Categorie archief: Miscellaneous

Blogposts die niet te categorizeren zijn.

Mijn gepionier

Hi Marcel,

Je het in mijn blog van dinsdag kunnen lezen over het boek van mijn MLI-studiegenoot Mieke Haverkort Duurzaam pionieren in het onderwijs. Soms komen gesprekken en boeken op het juiste moment op je pad. Dat was voor mij de afgelopen dagen zo.

Eerst even terug naar het boek. Zoals ik al blogde, een mooi boek en superstoer dat Mieke dat geschreven heeft. Trouwens, collega Ilse Meelbergs heeft als pionier ook een bijdrage geleverd. De theorieën over veranderen en leren die in het boek beschreven staan, waren mij bekend. Veel ervan heb ik ook tijdens de MLI gelezen en destijds over geblogd. En als je, zoals ik, veel leest over de veranderende samenleving en onderwijsvernieuwingen dan biedt dit boek inhoudelijk niet nieuws (behalve dan het actieleren en de uitdagingen die door Mieke daaraan gekoppeld zijn).

Pionier zijn

Pioniers zijn erop gericht om doorlopend te blijven leren en ontwikkelen. Door hun innerlijke gedrevenheid voor leren en ontwikkelen leggen ze een hoge mate van doorzettingsvermogen aan de dag. Een pioniersmentaliteit zorgt voor een stuk flexibiliteit en wendbaarheid. Pioniers zijn dan ook in staat om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden.

Voor professionals vraagt dit volgens Mieke dat zij

  • hun eigen intentie verkennen
  • vertragen en kijken wat er gaande is
  • de capaciteit ontwikkelen om de chaos het hoofd te kunnen bieden
  • plekken creëren voor onderzoek, ontdekking en experiment
  • samen leren en werken rond complexe uitdagingen en vraagstukken

Als ik naar de uitdagingen kijk die in het boek beschreven staan denk ik dat ik ze allemaal weleens ben aangegaan

  1. kiezen voor pionieren
  2. een pioniersmentaliteit ontwikkelen
  3. een duurzame pioniersplek creëren
  4. samen de pioniersreis maken

en alle bijbehorende leerdrempels (het niet-weten, verbinding, volharding, loslaten) wel eens genomen heb 🙂

Ik kreeg inzicht in de betrokkenheidsniveaus die bij transitieprocessen horen. Ik herkende mijn responsieve manier van omgaan: reageren vanuit emoties 😉 of probleemoplossend bezig. Dit zijn geen pioniers-like reacties. Nee wil ik overleven dan moet ik vanuit mijn eigen expertise nadenken over mijn rol erin en opereren vanuit mijn cirkel van invloed zitten.

Zelfonderzoek

Het boek heeft een hele positieve toon. Het had wellicht met mijn state of mind van dat moment te maken dat mij zo nu dan het gevoel bekroop jaja ‘been there done that’.

De adviezen in het boek van de pioniers hoe goed bedoelt, ik ken ze allemaal: heb geduld, laat je niet uit het veld slaan door weerstand, vertrouw op het proces, neem stapje voor stapje, probeer, doen, beleef plezier, vier je successen. Maar als je pionierswerk waar je zo in gelooft ziet afbrokkelen, dan zinkt de moed zo nu en dan diep in mijn schoenen. Ik heb geen invloed op alle processen van het systeem waarin ik zit. Mijn betrokkenheid is groot. Mijn invloed beperkt. Volharding ….pfff….moegestreden….

Misschien ben ik toch niet de pionier die ik denk te zijn. Ik ben ook onderdeel van het systeem waar ik zo nu en dan tegen aan schop. Het systeem zijn we ook samen. We houden het samen in stand. Er uitstappen zoals Mieke dat heeft gedaan, durf ik niet zo goed. Financiële zekerheid is ook een dingetje. Wil ik ook niet. Ik heb toch een geweldige baan! Nog zoveel uitdagingen liggen op mijn pad.

Niet mopperen maar opperen, lees ik dan 🙂

Tijd voor enige reflectie. Alles weer een beetje in perspectief proberen te plaatsen. Ons blog is mijn leerlogboek. Ik kan niet alles open en online gooien. Dat doe ik wel f2f en via whatsapp met mijn critical friends (dank!).

Tempora mutantur, nos et mutamur in illis (De tijden veranderen en wij veranderen met hen)

Deze Latijnse spreuk stond op een van mijn eerste beleidsnotities over de komst van de computer in de bibliotheek. Veranderingen heb ik altijd wel omarmt. Dat heeft me ook gebracht waar ik nu sta. Als ik naar het plaatje van veranderingsproces Kübler-Ross uit het boek kijk, heb ik het gevoel in een looping te zitten waar ik niet meer uitkom *grinnik*

Soms bekruip me het gevoel van een onzinbaan. Wie zit nou te wachten op een advizeur? Het een en ander heeft natuurlijk ook te maken met de positionering van mijn cluppie I-adviseurs. Voor de zoveelste keer maar weer eens rollen en taken beschrijven. Ik wil zinvol werk DOEN!

Ilse beschrijft op haar blog pionierspijn dat pionieren ook heel pijnlijk kan zijn. Dat het ook te maken heeft met je zelfbeeld: hoe belangrijk, competent, aardig vind jij jezelf? Het heeft ook met waardering en door anderen gezien worden te maken. Mieke stimuleert in haar boek ook die innerlijke reis te maken. Die maak ik wel vaker 😉 Ik heb alleen niet zo’n behoefte om die met iedereen open en online te delen. 

Door het boek werd ik wel getriggerd om mijn kernwaarden weer eens scherp te formuleren. You know dat ik dit voor een ander doel onlangs ook heb gedaan. Kijk, ik heb m ook maar op ons blog gezet. (By the way onze 2bejammed-waarden zijn toch wel briljant geformuleerd). 

Vanwege onze herpositionering van I-adviseur, ICTO-mens naar cluster onderwijskundige ondersteuning vroeg ik me af: hoe noem ik me zelf? Ik ben geen docent. Ik heb een onderwijskundige master afgerond, ben ik dan een onderwijskundige? Mijn bibliothecaris achtergrond is bepalend voor de manier waarop ik mijn rol invul. Open en online, delen en samen zijn mijn drijfveren. Ik ben onderwijskundige informatieprofessional!

Pioniersplezier

De gesprekken tijdens MeetUp 043 deden me ook weer inzien dat ik ook goede en geweldig leuke dingen heb gedaan. Mijn kracht en geloof in open en online kennisdelen is groot. Samen leren en ontdekken. In elk project, dienst waar ik zit is roep om communiceren, en meer kennis te delen. Laten we dat what’s in it for me eens proberen om te buigen in what’s in it for us. Het bewegen tussen uiterste blijft lastig voor me. De manier waarop ik de wereld zie is natuurlijk niet dé manier (knowledge polarization).

Voor mij is die community, de mensen om me heen belangrijk. Volgens mij ontwikkel je je niet alleen. Ik wil veel van een ander leren. En ik denk dat een ander ook van mij kan leren. Gisteren hadden we een mooie dag. Hetgeen waar we het afgelopen jaar binnen veel energie hebben gestopt werd met waardering ontvangen. Dat is een fijn gevoel.

Volgens het boek van Mieke zijn onderzoekend, creatief, empathisch, risiconemend, netwerkend, oplettend, reflectief en veerkrachtig, kenmerkende eigenschappen voor een pionier. Die mentaliteit heb ik wel. Zo nu en dan meer vertragen (lastig voor dit juffertje ongeduld) en compassie met mijzelf blijven wat ontwikkelpuntjes 🙂

En laat ik vooral ook maar gewoon blijven dromen, zoals op deze heerlijke dromerige muziek van Eric Clapton. 

Judith

Bullshit-jobs

Hi Marcel,

Soms heb ik wel eens van die periodes in mijn werk dat ik wanhopig verzucht ‘waar doe ik het allemaal voor’, ‘heeft dit enige zin?’, en ‘heb ik dit niet al eens eerder gedaan?’.

Onzinbanen, daar ging de bijdrage van Peter de Waard in de Volkskrant eergisteren over: “Slechts een kwart van de banen levert producten en diensten waar daadwerkelijk behoefte aan is”. En in alle andere banen wordt slechts 15 uur zinvol werk gedaan. De rest gaat verloren aan bezigheden als het verzenden van e-mails, het bijwerken van het Facebook-profiel, het marketen van nieuw beleid en veel vergaderen. Ik zou het willen tegenspreken, maar een kern van waarheid zit er wel in. Soms. Laat ik voor mezelf spreken.

Ook Pieter Derks sprak gisteren in het NPO1 radioprogramma De Nieuws BV over hetzelfde thema. Nederland kent veel bullshit-banen zoals twee miljoen communicatiewetenschappers (mijn arme dochter 😉 ) en niemand die een kraan kan repareren of kan stuccen. Nou dat kan mijn man dan wel weer. Hij is stukadoor!

Maar als we dan vinden dat banen die wel iets opleveren, er toe doen, laten we die dan eens op waarde schatten. Want vakmensen (en dat geldt ook voor leerkrachten en verpleegkundigen) worden immers niet zo goed betaald als adviseurs (*moi*) of managers of onderzoekers of al die andere banen voor ‘hoger opgeleiden”. We houden deze kenniseconomie-bubble met zijn allen wel zo in stand.

Warme groet,
Judith

JUDITH.BETER(t) – week 4 en 5

Ha Marcel,

Over week 4 had ik niet zoveel te melden, daarom nu een blog over week 4 en 5.

Vorige week ben ik weer naar een bewegingssessie in Maastricht geweest. Ik probeer een beetje om mijn eten te letten, maar het lukt me nog niet om met de beperkte voedingsadviezen die ik nu heb een maaltijd voor mijn type samen te stellen, behalve dan de ochtendpap en maaltijdsoepen.

In week 4 heb ik ook wat activiteiten voor de BETER Yammergroep uitgevoerd. Deelnemers toegevoegd ed. Ik kreeg te horen dat ik dit eigenlijk niet moet doen. Het is mijn valkuil om maar dingen op te pakken en mijn grenzen daarin niet aan te geven. Aan de andere kant aan sommige werkzaakheden beleef ik ook veel plezier, dus doe ik dat liever dan huis poetsen ofzo 🙂

Halverwege week 4 voelde ik me niet zo lekker: keelpijn, spierpijn, warm/koud en later ook oorpijn. Inmiddels weet ik dat ik een middenoorontsteking heb en aan de antibiotica zit. Dit geneesmiddel past vast niet in de Chinese geneeskunde die de basis vormt voor dit BETER programma. De dokter vond het verstandiger, ik wilde niet zieker worden. Momenteel is mijn energiepeil door oorpijn en antibiotica niet echt top. Dat heeft ook invloed op activiteiten voor dit programma. Daarnaast is mijn beweeg-/leefstijlcoach ook even niet beschikbaar. Dat betekende in week 5 geen beweegsessie en ook mijn 2e gesprek is uitgesteld.

Deze week hadden we (eindelijk!) de kookworkshop. Op de warmste dag van het jaar totnutoe zaten we in de warme instructielokalen van de Hotelschool. We mochten iemand meenemen, en dochterlief vond het leuk om mee te gaan.

De groep werd in tweeën gesplitst. Wij kregen eerst wat voedingsadviezen op basis van de subtyperingen. Deze toelichting door Yan Schroën was voor mij meer een herhaling van het hoorcollege in week 3. Ik kan me voorstellen dat het voor de gasten van het programma informatief was. Wat mij betreft had dit ‘flipped’ gemogen in de vorm van een kennisclip. Tijdens de kookworkshop (het was meer een kookinstructie omdat we verder niets deden dan proeven 🙂 ) kregen we vooral tips over het verschil tussen ‘warm’ en ‘koud’ eten. Het gaat dan niet alleen om de temperatuur van het voedsel maar ook om smaak. Zo is een druif bijvoorbeeld ‘warming’ en een grapefruit ‘cooling’. Het is de kunst voor mij als stoofpotjestype om in deze tijd van het jaar voor neutraal eten te kiezen. En slim te combineren want warme en koude ingrediënten heffen elkaar op. Voorafgaand aan deze bijeenkomst hebben wij een ingrediëntentabel ontvangen waarin we dit allemaal kunnen opzoeken. Inmiddels hebben we ook een mooi vormgegeven receptenboekje ontvangen en werden we uitgenodigd vooral recepten te delen.

Ga ik dit nu allemaal toepassen?
In mijn ogen ging het vooral om slow cooking: koop goede (biologische) ingrediënten, maak het zelf (geen kant en klaar producten). Dit vergt voor mij nogal een andere levensstijl. Ik ben door de week toch wel van het gemakkelijk klaar. Ik zal niet snel havermout een nacht laten weken, om de volgende ochtend mijn ontbijt te maken. Ik pak wel een zakje Quacker 🙂 In het weekend kan ik wel wat voorbereidingen doen zoals soepen maken en spreads voor op wrap als lunch. Maar als ik al die lekkere dingen in te grote hoeveelheden blijf eten dan gaan de kilo’s er ook niet echt af. Kijk, liever had ik een wekelijks menu ontvangen met een overzicht wat ik moet eten. Ik snap ook wel dat het de bedoeling is dat het effectiever is als je zelf uitvogelt wat het beste bij je past, dan pas word je duurzaam ‘BETER’.

Mijn eetpatroon is vooralsnog niet ingrijpend veranderd. Zo’n slim aanrechtblad zou wel kunnen helpen 🙂

Wel opvallend trouwens dat mijn ‘health-blog’ beter wordt gelezen dan mijn vakinhoudelijke ICTO-gerelateerde blogs….wat zegt dat nu??? *think*

Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

JUDITH.BETER(t) – week 3

Hallo Marcel,

Afgelopen week was het voor mij een beetje warm draaien in het BETER-programma. Maandag startte met een online vragenlijst over mijn gezondheid. Vragen of lichamelijke beperkingen of emotionele problemen mijn (werk)activiteiten beïnvloeden. Dezelfde dag heb ik voor de eerste keer deelgenomen aan een beweegsessie in Maastricht. Zoals ik je eerder al vertelde moet ik rustig bewegen en vooral niet zweten 🙂 We begonnen met diverse yoga-oefeningen gericht op ademhaling en ‘aarden’. Het was even wennen, maar fijn.

Donderdag kregen we dan (eindelijk) toelichting op het fenomeen subtypes in de vorm van een hoorcollege door Yan Schroën. Yan is nauw betrokken bij het BETER programma. Hij studeerde in China en heeft een praktijk voor acupunctuur en traditionele Chinese geneeskunde. Hij vergezelde onlangs vier Chinezen uit Hangzhou die in Parkstad waren om te onderzoeken of in de toekomst kan worden samengewerkt op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en onderzoek (lees meer in De Limburger).

In de reguliere (westerse) gezondheidszorg, zo vertelde Yan, wordt gewerkt adhv protocollen die uitgaat van aandoeningen ipv personen (one size fits all). In deze systeem biologische aanpak van het BETER programma wordt een groep mensen met dezelfde aandoening (overgewicht/obesitas) op basis van sleutelsymptomen ingedeeld. Men streeft uiteindelijk naar een persoonlijke diagnose, Personalized Health Care Ecosystem. Een mens is niet alleen zijn ziekte; er moet naar heel de mens gekeken worden, dus ook naar psyche, omgeving, eten, leefstijl, stofwisseling. Deze insteek is idd gebaseerd op Chinese geneeskunde, yin en yang. Het is een andere manier van kijken naar complexe chronische aandoeningen, zoals overgewicht. We gaan andersom denken.

Aan de hand van wederom het metafoor kookpotje werd de spijsvertering van de subtypes toegelicht. Ik had al vérteld dat mijn subtype 4 (groen) gekenmerkt wordt door extreme uitputting. Normaal gesproken behoort zo’n 2% tot dit subtype. Het is opmerkelijk dat in onze groep dit subtype vaak gediagnosticeerd is. Het is voor de onderzoekers interessant om te verkennen of hier een reden voor gevonden kan worden. De levensvreugde van type 4 mensen wordt bepaald door deugdzaamheid. Niet zeuren maar doen is hun motto. Zij dienen los te komen van druk van buitenaf.


Ik herkende me ook wel in andere subtypes. Dat is niet zo vreemd, het zijn namelijk dynamische typeringen. Je beweegt tussen types. Het is dus belangrijk dat goed, samen met je leefstijlcoach, in de gaten te houden want dat betekent dat ook je bewegingen en voeding veranderen.

Het BETER programma is vooral een steuntje in de rug. Het gaat er om lekker in je vel te zitten. Je happy te voelen. Nou dat is dit weekend helemaal goed gekomen met die paar dagen Disney met het gezin 🙂 dat is immers The happiest place on earth! Ik heb voldoende stappen gezet. Heb ook vaak kleine hoeveelheden gegeten, alleen niet allemaal volgens de BETER voedingsadviezen; de stoofpotjes en soepen vond ik niet in Disney *grijns*.

Over 2 weken volgt de kookworkshop met allerlei tips per subtype. Een echt BETER kookboek is zelfs in de maak! Er was ook behoefte om binnen de BETER groep recepten en ervaringen uit te wisselen. Men stelde Blackboard voor om te gebruiken, ik vond Yammer hier geschikter voor. Susy vroeg mij om een besloten Yammer groep aan te maken, dat is inmiddels gebeurd. Die community zal de komende week wel actief worden, hoop ik.

Vandaag vol goede moed week 4 in.

Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

JUDITH.BETER(t) – week 2

Hallo Marcel,

Vorige week las ik op de website van Zuyd dat onze hogeschool een pledge (belofte) heeft ondertekend ihkv het Nationaal Programma Preventie en zo een steentje bijdraagt aan een gezonder en vitaler Nederland. Ik lees in dit nieuwsbericht niets over het BETER-programma, daar draag ik mijn steentje dan bij. Niets BETER dan een gezonde en vitale medewerker lijkt me zo 🙂

Tijdens deze BETER-vakantieweek ben ik maandag naar mijn 1e gesprek met mijn leefstijlcoach geweest. Ik kreeg een rondleiding in het pand waar hij zit en heb de beweegruimte gezien waar ik aanstaande maandag mijn eerste beweegsessie heb. Ik heb begrepen dat bij mijn type vooral rustig bewegen hoort. Dat past perfect bij mij 🙂

Het gesprek ging voornamelijk over mijn thuis- en werksituatie. Hoe mijn slaapritme is, wat ik eet en hoeveel ik beweeg. En er werd gevraagd naar de doelen die ik wilde bereiken met dit BETER programma. Nou vooral kilo’s minder en een betere werk-privé balans. Vervolgens kreeg ik aan de hand van het metafoor ‘kookpotje’ voor maag/stofwisseling, een toelichting op mijn type. Twee weken geleden ben ik op basis van een aantal vragen, de kleur van mijn tong en polsslag, ingedeeld bij subtype 4 (groen). Dat klinkt niet erg evidence based, vond ik. Volgende week krijg ik hierover meer te horen tijdens het eet-/kenniscollege. Als voorbereiding hierop ontving een overzicht van aanbevolen en te vermijden ingrediënten.

Subtype 4 wordt gekenmerkt door een lichaam dat zo uitgeput is, dat het in een alarmstaat beland is. Mijn lichaam houdt alles vast waardoor overgewicht ontstaat. Bij dit subtype hoort zo’n 6 keer per dag eten (waarvan minimaal 2 warme): 3 wat grotere en 3 kleinere maaltijden. Vooral een goed ontbijt is belangrijk. Het lichaam moet continue gevoed worden met voedsel, zodanig dat het lichaam weer kan opbouwen.

Het lijkt er op dat ik stoofpotjes en warme pap moet gaan maken en eten…..

CC0 Public Domain

Groet,
Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

JUDITH.BETER(t) – week 1

“Each person is individual. The goal is well-being, the tool is to follow your body signals and participate, the measure of progress is yourself a day ago, and imagination is endless but frames with self-knowledge. We welcome you on board and wish you an exciting journey with yourself!”

Nou Marcel, de blogtitel had beter kunnen zijn ‘Judith BETERt nog niet’ 😦
Mijn MI-band laat zien dat ik te weinig stappen zet, te weinig slaap. Ik ben wel enkele kilo’s lichter als gevolg van de vastentijd, maar door de Paasdagen is die dalende lijn niet verder doorgezet. Ook door privé- en werkomstandigheden zit de emotionele druk er deze week op waardoor ik toch een ‘sab’ (of ‘saz’)-momentje had in de avonduren. Ach ja, komt wel weer goed.

Van mij wordt verwacht dat ik wekelijks aan 1 beweegsessie deel neem. Dat is in de eerste week nog niet gelukt. Ik heb wel al mijn beweegsessies inmiddels ingepland. Ik zal aansluiten in Maastricht of Heerlen. Ivm deze korte week waren deze allebei op woensdag van half 5 tot 6 gepland. Aangezien mijn vaste sportavond (MOFIT!) op de woensdagavond vanaf 7 uur is, heb ik er voor gekozen niet naar de BETER beweegsessie te gaan. Ik vond het wel erg handig dat het programma-overzicht van de komende 12 weken in de informatiemap zat die ik tijdens de kick-off had ontvangen. Ook het kenniscollege en de kookworkshop staan inmiddels in mijn agenda. Deze bijeenkomsten zijn trouwens wel onder werktijd. Ik vraag me af of ik hier nu vrij voor moet vragen aan mijn leidinggevende of dat mijn BETER-activiteiten door Zuyd wordt gefinancieerd….

In de informatiemap zat ook nog:

  • projectbeschrijving (Tip voor de organisatie: staan wat slordige typefoutjes in)
  • smoelenboek van team BETER
  • Appeal to the participants (Vraag aan organisatie: waarom in het Engels?)
  • Borg-schaal (inspanningsschaal op basis van subjectieve waarneming, zie hier meer hierover)
  • Kortingspas voor Sport 2000
  • En tips voor activiteitenmeters, met een link naar de Keuzewijzer Meer bewegen met de Smartphone, een overzicht samengesteld, ontwikkeld en getest door studenten van diverse opleidingen van Zuyd. Eventuele ervaringen kan ik door geven aan de onderzoekers van EIZT.

Mijn afspraak met mijn leefstijlcoach van afgelopen woensdag is door omstandigheden verplaatst naar volgende week maandag. Daarover volgende week meer.

Groet,
Judith

Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier

Don’t lose your colour!

Hallo Marcel,
Deze mooie korte animatiefilm zag ik zojuist op Facebook voorbij komen. Ik vond deze voor zichzelf sprekende woordeloze boodschap passend om op stille zaterdag (de dag voor Pasen) op ons blog te delen.

Fijne Paasdagen!
Judith

Meer over deze film via

JUDITH.BETER(t) – week 0

Heej Marcel!

I’m the lucky one! Ik ben uitverkoren om mee te doen aan de pilot van het BETER programma van Zuyd!

Twee weken geleden ontvingen alle studenten en medewerkers een wervingsmail.

Vind je het moeilijk om voldoende te bewegen, gezond te eten of op gewicht te blijven? Merk je dat je vaak terugvalt in je oude patroon als je iets wilt veranderen aan je leefstijl? Of wil je heel graag je leefstijl verbeteren, maar weet je niet goed waar je moet beginnen?
Heb je overgewicht en herken je je in bovenstaand gedrag?
Zuyd helpt een handje!

Ik was getriggerd. En ik niet alleen, begreep ik. Nadat een paar dagen later het aantal aanmeldingen al over de 100 kwam, hebben ze de inschrijving gestopt. Samen met zo’n 30 mede-verBETERaars hadden we vandaag de aftrap van deze pilot.

Na de inschrijving ontving ik een online vragenlijst. Afgelopen dinsdag waren de metingen *zucht*: gewicht, allerlei vetpercentages, gewicht, lengte, bloeddruk. Jaja mijn BMI is te hoog 😦 Daar gaan we de komende 12 weken mee aan de slag.

Het BETER programma

Wat houdt het programma in? BETER is een toepasselijke maar vergezochte acroniem van BEweeg eeT verandER. Het is een 12 weken durend programma, bestaande uit een beweeg-, voedings- en gedragsonderdeel. Er wordt gewerkt vanuit de gedachte dat systeembiologische subtyperingen van obesitas het vertrekpunt zijn voor een passend eetpatroon, beweegpatroon en therapeutische benaderingen. De komende 12 weken heb ik wekelijk een beweegsessie van anderhalf uur, ik kan kiezen tussen de locaties Sittard, Heerlen en Maastricht. Ik krijg 3 gesprekken met een leefstijlcoach (in Maastricht). Er volgt nog een kenniscollege en een kookworkshop.
Het programma wordt uitgevoerd door een enthousiast team van het Preventiecentrum Gezondheid Zuyd en de lectoraten ‘Voeding, Leefstijl en Bewegen’ en ‘Gastronomy’ i.s.m. enkele zefstandige leefstijlcoachen.

Week 0

Vandaag was de kick-off. We werden in de gymzaal in Heerlen verwacht. Ik zag veel bekende gezichten 🙂 vooral medewerkers. Ik heb geen studenten gezien. Na eerst allerlei administratie te hebben afgerond (25 euro bijdrage, een informatiemap, het geven van toestemming van het gebruiken van mijn data voor wetenschappelijk onderzoek, ik heb getekend dat ze foto’s en video van me mogen maken) moesten we een kaartje naar onszelf schreven. Ik schrijf niet wat ik heb geschreven dan is de verrassing over 12 weken weer des te groter (ik vergeet dat toch). Tevens ontving ik een groen bandje (ik ben type 4 van de vijf subtypes, later hoor ik nog wel wat dit betekent) en een activiteitenmeter Mi band te leen. Een kijken hoe deze bevalt tov mijn Up van Jawbone.

Susy Braun, lector van het nieuwe lectoraat ‘Voeding, Leefstijl en Bewegen’ legde enthousiast en duidelijk uit wat ze met dit programma beogen. Ze werd daarbij ondersteund door een groep begeleiders die er ook duidelijk zin in hadden. Ik heb gevraagd of ze er bezwaar tegen hebben als ik blog over mijn ervaringen. Nee, integendeel, ze vonden het waardevol. 🙂 Ik heb er wel even over getwijfeld of ik dat op ons blog zou doen. Het gaat niet echt over ICTO. Maar het gaat wel over een initiatief van Zuyd, over een onderzoek, over het welbevinden van een Zuyderling. Dus, het kan wel hè? Ik zal je/jullie wekelijks op de hoogte houden.

De blogtitel heb ik gejat van LINDA.LIJNT 🙂 Dit initatief van Linda de Mol heb ik even gevolgd. Maar toen ik haar eerste filmpje bekeek en zag dat zij een giga privé fitnessruimte op zolder heeft, vond ik dit niet helemaal bij mij passen. Ik ben niet zo stoer als Linda om hier publiekelijk mijn gewicht te delen. Het doet er niet zo toe, toch? Ik ben vanaf de carnaval aan het vasten. Dit houdt voor mij vooral in geen (zakken) chips meer eten in de avonduren. Inmiddels zijn er al een paar kilo’s af. Het begin is er. De reis naar BETER is begonnen.

Fijne paasdagen (met zo min mogelijk paaseitjes voor mij ;))
JUDITH.BETER(t)

Bezocht. Studiedag Flexibilisering in het HBO.

Dag Marcel,

Wij zijn allebei betrokken bij Zuyd Professional één van de experimenten om het deeltijdonderwijs meer flexibeler te maken, meer blended, met leerwegonafhankelijk toetsen gebaseerd op leeruitkomsten zodat ook persoonlijke leertrajecten mogelijk zijn. Wij weten dat niet alleen de volwassen werkenden dit flexibele deeltijdonderwijs volgt, ook jonge studenten willen flexibel kunnen studeren. Kunnen we van deze ervaringen leren? En wat zou dit kunnen betekenen voor voltijdopleidingen?

Donderdag 30 maart was ik bij een studiedag Flexibilisering in het hbo: kansen en mogelijkheden in het voltijdsonderwijs, georganiseerd door Facta. Het was een studiedag met presentaties: luisteren en ruimte voor het stellen van vragen, zonder twitteractiviteiten. Het was niet massaal, zo’n 100 personen schat ik. De dag werd goed begeleid door Matthijs Leendertse, voor mij niet geheel onbekend. Ik heb hem al eens horen spreken op een bijeenkomst over de toekomst van het hoger onderwijs en bibliotheken en onder zijn begeleiding heb ik (volgens mij mijn eerste) onderwijsgame gespeeld 😉

Na zijn introductie deelde Huib de Jong, rector Hogeschool van Amsterdam zijn beeld over het thema: Flexibel onderwijs is niet per definitie deeltijd onderwijs. Hij begon over keuzestress en verwees naar een citaat en TEDtalk van Barry Schwartz.

Clearly, our experience of choice as a burden rather than a privilege is not a simple phenomenon. Rather it is the result of a complex interaction among many psychological processes that permeate our culture, including rising expectations, awareness of opportunity costs, aversion to trade-offs, adaptation, regret, self-blame, the ten- dency to engage in social comparisons, and maximizing.

Levert het aanbieden van persoonlijke leerroutes, de veelheid aan keuzemogelijkheden niet te veel stress voor jonge mensen. Kunnen wij de verwachtingen die we oproepen met flexibel onderwijs wel waar maken? Managen we de verwachtingen hieromtrent wel goed? We moeten ons realiseren, zegt De Jong, dat het hbo georganiseerd geformaliseerd onderwijs is. Dus niet alleen dromen over het mooie perspectief van flexibel,gepersonaliseerd onderwijs maar ook nadenken hoe dit te organiseren. Als bestuurder trapt hij daarom vaak op de rem.

Volgens De Jong hebben studenten in het begin van hun studie weinig behoefte aan flexibiliteit. Dat wordt later in de studie pas groter. In de loop van hun studie wordt hen genoeg flexibiliteit geboden door oa projectonderwijs, learning communities, betekenisvolle praktijkopdrachten, blended learning. Dit doorontwikkelen, binnen de bestaande structuren flexibiliteit zoeken. Trots sprak hij over het nieuwe onderwijs dat bij de HvA in de maak is: Digital Society School. Het deed mij denken aan de Pop-up school van Zuyd. Helaas is het daaromtrent wat stil geworden. Daarnaast is het een illusie om flexibilisering alleen te bekijken vanuit deeltijdonderwijs. Het is een geforceerde scheiding, zei De Jong.

Daarna was het woord aan de toezichthouder Paul Zevenbergen, bestuurslid NVAO met Wat kunt u leren van de landelijke pilots in het deeltijdonderwijs. De NVAO is nauw betrokken bij de deeltijdexperimenten die opgestart zijn vanuit de (inter)nationale aandacht voor: meer volwassenen studenten in het ho, het belang van leven lang leren, werkend leren/lerend werken, het flexstuderen, student-gecentreerd leren en eigenaar eigen leerproces, flexibel inspelen op individuele verschillen, ruimte voor samenwerkend leren, inter-/multi-disciplinair onderwijs. De NVAO gaat regelmatig met de betrokken hogescholen in gesprek. Zij wisselen veel en regelmatig ervaringen uit over de mate van flexiblisering, over leeruitkomsten. Een aandachtspuntje is dat traditioneel leeraanbod nog erg aanwezig is. Ook het beschrijven van leeruitkomsten gaat niet zonder slag of stoot. Ze worden vaak te gedetailleerd beschreven. Dat staat immers haaks op flexibilisering. Uitdagingen zit ook in de bekostigingsystematiek. Staat het systeem innovatie in de weg? Bij voortgaande flexibilisering neemt relatie huidige voltijds/deeltijd/duale varianten af. Volgens Zevenbergen gaat het ook verdwijnen. Vooralsnog schrijft het stelsel voor dat we in deze 3 smaken onderwijs aanbieden.

Zevenbergen probeerde het begrip flexibilisering breder te trekken: hoe gaan wij om met spoc of mooc, persoonlijke leerpaden, hoe beoordelen we dat? Dat kunnen instellingen toch best zelf?, zei Zevenbergen. Externe validering, interne validering is continu proces. We moeten af van het ‘hoepeltjesgedrag’. De NVAO vraagt: wat belooft u, wat doet u, en maakt u dat ook waar? Als je dit helder hebt als opleiding is het voor iedereen van student tot NVAO winst.

Na de pauze in de binnentuin van het prachtige pand in de Utrechtse binnenstad, sloot ik aan bij de sessie over Tijds- en plaatsonafhankelijk studeren met Blended Learning door Theo van den Bogaart, hoofddocent Hogeschool Utrecht. Zijn presentatie startte over Flipping the classroom. Een terechte constatering van Van den Bogaart is dat deze vorm weinig gepersonaliseerd, het is immers erg aanbod gericht. Je verwacht immers dat studenten zich voorbereiden. Dat dit niet altijd gebeurt, is bekend (#mustread Reader survey finds unprepared students a persistent problem en Help! Mijn studenten bereiden zich niet voor). Dan is huiswerk meer gepersonaliseerd 🙂 Bij flipped classroom moet je de studenten duidelijk maken wat het nut van deze werkvorm is. Ook de andere voorbeelden die hij noemde waren mij bekend: diversiteit van materiaalsoort (lezen-kijken-luisteren) of werkvormen (zelfstandig-leerteam-klassikale bijeenkomst- werkplek). Inzetten van Google Docs om samen te werken, het gebruiken van fora als reflectiemiddel (en hoe activeer je die dan?),  Socrative voor meer interactie. Hij had echt leuke voorbeelden om studenten meer de regie te laten hebben over de bijeenkomst.

Theo presenteerde vanuit de website van Hogeschool Utecht: Blended Lab. Hierop is ook het door hen gehanteerde onderwijskundig model te vinden: het aangepast Spinnenwebmodel. Deze wordt gebruikt om onderwijskundige keuzes te maken die consequent zijn, de samenhang wordt hierdoor zichtbaar.

Na de heerlijke lunch die ik samen met mijn twee collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek heb genuttigd, presenteerden Ellen de Kwant en Karin Vogelaar, werkzaam voor het programma Onderwijsinnovatie van de Hogeschool Utrecht, over Leerwegonafhankelijk toetsen. Ellen bleek, toen ik met haar in gesprek raakte, een directe collega van mijn MLI-studiemaatje Cindy te zijn 🙂
In een heldere presentatie legden zij uit wat gepersonaliseerd leren (regie voeren op eigen leerproces) betekent voor ontwerp en didactiek: aanpassen van inhoud, niveau, tijd en plaatsonafhankelijk, tempo, leervoorkeur. De visie is hogeschoolbreed vastgesteld. En op basis hiervan zijn ontwerpdimensies beschreven. Ontwerpprincipes zijn niet voorschrijvend, maar adviserend.
Bij leerwegonafhankelijke toetsen liggen de leeruitkomsten vast, de weg er naar toe, de leerweg kan verschillen. Bij de HU ligt het toetsprogramma vast, het onderwijsprogramma is flexibel. Studenten hebben meer mogelijkheden om binnen een opleiding een eigen route te bieden.

Hun ervaringen:

  • Denken in leeruitkomsten en uitkomstgericht ontwerpen (je begint bij beroepskwalificaties, wat moet een student nu kunnen en wat betekent dit voor het onderwijs?) is niet gemakkelijk.
  • Verandering van inhoud heeft impact op de hele opleiding, niet alleen op het deeltijdonderwijs.
  • Rol van begeleiding verandert – studenten moet leren regie te nemen (binnen leerteams). Extra aandacht voor binding met opleiding bij individuele leerroutes.
  • Wet- en regelgeving loopt achter op dit punt (m.n. de OER).
  • Na 3 jaar programma onderwijsinnovatie kwam men pas op het idee om de ondersteunende dienst te betrekken (!) vanwege de problematiek met verschillende tentamencodes, het registreren, het (flexibel) roosteren.
    Werken met grotere onderwijseenheiden 15-30ecs betekent minder toetsen. Beperkte kennistoetsen (alleen propedeuse), maar meer beroepsproducten als formatieve toetsen.

Daarna kwamen 3 korte presentaties:

Universal Design for Learning (UDL) is een mindset mèt een praktisch raamwerk dat zorgt voor optimaal onderwijs voor élke student. Het neemt studiebelemmeringen weg, zonder in te leveren op kwaliteit.
Van de website UDL Nederland

  • Eric Slaats, associate lector Fontys Hogeschool ICT over Open Education: actueel en flexibel onderwijs. Het verhaal van Eric had ik gedeeltelijk al eens gehoord tijdens mijn studie MLI. In de aankondiging stond dat Fontys Hogeschool ICT al enkele jaren geen gebruik meer maakt van roosters. Tentamens zijn afgeschaft. En dat hun onderwijs open en flexibel is: de student bepaalt. Vele vonden dit een inspirerend verhaal, een mooi vergezicht, ook voor Zuyd. Ik kreeg de indruk van zijn verhaal dat dit beeld de hele faculteit ICT van Fontys betrof, maar dat bleek dat toch niet zo te zijn. Wat Eric vertelde ging over één van de specialisatieroutes: Open Innovation, die studenten kunnen ‘stapelen’ op hun basisroute. De studenten stellen zelf een persoonlijk competentieprofiel samen, ze vormen zelf multidisciplinaire teams, voeren met een daadwerkelijke opdrachtgever hun eigen project uit en bepalen zelfs op welke criteria ze beoordeeld worden. Lees meer hierover op de SURF website of bekijk onderstaande video

Ik kan me zo goed voorstellen dat Eric hier enthousiast over is.

Wat ik meenam van deze studiedag:

  • Het beschrijven van heldere transparante leeruitkomsten is lastig.
  • Dat toetsing belangrijk is, maar dat er ook andere vormen zijn dan een thesis. Laat aan student de keus om zijn eindproduct te presenteren.
  • Het experimenteren met flexibel onderwijs in het deeltijdonderwijs heeft ook gevolgen/impact op het voltijdsonderwijs.
  • Het onderscheid tussen voltijds/deeltijd en duaal onderwijs is een geforceerde.
  • Belangrijk om verwachtingen te managen.
  • Studenten willen geïnspireerd worden, en hebben behoefte aan structuur.
  • Sommige studenten hebben moeite met de veelheid aan keuzes.
  • Docenten denken veel na over het ‘wat’, te weinig over het ‘hoe’.
  • Het belang van de coachende docent bij flexibeel onderwijs.
  • Dat we niet goed zijn in het afscheid nemen van docenten die niet (willen) aanpassen.
  • We ons weinig buiten de gebaande paden begeven. Ik heb weinig over open onderwijs en learning analytics gehoord tijdens deze studiedag over flexibiliteit.
  • Dat is binnen het mogelijke verrassend weinig onmogelijk is. De beperking zit meer ‘tussen de oren’.
  • Vertrouw en gewoon doen.

groet,
Judith

Onderzoek doen op Lowlands?

Ha Marcel,

Je kent Lowlands natuurlijk. Inmiddels wordt dit festival al voor de 25e keer georganiseerd. Naast muziek hebben zij een uitgebreid randprogramma met workshops, comedy maar ook wetenschap. Op de site van de Vereniging Hogescholen staat in dit kader een interessant nieuwsbericht

In het Lowlands Science-dorp kunnen de bezoekers zich elke dag van het festival onderwerpen aan bijzondere onderzoeken en experimenten. Een win-win situatie! De onderzoekers krijgen een groot testpubliek en de bezoekers kunnen zich wagen aan proefkonijnenavonturen. Bovendien biedt Lowlands Science een podium om aan een groot publiek te laten zien wat hogescholen allemaal in huis hebben.

In onderstaand filmpje zie je een impressie van Lowlands Science 2016

Iets voor jou? Voor je studenten? (Alhoewel het geen handige tijd is voor onderzoek voor afstudeerders ;)) Of voor een andere onderzoeker die je kent? Er zijn maar 10 plekken beschikbaar. Je moet je wel houden aan een aantal richtlijnen houden:

  • De festivalganger kan meedoen. De concurrentie op een festival is groot; je moet de bezoeker dus echt iets te bieden hebben. Alleen vragenlijsten invullen bijvoorbeeld, vinden niet veel bezoekers leuk.
  • Het gaat niet om een tentoonstelling over wat de onderzoekers kunnen of doen, maar daadwerkelijk bijdragen aan een onderzoek, onderzoeksdata opleveren. Onderzoek dat bijvoorbeeld alleen gebruik maakt van enquêtes is niet interessant voor de bezoeker.
  • Het onderzoekt dient rekening te houden met de omgevingsomstandigheden van een festivalterrein: onder andere trillingen, geluid, alcoholconsumptie. En een stabiele wifi is er meestal ook niet op een festivalterrein, zo kan ik uit eigen ervaring zeggen 😉

Deadline is 15 maart 2017. Meer informatie op de website van Lowlands Science

lowlandsscience

Judith

%d bloggers liken dit: