Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Ja-maar
Bestaat toeval, Marcel?
Een paar weken geleden hoorde ik van de Ja-maar app. Afgelopen vrijdag dacht ik er weer aan en heb m voor 79 cent gekocht in de app-store. Uiteraard heb ik een kaart getrokken rondom een dilemma die ik had geformuleerd (nav een vraag die jij vrijdag stelde :)). Het antwoord was: Nee, wees gelukkig met wat je hebt. Een antwoord dat erg bij me past. Toeval?
Gisteravond las ik de reactie op een reactie van mij op een blogpost van Ilse Meelberghs 🙂 waarin zij het zei dat ze de JA-MAAR maar eens te laten voor wat het is en de JA-EN te zoeken, zoekend naar de innovatieve kracht van haar opleiding. Toeval?
Ik vind Ja-maar® een leuke filosofie, het is zelfs een trainingsmethode “die op praktische en onderhoudende wijze organisaties en individuen helpt de overgang te maken van een JA-MAAR naar een JA-EN cultuur… “, zo staat op de website te lezen. Berthold Gunster is grondlegger van de ja-maar filosofie die met workshops en shows naar organisaties toegaat. Zou leuk zijn als Zuyd zo’n omdenkshow zou boeken. Maar we kunnen 12 maart 2013 ook met z’n allen naar de omdenk ja-maar show in Sittard gaan. Waarschijnlijk gaat Ilse wel mee 🙂
Ik volg ook al enige tijd @Omdenken via Twitter. Tip!
Omdenken speelt een centrale rol binnen de ja-maar filosofie. Het is een denktechniek om problemen te veranderen in mogelijkheden. Het biedt een ontregelende en vooral creatieve kijk op het leven. Iets wat ik met mijn creativiteitscursus ook leer door het herkennen van mijn ideakillers. Op Omdenken.nl staan ook leuke video’s. Vele ken ik al, zoals de kapotte roltrap, de pianotrap die ook al eens op de hogeschool is gemaakt, maar deze innovatieve trap zou ik ook wel eens willen uitproberen in de Heerlense centrale hal *grinnik*.
Zoveel goede ideeën worden gekilled 🙂
Wilfred Rubens blogde gisteren: Innovatie vereist anders leren denken. Toeval?
Ik ga morgen naar mijn 1 na laatste bijeenkomst van de Cursus Creatief Denken en Handelen, en hou daar bij onderstaande uitspraak van Walt in gedachten, die ik gisteravond via twitter binnen kreeg. Toeval?
Nachtgedachte. All our dreams can come true – if we have the courage to pursue them. (Walt Disney)
— Omdenken (@Omdenken) mei 12, 2012
Groetjes,
Judith
Competentiegericht én competitiegericht? Battle of Concepts!
Hallo Marcel,
Dat was een leuke JAMsessie hè (alweer 2 maanden geleden) met Mark Bertrand, docent van de opleiding Commercieel Management en student Angelo Echtermeijer over een Battle of Concepts – idee.
Net een inspirerende brainstormsessie gehad over battle of concepts als onderdeel bij blok. Dank @jujuutje @marcelschmitz en @AEchtermeijer
— Mark Bertrand (@BertrandMMJJM) maart 8, 2012
Angelo vertelde ons over zijn ervaringen met de Battle of Concepts. Op battleofconcepts.nl (zo staat op de website te lezen) zijn bedrijven en overheidsinstanties op zoek naar innovatieve ideeën en creatieve oplossingen voor allerlei soorten vraagstukken. Bijvoorbeeld ideeën voor een nieuw productontwerp, een maatschappelijk vraagstuk of een marketingcampagne.
Mark is met alle ideeën aan de slag gegaan en heeft een plan geschreven. En in september gaat de battle beginnen! Maar laat ik Mark zelf zijn verhaal vertellen:
OUR 2bejammed GUEST: Mark Bertrand
“Ondernemendheid is een belangrijke pijler binnen Zuyd en helemaal binnen Commercieel Management. Ondernemendheid beperkt zich niet alleen tot die studenten die het (zelfstandige) ondernemerschap ambiëren, integendeel. Ondernemendheid is een competentie die in steeds meer branches in verschillende functies in toenemende mate wordt gevraagd.”
Vanuit die gedachte ben ik aan de slag gegaan met de Battle of Concepts. Deze vorm is niet nieuw, maar ik heb enige aanpassingen gedaan om de binding binnen de regio waarin Zuyd zit te verstevigen. Maar wat is nu precies de Battle of Concepts?
Wellicht herkenbaar: Veel bedrijven hebben ideeën die blijven rondzingen. De tijd is er niet, de kennis is er niet, het bedrijf wil er geen mankracht / uren aan spenderen. Van de andere kant kan blijft het idee bestaan zonder dat het bedrijf echt te weten komt of het added value kan leveren. Bij Battle of Concepts biedt het bedrijf het idee aan een groep studenten aan die dit gaan uitwerken tot een bedrijfskundig / bedrijfseconomisch concept. Omdat diverse groepen studenten met hetzelfde idee aan de slag gaan met het tot een bruikbaar concept uit te werken ontstaat er een battle.
Het mooie van de battle is dat het spreekwoordelijke mes hier aan meerdere kanten snijdt. Studenten gaan aan de slag voor een bedrijf en het bedrijf krijgt meerdere concepten aangeboden waar ze iets mee kunnen. Daarnaast krijgt het bedrijf inzicht in de competenties (de optelsom van kennis, gedrag en vaardigheden) van studenten hetgeen kan leiden tot een stage of een eerste baan. Voor Zuyd een geweldige gelegenheid om zich als partner van het bedrijfsleven te presenteren / profileren en ECHT samen te gaan werken. Last but not least een top ervaring voor studenten om op directieniveau te sparren en om in de boardroom van het hoofdkantoor de presentaties te mogen geven. Het is dus voor “het echie”, zo realistisch mogelijk. Om het geheel nog spannender te maken: studenten sparren en presenteren dus niet met het middenmanagement maar met de top!
In september vindt de eerste battle plaats. Wout van Stokrom, algemeen directeur en vice president regio West van het internationale bedrijf Berner, presenteert aan het begin van het studiejaar het idee aan een groep van 21 studenten (3de jaars), verdeeld over 7 teams. Gedurende een periode van 10 weken gaan de verschillende groepen met elkaar battlen. Slechts één team wint. En wat ze winnen houd ik nog even voor mezelf maar geloof me als ik zeg dat het zéér, maar dan ook zéér de moeite waard is. Vanaf het moment dat de battle start zal ik via blogs jullie op de hoogte houden.
Super leuk dat Mark ons blog als kennisdeelplatform kiest! Heel veel succes, beste Mark. Als we je nog ergens bij kunnen helpen, je weet ons te vinden 🙂
Groetjes,
Judith
70:20:10 model
Dag Marcel,
Heb je wel eens gehoord van het 70:20:10 model? Het is ontwikkeld door Lombardo & Eichinger (1996), het stelt dat we vooral als volgt leren:
- 70% op de werkplek (ervaring)
- 20% via contact en interactie met anderen (collega’s)
- 10% via traditionele scholing, trainingen, cursussen enworkshops
Medewerkers van Google werken volgens de 70-20-10-regel, waarbij 70% van hun tijd wordt besteed aan kerntaken, 20% aan gerelateerde taken en 10% aan innovatieve activiteiten. Niet zo slecht bedacht van Google om innovatie ook als kernactiviteit te benoemen.
Op het blog onze lerende docent Ilse Meelberghs zag ik dit filmpje
Zie ook het blog van Charles Jennings: Social & Workplace Learning through the 70:20:10 lens
Leren is niet langer een geïsoleerde activiteit, los van de werkplek en het dagelijks leven. Leren gebeurt niet alleen meer in de klas. Leren gaat ook op de werkplek, via sociale contacten, informeel en via ‘experimenteel’ leren. Als je blogs over ‘leren’ volgt, weet je dat aan dit onderwerp veel aandacht wordt geschonken. Ook Matthijs Leendertse (rapport: Future of Learning) besprak in zijn presentatie ‘informalisering’. Daar bedoelde hij mee dat leren steeds informeler wordt; niet alleen binnen de onderwijsmuren maar ook via blogs, sociale netwerken, maar dat je ook leert wanneer wanneer je je mobiele telefoon gebruikt als je een leervraag hebt, ook al loop je in het bos
.
Uiteraard zou met deze ‘wetenschap’ rekening gehouden moeten worden in onze onderwijspraktijk. Maar het heeft natuurlijk ook invloed op de manier van leren binnen onze organisatie. Hieruit blijkt toch maar weer dat er veel geleerd kan worden in het werk van en met collega’s. Dat wordt toch nog altijd erg onderschat. Dus wederom pleidooi voor ondersteunen van het leren tijdens het werk. Dat betekent mbt digitale didactiek dat er veel meer geïnvesteerd moet worden in skilled servicedesks en trainingen op het gebied ict- en informatievaardigheden. We moeten toewerken naar een Zuydbrede leercultuur, niet alleen voor studenten dus.
Tot morgen?
groet, Judith
edX: Harvard en MIT lanceren samen gratis online-onderwijsplatform
Goedemorgen Marcel,
In mijn blog over de toekomst hoger onderwijs en bibliotheek deze week, had ik het over de gratis online cursussen die o.a. Standford University aanbieden. Gisteren hebben Harvard University en Massachusetts Institute of Technology samen de non-profitorganisatie edX gepresenteerd.
Deze twee instellingen bieden vanaf najaar 2012 de eerste gratis cursussen via dit online leerplatform. Ze willen een wereldwijde gemeenschap van online lerenden bouwen. Daarnaast willen de universiteiten leren van de lerenden door te experimenteren met lesmethoden, al dan niet in combinatie met nieuwe technische mogelijkheden. Zo zou bijvoorbeeld het lesmateriaal verbeterd kunnen worden omdat docenten via het meten van kliks kunnen zien met welke delen van de stof studenten problemen hebben (learning analytics!). Ook zouden essays door middel van crowdsourcing beoordeeld kunnen worden. (bron: Tweakers.net).
Uiteraard wordt alle ontwikkelde software open source gemaakt.
Een ideële organisatie waar beide universiteiten 30 miljoen dollar in hebben gestoken!
Benieuwd of Zuyd de credits van deze cursussen zal gaan accepteren.
Game on @ Zuydlan!
Judith
Meet the Expert #nvboo : de toekomst van hoger onderwijs en bibliotheek
Vorige week maandag (23 april) was ik samen met 60 bibliothecarissen (opvallend veel vrouwelijk leeftijdsgenoten) aanwezig bij een Meet the Expert bijeenkomst van de afdeling Onderzoek en Onderwijs van de NVB . Het doel van deze dag was meer inzicht te krijgen in grote trends die invloed hebben op de toekomst van de hoger onderwijs bibliotheken. In het ochtend programma kregen we een presentatie van 2 experts:
Matthijs Leendertse van ELM concepts over de toekomst van leren en Paul Sikkema van onderzoeksbureau Qrius over het mediagedrag van jongeren.
’s Middags gingen we met de helft van de deelnemers gamen! Er was helaas geen plaats voor iedereen, dus collega Mirjana Jolic die er ’s ochtends wel was, kon niet mee spelen 😦
De presentatie van Matthijs Leendertse vond ik erg interessant. Matthijs Leendertse is co-auteur van het rapport The Future of Learning: Preparing for Change (Europese instituut JRC-IPTS (Joint Research Centre Institute for Prospective Technological Studies) – nov.2011). Het rapport beschrijft belangrijke veranderingen in toekomstig leren en presenteert een visie van hoe een ideale toekomst voor leren eruit zou moeten zien. De sleutelwoorden uit het onderzoek: personalisatie, samenwerking en informeel leren. Dit kwam uiteraard ook weer terug in zijn presentatie. Hij legde duidelijk uit wat dit in zijn visie betekent voor de rol van de hoger onderwijs bibliotheek.
Dat het leren van vroeger niet meer het leren van nu is, moge duidelijk zijn.
Wat betekent iBooks voor het onderwijs? Wordt Apple de bibliotheek van de toekomst? Wordt onderwijs in de toekomst alleen nog gratis via internet gegeven? Standford University heeft al veel cursussen online staan, het is een kwestie van tijd eer aan deze cursussen ook een accreditatie verleend wordt. En wat te denken van de OpenCourseWare van MIT. Of dichterbij huis Open Universiteit of Universiteit Delft. Maar ach, afstand speelt geen rol in de wereld dat internet heet.
Wat betekent als er steeds meer externe partijen de onderwijsmarkt gaan veroveren? Facebook gaat file-sharing aanbieden aan onderwijsinstellingen, dat doen ze niet voor niets.
Allemaal vragen waar het onderwijs, maar ook de bibliotheek geen antwoord op heeft.
Het onderzoeksrapport “The Future of Learning’ beschrijft dat:
- Kennis sneller veroudert
- Steeds meer specialistische kennis gevraagd wordt
- New skills for new jobs (we leiden studenten op voor banen die nog niet bestaan)
- Concurrentie om banen globaliseert, Aziatische landen investeren enorm in onderwijs
Ik vond het interessant om onderstaande PISA score te zien. Ik dacht altijd dat Finland bovenaan stond. Dat klopt wel als je de scores per land zou bekijken. Maar als je de steden Shanghai of Hong Kong apart scoort, dan ziet het lijstje er ineens heel anders uit. De middenklasse van China besteed 1/3 van inkomen aan onderwijs!
Het Future of Learning – onderzoek laat zien dat er een tekort is aan kennis en vaardigheden; bedrijven gaan zelf scholen. Praktijkervaring wordt belangrijker (misschien belangrijker dan diploma’s). Het onderwijs heeft grote moeite om bij te blijven. De foto ‘wat zit er in mijn schooltas?’ spreekt boekdelen. Echter als de student het schoolgebouw in komt, moeten alle apparaten uit 😦
Kom als bibliotheek in de tas van de student terecht! #nvboo
— Judith van Hooijdonk (@jujuutje) april 23, 2012
We moeten volgens Matthijs Leendertse de 21st Century Skills eigen maken. Hij noemde de term niet maar daar kwam het wel op neer. Het kunnen vinden, evalueren en gebruiken van informatie worden belangrijke competenties. Uiteraard moet iedereen een basale kennis hebben, zodat je in staat bent adequate vragen te kunnen stellen. Daarnaast is samenwerken belangrijk, het leren omgaan met andere culturen. Maar vooral ook creativiteit inbrengen in het Nederlandse onderwijs. Onze politici sturen vooral op taal en rekenen, dat doen ze in Singapore anders, zoals te lezen is in onderstaande visie van het Ministry of Education:
This vision describes a nation of thinking and committed citizens capable of meeting the challenges of the future, and an education system geared to the needs of the 21st century.
Thinking schools will be learning organisations in every sense, constantly challenging assumptions, and seeking better ways of doing things through participation, creativity and innovation. Thinking Schools will be the cradle of thinking students as well as thinking adults and this spirit of learning should accompany our students even after they leave school.
A Learning Nation envisions a national culture and social environment that promotes lifelong learning in our people. The capacity of Singaporeans to continually learn, both for professional development and for personal enrichment, will determine our collective tolerance for change.
In de toekomst zouden we onze manier van toetsing moeten aanpassen, door vooral te kijken naar de leercurve (daar komen de learning analytics). Je leert vooral van je fouten, dus meer inzetten van gaming principes (in games krijg je ook als je faalt punten waardoor je gestimuleerd wordt door te gaan).
- Personalisering (mensen zijn verschillend en hebben andere behoeftes; technologie maakt personlisatie op grote schaal mogelijk)
Maar geef ook persoonlijke feedback (Xbox) en verwelkom mensen met een persoonlijk ‘goede dag’. - Informalisering (leren wordt informeler; leren wanneer leervraag opkomt (mobiele telefoon gebruiken als je een leervraag hebt, ook al loop je in het bos ;)))
Maar leren geldt niet alleen voor studenten en werknemers (LLL), maar ook voor onderwijsinstellingen en werkgevers. Je kunt zoveel van elkaar leren als je open en transparant op stelt, dus ook: - Samenwerkend leren
Trouwens, Matthijs Leendertse heeft samen met Gerard Drummer voor SURFnet een rapport over Location Based Servises : een verkenning gepubliceerd. Dit rapport brengt trends op het gebied van location based services in kaart die nu, of in de nabije toekomst ingezet kunnen worden om het leren van studenten in het (hoger) onderwijs te verbeteren. Er lijkt voor het onderwijs wel winst te behalen in het gebruik van deze diensten. Ik ga het snel eens lezen 🙂
Tot slot legde Matthijs Leendertse de nadruk op het belang van spelen. Je kunt leren gewoon heel leuk maken. Dat hebben we in de middagsessie gedaan.
De tweede presentatie was van Paul Sikkema, deze staat nog niet online. Hij liet voornamelijk facts en figures zien naar aanleiding van het Jongerenonderzoek 2011 van Qrius (de publicatie ‘Kinderen en Jongeren : positieve kracht’ vond ik nog niet online) met enkele leuke uitspraken van jongeren tussendoor. Deze gegevens waren voor mij niet zo onbekend. Sikkema legde in zijn presentatie niet een echte link wat dit nu voor de dienstverlening van de bibliotheek in de toekomst betekende. Hij gaf wel aan dat het beeld in de media over jongeren als losgeslagen generatie niet terecht is. Door opkomst van smartphone en mobiele internet is veel veranderd, maar de normen en waarden blijven hetzelfde. De tools veranderen: tien jaar geleden waren jongeren volop aan het msnen via de computer, wat daarna vervangen werd door smsen en nu whatsappen en pingen. En in een gemiddeld huishouden zijn wat meer apparaten tegenwoordig 😉
Ons huishouden (als de 3 kinderen thuis zijn ;)) komt wel in de buurt van dit lijstje, alleen hebben wij maar 1 breedbeeldtelevisie!
Het was wel interessant om te horen dat jongeren tv kijken als een rustmoment ervaren. Het tv kijken vermindert pas boven de 20 jaar. Er is wel steeds meer uitgesteld-tv-kijken via uitzending gemist. En er wordt door jongen veel tv gekeken via internet, want waarom wachten tot de nieuwste aflevering van jouw Amerikaanse serie pas op de Nederlandse tv wordt uitgezonden?
Het is lastig te voorspellen hoe het social media gebruik van jongeren in de toekomst verloopt, dat is erg afhankelijk van de ‘mode’. Hyves is uit, Facebook wordt ook al weer verlaten en ingeruild voor Twitter. Ruim 75% van de jongeren gebruiken social media intensief. Maar zoals jij ook weet Marcel, kan je studenten niet op 1 platform bereiken. Jij zoekt je studenten ook op via de communicatiekanalen waar zij bereikt willen worden, dat zal voor de bibliotheek ook zo zijn. Steeds meer variatie en differentiatie. Wat ik wel opmerkelijk vond, is dat uit het onderzoek bleek dat jongeren bewust zijn van hun digitale identiteit, daar had ik nog een ander beeld van.
Jongeren vinden het gebruik van apps wel erg gemakkelijk. De bibliotheek zou in plaats van een prachtige websites bouwen, wellicht extra aandacht moeten schenken aan het bouwen van mobiele website of apps.
Inde middag was interactieve MindSessions bijeenkomst. In 5 teams gingen we al spelend met deze sociale iPad game de bibliotheekvisie en het dienstenaanbod formuleren voor student en docenten in het hoger onderwijs van 2017. Door middel van een persona (3 studenten en 2 docenten) speelde we het spel. We kregen kanskaarten (‘je krijgt 3 fte extra personeel, hoe zet je die in?’) en pechkaarten (‘studenten ontvangen geen studiefinaciering meer, hoe beïnvloedt dat je aanbod?’), we kregen ook kennisvragen waar je punten mee kon scoren. Er waren 3 speelrondes, na elke ronde moest ieder team zijn in het kort iets vertellen over zijn persona en visie. Daarna kon elk team punten toekennen aan de andere teams. Het team met de meeste punten had ‘gewonnen’. De meeste teams hadden ingezet op de ‘Personal I-coach’ 😉 maar de omslag ‘van collectie naar connectie’ blijkt toch een hele lastige voor bibliothecarissen.
Deze sessie werd ook door Matthijs Leendertse geleid en door Orly Polak, samen hebben zij deze onderwijsgame ontwikkeld. De moeite van het spelen waard!
.
Mijn eindconclusie en wat dit volgens mij betekent voor Zuyd Bibliotheek, komt in een volgend blogpost nog aan de orde. Voor mijn gevoel zijn we de laatste tijd wel erg bezig met scenario’s voor de toekomst te bedenken. Wordt het niet eens tijd om te handelen?
The future is right here, right now!
Over deze dag schrijft Matthijs Leendertse nog een artikel, dat over binnenkort in Informatie Professional zag verschijnen.
Het was een leuke dag, vooral natuurlijk ook om weer eens live bij te kletsen met mijn biebtweeps 🙂
Groetjes,
Judith
@afbeeldingen uit de presentatie van Matthijs Leendertse










