Site-archief

Einde tijdperk boekenkasten in hogeschoolbibliotheek?

Dag Marcel,

Vorige week was ik uitgenodigd door een hogeschoolbibliotheek om mee te denken over de trends en ontwikkelingen op hun informatiedienstverlening. Nadat eerst 2 directeuren de toekomst van de vloeibare samenleving schetsten (dat aansloot op mijn laatste blogpost) en wat dit volgens hen voor hun onderwijs en de bibliotheek betekende, werd ik ge√Įnterviewd en daarna werd een aantal studenten en docenten bevraagd.
Volgens de directeuren namen ondersteunende diensten te veel eigenaarschap op zich die eigenlijk tot de verantwoordelijkheid van de opleiding hoorde. Tevens zagen zij voornamelijk studenten die via schermen werken ipv papier en vonden zij hen voldoende informatievaardig. Daarnaast werd de app Buku genoemd, een streamingdienst voor (‘al jouw’) studieboeken voor 25 euro per maand.
Op de vraag welke invloed digitalisering op het leren van de student maakte ik de opmerking dat informatie beter wordt verwerkt via boeken gaat. Uit vele onderzoeken blijkt ook dat dit beter beklijfd (kom ik later nog op terug). Mijn kinderen (n=3) gaven ook de voorkeur aan boeken en stilte (zonder smartphone-afleiding) tijdens studeren. De studenten bevestigden dat later. Zij leren uit de boeken die op de verplichte boekenlijst staan. Verschillende studenten waren gefrustreerd over het feit dat groot aantal op de verplichte boekenlijst nauwelijks gebruikt werd, of maar 1 hoofdstukje (dat weer pleit voor invoering van Buku). Zoeken deden zij via Google (Scholar), de aangeboden databanken werden door een enkeling intensief gebruikt, de meeste gebruikten deze niet of waren niet op de hoogte van het bestaan.

Ambitie

Wat betekent dit voor de hogeschoolbibliotheek als je je wilt profileren als informatiepartner van het onderwijs? Maar ook een betrouwbare digitale en fysiek collectie wilt aanbieden voor onderwijs en onderzoek en tevens een inspirerende leeromgeving wilt zijn? En als je ook een bijdrage wil leveren aan de professionele ontwikkeling van studenten?

Intermezzo

Weet je. Aan dit soort waartoe sessie heb ik al zo vaak aan deelgenomen. Met betrokkenen je ambitie bepalen om vervolgens de realiteit onder ogen te zien: Hoe dan? Je bent altijd onderdeel van een groter geheel, je dient te te verhouden tot de strategie, tot de organisatiestructuur, het beschikbare budget en de formatie-omvang. Waar heb je wel invloed op en waarop niet? In deze context moet je kijken welke onderdelen van je ambitie je kunt realiseren, dus zal je je moeten focussen. Als externe kan ik makkelijk zeggen dat je keuzes moet maken. Als je zelf midden in het veranderproces zit, is het niet even makkelijk. Keuzes maken is ook niet mijn grootste kwaliteit ūüėČ

Dus praten over de impact van technologie op onderwijs en bibliotheek kan alle kanten op. Er is zoveel mogelijk …

Dromen kan ik over prachtige leeromgevingen (deze en/of deze of mijn grootste droom: The Hunt Library ūüôā ). Moet je dat beperken tot alleen de bibliotheek, of dienen dat uitgangspunten te zijn voor het hele onderwijsgebouw (zoals bij Niek√©e Roermond)? Dromen over experimenten met mogelijkheden van Artifical Intelligence is ook leuk!

Dat technologie een rol speelt op de manier waarop we communiceren, organiseren en informatie tot ons nemen, is duidelijk. Technologie verandert ons onderwijs, onze bibliotheek. Niet heel snel, maar toch heeft dit al impact op het leren en lezen.

Werkelijkheid

Wat doe je als hogeschoolbibliotheek als studenten alleen boeken van de boekenlijst gebruiken en achtergrondinformatie digitaal zoeken? Als opleidingen niet verwijzen naar de beschikbare fysieke achtergrondcollectie en databanken? Als fysieke leeromgevingen steeds vaker dicht bij de opleiding worden gesitueerd omdat de rol van docent verandert naar coach en zij elkaar steeds vaker opzoeken en elkaar willen ontmoeten?

Keuzes

De belangrijkste taak van een hogeschoolbibliotheek is volgens mij een gids zijn in de informatie-jungle. In de huidige tijd is die veelal digitaal. Zet daarom in op een collectievormingsbeleid ‘digitaal, tenzij …’ en beperk de fysieke achtergrondcollectie. Serendipenty geschiedt door een hbo-student meer digitaal dan fysiek. Ik merk dat ik ook eerst online onderzoek doe alvorens tussen boekenkasten te gaan snuffelen. Digitale ontsluiting is daarom wel erg belangrijk. Hiervoor is de hogeschoolbibliotheek een belangrijke rol weggelegd door in afstemming met het onderwijs al een voorselectie van betrouwbare bronnen te ontsluiten. Zuyd Bibliotheek doet dat door het samenstellen van LibGuides die vervolgens in onze digitale leeromgeving ge√Įntegreerd kunnen worden.
En die Buku streamingdienst is voor de student waarschijnlijk een goed alternatief voor de verplichte boekenlijst.

Zet daarnaast in op integratie van informatievaardigheden in het curriculum.¬†Informatievaardigheden horen ‘just-in-time’ aangeboden te worden. Wees die informatiepartner van het onderwijs. Kijk hoe het curriculum is opgebouwd, welke eindcompetenties er liggen, breng de leerdoelen informatievaardigheid in kaart, train docenten. Hiermee kan je als embedded informatiespecialist het verschil maken.

De rol van hogeschoolbibliotheek als sociale ontmoetingsplaats zie je veranderen omdat die ontmoetingen steeds meer in nabijheid van het onderwijs plaatsvinden. Een ruimte voor rust is (zeker) in tentamentijd zeer wenselijk. Veel studenten gaan hiervoor naar universiteitsbibliotheken, die steeds vaker hbo-studenten weren, zoals de bibliotheek UU sinds vandaag. Misschien ligt daar een rol voor de hogeschoolbibliotheek geen ontmoetingsplek maar studieplek.

Oja nog even over papier vs digitaal. Ik merk dat ik hier ambivalent in ben. Ik kan me geen bibliotheek zonder boekenkasten voorstellen. Toch leer en lees ik zelf ook steeds digitaal. Het is ook een kwestie van gewenning. Het ontsluiten en beheren van een fysieke collectie is een grote kostenpost. Als er keuzes gemaakt moeten worden ….
Ondanks dat volgens onderzoek leren beter van papier kan dan digitaal denk ik dat er steeds meer devices (zoals reMarkable) komen die het ‘papier lezen’ evenaren. Deze ontwikkeling staat nog in de kinderschoenen, maar het komt er aan.¬†Over de snelheid waarmee dit zal gaan, kan ik echt geen zinnig woord over zeggen.
Of er nu wel of niet een keuze gemaakt gaat/moet worden tussen papier en digitaal, voor de informatiespecialist betekent dit sowieso dat zij een rol heeft de docent te helpen bij de selectie van een goede collectie die ook door het onderwijs ingezet wordt.

Mismatch

Het is belangrijk om aandacht te schenken aan verwachtingsmanagement. Ik merk vaak dat vaak een mismatch bestaat tussen verwachtingen en werkelijkheid. En iedereen heeft een eigen perceptie van die werkelijkheid. Het is de kunst om samen te bepalen wat de rol en taak is van je hogeschoolbibliotheek in de gegeven context.

#trots

Het valt me altijd op dat veel bibliothecarissen zich bescheiden opstellen. Ik wens hen toe trots te zijn op hun vak en overtuigd te zijn van hun meerwaarde. Wees als bibliotheek vooral zichtbaar en ga het gesprek aan, f2f en digitaal, met studenten, docenten en elkaar. Communiceer over je bijdrage en deel je successen! Samen bibliotheek zijn is ook een teaminspanning!

Samen. Veranderen. Doen.

Judith

 

Toekomstbestendig leren

Ha Marcel,

Deze week is het rapport Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande banen gepubliceerd. Paul Kirschner heeft een (ons bekende) Group Concept Mapping procedure onder experts uitgezet om twee onderzoeksvragen te beantwoorden:

1. Hoe kan het onderwijs jongeren (en werkenden) optimaal voorbereiden op de onbekende en ook onvoorspelbare arbeidsmarkt van morgen?
2. Hoe daagt het onderwijs jongeren uit zich eerder, intensiever en realistischer voor te bereiden op werk en de toeleiding naar zulk werk?

Het onderzoek is mogelijk gemaakt door NSvP – Innovatief in Werk. Zij stellen:

Er is veel in beweging in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen gaan steeds harder en hebben een grote impact op de manier waarop wij werken, leren en leven. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, is wel duidelijk dat de druk op persoonlijke initiatief, ondernemerschap, leervermogen, adaptatie en flexibiliteit toe zal nemen. Vooral jongeren krijgen te maken met een sterk veranderende arbeidsmarkt. Veel van het werk waarvoor zij nu worden opgeleid, is vervallen of sterk veranderd tegen de tijd dat zij hun opleiding afronden. En eenmaal aan het werk zal leren en ontwikkelen een belangrijk thema blijven. Dit roept veel vragen op over het leren van de toekomst.

De eerste hoofdstukken van het rapport gaan over de achtergronden van het probleem waaronder een analyse van 21st century skills. Zoals we van Kirschner weten, stelt hij ook in deze publicatie dat “de vaardigheden¬†duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren”.

Zeker, de vaardigheden: samenwerken, communiceren, probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit waren in de vorige eeuwen belangrijk, maar of daar veel aandacht aan werd besteed? Als leerling / student die lagere school, mavo, have, bibliotheekacademie in de jaren 60-70-80 van de vorige eeuw heeft doorlopen, kan ik me niet herinneren dat op deze vaardigheden ‘gestuurd’ werd. Samenwerken? … Groepsopdrachten? … Ik zat voornamelijk alleen op mijn kamertje te leren. En kritisch denken was tijdens mijn onderwijstijd not done: stil zijn en luisteren. Dus heel goed, vind ik, dat ze nog steeds belangrijke 21e eeuwse vaardigheden worden benoemd.

Zijn conclusie dat eigenlijk informatiegeletterdheid en informatiemanagement de enige vaardigheden die echt als 21e -eeuws aangemerkt kunnen worden, vind ik niet helemaal terecht. Het kunnen¬†zoeken, identificeren, evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen en effectief gebruiken van verkregen informatie (informatiegeletterdheid) en¬†het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie (informatiemanagement) zijn zeer belangrijke vaardigheden. Als bibliothecaris uit de vorige eeuw weet ik daar alles van ūüėČ

Door de automatisering zijn al deze ’21e eeuwse’ vaardigheden wel in een ander daglicht komen te staan. De vier ict-gerelateerde begrippen¬†informatievaardigheden, mediawijsheid, computal thinking en ict-basisvaardigheden¬†uit 21EV-model van Kennisnet en SLO zijn¬†het meest 21e eeuws. Ach, ik kan me ook helemaal vinden in de term ‘toekomstbestendig leren’ hoor ūüėČ Waarmee Kirschner en Vander Molen (bron) bedoelen:

Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

Het onderzoek is beperkt tot het (v)mbo omdat deze beroepen vermoedelijk op korte termijn door robots worden uitgevoerd. De Take-Home Messages uit dit rapport zijn volgens mij ook van toepassing op het hbo. Ook big data en AI (kunstmatige intelligentie) zullen grote impact hebben op de beroepen waar wij onze studenten voor opleiden.

De school / Het onderwijs heeft hierbij (toekomstbestendig leren) een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in de toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ICT is niet goed ge√Įntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ICT-kennis en ‚Äďvaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Via Group Concept Mapping verzamelde Kirschner van 61 expert 239 idee√ęn¬†waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De idee√ęn die dat opleverde, zijn daarna gesorteerd in 15 clusters en gescoord op het belang (door 42 experts) en de haalbaarheid (door 35 experts) ervan.

Uit bovenstaand schema blijkt dat het kunnen reflecteren en kritisch denken door experts als het belangrijkste wordt gevonden in tegenstelling tot informatievaardigheden. Toch zijn deze veranderingen niet makkelijk haalbaar volgens hen. Opvallend is dat ook curriculumvernieuwing (herontwerp de school) en docentprofessionalisering laag scoort op belangrijkheid, terwijl wij daar bij Zuyd nu zo hoog op inzetten.

Tot slot beveelt Paul Kirschner een drietrapsprocedure voor.

  1. het fundament: zorg dat leerlingen beschikken over nodige basiskennis om verder op voort te bouwen.
  2. efficacy building: zorg dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben en dat ze beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren.
  3. hogere-orde denkvaardigheden: metacognitie, reflectie en kritisch denken. Vaardigheden voor een leven lang leren.

Interessante studie. Wordt nog wel verder binnen Zuyd verspreid, vermoed ik ūüėČ

Groet,
Judith

If Learning Was Water #infographic #fun

IfLearning

Te leuk om alleen maar te retweeten deze geweldig leuke infographic van Arun Pradhan via Learnnovaors
Moet ik bewaren in mijn buitenboordbrein ūüôā

Infographic_Learnnovators_Arun-Pradhan_Learning

Geen wetenschappelijk bewijs voor leerstijlen

Hallo Marcel,

Tussen de middag had ik met mijn collega’s MLI-alumni een gezamenlijke lunch. Het was voor de 2e keer dat we samen kwamen na de afronding van onze studie. De 1e keer was het een gezellige lunch in de Hoeve.¬†Heel leuk maar een master wil natuurlijk meer ūüôā Mamette stelde voor om tijdens het nuttigen van ons broodje ook inhoudelijk te sparren. Zij wilde graag onderstaand¬†filmpje met ons bespreken

Tsja leerstijlen. Het blijkt hardnekkig. Ik weet nog dat ik tijdens de eerste module op de MLI al gezegd heb dat leerstijlen een onderwijsmythe is, het is niet wetenschappelijk bewezen. Ik had dat namelijk gelezen in het boek van Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes¬†en andere mythes over leren en onderwijs’. Zij schrijven

Je lessen aanpassen aan leerstijlen van je leerlingen? Nauwelijks wetenschappelijke evidentie voor de verschillende indellingen, geen bewijs voor meerwaarde in de klas,

Heel veel onderwijsexperts hebben zo hun bezwaren op de vele leerstijlenmodellen die bestaan. Ook Paul Kirschner en Jeroen van Merri√ęnboer noemen leerstijlen een broodje aap. Zij verwijzen net als De Bruyckere en Hulshof naar een onderzoek van¬†Coffield, Mosely, Hall en Ecclestone (2004). Zij onderzochten 71 verschillende indelingen in leerstijlen. Als je uitgaat van de voorzichtige aanname, zo schrijven Kirschner & Merri√ęnboer, dat elke leerstijl leerlingen indeelt in slechts twee categorie√ęn, dan zijn er al 2 tot de macht 71 en dat zijn¬†2.361.183.241.434.822.606.848 mogelijke combinaties. Er zijn dus veel meer combinaties van leerstijlen dan dat er mensen leven op aarde!¬†¬†

In ons gesprek concludeerden we al dat onderwijs van de faculteit Gezondheidszorg niet gebaseerd is op leerstijlen, maar ook niet op leervoorkeuren. Ik denk zoals ik al eerder geblogd heb dat het goed is om onderwijsinhoud op verschillende manieren aan te bieden. Weg met leerstijlen, leve de variatie, schreef Wilfred Rubens ook al (zie ook de reacties op het blog). En zo is het maar net!
Echter tijdens de SLB is de leerstijlentest van Kolb (denker, doener, dromer, beslisser) voor sommige gezondheidszorgopleidingen wel het uitgangspunt van de gesprekken. Wordt hiermee niet te snel stempeltjes gedrukt? Leren is niet altijd cyclisch, denken en leren verlopen veelal grillig. Leervoorkeuren kunnen wijzigen, en zijn ook afhankelijk van omstandigheden, zo concludeerden we.

Kijk, zo doen masters dit. De vraag stellen, en dan in gesprek gaan of hetgeen we doen goed doen. Mooi om te zien.
Mijn manier is om daar dan weer een blogje over te schrijven om¬†mijn collega’s wat extra leesvoer en onderbouwing te geven voor het gesprek dat zij aangaan met hun collega’s.

De volgende keer mag ik de masterlunch voorbereiden. Ik ga ze iets vertellen¬†over RSS ūüôā Ze willen graag bij blijven op het gebied van leren en innoveren. En dat kan je niet¬†beter doen dan met deze, √©√©n van mijn meest favoriete, technologie.

Groet,
Judith

PS Ik ben wel benieuwd hoe nu 2 jaar later op de MLI over leerstijlen wordt gedacht en gesproken.

Half uurtje later …

Via mail kreeg ik een reactie van collega en MLI-er Ad Hoen op mijn blog

Dag Judith,

Vergeet hierbij niet de leerstijl Vermunt! Ik heb in de MLI de paper hierover geschreven, een uitgebreide analyse gedaan in de kenmerken van de leerstijl vanuit verschillende invalshoeken. Er wordt een driedeling gemaakt in cognitief, affectief en metacognitief, waarbij met name de laatste van groot belang is om de betere student te herkennen. GZ heeft in het verleden de leerstijltest voor studenten gebruikt, gebaseerd op Vermunt, met feedback op de score die de student na het invullen van een vragenlijst ontving. Ik heb de afgelopen jaren regelmatig 1e jaars studenten met een verkorte lijst in scores gevisualiseerd, werkt goed en geeft een beeld van de samenstelling van groepen in een cohort. M.a.w.: het hanteren van leerstijlen heeft ook voordelen en biedt handvatten, zou bijv. ook richting Learning Analytics interessant kunnen zijn.

Dank voor je reactie Ad.

De theorie van Vermunt gaat meer over leerstrategie√ęn dan over leerstijlen. Vermunt verbindt motivatie en gedrag, terwijl Kolb daar geen uitspraken over doet. Volgens De Bruyckere en Hulshof is meer bewijs voor gevonden (betrouwbaarheid, validiteit) voor Vermunt dan voor Kolb.

Mijn bezwaar mbt leerstijlentest is het indelen van studenten in hokjes. Leervoorkeuren zijn immers aan verandering onderhevig. Als de test inzage geeft in eigen leren, dan kan ik me voorstellen dat het voor de student behulpzaam kan zijn. Over de relatie met learning analytics heb ik nog niet nagedacht.

28 april Via Pedro De Bruyckere geattendeerd op onderstaande duidelijke (wat lange) toelichting.

Good Thinking! ‚Äď Sending “Learning Styles” Out of Style from Smithsonian Science Ed Center on Vimeo.

%d bloggers liken dit: