Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Mijn herontwerp #mli #mooczi

Dag Marcel,

Je was nieuwsgierig naar mijn Pecha Kucha die ik onlangs als studie-opdracht heb gehouden. Ik was niet tevreden over mijn presentatie, dat weet je. Het is een presentatievorm die niet zo bij mij past. Weer wat geleerd 🙂 . Zo’n Pecha Kucha vorm (20 dia’s x 20 seconden) werkte op mijn zenuwen. Je moet je tekst strak in je kop hebben. En dat had ik niet. Gelukkig was mijn ontwerpbureau en docent na toelichting tevreden over mijn herontwerp. Ik kan nu aan de slag, het moet maandag af zijn. Er ligt dus nog wat werk op me te wachten.

Omdenken … omdenken….nee ik heb geen deadlines maar dreamlines.

Maandag tijdens de jaarlijkse lectoraats- inspiratiemiddag mag ik mijn ontwerpbureau vertegenwoordigen op de innovatiemarkt. Ik was in de veronderstelling dat ik nogmaals de Pecha Kucha moest houden. Pieter stelde daarom voor het geheel dan in te spreken. Dat heb ik gistermiddag gedaan. Nu blijkt dat de presentaties geluidloos afgedraaid moeten worden. Ach ja. Het is een leuke oefening. Weer iets voor mijn portfolio 🙂 Ik ben niet helemaal tevreden over de manier waarop ik het heb ingesproken. Voor een 1e poging niet slecht, vind ik het niet slecht.

Daarom moet ik nu nog aan de slag met het maken van andere fysieke producten. Ik ga nog maar een poster ontwerpen. Dit kan ik dinsdag tijdens onze Workshop Open Online Onderwijs die SURF-SIG Open Education bij Zuyd komt verzorgen, ook nog wel gebruiken :).

Voor de inspiratiemiddag zijn leraren basisonderwijs, pabodocenten, onderwijsdirecties en studenten van de pabo’s en masteropleidingen van Fontys uitgenodigd. Zij bepalen dmv ‘likes’ wie de MLI OntwerpAward 2014 wint (waar kennen we dat concept toch van 😉 ). Als ik dit LA met een voldoende afsluit, is dat mijn grootste prijs!

Mocht je me nog van feedback willen voorzien? Graag! Zie op mijn JOULE4JOU-blog de blueprint voor mijn herontwerp.
Judith

er verandert weinig … of toch wel?

Ha die Marcel,

Onze intranetomgeving is nodig aan een upgrade toe. Het project van Dienst Marketing en Communicatie rondom ons nieuwe Infonet zit nu in opbouwende fase. Aan mij is gevraagd om de teksten van de I-adviseurs te selecteren: wat kan weg, wat moet herschreven worden. Een lekkere klus, want onze oud-collega’s en wij hebben nogal wat pagina’s geproduceerd. En zoals dat vaker met intranetomgevingen gaat, niet alles is even goed bijgehouden 😦 Dat is (denk ik) een van de redenen dat Dienst M&C nu de touwtjes strak in handen neemt. Van beheerskant en met het oog op het aanbieden van actuele info wellicht te begrijpen. Met de nieuwe Infonet krijgen we een personaliseerd aanbod. Een slogan die ik bij dienst M&C vaker hoor: het gaat niet om informeren maar infominderen. Voor medewerkers en studenten die geen grip hebben op de  informatiestromen waarschijnlijk een uitkomst. Ach ik,  ik stroomlijn het liever zelf 🙂
Daarnaast heb ik toch zelf meer behoefte aan een sociaal infonet. Ik heb daar ook al vaker over geblogd …. Ik hoop echt dat er in het proces ook aandacht is voor de sociale interactie én de zoekfunctionaliteit. Voor mij twee onmisbare elementen voor een sociale online werkomgeving als het gaat om samenwerken en kennis delen te bevorderen, maar misschien ben ik de enige ….

Wat wel heel leuk was dat ik tijdens het scannen van de oude teksten ons oude ICTO-blog tegen kwam. Ja ons Infonet heeft een blogfunctie (zelfs met RSS!). Deze tool hebben we als adviseurs ook even gebruikt maar dit werkte niet. In tegenstelling tot onze wekelijkse I-flits :).

Ik moest wel erg glimlachen toen ik deze blogberichten uit 2010 herlas. Van de 12 waren er drie van Jack, één van jou en de overige van mijn hand.

Niet veel veranderd!

Mijn berichten gingen over social media, TEDx, Yammer, Prezi, KiB, Educause, En die ene van jou? Natuurlijk over gaming! 🙂

Niet veel veranderd!

En die van Jack? Over e-Reading! Haha. Hij zit nu op zijn plaats als teamleider van Zuyd bibliotheek.

Ook niet veel veranderd dus!

Eén blogbericht ging over Inspirerende docenten nav een boek van Edith Roefs. Was ik hier vier jaar geleden al mee bezig? Nu dus een thema in mijn MLI studie. Ik vond het de moeite waard om deze tekst ook nog in ons blog te publiceren. En ik ga het boek weer eens even uit de kast van de bibliotheek plukken!

ICTOblog

Inspirerende docenten

inspirendedocenten
Edith Roefs heeft als lid van de kenniskring van het lectoraat Pedagogische Kwaliteit van het Onderwijs van de Christelijke Hogeschool Windesheim onderzoek gedaan naar de betekenis van inspirerende docenten. In 10 docent-verhalen werkt ze verschillende thema’s uit, zoals: studenten confronteren, hoge eisen stellen, openleerklimaat creëren en de aandacht voor theorie in competentiegericht onderwijs. Het boek geeft geen richtlijnen of stappenplannen voor inspirerend docentschap maar voorbeelden en inzichten waar men zich aan kan spiegelen.
Het onderzoek is gebaseerd op o.a. groepsinterviews met studenten. Studenten vinden inspirerende docenten een docent die ‘echt’ is: een mens met sterke en zwakke kanten, voorkeuren, visies en eigen ervaringen. Fouten maken mag en toegeven ook (daar is zelfs een award voor 😉 ). Het genereert betrokkenheid en maakt de docent geloofwaardig.
Op de website ScienceGuide is een artikel over dit onderzoek te lezen. Het inspirerend boek (hier een link naar de inhoudsopgave) is te leen in onze bibliotheek.

Heeft dit iets te maken met e-learning? Ik denk het wel. Online kun je ook passie ten toon spreiden. ‘Web2.0 is zeg maar echt mijn ding’. Ik kan heel enthousiast zijn over het gebruik van sociale netwerken, social bookmarking, soms een beetje té 😉 Web2.0 is een tool en niet het doel. Maar wel een tool waarmee je het leerproces kan ondersteunen, dat kan binden en boeien. We leren van elkaar door te delen en samen te werken. Interactie daar draait het om en technologie speelt daarbij inmiddels een belangrijke rol in onze informatiemaatschappij : social learning, een levenlang!

Deze week ontdekte ik (via Zuyd Nieuws) een mooie uitgave van Zestor. Een inspiratieboekje voor hbo-docenten over de professionele ruimte (die misschien wel groter is dan je aanneemt). Samenwerken, kennisdelen zijn natuurlijk weer kernthema’s. Een mooi inspiratiebron voor mijn MLI-onderzoek. Het boekje “Vertrouwen in kwaliteit” is gratis te downloaden of aan te vragen. En hier werkte ook Edith Roefs (en Joseph Kessels natuurlijk) aan mee.

In vier jaar zijn onze aandachtsgebieden niet veel veranderd. Ik zie wel een kentering plaats vinden m.b.t. aandacht voor onze onderwerpen. Je hebt (weer) gelijk. Het duurt een jaar of 3 – 4 voordat veranderingen zichtbaar worden.

Zonnige zondag verder.
Judith

 

Reflecteren en Innoveren #MLI

Ha Marcel,

Deze week hadden we het even over mijn studiebelasting in combinatie met werk en privé nav het blogbericht van Remko Boers. Remko is (was) een MLI-student van InHolland en heeft besloten om te stoppen met zijn studie. Wilfred Rubens schreef op zijn blog waarom hij dat jammer vond. Karin Winters, ook een mede MLI-student van Stoas, reageerde ook en vroeg wat ik er van vond. We ‘reflecteren’ wel vaker via twitter op onze studie ;). Nu lukte het niet in 140 tekens.

We reflecteren wat af. Ook in het reflectiebusje 🙂 waarmee ik samen met mijn carpoolmaatjes elke week vanuit het zuiden naar Eindhoven rijd. In dit blog mijn reflectie op mijn studie tot nu toe. Ik heb al een plaatsje in de focusgroep van de MLI-studie. Hierin wordt 2x per jaar aan studenten gevraagd welke plus- en verbeterpunten zij voor de opleiding zien. Ik merk dat hier ook iets mee gedaan wordt.

Het besluit om te gaan studeren kwam op een moment dat mijn positie binnen de organisatie erg onduidelijk was en ik de keuze heb gemaakt om mijn carrière mogelijkheden te verruimen. Wilde ik een positie binnen het onderwijs, dan heb ik dat papiertje nodig vanwege de masterverplichting voor HBO-docenten. Ik vind het een onzinnige verplichting omdat ik denk dat niet (alleen) hierdoor de kwaliteit van het onderwijs verbetert. Ik leer wel informeel, maar dat ik blijkbaar nog niet voldoende voor de professionalisering van kenniswerkers. Gelukkig is er wel een kentering, zoals Wilfred dat ook schreef: “Bovendien wordt de waarde van zelfgestuurd en informeel leren -weliswaar schoorvoetend – steeds breder”.  Ook binnen Zuyd is er aandacht voor, maar dat mag je ook verwachten met Kitty Kwakman in ons college (gepromoveerd op leren van docenten tijdens de beroepsloopbaan) 🙂 .

Wilfred somt een aantal punten waarom volwassenen weinig deelnemen aan post-initiële opleidingen, of voortijdig met hun studie stoppen. Net als Karin zal ik mijn ervaringen hier aan toevoegen.

1. Financiële drempels (kosten).

Ik ben geen docent dus geen recht op de docentenbeurs. De masterverplichting geldt daarom ook niet voor mij. Dat betekent dat ik niet in de masterregeling van Zuyd val. Volgens de nieuwe HBO-CAO wordt er geen onderscheid gemaakt tussen onderwijzend en ondersteunend personeel, de gevolgen hiervan heb ik (ondanks veelvuldig navragen) voor mij persoonlijk nog niet ondervonden. Volgens de huidige regeling krijg ik 75% van mijn studiekosten vergoed en is 4 uur werktijd studietijd. Dat vind ik op zich netjes, maar ik hou niet zo van rechtsongelijkheid tussen docenten en niet-docenten (persoonlijk strijdje). Gelukkig heb ik de afgelopen jaren genoeg uren opgebouwd, dus probeer ik wekelijks 8 uur van mijn 0,8 fte vrij te plannen voor studie. Dat lukt bijna nooit. Daarom heb ik afgelopen periode 2 weken vrijgenomen voor studie. Het heeft dus ook een groot voordeel dat ik geen docent ben. Ik zit namelijk niet gebonden aan een vast lesrooster. Ik kan mijn agenda bepalen en daarin met afspraken schuiven. Dat is echt een groot pluspunt.
Boeken schaf ik zo min mogelijk aan, die leen ik via Zuyd Bibliotheek of Fontys.

2. Drempels mbt de toegankelijkheid (denk aan instroomeisen, maar ook aan de afstand tot de opleiding).

Instroomeisen zijn een educatieve HBO-bachelor en werkervaring in het onderwijs. Ik heb via e-wisseling aangegeven welke diploma’s en werkervaring ik heb. Op basis hiervan kreeg ik toestemming om me in te schrijven. Ik heb geen aparte intakegesprek gehad. Vanwege afstand heb ik niet verder gekeken naar andere MLI-masters. Eén uur rijden vanuit Maastricht vind ik voldoende, daarom is het Eindhoven geworden. Hoewel de f2f ontmoetingen in Eindhoven heel waardevol zijn, vind ik dat de MLI een stimulerende sociale online leeromgeving moet bieden. Dat mis ik echt. Het is elke keer weer met een groepje zoeken naar vormen en tools om samen te werken. Als werkende lerende professional wil ik ook tijd- en plaatsonafhankelijk  met mijn studie bezig kunnen zijn. Als ik geen specifieke opdracht in Eindhoven te vervullen heb waarom zou ik dan dik 1 uur hen en terug rijden? Of is dat door de contacturenverplichtingen vanuit het ministerie?

