Site-archief

Toekomstbestendig leren

Ha Marcel,

Deze week is het rapport Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande banen gepubliceerd. Paul Kirschner heeft een (ons bekende) Group Concept Mapping procedure onder experts uitgezet om twee onderzoeksvragen te beantwoorden:

1. Hoe kan het onderwijs jongeren (en werkenden) optimaal voorbereiden op de onbekende en ook onvoorspelbare arbeidsmarkt van morgen?
2. Hoe daagt het onderwijs jongeren uit zich eerder, intensiever en realistischer voor te bereiden op werk en de toeleiding naar zulk werk?

Het onderzoek is mogelijk gemaakt door NSvP – Innovatief in Werk. Zij stellen:

Er is veel in beweging in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen gaan steeds harder en hebben een grote impact op de manier waarop wij werken, leren en leven. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, is wel duidelijk dat de druk op persoonlijke initiatief, ondernemerschap, leervermogen, adaptatie en flexibiliteit toe zal nemen. Vooral jongeren krijgen te maken met een sterk veranderende arbeidsmarkt. Veel van het werk waarvoor zij nu worden opgeleid, is vervallen of sterk veranderd tegen de tijd dat zij hun opleiding afronden. En eenmaal aan het werk zal leren en ontwikkelen een belangrijk thema blijven. Dit roept veel vragen op over het leren van de toekomst.

De eerste hoofdstukken van het rapport gaan over de achtergronden van het probleem waaronder een analyse van 21st century skills. Zoals we van Kirschner weten, stelt hij ook in deze publicatie dat “de vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren”.

Zeker, de vaardigheden: samenwerken, communiceren, probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit waren in de vorige eeuwen belangrijk, maar of daar veel aandacht aan werd besteed? Als leerling / student die lagere school, mavo, have, bibliotheekacademie in de jaren 60-70-80 van de vorige eeuw heeft doorlopen, kan ik me niet herinneren dat op deze vaardigheden ‘gestuurd’ werd. Samenwerken? … Groepsopdrachten? … Ik zat voornamelijk alleen op mijn kamertje te leren. En kritisch denken was tijdens mijn onderwijstijd not done: stil zijn en luisteren. Dus heel goed, vind ik, dat ze nog steeds belangrijke 21e eeuwse vaardigheden worden benoemd.

Zijn conclusie dat eigenlijk informatiegeletterdheid en informatiemanagement de enige vaardigheden die echt als 21e -eeuws aangemerkt kunnen worden, vind ik niet helemaal terecht. Het kunnen zoeken, identificeren, evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen en effectief gebruiken van verkregen informatie (informatiegeletterdheid) en het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie (informatiemanagement) zijn zeer belangrijke vaardigheden. Als bibliothecaris uit de vorige eeuw weet ik daar alles van 😉

Door de automatisering zijn al deze ’21e eeuwse’ vaardigheden wel in een ander daglicht komen te staan. De vier ict-gerelateerde begrippen informatievaardigheden, mediawijsheid, computal thinking en ict-basisvaardigheden uit 21EV-model van Kennisnet en SLO zijn het meest 21e eeuws. Ach, ik kan me ook helemaal vinden in de term ‘toekomstbestendig leren’ hoor 😉 Waarmee Kirschner en Vander Molen (bron) bedoelen:

Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

Het onderzoek is beperkt tot het (v)mbo omdat deze beroepen vermoedelijk op korte termijn door robots worden uitgevoerd. De Take-Home Messages uit dit rapport zijn volgens mij ook van toepassing op het hbo. Ook big data en AI (kunstmatige intelligentie) zullen grote impact hebben op de beroepen waar wij onze studenten voor opleiden.

De school / Het onderwijs heeft hierbij (toekomstbestendig leren) een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in de toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ICT is niet goed geïntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ICT-kennis en –vaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Via Group Concept Mapping verzamelde Kirschner van 61 expert 239 ideeën waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De ideeën die dat opleverde, zijn daarna gesorteerd in 15 clusters en gescoord op het belang (door 42 experts) en de haalbaarheid (door 35 experts) ervan.

Uit bovenstaand schema blijkt dat het kunnen reflecteren en kritisch denken door experts als het belangrijkste wordt gevonden in tegenstelling tot informatievaardigheden. Toch zijn deze veranderingen niet makkelijk haalbaar volgens hen. Opvallend is dat ook curriculumvernieuwing (herontwerp de school) en docentprofessionalisering laag scoort op belangrijkheid, terwijl wij daar bij Zuyd nu zo hoog op inzetten.

Tot slot beveelt Paul Kirschner een drietrapsprocedure voor.

  1. het fundament: zorg dat leerlingen beschikken over nodige basiskennis om verder op voort te bouwen.
  2. efficacy building: zorg dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben en dat ze beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren.
  3. hogere-orde denkvaardigheden: metacognitie, reflectie en kritisch denken. Vaardigheden voor een leven lang leren.

Interessante studie. Wordt nog wel verder binnen Zuyd verspreid, vermoed ik 😉

Groet,
Judith

If Learning Was Water #infographic #fun

IfLearning

Te leuk om alleen maar te retweeten deze geweldig leuke infographic van Arun Pradhan via Learnnovaors
Moet ik bewaren in mijn buitenboordbrein 🙂

Infographic_Learnnovators_Arun-Pradhan_Learning

Geen wetenschappelijk bewijs voor leerstijlen

Hallo Marcel,

Tussen de middag had ik met mijn collega’s MLI-alumni een gezamenlijke lunch. Het was voor de 2e keer dat we samen kwamen na de afronding van onze studie. De 1e keer was het een gezellige lunch in de Hoeve. Heel leuk maar een master wil natuurlijk meer 🙂 Mamette stelde voor om tijdens het nuttigen van ons broodje ook inhoudelijk te sparren. Zij wilde graag onderstaand filmpje met ons bespreken

Tsja leerstijlen. Het blijkt hardnekkig. Ik weet nog dat ik tijdens de eerste module op de MLI al gezegd heb dat leerstijlen een onderwijsmythe is, het is niet wetenschappelijk bewezen. Ik had dat namelijk gelezen in het boek van Pedro De Bruyckere en Casper Hulshof ‘Jongens zijn slimmer dan meisjes en andere mythes over leren en onderwijs’. Zij schrijven

Je lessen aanpassen aan leerstijlen van je leerlingen? Nauwelijks wetenschappelijke evidentie voor de verschillende indellingen, geen bewijs voor meerwaarde in de klas,

Heel veel onderwijsexperts hebben zo hun bezwaren op de vele leerstijlenmodellen die bestaan. Ook Paul Kirschner en Jeroen van Merriënboer noemen leerstijlen een broodje aap. Zij verwijzen net als De Bruyckere en Hulshof naar een onderzoek van Coffield, Mosely, Hall en Ecclestone (2004). Zij onderzochten 71 verschillende indelingen in leerstijlen. Als je uitgaat van de voorzichtige aanname, zo schrijven Kirschner & Merriënboer, dat elke leerstijl leerlingen indeelt in slechts twee categorieën, dan zijn er al 2 tot de macht 71 en dat zijn 2.361.183.241.434.822.606.848 mogelijke combinaties. Er zijn dus veel meer combinaties van leerstijlen dan dat er mensen leven op aarde!  

In ons gesprek concludeerden we al dat onderwijs van de faculteit Gezondheidszorg niet gebaseerd is op leerstijlen, maar ook niet op leervoorkeuren. Ik denk zoals ik al eerder geblogd heb dat het goed is om onderwijsinhoud op verschillende manieren aan te bieden. Weg met leerstijlen, leve de variatie, schreef Wilfred Rubens ook al (zie ook de reacties op het blog). En zo is het maar net!
Echter tijdens de SLB is de leerstijlentest van Kolb (denker, doener, dromer, beslisser) voor sommige gezondheidszorgopleidingen wel het uitgangspunt van de gesprekken. Wordt hiermee niet te snel stempeltjes gedrukt? Leren is niet altijd cyclisch, denken en leren verlopen veelal grillig. Leervoorkeuren kunnen wijzigen, en zijn ook afhankelijk van omstandigheden, zo concludeerden we.

Kijk, zo doen masters dit. De vraag stellen, en dan in gesprek gaan of hetgeen we doen goed doen. Mooi om te zien.
Mijn manier is om daar dan weer een blogje over te schrijven om mijn collega’s wat extra leesvoer en onderbouwing te geven voor het gesprek dat zij aangaan met hun collega’s.

De volgende keer mag ik de masterlunch voorbereiden. Ik ga ze iets vertellen over RSS 🙂 Ze willen graag bij blijven op het gebied van leren en innoveren. En dat kan je niet beter doen dan met deze, één van mijn meest favoriete, technologie.

Groet,
Judith

PS Ik ben wel benieuwd hoe nu 2 jaar later op de MLI over leerstijlen wordt gedacht en gesproken.

Half uurtje later …

Via mail kreeg ik een reactie van collega en MLI-er Ad Hoen op mijn blog

Dag Judith,

Vergeet hierbij niet de leerstijl Vermunt! Ik heb in de MLI de paper hierover geschreven, een uitgebreide analyse gedaan in de kenmerken van de leerstijl vanuit verschillende invalshoeken. Er wordt een driedeling gemaakt in cognitief, affectief en metacognitief, waarbij met name de laatste van groot belang is om de betere student te herkennen. GZ heeft in het verleden de leerstijltest voor studenten gebruikt, gebaseerd op Vermunt, met feedback op de score die de student na het invullen van een vragenlijst ontving. Ik heb de afgelopen jaren regelmatig 1e jaars studenten met een verkorte lijst in scores gevisualiseerd, werkt goed en geeft een beeld van de samenstelling van groepen in een cohort. M.a.w.: het hanteren van leerstijlen heeft ook voordelen en biedt handvatten, zou bijv. ook richting Learning Analytics interessant kunnen zijn.

Dank voor je reactie Ad.

De theorie van Vermunt gaat meer over leerstrategieën dan over leerstijlen. Vermunt verbindt motivatie en gedrag, terwijl Kolb daar geen uitspraken over doet. Volgens De Bruyckere en Hulshof is meer bewijs voor gevonden (betrouwbaarheid, validiteit) voor Vermunt dan voor Kolb.

Mijn bezwaar mbt leerstijlentest is het indelen van studenten in hokjes. Leervoorkeuren zijn immers aan verandering onderhevig. Als de test inzage geeft in eigen leren, dan kan ik me voorstellen dat het voor de student behulpzaam kan zijn. Over de relatie met learning analytics heb ik nog niet nagedacht.

28 april Via Pedro De Bruyckere geattendeerd op onderstaande duidelijke (wat lange) toelichting.

Good Thinking! – Sending “Learning Styles” Out of Style from Smithsonian Science Ed Center on Vimeo.

%d bloggers liken dit: