Categorie archief: Gastblog

Zo nu en dan hebben we de eer dat iemand anders een bericht plaatst op 2beJAMmed. Super!

Game On. Gastblog @loespustjens

*trotse moeder*

OUR 2bejammed GUEST: Loes Pustjens

Hallo Marcel!

Ik hoorde van mam dat je erg enthousiast was over mijn opdracht over serious gaming die ik kreeg voor het vak Innovaties in de Marketingcommunicatie. Leuk! In het kader van kennisdelen (hallo moeders), schrijf ik daarom dit blog. Misschien heb jij als game-expert nog ideeën over mijn opdracht? 🙂

Vorige week ben ik ter inspiratie voor deze opdracht samen met medestudenten van de master Media & Beïnvloeding naar het FreedomLab in Amsterdam gegaan. Dit is een “future studies” denktank waar experts vanuit verschillende disciplines (filosofie, economie, antropologie, sociologie, informatiekunde, psychologie, communicatiewetenschap, ga zo maar door) zich bezighouden met mens en technologie. Met deze kennis beogen ze grote organisaties te helpen om het heden te herdefiniëren door op de toekomst te anticiperen. FutureLab ontwikkelt future-proof strategieën, organisatievormen, proposities, merken, producten en diensten. Klinkt nogal abstract allemaal, maar dat viel allemaal reuze mee. We kregen een gastcollege en workshop van Jeroen van Mastrigt-Ide over serious gaming. Hij  vertelde ons over het belang van intrinsieke motivatie bij het ontwikkelen van een game. Deze verschillende vormen van intrinsieke motivatie werden ingedeeld in groepjes, waaruit vervolgens verschillende soorten player typologieën kunnen worden geabstraheerd.

De opdracht die bij dit studie-uitje hoorde is: “creëer een game-concept op basis van een player-typologie. Doe dit aan de hand van een bepaald domein (gezondheid, educatie, finance, etc.), en ga daarbinnen op zoek naar een situatie waarbij mensen geactiveerd en gemotiveerd moeten worden. Baseer vervolgens je game-concept op game mechanics die het desbetreffende player type kunnen activeren/motiveren. Gebruik literatuur om je standpunt te onderbouwen.”

Oh ja, nog bedankt voor dat artikel wat je me doorstuurde … 🙂

Deze opdracht maak ik met 4 medestudenten. Ons idee tot nu toe: we ontwikkelen een game binnen het domein “educatie”. Daarbij willen we kinderen in de leeftijdscategorie van 8-12 jaar wijzen op de brandgevaren van een huis. De speler moet op het huis van een oude man passen dat vol brandgevaren zit. Het doel van het spel is om brandgevaren in het huis te ontwijken en het weer in zijn originele staat op te leveren. Tijdens de game wordt de speler dus geconfronteerd met verschillende gevaren, zoals een pan op het fornuis die mogelijk vlam kan vatten, een stijltang die nog in het stopcontact steekt en een magnetron die een maaltijd in een metalen bak opwarmt. Het is aan de speler om deze gevaren tijdig te ontdekken en te voorkomen dat er brand ontstaat. Wanneer er uiteindelijk toch brand uitbreekt, moet de speler de juiste handeling uitvoeren om de brand te blussen. Het kan dus een heel educatief spel voor kinderen zijn, omdat ze gevaren leren herkennen en leren hoe ze moeten handelen in geval van brand.
De player typologieën die hierbij centraal staan zijn de Explorer en de Achiever. Achievers zijn mensen die de focus leggen op presteren en winnen. Zij willen nieuwe levels halen en zo hoog mogelijk op de ranglijst eindigen. Explorers zijn ontdekkers en avonturiers. Zij halen voldoening uit het verkennen en ontdekken van nieuwe dingen in de omgeving. Game mechanics kunnen ervoor zorgen dat de intrinsieke motivatie van spelers wordt geactiveerd (Ferro, Walz & Greuter, 2013). Zo kan de speler in de virtuele ruimte rondlopen en icoontjes aanklikken die informatie geven over de veiligheid van een bepaald object. Op die manier kan de speler verschillende gevaren ontdekken. In de situatie dat er brand uitbreekt, wordt de speler via een pop-up box gevraagd welke oplossing het beste is. Dit moet de intrinsieke motivatie van de Explorer player typologie aanwakkeren. Het leek ons wel een mooi idee om er ook competitie-element aan te hangen. De speler krijgt bonuspunten wanneer hij de juiste oplossing heeft gewonnen die kunnen leiden tot een extra leven. Als de foute oplossing gekozen wordt, dan verliest de speler een leven. Er wordt dus gebruik gemaakt van een reward-schedule. Ook maken we gebruik van een ranking system, waarbij de snelste speler bovenaan in de ranking komt de staan. Een voordeel daarvan is dat ook de intrinsieke motivatie van Achiever player typologie wordt gestimuleerd.mindmaploes

De uitwerking van de opdracht blijft redelijk abstract; we mogen maar 1 a4’tje tekst aanleveren dus we kunnen niet heel erg diep op de technieken in gaan. De opdracht werken we nog uit in een infographic. Deze zal ik ook nog posten wanneer deze af is 🙂 Ik weet niet in hoeverre jij je bezig houdt met intrinsieke motivatie en daarop aansluitende game-mechanics, maar ik heb me laten vertellen dat jij een pro bent op het gebied van gaming! Mijn vraag aan jou is daarom: wat denk jij van dit idee? Of heb je nog tips?

Groetjes van Loes

Media & Educatie. Gastblog Pieter Dekkers

sigmediaeducatieHi Marcel.

Pieter Dekkers en Bart Driessen, onze AV-collega’s, zijn donderdag 6 oktober naar een bijeenkomst van SURF SIG Media & Education geweest. Omdat ik via Twitter al had begrepen dat het een interessante bijeenkomst was, vroeg ik Pieter of hij zijn ervaringen met ons wilde delen. Hieronder volgt zijn blog. Wederom bedankt Pieter!

OUR 2bejammed GUEST: Pieter Dekkers

Deze SIG bijeenkomsten zijn voor Bart en mij zeer waardevol vanwege de kennis en ervaring die wordt uitgewisseld met collega’s (ondersteuners en docenten) van andere hogescholen en universiteiten. Donderdag stonden er een aantal trainingssessies op het programma rond kennisclips en weblectures. De plenaire sessie werd verzorgd door Mariet Vriens, van Limel (Leuvens Instituut voor Media en Leren) van de KU Leuven.

Het thema was ‘leren met video ondersteunen’.

Net zoals bij veel mensen die ik gesproken heb, neemt ook in Leuven de vraag naar video enorm toe. Voor kleine productieteams is dit lastig te behappen en daarom investeren veel scholen in het trainen en professionaliseren van docenten. Inmiddels wordt het inzetten van video zowel door docenten als directie als meerwaarde voor het onderwijs gezien.
De instructie van Mariet ging vooral in op het maken van kennisclips. Daarbij was het goed om te zien dat onze instructies niet veel afwijken van de aanpak in Leuven.
In Leuven worden ook MOOCS ontwikkeld en ook in de presentatie van Annemarie Zijlmans en Han Smolenaars van de WUR (Wageningen) werd duidelijk dat dat om een hele andere aanpak vraagt: Wanneer video een uithangbord vormt voor je instituut dan moet deze van zeer hoge kwaliteit zijn. Er wordt dan weinig aan het toeval overgelaten. Er wordt een script gemaakt waarbij alle teksten worden uitgeschreven en geoefend. Tijdens de opnames worden deze exact zo uitgesproken door ze af te lezen van de teleprompter.

Maar of het nu gaat om MOOCS of video voor het reguliere onderwijs, het trainen van docenten in het hele traject, van concept tot clip, is van groot belang om de embedding van video in het onderwijs tot een succes te maken.

Het viel me op dat er toch veel verschil zit in de professionalisering van docenten. Waar op sommige instellingen docenten gemonitord worden op leskwaliteiten gaan op andere plaatsen docenten zonder enige vorm van kwaliteitsbewaking aan de slag. Daarover discussiërend met collega’s vroeg ik me af hoe je dit nu kunt bevorderen. Eén manier is als docenten elkaars werk kunnen zien. Via onze nieuwe videoportal Mediasite is dat nu mogelijk. Ik hoop dat daardoor op open en constructieve wijze de discussie oplaait over kwaliteit en dat docenten elkaar ook daarop durven aan te spreken. Van de andere kant mag er, denk ik, ook wat meer verantwoordelijkheid gevraagd worden door de faculteitsdirecteuren. Wanneer het immers nog in beleid is vastgelegd dan komt er ook meer mogelijkheid om kwaliteit in te bedden in ons onderwijs door middel van goede standaarden en daarop ingerichte ondersteuning. Zeker met de stap naar Zuyd Professional zullen we daar wat mij betreft duidelijke randvoorwaarden moeten stellen.

Inmiddels zijn de eerste stappen bij Zuyd gezet. We hebben een mooi project (video@zuyd) waarin we deze vorm van onderwijs faciliteren. Een groot aantal docenten zijn begonnen met het maken van kennisclips en het opnemen van hoorcolleges. Ook in Leuven bevestigt men dat het opnemen van hoorcolleges vaak de eerste stap van docenten is om over te gaan op kennisclips. De WUR bevestigt dat als men vertrouwd is met eenvoudige vormen van kennisclips met al snel opschuift naar wat complexere varianten.

lessismore

Andere boodschappen die ik heb meegenomen: van de verschillende soorten video worden de ‘talking heads’ bij de MOOCS het beste bekeken. Een docent met een goed verhaal, al dan niet ondersteund door een presentatie, heeft toch impact. De clips moeten wel kort zijn: ca 6 minuten. De begeleidende Powerpoint moet zeer minimaal zijn en enkel highlights uit het gesproken woord ondersteunen. Het visuele mag nooit afleiden van het gesprokene maar alleen ondersteunen. Daarbij moet aangetekend worden dat bij MOOCS het onderwijs compleet op afstand gebeurd. Er is in principe geen persoonlijk contact met de docent dus deze vorm heeft ook als functie het personaliseren van de docent.

De SIG Media & Education presenteerde een nieuwe publicatie over het maken van videoproducties.

scalablelearning

Naast een workshop ‘teleprompter‘ was er ook nog een demonstratie van Scalable Learning door Marjolein Haagsman van de Universiteit Utrecht. Scalable Learning is een online platform waarin kennisclips kunnen worden verrijkt en geïntegreerd in een interactieve omgeving. Het is een toepassing om het flipped classroom te versterken. Het verbindt hetgeen de student thuis doet met wat in de klas gebeurt. Op dit online platform  kunnen  YouTube filmpjes worden gedeeld, verrijkt en interactief gemaakt. Het kijkgedrag van studenten kan worden geanalyseerd. De kracht ligt in de interactie tussen docent en student doordat er notities gemaakt kunnen worden en men elkaar vragen kan stellen. De ‘I’m confused’-knop is een leuke feature waarmee een student kan aangeven dat hij een passage uit de video niet begrijpt. In een oogopslag kan de docent zien waar studenten over struikelen. Daarbij kan de docent eenvoudig deze momenten, vragen en opmerkingen aanvinken en via een druk op de knop wordt deze informatie omgezet in slides die vervolgens in de klas kunnen worden behandeld.
Helaas werkt het alleen maar met YouTube video’s. Het zou heel mooi zijn als we onze Mediasite video’s met dit systeem konden verrijken.

Het platform is gratis te gebruiken. Lees hier meer over deze interactieve video toepassing van Marjolein Haagsman. Of bekijk onderstaande video’s:

Leertheoretische kenmerken bij training communicatieve vaardigheden #gastblog

Hi Marcel,

Vorige week zag ik een enthousiaste tweet van onze collega van de faculteit Social Work Didi Joppe (@ditoma3). Ze had een 8 voor haar artikel ‘Ontwerpen van leersituatie, theoretische kaders’! Geweldig! Ik vroeg natuurlijk meteen om een gastblogje 🙂 Zo’n artikel past natuurlijk wel in de serie #onderwijsontwerpen.

Didi volgt de master Onderwijswetenschappen van de Open Universiteit. Tijdens de laatste module moest ze de praktijksituatie, in dit geval een geobserveerde training communicatieve vaardigheden, koppelen aan de leertheorieën (behaviorisme, cognitivisme en constructivisme) en beschrijven in een artikel. Ze heeft het 4000 woorden tellend artikel voor dit blog teruggebracht tot onder de 1000!

Dank voor deze samenvatting en het delen van je bevindingen op ons blog, Didi!
Groet,
Judith

OUR 2bejammed GUEST: Didi Joppe

communication

CC-BY-NC Joan M. Mas

Inleiding

Het werken met mensen in bijzondere omstandigheden zoals binnen de schuldhulpverlening, jongeren met gedragsproblematiek en cliënten met een psychiatrische stoornis, vergt specialistische kennis en vaardigheden. Een Social Worker richt zich op het begeleiden, hulpverlenen en coachen van mensen in dit soort situaties (http://www.zuyd.nl/studeren/studieoverzicht/social-work). Het voeren van een professioneel gesprek met een cliënt is één van de vakgebieden op de opleiding Social Work van Zuyd Hogeschool in Sittard. Hiervoor is de leerlijn, ‘Communicatieve vaardigheden en methodiek generiek’ ontwikkeld voor de propedeutische fase.

De onderwijsvisie van Social Work is gebaseerd op het sociaal-constructivisme. De lerende construeert kennis om de eigen ervaringen te begrijpen en op basis hiervan een eigen interpretatie van de wereld op te bouwen (Driscoll, 2014; Ertmer & Newby, 1993). Gedrag is situationeel gedetermineerd en het is essentieel om kennis te verankeren in de situatie waarin de lerende het moet gebruiken (Ertmer & Newby, 1993). In de opleiding krijgen deze uitgangspunten vorm door te werken met praktijkgerichte casuïstiek in oplopende moeilijkheidsgraad. Het moduul bereidt de student voor op het het voeren van een simulatiegesprek met een antagonist in de rol van burger, waarin hij zijn luister- en gespreksvaardigheden moet demonstreren. Het doel van dit moduul is te kenmerken als behavioristisch gericht, namelijk het aanleren van gewenst en observeerbaar gedrag. Dit is in tegenspraak met de sociaal-constructivistische onderwijsvisie. Dit leidt tot de onderzoeksvraag: Welke uitgangspunten van leertheorieën (behaviorisme, cognitivisme en sociaal-constructivisme) zijn te herkennen tijdens een 1,5 uur durende training sociale-en communicatieve vaardigheden voor eerstejaarsstudenten van de opleiding Social Work van Zuyd Hogeschool in Sittard?

Resultaten

Na de observatie zijn eerst alle instructiekenmerken uitgewerkt en gekoppeld aan de verzamelde data. Instructiekenmerken zijn onder meer doelstellingen van het moduul, didactische werkvorm, leerstof, organisatievorm en context. De onderzoeksvraag was echter gericht welke leertheoretische kenmerken te herkennen zijn.

Behaviorisme

Vaak wordt gewenst gedrag door een lerende niet spontaan vertoond (Valcke, 2010) en heeft de lerende hints nodig (Burton, Moore & Magliaro, 2004; Driscoll, 2014). De bekrachtiging op een respons is van groot belang (Driscoll, 2014; Roessger, 2012), een positieve bekrachtiger, zoals “goed gedaan” zorgt voor versterking en herhaling van gewenst gedrag. In de onderwijsgroep is ruimte om te experimenteren met gedrag, een aanname van het radicaal behaviorisme waar experiment en observatie een cruciale rol spelen in het ontwikkelen van functioneel gedrag (Driscoll, 2014; Roessger, 2012). Studenten oefenen met casuïstiek en proberen op verschillende manieren wat het beste werkt. Op deze manier leren de studenten eenzelfde respons te geven op gelijksoortige stimuli, bekend als generalisatie (Brysbaert, 2006; Burton et al., 2004).

Cognitivisme

Het leren van procedurele kennis, zoals een hulpverlenend gesprek, vergt investering van tijd en energie. Kennis compileren en omzetten is een langdurig proces. Hierin doorloopt de lerende een aantal fasen van beginner naar gevorderde (Winn, 2004). De student heeft in deze fase van de opleiding al enige voorkennis, maar tegelijkertijd zijn de inhoudelijke eisen verhoogd. In dit OLP moet de student méér verschillende vaardigheden integreren bouwend op eerder geleerde vaardigheden. Zo is elke fase voorwaardelijke voor de fase erna (Wong & Kang, 2012) en groeit de student van novice naar advanced beginner (Winn, 2004).

Constructivisme

Door verschillende rollen aan te nemen tijdens het oefenen maakt de student kennis met verschillende perspectieven. Er is sprake van verschillende representatievormen (Ertmer & Newyby, 1993) in een sociale context waarbij hij eigenaarschap neemt over zijn eigen leerproces (Asal & Kratoville, 2013). Door verschillende en authentieke casuïstiek aan te bieden kan de student experimenteren met gedrag. Fouten maken mag en leidt tot meer inzicht. Op deze manier doet de lerende nieuwe en situatie specifieke inzichten op (Duffy & Cunningham, 1996; Ertmer & Newby, 1993). De oplopende moeilijkheidsgraad van de casuïstiek daagt de student uit gedrag te laten zien die hij nog niet beheerst, het leerprincipe ‘de zone van de naaste ontwikkeling’ (Vygotsky) (Driscoll, 2014).

Conclusie en discussie

In de training en in het moduleboek zijn alle drie de leertheorieën te herkennen. De leerstof bestaat uit authentieke casuïstiek. Tijdens de trainingen is er sprake van experimenteren, observeren en samenwerkend leren in subgroepen, allemaal kenmerken van (sociaal)-constructivistisch leren (Duffy & Cunningham, 1996; Valcke, 2010). Door te oefenen met verschillende casuïstiek treedt er generalisatie op. Met hints of discriminatieve stimuli lokt men gewenst gedrag uit. Dit zijn behavioristische principes die het leerproces vormgeven (Burton et al., 2004; Driscoll, 2024). De cognitivistische leertheorie is te herkennen door de nadruk op structurering, organisatie en volgordelijk verwerken van informatie. De lerende heeft een actieve rol in zijn eigen leerproces. Er is sprake van mastery learning en het verwerven van procedurele kennis (Winn, 2004).

De opzet van het moduul en geobserveerde training is weliswaar constructivistisch, de doelstellingen van het moduul zijn gericht op observeerbaar gedrag en hiermee behavioristisch. Het is de vraag of de samenstelling van de subgroepen de beste organisatievorm is voor de student. In plaats van de studenten zélf de subgroep te laten samenstellen, zou het beter zijn om deze samen te stellen uit één novice en één advanced beginner. Op deze manier kan de novice via modeling leren van de advanced beginner. Dit soort samengestelde groepen heeft een positief effect op de motivatie en houding van de lerende (Hamilton & O’Hara, 2011).

Te stellen is dat het moduul ‘Communicatieve vaardigheden en methodiek generiek’ voor het grootste deel sociaal-constructivistisch is opgezet en hiermee recht doet aan de onderwijsvisie van de opleiding Social Work. De nadruk op samenwerkend leren en reflectie vraagt veel van de trainers. De vraag is in hoeverre zij bekend zijn met deze kenmerken en welke eisen dit stelt aan hen als trainer. Momenteel is er veel variatie tussen de trainers, er zijn zowel beginnende als ervaren trainers. Als de opleiding wil dat afgestudeerde studenten op het niveau van competence of proficiency (Winn, 2004) functioneren, moet op beleidsniveau vastgelegd over welke kennis en vaardigheden een trainer dient te beschikken.

Referentielijst [pdf]

Joppe, D. (2016). Leertheoretische kenmerken bij een moduul Communicatieve vaardigheden en methodiek generiek. Heerlen: Open Universiteit.

Reacties op dit artikel zijn welkom onder dit blog. Meer informatie over het onderzoek, mail naar: didi.joppe@zuyd.nl

Vrijheid door verantwoordelijkheid. Projectweek storytelling FADE

Hi Marcel,

Misschien weet je het nog dat ik schreef dat we tijdens het bezoek van Ilja Klink aan de Pop-Up School een inspirerende break voorgeschoteld  kregen door studenten. Inmiddels heb ik het filmpje en het gastblogje van eerstejaars student Koos van Gestel ontvangen.

Koos vertelde ons over een projectweek voor en door studenten van Fine Art and Design in Education. Een leerzame en leuke vakoverstijgende week waarin studenten zelf verantwoordelijk waren voor de organisatie en inhoud van het project. Door intensief samenwerken waren studenten meer betrokken bij hun eigen onderwijs. De docent functioneerde als begeleider/coach.

Quote’s

“Een confronterende ervaring” – “ogen opener” – 

“een hechte week” – “veel en sterk resultaat dan een workshop van 1 dag” 

Als (mede-) organisator van de week benoemt Koos dat de klas sterker en hechter is geworden.

Gekeken naar de quote’s, de sfeer en het resultaat van deze week zijn wij als organisatie trots. Wij zijn in een pro-actieve houding gestapt en zijn ver gekomen. Als pilot (deze week was een test) zijn we uiteraard tegen het een en het ander aangelopen:

  • hoe krijg je de student gemotiveerd?
  • hoe help je een student als student zijnde?
  • hoe spreken we elkaar aan op elkaars deelname?
  • hoe pakken we het rooster aan?
  • hoe houden we de student actief aan school?

Goed is het om te ervaren waar een docent zoal tegenaan kan lopen;

Uitdagend is het als er iets mis gaat;

Fijn is het dat studenten zelf al in de week een concept klaar hadden voor project week 2.

Ik raad het zeker aan studenten zelf zo nu en dan hun lessen in te richten, met de juiste begeleiding en de juiste tools brengt het tot nieuwe inzichten en inspiratie. Dankjewel voor de kans FADE!

Met creatieve groet,
Koos van Gestel

en Judith 🙂

 

Bart was there too @BETT_show

Hi Marcel,

Gisteren vertelde Pieter Dekkers over zijn bezoek aan de Bett Show in London. Hij was daar met zijn collega Bart Driessen. Bart kwam helemaal hoteldebotel terug heb ik gehoord 🙂 . Wij snappen dat wel hè? Zo’n groot buitenlands congres is indrukwekkend geweldig leuk. Het woord is aan Bart!

Bett3

OUR 2bejammed GUEST: Bart Driessen

Voor mij was het de eerste keer Bett-show. Geweldig, inspirerend, groots en veel; zijn woorden die opkomen als ik snel iemand moet uitleggen hoe ik het ervaren heb.

Na eerder onderwijsbeurzen (‘ja gaat het nu alleen maar over onderwijs’) en av-techniekbeurzen (én hoe moet ik dat toepassen in het onderwijs’) gezien en beleefd te hebben, paste deze beurs veel beter bij ‘mijn baan op Zuyd’. Van software tools om het onderwijs anders te organiseren tot interactieve borden en alles wat daartussen zit.

In de 2 dagen dat ik nu alweer hier ben heb ik al 2 of 3 toepassingen aangehaald die ik daar gezien heb. Bijvoorbeeld tools om lesonderdelen samen te voegen en onder 1 link samen te brengen. Powerpoint, Youtube-filmpje, Word-documenten, alles in 1 pakketje samen. Makkelijk bij het presenteren, makkelijk om te delen. Je kon er ook nog quizzen aan toevoegen en analyseren hoe er naar gekeken is.

Video-communicatie tussen scholen in Roemenië en de Verenigde Staten.
Samen aan een opdracht werken (in dit geval een multimedia product) en de studenten zelf hun weg laten zoeken in de tools die hun daarin kunnen helpen. Ik moest meteen aan een Ergotherapie denken die ook met een dergelijk project bezig is. Fijn om te zie dat anderen hier ook mee bezig zijn.

Interactieve borden/schermen in allerlei variaties.
Veel van hetzelfde, maar allemaal toch een eigen touch: bijvoorbeeld 7 jaar garantie (C-touch) en een rijke bundel tools (SMART). Van SMART de interactieve flip-over zeker ook wel een verassend ‘hebbedingetje’.

To beacon or not to beacon:
Een erg inspirerende spreker over hoe je met elektronische bakens en zelf in te richten appjes (Locly) je onderwijs kunt verrijken. Misschien iets om de school op een open dag interactief te doorlopen, automatisch als een betreffende docent in de buurt is krijg je een melding. Misschien niet meteen mijn ding, als AV-er, maar ik zie wel leuke toepassingen om je als moderne school op de kaart te zetten. M&C, jullie mogen me bellen!

Aandacht voor hoe je je als student moet presenteren op het internet zou een onderdeel van de lessen moeten worden. Een vormgever kan zich een heel mooi website bouwen, maar hoe doet een timmerman in spe dit? Voor hem zijn de digitale wegen een jungle. Youtube, Facebook, hoe verkoop je je daar? Omdat dit zo belangrijk wordt zou het gewoon onderdeel van je lessen moeten zijn.

De Nederlandse ambassade ‘verkocht’ het Nederlandse onderwijs aan de hand van een aantal leuke starters projectjes.

  • LessonUp
    Software om lesmateriaal te verzamelen en onder 1 link terug te zetten. PowerPoint, Youtube, e.d. Ook nog ‘quizzen’ tussen in te bouwen.
  • Proctorexam
    Voor veilige online examens.
  • Traintool
    Een tool om als student of docent je presentatievaardigheden mee te analyseren en te laten evalueren.

Heel veel gezien, heel veel ervaren, veel inspiratie opgedaan. Ik hoop dat ik nog veel van dit soort symposia/beurzen mag meemaken.
Nog enkele links van interessante producten:

  • Leer-platforms en soortgelijke software: Canvas  of Claster (grieks produkt)
  • App voor taalonderwijs: HelloTalk
  • Stop slomotion animatie filmpjes maken (meer voor doelgroep basisschool) Zu3D.
  • Een 3D programma, op basis van chroma-key waarmee je als leraar in een geanimeerde omgeving komt te staan en kunt lesmateriaal kunt presenteren: Brainstorm.
  • Een video-communicatie tool: ClickMeeting.

Hardware/apparatuur:

  • Elmo visualiser en interactieve klas-inrichtingen
  • Vertical Miles, mini beamers (portable voor kleine presentaties)
  • Datavideo, camera’s, meercamera regie-sets, croma-key oplossingen
  • Bird, een vingerklem/tool waarmee je van ieder beamerscherm een interactief bord kan maken.

Klik hier voor meer highlights van Bett-show 2016.

Ja dit soort congressen zijn geweldig om ideeën op te doen. Super bedankt Bart en Pieter dat jullie deze ervaringen met ons, de Zuyd-community en daarbuiten, delen. Ik kende wel enkele toepassingen maar zeker niet allemaal. We zien en horen er vast nog wel het één en ander van de komende tijd!

Groet,
Judith

%d bloggers liken dit: