Site-archief

Toekomstbestendig leren

Ha Marcel,

Deze week is het rapport Het voorbereiden van leerlingen op (nog) niet bestaande banen gepubliceerd. Paul Kirschner heeft een (ons bekende) Group Concept Mapping procedure onder experts uitgezet om twee onderzoeksvragen te beantwoorden:

1. Hoe kan het onderwijs jongeren (en werkenden) optimaal voorbereiden op de onbekende en ook onvoorspelbare arbeidsmarkt van morgen?
2. Hoe daagt het onderwijs jongeren uit zich eerder, intensiever en realistischer voor te bereiden op werk en de toeleiding naar zulk werk?

Het onderzoek is mogelijk gemaakt door NSvP – Innovatief in Werk. Zij stellen:

Er is veel in beweging in de wereld van werk. Technologische ontwikkelingen gaan steeds harder en hebben een grote impact op de manier waarop wij werken, leren en leven. Hoewel toekomstige ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn, is wel duidelijk dat de druk op persoonlijke initiatief, ondernemerschap, leervermogen, adaptatie en flexibiliteit toe zal nemen. Vooral jongeren krijgen te maken met een sterk veranderende arbeidsmarkt. Veel van het werk waarvoor zij nu worden opgeleid, is vervallen of sterk veranderd tegen de tijd dat zij hun opleiding afronden. En eenmaal aan het werk zal leren en ontwikkelen een belangrijk thema blijven. Dit roept veel vragen op over het leren van de toekomst.

De eerste hoofdstukken van het rapport gaan over de achtergronden van het probleem waaronder een analyse van 21st century skills. Zoals we van Kirschner weten, stelt hij ook in deze publicatie dat “de vaardigheden duidelijk noch eenduidig zijn, dat zij steeds veranderen zowel qua aantal als inhoud, en dat zij voor het grootste deel vaardigheden zijn die ook in de 20e en zelfs in het 19e eeuw noodzakelijk waren”.

Zeker, de vaardigheden: samenwerken, communiceren, probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit waren in de vorige eeuwen belangrijk, maar of daar veel aandacht aan werd besteed? Als leerling / student die lagere school, mavo, have, bibliotheekacademie in de jaren 60-70-80 van de vorige eeuw heeft doorlopen, kan ik me niet herinneren dat op deze vaardigheden ‘gestuurd’ werd. Samenwerken? … Groepsopdrachten? … Ik zat voornamelijk alleen op mijn kamertje te leren. En kritisch denken was tijdens mijn onderwijstijd not done: stil zijn en luisteren. Dus heel goed, vind ik, dat ze nog steeds belangrijke 21e eeuwse vaardigheden worden benoemd.

Zijn conclusie dat eigenlijk informatiegeletterdheid en informatiemanagement de enige vaardigheden die echt als 21e -eeuws aangemerkt kunnen worden, vind ik niet helemaal terecht. Het kunnen zoeken, identificeren, evalueren van de kwaliteit en betrouwbaarheid van bronnen en effectief gebruiken van verkregen informatie (informatiegeletterdheid) en het kunnen vastleggen, beheren en delen van verkregen informatie (informatiemanagement) zijn zeer belangrijke vaardigheden. Als bibliothecaris uit de vorige eeuw weet ik daar alles van 😉

Door de automatisering zijn al deze ’21e eeuwse’ vaardigheden wel in een ander daglicht komen te staan. De vier ict-gerelateerde begrippen informatievaardigheden, mediawijsheid, computal thinking en ict-basisvaardigheden uit 21EV-model van Kennisnet en SLO zijn het meest 21e eeuws. Ach, ik kan me ook helemaal vinden in de term ‘toekomstbestendig leren’ hoor 😉 Waarmee Kirschner en Vander Molen (bron) bedoelen:

Het verwerven van de vaardigheden en houdingen die nodig zijn om op een stabiele, bestendige manier te blijven leren in onze snel veranderende wereld.

Het onderzoek is beperkt tot het (v)mbo omdat deze beroepen vermoedelijk op korte termijn door robots worden uitgevoerd. De Take-Home Messages uit dit rapport zijn volgens mij ook van toepassing op het hbo. Ook big data en AI (kunstmatige intelligentie) zullen grote impact hebben op de beroepen waar wij onze studenten voor opleiden.

De school / Het onderwijs heeft hierbij (toekomstbestendig leren) een belangrijke taak maar het is de vraag of de school / het onderwijs daarvoor goed uitgerust is. Hoofdredenen hiervoor zijn: (1) de school reageert te traag om de veranderingen in de toekomstige arbeidsmarkt goed in het curriculum te verwerken, (2) de scholen zijn niet goed uitgerust op hun taak leerlingen voor hun onzekere (arbeids)toekomst op te leiden c.q. voor te bereiden, en (3) het gebruik van ICT is niet goed geïntegreerd in het onderwijs en het is de vraag of docenten zelf over de nodige ICT-kennis en –vaardigheden beschikken om hun leerlingen op een toekomstbestendige wijze op te leiden.

Via Group Concept Mapping verzamelde Kirschner van 61 expert 239 ideeën waaraan het onderwijs zou moeten werken om de leerlingen van vandaag toekomstbestendig te maken. De ideeën die dat opleverde, zijn daarna gesorteerd in 15 clusters en gescoord op het belang (door 42 experts) en de haalbaarheid (door 35 experts) ervan.

Uit bovenstaand schema blijkt dat het kunnen reflecteren en kritisch denken door experts als het belangrijkste wordt gevonden in tegenstelling tot informatievaardigheden. Toch zijn deze veranderingen niet makkelijk haalbaar volgens hen. Opvallend is dat ook curriculumvernieuwing (herontwerp de school) en docentprofessionalisering laag scoort op belangrijkheid, terwijl wij daar bij Zuyd nu zo hoog op inzetten.

Tot slot beveelt Paul Kirschner een drietrapsprocedure voor.

  1. het fundament: zorg dat leerlingen beschikken over nodige basiskennis om verder op voort te bouwen.
  2. efficacy building: zorg dat leerlingen het gevoel krijgen dat zij ook echt iets kunnen met wat zij geleerd hebben en dat ze beschikken over de nodige competenties (kennis, vaardigheden, attitudes) voor zowel het werken als het verder leren en dat zij samen kunnen werken met anderen om problemen op te lossen of taken uit te voeren.
  3. hogere-orde denkvaardigheden: metacognitie, reflectie en kritisch denken. Vaardigheden voor een leven lang leren.

Interessante studie. Wordt nog wel verder binnen Zuyd verspreid, vermoed ik 😉

Groet,
Judith

Transliteracy

Dag Marcel,

De afgelopen weken is de vragenlijst die Ankie en ik hebben gemaakt rondom ‘Leren en lesgeven met ict’ weer verspreid onder de deelnemers van de Docentencursus (BDB) maar dit keer ook bij de ontwikkelaars van Zuyd Professional. Het doel van deze vragenlijst is om de beginsituatie ten aanzien van leren en lesgeven met ict voor de docent zelf duidelijk te krijgen. We hebben hierbij gebruik gemaakt van de eindkwalificaties Leren en lesgeven met ict van het iXperium Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. Wat we vorig jaar zagen, wat ik in mijn masteronderzoek zag en nu eigenlijk ook weer is dat docenten graag leertechnologie willen inzetten maar vinden dat ze hiervoor onvoldoende digitaal didactische bekwaamheden hebben. De meeste vinden zich wel informatievaardig.

Ik moest hier aan denken toen ik het artikel What exactly is transliteracy? van Suzana Sukovic las.

transliteracy-conceptual-model-sukovic

Transliteracy is an ability to use diverse analogue and digital technologies, techniques, modes and protocols

  • to search for and work with a variety of resources
  • to collaborate and participate in social networks
  • to communicate meanings and new knowledge by using different tones, genres, modalities and media.

Transliteracy consists of skills, knowledge, thinking and acting, which enable a fluid ‘movement across’ in a way that is defined by situational, social, cultural and technological contexts.

Moeten we in plaats van docenten te bevragen of hij is “in staat is online effectief informatie te zoeken en te vinden, de betrouwbaarheid van deze informatie te beoordelen, diverse online informatiebronnen te benutten, informatie van diverse bronnen met elkaar te vergelijken en de gevonden informatie te synthetiseren” eigenlijk niet bevragen over transliteracy? Of hebben we het dan toch weer over 21st century skills? Het lijkt allemaal wel veel op elkaar hè? Het heeft waarschijnlijk meer te maken vanuit welke discipline je deze vaardigheden beschrijft.

Hoe je het ook noemt of beschrijft, deze vaardigheden zijn belangrijk voor elke beroep waar we bij Zuyd studenten voor opleiden. En daarmee ook belangrijk voor onze docenten.

Groet,
Judith

Die vermaledijde 21st century skills

Ha Marcel,

Heb je meegekregen dat het oude vertrouwde blauwe 21st century skills model onlangs vervangen is door een nieuwe? Kennisnet en SLO hebben een meer gedetailleerd model van 21e eeuwse vaardigheden ontwikkeld. Op de site staat: “Dit model omschrijft 11 vaardigheden die leerlingen in hun latere leven nodig hebben. En die ze zich nu in het onderwijs eigen moeten gaan maken. De eerste concrete lesmaterialen bij dit model komen dit voorjaar beschikbaar.”

Model_21e_eeuwse_vaardigheden (1)Wat opvalt is dat het containerbegrip ‘ict-geletterdheid’ niet meer zelfstandige term voorkomt. Dit begrip was sowieso een containerbegrip dat al vaker uitgesplitst werd in: mediawijsheid, informatievaardigheden en ict-basisvaardigheden. Dat is nu aangevuld met computal thinking.
Daarnaast zijn de kernvakken taal en rekenen verdwenen. Daar zullen sommige wel over vallen. Wat ik wel jammer vind is dat de buitenste circel verdwenen is. Leven (betrokken) – werken (ondernemend) – leren (nieuwsgierig) vind ik wel basale mindsets die hierbij een rol spelen.

Onder 21st centrury skills verstaan we nu dus

  • computal thinking *new*
  • mediawijsheid
  • ict-basisvaardigheden
  • informatievaardigheden
  • sociale & culturele vaardigheden
  • samenwerken
  • communiceren
  • zelfregulering *new*
  • kritisch denken
  • creatief denken
  • probleem oplossen

Over de term 21st century skills is altijd wel gedoe. Zijn de vaardigheden (muv de 4 ict-gerelateerde begrippen) zoals benoemd in het model wel zo 21e eeuws? Nee. Maar het zijn wel vaardigheden die door de internettechnologie in een andere dynamiek gekomen zijn. Dus ja, het is terecht dat we daar aandacht aan besteden. En ja, het zijn wel veel vaardigheden. Maar we leven dan ook in een complexe wereld. En inderdaad zoals Pierre Gorissen op zijn blog schrijft: “gebruik het model om naar je eigen visie en curriculum te kijken. En vooral ook: deel met anderen waarom je dingen anders doet, licht de keuzes toe die je als school en als leerkracht daarbij maakt. Dat zou ik pas echt krachtig vinden.” Dat vind ik ook. Elk model heeft beperkingen. Laten we deze vaardigheden ook tegen het licht houden van (ict)docentprofessionalisering. Ik ga dat zeker doen. Ik ga maar weer eens een opzetje maken voor een notitie 😉

Groeten,
Judith

Communities: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel

Hey Marcel,

Sinds kort ben ik ook betrokken bij Community van Communities van Zuyd, een initiatief van de lectoren Marcel van der Klink en Paul Henissen. Mijn rol is als moderator zorgdragen voor technische en inhoudelijke facilitering. Mijn taak is het activeren en stimuleren van kennisdeling op het online platform.

Zuyd hecht grote waarde aan communities, het is immers één van de drie pijlers van onze onderwijsvisie. Hoe geven wij met z’n allen hier invulling aan? De lectoren willen met dit initiatief  gezamenlijk met communityleden expertise ontwikkelen. Binnen Zuyd zijn al veel CoP (Community of Practice) actief. Soms worden ze anders benoemd. CHILL spreekt over Communities of Development en de Nieuwste Pabo werkt in Communities of Learning. De ene keer bestaat een community alleen uit docenten, bijvoorbeeld tbv coördinatie en afstemming onderwijs, de ander keer aangevuld met studenten en werkveld om bij te blijven met de meest actuele ontwikkelingen in het eigen domein. Communities bestaan ook als onderwijsvorm waarin zowel studenten als docenten participeren.

De reeds actieve communities bestaan voornamelijk uit face-to-face bijeenkomsten. Dit constateerde ik al in mijn masteronderzoek, maar dat zie ik ook in de praktijk van alledag. De initiatiefgroep wilde een digitaal platform om het leren van en met elkaar buiten de bijeenkomsten te faciliteren. Maar ook om inzichten te bundelen en opgedane community-ervaringen binnen Zuyd te verspreiden. Dat gebeurt nu via de wordpressomgeving Community van Communities. Dit platform is naast kennisdeling ook bedoeld voor kennisontwikkeling. Momenteel is het er nog stilletjes. Als moderator moet ik eens wat actie ondernemen 🙂 En misschien kan jij me nog wat tips geven? Immers met het project Schouders/Voor Elkaar willen jullie ook offline en online communities verbinden, en mensen activeren om kennis en informatie te delen met gametechnieken.

The-Social-Media-Guide-to-Growing-Your-Personal-Learning-Network-550x413

via OnlineCollege.org

In mijn masteronderzoek heb ik een koppeling gelegd tussen digitale competenties van docenten en hun percepties ten aanzien van het inzetten van sociale media in netwerken om online kennis delen en online samenwerken te ondersteunen. In mijn masteronderzoek heb ik me ook verdiept heb in netwerktheorieën. Hieronder een stukje uit mijn theoretisch kader.

Netwerken en sociale media

Leernetwerken, community of practice, learning communities, professionele leergemeenschapen zijn allemaal vormen van sociale structuren waarbinnen de nadrukt ligt op de relaties en interacties, het kennis delen en het gezamenlijk oplossen van problemen (Sloep et al., 2011; Wenger, Trayner, & de Laat, 2011). Afhankelijk van de grootte, de gedeelde drijfveren, de persoonlijke relaties, de samenstelling of de te bereiken doelen wordt het een community dan wel netwerk genoemd (Wenger et al., 2011). Volgens Wenger et al. (2011) benadrukt het concept community het samenwerken aan een gedeeld kennisdomein of probleem, terwijl bij het concept (leer)netwerken de nadruk ligt op relaties en interacties. Communities en netwerken zijn niet elkaars tegengestelden, zij zijn complementair, wanneer zij samen vallen kan social learning optimaal plaatsvinden (Wenger et al., 2011). In dit onderzoek wordt de term ‘netwerk’ gehanteerd waarbij het uitgangspunt is dat iedereen in het netwerk een gelijkwaardige bijdrage levert, er geen rangorde is en dat competentieontwikkeling van de deelnemers expliciet aandacht heeft.

Het leren door samen te werken en kennis te delen in netwerken is niet iets nieuws maar door de opkomst van sociale media wel sterk onder de aandacht gekomen. De kenmerken van sociale media zoals benoemd in §2.3: interactie, participatie en eigenaarschap, sluiten aan bij de sociale structuur van netwerken. Siemens (2005) introduceerde het connectivisme als nieuw concept van kennisontwikkeling en leren en gaat er van uit dat leren voornamelijk plaatsvindt in een netwerk. Het connectivisme stelt dat de competentie om mensen en inhoud te kunnen verbinden belangrijker is dan het verwerven van de kennis zelf (Downes, 2012; Rubens, 2013; Siemens, 2005). Het leren in netwerken is een vorm van social learning waarbij de relaties en interacties centraal staan (Sloep et al., 2011; Wenger et al., 2011), zoals dat ook voor sociale media geldt (zie §2.3). Het (kunnen) participeren in netwerken is in de huidige kennissamenleving noodzakelijk voor (toekomstige) inzetbaarheid en aantrekkelijkheid in de beroepspraktijk (Oomes et al., 2014; van der Klink, Janssen, Boon, & Rutjens, 2011; Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, 2013).

Van der Klink, Janssen, Boon & Rutjens (2011) benoemen een aantal voorwaarden die essentieel zijn voor een krachtig online netwerk. Als eerste benoemen zij het investeren in kennismaking onder ander door zichzelf te presenteren via een profiel bij de toepassingen en/of platformen waarmee gewerkt wordt, dit bevordert binding en vertrouwen tussen personen. Door binding en vertrouwen wordt intrinsieke motivatie bevorderd waardoor samenwerken en kennis delen gestimuleerd wordt (Deci et al., 1991; Jacobs, 2013; Brabander & Martens, 2010; Ros et al., 2014; Runhaar et al., 2011; Ryan & Deci, 2000). Het maken van onderlinge afspraken en deze transparant communiceren is daarnaast ook van belang, net zoals tijd vrijmaken voor een actieve inbreng (Van der Klink et al., 2011).

En bijbehorende literatuurlijst

Groeten,
Judith

 

ICT-docentprofessionalisering: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel

Dank voor je poëtische woorden, Marcel. En je uitdaging om wat er aan te doen 🙂 Ik ben bezig, maar zoals je weet gaan veranderingen in hele kleine stapjes. En ik kan dit niet alleen. We zullen samen de richting moeten bepalen en het pad moeten betreden. Daar gebruik ik ook dit blog voor, om mijn ideeën te delen en te toetsen aan jullie kritische blik.

Het wordt voor mij steeds duidelijker welke weg ik op wil en waar mijn krachten liggen. Zoals al eerder geblogd blijven mijn drijfveren open en online. En mijn ambitie is om samen met docenten te werken aan hun en mijn competenties voor leren en lesgeven met ict al dan niet in een gezamenlijk onderwijsontwerpproces. En dan heb jij drie mooie onderwerpen aangedragen: Gamification, Digicoach, eDingen. Allemaal passend in het (mijn) straatje van ict-docentprofessionalisering.

Learn

CC-BY-SA Created by Jessica Duensing for opensource.com

Onlangs heb ik in opdracht van het management een voorstel geformuleerd hoe ik zie dat nieuwe docenten bij Zuyd geïntroduceerd moeten worden in de systemen en tools van Zuyd. En dit is (inderdaad) nog maar het begin. Dit voorstel betreft vooral een quick start tav instrumentele vaardigheden. Terwijl ict-docentprofessionalisering daarnaast ook nog bestaat uit informatievaardigheden (mediawijsheid, auteursrechten etc) en technologische vaardigheden die meer het toepassen van kennis van ict in een vakdidactische context omvatten. Hiervoor is binnen Zuyd de BDB, Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid. Ook deze Docentencursus is een begin, want ook voor docenten ligt er een levenlangleren-uitdaging.

Ik heb mijn voorstel geformuleerd als digitaal leerplatform met een kennisbank (met how to-handleidingen) en daaraan een community-functie gekoppeld (waarin elementen uit de gamification ingevoegd zouden moeten worden). Zodat samen geleerd en ontwikkeld wordt. Dit leerplatform is natuurlijk niet alleen beschikbaar voor nieuwe docenten maar voor alle docenten.

Dit voorstel komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Mijn masteronderzoek heette niet voor niets Leren professionaliseren: Leer-Ontwikkel-Werk-Samen-Onderzoek-Kennis-Deel. Ik zal hieronder een gedeelte van mijn theoretisch kader delen.

Ict-docentprofessionalisering

Het professionaliseren van docenten wordt door vele onderzoekers en beleidsmakers gezien om de kwaliteit van het onderwijs te garanderen (Drent & Meelissen, 2008; Nieuwenhuis, Vink, & Neut, 2013). Docentprofessionalisering wordt beschouwd als een continu ontwikkelproces waarbij alle activiteiten bijdragen aan het verhogen van het competentieniveau en het verbeteren van werkomstandigheden en status (Hildebrandt & Eom, 2011). In de reviewstudie van Van Veen, Zwart, Meirink, & Verloop (2010) naar de effectiviteit van docentprofessionaliseringstrajecten worden een aantal succesfactoren onderscheiden. De volgende kenmerken blijken succesvol: (1) professionalisering moet plaatsvinden in de eigen lespraktijk en moet antwoord geven op vragen uit die eigen praktijk, (2) docenten leren actief en onderzoekend samen met collega’s als eigenaarschap bij de docenten zelf ligt, (3) professionalisering is verankerd in het beleid en in de organisatie, (4) collegiaal en collectief leren. Het onderzoek van Van Veen et al. (2010) is niet specifiek gericht op docentprofessionalisering met betrekking tot het leren en lesgeven met ict. Uerz, Van Loon, & Kral (2014) onderscheiden op basis van een literatuurstudie richtlijnen voor ict-docentprofessionalisering die aansluiten bij de succesfactoren zoals benoemd door Van Veen et al. (2010) met name het uitgaan van de onderwijsvisie, de praktijknabijheid en het eigenaarschap van docenten. Met betrekking tot het  collegiaal en collectief leren (Van Veen et al., 2010) benoemen Uerz et al. (2014) de combinatie van verschillende methoden en werkvormen voor ict-docentprofessionalisering zoals: netwerkleren, leren van feedback, grensoverschrijdend leren in en leren door te experimenteren. Samen met collega’s onderzoekend en actief leren lijkt daarmee een belangrijke voorwaarde voor docentprofessionalisering (Van Veen et al., 2010) maar ook specifiek voor ict-docentprofessionalisering (Uerz et al., 2014).

In het kader van docentprofessionalisering is landelijk veel aandacht voor de vraag over welke ict-kwalificaties docenten in het hoger onderwijs dienen te beschikken. Niet alleen ict-kennis en vaardigheden zijn belangrijk maar ook houdingsaspecten, opvattingen en zelfvertrouwen van docenten spelen een rol bij het inzetten van ict in het onderwijs (Algemeen Directeurenoverleg Educatieve Faculteiten [ADEF], 2013; Drent & Meelissen, 2008). De houdingscompetenties ten aanzien van leren en innoveren zijn belangrijke factoren voor onderwijsvernieuwing (Bouwhuis, 2008; Thoonen, 2012). Het vertrouwen in eigen competenties en de wil om te verbeteren om nieuwe en moeilijkere taken te volbrengen, zijn hierbij van belang (Bouwhuis, 2008). In de literatuur wordt ict-docentprofessionalisering veelal geplaatst in het bredere kader van onderwijsontwikkeling met ict en wordt het beschouwd als een specifieke vorm van onderwijsinnovatie. Volgens het onderzoek van Drent (2005) naar factoren die innovatief ict-gebruik in het onderwijs kunnen bevorderen dan wel belemmeren, heeft de mate waarin docenten zijn professioneel netwerk benut relatief de meeste invloed op het innovatief ict-gebruik. Het beschikken over voldoende ict-kennis en vaardigheden leidt volgens het onderzoek niet direct tot innovatief ict-gebruik (Drent, 2005). Op basis van vele onderzoeken naar gedragsverandering en verandermanagement draait het bij innovaties vaak om de vraag ‘what’s in it for me?’. Volgens Cuban (2011) beoordelen docenten vernieuwingen veelal vanuit de praktische impact en de consequenties voor henzelf. Veranderingen brengen immers in eerste instantie vaak extra werk met zich mee (Kanter, 2012). Hieruit blijkt dat praktijknabijheid een belangrijke succesfactoren is van docentprofessionalisering (Van Veen et al., 2010) en daarom ook opgenomen als één van de richtlijnen van voor ict-docentprofessionalisering (Uerz et al., 2014).

En bijbehorende literatuurlijst.

Groeten,
Judith

Docentprofessionalisering en ICT-bekwaamheid

Hoi Marcel,

Natuurlijk staat mijn werk als I-adviseur vaak in het teken van docentprofessionalisering. Enkele weken geleden was dat nadrukkelijk het geval.
In die week had ik een informeel gesprek in het zonnetje met ons collegelid nav mijn blogpost over informeel leren. Later die week had ik een bijeenkomst met collega ICTO-adviseurs van Avans, HAN en Saxion over docentprofessionalisering. BIO zo noemt dit clupje zich. Brainstormen over ICT in Onderwijs, Bomen over ICT in Onderwijs, Babbelen over ICT in Onderwijs, Bijpraten over ICT in Onderwijs en zo zijn er nog wel meer B’s te bedenken. Het gaat ons vooral om kennisuitwisseling, immers overal staan dezelfde items op de agenda. We leren van elkaar.

Zo heeft iXperium HAN (jou bekend 🙂 ) de Eindkwalificatie voor Leren en lesgeven met ICT in een overzichtelijke folder gepresenteerd.

EindkwalificatiesLerenLesgevenICT

Leerlijn Leren Lesgeven met ICT – iXperium HAN

De eindkwalificaties van deze leerlijn zijn gebaseerd Kennisbasis ICT Tweedegraads lerarenopleidingen (ook wel bekend als de ADEF-richtlijnen) en de mediawijsheidcompetenties van Mediawijzer. Dit alles is aangevuld en geordend op basis van literatuurstudie naar 21ste eeuwse vaardigheden.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen Leren met ICT als doel en Leren met ICT als middel.
ICT als doel is gericht op het verwerven van 21st century skills door docenten.
ICT als middel gaat meer over de inzet van ICT als didactisch hulpmiddel. De docent als onderwijsontwerper is hierbij het uitgangspunt.

Kennisnet heeft ook een kader voor ICT-bekwaamheid ontwikkeld.

Als I-adviseurs vinden bij ICT-bekwaamheid voor onze docenten belangrijk. Niet alleen omdat motivatie toeneemt door inzetten van ICT, de leerprestaties verbeteren en het leerproces efficiënter wordt maar ook de veranderende eisen door de samenleving (beroepsveld). Van docenten mag je ook verwachten dat zij inzicht hebben op de invloed van ICT op hun vak,

Op Leervlak las ik dat het Kabinet vanaf 2015 jaarlijks €8 miljoen structureel beschikbaar gaat stellen voor de versterking van de innovatieve slagkracht van docenten en de bevordering van ICT-vaardigheden van docenten. *Zo?! * Er zijn nu projectleiders van OC&W bezig met het opstellen van beleidsplannen rondom versterking van e-didactische vaardigheden voor leraren in het primair, voortgezet en middelbaar onderwijs. *Oké dan.* Jeroen Bottema (MLI In-Holland) was uitgenodigd om van gedachten te wisselen over de ICT-bekwaamheden van docenten. Zij hebben gepleit voor het ‘investeren’ in verbindingen. Mooi!

Verbind pioniers in het onderwijs met ‘achterblijvers’, met leiddinggevenden en onderzoekers. Verken gezamenlijk de vraagstukken waar bij ruimte is voor professionele ontwikkelingen. Betrek in deze netwerken ook lerarenopleidingen, die als een soort van spin in het web kunnen functioneren.

Het Ixperium van de HAN werd terecht als mooi voorbeeld genoemd. Ik hoop dat deze 8 miljoen doorsijpelt naar de leerling/student want daar doen we het voor toch?

Groet,
Judith

Zie ook:

en verwante 2beJAMmed-blogposts:

%d bloggers liken dit: