Site-archief

ICT-docentprofessionalisering #versnellingsplan

Hallo Marcel,

Alle informatie rondom de Versnellingsagenda Onderwijsinnovatie met ICT van SURF, Vereniging Hogescholen en VSNU is te vinden op de nieuwe website versnellingsplan.nl. Zo ook de updates uit de zones. Even ter reminder, dat zijn deze acht:

  1. Faciliteren en professionaliseren van docenten (zorgen voor randvoorwaarden om docenten de ruimte te bieden om hun onderwijs te vernieuwen)
  2. Aansluiting op de arbeidsmarkt verbeteren (verbeteren van domeinspecifieke digitale vaardigheden van de afgestudeerden)
  3. Flexibilisering van het onderwijs (noodzaak van standaardiseren alvorens te flexibiliseren)
  4. Naar digitale (open) leermiddelen (stimuleren van publiceren onder een open licentie en de toegankelijkheid verbeteren)
  5. Veilig en betrouwbaar benutten van studiedata (bewaren en analyseren van studentdata met aandacht privacy en security)
  6. Evidence-based onderwijsinnovatie met ict (bundeling van onderzoekscapaciteit naar onderwijsinnovatie met ict)
  7. Samenwerking met EdTech (benutten innovatiekracht van leveranciers en startups)
  8. Gezamenlijk koersen op versnelling (bestuurlijke afstemming, ofwel het strategische gesprek)

Faciliteren en professionaliseren van docenten

Zelf ben ik bijzonder ge√Įnteresseerd in de zone over ICT-docentprofessionalisering. Helaas kan ik niet naar hun sessie op de SURF Onderwijsdagen omdat we dan zelf bezig zijn met de ‘Fellowship of the Learning‘ ūüôā

Maar er is al een folder over de vijf thema’s waar deze zone mee aan de slag is gegaan.

De zone Docentprofessionalisering werkt aan vijf thema’s:

  1. Integrale aanpak van facilitering en professionalisering van docenten
    een instrument wordt ontwikkeld om instellingen op het gebied van onderwijsinnovatie met ICT in beweging te krijgen op het gebied van visie en beleid, leiderschap, professionalisering en inforastructuur
  2. sectorbrede verankering van onderwijsinnovatie met ICT
    verkenning op sectorniveau (VSNU en VH) naar de mogelijkheden ICT integraal onderdeel te maken van zowel de basiskwalificaties als de bijbehorende scholingstrajecten
  3. bouwstenen voor effectieve docentprofessionalisering
    begin 2020 publiceert de zone een overzicht van bouwstenen waarmee instellingen hun huidig professionaliseringsaanbod tegen het licht kunnen houden. De bouwstenen zijn onderverdeeld in 3 categorie√ęn: (a) Waartoe professionaliseer je: wat is je visie op onderwijsinnovatie met ICT? (b) Hoe organiseer, faciliteer en ondersteun je docentprofessionalisering? (c) Welke vormen/inhouden kent het professionaliseringsaanbod?
  4. goede voorbeelden van onderwijsinnovatie met ICT
    er wordt gewerkt aan een intu√Įtieve online omgeving waar docenten hun voorbeelden kunnen delen en gebruiken
  5. proeftuinen voor professionalisering
    de leden van de zone gaan in professionele leergemeenschappen ook aan de slag met onderwijsinnovatie met ICT, digitale peerfeedback is de eerste innovatie.

Mooie thema’s waar ik op kleine schaal binnen Zuyd ook aandacht voor heb/vraag. De thema’s sluiten goed aan bij het Adviesrapport Docentprofessionalisering bij implementatie Blended Learning van Evelien van Limbeek¬† Ik ben erg benieuwd naar hun producten, en zal ze uiteraard tzt binnen Zuyd verspreiden.

Tot morgen in de trein op weg naar de Bossche Bollen ūüôā

Judith

Toekomstbestendig leren

Ha Marcel,

Deze week is het rapport Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande banen gepubliceerd. Paul Kirschner heeft een (ons bekende) Group Concept Mapping procedure onder experts uitgezet om twee onderzoeksvragen te beantwoorden:

1. Hoe kan het onderwijs jongeren (en werkenden) optimaal voorbereiden op de onbekende en ook onvoorspelbare arbeidsmarkt van morgen?
2. Hoe daagt het onderwijs jongeren uit zich eerder, intensiever en realistischer voor te bereiden op werk en de toeleiding naar zulk werk?

Het onderzoek is mogelijk gemaakt door NSvP – Innovatief in Werk. Zij stellen:

Er is veel in beweging in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen gaan steeds harder en hebben een grote impact op de manier waarop wij werken, leren en leven. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, is wel duidelijk dat de druk op persoonlijke initiatief, ondernemerschap, leervermogen, adaptatie en flexibiliteit toe zal nemen. Vooral jongeren krijgen te maken met een sterk veranderende arbeidsmarkt. Veel van het werk waarvoor zij nu worden opgeleid, is vervallen of sterk veranderd tegen de tijd dat zij hun opleiding afronden. En eenmaal aan het werk zal leren en ontwikkelen een belangrijk thema blijven. Dit roept veel vragen op over het leren van de toekomst.

De eerste hoofdstukken van het rapport gaan over de achtergronden van het probleem waaronder een analyse van 21st century skills. Zoals we van Kirschner weten, stelt hij ook in deze publicatie dat “de vaardigheden¬†duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren”.

Zeker, de vaardigheden: samenwerken, communiceren, probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit waren in de vorige eeuwen belangrijk, maar of daar veel aandacht aan werd besteed? Als leerling / student die lagere school, mavo, have, bibliotheekacademie in de jaren 60-70-80 van de vorige eeuw heeft doorlopen, kan ik me niet herinneren dat op deze vaardigheden ‘gestuurd’ werd. Samenwerken? … Groepsopdrachten? … Ik zat voornamelijk alleen op mijn kamertje te leren. En kritisch denken was tijdens mijn onderwijstijd not done: stil zijn en luisteren. Dus heel goed, vind ik, dat ze nog steeds belangrijke 21e eeuwse vaardigheden worden benoemd.

Zijn conclusie dat eigenlijk informatiegeletterdheid en informatiemanagement de enige vaardigheden die echt als 21e -eeuws aangemerkt kunnen worden, vind ik niet helemaal terecht. Het kunnen¬†zoeken, identificeren, evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen en effectief gebruiken van verkregen informatie (informatiegeletterdheid) en¬†het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie (informatiemanagement) zijn zeer belangrijke vaardigheden. Als bibliothecaris uit de vorige eeuw weet ik daar alles van ūüėČ

Door de automatisering zijn al deze ’21e eeuwse’ vaardigheden wel in een ander daglicht komen te staan. De vier ict-gerelateerde begrippen¬†informatievaardigheden, mediawijsheid, computal thinking en ict-basisvaardigheden¬†uit 21EV-model van Kennisnet en SLO zijn¬†het meest 21e eeuws. Ach, ik kan me ook helemaal vinden in de term ‘toekomstbestendig leren’ hoor ūüėČ Waarmee Kirschner en Vander Molen (bron) bedoelen:

Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

Het onderzoek is beperkt tot het (v)mbo omdat deze beroepen vermoedelijk op korte termijn door robots worden uitgevoerd. De Take-Home Messages uit dit rapport zijn volgens mij ook van toepassing op het hbo. Ook big data en AI (kunstmatige intelligentie) zullen grote impact hebben op de beroepen waar wij onze studenten voor opleiden.

De school / Het onderwijs heeft hierbij (toekomstbestendig leren) een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in de toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ICT is niet goed ge√Įntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ICT-kennis en ‚Äďvaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Via Group Concept Mapping verzamelde Kirschner van 61 expert 239 idee√ęn¬†waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De idee√ęn die dat opleverde, zijn daarna gesorteerd in 15 clusters en gescoord op het belang (door 42 experts) en de haalbaarheid (door 35 experts) ervan.

Uit bovenstaand schema blijkt dat het kunnen reflecteren en kritisch denken door experts als het belangrijkste wordt gevonden in tegenstelling tot informatievaardigheden. Toch zijn deze veranderingen niet makkelijk haalbaar volgens hen. Opvallend is dat ook curriculumvernieuwing (herontwerp de school) en docentprofessionalisering laag scoort op belangrijkheid, terwijl wij daar bij Zuyd nu zo hoog op inzetten.

Tot slot beveelt Paul Kirschner een drietrapsprocedure voor.

  1. het fundament: zorg dat leerlingen beschikken over nodige basiskennis om verder op voort te bouwen.
  2. efficacy building: zorg dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben en dat ze beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren.
  3. hogere-orde denkvaardigheden: metacognitie, reflectie en kritisch denken. Vaardigheden voor een leven lang leren.

Interessante studie. Wordt nog wel verder binnen Zuyd verspreid, vermoed ik ūüėČ

Groet,
Judith

Transliteracy

Dag Marcel,

De afgelopen weken is de vragenlijst die Ankie en ik hebben gemaakt rondom ‘Leren en lesgeven met ict’ weer verspreid onder de deelnemers van de Docentencursus (BDB) maar dit keer ook bij de ontwikkelaars van Zuyd Professional.¬†Het doel van deze vragenlijst is om de beginsituatie ten aanzien van leren en lesgeven met ict voor de docent zelf duidelijk te krijgen. We hebben hierbij gebruik gemaakt van de¬†eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict van het iXperium Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Wat we vorig jaar zagen, wat ik in mijn masteronderzoek zag en nu eigenlijk ook weer is dat docenten graag leertechnologie willen inzetten maar vinden dat ze hiervoor onvoldoende digitaal didactische bekwaamheden hebben. De meeste vinden zich wel informatievaardig.

Ik moest hier aan denken toen ik het artikel What exactly is transliteracy? van Suzana Sukovic las.

transliteracy-conceptual-model-sukovic

Transliteracy is an ability to use diverse analogue and digital technologies, techniques, modes and protocols

  • to search for and work with a variety of resources
  • to collaborate and participate in social networks
  • to communicate meanings and new knowledge by using different tones, genres, modalities and media.

Transliteracy consists of skills, knowledge, thinking and acting, which enable a fluid ‚Äėmovement across‚Äô in a way that is defined by situational, social, cultural and technological contexts.

Moeten we in plaats van docenten te bevragen of hij is “in¬†staat is online effectief informatie te zoeken en te vinden, de betrouwbaarheid van deze informatie te beoordelen, diverse online informatiebronnen te benutten, informatie van diverse bronnen met elkaar te vergelijken en de gevonden informatie te synthetiseren” eigenlijk niet bevragen over transliteracy? Of hebben we het dan toch weer over¬†21st century skills? Het lijkt allemaal wel¬†veel op elkaar h√®? Het heeft waarschijnlijk meer te maken vanuit welke discipline je deze vaardigheden beschrijft.

Hoe je het ook noemt of beschrijft, deze vaardigheden zijn belangrijk voor elke beroep waar we bij Zuyd studenten voor opleiden. En daarmee ook belangrijk voor onze docenten.

Groet,
Judith

Die vermaledijde 21st century skills

Ha Marcel,

Heb je meegekregen dat het oude vertrouwde blauwe 21st century skills model onlangs vervangen is door een nieuwe? Kennisnet en SLO hebben een¬†meer gedetailleerd model van 21e eeuwse vaardigheden ontwikkeld. Op de site staat: “Dit model omschrijft 11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken. De eerste concrete lesmaterialen bij dit model komen dit voorjaar beschikbaar.”

Model_21e_eeuwse_vaardigheden (1)Wat opvalt is dat het containerbegrip ‘ict-geletterdheid’ niet meer¬†zelfstandige term voorkomt. Dit begrip was sowieso een containerbegrip dat al vaker uitgesplitst werd in: mediawijsheid, informatievaardigheden en ict-basisvaardigheden. Dat is nu aangevuld met¬†computal thinking.
Daarnaast zijn de kernvakken taal en rekenen verdwenen. Daar zullen sommige wel over vallen. Wat ik wel jammer vind is dat de buitenste circel verdwenen is. Leven (betrokken) Рwerken (ondernemend) Рleren (nieuwsgierig) vind ik wel basale mindsets die hierbij een rol spelen.

Onder 21st centrury skills verstaan we nu dus

  • computal thinking *new*
  • mediawijsheid
  • ict-basisvaardigheden
  • informatievaardigheden
  • sociale & culturele vaardigheden
  • samenwerken
  • communiceren
  • zelfregulering *new*
  • kritisch denken
  • creatief denken
  • probleem oplossen

Over de term 21st century skills is altijd wel gedoe. Zijn de vaardigheden (muv de 4 ict-gerelateerde begrippen) zoals benoemd in het model wel zo 21e eeuws? Nee. Maar het zijn wel vaardigheden die door de internettechnologie in een andere dynamiek gekomen zijn. Dus ja, het is terecht dat we daar aandacht aan besteden. En ja, het zijn¬†wel veel vaardigheden. Maar we leven dan ook in een complexe wereld. En inderdaad zoals Pierre Gorissen op zijn blog schrijft: “gebruik het model om naar je eigen visie en curriculum te kijken. En vooral ook: deel met anderen waarom je dingen anders doet, licht de keuzes toe die je als school en als leerkracht daarbij maakt. Dat zou ik pas echt krachtig vinden.”¬†Dat vind ik ook. Elk model heeft beperkingen. Laten we deze vaardigheden ook tegen het licht houden van¬†(ict)docentprofessionalisering. Ik ga dat zeker doen. Ik ga maar weer eens een opzetje maken voor een notitie ūüėČ

Groeten,
Judith

Communities: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel

Hey Marcel,

Sinds kort ben ik ook betrokken bij Community van Communities van Zuyd, een initiatief van de lectoren Marcel van der Klink en Paul Henissen. Mijn rol is als moderator zorgdragen voor technische en inhoudelijke facilitering. Mijn taak is het activeren en stimuleren van kennisdeling op het online platform.

Zuyd hecht grote waarde aan communities, het is immers √©√©n van de drie pijlers van onze onderwijsvisie. Hoe geven wij met z’n allen hier invulling aan? De lectoren willen¬†met dit initiatief ¬†gezamenlijk met communityleden expertise ontwikkelen. Binnen Zuyd zijn al veel CoP (Community of Practice)¬†actief. Soms worden ze anders benoemd. CHILL spreekt over Communities of Development en de Nieuwste Pabo werkt in Communities of Learning. De ene keer bestaat een community alleen uit docenten, bijvoorbeeld tbv co√∂rdinatie en afstemming onderwijs, de ander keer aangevuld met studenten en werkveld om bij te blijven¬†met de meest actuele ontwikkelingen in het eigen domein. Communities bestaan ook als onderwijsvorm waarin zowel studenten als docenten participeren.

De reeds actieve¬†communities bestaan voornamelijk uit face-to-face bijeenkomsten. Dit constateerde ik al in mijn masteronderzoek, maar dat zie ik ook in de praktijk van alledag. De initiatiefgroep wilde een digitaal platform om het leren van en met elkaar buiten de bijeenkomsten te faciliteren. Maar ook om inzichten te bundelen en opgedane community-ervaringen binnen Zuyd te verspreiden. Dat gebeurt¬†nu via de wordpressomgeving Community van Communities. Dit platform is naast¬†kennisdeling ook bedoeld voor kennisontwikkeling.¬†Momenteel is het er nog stilletjes. Als moderator moet ik eens wat actie ondernemen ūüôā En misschien kan jij me nog wat tips geven? Immers met het project Schouders/Voor Elkaar¬†willen jullie ook offline en online communities verbinden, en mensen activeren om kennis en informatie te delen met gametechnieken.

The-Social-Media-Guide-to-Growing-Your-Personal-Learning-Network-550x413

via OnlineCollege.org

In mijn masteronderzoek heb ik een koppeling gelegd tussen digitale competenties van docenten en hun percepties ten aanzien van het inzetten van sociale media in netwerken om online kennis delen en online samenwerken te ondersteunen. In¬†mijn masteronderzoek heb ik me ook verdiept heb in netwerktheorie√ęn. Hieronder een stukje uit mijn theoretisch kader.

Netwerken en sociale media

Leernetwerken, community of practice, learning communities, professionele leergemeenschapen zijn allemaal vormen van sociale structuren waarbinnen de nadrukt ligt op de relaties en interacties, het kennis delen en het gezamenlijk oplossen van problemen (Sloep et al., 2011; Wenger, Trayner, & de Laat, 2011). Afhankelijk van de grootte, de gedeelde drijfveren, de persoonlijke relaties, de samenstelling of de te bereiken doelen wordt het een community dan wel netwerk genoemd (Wenger et al., 2011). Volgens Wenger et al. (2011) benadrukt het concept community het samenwerken aan een gedeeld kennisdomein of probleem, terwijl bij het concept (leer)netwerken de nadruk ligt op relaties en interacties. Communities en netwerken zijn niet elkaars tegengestelden, zij zijn complementair, wanneer zij samen vallen kan social learning optimaal plaatsvinden (Wenger et al., 2011). In dit onderzoek wordt de term ‚Äėnetwerk‚Äô gehanteerd waarbij het uitgangspunt is dat iedereen in het netwerk een gelijkwaardige bijdrage levert, er geen rangorde is en dat competentieontwikkeling van de deelnemers expliciet aandacht heeft.

Het leren door samen te werken en kennis te delen in netwerken is niet iets nieuws maar door de opkomst van sociale media wel sterk onder de aandacht gekomen. De kenmerken van sociale media zoals benoemd in §2.3: interactie, participatie en eigenaarschap, sluiten aan bij de sociale structuur van netwerken. Siemens (2005) introduceerde het connectivisme als nieuw concept van kennisontwikkeling en leren en gaat er van uit dat leren voornamelijk plaatsvindt in een netwerk. Het connectivisme stelt dat de competentie om mensen en inhoud te kunnen verbinden belangrijker is dan het verwerven van de kennis zelf (Downes, 2012; Rubens, 2013; Siemens, 2005). Het leren in netwerken is een vorm van social learning waarbij de relaties en interacties centraal staan (Sloep et al., 2011; Wenger et al., 2011), zoals dat ook voor sociale media geldt (zie §2.3). Het (kunnen) participeren in netwerken is in de huidige kennissamenleving noodzakelijk voor (toekomstige) inzetbaarheid en aantrekkelijkheid in de beroepspraktijk (Oomes et al., 2014; van der Klink, Janssen, Boon, & Rutjens, 2011; Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2013).

Van der Klink, Janssen, Boon & Rutjens (2011) benoemen een aantal voorwaarden die essentieel zijn voor een krachtig online netwerk. Als eerste benoemen zij het investeren in kennismaking onder ander door zichzelf te presenteren via een profiel bij de toepassingen en/of platformen waarmee gewerkt wordt, dit bevordert binding en vertrouwen tussen personen. Door binding en vertrouwen wordt intrinsieke motivatie bevorderd waardoor samenwerken en kennis delen gestimuleerd wordt (Deci et al., 1991; Jacobs, 2013; Brabander & Martens, 2010; Ros et al., 2014; Runhaar et al., 2011; Ryan & Deci, 2000). Het maken van onderlinge afspraken en deze transparant communiceren is daarnaast ook van belang, net zoals tijd vrijmaken voor een actieve inbreng (Van der Klink et al., 2011).

En bijbehorende literatuurlijst

Groeten,
Judith

 

%d bloggers liken dit: