Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Onderzoek. “En ik zeg open moet het zijn!” #MLI

Ha Marcel,

Vandaag heb jij weer wat stappen gezet richting realiseren van jouw droomonderzoek: Collaborative Alternate Reality Gaming in Patient Care. Op jouw eigen manier heb jij de jury proberen te enthousiasmeren voor jouw promotieonderzoek.
Ook ik ben een beetje met onderzoek bezig 😉 Voor mijn masterstudie heb ik de afgelopen 4 dagen uren op mijn studeerkamertje gewerkt aan mijn onderzoeksvoorstel. Gisteren heb ik hem aan mijn beoordelaar opgestuurd voor feedback.

We zijn allebei nieuw in de onderzoekswereld en ik (zal verder voor mezelf spreken 😉 ) ben toch redelijk verbaasd over de starheid van dit wereldje. Alles moet volgens vaste regeltjes. De wijze waarop ik het verslag moet vormgeven, het aantal woorden, de manier van dataverzamelen, transcriberen van interviews. Pfff … en dan hebben we het nog niet over de APA …

Op Twitter zag ik een tweet voorbij komen met een blogbericht en de uitdagende titel: In 5 stappen naar Open Science – niet voor mietjes. Open Science wordt hier gedefinieerd als “het zo vroeg mogelijk delen van wetenschappelijke kennis, resultaten en data”. Kijk daar kan ik wat mee 🙂

Wat zijn dan die 5 stappen?

  1. Connect
  2. Betrek niet-wetenschappers
  3. Deel alles wat je hebt
  4. Laat je fouten zien
  5. Droom groter

Door samenwerking met wetenschappers en niet-wetenschappers, je data open te delen waardoor innovatie gestimuleerd wordt (power of the crowd), verder te kijken dan alleen je eigen onderzoeksgebiedje raken mensen verbonden en enthousiast over je onderzoek.

Op dit grensvlak waar kennis wordt gedeeld, gebeuren bijzondere dingen.

En dan hebben ze in dit blog van Studio Lakmoes over het échte onderzoek. Ik ben maar een beetje aan het rommelen in de marge. Maar hoop wel door mijn onderzoek (hoe klein dan ook) over open online kennisdelen iets van beweging binnen Zuyd te bewerkstelligen. Ik ben er van overtuigd dat door de technologische ontwikkelingen en vooral door social media de samenleving, het onderwijs en uiteindelijk ook het onderzoek veranderen gaat / aan het veranderen is.

En net zoals Thé Lau, hier voor de eerste en laatste keer, eergisteren op Pinkpop, zeg ik Open moet het zijn!

Of is dit nu de ‘blinde vlek’ waarvoor ik bij mijn onderzoek moet oppassen? 😉

Judith

Interviewen met de Post-It methode #mli

CC-BY-NC-ND Peter Guthrie

CC-BY-NC-ND Peter Guthrie

Ha Marcel,

Je weet dat ik momenteel even afstand probeer te nemen van het werk zodat ik de komende week kan concentreren op mijn onderzoek voor mijn masterstudie. Het onderwerp mijn onderzoek draait om (hoe kan het ook anders) online kennisdelen. Het onderzoek wordt een kwalitatief onderzoek. Ik ben nog aan het bedenken of het het actieonderzoek of toch een beschrijvend onderzoek wordt. In ieder geval wordt het geen grootschalige enquête maar een onderzoek mbv interviews. Dat had ik eigenlijk al op basis van het college van Gerben Moerman besloten. Het enige waardoor ik een beetje terughoudend ben, is dat ik minstens 5 interviews helemaal moet transcriberen. Dus alles woordje voor woordje uittypen (de euhs en ahs hoeven niet 😉 ) En 1 uur interview kost 8 uur uitwerken. Tsja …. Nu hoor ik van onderzoekers dat dit eigenlijk niet zinvol is, maar ja als het door de opleiding geëist wordt wat doe je dan?

Of ben ik weer eens eigenwijs? 🙂

Door mede-student Mieke Haverkort werd ik geattendeerd op De Post-It-interviewmethode. Hartger Wassink op zijn blog De Professionele dialoog hierover:

De Post-It-interviewmethode is gebaseerd op de Rich Picture Methode (Monk & Howard, 1998). In deze methode worden interviews gestructureerd aan de hand van een tekening of schema die tijdens het interview door de geïnterviewde zelf worden gemaakt. Het schema wordt opgebouwd op zelfklevende notitieblaadjes: vandaar de naam ‘Post-It’-methode. Zie ook de CPS-uitwerking.

In het kort komt het erop neer dat de geïnterviewde gevraagd wordt om op drie momenten het interview tot dan toe samen te vatten in trefwoorden. Deze trefwoorden worden opgeschreven op zelfklevende notitieblaadjes. Aan het eind van het interview wordt de geïnterviewde gevraagd om de notitieblaadjes te ordenen, zodanig dat ze een goede weergave van het interview zouden geven. Manieren van ordening:

  • Naar prioriteit (het belangrijkste bovenaan)
  • Naar cluster (wat hoort bij elkaar?)
  • Naar beïnvloeding (hoe is de ene factor van invloed op de andere?)
  • (een andere manier, die beter bij je onderzoeksvraag past)

Het interview resulteert dan:

  • een schema van trefwoorden die door de geïnterviewde met elkaar in verband zijn gebracht;
  • de uitleg die de geïnterviewde daarbij geeft;
  • de aantekeningen van de onderzoeker tijdens (en na) het interview en
  • de opname van het interview zelf.

Voor de analyse kan het schema, met de uitleg van de geïnterviewde, het uitgangspunt vormen; de opname (laat staan de volledig uitgewerkte tekst) dient vooral als achtergrondinformatie, en niet als primaire bron.

Als ik dan lees dat het belangrijkste voordeel van deze methode het opleveren van een grotere validiteit van het onderzoek is, dan kan je toch niet anders dan deze methode omarmen. De geïnterviewde reflecteert meteen op het gesprek en de methode geeft feedback. Daarnaast is het een instrument voor de interviewer om het gesprek te sturctureren. En het scheelt tijd. Het interview hoeft niet geheel uitgetypt en per zin geanalyseerd te worden omdat samenvatten, aanduiden van belangrijkste factoren en samenhang door de geïnterviewde zelf is gedaan.

win-win-situatie lijkt me zo 🙂

Ik ga het in mijn onderzoeksopzet inbrengen. Ik ben benieuwd naar de feedback die ik hierop zal gaan krijgen.
Groet,
Judith

Onderwijs 2025 & Zuyd #hbo2025 #mli

Dag Marcel,

Gisteren las ik via het weblog van Pedro DeBruyckere het essay van Dirk Van Damme over de toekomst van het hoger onderwijs. Prof. Dr. Van Damme is hoofd van het Centre for Educational Research and Innovation (CERI) bij bet Directorate for Education and Skills bij de OESO te Parijs, een man die weet waar hij het over heeft. Dit essay is speciaal geschreven voor het nieuwe strategisch plan 2025 van de Vereniging Hogescholen. Wist je dat alle hbo-bestuurders nu in ons mooie Zuid-Limburg zitten om over deze toekomst na te denken?

Op hun site HBO2025 staat te lezen

Het hbo telt ruim 440.000 studenten. Eenmaal afgestudeerd leveren zij een belangrijke bijdrage aan de Nederlandse kenniseconomie. Zij worden opgeleid voor een maatschappij die een steeds grotere dynamiek laat zien en die andere eisen aan hun beroepspraktijk stelt. Hogescholen spelen in op die maatschappelijke veranderingen. Hoe zij dat doen, staat centraal in het strategieproject #hbo2025 over de toekomst van het hoger beroepsonderwijs. Eindresultaat is een nieuwe strategische agenda voor het hbo.

Ik hoop dat onze bestuurders er ook bij zijn en dat zij gisteren de inspirerende Jelmer Evers hebben gehoord (“veranderen docenten niet dan verander het onderwijs ook niet”) of de lector Play Design & Devolopment (“spellen dagen ons uit, onderwijs moet ons uitdagen”) hebben gehoord.

In het essay ‘Hoger onderwijs: een systeem met wankele grondvesten‘ stelt Dirk Van Damme een drietal duidelijke vragen, vooral om discussie op te roepen:

  1. Zijn ’21st century skills’ nog op het continuüm academisch versus professioneel te plaatsen?
  2. Zullen nieuwe, flexibelere vormen van onderwijs het antwoord zijn op verdere massificatie en nieuwe vormen van participatie?
  3. Zullen globalisering en technologie hoger-onderwijsinstellingen uit elkaar halen?

Zuyd heeft onlangs een mooi onderwijsvisie neergelegd met een drietal uitgangspunten:

  • Praktijkgerichte leeromgeving
  • Verbinding van onderzoek en onderwijs
  • Leren in communities

Het is een kader van waaruit iedere opleiding een vertaling naar de eigen, specifieke omgeving maakt.

Het essay van Van Damme is interessant omdat het vragen stelt als: Leiden we onze studenten wel op voor beroepen van de toekomst? En krijgen zij genoeg bagage mee om met te participeren in die snel veranderende samenleving met grote onvoorspelbaarheid? En definiëren we curricula en eindcompetenties niet op basis van achterhaalde onderwijsmodellen? (Deze laatste is in het kader van mijn master MLI waarin ik onlangs onderwijs moest ontwerpen met leerdoelen – trapmodellen – rubrics wel een heel interessante 😉 ).

Enkele interessante citaten:

Tendensen om beroepen en competenties tot in de details te beschrijven en te vertalen naar kwalificatiekaders, zoals het European Qualifications Framework, hebben wellicht verduidelijking gebracht op een aantal vlakken, maar gaan uit van een erg stabiele sociaal­ economische omgeving, en riskeren nu vooral tot verstarring te leiden ten aanzien van snel veranderende realiteiten op de werkvloer.

Mijn verwachting is dat dit ook de participatievormen die we momenteel kennen in het hoger onderwijs drastisch zal gaan beïnvloeden. Nederland kent een bescheiden stijging van deeltijdtrajecten, maar heeft nog een vrij lage participatie van werkenden en studenten ouder dan 3O jaar. Dat heeft veel te maken met de aanbodstructuur van opleidingen, hoewel ook de vraagzijde niet echt gestimuleerd wordt. Het lijkt niet overdreven te stellen dat we momenteel niet in staat zijn om onderwijs aan te bieden via de kanalen en met behulp van media en techno­logie die veel meer mensen dan vandaag in staat zou stellen om zich verder bij te scholen en te kwalificeren.

Aan de andere kant neemt het belang van instellingen ook af. In het onderzoek bijvoorbeeld zijn samenwerkingsverbanden op mondiaal vlak vaak op heel andere manieren georganiseerd. Netwerken nemen geleidelijk delen van de institutionele kerntaken over. Communicatietechnologieën maken verbanden mogelijk die elke beperking in tijd­ en ruimte overstijgen.

Technologie heeft toch een grote impact. Het verandert de samenleving, dus ook het onderwijs. Dat kan niet anders. Lees zijn essay! Ik zal het binnenkort ook delen via de Nieuwsflits. Momenteel zijn wij als I-adviseurs betrokken bij de upgrade van het Strategisch ICT-plan voor Zuyd. Allemaal punten die wij in de discussie met de faculteiten meenemen.

Groet,
Judith

Do you dare to dream? #MLI

Hoi Marcel,

Vorige week ontving ik een mention via twitter van een filmpje dat ik gedeeld zou hebben. Een supermooi filmpje. Had ik dat gedeeld? Ik herkende het wel. Ja dus, maar al een maand geleden. Hoe ik het gevonden heb, weet ik niet meer. Voordat ik het weer kwijt raak, even vastleggen in mijn buitenboordbrein 🙂 .

Een filmpje over leren. Hoe lastig het kan zijn om vanuit je comfort zone naar je learning zone te gaanBij mij gaan dan nu bellen rinkelen over zone van naaste ontwikkeling (Vygotsky) *grinnik* Om van de ene naar de andere zone te gaan. gaan sommige lerende via de panic zone, maar je kunt dat ook zien als een magic zone! Gaat dit dan weer over fixed en growth mindset (Dweck!)?
Kortom een mooi filmpje over leren en persoonlijke ontwikkeling

Since our childhood we all know how to dream. Asleep and awake. Thanks to the power of our imagination we believe we are capable of achieving anything we can dream of. However, as we grow older we lose this wonderful ability we’ll later need to be creative, to innovate, to change our lives and to transform our organizations. We invite you to dare to dream again, to challenge your comfort zone, and to enjoy the pleasure of turning your dreams into reality. Do you dare to dream?

Judith

De kracht van het verborgen curriculum #gamification #ncosm #mli

Marcel, je zou genoten hebben van de eerste keynote van het Nationaal Congres Onderwijs en Sociale Media. Het sloot ook zo mooi aan op mijn leerarrangement over curriculumvernieuwing van mijn Master Leren en Innoveren. Die ik vandaag afrond! 🙂 .

On stage: Helen Keegan. Helen is Senior Lecturer (Interactive Media and Social Technologies) aan the University of Salford (UK). Zij sprak over: Curiosity and Curriculum!

Helen Keegan vertelde over een onderwijsmodule (waar 30 studenten aan deelnamen) die zij ontwikkelde als een Alternate Reality Game. De studenten kwamen tijdens deze module in aanraking met onderwerpen als: digital identity; remix culture; , copyrights-licencing-ethics; participatory media production, mobile phone filmmaking, transmedia storytelling; criticical media literacy. Het betrof dus een module over delen, publiceren en online samenwerken. Het eindproduct waar de studenten op beoordeeld werden was uiteraard het filmpje. Tot zover het formele curriculum.

In de onderwijsvisie van Helen gaat onderwijs om meer dan kennis overdragen en studenten klaarstomen voor een baan. Onderwijs zou net als ‘vroeger’ ook meer moeten gaan om persoonlijke ontwikkeling. Onderwijs moet prikkelen en nieuwsgierig maken.
Daarom ontwierp ze (ik heb geen idee hoe groot het team was, maar ik had het idee dat dit een eenvrouwsactie was) een hidden curriculum om de studenten door middel van puzzels en codes kraken uit te dagen tot nadenken en vragen stellen. Ze creeërde een fake identity van ene Rufi Franzen. Allerlei social media accounts werden aangemaakt: twitter, facebook, instagram, foursquare, etc. Via Rufi wilde ze de studenten uitdagen meer te doen dan alleen de opdrachten die in het formele curriuclum stonden. Kennisdelen, publiceren op het interneten, connecties aangaan, dat was haar doel.

Sommige studenten ontvingen een brief op hun thuisadres met de code 91211. Maar andere weer niet. Dit bracht heel veel onrust in de groep want ze snapte niet waarom sommige wel en andere geen code hadden ontvangen. Sommige studenten waren echt bang, Rufi werd zelfs bedreigd. Dit was een onverwachts effect waar ze erg van schok. Dat was niet de bedoeling. Dus stuurde ze een mail naar iedereen, zonder te veel prijs te geven. Daarna werd het magisch! Studenten wilden weten waarom Rufi hen had uitgekozen. Ze begonnen hun eigen curriculum te ontwikkelen. Ze leerden samen met Rufi. Ze werden ook detectives. Samenwerken en probleemoplossend vermogen werden gestimuleerd. Het werd een interactieve game. De echte wereld en de game vloeide in elkaar over. Codes werden in films verborgen. Via QR codes werden studenten naar locaties geleid waarna inchecken op Foursquare opdrachten zichtbaar werden. Het hele spel duurde 2 en halve maand.

Nadat het einddoel bereikt was en zij uitgelegd kregen dat ze onderdeel van een alternate reality game. Studenten waren in shock. Ze kregen uitleg mee hoe ze ‘voor de gek’ waren gehouden. Er volgde waardering. Het hele curriculum werd zelf nog eens nageplozen om te kijken welke clues gemist hadden. Dubbel leereffect dus!

Onderstaande presentatie is hetzelfde verhaal dat ze tijdens #ncosm heeft verteld. Must see!

Zoals Helen zegt: het was gekke werk, maar het was fantastisch! Studenten hebben hier zoveel van geleerd. Nieuwsgierigheid is niet te meten, niet te beoordelen maar o zo belangrijk voor hun ontwikkeling. Haar boodschap? Durf het risico te nemen. Creeer en stimuleer een hidden curriculum. Go beyond! Waar hebben we dat toch eerder gehoord? 🙂

Je wilt je studenten toch uitdagen tot het hoogste level?

keegan

 

Deze week stond in het teken van mijn herontwerp voor een onderdeel van het curriculum van jouw faculteit. Nogmaals dank voor je medewerking! Ook landelijk stond curriculumherziening in de belangstelling. De Onderwijsraad heeft vorige week een rapport gepubliceerd: Een Eigentijds curriculum. Een advies om het curriculum te vernieuwen en om het proces van vernieuwing ook te verbeteren. Noodzakelijk. Jelmer Evers heeft hierover een mooi blog geschreven en vraagt zich af of een nieuw curriculum genoeg is.
Ik heb het curriculum van jullie faculteit geanalyseerd volgens Van den Akker, uitgesplitst naar intended (beoogd), implemented (uitgevoerd) en attained (bereikt). De meeste kracht heeft, lijkt me zo, toch wel het hidden (verborgen) curriculum!  Geen tijd voor  een eigentijds curriculum maar op naar een eigenwijs curriculum!

Maar nu naar Eindhoven om mijn herontwerp (wel eigentijds maar nog niet eigenwijs genoeg vind ik 😉 ) te presenteren tijdens de Inspiratiemiddag.

Tot morgen,
Judith