3. Drempels met betrekking tot de informatie over de opleiding (weten deelnemers bijvoorbeeld wat van hen wordt gevraagd).

De MLI heeft duidelijk per leerarrangement de beoordelingscriteria opgesteld. Ik kan weten wat van me verwacht wordt. Toch is dat heel dubbel. Het tempo is zoals Remko Boers aangaf erg hoog. Er wordt nogal wat van ons verwacht, we hebben veel deadlines (en ik ben toch weer teruggevallen in mijn oude studiehouding 😉 mijn werk is pas af op het allerlaatste moment). Dat betekent dat je soms gewoon duidelijk van de docent wilt hebben wat hij/zij van je verwacht. Je hebt zo weinig tijd om hetgeen je leest/hoort te laten bezinken en hierover met je collega’s en medestudenten door te spreken. Ik gebruik hiervoor wel dit blog voor. Al schrijvende leer ik en heb ik het meteen vastgelegd zodat ik er later op terug kan grijpen (mijn buitenboordbrein). Als je meer tijd zou hebben, heb je ook de gelegenheid om het een en ander te laten bezinken en en te bespreken met je peers. Peer feedback is belangrijk in onze opleiding (Hattie!). Voor dit leerarrangement moesten we een blog aanmaken en via dit medium onze producten delen. Ik had graag meer tijd gehad om ook van (enkele) medestudenten hun producten via hun blog van feedback te voorzien. Ik doe het wel, maar te weinig. Ik vind het jammer dat dit hierop niet gestuurd wordt. Ja ik weet het. Het zou vanuit de intrinsieke motivatie moeten komen, maar als je niet gewend bent om via blogs te reageren zit daar wel een drempel.
Soms heb ik wel het gevoel dat tav onderzoek en paper de docenten te veel van ons verwachten. Wij krijgen onderzoeksvaardigheden van gepromoveerde onderzoekers. Wij zijn natuurlijk geen promovendi, dat wordt soms wel eens vergeten.

4. Persoonlijke -veelal mentale- drempels. Hieronder vallen bijvoorbeeld het kunnen combineren van studeren met werk en privéleven, het vermogen om zelfsturend te leren of voldoende zelfvertrouwen hebben.

Tijdens groepsintakegesprek werd erg gewaarschuwd voor de zware belasting. Je weet waar je aan begint, maar eigenlijk toch weer niet. Je moet toch ervaren. En het is pittig. In tegenstelling tot enkele van mijn medestudenten heb ik geen kleine kinderen meer thuis. Mijn zorgtaken voor hen zijn beperkt tot het wassen en strijken in het weekend. En ik heb ook steun van hen. Mijn zoon heeft mijn paper van feedback voorzien. Mijn dochter heeft een goede beoordeling voor haar SPSS tentamen, dus die kan me volgend jaar helpen. Haha. Ik hoor van hen terug wat ik zelf altijd zei. *grinnik* Maak je niet druk. Je hebt je best gedaan. Meer kan je niet doen. Frank, manlief  is niet te beroerd om huishoudelijke taken (die ik het eerst laat vallen 🙂 ) op te pakken. Toch zit er wel wat schuldgevoel. Ik zou nog wat meer aandacht voor hen willen hebben. Zo ook voor mijn moeder. Zij heeft Parkinson, zit in een verpleeghuis 150 km van mij vandaan, niet gelukkig. Dat doet pijn. Mijn  vader, 3 broers en veel familie en vrienden zijn er wel voor haar, maar niet haar enige dochter…
Zelfsturend leren is voor mij natuurlijk. Al bloggend, twitterend ontwikkel ik me constant. Ik heb al vaker gezegd dat twitter mijn permanente bijscholingscursus is. Dat is echt zo. Ik heb zoveel informatie voor mijn studie gehaald uit tweets en blogs. Onbegrijpelijk dat niet alle MLI-studenten dit als inspiratiebron gebruiken. Mijn zelfvertrouwen is een ander verhaal 😉 . Omdat ik veel met technologie bezig ben, wordt al snel gezegd … zo’n studie dat doe jij even … Nou, echt niet. Oude angsten als faalangst steken tijdens zo’n proces weer de kop op. Ik hou er niet van om fouten te maken. Ja, ik weet het wel. Van fouten leer je. Maar toch.

5. Drempels die voortvloeien uit het ontwerp van de opleidingen. Hieronder vallen studielast, doorlooptijd, het rekening houden met ervaringen van deelnemers of de wijze van beoordelen.

Ik heb uiteindelijk voor deze studie gekozen omdat er geen kennistoetsen werden afgenomen. Ik wil geen tentamens meer in mijn kop stampen. Ik geloof niet dat dit zinvol is. Dus schrijven, reflecteren, presenteren zijn toetsvormen die wel bij mij passen. En ja een paper schrijven is wat andere koek dan een blogpost. En ondanks dat ik bibliothecaris ben en wel wat van titelbeschrijven weet, heb ik nu toch wel weerstand tegen die APA-regeltjes. Het is gewoon zoveel extra werk om dit foutloos (en dat wil ik dan natuurlijk wel) te doen. Ik ben blij dat wij zowel bij de paper, als bij het huidig leerarrangement als bij mijn onderzoeksopzet zoveel feedbackmomenten krijgen. Docenten die echt de tijd nemen om naar je producten te kijken en dat van commentaar voorzien. Hoewel ik ook gemerkt heb (zeker bij het paper schrijven) dat hier ook weer verschillende visies zijn en je uiteindelijk toch je eigen conclusies/keuzes moet maken in je teksten.

Ik probeer mijn eigen koers te varen. Mijn eigen leerdoelen te stellen. Uitdagingen aan te gaan (een pecha kucha houden ipv een pitch, met Mendely werken … waarom maak ik het mezelf toch weer moeilijk). Druk maakt ook dat ik emotioneler ben, een korte lontje heb. Ik heb vaker hoofdpijn. Ondanks alle druk ben ik blij aan deze studie te zijn begonnen. Ik heb leuke mensen leren kennen. Ik weet al meer van allerlei leertheorieën. Ik leer wat minder vanuit aannames te redeneren. Leren is gewoon leuk 🙂 . In mijn mailbox zat deze week een herinschrijvingsverzoek van Studielink. Dat ga ik dit weekend ook maar even regelen.

En om de vraag van Karin te beantwoorden: wiens leren wil ik innoveren? Ik heb alleen invloed op mijn eigen leerproces. Ik wil voornamelijk leren hoe efficiente ICT inzet te kunnen adviseren. Ik probeer daarom zoveel mogelijk kennis te delen. Het social learning met enthousiasme te verspreiden. Gewoon leren door te DOEN.

Zo’n blogpost schrijven kost toch altijd weer meer tijd dan ik van te voren denk. Dat betekent dat ik nu laten naar Halsteren vertrek dan gepland voor het bezoekje naar mijn ouders. *zucht* Maar ik kan dit natuurlijk wel gebruiken voor mijn integratiefase (portfolio enzo). 🙂
Het zonnetje schijnt! Daar gaan we dit weekendvan  genieten, tussen de studieactiviteiten door.

Groet,
Judith

Een levendige leeromgeving

Ha Marcel,

Je weet dat Liesbeth Mantel ‘head open spaces’ is van TU Delft Library 🙂 ze heeft ons en de faculteit ICT al eens met een bezoekje vereerd. Het wordt weer eens tijd voor een bezoekje aan Delft, daar had ik het onlangs met haar over op twitter. Ik weet dat zij vanuit haar (vorige) functie persona’s gebruikte voor de herinrichting van werkplekken voor bibliotheekmedewerkers. Nu heeft zij deze methodiek van persona’s ook toegepast in de bibliotheek. Op deze manier kan je de gebruiker heel erg betrekken bij het ontwerpproces van de inrichting van je bibliotheek, de leeromgeving. Door je in te leven in de verschillende persona’s (zij hebben 4 beschreven) krijg je een inkijkje in hun motivatie en snap je waarom sommige diensten voor de een wel werkt en voor de ander niet. Het is geen one size fits all meer volgens Liesbeth.

Hoe maak je de leeromgeving zo dat studenten er graag willen komen in deze tijd van waarin veel informatie en diensten ook online beschikbaar zijn. Hoe transformeer je een omgeving van een Learning Centre naar een Living Campus?
Marina Noordegraaf (van verbeeldingskr8) heeft de ideeën van haar en Wilma van Wezenbeek (directeur van TU Delft Library) in een mooi filmpje gevisualiseerd.

Living Campus is een TU Delft brede campusontwikkeling die “een thuisbasis moet zijn voor onze internationale populatie, huisvesting bieden aan studenten en een hoeksteen zijn voor een succesvolle kennisstad”.
Een mooi project dat ik graag onder de aandacht van onze collega’s van de bibliotheek en huisvesting wil brengen. Zo’n levendige leeromgeving willen we toch allemaal!

En … tot snel weer in Delft Liesbeth? Ga je mee Marcel?

Groet,
Judith

Bron: weblog van Liesbeth Mantel over Liber Architecture Group

Gedragsverandering gaat in kleine stapjes #mli

Ha Marcel,

Attitude en gedragsverandering zijn invalshoeken die in jouw en mijn onderzoek overeenkomen. Via een blogpost op Frankwatching Vaker bloggen, is dat aan te leren? (je snapt wel dat deze titel een trigger voor me was 😉 ) las ik over BJ Fogg, docent aan Stanford University die al 20 jaar onderzoek doet naar hoe technologie gedrag kan beïnvloeden.

Ons gedrag(sverandering) komt voort uit dat je iets wilt (drijfveren), in staat moet zijn om iets te veranderen ( het vermogen) en een mechanisme dat een proces in werking zet (triggers). Het Fogg Behavior Model is gebaseerd op deze 3 onderdelen: motivation, ability en triggers. Als gedragsverandering niet optreedt, ontbreekt ten minste een van deze elementen.

Vaak wordt gedragsverandering toegeschreven aan motivatie en doorzettingsvermogen (willpower), maar zo gemakkelijk verander je jezelf niet, het kost gemiddeld 66 dagen las ik … 😦 Met de ‘Tiny Habits method’ gaat het volgens Fogg veel gemakkelijker. Gedrag verander je in kleine stapjes door het te koppelen aan een bestaande routine en jezelf te prijzen! Zijn format:

After I ….[existing habit]….

I will ….[new tiny behavior]…

Maak het nieuwe gedrag zo klein of gemakkelijk dat het geen wilskracht kost om het uit te voeren.

Fogg heeft ook een wizard ontwikkeld, een hulpmiddel die je bij een ontwerp kan gebruiken om een gedrag te veranderen. Hij onderscheidt 15 manieren. Elke type gebruikt verschillende overtuigingstechnieken en psychologische strategieën.

Behaviorgrid

Het gedrag moet ook getriggerd worden. Zelfs als de motivatie hoog is en het gemakkelijk uit te voeren is, heb je toch een trigger nodig. Gewoon omdat je soms er niet aan denkt om dingen (anders) te doen. Technologie kan nieuwe routines ondersteunen.

Fogg noemt 3 manieren om de motivatie te vergroten:

  1. plezier & pijn
  2. hoop & angst
  3. sociale acceptatie & afwijzing

Volgens Fogg zijn er 6 elementen die bepalen of gedrag gemakkelijk te anderen is:

  1. tijd
  2. geld
  3. fysieke inspanning
  4. sociaal afwijkend gedrag
  5. mentale inspanning
  6. routines

De balans tussen deze factoren ligt voor ieder mens anders. Wel kan je deze elementen in een trigger (game 🙂 ) verwerken om mensen subtiel te motiveren hun gedrag te veranderen. Voorbeelden van triggers: sparks (motiverende boodschappen), facilitators (ambassadeurs, helpers, vrienden), reminders (wekker).

Het gedragsmodel van Fogg helpt je om na te denken over gedragsbeïnvloeding. Het helpt ook om te ontdekken waar de pijnpunten liggen. Moet ik mijn collega’s motiveren om meer kennis te delen? Of is het beter om andere obstakels eerst uit de wel te ruimen?

Judith

Bron: Fogg, B. J. (2009, April). A behavior model for persuasive design. In: Proceedings of the 4th international conference on persuasive technology (p. 40). ACM.

Misschien voor jou ook interessant: