Categorie archief: Innovatie

Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict -boekbespreking-

Hoi Marcel,

Marijke Kral, Anne-Marieke van Loon, Pierre Gorissen en Dana Uerz van het lectoraat Leren met ict en tevens van iXperium van de HAN hebben samen het boek Leidinggeven aan onderwijsinnovatie met ict. Sturen op beweging geschreven.

De publicatie bestaat uit 5 hoofdstukken, een inleiding, nabeschouwing en uitgebreide literatuurlijst. Elk hoofdstuk eindigt met tips voor de schoolleiders en verder lezen-opties. Inhoud:

1. Onderwijs en ict, state of the art. Waar gaan we naartoe? Wat is er nodig?
2. Ict-geletterdheid
3. Gepersonaliseerd leren. Wat is het? Wat vraagt het van de schoolorganisatie?
4. Wat vraagt leren en lesgeven met en over ict van leraren?
5. Wat vraagt leidinggeven aan onderwijs en ict van leidinggevenden?

De doelgroep zijn schoolleiders in het basis- en voortgezet onderwijs, dit is vooral te zien aan de vele praktijkvoorbeelden. Op pagina 72 staat in de voetnoot dat ze met schoolleiders elke leidinggevende in een onderwijsorganisatie bedoelen, “dus ook directeuren, adjunct-directeuren, teamleiders en andere leidinggevende binnen het team die een rol hebben met betrekking tot leidinggeven aan onderwijs en ict”.

Leidinggevende spelen een cruciale rol bij onderwijsinnovatie met ict, stellen de auteurs. Dat onderbouwen ze met veel wetenschappelijk onderzoek, ook van henzelf. In het 1e hoofdstuk wordt toegelicht dat ict ingezet kan worden voor 4 deelgebieden: (1) leren en ontwikkelen, (2) werken en leren, (3) organisatie van de school, (4) logistiek van de school. Het 2e hoofdstuk gaat over het belang van ict-geletterde jongeren, en dat daarvoor ook ict-geletterde docenten nodig zijn. Teven wordt het begrip ict-geletterdheid (ofwel digitale geletterdheid) beschreven. Er zijn verschillende competentiemodellen ict-geletterdheid (zoals van Mediawijzer, Kennisnet, ADEF en van het iXperium zelf). Pierre Gorissen heeft een referentiekader digitale geletterdheid samengesteld dat gebruikt kan worden om binnen de instelling te praten over digitale geletterdheid maar ook om de reeds bestaande competentiemodellen te vergelijken. Hoofdstuk drie draait om gepersonaliseerd leren, wat het is en hoe ict voor flexibilisering, differentiatie en maatwerk ingezet kan worden. Het is een complexe onderwijsinnovatie dat vraagt om een open cultuur waarbij het onderwijskundig leiderschap van de leidinggevende erg belangrijk is om te komen tot een gezamenlijke en gedragen visie over gepersonaliseerd leren. Hoofdstuk vier gaat over ict-docent professionalisering. De online vragenlijst, gebaseerd op het competentieprofiel voor startbekwame docenten (dezelfde vragenlijst die ik ook heb gebruikt voor mijn masteronderzoek, nogmaals dank Dana Uerz 🙂 ), is ingevuld door ruim 5000 docenten uit verschillende onderwijssectoren. Analyse toont een groot handelingsverlegenheid mbt leren en lesgeven met ict. Het beeld is al jarenlang onveranderd: een kleine kopgroep (de vooroplopers) en een groot peloton. De analyse van de vragenlijst vind ik dermate interessant en belangrijk, dat ik hier nog een apart blog aan zal besteden. Conclusie is dat ict-docentprofessionalisering beter ingebed moet worden in het beleid en op bestuurlijk niveau.

De eerste vier hoofdstukken laten zien wat ict van studenten, docenten en de onderwijsorganisatie vraagt. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan wat dit dan allemaal van de schoolleider vraagt. Net als voor docenten geldt ook voor schoolleiders dat ict-competenties belangrijk hierbij zijn. Het iXperium heeft een set competenties hiervoor ontwikkeld: ‘Leidinggeven aan onderwijs en ict’ . Naast ict-geletterdheid (instrumentele, informatie- en mediavaardigheden) is het belangrijk dat hij/zij het team stuurt, inspireert en ondersteunt om ict in te onderwijs te integreren daarvoor moet hij/zij visie hebben op dit thema, strategisch kunnen omgaan met de omgeving (irt ict toepassingen) en zorgen dat de ict-organisatie in orde is.

Mooi dat in de nabeschouwing een link wordt gelegd met de toekomstverkenning ‘Het eeuwige leren’ van Stichting Toekomtbeeld der Techniek (op dit blog ook al eens aandacht aan besteed). Het inzetten van ict voor leren en lesgeven geeft altijd discussie. Voor mij hoef je niet voor of tegen inzet van ict te zijn. Als adviseur technologie-ondersteund leren denken mijn collega’s dat ik onderwijskundige uitdagingen of problemen altijd wil oplossen met ict. Nee hoor. Echt niet. Ik zeg mijn collega’s wel dat zij moeten weten wat je met leertechnolgie (de T van TPACK) kunt doen, om naast je pedagogische, didactische en inhoudelijke kennis die je als docent hebt een weloverwogen afweging te kunnen nemen of je ict al dan niet inzet. En dan gaat het om inzetten op alle eerder genoemde deelgebieden: (1) leren en ontwikkelen, (2) werken en leren, (3) organisatie van de school, (4) logistiek van de school.

Zoals op de achterflap staat; het boek geeft schoolleiders die aan de slag willen met onderwijsinnovatie met ict handvatten om docenten te ondersteunen. In deze opzet zijn de auteurs goed geslaagd. Mijn prangende vraag blijft wat te doen als zij geen vragen stellen, de urgentie niet zien of ambitie niet hebben? Kijkend naar mijn hbo-context dan is deze publicatie ook een mooie handreiking voor teamleiders. Hoewel in een voetnoot staat dat met schoolleiders ook directeuren en andere leidinggevende bedoeld worden, denk ik dat bestuurders dit boekje niet ter hand nemen. Voor hen is het Vier in Balans-model een goed instrument om visie, infrastructuur, deskundigheid, inhoud en toepassingen van hun organisatie in kaart te brengen. Uiteraard wordt dit model ook genoemd in deze uitgave. Het is zoals de auteurs schrijven: belangrijk om in alle vier de onderdelen van het model te investeren. Dus niet alleen in infrastructuur of alleen in deskundigheid, maar in balans.

Groet,
Judith

Education for the next generation

Dag Marcel,

Ken je Diana Oblinger nog? Zij stond als president van Educause op het podium in de jaren dat wij er waren. Inmiddels is zij president emeritus van Educause. Onderwijskundige Oblinger was 15 november als gastspreker bij Avans om te spreken over het onderwijs van de toekomst. Want dat flink veranderen volgens haar.

Vragen die in haar verhaal onder andere aan bod komen:

  • Hoe ziet het onderwijs van de toekomst eruit?
  • Leiden wij op voor de arbeidsmarkt van morgen? En wat betekent dat voor onze huidige en toekomstige studenten?
  • In welke mate gaan technologische ontwikkelingen (big data, artificial intelligence, blockchain) echt impact hebben op onderwijs? En welke ethische kwesties spelen daarbij een rol?
  • Welke positie heeft onderwijs in de maatschappij van de toekomst?
  • Hoe kijken we vanuit strategisch perspectief naar de toekomst van een onderwijsorganisatie?

Met veel voorbeelden (van tools) vertelt Oblinger een bekend verhaal. Wat ik opgepikt heb:

  • Aandacht voor digitale competenties en informatievaardigheden: information as a second language
  • Werken in communities, belang voor samenwerken en teamskills
  • Experiental learning: augmented, virtual, and mixed embed students in their learning
  • Nudging, stimuleer studenten via tekst messages
  • Belang voor badges en microcredentials meer informeel dan formeel (diplomagericht) leren
  • Veranderingen gaan zo snel, onderwijs en werkveld moeten meer samenwerken aan curricula

Genoeg te doen dus 🙂
Groet,
Judith

Kamerbrief digitalisering hoger onderwijs

Hallo Marcel,

Begin dit jaar heb ik geschreven over een viertal essays digitalisering hoger onderwijs. Het Ministerie van OCW heeft in het najaar 2017 aan vier experts gevraagd hun visie/toekomstperspectief op open en online hoger onderwijs te formuleren. Deze essays zijn in juni 2018 besproken met de Eerste Kamer. Minister Van Engelshoven (OCW) stuurde deze week naar aanleiding hiervan de senaat haar visie op digitalisering in het hoger onderwijs. Ze gaat hierbij kort in op de wijze waarop digitalisering in haar ogen kan bijdragen aan de onderwijskwaliteit in het hoger onderwijs. Ze verwijst in haar brief ook naar de Versnellingsagenda.

Je kunt deze kamerbrief hier downloaden.

Een aantal citaten uit deze brief:

Voor mij staat centraal dat digitalisering een middel is om de onderwijskwaliteit te verbeteren. Digitalisering is geen doel op zich.

… gaf ik reeds aan dat onderwijsinnovatie met ICT wat mij betreft dienend is aan de interactie tussen student en docent. Zoals de Onderwijsraad benadrukt in haar rapport ‘Doordacht Digitaal’ (2017) is het belangrijk dat docenten eigenaarschap houden en dat zij in staat zijn hun deskundigheid te vergroten en hun onderwijs te innoveren.

In het versnellingsplan scharen alle bekostigde Nederlandse hogeronderwijsinstellingen zich achter een groot aantal verstrekkende ambities, zoals het professionaliseren van docenten en het gezamenlijk toewerken naar open leermaterialen. Versnelling is ook wat mij betreft hard nodig. Te vaak nog blijven innovatieve onderwijsverbeteringen hangen bij enkele enthousiaste docenten en krijgt innovatie niet de schaalgrootte en ondersteuning die het verdient.

Het is nog altijd mijn ambitie dat alle docenten in het hoger onderwijs hun leermaterialen in 2025 open delen. En minstens zo belangrijk: dat het gewoon wordt het leermateriaal van anderen te hergebruiken. Om zo samen te werken aan beter leermateriaal.

Over een jaar verschijnt de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. De essays worden gebruikt bij de totstandkoming hiervan. Fijn en goed om te weten.

Groet,
Judith

Versnelling onderwijsinnovatie met ict

Hoi Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen in november 2017 waren we erbij, toen de Versnellingsagenda van de Vereniging Hogescholen, Vereniging van Universiteiten en SURF werd aangeboden aan het ministerie van OCW. De aanleiding voor dit initiatief was de bestuursreis van SURF naar Amerika in het voorjaar 2017. Zoals toen geblogd heb ik deze versnellingsagenda gedeeld binnen Zuyd.

In de Versnellingsagenda werd de ambitie uitgesproken ontwikkelingen mbt ict te versnellen om de beschikbare technologie nog beter in het onderwijs te benutten. De geformuleerde gezamenlijke ambities zijn:

  1. Aansluiting op de arbeidsmarkt
  2. Flexibilisering van het onderwijs
  3. Slimmer en beter leren met technologie

De versnellingsagenda is uitgewerkt in een vierjarig Versnellingsplan dat in mei 2018 is gepubliceerd. Binnen 8 zones willen hogescholen en universiteiten samen aan de slag gaan met:

  1. Faciliteren en professionaliseren van docenten (zorgen voor randvoorwaarden om docenten de ruimte te bieden om hun onderwijs te vernieuwen)
  2. Aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren (verbeteren van domeinspecifieke digitale vaardigheden van de afgestudeerden)
  3. Flexibilisering van het onderwijs (noodzaak van standaardiseren alvorens te flexibiliseren)
  4. Naar digitale (open) leermiddelen (stimuleren van publiceren onder een open licentie en de toegankelijkheid verbeteren)
  5. Veilig en betrouwbaar benutten van studiedata (bewaren en analyseren van studentdata met aandacht privacy en security)
  6. Evidence-based onderwijsinnovatie met ict (bundeling van onderzoekscapaciteit naar onderwijsinnovatie met ict)
  7. Samenwerking met EdTech (benutten innovatiekracht van leveranciers en startups)
  8. Gezamenlijk koersen op versnelling (bestuurlijke afstemming, ofwel het strategische gesprek)

Elke zone krijgt een versnellingsteam met 5-8 teamleden. Zij bepalen samen de vraagstukken, het tempo en de aanpak om te komen tot schaalbare resultaten. De versnellingsteams worden geholpen door een ondersteuningsteam met technische, beleidsmatige en juridische expertise. Het ondersteuningsteam legt ook de verbindingen tussen de verschillende versnellingsteams. Daarnaast voert een programmateam en een stuurgroep de regie over het programma. Het programma wordt gefinancierd door middel van projecten/mensuren in en door de deelnemende instellingen. Van de bijdragen van VH, VSNU, SURF en OCW wordt het centrale ondersteuningsteam en de aanvoerders (0,4 fte) van versnellingsteams gefinancierd. In elk versnellingsteam zit een verbinder (0,3 fte) uit het ondersteuningsteam. Het is ook de bedoeling dat in elk versnellingsteam een student participeert. Er is ook volop ondersteuning voor uitwerking van concrete producten en resultaten. Tevens is er gedurende het programma veel aandacht voor disseminatie.

Voor Zuyd ben ik contactpersoon van dit programma en daarom was ik gisteren bij een voorlichtingsbijeenkomst in Utrecht. Na een kort voorstellingsrondje werd door het programmateam het bovenstaande kort toegelicht. Het werd duidelijk dat de hoger onderwijsinstellingen gezamenlijk de koers gaan bepalen in de diverse versnellingsteams. De tekst zoals in het versnellingsplan staat beschreven (zie mijn korte samenvatting cursief achter elke zone) is niet voorschrijvend bedoeld, het duidt alleen de context. Nu start de fase van de samenstelling van de versnellingsteams. Uiterlijk 13 september kunnen instellingen zich aanmelden als deelnemer en kunnen daarbij aangeven of men aanvoerder van een zone wil zijn. Je dient een korte visie te schrijven over de zone waarvoor je inschrijft. Inschrijven is niet vrijblijvend. Als instelling moet men substantieel investeren (250.000 euro voor grote instellingen) in projecten en/of mensuren. De middelen blijven wel binnen de instelling. Tijdens de Onderwijsdagen 2018 worden de versnellingsteams gepresenteerd.

Vanuit open innoveren model is dit programma opgezet waarbij elkaar verder helpen centraal staat. Zuyd zal vooralsnog niet participeren. We focussen ons nu op ons eigen programma’s DLO en Succesvol Studeren en proberen daar onze eigen versnellingen te realiseren. Persoonlijk had ik graag een bijdrage willen leveren en willen leren van de andere instellingen. Gelukkig vindt men het vanzelfsprekend dat alle resultaten en producten voor het hele hoger onderwijs beschikbaar wordt gesteld.

Voor het programmateam en de stuurgroep is het ook spannend hoe dit programma verder verloopt. Helpt dit programma ons echt te versnellen? Ik ben ook benieuwd. Op de terugweg las ik in Educause Review het artikel van Twenty Years of Edtech. Hierin blikt Martin Weller terug adhv 20 onderwijstechnologieën of onderwijstheorieën. Wat voor invloed hebben wiki’s, social media, LMS, MOOC, video, open, connectivisme, virtual reality, badges, learning analytics etc gehad op het onderwijs de afgelopen 20 jaar? Dat het internet en video ons onderwijs hebben veranderd, is zonneklaar. Echter, de adaptie van technologie is heel divers en de invloed ervan op het onderwijs ook. Zijn conclusie is: “that edtech is not a game for the impatient”. Nog meer geduld oefenen dus voor dit juffertje ongeduld 🙂

Meer informatie over het programma op de SURFsite.

Groet,
Judith

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

%d bloggers liken dit: