsagenda een warm hart toedraag maar dat Zuyd vooralsnog niet participeert. Met de meeste thema’s van de versnellingsagenda zoals: docentprofessionalisering, open leermaterialen, flexibilisering, evidence-informed, learning analytics ben ik meer of mindere mate betrokken en ben ik redelijk op de hoogte wat er binnen Zuyd gebeurt.

Tevens kregen we een aantal bronnen om te bestuderen, oa het artikel van Saskia Brand-Gruwel uit de nieuwste editie van Onderwijsinnovatie (nog niet online): Innovatie in het hoger onderwijs: hoe succes te maximaliseren?

Uit de reacties op de stelling maakte ik op dat het begrip ‘onderwijsinnovatie’ op verschillende manieren werd geïnterpreteerd. In bovengenoemd artikel wordt de essentie van het doel van onderwijsinnovatie teruggebracht tot:

  • het bevorderen van het leren van studenten die zich voorbereiden op de toekomst
  • het zorgen dat studenten effectief en efficiënt leren en het leren als plezierig ervaren

Om tot een doelgerichte innovatie te komen moet je probleem of uitdaging goed beschrijven. Daarbij moet je rekening houden met de overtuigingen van onderwijspersoneel en studenten, de organisatiestructuur en -cultuur, de wetenschappelijke evidentie (zie figuur). De complexiteit van onderwijsinnovaties wordt vaak onderschat, randvoorwaarden (tijd en middelen) moeten duidelijk zijn. Daarnaast moet er een visie zijn op oa didactische uitgangspunten, leertechnologie en toetsing. Een innovatieproject kan een strak projectmatig traject zijn, maar ook als een expeditie. Bij beide geldt dat duidelijke processtappen, goed monitoren en evalueren belangrijk is.

Ook heb ik de publicatie Het vergroten van studiesucces in het hoger onderwijs: het belang van overtuigingen van docenten in Pedagogische Studiën waarvan Saskia Brand één van de auteurs is, gelezen. Daarin staat:

Docenten zijn de centrale schakel bij onderwijsinnovaties en het implementatietraject, maar dat betekent wel dat docenten meegenomen moeten worden in de vernieuwing en dat men rekening houdt met hun perceptie. Want als docenten vast blijven houden of terugkeren naar oude routines zal onderwijsinnovatie niet duurzaam verankerd worden.
Er is al veel wetenschappelijke evidentie welke ontwerpprincipes studiesucces van studenten bevorderen. Toch worden niet alle evidence-informed ontwerpprincipes omarmt door docenten. Met behulp van de group concept mapping methode zijn ideeën/overtuigingen van docenten in kaart gebracht. Deze studie laat zien dat de thema’s ‘formatief evalueren en ‘werken in kleine groepen’ aansluiten bij de overtuigingen van docenten, maar dat de thema’s ‘student eigen toetsmoment laten bepalen’ en ‘inzet van webcolleges’ haaks op de overtuiging van docenten staan.

Op basis van deze en andere aangeleverde bronnen kregen we de opdracht om te reflecteren op de het innovatietraject van Hogeschool Leiden om uitval van studenten te verminderen en te voldoen aan hun vijf strategische beloftes. Uit die beloftes hebben ze 5 onderwijskundige ontwerpprincipes gedefinieerd: (1) binden voor de poort, (2) een vliegende start, (3) betekenisvol contact, (4) activerende blend en (5) toetsen om te leren.

voorbeeld van de wijze waarop Hogeschool Leiden het ontwerpprincipe ‘Betekenisvol contact tijdens transities in de opleiding’ in de praktijk toepast

Wat ik tof vind, is dat Hogeschool Leiden de principes voor het ontwerpen van hun onderwijs in een rapport nader heeft toegelicht waarin totstandkoming is beschreven maar ook wat deze ontwerpprincipes betekent voor docent, opleiding en hogeschool maar ook voor onderwijskundig ontwerp, docentprofessionalisering en facilitering. De hogeschool heeft vervolgens adviseurs (waaronder Saskia Brand-Gruwel) van het Welten Instituut gevraagd wat nodig is om te zorgen voor hogeschoolbrede gedeelde kennis. Je kent mijn liefde voor kennisdelen, daarom was ik zo verheugd te lezen dat zij  adviseren om in leernetwerken te werken. Het doet me zo aan ZOEC denken.

De ‘online poster walk’ vond ik een erg creatieve activiteit. Een achttal posters werden gepresenteerd en ondersteund door een podcast van de onderzoeker. Ondanks dat ik dit een leuke opdracht, die ik als werkvorm in mijn achterhoofd hou, heb ik hier niet naar gekeken. Wel heb ik gistermiddag de live sessie gevolgd waar Saskia Brand-Gruwel door Rob Koper werd geïnterviewd over de ‘do’s en don’ts’ bij innovatieprocessen in het hoger onderwijs. De laatste opdracht is een blog schrijven. Daar ben ik nu mee bezig. De link zet ik zo in leeromgeving.

Reflectie

Echt top zo’n masterclass van ons nieuw collegelid. Een mooi afscheidscadeautje. Goed opgezet met verschillende actieve werkvormen. Interessante documenten, vooral de casus van Hogeschool Leiden, een schoolvoorbeeld van onderwijsinnovatie. Zo lijkt het. Papier is geduldig weet ik inmiddels. Ik ben dan ook zeer benieuwd naar hoe ze daar nu bezig zijn, hoe in de leernetwerken samengewerkt wordt. De documenten uit deze masterclass bevestigen hetgeen ik uit ervaring en wetenschappelijke literatuur weet wat werkt. Dat je duidelijk het doel voor ogen hebt, dat je goed communiceert met alle betrokkenen, maar ook dat je elkaar regelmatig informeert en stimuleert.

Onderwijsinnovatie vind ik een belangrijk en interessant thema. Ik weet ook dat wat voor de één innovatie is voor de ander ‘education as usual’ is. Als adviseur technologie-ondersteund leren ben ik bij diverse kleine en grote onderwijsinnovaties betrokken geweest (zoals Zuyd Innoveert en het implementeren van onze nieuwe leeromgeving). Dat was altijd inspirerend en uitdagend,  maar ook weerbarstig. Fijn vind ik om met pioniers samen te werken, collega’s die in hun onderwijs experimenteren en uitproberen. Ik vind het belangrijk dat zij deze ruimte krijgen, maar ook dat ze ervaringen delen en afstemmen met het team.

Innovatie in hoger onderwijs draait niet om uitvindingen maar om toepassen. De wereld om ons heen verandert door nieuwe technologie dat heeft impact op de arbeidsmarkt, dus ook op het onderwijs. Er vindt steeds meer onderzoek plaats, dus we komen ook steeds meer te weten hoe mensen leren, wat hen motiveert en stimuleert. Om onderwijskundige vernieuwingen te kunnen initiëren en implementeren heb je pedagogische en (digitale) didactische competenties nodig. Dat betekent dat duidelijk moet zijn over welke kennis, houding en vaardigheden onderwijsprofessionals moeten beschikken, zodat ook gericht geprofessionaliseerd kan worden. Het zijn de punten die Evelien van Limbeek eind vorig jaar in haar adviesrapport Blended Learning heeft geformuleerd. Professionalisering en innoveren gaan gelijk op, volgens mij. Daarom blijf ik me inzetten om docenten te informeren, te inspireren en te ondersteunen om actief leren met technologie te realiseren.

Uit de masterclass meen ik op te maken dat ons nieuw collegelid onderwijsinnovaties, inzet van leertechnologie en 21e eeuwse vaardigheden een warm hart toedraagt. Ik verheug me op een fijne samenwerking.

Judith

NB. Nog één klein puntje van kritiek 😉 ik wilde de link naar dit blog uploaden naar yOUlearn maar het lukte me niet iets van een tekst of blog toe te voegen. Ook na telefonisch consult (probeer Chrome ipv Firefox) lukte het niet. Ik kon nergens iets melden. Geen contactpersoon die ik kan benaderen. Na vandaag sluit deze masterclass. Ik heb vandaag ook geen tijd meer om nog een keer te proberen.

Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict -boekbespreking-

Hoi Marcel,

Marijke Kral, Anne-Marieke van Loon, Pierre Gorissen en Dana Uerz van het lectoraat Leren met ict en tevens van iXperium van de HAN hebben samen het boek Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict. Sturen op beweging geschreven.

De publicatie bestaat uit 5 hoofdstukken, een inleiding, nabeschouwing en uitgebreide literatuurlijst. Elk hoofdstuk eindigt met tips voor de schoolleiders en verder lezen-opties. Inhoud:

1. Onderwijs en ict, state of the art. Waar gaan we naartoe? Wat is er nodig?
2. Ict-geletterdheid
3. Gepersonaliseerd leren. Wat is het? Wat vraagt het van de schoolorganisatie?
4. Wat vraagt leren en lesgeven met en over ict van leraren?
5. Wat vraagt leidinggeven aan onderwijs en ict van leidinggevenden?

De doelgroep zijn schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs, dit is vooral te zien aan de vele praktijkvoorbeelden. Op pagina 72 staat in de voetnoot dat ze met schoolleiders elke leidinggevende in een onderwijsorganisatie bedoelen, “dus ook directeuren, adjunct-directeuren, teamleiders en andere leidinggevende binnen het team die een rol hebben met betrekking tot leidinggeven aan onderwijs en ict”.

Leidinggevende spelen een cruciale rol bij onderwijsinnovatie met ict, stellen de auteurs. Dat onderbouwen ze met veel wetenschappelijk onderzoek, ook van henzelf. In het 1e hoofdstuk wordt toegelicht dat ict ingezet kan worden voor 4 deelgebieden: (1) leren en ontwikkelen, (2) werken en leren, (3) organisatie van de school, (4) logistiek van de school. Het 2e hoofdstuk gaat over het belang van ict-geletterde jongeren, en dat daarvoor ook ict-geletterde docenten nodig zijn. Teven wordt het begrip ict-geletterdheid (ofwel digitale geletterdheid) beschreven. Er zijn verschillende competentiemodellen ict-geletterdheid (zoals van Mediawijzer, Kennisnet, ADEF en van het iXperium zelf). Pierre Gorissen heeft een referentiekader digitale geletterdheid samengesteld dat gebruikt kan worden om binnen de instelling te praten over digitale geletterdheid maar ook om de reeds bestaande competentiemodellen te vergelijken. Hoofdstuk drie draait om gepersonaliseerd leren, wat het is en hoe ict voor flexibilisering, differentiatie en maatwerk ingezet kan worden. Het is een complexe onderwijsinnovatie dat vraagt om een open cultuur waarbij het onderwijskundig leiderschap van de leidinggevende erg belangrijk is om te komen tot een gezamenlijke en gedragen visie over gepersonaliseerd leren. Hoofdstuk vier gaat over ict-docent professionalisering. De online vragenlijst, gebaseerd op het competentieprofiel voor startbekwame docenten (dezelfde vragenlijst die ik ook heb gebruikt voor mijn masteronderzoek, nogmaals dank Dana Uerz 🙂 ), is ingevuld door ruim 5000 docenten uit verschillende onderwijssectoren. Analyse toont een groot handelingsverlegenheid mbt leren en lesgeven met ict. Het beeld is al jarenlang onveranderd: een kleine kopgroep (de vooroplopers) en een groot peloton. De analyse van de vragenlijst vind ik dermate interessant en belangrijk, dat ik hier nog een apart blog aan zal besteden. Conclusie is dat ict-docentprofessionalisering beter ingebed moet worden in het beleid en op bestuurlijk niveau.

De eerste vier hoofdstukken laten zien wat ict van studenten, docenten en de onderwijsorganisatie vraagt. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan wat dit dan allemaal van de schoolleider vraagt. Net als voor docenten geldt ook voor schoolleiders dat ict-competenties belangrijk hierbij zijn. Het iXperium heeft een set competenties hiervoor ontwikkeld: ‘Leidinggeven aan onderwijs en ict’ . Naast ict-geletterdheid (instrumentele, informatie- en mediavaardigheden) is het belangrijk dat hij/zij het team stuurt, inspireert en ondersteunt om ict in te onderwijs te integreren daarvoor moet hij/zij visie hebben op dit thema, strategisch kunnen omgaan met de omgeving (irt ict toepassingen) en zorgen dat de ict-organisatie in orde is.

Mooi dat in de nabeschouwing een link wordt gelegd met de toekomstverkenning ‘Het eeuwige leren’ van Stichting Toekomtbeeld der Techniek (op dit blog ook al eens aandacht aan besteed). Het inzetten van ict voor leren en lesgeven geeft altijd discussie. Voor mij hoef je niet voor of tegen inzet van ict te zijn. Als adviseur technologie-ondersteund leren denken mijn collega’s dat ik onderwijskundige uitdagingen of problemen altijd wil oplossen met ict. Nee hoor. Echt niet. Ik zeg mijn collega’s wel dat zij moeten weten wat je met leertechnolgie (de T van TPACK) kunt doen, om naast je pedagogische, didactische en inhoudelijke kennis die je als docent hebt een weloverwogen afweging te kunnen nemen of je ict al dan niet inzet. En dan gaat het om inzetten op alle eerder genoemde deelgebieden: (1) leren en ontwikkelen, (2) werken en leren, (3) organisatie van de school, (4) logistiek van de school.

Zoals op de achterflap staat; het boek geeft schoolleiders die aan de slag willen met onderwijsinnovatie met ict handvatten om docenten te ondersteunen. In deze opzet zijn de auteurs goed geslaagd. Mijn prangende vraag blijft wat te doen als zij geen vragen stellen, de urgentie niet zien of ambitie niet hebben? Kijkend naar mijn hbo-context dan is deze publicatie ook een mooie handreiking voor teamleiders. Hoewel in een voetnoot staat dat met schoolleiders ook directeuren en andere leidinggevende bedoeld worden, denk ik dat bestuurders dit boekje niet ter hand nemen. Voor hen is het Vier in Balans-model een goed instrument om visie, infrastructuur, deskundigheid, inhoud en toepassingen van hun organisatie in kaart te brengen. Uiteraard wordt dit model ook genoemd in deze uitgave. Het is zoals de auteurs schrijven: belangrijk om in alle vier de onderdelen van het model te investeren. Dus niet alleen in infrastructuur of alleen in deskundigheid, maar in balans.

Groet,
Judith

Education for the next generation

Dag Marcel,

Ken je Diana Oblinger nog? Zij stond als president van Educause op het podium in de jaren dat wij er waren. Inmiddels is zij president emeritus van Educause. Onderwijskundige Oblinger was 15 november als gastspreker bij Avans om te spreken over het onderwijs van de toekomst. Want dat flink veranderen volgens haar.

Vragen die in haar verhaal onder andere aan bod komen:

  • Hoe ziet het onderwijs van de toekomst eruit?
  • Leiden wij op voor de arbeidsmarkt van morgen? En wat betekent dat voor onze huidige en toekomstige studenten?
  • In welke mate gaan technologische ontwikkelingen (big data, artificial intelligence, blockchain) echt impact hebben op onderwijs? En welke ethische kwesties spelen daarbij een rol?
  • Welke positie heeft onderwijs in de maatschappij van de toekomst?
  • Hoe kijken we vanuit strategisch perspectief naar de toekomst van een onderwijsorganisatie?

Met veel voorbeelden (van tools) vertelt Oblinger een bekend verhaal. Wat ik opgepikt heb:

  • Aandacht voor digitale competenties en informatievaardigheden: information as a second language
  • Werken in communities, belang voor samenwerken en teamskills
  • Experiental learning: augmented, virtual, and mixed embed students in their learning
  • Nudging, stimuleer studenten via tekst messages
  • Belang voor badges en microcredentials meer informeel dan formeel (diplomagericht) leren
  • Veranderingen gaan zo snel, onderwijs en werkveld moeten meer samenwerken aan curricula

Genoeg te doen dus 🙂
Groet,
Judith

Kamerbrief digitalisering hoger onderwijs

Hallo Marcel,

Begin dit jaar heb ik geschreven over een viertal essays digitalisering hoger onderwijs. Het Ministerie van OCW heeft in het najaar 2017 aan vier experts gevraagd hun visie/toekomstperspectief op open en online hoger onderwijs te formuleren. Deze essays zijn in juni 2018 besproken met de Eerste Kamer. Minister Van Engelshoven (OCW) stuurde deze week naar aanleiding hiervan de senaat haar visie op digitalisering in het hoger onderwijs. Ze gaat hierbij kort in op de wijze waarop digitalisering in haar ogen kan bijdragen aan de onderwijskwaliteit in het hoger onderwijs. Ze verwijst in haar brief ook naar de Versnellingsagenda.

Je kunt deze kamerbrief hier downloaden.

Een aantal citaten uit deze brief:

Voor mij staat centraal dat digitalisering een middel is om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Digitalisering is geen doel op zich.

… gaf ik reeds aan dat onderwijsinnovatie met ICT wat mij betreft dienend is aan de interactie tussen student en docent. Zoals de Onderwijsraad benadrukt in haar rapport ‘Doordacht Digitaal’ (2017) is het belangrijk dat docenten eigenaarschap houden en dat zij in staat zijn hun deskundigheid te vergroten en hun onderwijs te innoveren.

In het versnellingsplan scharen alle bekostigde Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zich achter een groot aantal verstrekkende ambities, zoals het professionaliseren van docenten en het gezamenlijk toewerken naar open leermaterialen. Versnelling is ook wat mij betreft hard nodig. Te vaak nog blijven innovatieve onderwijsverbeteringen hangen bij enkele enthousiaste docenten en krijgt innovatie niet de schaalgrootte en ondersteuning die het verdient.

Het is nog altijd mijn ambitie dat alle docenten in het hoger onderwijs hun leermaterialen in 2025 open delen. En minstens zo belangrijk: dat het gewoon wordt het leermateriaal van anderen te hergebruiken. Om zo samen te werken aan beter leermateriaal.

Over een jaar verschijnt de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. De essays worden gebruikt bij de totstandkoming hiervan. Fijn en goed om te weten.

Groet,
Judith

Versnelling onderwijsinnovatie met ict

Hoi Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen in november 2017 waren we erbij, toen de Versnellingsagenda van de Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten en SURF werd aangeboden aan het ministerie van OCW. De aanleiding voor dit initiatief was de bestuursreis van SURF naar Amerika in het voorjaar 2017. Zoals toen geblogd heb ik deze versnellingsagenda gedeeld binnen Zuyd.

In de Versnellingsagenda werd de ambitie uitgesproken ontwikkelingen mbt ict te versnellen om de beschikbare technologie nog beter in het onderwijs te benutten. De geformuleerde gezamenlijke ambities zijn:

  1. Aansluiting op de arbeidsmarkt
  2. Flexibilisering van het onderwijs
  3. Slimmer en beter leren met technologie

De versnellingsagenda is uitgewerkt in een vierjarig Versnellingsplan dat in mei 2018 is gepubliceerd. Binnen 8 zones willen hogescholen en universiteiten samen aan de slag gaan met:

  1. Faciliteren en professionaliseren van docenten (zorgen voor randvoorwaarden om docenten de ruimte te bieden om hun onderwijs te vernieuwen)
  2. Aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren (verbeteren van domeinspecifieke digitale vaardigheden van de afgestudeerden)
  3. Flexibilisering van het onderwijs (noodzaak van standaardiseren alvorens te flexibiliseren)
  4. Naar digitale (open) leermiddelen (stimuleren van publiceren onder een open licentie en de toegankelijkheid verbeteren)
  5. Veilig en betrouwbaar benutten van studiedata (bewaren en analyseren van studentdata met aandacht privacy en security)
  6. Evidence-based onderwijsinnovatie met ict (bundeling van onderzoekscapaciteit naar onderwijsinnovatie met ict)
  7. Samenwerking met EdTech (benutten innovatiekracht van leveranciers en startups)
  8. Gezamenlijk koersen op versnelling (bestuurlijke afstemming, ofwel het strategische gesprek)

Elke zone krijgt een versnellingsteam met 5-8 teamleden. Zij bepalen samen de vraagstukken, het tempo en de aanpak om te komen tot schaalbare resultaten. De versnellingsteams worden geholpen door een ondersteuningsteam met technische, beleidsmatige en juridische expertise. Het ondersteuningsteam legt ook de verbindingen tussen de verschillende versnellingsteams. Daarnaast voert een programmateam en een stuurgroep de regie over het programma. Het programma wordt gefinancierd door middel van projecten/mensuren in en door de deelnemende instellingen. Van de bijdragen van VH, VSNU, SURF en OCW wordt het centrale ondersteuningsteam en de aanvoerders (0,4 fte) van versnellingsteams gefinancierd. In elk versnellingsteam zit een verbinder (0,3 fte) uit het ondersteuningsteam. Het is ook de bedoeling dat in elk versnellingsteam een student participeert. Er is ook volop ondersteuning voor uitwerking van concrete producten en resultaten. Tevens is er gedurende het programma veel aandacht voor disseminatie.

Voor Zuyd ben ik contactpersoon van dit programma en daarom was ik gisteren bij een voorlichtingsbijeenkomst in Utrecht. Na een kort voorstellingsrondje werd door het programmateam het bovenstaande kort toegelicht. Het werd duidelijk dat de hoger onderwijsinstellingen gezamenlijk de koers gaan bepalen in de diverse versnellingsteams. De tekst zoals in het versnellingsplan staat beschreven (zie mijn korte samenvatting cursief achter elke zone) is niet voorschrijvend bedoeld, het duidt alleen de context. Nu start de fase van de samenstelling van de versnellingsteams. Uiterlijk 13 september kunnen instellingen zich aanmelden als deelnemer en kunnen daarbij aangeven of men aanvoerder van een zone wil zijn. Je dient een korte visie te schrijven over de zone waarvoor je inschrijft. Inschrijven is niet vrijblijvend. Als instelling moet men substantieel investeren (250.000 euro voor grote instellingen) in projecten en/of mensuren. De middelen blijven wel binnen de instelling. Tijdens de Onderwijsdagen 2018 worden de versnellingsteams gepresenteerd.

Vanuit open innoveren model is dit programma opgezet waarbij elkaar verder helpen centraal staat. Zuyd zal vooralsnog niet participeren. We focussen ons nu op ons eigen programma’s DLO en Succesvol Studeren en proberen daar onze eigen versnellingen te realiseren. Persoonlijk had ik graag een bijdrage willen leveren en willen leren van de andere instellingen. Gelukkig vindt men het vanzelfsprekend dat alle resultaten en producten voor het hele hoger onderwijs beschikbaar wordt gesteld.

Voor het programmateam en de stuurgroep is het ook spannend hoe dit programma verder verloopt. Helpt dit programma ons echt te versnellen? Ik ben ook benieuwd. Op de terugweg las ik in Educause Review het artikel van Twenty Years of Edtech. Hierin blikt Martin Weller terug adhv 20 onderwijstechnologieën of onderwijstheorieën. Wat voor invloed hebben wiki’s, social media, LMS, MOOC, video, open, connectivisme, virtual reality, badges, learning analytics etc gehad op het onderwijs de afgelopen 20 jaar? Dat het internet en video ons onderwijs hebben veranderd, is zonneklaar. Echter, de adaptie van technologie is heel divers en de invloed ervan op het onderwijs ook. Zijn conclusie is: “that edtech is not a game for the impatient”. Nog meer geduld oefenen dus voor dit juffertje ongeduld 🙂

Meer informatie over het programma op de SURFsite.

Groet,
Judith

%d bloggers liken dit: