Categorie archief: Shared 2 Use

Ervaringen van Zuyd-docenten met een web2.0-tool

Wat is de optimale ‘blend’ voor Zuyd (Professional)? #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Samen zitten we in de Werkgroep Blended Learning van Zuyd Professional. En we vragen ons regelmatig af: wat is de ‘blend’ van Zuyd Professional? En vanuit mijn rol als I-adviseur stel ik ‘m dan ook nog Zuydbreed. In onze visie op de DLWO hebben we al vastgesteld wat we zeggen te willen: gepersonaliseerd, flexibel, online met meer interactie en co-creatie. Dat stelt nogal wat eisen aan de digitale leer- en werkomgeving. Uiteraard is het onderwijs het vertrekpunt. En we zijn niet de enige die hier mee bezig is. Heel hoger onderwijs zo lijkt het wel. En uniek zijn ook niet hoor. In de vorige week uitgebracht thema-uitgave van SURF worden een aantal kenmerkende onderdelen die in veel onderwijsvisies voorkomen die van belang zijn voor de inrichting van de digitale leeromgeving: flexibel en persoonlijk onderwijs waarbij leeruitkomsten centraal staan, die het leerproces inzichtelijk maakt (zowel voor student als docent), waarbij leerbronnen op maat beschikbaar zijn en een omgeving die het samenwerking ondersteunt. De leeromgeving moet een duidelijke herkenbare smoel hebben en het gebruikersgemak is een niet te onderschatte voorwaarden. Herkenbaar? Voor mij wel. Dat geldt ook voor de genoemde succesfactoren:

  • Leiderschap speelt een doorslaggevende rol. Het veronderstelt een samenspel onder de bestuurders.
  • Instellingsbrede consensus met ruimte voor keuzes op opleidingsniveau.
  • Docenten ontzorgen, ondersteunen maar zeker niet het eigenaarschap weghalen. Verantwoordelijkheden delen.
  • Uiteraard professionalisering niet door een groot cursusaanbod maar door gesprekken en samen te doen.
  • Ondersteuning van pioniers. Enthousiaste pioniers zullen hun collega’s inspireren.

En goed weten wat er in hogeronderwijsland gebeurt en speelt. Fijn dat SURF al deze verhalen en ervaringen deelt. Zo ook het voorbeeld van de HU: De optimale blend voor flexibel onderwijs bij Hogeschool Utrecht. Mooi hoe zij via hun BlendedLab hun ervaringen delen. Ook zij kiezen voor een ontwerpbenadering van het onderwijs met het spinnenweb van Van den Akker als uitgangspunt. In onderstaande compilatie krijg je een goede indruk van hun proces.

Wat betekent dit alles voor Zuyd / Professional? Marcel van der Klink heeft al enkele globale ontwerpprincipes voor studeerbaarheid en doceerbaarheid op papier gezet, die ik heb aangevuld met de ervaringen van Saxion rondom hun onderzoek naar studiesucces. Tevens heb ik eens even gegrasduind in ‘Het gemeenschappelijk model voor flexibel en vraaggestuurd onderwijs’ (april 2016) waarin ontwerpprincipes voor het gemeenschappelijk onderwijsmodel van de deeltijdpilots zijn benoemd. Daaruit is duidelijk dat werkplek en communities een belangrijke plek krijgen in het onderwijs van Zuyd Professional. Ook is duidelijk dat nog geen handen en voeten gegeven is aan de ‘blend’ van Zuyd Professional. Aan een opzet hiervan ga ik morgen werken. Voor mij is het wel van belang dat zowel qua werkwijze als qua ontwerp de uitgangpunten: Samen Open Delen moeten zijn. Wordt vervolgd.

Groet,
Judith

Studenten leren argumenteren? Gebruik weblog als leertechnologie!

blogtoets

CC-BY GotCredit

Ha Marcel,

Voor de herfstvakantie had ik een leuk gesprek met docent van de faculteit International Business Emmy Nelissen-Pierik over bloggen. Vorig jaar heeft zij voor de eerste keer weblog als leertechnologie ingezet. Ik wilde graag haar ervaringen horen om deze binnen en buiten Zuyd te delen.

Aanleiding

Binnen het Europees beleid speelt economie steeds vaker een hoofdrol. De opleiding European Studies vindt het daarom belangrijk dat hun studenten meer toegepaste economische kennis zich eigen moeten maken. Emmy, docent internationale economie, bedacht daarom een nieuwe economische cursus in het derde studiejaar waarin Europees economisch beleid en vooral een eigen mening hierover vormen centraal staat. Als onderdeel van de cursus moesten de studenten blogberichten plaatsen waarin ze hun mening moeten beargumenteren.

Emmy had zelf nog geen ervaring met bloggen. Op internet is zij gaan zoeken naar voorbeelden en beoordelingscriteria. In een duidelijke studiehandleiding is aan studenten uitgelegd wat van hen verwacht werd. Omdat het voor haar ook nieuw was heeft ze zelf ook een blog aangemaakt om hetzelfde te ervaren als haar studenten. In haar blog beschreef ze haar ervaringen met deze andere vorm van lesgeven.

Het schrijven van blogs

Studenten moesten in groepjes van 3-4 minimaal één blog per week schrijven over economisch beleid in de EU. Zij waren vrij om over hun eigen interesses te schrijven. Met aanvullende literatuur die ze voorafgaande aan elke werkgroep (bijeenkomst) moesten lezen, werd tijdens de les opinievorming gestimuleerd door middel van het aanbieden van een theoretisch kader en praktische informatie. In de 7 weken dat deze module duurde, betekende dit dat iedere student minimaal 2 blogberichten moest posten. Wekelijks moest ook iedere groep aan Emmy een document doorsturen met hierin informatie over hun blogposts, een screenshot van de blogstatistieken, een beschrijving van het aantal blogs, reacties op het blog en hoeveel reacties ze zelf hadden gepost. Tot slot moesten ze zelf reflecteren op hun blogactiviteiten en dit beoordelen op een schaal van 1 tot 5.

  • Studenten werden ook gestimuleerd inhoudelijk te reageren op elkaars blogs en om reacties van experts ‘uit te lokken’.
  • Tijdens elke werkgroep werden de blogposts van de studenten besproken.
  • Iedere student moest een eindblog schrijven over een pittig economisch onderwerp wat individueel beoordeeld werd.
  • De beoordeling bestond uit een gedeeld cijfer van de groeps- en individuele opdracht (50-50).

Ervaring van docent

Bloggen was zowel voor studenten als docent nieuw. Tijdens de werkgroepen ging veel tijd op aan blogtechnische vragen. Studenten moesten bijv ook leren dat als gereageerd wordt op een blogbericht dat je als blogger daar ook weer op moet reageren.

Studenten werden gestimuleerd hun blogs te delen met de wereld te delen. Hoe ze dat slim konden doen met behulp van sociale netwerken waren vaardigheden die studenten nog niet beheersen. Het aanbod sociale media binnen de opleiding is vooral marketing gericht en niet op hoe je persoonlijk met sociale media (zakelijk) kunt profileren.

Op basis van beoordelingskaders die Emmy op internet had gevonden heeft ze dit beoordelingsformulier gehanteerd om de blogs te beoordelen. Als ik dit vergelijk met de rubric van de University of Wisconsin die ik destijds met mijn MLI-docenten heb gedeeld (via) is de verhouding inhoud (60%) en blogpresentatie (40%) vergelijkbaar.

  • Emmy constateerde dat door het bloggen een open sfeer werd gecreëerd onder de studenten.
  • De beoordelingen van de docent en de zelfevaluatiecijfers van de studenten kwamen overeen.
  • Een blog met argumentatie schrijven is wat anders dan academisch schrijven.
  • 80% van de studenten vonden het een motiverende werkvorm.

Ondanks de hoge workload (als docent wilde Emmy graag alle blogs lezen en ook feedback op geven) heeft Emmy de smaak te pakken met bloggen. Binnenkort start ze ook bij een minor van de opleiding Orientaalse Talen en Cultuur met groepsbloggen in een andere variant. Dit keer wordt het gebruikt door een groep studenten om als consultants hun ‘fictieve klant’ te informeren over de voedingsindustrie in de Oriënt.

Deze module Economic policy in the EU wordt dit studiejaar door een andere docent verzorgd. Het zou interessant zijn om de ervaring van deze docent te vergelijken met die van Emmy.

bloggen

Photo credit: Langwitches

Tips

Al pratend heb ik haar nog wat tips kunnen geven:

Bij het groepsblog was niet altijd duidelijk welke student het blogbericht geschreven had. Emmy adviseerde studenten hun naam onder het blog te zetten. In de handleiding staat dat een blog maar aan één e-mailadres/facebookaccount kan worden gekoppeld. In principe klopt dat maar je kunt altijd gebruikers toevoegen. Deze gebruikers kan je de rol geven van beheerder-redacteur-auteur-schrijver-abonne, elk met eigen bevoegdheden. Zo kan elke student die bijdraagt onder eigen naam inloggen, zijn/haar bericht toevoegen en dan wordt bij het blogbericht naast de datum  ook de naam van de bijdrager vermeld.

Emmy merkte dat studenten ook veel vragen over het bloggen hadden, dit ging ten koste van de economische inhoud van haar lessen. Als tip heb ik haar gegeven dat ze ook een een gedeelte van deze economische inhoud ‘flipped’ kan aanbieden. In de vorm van een blogpost. Zoiets kan je voorafgaande aan de lessencyclus al klaar zetten en per week publiceren. Omdat zij in haar lessen vooral actuele economische onderwerpen behandelt, kan dit niet maanden van te voren. Uiteraard hoef je bij het bloggen niet te beperken tot tekst, een video, foto’s of animaties kunnen ook prima hiervoor gebruikt worden.

Emmy kreeg via mail de blogberichten (het wekelijkse formulier) aangeleverd. Dit was soms onoverzichtelijk omdat dit tussen de andere werkmail terecht kwam. Hierbij zou RSS-reader als Feedly een oplossing kunnen bieden. Hiermee is het mogelijk om blogs in mapjes onder te verdelen. Zie Ding 2 RSS op Dingen@Zuyd hoe je RSS ook in je onderwijs kunt inzetten.

Het eindblog moest aan bepaalde eisen voldoen, zoals verplicht 4 woorden gebruiken uit een woordenlijst (goed idee!). Fijn om te lezen dat ook het gebruik van afbeeldingen werd beoordeeld op correct citeren. De eis van 1,5 pagina vind ik zelf niet zo duidelijk. De lengte van pagina bij een blog is afhankelijk van vormgeving. Ik zou eerder aantal woorden als eis stellen.

Wil je meer weten van het gebruiken van weblogs in het onderwijs, zie Ding 1 via Dingen@Zuyd.

Dank Emmy voor het delen van deze succeservaring!
Groet, Judith

Geïnteresseerd in de bijbehorende studiehandleiding? Zie Course outline Economic policy in the EU 2014-2015_student version

“Kwaliteit kost tijd”

Ja Marcel, het was een mooie bijeenkomst vorige week woensdag, de Visieworkshop over onze toekomstige DLWO. En inderdaad het delen moet nu beginnen, zowel door management als door docenten. We hebben jullie al een handje geholpen door een verslag te maken en daarover te bloggen op het blog icto.community.zuyd.nl, het kennisdeelplatform van Zuyd als het gaat om ict in onderwijs en onderzoek.

Ik wil nog wel even extra aandacht schenken op ons blog aan het ‘pareltje’ van het I-team, zoals Harry Renting van SURF hem noemde. Ja we zijn zuinig op hem 🙂 Frans Roovers is in zijn element als hij kan vertellen over hetgeen hij enthousiast over is. En dan worden de 5 minuten die hij van de ‘organisatie’ kreeg snel 13 minuten 😉

Binnen Zuyd wordt door docenten en studenten vaak gemopperd op Blackboard. Het is niet intuïtief (klopt wel) en wordt alleen als opslag van documenten gebruikt (klopt ook vaak). Dat Blackboard als leermanagementsysteem meer potentie heeft, liet Frans zien tijdens de bijeenkomst. Bij het ontwerpen van een cursus is het belangrijk:

  1. een ontwerpteam die elk met specifieke kwaliteiten een Blackboardcursus (of online cursus) bouwt, waarbij minstens 1 ontwerper in het team zit die leertechnologieën adequaat kan inzetten en weet hoe tools werken (of daar nieuwsgierig naar is en het gaat ontdekken) – (zie ook onze aanbeveling nav MOOCZI voor het inzetten van ontwikkelteams) ;
  2. belang van online communicatie en feedback, ik verwijs altijd naar Gilly Salmon die met haar Five Stage Model de stappen laat zien om een klimaat te creëren om samenwerken te bevorderen waardoor beter kennis gedeeld wordt;
  3. het belang van structuur voor studenten. De Blackboardcursus heeft een duidelijke opbouw en vooral de timeline en het overzicht met deadlines bleek gewaardeerd te worden. De timeline heeft Frans met de tool Tiki-Toki gemaakt. Het ziet er visueel prachtig uit. Het is een gratis tool, maar als je het wil embedden in je online omgeving kost een premium account 7 dollar per maand. Frans was zo enthousiast over deze tool dat hij het voor deze pilot zelf heeft bekostigd.
FransRoovers

Klik op de afbeelding voor de presentatie van Frans

Ondanks dat het een arbeidsintensieve module was voor studenten (ze moesten een portfolio opbouwen, aan de hand van 16(!) verplichte opdrachten en een achttal vrije keuze maakten ze een glossy waarin ze aantoonden hoe ze zich ontwikkeld hadden) werden vooral het gestructureerde cursusaanbod en de intensieve online begeleiding van de docenten zeer hoog gewaardeerd. Standaard ontvangen studenten na elke module een evaluatie. De respons op deze OLP8-SW Geschikt / Ongeschikt Basisproef was extreem hoog (75%) en deze Blackboardcursus werd met een 9 gewaardeerd.

Deze module werd door 3 docenten ontworpen en begeleid. Ook voor de docenten een arbeidsintensieve module. Ruim 6x de geplande uren is in deze module geïnvesteerd. Ook buiten de 9 tot 5 uren reageerden de docenten op vragen en stimuleerden ze interactie. Ondanks de ‘boost’ die het hen gaf, is dit met de huidige toegekende uren in de toekomst niet te realiseren. Studenten hebben duidelijk aangegeven dat zij deze opzet graag ook in andere modules terug willen zien. Maar “kwaliteit kost tijd”, zei Frans tegen me. Ik ben benieuwd hoe de faculteit de ervaringen met deze module gaat inzetten in heel hun onderwijs.

Deze very good practice die Frans met ons deelde, horen we mee te nemen in ons verder visietraject DLWO vind ik. Onlangs publiceerde Wilfred Rubens 2 blogpost die hierop aansluiten. In Hoe kun je docenten ondersteunen bij het gebruik van ICT in het onderwijs? refereert Wilfred naar een artikel van Catlin Tucker  die stelt dat weerstand tegen het gebruik van ICT vooral te maken heeft met angst, en niet met verzet om te leren en de praktijk te veranderen. Docenten werken volgens haar bovendien betrekkelijk geïsoleerd, zonder veel ondersteuning. Volgens haar zijn er drie manieren om docenten te stimuleren ICT in het onderwijs te gebruiken:

  1. Creëer een schoolcultuur waarin wordt aangemoedigd dat docenten risico’s nemen en fouten durven te maken. Moedig experimenten aan, leer van ervaringen. Geef geen kritiek als experimenten fout gaan, maar evalueer en verbeter.
  2. Zet lerenden in om docenten te ondersteunen op het gebied van ICT. Vorm ICT-teams die uit lerenden bestaan, en die kunnen worden ingezet om docenten te helpen bij experimenten of bij het oplossen van issues.
  3. Geef ICT-bekwame docenten taakuren om hun collega’s te begeleiden. Benut de expertise van deze vernieuwers en pioniers, en laat hen collega’s op de werkvloer ondersteunen bij het herontwerpen van lessen en bij het geven van feedback.

Allemaal aanbevelingen naar mijn hart, die wij als ‘onderwijsvernieuwers’ ook gesomd hebben op de flap tijdens de Visiongame bij de Visieworkshop DLWO. Terecht zet Wilfred bij het artikel nog wat aanvullende onderzoekende vragen die goed zijn om per team eens nader te onderzoeken.
In het andere blogbericht Hoe creëer je nabijheid bij online leren? verwijst Wilfred naar een onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod. Relationele verbondenheid (één van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci) is belangrijk om lerenden gemotiveerd te houden. Zeker bij online leren moet hier aandacht aangeschonken worden. Bij OLP8 hebben ze dat goed gedaan. Je ziet hier ook meteen waardering voor. In het onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod gaat het vooral om onderwijs aan volwassenen. Aangezien Leven Lang Leren bij Zuyd stevig op de agenda staat, is het goed dit onderzoek ook te bestuderen. De onderzoekers benadrukken het belang van nabijheid dat gerealiseerd wordt dankzij een tijdelijke combinatie van persoonlijke betrokkenheid, omstandigheden (tijd en context) en technologieën (de kenmerken van de leertechnologie). Ik ga hierover in het kader van mijn eigen ervaring bij volwassenonderwijs nog apart over bloggen :).

Dit verhaal van Frans was inspirerend voor de aanwezige docenten die aanwezig waren tijdens de visieworkshop DLWO. Zij wilden graag weer eens op regelmatige basis samen komen om kennis uit te wisselen. Ik wil dat heel graag faciliteren en organiseren, maar twijfel nog over vorm en frequentie. Uiteraard wil ik dat deze kennis ook online gedeeld wordt zodat ook mensen die niet aanwezig zijn hiervan kunnen leren. Wil je daarover eens meedenken?

Judith

geschiktOngeschikt

Blog exporteren

Ha Marcel

Voor de MLI heb ik voor 2 leerarrangementen moeten bloggen. Vorig jaar op het einde van het 2e leerarrangement toen we alles moesten inleveren tbv accreditatiecommissie, werd ons gevraagd alle documenten in PDF op te sturen. Ik heb toen op mijn MLI-blog JOULE4JOU een blogbericht geplaatst hoe je een blog kunt exporteren naar PDF.

Voor het leerarrangement waar ik nu mee bezig ben, bloggen we ook. Nu wordt het wel verplicht je blog te exporteren en in te leveren. Dit is niet zo moeilijk. Zowel bij WordPress als bij Blogger bestaat de mogelijkheid om je blog te exporteren.
Maar dan ontvang je een XML-bestand …. Niet zo handig om te lezen voor je beoordelaars en de accreditatiecommissie 😦

Daar is wel een handig hulpmiddel voor: Blogbooker.

Nu bedacht ik me gisteravond dat ik op JOULE4JOU voor 3 leerarrangementen heb geblogd, terwijl ik over een paar weken alleen de blogberichten van het laatste leerarrangement moet inleveren. Als ik mijn blog exporteer, dan exporteer ik het hele blog.

mmm. Wat nu ? Think. Think….

Daar heb ik nu het volgende op gevonden: Blog exporteren -> XML-bestand via Blogbooker converteren naar PDF -> via PDFtoWord converteren en vervolgens in Word de juiste blogpost selecteren en dat vervolgens weer in PDF opslaan.

Misschien kan het handiger? Heb jij een idee? Voorlopig ben ik het zo van plan. Ik heb er maar even een powerpointje van gemaakt en in Slideshare geüpload. Ook handig voor mijn medestudenten en voor docenten die bloggen didactisch inzetten en blogberichten summatief beoordelen en daarom zo’n 7 jaar moeten bewaren.

Judith

 

Leo Montis over gebruik van video

Dag Marcel,

Leo Montis is een collega van Frans Roovers. Frans is naast I-adviseur ook docent bij de faculteit Social Work. Hij vraagt regelmatig collega’s en studenten informatie te delen rondom inzet van ICT bij Social Work en deelt dit in zijn SW-blog. Zo had hij Leo gevraagd om tips voor gebruik van video in het onderwijs zodat we dat konden delen in onze nieuwsflits. Omdat ik het iets te veel tekst is voor een nieuwsflits, neem ik het op in ons blog en verwijs ik na de zomervakantie naar de videotips van Leo.

freshicon_436

free download @GraphicStock

Tips van Leo Montips

Ik consumeer heel wat documentaires in een maand. Vanuit mijn vakgebied is er gewoon zeer veel te halen omdat bijna elke documentaire wel een sociologische invalshoek heeft. Het is moeilijk te stellen waar ik op selecteer. Ik kijk en de aanknopingspunten met de lessen komen dan vanzelf. Met name documentairenet.nl of geschiedenis24.nl bieden een schat van informatie.

Maar als ik een nieuw college moet samenstellen dan zet ik eerst het raamwerk neer. Ik probeer vervolgens een inschatting te maken wat voor de studenten begrijpbaar is en waar zij ondersteuning nodig hebben. Met name onderdelen waarbij ik een trend door de jaren heen probeer te duiden, een tijdsbeeld probeer te schetsen waarmee zij niet bekend zijn of hen confronteer met een leefstijl die hen niet bekend is (studenten hebben veelal een andere achtergrond dan onze doelgroep) dan kijk ik of beeldmateriaal ondersteunend kan werken. Hierbij hanteer ik wel enkele criteria:

  • Nooit meer dan drie filmpjes per les. Ik heb ook lessen zonder beeldmateriaal.
  • Indien je twijfelt over een filmpje dan doe ik het niet.
  • Nooit langer dan 3 á 4 minuten, of anders met tussenpozen.
  • Nooit een filmpje op zich zelfstaand tonen. Dus altijd terugkoppelen en nabespreken.
  • In het verlengde van bovenstaande. De besproken theorie dient gekoppeld te worden aan het beeldmateriaal.
  • Als ik studenten adviseer een documentaire te kijken pak ik deze de les daaropvolgend altijd terug.

Bedankt Leo. Zie ook Dingen@Zuyd: Ding 4 Videomateriaal zoeken voor meer tips. Ik heb vanuit deze website ook verwezen naar jouw tips 🙂

Groet,
Judith

Erika Diks over webtools

Dag Marcel,

Weet je nog die enthousiaste Erica die vorig jaar vlak voor mijn vakantie naar Nepal bij mij thuis kwam en Dingen@Zuyd wilde inzetten voor de minor HRD? Na veel twitter, blog en e-mailcontact is ons contact na haar training webtools minder geworden. Andere werkzaamheden namen haar en mij in beslag. Deze week was ik mijn mailbox aan het opschonen en kwam nog allerlei mailtjes van haar tegen. Ik heb haar gemaild en gevraagd hoe het met haar ging. En ik een uitgebreide reactie. Hieronder enkele (aangepaste) fragmenten uit haar mail (uiteraard met toestemming):

Ha Judith,

Jij ook hallo! En hoe is het met jou? Leuke vakantieplannen (grote reisplannen)? Als I-team zijn jullie goed aan de weg aan het timmeren!
Maar jij wil natuurlijk vooral weten hoe het op I-nivo is. Niet zo actief als ik zou willen (twitter en blogs lezen is er echt bij ingeschoten :() maar ik heb wel een paar leuke dingen gedaan:

Voor de training Conflicthantering heb ik gepilot met blended learning. De studenten hadden zoals gebruikelijk hun 6 trainingsbijeenkomsten maar de verwerking en toetsing hebben we via blogs gedaan. Iedere student had zijn eigen blog waarop ze iedere week hun reflectie publiceerden. Ik reageerde daar dan wekelijks in enkele zinnen op. Normaal leveren ze aan het eind van de rit een verslag in, maar zo wekelijks via blog extra contact hebben, werkte voor de studenten motiverend en ik kon het ook veel beter volgen en leerde de studenten beter kennen. Daarnaast hadden ze niet aan het eind een live-assessment met een docent als tegenspeler, maar hebben ze 3x, gedurende die 6 weken, rollenspellen moeten opnemen (hebben gespeeld met medestudenten, ouders, vrienden, echt heel leuk!) en op het blog moeten plaatsen. En ze hebben dat echt serieus genomen. Ook was niet alles voldaan, je kanprima bekijken of iemand wel/niet competent is. De studenten waren zelf zeer positief (op 1 na) over deze pilot. Het leerrendement is echt hoger zo.
We gaan hiermee door! In periode 1 doe ik opnieuw een pilot en in periode 3 gaan alle trainers van deze training dit doen.

Ik heb met blogs gewerkt ter ondersteuning van de beroepsopleidende stage (5 maanden, leerjaar 3). Ik had 3 studentes die dit wel wilden proberen. Als ruil hoefden ze geen persoonlijke verslag te schrijven na afloop (wel nog een gewoon stageverslag). In de ene week plaatsen ze een bericht op hun blog, de andere week reageerden ze op elkaars blogs. En ik deed dat dan ook. Ik had gehoopt dat we ook een soort van intervisie konden doen, maar daarvoor hebben ze hun blog niet gebruikt. Het was echt meer een logboek over wat ze deden. Dit was voor mij heel prettig om hen zo te volgen. Ik had een veel beter inzicht in hun stage/competentieontwikkeling nu. Ook vonden de studentes het prettig. Ze stonden zo even stil bij hun stage en ook was het leuk om de andere zo te volgen. Dit houd ik er ook in.

Ik ben nog aan het experimenteren met andere tools zoals WordPress (Erica heeft nu alleen met Blogger gewerkt), kennisclips maken met iPad etc. Ben erg benieuwd. Als je nog tips hebt??!! Dan zijn die zeer welkom!! En ik ga in september de MOOC E-learning van de OU doen!
Dus ja, ik blijf wel bezig. Het gaat gewoon wat langzamer dan ik in al mijn enthousiasme van plan was van de winter. Staan er voor jou nog nieuwe dingen op het programma volgend jaar? Alhoewel jij waarschijnlijk met alle e-dingen voortdurende nieuwe dingen doet.

Leuk om contact te houden!
Groet Erica

Hallo Erica,

Wat leuk dat je me zo’n uitgebreide mail terugschrijft, maar je kent mij 😉 Ik wil kennisdelen dus reageer ik al bloggend.
Dank je wel voor het compliment voor het I-team. Ja, met onze wekelijkse nieuwsflits I for You en onze On Tour’s zijn we zichtbaar geworden in de organisatie, dat was ook het doel!

Ik vind het super dat je gewoon het diepe bent gesprongen door te gaan experimenteren met webtools. En niet zo maar voorzichtig, nee vol er in. De studenten vonden het veel (het was maar een onderdeeltje van een intensieve minor) en niet zo leuk om als ‘experiment’ te worden gebruikt. Maar in hun blogs schreven ze ook dat ze er veel van hadden geleerd (bloggen, wiki’s maken, videoconferencing tools, sociale netwerken, screencasting etc). En dat was nou net jouw bedoeling. Je hebt ze laten ervaren hoe leren en ontwikkeling van professionals ook op een informele manier vanuit hun eigen interesse kan plaatsvinden. Voor een toekomstige HR-professional heel belangrijk om te weten dat je ook op een andere manier kennis kunt delen en kenniscreatie mogelijk is.
Ik vind het wel jammer dat je zelf niet de tijd kunt vinden om te bloggen over je ervaringen, want daar leren andere docenten ook weer zo veel van. Maar ik begrijp het wel, het kost tijd, prioriteiten worden door docenten toch vaak anders gelegd.
Goed dat je de MOOC e-Learning van de OU en Kennisnet gaat volgen, dat ben ik ook van plan. Zullen we onze leerervaring delen?

Ja ik ga ook weer andere dingen doen. De komende week ga ik de dingen@zuyd updaten want het webtoollandschap verandert snel. Daarnaast ga ik studeren! De Master Leren en Innoveren. Daar zal veel tijd en energie naar toe gaan. En ja ik heb weer grote reisplannen 🙂 In oktober ga ik naar de Educause in Anaheim (California USA), een groot internationaal congres over hoger onderwijs, technologie en didactiek. Net zoals 3 jaar geleden ga ik met blogmaatje Marcel en onze partners gaan mee, dus we plakken er ook een vakantie aan. Je hoort hier vast nog over via dit blog.
Tijdens onze vorige Educausereis zijn we ook in Disney World, Universal Studios en SeaWorld geweest. Die Amerikanen zijn goed in prachtige quotes, zoals deze uit Believe-show van Seaword:

Just start somewhere and make a world of difference

Dat heb jij gedaan!
Als je tijd en zin hebt kijk dan samen met je kindjes deze prachtige Shamu-show die ik daar toen gezien heb. Ik heb er zojuist weer van genoten.

To believe in the power of discovery. To connect!

Fijne vakantie.
We will keep in touch!
Judith

Pieter Wouda over blogs

Dag Marcel,

Mijn 3e ‘flip-gast’ is Pieter Wouda. Pieter is docent aan de opleiding Ergotherapie en daarnaast ook key-user Blackboard en ICTO-coördinator voor deze opleiding.
Sinds de migratie Blackboard, versie 9 is er binnen onze elektronische leeromgeving ook de blogfunctionaliteit ter beschikking.

Een weblog kan ingezet worden bij:

  • Samenwerking in groepen, bijv. wanneer studenten in groepen werken aan een casus. In een weblog kan elke student zijn vorderingenbeschrijven; de anderen uit de groep kunnen daarop reageren.
  • Projecten die gedurende langere tijd uitgevoerd worden, bijv. een stage, een serie colleges of het bijhouden van een leesdossier. In een weblog doet de student dan verslag van zijn vorderingen.
  • Reflectie op een onderwerp, bijv. om een actueel onderwerp te bespreken. Een bijzondere vorm van reflectie is het portfolio: in een weblog kunnen studenten hun eigen vorderingen bijhouden en hierop reflecteren.

Pieter heeft deze tool ingezet voor de groepen in zijn cursusomgevingen binnen Blackboard.

Zoals hij vertelt, gebruiken zijn 1e en 2e jaars studenten de blogfunctionaliteit voornamelijk voor het uitwisselen van procesinformatie over het project waar ze aan werken, een sterke e-mailkarakter dus. Ze ervaren de blogtool wel als ‘hun’ plekje om te communiceren over hun project. Pieter koppelt geen beoordeling aan de deelname aan het blog, maar hij krijgt als docent wel een beter inzicht in het groepsproces.

Naast werken met een groepsblog kan je de blogfunctionaliteit ook inzetten als cursusblog. De University of Southampton heeft een uitgebreide webpagina over het gebruik van de Blackboard blogtool. Deze helpt verder bij de eerste stappen. Zo ook de informatie op de Dr. Blackboard site van Zuyd:

Onlangs las ik op HANovatie over Blogs als toetsvorm. Interessant om over deze vorm van peer assessment te lezen.

Judith

Ilse Meelberghs over Twitter

Hoi Marcel,

Ilse Meelberghs, docent bedrijfseconomie van de faculteit HEAO, Financieel Management van Zuyd Hogeschool, heb ik leren kennen via Twitter. Zonder dit medium had ik haar waarschijnlijk nooit ontmoet. Zij wil van leren een feestje maken, zo staat op haar twitterprofiel te lezen. Ze is onlangs ook begonnen met bloggen, haar mooie posts zijn te lezen op De Lerende Docent (geweldige titel!). Zij heeft twitter in haar lessen geïntroduceerd, ze vindt het een geweldig medium. Kortom een vrouw naar mijn hart!

De eerste ervaring van Ilse met twitter in haar lessen is geen succesverhaal, maar ze laat zich hierdoor niet uit het veld slaan. Hoewel de studenten het medium nauwelijks hebben gebruikt, ziet zij de enorme kracht van dit medium om zowel kennis te (leren) delen en te (leren) communiceren.
In een verkort VWO-traject (24 studenten) heeft ze geprobeerd om met behulp van twitter een leercommunity te bouwen, iets waar zij erg in gelooft. Ilse was mentor van deze groep, gaf managementvaardigheden en bedrijfseconomie.

Tips van Ilse:

  • zorg dat je als docent vertrouwd ben met het medium (oefen een half jaartje);
  • geef studenten vooraf een instructie (papier/digitaal/filmpje)  hoe ze een twitteraccount aanmaken, dit kost in de les te veel tijd. Gebruik deze tijd om uit te leggen hoe  je dit medium kunt gebruiken;
  • laat studenten die niet bekend zijn met het medium in eerste instantie met beschermde accounts werken (veilige leeromgeving), ondanks het nadeel dat je tweets van beschermde account niet kunt retweeten;
  • hoewel de voorgeschreven hashtag (#klasnummer) niet werd gebruikt, is dit wel een goede manier om de tweets te bundelen;
  • introduceer twitter aan het begin van het studiejaar zodat je kunt bouwen aan die leercommunity.

De droom van Ilse is nu niet uitgekomen. Ze had gehoopt dat studenten als lesvoorbereiding ook interessante artikelen met haar zouden delen. Ilse gelooft in een leercommunity, dus ze gaat het komend studiejaar zeker weer proberen.

Bedankt Ilse voor het delen van je ervaringen. Het is ook goed om te weten dat inzetten van sociaal media niet altijd zonder slag of stoot gaat. Ik las pas het verhaal van Universitair docent Prof. Dr. Wolter J. Mooi. Hij gebruikt naast Twitter ook Facebook en You Tube voor contact met zijn studenten, hij zegt dan ook: Docent, laat je gezicht zien! Daar ben jij goed mee bezig. Chapeau!

Als jij, docent van Zuyd, ook wilt weten of twitteren voor jouw onderwijs een meerwaarde kan zijn, meld je dan bij scholing@zuyd.nl voor een workshop twitteren [infonetlink]

Tot tweets!
Judith

Evenlien van Limbeek over wiki’s

Hoi Marcel,

Wij kennen Evelien als enthousiast deelnemer van de eDingencursus van Zuyd. Tijdens de Onderwijsdagen vertelde ze me dat ze wiki’s in het onderwijs had ingezet. Daar wilde ik graag wat meer van weten.

Evelien van Limbeek is docent-onderzoeker bij de Academie Verloskunde Maastricht.
Studenten moeten voor haar minor Gezondheidsbevordering theorieën bestuderen. Dit ervaren studenten als taaie stof. Toch is kennis hiervan noodzakelijk om interventie te kunnen ontwikkelen waarbij ze gebruik moeten kunnen maken van methodes en theorieën. Evelien heeft de wikifunctionaliteit binnen Blackboard gebruikt om dit leerdoel te bereiken.

Voorheen werden deze methoden en theorieën in PGO-onderwijsgroep bestudeerd. Evelien vond dat de studenten door inzetten van de wiki actiever met de stof bezig waren en deze beter beheersen en daarmee een betere keuze konden maken in de ontwikkeling van hun gezondheidsbevorderende interventie. De studenten konden in het afsluitend college aan de hand van de wiki de kennis goed over te dragen aan hun medestudenten. Tijdens dit college werd in tegen stelling tot wiki volop gereageerd, het samenwerkend leereffect is iets dat Evelien een volgende keer wil bereiken.

Blackboard wiki

Evelien heeft geen beoordeling (via Grade Center) aan de wiki’s gekoppeld, omdat dat in het kader van deze minor niet heel zinvol was. De beoordeling zat hem in het eindproduct waarin ze lieten zien dat ze verschillende competenties kunnen combineren om zo te komen tot een goed ontwikkelingsplan van een interventie.

Meer informatie over wiki’s binnen Blackboard is te vinden op Dr.Blackboard site van Zuyd 

Evelien introduceert ook andere web2.0 tools bij haar collega’s, bijv. Yurls. Hierover zal ik Evelien een andere keer ‘flippen’ 🙂
Dank je wel, Evelien!

Judith

Kennisclips flippen

Hoi Marcel,

Zoals ik al eerder heb geblogd, wilde ik graag aan de slag met kennisclips zoals Wilma van den Brink (Mediatheek HvA) doet.
Maar het viel nog niet mee.

Het regelen van een flipcamera via de AV-dienst Heerlen was natuurlijk geen probleem. De collega legde me helder uit hoe het werkte. Het is een heel simpel te bedienen apparaatje. Eén druk op de knop en de opname start. Je kunt er zo’n 2 uur mee filmen.
De opname is dmv een USB aansluiting heel simpel over te zetten naar je computer/laptop.

Het is meer dat ik me er een beetje ongemakkelijk bij voelde.
De eerste opname heb ik de flip op het bijgeleverde statiefje geplaatst omdat ik niet zo goed wist, hoe ik het in een gesprek moest gebruiken, vast moest houden. Het voordeel is dat het hele gesprek opgenomen is en daarmee alle informatie heb. Maar ik had de flip ‘en profil’ geplaatst, dat is voor een kennisclipje niet handig. Een boodschap komt beter over als er rechtstreeks in de camera wordt gekeken.
De tweede opname heb ik dat wel gedaan. In plaats van de flip op statief te plaatsen en het hele gesprek op te nemen, heb ik eerst het gesprek gevoerd en vervolgens de essentie van het gesprek opgenomen. Het nadeel is dat degene die geïnterviewd wordt nogmaals antwoord moet geven op de vragen.
Ik vond het ook lastig om de flip vast te houden, in het venstertje te kijken en een gesprek te voeren (hoe doet @fransipani dat toch?)
Het meest confronterende vond ik toch wel mijn eigen stem te horen, die heb ik er nog maar even tussenuit geknipt. 🙂

Ook dat, het bewerken van een filmopname, had ik nog nooit gedaan. Ik heb hiervoor Windows Live Movie Maker gebruikt. Na wat foute bewerkingshandelingen (ik was wel zo slim om een kopie van de opname te maken), het kiezen van een thema, overgangen tussen opnames en met hulp van @techybear had ik na een paar uur fröbelen mijn eerste 4 minuten kennisclipje klaar.
De opname heb ik vervolgens geupload naar mijn YouTube account. Collega Frans vertelde dat je via YouTube ook nog filmpjes kunt bewerken, dat heb ik verder nog niet bekeken. Je moet wel (zoals ik eerder blogde) uitkijken met het uploaden van film met (achtergrond)muziek, YouTube screent voor een groot aantal auteursrechthebbenden de muziek bij het uploaden.

In ons blog is  nu een nieuwe rubriek toegevoegd shared2use. Binnen deze categorie worden ervaringen van docenten met Zuyd met web2.0-tools verzameld. Morgen wordt de  eerste gepubliceerd: Evelien van Limbeek over wiki’s. De opname van Ilse Meelberghs over twitter moet ik nog bewerken, deze volgt binnenkort.

Het is leuk om op deze manier docenten te vragen naar hun ervaringen met ICT in het onderwijs. Als ICTO-adviseur leer ik hier veel van, en zij kunnen mij weer van alles vragen. Cocreatie daar draait het om. Of zoals collega Jack het in zijn fantastisch goed beoordeelde essay Help! De stroom valt uit verwoordt:

Stroom: in-, door- en uitstroom van medewerkers, doorstroom van studenten, ‘stroom’ als stromen van kennis in netwerken, stroom als streaming van audio en video, stroom om digital media in de lucht te houden en vooral de alsmaar versnellende stroom van nieuwe ontwikkelingen in technologie en maatschappij.

streaming

@tom-b

Laat maar stromen die kennis!
Judith

%d bloggers liken dit: