Professionaliseren ‘met de deur open’

Hi Marcel,

Op Zuydnet vond ik laatst informatie over het Professionaliseringsplan 2014-2018 van Zuyd. Ik was niet op de hoogte van dit document. Jij? Ik lees hierin dat Zuyd zich gelijktijdig richt op individuele, team- en organisatieontwikkeling. Ik lees hier

Informeel leren vindt ook in onze instelling plaats maar onze kennis hierover moet nog verder toenemen om op een weloverwogen wijze krachtige leersituaties op de werkplek te organiseren en te faciliteren. We zijn er op gericht dat informeel leren, gedurende de looptijd van dit professionaliseringsplan steeds meer onder de aandacht komt en een plaats krijgt in de professionaliseringsplannen van faculteiten en diensten.

en

Kortom, van Zuyd-medewerkers verwachten we dat ze er op gericht zijn te blijven leren, met en van collega’s te leren en daarvoor zelf de verantwoordelijkheid te nemen. Van onze docenten verwachten we dat ze lesgeven ‘met de deur open’, van elkaar leren door samen lessen voor te bereiden, elkaars lessen bij te wonen en gericht te zijn op samenwerken met de beroepspraktijk.

Mooie dat er bij HR aandacht is voor informeel leren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik tot nu toe weinig heb meegekregen van deze plannen ondanks het streven van HR om professionalisering zichtbaar te maken.

Deze aandacht voor informeel leren sluit wel mooi aan op de conclusie van het MLI-onderzoek van Myriam Lamerichs: docenten willen vooral samen en van elkaar leren … maar dan moeten ze er wel tijd voor hebben.

Dan is het goed om te weten dat ik in het professionaliseringsplan las dat elke medewerker met een aanstelling van 0,4 fte (bij kleinere omvang naar rato) jaarlijks een basisrecht heeft van ten minste 40 uren om zijn bekwaamheidheid bij te houden. “Het basisrecht is bestemd voor het onderhoud en ontwikkelen van de eigen professionele kwaliteit (vakbekwaamheid en competenties) en het versterken van de persoonlijke effectiviteit.”

Die 40 uur zou je toch ook zomaar kunnen inzetten om informeel te leren. Ik ga het in ieder geval eens in mijn takenplaatje opvoeren. Ik moet dan wel inzichtelijk maken hoe tijd en middelen hebben bijdragen aan zijn professionalisering. Uiteraard. Dat vind ik vanzelfsprekend.

Hoe je dat kunt doen? In een interessant bijdrage op Komensky Post over The Crowd las ik over hoe informeel leren zichtbaar gemaakt kan worden en hoe de opbrengst gewaardeerd kan worden in een formeel kader. Maarten de Laat van de OU sprak over ‘waardecreatie verhalen’.

In een waardecreatie verhaal worden in feite vijf vragen beantwoord:

  1. Aan welke betekenisvolle activiteit heb je deelgenomen?
  2. Welke concrete opbrengst heeft dat opgeleverd? (dat kan een concreet product als een document zijn, maar het kan ook een idee, een advies, een model, etc. zijn)
  3. Hoe heb je die opbrengst toegepast in jouw eigen praktijk en wat heeft dat mogelijk gemaakt?
  4. Wat is het effect daarvan geweest voor jou persoonlijk of voor jouw organisatie?
  5. Mogelijk heeft deze ervaring jouw begrip van ‘succes’ veranderd. Als dat zo is, hoe?

Zo ben je met waardecreatie verhalen ook meteen bezig met kennis delen. Mooi toch? Ik heb dit idee inmiddels gedeeld met het kernteam van ZOEC. Volgende bijeenkomst eens verder bespreken.

Mijn waardecreatie verhalen zijn terug te lezen in ons blog 🙂 Ik denk dat ik zo al werk en leer: ‘work out loud‘. Wat mij betreft kunnen social media ook een rol spelen in het informeel leerproces, maar dat is een open deur hè?
*grinnik*
Judith

opendeur

CCO via Pixabay

Zuyd Innoveert. Een pas op de plaats!? #zuydin

zi3

Hallo Marcel,

Gistermiddag vond voor de 4e keer een Zuyd Innovatiemiddag plaats. Nadat het programma in 2013 van start is gegaan met een geweldige kick-off door Daan Roosegaarde, presenteerde jij in 2014 de resultaten van ons MOOCZI-project. Vorig jaren was Zuyd Innoveert nog volop in beweging. En nu dan een ‘pas op de plaats’?

Ja en nee. Ja, het is het laatste jaar van dit innovatieprogramma. Maar er komt een mooi vervolg 🙂 meldde Kitty Kwakman in haar openingstoespraak. In het boekje (inmiddels een traditie) met de resultaten van de innovatieprojecten van het afgelopen jaar, schrijven de programmamanagers Dominique Sluijsmans en Marcel van der Klink in hun nawoord dat na dit jaar voor een andere werkwijze gekozen wordt: “In plaats van een focus op projecten willen we in het vervolg de focus leggen op communityvorming en een setting creëren waarin Zuyd-collega’s die aan onderwijsinnovatie werken, de mogelijkheid krijgen om met en van elkaar te leren over innovatie en daar mogelijk ook met raad en daad bijstaan.” Naast Dominique en Marcel zijn ook de Zuyd onderwijslectoren Paul Hennissen en Hendrik Drachsler betrokken bij dit initiatief. Ook ik ben trots lid van het kernteam van ZOEC (Zuyd Onderwijskundig Expertise Community)! ‘Pas op de plaats’? Ja en nee. Het is soms ook goed om eens even stil te staan bij innovaties. Doen we wat doen goed? En hoe verankeren we onze inzichten in de opleidingen? ZOEC wilt de leer- en werkomgeving van onderwijskundige professionals van Zuyd worden waarin kennisontwikkeling en -deling centraal staat. Dat de behoefte aan kennis delen groot is, kwam tijdens het debat tot uiting.

Gedurende het debat, onder leiding van lector Eric van de catchboxLuijtgaarden (mét de Zuyd catchbox!), werden veel ervaringen en inzichten gedeeld. Naast de wens om meer kennis delen te delen, werd ook duidelijk dat we intern en extern nog niet zo goed communiceren over innovatie. De 2 aanwezige studenten waren zich ook niet bewust dat het onderwijs constant probeert zich te verbeteren. De vraag is of dat heel erg is? Toch denk ik dat het goed is als we als Zuyd meer uitstralen dat we constant in beweging zijn, dat we innoveren in cocreatie met studenten en werkveld belangrijk vinden. En dat blijvend van elkaar leren een Zuydwaarde is.

Het gesprek kwam regelmatig terug op het thema: de student centraal. De student als regisseur van zijn eigen leerontwikkeling. Dat klinkt natuurlijk heel mooi. Logisch. Voor de hand liggend. Keynote spreker van deze middag, Pedro De Bruckere stelde terecht de vraag of de lerende altijd in the lead kan zijn. Voor goed onderwijs is meer nodig. Hij refereerde aan het gedachtegoed van Biesta die zegt dat goed onderwijs bestaat uit: (1) kwalificatie (het opdoen van kennis en vaardigheden), (2) socialisatie (waarden en normen van een gemeenschap) en (3) subjectivering (persoonlijke vorming tot een zelfstandig, verantwoordelijk en kritisch individu). Daar hebben docenten nadrukkelijk een rol in.

Over de afsluitende keynote van Pedro De Bruyckere heeft Wilfred Rubens, sinds kort de DLWO programmamanager van Zuyd, al uitgebreid geblogd: Hoe kun je er achter komen of beweringen over onderwijs en leren kloppen? Dat ga ik hier niet herhalen. Wat ik hier van mee genomen heb, is dat we claims van al dan niet ‘zogenaamde’ onderzoeken niet klakkeloos voor waar moeten aannemen/overnemen. Hij had daar mooie voorbeelden van (zie blog Wilfred). Dat we vooral kritisch moeten blijven op elkaar, met elkaar. Maar wel kritisch met kennis. Want als je kritisch bent zonder kennis, dan doe je lastig 🙂 We moeten ook kritisch zijn tav onze eigen overtuigingen. We horen graag datgene wat in ons straatje past (confirmation bias). En het is uitermate belangrijk om studenten die kritische houding te leren (denk maar een aan de filter bubble, die informatievaardigheden blijven oh zo belangrijk, ondanks dat ik hierover wel eens andere geluiden hoor).

Volgens Pedro de Bruyckere -gebaseerd op het door hem vertaalde boek van Daniel Willingham– zijn er vier manieren om er achter te komen of een bewering over onderwijs onzin is:

  1. Strip de bewering en keer het om
  2. Volg het bewijs – doe aan factchecken
  3. Analyseer. Niet alles is zo eenvoudig in cijfers te vatten. Evidence-based education dreigt ook een mythe te worden (zie metastudie Hattie die uitgaat van gemiddelden, daar heb je niets aan heeft het wiskundemeisje en getallendiva Ionica Smeets tijdens de OWD2015 verteld: het Simpsons paradox!
  4. Zoek zelf bewijs

Het is de taak van onderwijs om studenten kritisch te leren denken. En het net zo belangrijk om kritisch te blijven tav je eigen denken en functioneren.

Er is nog veel te ontdekken. We weten nog zo veel niet wat werkt in onderwijs. Een mooie ZOECtocht om samen binnen Zuyd aan te gaan!

Goed weekend!
Judith

Oja, ondanks Pedro’s kritisch houding tov Ken Robinson blijf ik toch gewoon fan van Sir Ken :).

zoec

Social VR Demo Oculus Connect 3 by Mark Zuckerberg

Ha Marcel,

14 en 15 november gamen? Leuk! staat genoteerd! Ik help je wel met mobiliseren 🙂

Face the future!

Een ander kijkje in de toekomst laat laat Mark Zuckerberg in deze demonstratie zien. Het filmpje werd door één van mijn Facebookvrienden gedeeld, maar ik vond ‘m zo gaaf dat ik ‘m hier wilde delen. Social VR heeft veel potentie, ook tav empathie. De vraag is natuurlijk of Facebook dat ook beoogt met deze doorontwikkeling van Oculus Rift. Vooralsnog zijn het interessante ontwikkelingen om te volgen.

Judith

9/10/2016 Aanvullend:
Op de dag dat ik dit blog publiceerde stond een uitgebreid artikel op Dutchcowboys over social VR: Standalone VR-headset en ander Oculus Connect nieuws. Een mooie toevoeging aan mijn blog.

Face the future: a game on the future of empathy

Ha Judith,

13 en 14 november even vrijhouden. Dan gaan we gamen. Althans ik ga proberen om zoveel mogelijk Zuyderlingen enthousiast te krijgen om dan mee te gamen in het spel Face the Future. Een spel over de toekomst van Empathie. Een spel dat wereldwijd gespeeld wordt met de foresight engine van the Institute of the Future die ook gebruikt is bij learingisearning2026.

Ik ga er van uit dat er nog een ‘inspirerend of triggerend’ filmpje komt dat de kern van het spel moet uitleggen, maar met de foresight engine heb je een (op 140 karakters) gebaseerde discussie tool die je met een bepaalde structuur laat zien welke ideeën door de community het meest steun, het meest bediscussieerd of wel het meest intelligent beantwoord zijn. Zo leer je wat er leeft, maar je ziet gelijk briljante ideeën om zaken op te pakken of waarmee je in de toekomst verder kunt.

Ik ga in de komende weken kijken of ik medespelers gemobiliseerd krijg, want als Zuyderlingen hebben we natuurlijk verstand van empathie!

Groet Marcel

Anders werken? Sociale aspecten houden ons tegen

Je weet Marcel, dat ik door de programmamanager van Zuyd Professional gevraagd ben voor de taak van ‘communitymanager’. Haar vraag was: Hoe kunnen we slimmer samenwerken binnen en tussen de diverse werkgroepen van ZP zodat we efficiënter met onze tijd omgaan, daarbij zoveel mogelijk gebruikmakend van Zuyd faciliteiten.

Naast mijn voorlopige constatering dat de tools beschikbaar binnen Zuyd op dit moment nog niet echt het online samenwerken stimuleren, heb ik ook nog wel een andere observatie en die is van een hele andere orde, en ook een nog weerbarstigere.

De conclusies dat sociale aspecten het anders/nieuwe werken tegenhouden die ik las in het blogbericht op Werktrends nav het Ricoh onderzoek ‘Anders werken: wat vindt werkend Nederland?’ herken ik. Ondanks dat het een ‘Wij van WC-eend’ onderzoek is 🙂

werktrends

Uit de whitepaper:
Ondanks alle technologische mogelijkheden om vandaag de dag plaats- en tijdonafhankelijk (samen) te werken, is het sociale element de belangrijkste reden om het kantoor boven een thuiswerkplek of andere werkplek te verkiezen.
Als belangrijkste voordeel van kantoor wordt het persoonlijk kunnen overleggen met collega’s (61%) en de goede faciliteiten (35%) genoemd. Minder goed kunnen overleggen met collega’s, niet alles meekrijgen (beide 22%), niet bij alle gegevens kunnen (21%) en het ongezellig vinden om elders te werken (14%) worden genoemd als belangrijkste belemmeringen van een werkplek buiten kantoor. Ruim 5% geeft aan zich wel eens eenzaam te voelen tijdens het thuiswerken.

ricoh1

 

Nu is het natuurlijk niet zo dat het werken op Zuyd ipv thuis het online samenwerken hoeft te belemmeren. Echter zoals ik het nu zie binnen Zuyd Professional, maar eigenlijk binnen heel Zuyd ervaar, is dat als je echt iets wilt, je bij mensen lang moeten gaan. De sociale factor, de f2f ontmoetingen zijn belangrijk, vaak ook doorslaggevend. Bila’tjes. ( …) plannen, kopjes koffie drinken, bijpraatuurtjes, projectoverleggen, dienstoverleg, etc etc.  En ik zeg niet dat ik dit soort bijeenkomsten niet belangrijk vind. Integendeel! Zeker wel! Maar sommige van deze kunnen wat mij betreft efficiënter/vervallen als we afspreken dat sommige werkzaamheden ook online kunnen plaatsvinden. Daar hebben we Office365, Yammer, mail en nog meer tools tot onze beschikking. We zouden meer tijd-en plaatsonafhankelijker kunnen werken, zodat we minder rekening hoeven te houden met ieders overvolle agenda.

Waar een wil is, is een weg.

En dat is de vraag: willen we ook wel online samenwerken?
En zo ja: wat spreken we dan af? Welke stapjes gaan we dan zetten? Wat heben we hier voor nodig? En hoe monitoren we dan samen deze stapjes?

Dat zijn mijn volgende stappen in deze zoektocht 🙂

Groet,
Judith