Categorie archief: Technologie-ondersteund leren

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Re: Wat worden de belangrijkste ontwikkelingen op het gebied van Internet of Things? (by: Wilfred Rubens)

Ha Judith,

Naast jou een van de meest productieve edubloggers: Wilfred Rubens schreef eerder vandaag in zijn blog dat hij denkt dat IoT binnen het onderwijs niet doorbreekt in 2018 (lees: https://www.te-learning.nl/blog/wat-worden-de-belangrijkste-ontwikkelingen-op-het-gebied-van-internet-of-things/)

Tja, wat mij betreft hangt mijn reactie af van de definitie van “doorbreken”. Is de doorbraak van Max Verstappen zijn eerste formule 1 race in de Toro Rosso, zijn eerste WK punten, zijn legendarische eerste overwinning in Spanje, zijn tweede seizoen met twee overwinningen of zijn eerste Wereldkampioenschap?

Een van mijn voornemens in 2018 is om samen met studenten het kennisecosysteem neer te zetten waarmee learning analytics te gebruiken is voor studenten en docenten om leeractiviteiten en het leerproces beter te maken. Het idee is dat ik dan in september of november een eerste test ga doen in de klas. Noem het de eerste vrije training van Max, ik geloof in Japan. Ik voel me dezelfde “ervaren Rookie” die hij was bij die training. En pretendeer zeker niet uit te kunnen groeien tot zijn klasse. Maar ik geloof wel in mijn team van studenten, collega docenten en collega onderzoekers dat we onze Toro Rosso mee kunnen laten doen.

Over vier weken mag jij en Wilfred de eerste proefrondjes van het IoT deel zien. Vijf groepen HBO-ICT (en omstreken) studenten presenteren dan hun IoT proof of concepts. Over twee van de groepen heb ik al eerder geblogged. Dat wat ik gezien heb stemt me positief, in ieder geval vrolijk. Wilfred heeft gelijk, het is niet eenvoudig om de data van smartphones, laptops, active board, smartwatches en allerlei sensoren op te slaan, te verwerken, te analyseren en visualiseren. Maar de studenten proberen het. Met een lectoraat Data Intelligence, een lector Internet of Everything, minoren als IoT, intelligente systemen, Business Intelligence andere lectoraten rondom Data Science maar ook Smart Gadgets en lectoren en lectoraten met passie voor onderwijs kunnen we echt wel mee-racen met deze ontwikkeling. Ik beloof voorbeelden en ideeen in 2018. Ik beloof ook experimenten. Of dat dan een doorbraak wordt?

Tja dat ligt alleen aan de definitie van “doorbraak”.

Groet Marcel

5 student teams working on classroom IoT

Hi Judith,

In the previous post (link: post is in Dutch) I told you that currently five teams of students are working on an IoT for learning activities proof of concept. IoT, for those who don’t know, stands for Internet of Things. With smart sensors, existing data-indicators and controllers, environments are being monitored and possibly influenced as smart as possible. In the course we are running now three different cases are presented: “Assisting elderly and their care-takers in living longer in their own home by IoT”, “Management of spaces, energy, costst of large (school)buildings”, and “LA4LD IoT”.

I am involved in all the groups but as a customer specially involved in the LA4LD IoT solution. Students should present to me a proof of concept that is applicable at Zuyd or the student’s home at the end of the course. I have five teams of students working for my assignment and I am very pleased by their enthusiasm and ideas. Students are in the proposal phase of the projects and after the holiday they have to build their proof of concept with IoT gadgets and tooling. At the HBO-ICT they don’t have to solder but can use solutions like the raspberry PI, Z-Wave or other domotica sets commercially available. They have to learn using, adapting and implementing them in the environment of the customer and then find a smart way to cope with the data or visualize the data according to the wishes of the client.

In my case they have to take into consideration that the things I want to have measured are either needed to improve the learning activities for all students or the learning process of an individual student. Some of them even embrace research and solutions of environmental control (i.e. a room with a specific kind of temperature is most suited for learning efficiency). I’d like to give you a first glimpse of the ideas of two of the five groups.

Remember I specifically asked for a proof of concept that would be implementable in one or more rooms at Zuyd University before 1-9-2018.

Table 1. Idea: IoT in higher education

In the first example a classroom setting is chosen. The actions and possibilities are described in Dutch but the idea is clear. Fun part is that they have chosen to implement a Bluetooth beacon and that I had to stop them in multiple occasions, because they were coming up with ideas to use that Beacon to improve the interactive experience in the classroom. Great examples and definitely worth further exploring, but in my case it is about getting information on the learning activities designed and the learning process at hand and trying to improve both by informing students and teachers.

Table 2. Idea: IoT in Higher Education workplace of a student

In the second example I got surprised by the students, because they took up the challenge of looking into the ‘private’ workspace of the student at home (or in a library). They came up with a desk-setting and a tooling (which name I shall not tell at this moment) that is portable and can be moved and set up anywhere.

Both groups have made a bigger presentation on what they are going to do with the data and how the data indicators relate to either learning activity design or the learning process.

The groups are half way their course and still have some time to work further on this. I already bought a Raspberry Pi, a Pi cam and some sensors (still have to be delivered) so that they actually can build a set up for me to use.

I hope that the students find a way to connect with the great research done on these topics. My colleague at the OU, Daniele di Mitri (http://hdl.handle.net/1820/7525 http://hdl.handle.net/1820/7951) and former colleagues Jan Schneider en Peter van Rosmalen (http://hdl.handle.net/1820/5571) have done several experiments on sensors, multi-modality and learning. Not always to get a broader picture of the design of the learning activity (sometimes on the learning process or learning experience) but worth of reading and using. Let’s see if some of them read this blog ;).

In my LA4LD project these are the first steps in this area. As we have a lector smart devices and a lector Internet of Everything at Zuyd there are a lot more steps to take. I am looking forward to tell you about them.

With kind regards,

Marcel Schmitz

Lang leve leren

Marcel, heb jij al eens gehoord van De Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT) . Ik kwam deze website per toeval tegen omdat ik geïnteresseerd was in een publicatie over hoe technologie ons leren beïnvloedt. STT rondt jaarlijks 3 toekomstverkenningen af. Ze hebben ook een project over datagedreven leven.

66 Topbestuurders en managers uit het bedrijfsleven, onderwijs, overheid, wetenschap en het ‘maatschappelijk middenveld’ zijn via een Delphi methode (lijkt veel op onze GCM-study) naar hun toekomstverwachtingen tav onderwijstechnologie (EduTech) ondervraagd. Met als doel het analyseren van toekomstbeelden waarover wel en geen consensus bestaat.

De respondenten zijn wel techo optimisten hoor 🙂

Klik op de afbeelding om deze te vergroten

Zij zien Virtual Reality,  Kunstmatige Intelligentie, MOOC’s én Learning Analytics (!) als breakthrough technologies. Per kerncomponent (lerende, docent, onderwijsinstelling, curriculum, leeromgeving, toetsen) zijn toekomstbeelden voorgelegd. De respondenten hebben aangegeven wat ze wenselijk vonden en binnen welke tijd dit gerealiseerd zal zijn.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten

In tegenstelling tot sommige onderwijsonderzoekers (zie mijn vorig blog) vinden deze bestuurders 21st century skills wel belangrijk 🙂 Alhoewel het niet is weggezet tov kennis. Het uitgangspunt van deze toekomstverkenning was leren en niet onderwijs. Leren als proces en niet als product (de kennisoverdracht). En hebben de beschrijving van sociaal-constructivist Bruner daarbij gehanteerd

Leren gaat om een onafgebroken proces van participatie waarbij we interacteren met de wereld en deze proberen te begrijpen.

klik op afbeelding om deze te vergroten

Voor deze respondenten blijft belangrijk:

  • De menselijke maat blijft nummer 1
  • Een leven lang leren moet voor iedereen mogelijk zijn
  • Voorkom dat er een ‘one-size-fits-all’ benadering komt
  • Focus bij invoering van onderwijstechnologie op docenten
  • De infrastructuur moet op orde zijn

Ik kan me hier wel in vinden 🙂

Na achterlaten van je e-mailadres is de publicatie te downloaden.

Groet,
Judith

Doctoral Consortium European Conference Technolgy Enhanced Learning 2017

Ha Judith,

Vorige week heb ik de European Conference Technology Enhanced Learning bezocht. Daar heb ik een aantal zaken gedaan: een doctoral consortium, poster presentatie, lezingen bezocht, zaalvoorzitter gespeeld en zelf een presentatie gehouden. Ik zal de komende dagen over al deze activiteiten bloggen. Allereerst het doctoral consortium. Dit is een sessie in twee dagdelen waar PhD studenten voor konden inschrijven en waar PhD studenten, Professoren en eventueel andere bezoekers reageren op het onderzoek of onderdelen van het onderzoek die gepresenteerd zijn.

Mijn eigen bijdrage (inschrijving) is min of meer een overzicht van mijn gehele onderzoek en gaat dus over hoe we een learning analytics tool kunnen maken dat specifiek gericht is op learning design en gedurende een cursus feedback geeft die docenten en studenten verder helpt.

Paper Doctoral Consortium

Presentatie:

De belangrijkste vragen die ik vanuit de zaal heb gekregen zijn:

Q1: Waar zitten de metacognitieve competenties nu precies? Het lijkt alsof je ze meeneemt ook al in het ontwerp, maar dat ze ook later nog eens terugkomen.

A1: Het idee is dat de metacognitieve competenties (de competenties nodig om leren te leren) getriggerd/geprikkeld/gestimuleerd (goede woord moet nog gezocht worden) worden door het Learning Dashboard dat studenten en docenten gaan gebruiken gedurende de cursus. Omdat ik heb aangegeven dat het goed zou zijn dat je op het moment dat je onderwijs gaat ontwerpen je al rekening houdt met de metacogntieve competenties ontstond er verwarring. Op de manier zoals we bij de Faculteit ICT het onderwijs hebben ingericht (en ik denk dat het overal wel zo is) houden we bij het ontwerp van het onderwijs zeker rekening met deze competenties. Echter ik denk dat we ons er soms niet bewust van zijn en de student er zich ook niet van bewust van is. Ik snap in ieder geval de verwarring en daarmee de vraag en moet in mijn ‘verhaal’ daar meer duidelijkheid in brengen

Q2: De grenzen tussen Learning Analytics en Learning Design zijn vaag en waar ik ben je nu precies mee bezig?

A2: Op het tussengebied, en als het goed is dan vervagen die grenzen helemaal. Ik denk dat het er voornamelijk over gaat zowel de ontwerpers van het onderwijs als naar diegene die de data verzamelen om daarna slimme dingen met die data te doen te wijzen op elkaars wereld. En een omgeving te creëren waar bij beide partijen rekening houden met de ander voordat ze starten met hun ding te doen. De werelden bij elkaar brengen in een praktijk gericht onderzoek samen met de studenten en docenten van de Faculteit ICT. En dan kijken als we dat proberen of er dan ook iets uit komt?

Weer een nieuwe stap in het leven als PhD, maar wel een die ik zeker ga herhalen (zegt ook de docent in me). Jammer genoeg waren de sessies gelijk met andere projectworkshops en een industry track. Het is mooi om veel feedback te krijgen, maar ik kan me voorstellen dat het werken aan projecten ook leuk is voor diegene die al langer in het werkveld/onderzoeksveld zitten.

Tot zo ver voor nu.

Groet Marcel

DC4E, een verrijkt procesmodel voor blended onderwijs ontwerpen

Hi Marcel,

Het afgelopen schooljaar hebben we mooie dingen gedaan in het Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren (TOL). Zo nu en dan hadden we echt het gevoel dat we vlogen. Onder de bezielende leiding van lector Hendrik Drachsler heb jij als promovendus al je eerste artikel bijna gepubliceerd. Ik heb me vooral bezig gehouden met het samenstellen van een ‘verrijkt’ procesmodel voor het ontwerpen van blended onderwijs en het vormgeven van de website voor het lectoraat: tol.zuyd.nl. Jammer voor ons, maar geweldig voor Hendrik, hebben wij vorige week al afscheid moeten nemen van onze lector. Hij heeft een baan aangeboden gekregen en geaccepteerd als hoogleraar educatieve technologieën bij de Goethe Universität in Frankfurt ism het Deutschen Institut für Internationale Pädagogische Forschung. Deze functie combineert hij met de functie hoogleraar Learning Analytics bij de OU. Super voor hem! Hij vliegt verder 🙂 Maar wij ook! De kenniskring gaat in ieder geval verder met het doorontwikkelen van de Design-Cyclus for Education (DC4E).

Met gepaste trots deel ik op ons blog de link naar tol.zuyd.nl/dc4e. Ik mag wel zeggen dat ik steeds benadrukt heb het belangrijk te vinden het model open en zo gebruiksvriendelijk mogelijk te delen. De laatste weken heb ik daarom veel tijd besteed om dit vorm te geven op de website van het lectoraat TOL.

Samen met onze collega’s van de kenniskring, hebben wij dit procesmodel in eerste instantie ontwikkeld voor de ontwerpers van blended onderwijs voor Zuyd Professional, het flexibele deeltijdonderwijs van Zuyd. De cyclus loodst docenten stapsgewijs door het (her)ontwerpproces van modulair onderwijs. Elke stap is verrijkt met hulpmiddelen en voorbeelden die de docent ondersteunen bij het maken van ontwerpkeuzes.

Waar ik ook trots op ben is dat wij de DC4E-cyclus ontwikkeld hebben in nauwe samenwerking met de werkgroepen toetsen en valideren, blended onderwijs en intake & coaching van Zuyd Professional. Ook de lectoraten Professionalisering van het Onderwijs en Professioneel Beoordelen hebben feedback gegeven op dit model. Als kenniskring hebben we nu een eerste versie van het model gepresenteerd. Net zoals bij ontwerpen hoeft ook een model niet meteen perfect te zijn, er is ruimte voor verbetering. Aan de hand van gebruikerservaringen willen wij het model continu doorontwikkelen. Het zal natuurlijk ook worden uitgebreid met meer ‘tools’ en mooie praktijkvoorbeelden.

Het ontwerpen van blended flexibele deeltijdonderwijs staat natuurlijk niet los van het ontwerpen van blended onderwijs van het regulier bachelor onderwijs. Veelal zijn dezelfde docenten betrokken bij ontwerpprocessen. Kenniskring TOL beoogt met dit model ook een kader te bieden voor een gezamenlijke taal waarmee onderwijs(her)ontwerp gedeeld en gecommuniceerd kan worden. We hopen dat dit binnen Zuyd een breed gedragen ontwerpcyclus gaat worden. Ik zal vanuit mijn nieuwe rol als coördinator van het cluster onderwijskundige ondersteuning van de Dienst Onderwijs en Onderzoek dit model binnen ons advies- en ondersteuningswerk zeker overal binnen Zuyd introduceren.
Na de zomervakantie dan 🙂

Groet,
Judith

De DC4E cyclus voor het ontwerpen van blended onderwijs: Feiten, kennis, en best practices voor het ontwerpen van succesvolle blended learning strategie binnen Zuyd Professional.
Versie: 1.0, juli 2017

Kenniskring Technologie-Ondersteund Leren:
Evelien van Limbeek, Judith van Hooijdonk, Didi Joppe, Chris Kockelkoren, Peter Ebus, Marcel Schmitz, Peter Sloep, Hendrik Drachsler
Met bijdrage van:
Ankie van de Broek, Marcel Graus, Jeanine Schmeitz, René Claassen, Dominique Sluijsmans

Wat is de houdbaarheid van het onderwijsstelsel?

Hallo Marcel,

Tijdens de studiedag over flexibilisering in het hbo kwam het heel even ter sprake: de houdbaarheid van het hoger onderwijsbestel. Dit was de kern van het artikel in de NRC dat ik enige tijd geleden las, en een dag later nog uitgebreider op ScienceGuide verscheen. Als gevolg van de digitalisering (denk aan content dat open en online beschikbaar is), virtual en augmented reality, de blockchain technologie, de big data intelligence verandert de wereld om ons heen. Wat heeft dit voor invloed op het hoger onderwijs? Nu, in de nabije en verre toekomst?

Nu kunnen studenten al online onderwijs (MOOC’s, SPOC’s) volgen bij andere onderwijsinstellingen. Het opbouwen van een individueel curriculum, persoonlijke leerpaden gaat niet zonder slag of stoot. Dat heb jij twee jaar geleden al verwoord in je blog ‘Hoe een student een MOOC vangt‘. En volgens mij (correct me if I’m wrong) is de situatie bij Zuyd nog niet veranderd. Dat ligt *imho* oa aan het feit dat binnen onze onderwijsinstelling nog niet zo veel aandacht is voor open education(al resources). Dus ja, studenten kunnen hun persoonlijk curriculum bij elkaar ‘spoccelen’. Echter dit is vanwege allerlei procedurele hobbels alleen voor de volhouders weggelegd. Het flexibele deeltijdonderwijs met het leerwegonafhankelijk toetsen bij Zuyd Professional zou dit wellicht beter moeten kunnen faciliteren.

Toch ziet Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar aan Universiteit Leiden en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, deze ontwikkelingen met rasse schrede naderen en en vroeg de regering hoe dit zich zal verhouden tot de mogelijkheid en wenselijkheid om toezicht te houden op de kwaliteit en doelmatigheid van het hoger onderwijs. Zijn wij hier op voorbereid? En past dit ‘spoccelen‘ van een student binnen de wet? Wat betekent dit voor de begrippen onderwijsinstelling, opleiding, diploma die nu nog door de wet worden beschermd? En voor kwaliteitstoezicht? Voor de bekostiging? Hoe erken je het niveau van een online cursus in binnen of buitenland?

Citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Als digitaliseren het nieuwe internationaliseren is, is de docent de nieuwe instelling. De SPOC wordt de nieuwe MOOC en virtual augmented reality de nieuwe international classroom. Als de zelfgekozen weg langs docenten het nieuwe curriculum is en als het individueel opgebouwde portfolio het nieuwe certificaat is, wat betekent dat dan voor de zekerheden die we als vanzelfsprekend achten?

Ook volgens Bert van der Zwaan, rector van Universiteit Utrecht, zijn de eerste tekenen van de verandering zichtbaar. Hij stelt in zijn recente publicatie ‘Haalt de Universiteit 2040?’ de vragen over de rol en taak van de universiteit in een samenleving waar kennis ‘omnipresent’ is. Wat betekent dit voor de vorm en organisatie van het wetenschappelijk onderwijs (minder onderwijsgebouwen, het opzetten van een Nederlands-Belgisch kennishub)? Ook hij heeft, zoals ook in de trendrapporten over open onderwijs van SURF, over ‘unbundling’ van onderwijs, de nieuwe onderwijsvormen die ontstaan door open onderwijs. Hij voorziet nog wel campusonderwijs voor de eerste jaren van een studie vanwege het vormende effect van studeren in een community. Maar wat betekent het steeds meer online leren en samenwerken voor de sociale cohesie?

Een debat over het onderwijsstelsel en de bekostiging is nodig, zeggen beide heren. De voorzitter van de Studentenvakbond heeft inmiddels gereageerd en noemt het geschetste toekomstbeeld “een cynisch strategie om de geest rijp te maken voor gigantische onderwijsbezuinigingen”. Het ‘spoccelen’ van losse cursussen wordt door hem niet gezien als het samenstellen van een eigen leerroute maar het in de steek laten van een student. De waarde van ontmoeten en samenwerken wordt opgeofferd, zegt de voorzitter. Daar lijkt toch wel aandacht voor te zijn volgens een ander citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Daarom zullen wij moeten kijken hoe wij zorgen dat we onze studenten ook in de digitale leeromgeving de zo noodzakelijke sociale inbedding, het persoonlijke contact en de extra-curriculaire community en microkosmos blijven bieden die nu bijvoorbeeld campus of studentenvereniging heet. Die zijn immers essentieel in hun Bildung en sociaal-culturele vorming. Daar hebben we de studenten zelf hard bij nodig.

Sluit de experimenten in het hoger onderwijs met flexiblisering, flexstuderen, leerwegonafhankelijk toetsen wel aan op behoefte van studenten, vraag ik me dan hardop af. Vast niet bij elke student. Mijn ervaring is dat de gemiddelde student een behoudend beeld heeft van onderwijs. Ook Tycho Wassenaar beschrijft dat in zijn column in de laatste ‘Personalised Times’ (zie editie 0 en de gebundeld de edities 1 t/m 5), een uitgave van SURF. SURF is onlangs met een groep bestuurders uit het hoger onderwijs op studiereis geweest naar Boston. Het thema van de reis ‘gepersonaliseerd leren’. Het gezelschap ziet de urgentie om gezamenlijk een visie te ontwikkelen op onderwijs en technologie. Samen met VSNU en Vereniging Hogescholen wordt nu een voorstel gedaan voor het organiseren van de bestuurlijke dialoog en sturing.

De bestuurders zien het deeltijdonderwijs als een broedplaats voor  stapelbare microcrendentials, het effectief inzetten van technologie en het daadwerkelijk invulling geven aan onderwijskundige en cognitieve inzichten in wat effectieve leermethoden zijn.
Dan zitten we bij het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd dicht aan het front, onze focus is immers het deeltijdprogramma Zuyd Professional 🙂 En uiteraard zal jij met je promotieonderzoek ook een steentje bijdrage aan gepersonaliseerd leren!

De dialoog moet niet alleen op bestuursniveau worden gevoerd, maar ook met en tussen docenten. Hoe de toekomst eruit komt te zien kunnen we niet voorspellen. De snelheid van technologische ontwikkelingen is een feit. We kunnen de toekomst verbeelden, zoals Jane McGonigal adviseert, waardoor we meer (be)grip krijgen op het gezamenlijk vormgeven van het hoger onderwijs.

Judith

Learning Analytics helpen docenten in onderwijsproces

Hoi Marcel,

In het decembernummer van OnderwijsInnovatie staat het artikel Learning analytics helpen docenten in het onderwijsproces van Anouschka van Leeuwen en Rianne Poot. Het artikel beschrijft een onderzoek bij een bachelorcursus binnen de opleiding Onderwijskunde aan de Universiteit Utrecht. Deze cursus is vormgegeven volgens het Flipped Classroom-model. De interactie tussen docenten en studenten vindt voornamelijk plaats tijdens de werkgroepen. In dit onderzoek hebben ze docenten learning analytics aangeboden om hen te ondersteunen bij het monitoren van studenten.

fc_la

Op het moment dat docenten en studenten elkaar ontmoeten tijdens de werkgroepen is er al een diversiteit onder de studenten wat betreft voorbereiding en ondernomen activiteiten. Het doel van de learning analytics was om docenten te voorzien van informatie over deze activiteiten zodat zij geïnformeerd naar de werkgroepen gaan.

Data over het kijken van kennisclips en het inleveren van toetsvragen werden automatisch gegenereerd. Deze data geven echter geen compleet beeld van het leerproces van de individuele student en het samenwerkingsproces. Daarom werd nog dmv korte anonieme vragenlijsten wekelijks extra informatie verzameld om meer affectieve data en data die betrekking hadden op het groepsproces te verkrijgen. Deze vragen gingen over:

  • aantal leesuren
  • onderwerpen waarover studenten het meest hadden gelezen
  • tevredenheid over communicatie binnen de groep
  • tevredenheid over participatie binnen de groep
  • inschatting van betrouwbaarheid van groepsleden
  • mate van overeenstemming binnen de groep
  • vertaling kunnen maken van model naar groepsopdracht
  • voortgang van groepsopdracht

Studenten konden ook opmerkingen over individuele of groepsvoortgang toevoegen.

De docent kreeg wekelijks per werkgroep een rapportage. Hierin stonden geen gegevens van individuele studenten zodat privacy was gewaarborgd. Docenten hielden een logboek bij en aan het eind van de cursus zijn zij bevraagd over de zinvolheid van deze rapportages en wat zij met de informatie hebben gedaan.

dr_la

Docenten gaven aan dat zij (monitoren)

  • een goed overzicht hadden van de activiteiten van de studenten
  • gemiddelden tussen werkgroepen konden vergelijken
  • inzicht hadden in voortgang in samenwerking
  • een objectiever en vollediger beeld hadden van studenten

Op basis van de rapporten werd ook daadwerkelijk gehandeld (interventie):

  • complimenteren
  • confronteren, met beeld van de rapportages
  • aanpassen, meer uitleggen indien nodig.

De pilot was succesvol te noemen en het onderzoek wordt voorgezet. Een drietal tips van de onderzoekers

  1. ontwikkel een mix van cognitieve en affectieve maten die aansluit bij de behoefte van docenten (zie ook bericht The global search for education: would small data mean big change?)
  2. reserveer voldoende tijd voor het opzetten van learning analytics
  3. maak vaste afspraken in het team om de uitkomsten van het learning analytics-rapport te bespreken.

Groet,
Judith

Bloggen in het onderwijs

bloggenonderwijsHoi Marcel,

Fontys collega’s Tons Fleuren, Daniëlle Quadakkers en Mia van Rijsewijk hebben een mooie publicatie voor hun organisatie samengesteld: Bloggen in het Onderwijs. Handvatten voor de inzet van weblogs. Beschikbaar via HBO-Kennisbank onder CC-BY-NC-SA licentie, dus ook te gebruiken voor / door ons. Ik heb m inmiddels ook al toegevoegd aan het item ‘weblogs’ op onze Dingen@Zuyd.

Na een theoretische verkenning van de didactische inzet van weblogs in het hoger onderwijs volgen didactische toepassingsmogelijkheden (diverse typen portfolio’s) van weblogs als de technische (software zelf kiezen of via Fontys aangeboden) en juridische aandachtspunten (privacy, auteursrecht, beoordeling, accreditatie). Daarnaast worden keuzes, mogelijkheden en uitdagingen beschreven.

In dit blog wil ik nog inhoudelijk op deze uitgave ingaan. Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een super goed initiatief vind van mijn Fontys-collega’s van Dienst Onderwijs en Onderzoek. Vanuit de vragen die er zijn naar het didactisch inzetten van weblogs is deze uitgave tot stand gekomen. Dat het als boekwerk in de organisatie is verspreid, is te zien aan de digitale versie van deze publicatie. Volgens mij is de digitale drukversie beschikbaar gesteld, de pagina’s staan helaas niet in een leesbare volgorde. Dat is jammer voor degene die dit soort publicaties toch liever digitaal beschikbaar hebben.
[update 02012017: inmiddels is digitale drukversie vervangen door een goed leesbare digitale versie. De hyperlinks zijn aangepast]

In de theoretische verkenning wordt vermeld dat in de weinig beschikbare empirische studies bekend zijn over bloggen in het onderwijs. (dat biedt dan mogelijkheden voor de promotietrajecten van onze critical friends Ankie van de Broek en Marcel Graus 😉 ). Maar de weinige onderzoeken tonen wel aan dat bloggen samenwerken, reflectie en kritisch denken stimuleren, maar dat het ook de lerende eigenaar maakt van zijn/haar leerproces. Bloggen is een vorm van social learning. Ervaringen, meningen, ideeën delen, leren van elkaar; deze verdiepende interactie komt de kennisconstructie ten goede.

Binnen Fontys, zo staat in hoofdstuk 3 te lezen, worden weblogs voornamelijk ingezet als

  • showportfolio (personal branding, meestal voor iedereen toegankelijk),
  • begeleidingsportfolio (volgen van studievoortgang bij stage, feedback door docenten en peers, meestal niet openbaar toegankelijk)
  • en als beoordelingsportfolio (verzamelen van bewijslast (leeruitkomsten), alleen toegankelijk voor student en beoordelaar).

Als tips wordt hierbij gegeven:

  • het hanteren (of het met studenten samenstellen) van rubrics tbv feedback (formatieve beoordeling).
  • onderwijsactiviteit dient duidelijk op het blog beschreven te zijn.
  • instrueren van de begeleidende docenten, zet ook zelf de blogtool in (‘practice what you preach’).
  • inrichten van een digitale helpdesk voor studenten, docenten en begeleiders die beschikbaar moet zijn buiten de reguliere werktijden.

Ik vind het jammer dat  in de publicatie de nadruk ligt op portfolio’s, en dan met name de begeleidings- en beoordelingsportfolio’s. Ik denk dat bloggen ook voor andere didactische toepassingen ingezet kan worden. Zoals Zuyd-collega Emmy Nelissen het inzet: als groepsactiviteit om studenten te leren argumenteren. Zij werden hier ook uitgedaagd om het werkveld of experts uit te dagen te reageren op hun stellingen (netwerkmogelijkheden).
Tijdens mijn studietijd bij Fontys heb ik als student blog ook ingezet voor groepscommunicatie, maar ook om kennisdelen en groepsinteractie te ondersteunen.

Met betrekking tot de blogtools zijn er binnen Fontys naast de beschikbare SharePoint drie varianten

  1. volledige keuzevrijheid (WordPress, Blogger, Tumblr) – alle verantwoordelijkheid bij student
  2. software met externe hosting (WordPress, Simulise) – functioneel beheer zelf inrichten in afstemming met Dienst IT
  3. WordPress server binnen Fontys (pilot)

Binnen Zuyd behoort optie 3 niet meer tot de mogelijkheden. Optie 2 is momenteel in onderzoek door Facilitair Bedrijf ICT. De meest gebruikte variant bij Zuyd is optie 1: student maakt zelf via WordPress of Blogger een blogomgeving. Uiteraard is single-sign-on wenselijk, maar dat is bij deze optie niet mogelijk. Dat kan wel als je, zoals enkele opleidingen dat doen, gebruik maakt van de blogoptie binnen Blackboard.

Een hele goede toevoeging in deze publicatie, en die heel vaak vergeten wordt, zijn de juridische aspecten. In een onderwijssituatie heb je je te houden aan de Wet bescherming persoonsgegevens. Voor bloggen betekent dit dat persoonsgegevens alleen verwerkt mag worden, indien de betrokkene daar toestemming voor heeft gegeven. Het is voor een blogger echt niet te doen om schriftelijke toestemmingsbewijzen te gaan verzamelen. Daarnaast zijn zij ook formeel juridisch aansprakelijk voor wetsovertredingen in het reactieveld, een disclaimer heeft blijkbaar maar een beperkte waarde. Gelukkig hebben wij in al die jaren bloggen nog niet zoiets meegemaakt.

Bij beoordelingsportfolio’s is het nog goed te realiseren dat deze tbv accreditatie nog digitaal gearchiveerd te worden, met het risico dat bepaalde links naar webpagina’s in de tussentijd verlopen zijn. Beoordelaar dient daarom goed te motiveren op basis van welke criteria tot een bepaalde beoordeling is gekomen.

Je vraagt je af waarom je bloggen nog zou inzetten in het onderwijs, als er zoveel juridische haken en ogen aan zitten 😉

En dan nog het auteursrecht …
maar daarover een ander keer meer, want hierover heb ik nog wat meer te vertellen.

De laatste paragraaf vond ik niet echt een uitnodiging om als docent of medewerker te gaan bloggen. Blijkbaar kunnen arbeidsrechtelijke consequenties het gevolg zijn van onwelwillende bloguitingen. De schrijvers vinden het raadzaam de werkgever te informeren en toestemming te vragen om te bloggen….
Formeel hebben wij dat nooit gedaan. Ons toenmalige leidinggevende was op de hoogte en heeft ons ook daarin altijd aangemoedigd.
Ik zou me, als (Fontys) docent, niet laten weerhouden. Bloggen is naast een geweldige mooie leertechnologie (vind ik dan, maar ik ben bevooroordeeld) en super kennisdeeltool. Voor iedere lerende!

Groet,
Judith

Theory & Practice : 2 sides on the same coin

Hi Marcel,

Onderstaande video vond ik via @jeroenbottema (betrokken bij Lectoraat Teaching, Learning & Technology van Inholland, vergelijkbaar met ons TOL-lectoraat). Must see voor jou en voor iedereen die iets met onderzoek doet.

Sinds kort zit ik ook een beetje in de onderzoekswereld en zie ik dat enige onderbouwing (theorie) nodig is om onderwijs ontwerpen. Veel collega’s zitten in het proces en vragen hulp bij technologie-ondersteund leren (praktijk). Het ene kan niet los van het ander worden gezien. Dat is het ene gedeelte van het Why theory verhaal van Punya Mishra. Ja, die van TPACK 🙂 . Met veel humor vertelt hij ‘the origin story of TPACK’. Het gaat niet over het framework (hij licht het wel even kort toe) maar vooral over de lessons learned bij de totstandkoming van het model, dat hij samen met Matt Koehler heeft ontwikkeld. Sommige ervaringen van zijn onderzoeksproces zal je herkennen, andere zijn goed om die weer eens onder de aandacht te brengen. Bij jou, bij andere kenniswerkers, al dan niet binnen Zuyd.

  1. Timing is everything (and always give credit where it is due)
  2. Find the right partner (with skills that complement your own & and someone who will keep you honest)
  3. You have to listen to the data
  4. Continual evolving process (and a willingness yo share work in progress -with each other and the world)
  5. Solicit & listen to feedback (the work is bigger than your ego)
  6. Marketing/disseminating your ideas is important (while maintaining the integrity of the ideas)
  7. Ideas emerge from strange places (as long as you are willing to listen & change)
  8. Sometimes you go full circle till you truly know what you knew

En het belangrijkst is natuurlijk delen! Zowel het proces als de resultaten. Heel blij dat Punya Mishra zo benadrukt in zijn verhaal dat je je onderzoek open moet gooien, ook het leerproces. Het hoeft (nog) niet perfect te zijn. Anderen kunnen je daar bij helpen.

Mijn pogingen aandacht te vragen voor open en online kennisdelen worden soms lachwekkend gevonden. Dat vind ik niet altijd leuk, maar ik blijf volhouden, hoor. Iemand moet het doen. Ik vind het nodig. Ik voel me in ieder geval gesteund door Punya Mishra!

Keep calm and trust the process 🙂

Judith

Why Theory? Invited talk at Doctoral Forum MLFTC, ASU from Punya Mishra on Vimeo.

%d bloggers liken dit: