Site-archief

Gelezen: Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs.

Hallo Marcel,

Het zal je vast niet ontgaan zijn dat nu, ruim een jaar na het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs (Dominique Sluijsmans & Ren√© Kneyber) het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs (Dominique Sluijsmans & Mien Segers) is verschenen. Ik kreeg het boek omdat ik het graag wilde lezen en om er een blog over te schrijven natuurlijk ūüôā

De afgelopen jaren is veel aandacht geweest voor summatief toetsen. Dat heeft op veel onderwijsinstellingen geleid tot het invoeren van toetsbeleid en het professionaliseren van docenten via BKE/SKE-trajecten. In opdracht van de Vereniging Hogescholen zijn er rapporten verschenen als Beoordelen is Mensenwerk (2014) en Protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo 2.0 (2017). Echter, naast het summatief toetsen van kennis en vaardigheden komt er steeds meer aandacht voor Bildung. Jan Anthonie Bruijn zegt daar in zijn voorwoord over

Een kwalitatief hoogstaande samenleving heeft mensen nodig die kennen, kunnen en voelen: daar ligt voor ons als onderwijsmakers dus een grote verantwoordelijkheid

Aansluitend schrijven de redacteuren Dominique Sluijsmans en Mien Segers in de inleiding dat deze visie

vraagt om een herkadering van het waarom, wat en hoe van de manier waarop wij studenten toetsen en beoordelen.

In 239 pagina‚Äôs informeert het boek ons over de formatieve functie van toetsen en beoordelen. Kernthema van het boek is hoe de huidige testcultuur van toetsen en beoordelen (met informatiearme cijfers) kan worden veranderd in een feedbackcultuur. Een collectief gedeelde visie op kwaliteit van leren en de rol van beoordelen is hierbij essentieel. In de BKE/SKE professionaliseringstrajecten gaan docenten al op zoek naar nieuwe inzichten en visies op toetsen en beoordelen, en wat dat betekent voor de eigen opleiding/curriculum. Inmiddels is er een enorme toenamen van formatieve toetsen. In de praktijk blijken deze meer een summatieve functie te hebben, omdat er weinig ontwikkelingsgerichte informatie aan wordt toegevoegd.¬†Feedback dient geen ‚Äėafrekenmoment‚Äô te zijn, zo wordt ook in het boek bepleit.

Onderzoek heeft aangetoond dat feedback een krachtig middel is om te leren. Om tot een duurzame feedbackcultuur te komen moet men de bereidheid hebben ‘elkaar verder willen helpen’. Dit¬†stimuleren is essentieel, dat hebben we ook ervaren tijdens het Zuyd innovatieproject FeedbackFruits.

In een zeer prettige schrijfstijl worden vele docenten uit diverse kennisdomeinen van het hoger onderwijs geportretteerd. Centraal in deze 13 interviews staat de vraag wat feedback van docenten vraagt en op welke manier docenten met elkaar een feedbackcultuur kunnen realiseren. Ook (oud-)collega van Zuyd, Ilse Meelberghs, heeft een bijdrage geleverd.

Naast voorwoord, inleiding en de interviews bevat het boek 11 verdiepende hoofdstukken met bijdrage van o.a. Filip Dochy, Esther van Popta, Cees van der Vleuten, Tamara van Schilt-Mol. Het boek eindigt met vijf kernboodschappen die volgens de twee redacteuren nodig zijn voor een toetsrevolutie in het hoger onderwijs. Zij ondersteunen hun boodschappen door te verwijzen naar (eigen) wetenschappelijk onderzoek en naar de interviews en de verdiepende hoofdstukken in het boek.

In een feedbackcultuur …
1. is er sprake van een samenhangend en studeerbaar ontworpen curriculum
2. krijgen studenten door voortdurende formatieve evaluatie alle kansen om de studie succesvol te doorlopen
3. leren studenten verantwoordelijkheid te nemen tegenover zichzelf en elkaar
4. nemen docenten verantwoordelijkheid tegenover zichzelf en elkaar
5. is er sprake van een collectief kwaliteitsbewustzijn

Dominique en Mien benoemen ook dat de toenemende rol van technologie in het onderwijs en de snelle ontwikkeling van learning analytics dat binnenkort wellicht het denken over assessment opnieuw ter discussie zal stellen. Daar weet jij dan weer meer van ūüôā

Tijdens het lezen van dit boek viel het me op dat of je nu over het realiseren van een feedbackcultuur hebt of het kunnen omgaan met technologische ontwikkelingen of over het belang van (sociaal) informeel leren van professionals, we blijven het hebben over pioniers die geduld moeten hebben.¬†Geduld? Terwijl overal wordt gesproken dat opleidingen hun studenten beter willen (moeten!) voorbereiden op de arbeidsmarkt door niet alleen kennis en vaardigheden te toetsen maar ook complexe vaardigheden beoordelen als samenwerken, communiceren, leiderschap en professionaliteit. En dat van die studenten (en docenten!), die voorbereid moeten zijn op levenslang leren, een sterke zelfsturing wordt verwacht. Ik heb al eens vaker geblogd over de knowmad, een professional die slim gebruik maakt van sociale technologie om te leren, te reflecteren en bij te blijven op zijn/haar vakgebied bij te blijven. Vol ongeduld wacht ik. En ondertussen pionier ik vrolijk verder ūüôā

In het boek wordt door docenten en onderzoekers gesproken over het belang van (peer)feedback. Ik had het waardevol gevonden als er een aantal kritische bijdrage van studenten was toegevoegd. De (ex-)studenten in mijn directe omgeving zien het belang van (peer)feedback niet zoals de auteurs en ge√Įnterviewden van dit boek dat wel (terecht!) bepleiten. In de praktijk blijkt het toch erg lastig te zijn om docenten en studenten, die een traditionele summatieve toetscultuur gewend zijn, uit deze mindset te halen.

Veranderen kost tijd en veel geduld. Maar er zijn ook al zeer veel goede voorbeelden, zoals in dit boek te lezen. Een inspirerend boek met vele handvatten voor het complexe proces van onderwijs ontwerpen waar feedback een integraal onderdeel van vormt. Van harte aanbevolen.

Paasgroeten,
Judith

 

Sluijsmans, D., & Segers, M. (Red.). (2018). Toetsrevolutie: Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs. Culemborg: Phronese.

Het boek is te koop (‚ā¨24,99) via uitgeverij Phronese. Vanaf mei zal dit boek net als het andere Toetsrevolutieboek als pdf beschikbaar zijn via de website¬†toetsrevolutie.nl

RE: Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hoi Marcel,

Zoals ik in mijn blog van gisteren schreef heb ik collega MyriamLamerichs enkele vragen gesteld naar aanleiding van haar masteronderzoek¬† ‘Informeel leren door HBO-docenten’:

  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot ¬†informeel leren?

En ik heb haar gevraagd wat zij als docent nodig heeft om sociaal te kunnen leren?

Myram reageert:

Dag Judith

Tijdens de interviews in mijn onderzoek kwam heel duidelijk bij alle ge√Įnterviewden naar voren dat ze vooral SAMEN¬†willen leren, van en met elkaar. De docent met weinig werkervaring leert graag van de docent met ervaring, door het observeren. Docenten met ervaring leren ook van elkaar maar dan door er samen over te discussi√ęren, te praten. Als gevraagd werd naar mogelijkheden om van elkaar te leren, gaven ze allemaal aan dat TIJD¬†belangrijk is. Tijd om samen te komen, overleg te voeren. Ook het belang van deelnemen aan netwerken. Bij doorvragen naar het soort netwerken, was bij een aantal de fysieke deelname belangrijk. Plaatsonafhankelijk leren, wat jij benoemt, staat bijvoorbeeld in contrast met de organisatie binnen √©√©n van de opleidingen van mijn onderzoek. Als voorstander van informeel leren en dan vooral het leren van elkaar, is daar bepaalt dat docenten voor zover mogelijk, van 8 tot 5 op de werkplek aanwezig zijn. Juist om dat van elkaar leren te faciliteren.¬†Ook door regelmatig te wisselen deelname aan de netwerken, werden voortdurend nieuwe meningen, visies, idee√ęn ingebracht, waardoor het leerproces zou toenemen.

Opvallend was dat de jongere ge√Įnterviewden, grootgebracht met de digitale wereld, niet kozen voor sociale media. Zij benoemden niet het belang van plaats- en tijdsonafhankelijk leren. Ik heb het aangestipt, waarbij ze aangaven dat ze hier nog niet zo specifiek naar gekeken hadden, in het kader van informeel leren. Ik heb hier niet op doorgevraagd in mijn interviews. Niet omdat ik er geen belangstelling voor had, maar gezien de focus van mijn onderzoek. Ik wilde al zoveel weten over het informeel leren. Maar misschien in een vervolgonderzoek‚Ķ‚Ķ:).

Als ik naar mezelf kijk dan ben ik door de masterstudie juist wel meer gebruik gaan maken van digitale middelen en van de sociale media. Door het gebruik van Twitter in sommige leerarrangementen van de master Leren en Innoveren, heb ik ontdekt dat daar VEEL KENNIS GEDEELD wordt. Door het volgen van personen, die actief zijn binnen de onderwijswereld, heb ik (van origine niet afkomstig uit het onderwijs) veel kennis opgedaan. Er wordt verwezen naar publicaties, recente ontwikkelingen, toekomstige ontwikkelingen. Je kunt wel stellen dat ik binnen een formele opleiding, informeel enorm veel geleerd heb. Wat ik af en toe VERGEET is om ook zelf mijn kennis te delen. Je ziet ik ben nog steeds lerende. In je vakpublicatie benoem je de definitie van De Leeuwe & Rubens (2015) over social learning: ‚Äúsamenwerkend leren met behulp van sociale media, waarbij de lerende veel controle heeft over wat, hoe, waar en waarmee er geleerd wordt‚ÄĚ. Zo van toepassing om mijn informeel leren via Twitter. Ik denk dan ook dat er veel informeel te leren is via sociale media.

Maar dan is het plaatsonafhankelijke aspect misschien belangrijker dan het tijdsonafhankelijk. Elkaar wel willen zien, spreken, direct antwoord krijgen, reageren, kortom de DIRECTE INTERACTIE. Ik denk zeker dat dit laatste een belangrijk aspect is. Wat natuurlijk ook via Facetime en Skype kan. Maar dit kwam niet naar voren in mijn onderzoek. Ik heb natuurlijk ook maar 10 docenten ge√Įnterviewd en zij kwamen uit een specifieke hoek, de gezondheidszorg. Aspecten die van invloed zijn op de resultaten. Vandaar mijn aanbeveling om dit onderzoek uit te voeren bij een grote groep docenten van verschillende faculteiten.

Met betrekking tot je vraag: hoe ik social learning zie in relatie tot informeel leren. Is social learning niet een onderdeel van informeel leren en omgekeerd kan informeel leren niet een onderdeel vormen van social learning? Gaat het niet om het SOCIALE aspect, het bij elkaar komen (op welke manier dan ook), OPEN¬†staan voor de mening van de ander, het willen leren van de ander, maar ook de aanwezige kennis willen delen met die ander(en). Mijn ervaring is dat ik tijdens formele cursussen, gecertificeerde opleidingen, veel leer. Maar wordt de leeropbrengst niet vele malen groter door het informeel geleerde tijdens die formele opleidingen? Het met elkaar praten tijdens de pauzes, het wachten voordat lessen beginnen. Of zoals √©√©n van de ge√Įnterviewde zei, ik leer zoveel tijdens het lunchen met collega‚Äôs, tijdens een koffiepauze of gewoon aan het kopieerapparaat staan wachten.

Als docent heb ik niet zoveel nodig om sociaal te kunnen leren, maar ik moet het gewoon DOEN. Bewuster er mee omgaan. De ‘oude’ manier van sociaal leren is als het ware vastgeroest waardoor je daar eerder naar grijpt dan naar de sociale media. Dus als ik naar de les ga en mijn eigen laptop meeneem waardoor de mogelijkheid is om te skypen met de student die op dat moment stage loopt in het buitenland. Van de werkgever verwacht ik dat hij het faciliteert. In het hier genoemde geval zou ik willen dat Skype op alle computers is ge√Įnstalleerd en niet maar op 1 of 2 zoals nu.

sociallearning

CC-BY mkhmarketing

Dank je wel Myriam voor je reactie!

Ja de interpretatie van de termen informeel leren en social learning/sociaal leren lopen nogal eens door elkaar en naast elkaar. Volgens mij komt dat omdat met zowel informeel leren als ook social learning vaak samen leren bedoeld wordt. Social learning heeft ook met participatie in sociale media te maken. Informeel leren is het leren in een niet formele onderwijssetting. Social learning kan volgens ook plaatsvinden in een formele onderwijscontext. Als daar ruimte voor gecre√ęerd wordt dan. Mijn interpretatie van social learning is dat het ook vraagt¬†om¬†in een bepaalde mate van openheid om relaties op te bouwen, om vrijelijk open kennis en ervaringen te delen, om een proactieve houding en het benutten van je netwerk. En ja, Myriam dat is inderdaad een kwestie van DOEN ūüôā Het verplicht aanwezig zijn om samen informeel te leren te faciliteren, zoals jij benoemde, staat volgens mij in contrast met de uitgangspunten van social learning. Naast de kenmerken participatie en co-creatie behoren¬†ook identiteit ontwikkelen en een professionele beroepshouding tot aspecten van social learning

Social learning is not just the technology of social media, although it makes use of it. It is not merely the ability to express yourself in a group of opt-in friends. Social learning combines social media tools with a shift in the corporate culture, a shift that encourages ongoing knowledge transfer and connects people in ways that make learning a joy.
-Maria Conner-

Dat docenten (jong en oud) niet bedenken sociale media in te zetten voor professionaliseren, is jammer. Ook ik heb daar geen oplossing voor (behalve daarover te blijven bloggen en het te doen). Het zou natuurlijk wel veel helpen indien de tools en apps waarmee je sociaal leert gefaciliteerd en ondersteund worden binnen onze organisatie. Daar zal ik aandacht voor blijven vragen!

Groeten,
Judith

Informeel leren of social learning door HBO-docenten? #MLI and beyond

Hallo Marcel,

Collega Myriam Lamerichs heeft net als ik voor de Master Leren en Innoveren onderzoek gedaan bij de faculteit gezondheidszorg. Haar onderzoek bestond uit tiental interviews met docenten van de opleiding fysiotherapie en biometrie. Mijn onderzoek bestond uit een digitale vragenlijst aan alle docenten van de opleiding ergotherapie.¬†Myriam heeft docenten gevraagd hoe ze informeel leren en wat ze informeel geleerd hebben. Ik heb vooral gefocust op hun digitale competenties om te professionaliseren via sociale netwerken, ofwel social learning.¬†In haar onderzoek concludeert Myriam dat docenten vooral leren door te observeren (kunst van het afkijken) en door interactie met (ervaren) collega’s. Uit mijn onderzoek bleek dat ook. De¬†voorwaarden om informeel of sociaal te leren komen overeen zoals veilige sfeer, open communicatie en positieve emoties.¬†Zowel informeel leren als social learning¬†geschiedt voornamelijk door ervaringsleren, door sociale interactie en door te reflecteren.

Wat mij vooral opviel in het onderzoek van Myriam is dat sociale netwerken/sociale media niet benoemd worden om informeel te leren. De factor tijd wordt benoemd als een belangrijke voorwaarde om informeel te leren. De voorgestelde aanbevelingen: samen lessen voorbereiden, koffie drinken zijn allemaal belangrijk, maar kan ict hierin niet faciliteren zodat ook meer tijd-en plaatsonafhankelijk informeel geleerd wordt? In mijn publicatie over mijn onderzoek heb vooral gereflecteerd op wat social learning van betekenis kon zijn voor de master Leren en Innoveren.

AanbevelingenOnderzoekMyriam

Aanbevelingen nav het onderzoek van Myriam Lamerichs-Geelen

Mijn respondenten uit mijn onderzoek waren gemotiveerd om ict in te zetten voor leren en professionaliseren alleen zij zagen nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media hun kennis open te delen en samen te werken. Is het een aanname om te veronderstellen dat haar respondenten sociale media ook niet inzetten? In ieder geval is dat niet benoemd in het onderzoek van Myriam. Samen met Myriam verken ik of er ook mogelijkheden zijn voor docenten van Zuyd en probeer aanbevelingen te formuleren.

Ik heb Myriam gevraagd:
  • Vond jij het niet opvallend dat sociale media/sociale netwerken niet benoemd werden als mogelijkheden om informeel te leren?
  • Heb je er naar gevraagd in je onderzoek?
  • Hoe zie jij social learning in relatie tot ¬†informeel leren?

Hoewel uit de literatuur blijkt dat sociale media een positieve invloed hebben op betrokkenheid van studenten, de netwerkvorming, en de participatie bij leeractiviteiten, zien de docenten uit mijn onderzoek nog geen mogelijkheden en kansen om met sociale media open kennis te delen en het online samenwerken te ondersteunen. De docenten gaven aan dat het gebruik van sociale media (Twitter en Facebook) nog veel als privé activiteiten gezien worden.

  • Hoe zie jij dat?
  • Wat heb jij als docent nodig om ook sociaal te kunnen leren?

Morgen kan je de reactie van Myriam lezen.
Haar onderzoekspublicatie is niet open toegankelijk, maar haar onderzoek wel via de HBO-kennisbank te downloaden.

Groet,
Judith

Exploring Social Learning #exploresocial

ExploringSocialLearning

Hi Marcel,

Ik ben weer gezwicht, ik heb me weer eens ingeschreven voor een MOOC ūüôā Ik kan het toch niet laten om¬†een Nederlandstalige MOOC over Social Learning voorbij te laten gaan? Toch? Zeker nu ik zo aan het eind van mijn studie geconcludeerd heb dat Social learning in al¬†mijn studieproducten een centrale rol heeft gespeeld.

Deze MOOC ga ik vanaf 18 mei t/m 14 juni 2015 volgen. Het is een iniatief van de MOOCFactory en wordt begeleid door Petra Peeters en Marlo Kengen (docenten HAN Opleidingskunde). De inhoud is ontwikkeld door Sam Burrough en Martin Couzins. Zij hebben de Engelse versie van deze MOOC begin dit jaar gemodereerd.

De MOOC vindt plaats via de nieuwste versie van het¬†platform Curatr. Nieuwe functionaliteiten (nieuwe user-interface, real-time chat met twitter integratie en verbeterd gebruikersprofiel) worden uitgeprobeerd. Ik vond mijn gebruikersprofiel er al netjes uit zien, ik kon koppelen met mijn LinkedIn, dus hoef niet alles handmatig toe te voegen. Ik kon vervolgens nog heel gemakkelijk LinkedIn-items weghalen (als ik die niet relevant zou vinden) en items toevoegen. De koppeling met Twitter heb ik nog niet ontdekt. Heeft deze MOOC √ľberhaupt als een #? Nog niet gevonden … Wel het twitteraccount @sl_revolution.

Wat is nou Social Learning?
Social Learning lijkt wel één van de buzz-woorden van de laatste jaren. Onder Social Learning worden allerlei interacties en leervormen waarin mensen met en van elkaar leren. Dat kan via sociale media maar net zo goed via bijvoorbeeld face-to-face contact. Voor professionals wordt Social Learing in toenemende mate dé manier om bij te blijven en mee vorm te geven aan nieuwe ontwikkelingen. In deze MOOC wordt onderzocht hoe we Social Learning in kunnen zetten voor eigen ontwikkeling en voor de ontwikkeling van anderen.

De MOOC duurt 4 weken, elke week bestaat uit een thema:

  1. Wat is Social Learning?
  2. Welke vraagtekens kun je zetten bij Social Learning?
  3. Hoe kan ik Social Learning zelf benutten?
  4. Hoe kan ik Social Learning inzetten voor het leren van anderen?

Kost me minimaal zo’n 2 uur tijdsinvestering per week. Moet kunnen ūüôā
Groet,
Judith

Bron: Website Social Learning Revolution

Aandacht voor informeel leren bij Zuyd! Dank Kitty!

Dag Marcel,

Heb je ook Open College (het voorwoord van het CvB) in Edite Zuyd gelezen? Dit keer schreef Kitty Kwakman het voorwoord. Zij schreef dat leren niet hetzelfde is als opleiden. Daar heeft ze natuurlijk helemaal gelijk in. Als docent ben je bezig je kennis zo inspirerend mogelijk over te brengen aan studenten in de hoop dat ze iets leren. Het leerproces is een verantwoordelijkheid van de lerende. Dit geldt voor de student maar zeker ook voor de docent en het niet-onderwijzendpersoneel. Want Leven Lang Leren is het credo, we zijn allemaal ‚Äėeeuwige studenten‚Äô geworden ūüôā .
Kitty Kwakman verwees naar de vernieuwde missie van Zuyd en de nieuwe cao-afspraken over professionaliseren die kansen bieden voor informeel leren. Fijn dat informeel leren nu de erkenning krijgt die het verdient. Daarmee is de eerste stap gezet! Ik vind het een taak van het management om medewerkers te motiveren zich continu te ontwikkelen, maar ook om optimaal gebruik te maken van alle beschikbare kennis en competenties van haar medewerkers.
Kitty vroeg ons: “Wat zou jij / zouden jullie willen leren, wat helpt bij het realiseren van jouw / jullie doelen?”
Ze wil met ons in gesprek over drijfveren en doelen. Prima, maar is zo’n dialoog echt nodig om onze werkplek een krachtige leeromgeving te laten zijn? Bij informeel leren gaat het immers om zelfsturing van je eigen leren waarbij meestal geen sprake is van een vooropgezet leerdoel. Informeel leren is wel te organiseren en te faciliteren door ruimte te geven, vertrouwen te bieden en tools ter beschikking te stellen (zie ook interview met Joseph Kessels).

Mijn paper over ‘social learning’ die ik voor mijn formeel leertraject heb geschreven, beschrijf ik ook dat leren met, van en door elkaar met behulp van sociale media steeds belangrijker wordt.¬†Ik ervaar dat ik met behulp van digitale mogelijkheden mijn sociale en professionele netwerken cre√ęer en onderhoud. Door te twitteren, yammeren, linkedinnen en bloggen leer ik zoveel en die kennis breng ik weer in bij Zuyd. Formele waardering voor deze manier van (netwerk)leren zou fijn zijn ūüėČ .
Ik zou willen dat netwerkleren binnen Zuyd gefaciliteerd wordt. Overal om mij heen hoor ik:¬†‚Äėwe moeten meer kennis delen‚ÄĚ. En dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is niet zo vanzelfsprekend dat collega‚Äôs kennis gaan delen. Management moet hierin het voorbeeld geven en medewerkers daarin stimuleren.¬†Door het bevorderen van informeel leren via online netwerken is het mogelijk op de werkplek sneller en op het juiste moment kennis te vergaren en informatie uit te wisselen. Mijn ervaring met online netwerken is de laagdrempeligheid, je legt snel contact, een vraag wordt snel beantwoord. Ik heb al vaker gezegd: en het is ook gewoon leuk! Op het moment dat je kwaliteiten gewaardeerd wordt, leidt dat tot betrokken medewerkers en grotere kennisuitwisseling binnen en buiten de organisatie. Dus goede ambassadeurs voor het sterk merk Zuyd. Sociale media hebben een positieve invloed op de productiveit en het plezier in werk neemt toe. Dat is toch een win-win situatie?

Informal Learning Poster

Via Jay Cross – Informal Learning Center

Groet,
Judith

Mijn andere blogs over informeel leren

Open Learning : Community as Curriculum #MLI

open a book with streaming images

free download @graphicstock

Hi Marcel,

Onlangs kreeg ik een mail via LinkedIn van Ilse Meelberghs. Of ik haar wilde aanbevelen voor haar opleiding Informal, Rhizomatic Learning ūüôā In haar woorden:

Ik ben het eigenlijk “zat” dat dat niet zo serieus genomen wordt als leren voor een diploma. En heb daarom bedacht dat ik gewoon op mijn LinkedIn profiel informeel leren opneem als een opleiding waar ik ook aanbevelingen voor kan vragen.

Super hè. Ik ben het zo met haar eens en toch heb ik besloten om wel de formele opleiding Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven te gaan volgen.
Wat Rhizomatic Learning is? In haar blog verwijst ze naar een blog van Wilfred Rubens:

Rhizomatic learning¬†is een manier van zelfgestuurd, niet-lineair, leren waarbij nieuwsgierigheid en intrinsieke motivatie een essenti√ęle rol spelen. De context is hierop van grote invloed. Kennis wordt samen met anderen geconstrueerd, waarbij het stellen van vragen van groot belang is.

Ik had nog nooit van ‘rizomatisch leren’ gehoord. Het woord komt van ‘rizoom’, een ondergrondse wortelstructuur. Rizomen groeien ongebreideld, grijpen in elkaar en gaan verbindingen aan, waardoor een sterk, nagenoeg onuitroeibaar netwerk ontstaat.¬†De filosoof Deleuze heeft de term rizomatisch denken ge√Įntroduceerd:

“Een rizoom is een niet-hi√ęrarchisch en niet-betekenisdragend systeem dat uitsluitend bepaald wordt door een circulatie van toestanden, zonder Generaal, zonder een organiserend geheugen of centrale automaat”.

Kijk! Zo leer ik en wil ik werken. Precies zoals Joseph Kessels dat vertelde tijdens een minisymposium bij Zuyd “Gespreid leiderschap in een wereld van prestatie-afspraken en persoonlijke ontwikkeling‚ÄĚ ¬†en waarover ik geblogd heb in de management(p)lagen van Zuyd¬†:).¬†Kessels werkt bij LOOK, het Wetenschappelijk Centrum voor Leraren Onderzoek van onze buren: de Open Universiteit. En gisteren las ik 3 interessante berichten over informeel leren van LOOK:

Ik wil hierover wel meer weten, want mijn 1e MLI-leerarrangement gaat over ‘Zin in leren’:¬†“In dit leerarrangement doe je kennis op over je eigen leren, het leren van je leerlingen of studenten en het leren van je collega‚Äôs. Je verdiept je in leerprocessen en ontdekt hoe je de effectiviteit daarvan kunt be√Įnvloeden”.¬†Nou lijkt mij informeel leren, zelfgestuurd leren, netwerkleren, rizomatisch leren nu precies h√©t onderwerp voor mij van de paper die ik moet gaan schrijven. Leuk om die app daar bij te betrekken, lijkt me zo.
Ik heb me ook maar meteen aangemeld voor Netwerk in Beeld van Look.¬†Hiermee wordt met wie je expertise uitwisselt gevisualiseerd. Een soort learning analytics voor sociale netwerken. Als afsluiting van de gastcolumn op SURFspace hebben de collega’s van de OU het over softwarepakketten om netwerkananlyses uit te voeren. Interessant! Maar daar zou ik wel enige hulp bij nodig hebben. Marcel? :).
Allemaal heel leuk dus dat informeel leren maar Schie en de Laat zeggen in de SURFspace-column ook:

Onderzoek naar professionaliseren laat steeds overtuigender zien dat deze vorm informeel leren cruciaal is voor het op peil houden van je professioneel handelen en effectiever is dan formeel opleiden via dure cursussen, trainingen en de welbekende hei-sessies. Tegelijkertijd blijft de heersende managementcultuur, die graag top-down vanuit een soort beheersmatige, controlerende manier het proces wil aansturen, het formele leren planmatig invullen.

En dan is het zoals Joseph Kessels in het interview zegt:

De erkenning dat het feitelijke leren voornamelijk plaatsvindt op informele manieren, in netwerken, door samen aan relevante thema’s te werken, door in projecten te participeren, dus in al die activiteiten die niet te boek staan als formele cursussen, opleidingen, trainingen, leertrajecten, dát is iets dat heel moeilijk te accepteren is.

Je weet dat ik lang getwijfeld heb om een master te gaan volgen. Ik wilde niet, ik leerde wel op mijn eigen manier: al lezend (tweets, blogs via RSS), pratend, netwerkend (Twitter) en vervolgens hierover te bloggen. Zoals ik dat nu ook doe. Maar als ik ooit uit de ondersteunende dienst zou willen/moeten (en dat is alleen maar omdat vanuit het ministerie gepusht wordt om beheerspersoneel te verminderen tgv onderwijzend personeel) dan heb ik (vanwege regels van hetzelfde ministerie) een master nodig. Alhoewel ik altijd beweerd heb dat grote onzin te vinden. En dat vind ik nog steeds. Als de overheid en het management docenten én ondersteuners meer vertrouwen en ruimte geeft, komt het goed met docentprofessionalisering. Elke kenniswerkers is van nature nieuwsgierig en wil samen op onderzoek gaan, ons werk is toch leren?Uiteraard vind ik wel dat je moet laten zien dat je professioneel ontwikkelt (intervisie-, feedbackgesprekken etc.).

Na de vakantie start ik dan toch met een ‘echte’ geacrediteerde opleiding. Maar wel op mijn eigen manier: ¬†Open Learning: Community as Curriculum! Ik¬†ga proberen mijn eigen schooltje te bouwen met inspirerende netwerkende studenten binnen en buiten mijn opleiding. Want volgens Kessels:¬†werk/leer je alleen maar in teams waar je zelf voor kiest. Zo waar! Ik heb mensen om me heen nodig waar ik het gevoel heb dat ik er thuishoor, dat warme bad. En dat geldt zowel voor mijn werk als voor mij studie! ūüôā

Trouwens ook Dave Cornier blogt over rhizomatic learning en maakt hele leuke filmpjes ūüėČ

Met dank aan Ilse. En die aanbeveling? Die heeft ze gekregen. Natuurlijk!

Groet,
Judith

Ook informeel leren verdient erkenning

Goedemorgen Marcel,

Wellicht heb je het inmiddels gehoord dat gisteren een principeakkoord is bereikt over een cao-hbo. Hierin is afgesproken dat iedere hogeschool een professionaliseringsplan moet maken. Zes procent (bodemnorm) van het jaarinkomen van alle werknemers in dienst van de hogeschool wordt hiervoor beschikbaar gesteld.
Fijn dat in de cao nadrukkelijk aandacht wordt geschonken aan docentprofessionalisering. Uiteraard is dit het gevolg van de inmiddels afgesloten prestatieafspraken tussen hogescholen met het ministerie van OCW: onderwijskwaliteit verbeteren door het opleidingsniveau van docenten (de master- en phd-trajecten) te verhogen.

Ik hoop dat Zuyd in het professionaleringsplan dat nu gemaakt moet worden ook het belang van netwerkleren onderkent.
Maarten de Laat stelde tijdens zijn oratie afgelopen vrijdag dat de professionele ontwikkeling van docenten te formeel wordt aangepakt.

Netwerkleren is niets nieuws maar het belang ervan wordt te weinig erkent. Maarten de Laat gaat onderzoeksinstrumenten ontwikkelen om netwerkleren beter zichtbaar te maken, te kennen, herkennen en erkennen. Goed dat dit onderzoek bij de Open Universiteit (LOOK, Wetenschappelijk Centrum Leraren Onderzoek) uitgevoerd gaat worden.

netwerkleren

Ondertussen blijf ik informeel leren, netwerkleren door middel van die gezellige gesprekken met collega’s in de Aspretto-coffeecorner, al twitterend, yammerend en bloggend kennis opnemen en deze weer delen. Dat is mijn manier van leren. Gewoon doen! √©n zo leuk!

Judith

70:20:10 model

Dag Marcel,

Heb je wel eens gehoord van het 70:20:10 model? Het is ontwikkeld door Lombardo & Eichinger (1996), het stelt dat we vooral als volgt leren:

  • 70% op de werkplek (ervaring)
  • 20% via contact en interactie met anderen (collega’s)
  • 10% via traditionele scholing, trainingen, cursussen enworkshops

Medewerkers van Google werken volgens de 70-20-10-regel, waarbij 70% van hun tijd wordt besteed aan kerntaken, 20% aan gerelateerde taken en 10% aan innovatieve activiteiten. Niet zo slecht bedacht van Google om innovatie ook als kernactiviteit te benoemen.

Op het blog onze lerende docent Ilse Meelberghs zag ik dit filmpje

Zie ook het blog van Charles Jennings: Social & Workplace Learning through the 70:20:10 lens

Leren is niet langer een ge√Įsoleerde activiteit, los van de werkplek en het dagelijks leven. Leren gebeurt niet alleen meer in de klas. Leren gaat ook op de werkplek, via sociale contacten, informeel en via ‘experimenteel’ leren.¬†Als je blogs over ‘leren’ volgt, weet je dat aan dit onderwerp veel aandacht wordt geschonken. Ook Matthijs Leendertse (rapport: Future of Learning) besprak in zijn presentatie ‘informalisering’. Daar bedoelde hij mee dat leren steeds¬†informeler wordt; niet alleen binnen de onderwijsmuren maar ook via blogs, sociale netwerken, maar dat je ook leert wanneer wanneer je je mobiele telefoon gebruikt als je een leervraag hebt, ook al loop je in het bos¬†;)¬†.

Uiteraard zou met deze ‘wetenschap’ rekening gehouden moeten worden in onze onderwijspraktijk. Maar het heeft natuurlijk ook invloed op de manier van leren binnen onze organisatie. Hieruit blijkt toch maar weer dat er veel geleerd kan worden in het werk van en met collega’s. Dat wordt toch nog altijd erg onderschat. Dus wederom pleidooi voor ondersteunen van het leren tijdens het werk. Dat betekent mbt digitale didactiek dat er¬†veel meer ge√Įnvesteerd moet worden in skilled servicedesks en trainingen op het gebied ict- en informatievaardigheden.¬†We moeten toewerken naar een Zuydbrede leercultuur, niet alleen voor studenten dus.

Tot morgen?
groet, Judith

%d bloggers liken dit: