Categorie archief: Open Education

Boegbeeldproject hbo Verpleegkunde

Dag Marcel,

Tijdens de pre-conferentie van De Onderwijsdagen over open leermaterialen hoorde ik over het boegbeeldproject hbo Verpleegkunde waar Zuyd aan deelneemt. Supertof! Maar welke collega’s zouden daar bij zijn betrokken? Robert Schuwer mailde me hun namen. Onlangs had ik een gesprek met hen: Philo Logister en Marijke van Hommerich – Cronenberg. Hun ervaringen heb ik zojuist via de Nieuwsflits en onderwijsontwikkeling.zuyd.nl binnen Zuyd gedeeld. Graag deel ik hun ervaringen en verhaal ook op ons blog.

Open leermateriaal (ofwel: OER – Open Education Resources)

Alle vormen van openheid in het onderwijs draag ik een warm hart toe en daar heb ik ook al vaker over geblogd. Oud-minister Bussemaker had in haar strategische agenda ‘HO2025, de waarde(n) van weten’ (2015) de ambitie geformuleerd dat alle docenten in het hoger onderwijs in 2025 hun leermaterialen delen. De huidige minster Van Engelshoven hecht ook veel belang aan open onderwijs. Tijdens de Open Education Global Conference (24 april jl.) sprak de minister trots over het ‘Flagship Project for Bachelor of Nursing‘. Deze ambitie blijft gelukkig overeind.

Boegbeeldproject hbo Verpleegkunde

Het boegbeeldproject hbo Verpleegkunde is een gesubsidieerd project waarbij 5 hogescholen met elkaar hebben samengewerkt aan een platform om leermaterialen gratis en openbaar uit te wisselen en een community om met elkaar over het vak te praten.

In opdracht van Vereniging Hogescholen heeft het Landelijk Overleg Opleidingen Verpleegkunde (LOOV) samen met 5 hogescholen open leermaterialen beschikbaar gemaakt. Het afgelopen jaar heeft Zuyd met 4 andere hbo-v opleidingen (HAN, Saxion, Hogeschool Rotterdam en Fontys) een digitale omgeving ingericht waar hbo-docenten verpleegkunde leermaterialen kunnen plaatsen en delen. Ook andere belangstellenden, zoals studenten Verpleegkunde, werkende professionals, instellingen voor bij- en nascholing en mbo-opleidingen Verpleegkunde kunnen gebruiken maken van deze materialen.

Het boegbeeldtraject is onlangs afgerond maar wordt voortgezet in het project SAMEN hbo Verpleegkunde. Het ministerie ziet het boegbeeldproject als een voorbeeld en subsidieert daarom wederom dit vervolgtraject (met 7 andere hogescholen). Tevens hebben alle 17 hogescholen, verenigd in LOOV, een intentieverklaring ondertekend om de komende twee jaar jaarlijks per hogeschool €20.000,- te investeren in docenturen om Wikiwijs te blijven vullen.

Wikiwijs

De digitale omgeving waar het leermateriaal via een open Creative Commons licentie geplaatst wordt, is Wikiwijs. Als je samenwerkt in zo’n omgeving is het wenselijk dat je afspraken maakt over metadata. Kernbegrippen waar binnen Wikiwijs gezocht kan worden, zijn ontleend van de CanMEDS (zorgcompetenties) en BN2020 (landelijk beroeps- en opleidingsprofiel verpleegkundige op bachelorniveau). Tevens is een checklist kwaliteit leermateriaal opgesteld. Deze kan gebruikt worden door docenten om te bepalen of het leermateriaal aan de kwaliteitseisen voldoet. Philo en Marijke geven aan dat de bibliotheek hier een belangrijke rol bij kan spelen.

Keurmeesters

Landelijk zijn drie kwaliteitscontroleurs (Zuyd, Fontys, HAN) die het geüploade materiaal aan de hand van de checklist bekijken en bepalen of het leermateriaal van een keurmerk kan worden voorzien (“aanbevolen door hbo verpleegkunde“). Ook kan elke deelnemer in Wikiwijs het materiaal beoordelen door het toekennen van sterren. Leermateriaal kan bestaan uit een toets, filmpje, powerpoint tot een complete lesmodule.

 

Delen

Philo en Marijke hebben hun collega’s tijdens een studiedag en via een mail geïnformeerd over het boegbeeldproject. Collega’s reageerden enthousiast. Dat dit nog niet heeft geleid tot veel aanbod van leermateriaal, vind ik wel te verwachten. In een artikel dat ik samen met Martijn Ouwehand heb geschreven over kansen voor inbedding open en online onderwijs in campusonderwijs hebben wij ook aandacht geschonken aan de belemmeringen en barrières. Het is mooi om te horen dat binnen het project ook aandacht is voor deze belemmeringen en dat geprobeerd is deze zoveel mogelijk weg te nemen. Philo en Marijke vertelden dat hun hbo-v collega’s al wel in de Wikiwijs omgeving zoeken naar geschikt onderwijsmateriaal voor hun nieuwe curriculum. Binnenkort zal Philo een workshop verzorgen hoe docenten zelf materiaal kunnen uploaden naar Wikiwijs. Gesteund door hun teamleiders zullen Philo en Marijke hun collega’s stimuleren zoveel mogelijk te delen. Er is genoeg mooi materiaal door Zuyd ontwikkeld. En zij gaven aan dat in ieder geval modules die ontwikkeld worden met behulp van subsidies, een plekje moeten krijgen in Wikiwijs.

Ik weet dat er een integratie beschikbaar is tussen Moodle en Wikiwijs. Maar weet momenteel niet of deze integratie ook voor Zuyd actief is. Ik ga het uitzoeken. Als je Wikiwijs vanuit Moodle kunt doorzoeken en materiaal kunt invoegen in cursussen is er in ieder geval al weer een belemmering minder!

Community

Naast Wikiwijs, de digitale omgeving voor leermaterialen, is een virtueel ontmoetingspunt ingericht voor hbo-docenten Verpleegkunde. Een community waar je met elkaar in gesprek kan gaan over leermaterialen en andere thema’s. Het doel van deze community is daardoor bij te dragen aan onderhoud en uitbreiding van de verzameling leermaterialen (duurzaamheid). Aan de enthousiaste reacties van Philo en Marijke is duidelijk dat een ondersteunende community het delen stimuleert. “Je weet elkaar te vinden”, zei Philo. Ook al heb je elkaar maar een paar keer fysiek ontmoet, een active community doet de rest. Gelukkig is het belang van een communitymanager onderkend en wordt deze ook door LOOV en de subsidie gefinancieerd. Voor deze community kun je je aanmelden via www.hbovpk.nl.

Tijdens de afronding van het boegbeeldproject en de kick-off van het SAMEN-project is er gefilmd. Een sfeerimpressie is hier te bekijken:

Philo en Marijke geven aan dat ze met veel plezier aan dit mooie project hebben meegewerkt en ook in de toekomst hun bijdrage zullen leveren. Zij zullen zich ook inzetten en andere opleidingen stimuleren aan de slag te gaan met het digitaal delen van leermateriaal.

Leer van dit voorbeeld! Ik ben trots op onze onderwijspioniers. Op mijn steun kunnen ze rekenen.

Groet,
Judith

Bronnen/Achtergrondinformatie:

Update

Robert Schuwer gaf me via LinkedIn nog een extra link door

  • blogomgeving waarin aanpak, ervaringen en lessons learned gedeeld zijn

Dank!

Essays digitalisering hoger onderwijs

Hallo Marcel,

Het Ministerie van OCW heeft in het najaar 2017 een viertal experts gevraagd hun visie/toekomstperspectief op open en online hoger onderwijs te formuleren. Deze bijdragen zijn onlangs gepubliceerd op de website van de Rijksoverheid.

In dit essay beschrijven Lex en Bas de implicaties de ontwikkeling van MOOCs heeft voor de arbeidsmarkt.

digitaal onderwijs een hoop te bieden heeft, maar er kleven ook grote nadelen aan. Momenteel is het volledig vervangen van de huidige inrichting van het hoger onderwijs naar online leren via MOOC’s en SPOC’s geen reële optie. Wél kan online onderwijs op andere manieren worden toegepast om de behoeften van studenten tegemoet te komen. Flexibiliteit binnen enige structuur: dat is waar studenten behoefte aan hebben en wat digitaal onderwijs kan bieden!

Online onderwijs is een belangrijke middel om onderwijsprogramma’s van de universiteit bij buitenlandse studenten te adverteren. Online onderwijs is de goedkoopste vorm van ontwikkelingshulp omdat het direct de levensstandaard van haar deelnemers kan verbeteren. Online onderwijs vergroot de educatieve reikwijdte van een docent. Belangrijk is om te beseffen dat online onderwijs het campus onderwijs niet vervangt, maar het is een middel om het rendement, waardering en prestaties van campus onderwijs in de wereld snel te kunnen verbeteren. De kritische massa aan studenten maakt nieuwe vormen van onderwijs tot nieuwe vormen van datacollectie voor onderzoeksdoeleinden mogelijk.
Betaald online onderwijs, inclusief persoonlijke begeleiding, is het ideale en goedkope middel om professionals rond de wereld met gespecialiseerde cursussen te bedienen. Zo zal de universiteit een belangrijke rol gaan spelen in het aanbieden van long-life-learning.

Online onderwijs is niet dé heilige graal maar het zal volgens Arno wel het hoger onderwijs verbeteren.

dat door digitalisering het Nederlandse hoger onderwijs veel opener kan worden, dat deze openheid verschillende vormen kan aannemen, en dat open onderwijs mogelijkheden geeft om bij te dragen aan de realisatie van ambities als het vergroten van de toegankelijkheid, van de efficiency en van de kwaliteit.

De potentie van open onderwijs is groot, zegt Robert. Dat vind ik ook. De eerste drie bijdragen gaan vooral over online onderwijs, met name MOOCs. Over de efficiëntie en de kwaliteit ervan. Dat het onpersoonlijk is/kan zijn en over tussenoplossingen als kleine online cursussen, of vormen van blended onderwijs. Zoals Robert Schuwer in zijn bijdrage aangeeft: “Open onderwijs heeft echter veel meer verschijningsvormen”. Onderstaand figuur uit het SURF Trendrapport Open en Ondline Onderwijs 2015 (p. 56) geeft een samenhangend geheel van de verschillende vormen van openheid.

Om open onderwijs gerealiseerd te krijgen is het willen delen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen voorwaardelijk. Maar ook dat het opgenomen wordt in professionaliseringstrajecten. Docenten spelen immers een sleutelrol als het gaat om adoptie van open onderwijs. Dat schreef ik samen met Martijn Ouwehand ruim 2 jaar geleden ook al in onze bijdrage aan eerder genoemde SURF trendrapport: Kansen voor inbedding open en online onderwijs in campusonderwijs. Tijd voor actie?

Groet,
Judith

Wat is de houdbaarheid van het onderwijsstelsel?

Hallo Marcel,

Tijdens de studiedag over flexibilisering in het hbo kwam het heel even ter sprake: de houdbaarheid van het hoger onderwijsbestel. Dit was de kern van het artikel in de NRC dat ik enige tijd geleden las, en een dag later nog uitgebreider op ScienceGuide verscheen. Als gevolg van de digitalisering (denk aan content dat open en online beschikbaar is), virtual en augmented reality, de blockchain technologie, de big data intelligence verandert de wereld om ons heen. Wat heeft dit voor invloed op het hoger onderwijs? Nu, in de nabije en verre toekomst?

Nu kunnen studenten al online onderwijs (MOOC’s, SPOC’s) volgen bij andere onderwijsinstellingen. Het opbouwen van een individueel curriculum, persoonlijke leerpaden gaat niet zonder slag of stoot. Dat heb jij twee jaar geleden al verwoord in je blog ‘Hoe een student een MOOC vangt‘. En volgens mij (correct me if I’m wrong) is de situatie bij Zuyd nog niet veranderd. Dat ligt *imho* oa aan het feit dat binnen onze onderwijsinstelling nog niet zo veel aandacht is voor open education(al resources). Dus ja, studenten kunnen hun persoonlijk curriculum bij elkaar ‘spoccelen’. Echter dit is vanwege allerlei procedurele hobbels alleen voor de volhouders weggelegd. Het flexibele deeltijdonderwijs met het leerwegonafhankelijk toetsen bij Zuyd Professional zou dit wellicht beter moeten kunnen faciliteren.

Toch ziet Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar aan Universiteit Leiden en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, deze ontwikkelingen met rasse schrede naderen en en vroeg de regering hoe dit zich zal verhouden tot de mogelijkheid en wenselijkheid om toezicht te houden op de kwaliteit en doelmatigheid van het hoger onderwijs. Zijn wij hier op voorbereid? En past dit ‘spoccelen‘ van een student binnen de wet? Wat betekent dit voor de begrippen onderwijsinstelling, opleiding, diploma die nu nog door de wet worden beschermd? En voor kwaliteitstoezicht? Voor de bekostiging? Hoe erken je het niveau van een online cursus in binnen of buitenland?

Citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Als digitaliseren het nieuwe internationaliseren is, is de docent de nieuwe instelling. De SPOC wordt de nieuwe MOOC en virtual augmented reality de nieuwe international classroom. Als de zelfgekozen weg langs docenten het nieuwe curriculum is en als het individueel opgebouwde portfolio het nieuwe certificaat is, wat betekent dat dan voor de zekerheden die we als vanzelfsprekend achten?

Ook volgens Bert van der Zwaan, rector van Universiteit Utrecht, zijn de eerste tekenen van de verandering zichtbaar. Hij stelt in zijn recente publicatie ‘Haalt de Universiteit 2040?’ de vragen over de rol en taak van de universiteit in een samenleving waar kennis ‘omnipresent’ is. Wat betekent dit voor de vorm en organisatie van het wetenschappelijk onderwijs (minder onderwijsgebouwen, het opzetten van een Nederlands-Belgisch kennishub)? Ook hij heeft, zoals ook in de trendrapporten over open onderwijs van SURF, over ‘unbundling’ van onderwijs, de nieuwe onderwijsvormen die ontstaan door open onderwijs. Hij voorziet nog wel campusonderwijs voor de eerste jaren van een studie vanwege het vormende effect van studeren in een community. Maar wat betekent het steeds meer online leren en samenwerken voor de sociale cohesie?

Een debat over het onderwijsstelsel en de bekostiging is nodig, zeggen beide heren. De voorzitter van de Studentenvakbond heeft inmiddels gereageerd en noemt het geschetste toekomstbeeld “een cynisch strategie om de geest rijp te maken voor gigantische onderwijsbezuinigingen”. Het ‘spoccelen’ van losse cursussen wordt door hem niet gezien als het samenstellen van een eigen leerroute maar het in de steek laten van een student. De waarde van ontmoeten en samenwerken wordt opgeofferd, zegt de voorzitter. Daar lijkt toch wel aandacht voor te zijn volgens een ander citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:

Daarom zullen wij moeten kijken hoe wij zorgen dat we onze studenten ook in de digitale leeromgeving de zo noodzakelijke sociale inbedding, het persoonlijke contact en de extra-curriculaire community en microkosmos blijven bieden die nu bijvoorbeeld campus of studentenvereniging heet. Die zijn immers essentieel in hun Bildung en sociaal-culturele vorming. Daar hebben we de studenten zelf hard bij nodig.

Sluit de experimenten in het hoger onderwijs met flexiblisering, flexstuderen, leerwegonafhankelijk toetsen wel aan op behoefte van studenten, vraag ik me dan hardop af. Vast niet bij elke student. Mijn ervaring is dat de gemiddelde student een behoudend beeld heeft van onderwijs. Ook Tycho Wassenaar beschrijft dat in zijn column in de laatste ‘Personalised Times’ (zie editie 0 en de gebundeld de edities 1 t/m 5), een uitgave van SURF. SURF is onlangs met een groep bestuurders uit het hoger onderwijs op studiereis geweest naar Boston. Het thema van de reis ‘gepersonaliseerd leren’. Het gezelschap ziet de urgentie om gezamenlijk een visie te ontwikkelen op onderwijs en technologie. Samen met VSNU en Vereniging Hogescholen wordt nu een voorstel gedaan voor het organiseren van de bestuurlijke dialoog en sturing.

De bestuurders zien het deeltijdonderwijs als een broedplaats voor  stapelbare microcrendentials, het effectief inzetten van technologie en het daadwerkelijk invulling geven aan onderwijskundige en cognitieve inzichten in wat effectieve leermethoden zijn.
Dan zitten we bij het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd dicht aan het front, onze focus is immers het deeltijdprogramma Zuyd Professional 🙂 En uiteraard zal jij met je promotieonderzoek ook een steentje bijdrage aan gepersonaliseerd leren!

De dialoog moet niet alleen op bestuursniveau worden gevoerd, maar ook met en tussen docenten. Hoe de toekomst eruit komt te zien kunnen we niet voorspellen. De snelheid van technologische ontwikkelingen is een feit. We kunnen de toekomst verbeelden, zoals Jane McGonigal adviseert, waardoor we meer (be)grip krijgen op het gezamenlijk vormgeven van het hoger onderwijs.

Judith

Open Education Week 2017

Hallo Marcel,

Vandaag start de Open Education Week. De hele week worden wereldwijd activiteiten georganiseerd om meer aandacht te geven aan de mogelijkheden van vormen van open online onderwijs. SIG Open Education heeft een overzicht gemaakt van activiteiten.

Ik heb getwijfeld of ik in de Nieuwsflits van morgen hier aandacht aan zou bestellen. Helaas, en dat schreef ik in het Trendrapport Open en Online Onderwijs 2015 al, is Open Education voor onze meeste collega’s nog een ver van mijn bed show. Ja, er zijn heel wat belemmeringen op te sommen, maar net zoveel argumenten te noemen om er wel op in te zetten. Wellicht dat de ambitie van het Ministerie van OCW (in 2025 alle onderwijsmateriaal vrij beschikbaar) een stimulans is om ook als Zuyd hier in te investeren. Ik zie wel mogelijkheden voor Online Onderwijs voor leven lang leren, en voor learning communities.

TU Delft is natuurlijk binnen Nederland dé vooroploper op dit gebied. Zij hebben ter gelegenheid van deze Open Education Week een mooie Magazine Open & Online Education uitgebracht. Ik heb het tot nu toe alleen maar gescand, zeker de moeite waard qua inhoud en qua vormgeving om eens doorheen te klikken.

klik op de afbeelding om het magazine te openen

Goedenavond.
Judith

De waarde van open en open als waarde

Ha Marcel,dewaardevanopen

Gisteren ontving ik van Robert Schuwer het onderzoeksrapport van hem en Ben Janssen met de mooie titel:

De waarde van open en open als waarde

Enige tijd geleden ben ik door Robert geïnterviewd (je kunt in bijlage 4 de vragen lezen die mij gesteld zijn) over hoe binnen Zuyd aangekeken wordt tegen het delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen. Hoe Zuyd er tegen aan kijkt weet ik niet, ik heb mijn inzichten en ervaringen binnen Zuyd gedeeld, zie ook ons MOOCZI-blog warop ik de managementsamenvatting heb gedeeld. Alles is uiteraard gepubliceerd onder CC-BY 🙂

De onderzoeksvraag was:
Wat leidt tot c.q. is nodig voor een brede adoptie van delen van open leermaterialen en online cursussen en hergebruiken van open leermaterialen en cursussen door docenten in het bekostigde hoger onderwijs in Nederland?

Ze hebben 55 interviews (bestuurders, docenten, ondersteuners) afgenomen op 4 universiteiten en 6 hogescholen. Uitgebreid (gebruikmakend van een codeboom) zijn de interviews beschreven en geanalyseerd. Mijn korte samenvatting van de resultaten:

Er wordt veel leermateriaal gedeeld, vooral om de kwaliteit van het campusonderwijs te verbeteren. Docenten bepalen hoe ze willen delen (autonomie wordt zowel door docent als bestuurder cruciaal gevonden), het delen en hergebruiken is daarom erg divers qua openheid. Om structureel te delen en hergebruiken is ondersteuning in tijd, geld en ondersteuning essentieel. Als er al sprake is van ‘open’ beleid dan zijn docenten hiervan onvoldoende van op de hoogte. MOOC’s worden gezien als een versneller voor de adoptie van open delen van materialen en cursussen binnen een instelling.

Uiteraard zijn er mooie zinvolle aanbevelingen geformuleerd:

  • Maak de meerwaarde van open delen en hergebruiken duidelijk aan docenten;
  • Zorg bij deze verandering van de beeldvorming rondom open delen en hergebruiken bij docenten voor ondersteuning vanuit de instelling: op ICT-gebied, juridische en onderwijskundige aspecten, facilitering in tijd, aanwezigheid van een veilige experimenteerruimte en een ondersteunende infrastructuur;
  • Formuleer op faculteits-, instituuts- en instellingsniveau beleid op het gebied van open delen en hergebruiken dat de activiteiten die onder aanbeveling 1 en 2 genoemd worden mogelijk maakt;
  • Koppel beleid inzake open delen en hergebruiken aan andere thema’s van onderwijsvernieuwing of aan thema’s als internationalisering.

Zal ik nog eens een poging wagen om deze adviezen binnen Zuyd te delen? Er ligt immers een ‘opdracht‘ van de minister dat in 2025 alle HO-docenten hun onderwijsmateriaal, Open Educational Resources (OER), vrij beschikbaar dienen te stellen. De doelstellingen zijn door een taskforce bij OCW omschreven in het programmaplan ‘Open & Verbonden Hoger onderwijs, uitwisseling van digitaal leermateriaal’. Hierin staat dat na afloop van het programma in 2020

  1. Docenten het normaal vinden om:
    • digitaal leermateriaal te delen met collega’s,
    • te reflecteren met collega’s op digitaal leermateriaal, en
    • digitaal leermateriaal van collega’s te hergebruiken in het eigen onderwijs.
  2. Docenten over de juiste faciliteiten beschikken en worden zij door de instelling op maat ondersteund in tijd, ruimte en middelen om te kunnen delen, reflecteren en hergebruiken.
  3. De beschikbare ict-voorzieningen zorgen dat delen, reflecteren en hergebruiken snel, eenvoudig en gebruikersvriendelijk mogelijk is.

Duzzz … 🙂

Judith

%d bloggers liken dit: