Gelezen. Verslaafd aan organiseren: 8 sluipmoordenaars die veranderingen tegenhouden
Hallo Marcel,
Eigenlijk weet ik niet meer waar ik de leestip voor dit boek Verslaafd aan organiseren heb opgepikt. Het is zeker een aanrader. Het is een boek dat uitnodigt tot reflectie. Ik vond het ook herkenbaar. Soms voel je dingen, pieker je over organisatievraagstukken maar vind je de juiste woorden niet. Tjip de Jong verwoordt het helder en duidelijk.
Op ons blog hebben we al vaker gesproken over het rendementsdenken. Wat is dat toch?, dat alles (nou ja veel) Â in cijfers uitgedrukt moet kunnen worden. Tjilp de Jong heeft het over dwangmatig geregel, de niet-werkende of nutteloze routines. En we doen er aan mee. We houden het in stand. Waarom?
Wij zijn dus verslaafd đŠ
Dat is de ongemakkelijke waarheid.
Onderbouwd met wetenschappelijke verslavingstheorieën beschrijft en definieert De Jong het begrip organisatieverslaving. De economisering en vercijfering (rendementsdenken) heeft een negatieve invloed op onze autonomie (eigen keuzes maken staat onder druk). Tevens wordt het gevoel van verbinding en saamhorigheid afgebroken. Professionele autonomie en sociale verbondenheid zijn zo belangrijk om je prettig te voelen en goed te functioneren. De balans raakt zoek dan maakt je dat kwetsbaar voor verslaving. De effecten van verslaving in organisaties zijn zichtbaar op 5 niveaus:
- prestaties lopen terug en staan onder druk
- stagnatie in leren: vernieuwingen komen niet op gang, er is geen reflectie en feedback wordt genegeerd.
- sociale schade: minder plezier in werken
- intern geweld: blaming & shaming cultuur
- fysieke klachten
De oorzaak van de verslaving is volgens Tjilp de Jong hyperkapitalisme. Verslaving roept filosofische (geen gemakkelijke) vragen rondom vier existentiĂ«le thema’s die een rol spelen in ieders leven, maar ook in ons dagelijks werk:
- tijdelijkheid van het leven
- autonomie en vrijheid van handelen
- betekenisgeving en moreel kompas
- verbinding en verbondenheid
In het tweede deel van het boek beschrijft De Jong acht vormen van verslaving, die hij sluipmoordenaars noemt. Elke vorm van verslaving is voorzien van een zelftest zodat je kunt signaleren of er sprake is van verslaving in je eigen organisatie.
- visieverslaving: de kick van koers bepalen
- machtsverslaving: de ultieme roes dat je mag vertellen wat een ander moet doen.
- probleemverslaving: waarom makkelijk doen als het moeilijk kan
- functieverslaving: je bestaansrecht op een naambordje
- tijdverslaving: ordenen en structureren van werktijd
- opstapelverslaving: steeds iets nieuws willen beginnen (maar niet afmaken)
- verantwoordingsverslaving: vertrouwen is goed, controleren is beter
- verworven-rechten-verslaving: voor wat hoort wat
In het derde deel biedt Tjilp de Jong een stappenplan met 6 manieren om te minderen en af te kicken. Acceptatie van verslaving is cruciaal, net zoals dialoog.
Niet omdat dingen moeilijk zijn durven wij niet, maar omdat we niet durven, zijn de dingen moeilijk
Seneca
Het boek is prettig leesbaar, heeft een rustige bladspiegel en verhelderende tabellen en figuren. De filosofische uitspraken bij elk hoofdstuk zijn passend. Met de registratiecode uit het boek kon je het boek 30 dagen elektronisch te lezen op het Yindo platform. Dit is echt geen aanvulling. Het is alleen mogelijk een bladwijzer toe te voegen, markeren, notities bij bepaalde teksten is allemaal niet mogelijk. Dus lees het papieren boek. Het is beschikbaar via Zuyd Bibliotheek. Ik zal ‘m snel terugbrengen đ
Groet,
Judith
JUDITH.BETER(t) – week 2
Hallo Marcel,
Vorige week las ik op de website van Zuyd dat onze hogeschool een pledge (belofte) heeft ondertekend ihkv het Nationaal Programma Preventie en zo een steentje bijdraagt aan een gezonder en vitaler Nederland. Ik lees in dit nieuwsbericht niets over het BETER-programma, daar draag ik mijn steentje dan bij. Niets BETER dan een gezonde en vitale medewerker lijkt me zo đ
Tijdens deze BETER-vakantieweek ben ik maandag naar mijn 1e gesprek met mijn leefstijlcoach geweest. Ik kreeg een rondleiding in het pand waar hij zit en heb de beweegruimte gezien waar ik aanstaande maandag mijn eerste beweegsessie heb. Ik heb begrepen dat bij mijn type vooral rustig bewegen hoort. Dat past perfect bij mij đ
Het gesprek ging voornamelijk over mijn thuis- en werksituatie. Hoe mijn slaapritme is, wat ik eet en hoeveel ik beweeg. En er werd gevraagd naar de doelen die ik wilde bereiken met dit BETER programma. Nou vooral kilo’s minder en een betere werk-privĂ© balans. Vervolgens kreeg ik aan de hand van het metafoor ‘kookpotje’ voor maag/stofwisseling, een toelichting op mijn type. Twee weken geleden ben ik op basis van een aantal vragen, de kleur van mijn tong en polsslag, ingedeeld bij subtype 4 (groen). Dat klinkt niet erg evidence based, vond ik. Volgende week krijg ik hierover meer te horen tijdens het eet-/kenniscollege. Als voorbereiding hierop ontving een overzicht van aanbevolen en te vermijden ingrediĂ«nten.
Subtype 4 wordt gekenmerkt door een lichaam dat zo uitgeput is, dat het in een alarmstaat beland is. Mijn lichaam houdt alles vast waardoor overgewicht ontstaat. Bij dit subtype hoort zoân 6 keer per dag eten (waarvan minimaal 2 warme): 3 wat grotere en 3 kleinere maaltijden. Vooral een goed ontbijt is belangrijk. Het lichaam moet continue gevoed worden met voedsel, zodanig dat het lichaam weer kan opbouwen.
Het lijkt er op dat ik stoofpotjes en warme pap moet gaan maken en eten…..
Groet,
Judith
Mijn andere blogberichten over het BETER-programma vind je hier
Wat is de houdbaarheid van het onderwijsstelsel?
Hallo Marcel,
Tijdens de studiedag over flexibilisering in het hbo kwam het heel even ter sprake: de houdbaarheid van het hoger onderwijsbestel. Dit was de kern van het artikel in de NRC dat ik enige tijd geleden las, en een dag later nog uitgebreider op ScienceGuide verscheen. Als gevolg van de digitalisering (denk aan content dat open en online beschikbaar is), virtual en augmented reality, de blockchain technologie, de big data intelligence verandert de wereld om ons heen. Wat heeft dit voor invloed op het hoger onderwijs? Nu, in de nabije en verre toekomst?
Nu kunnen studenten al online onderwijs (MOOC’s, SPOC’s) volgen bij andere onderwijsinstellingen. Het opbouwen van een individueel curriculum, persoonlijke leerpaden gaat niet zonder slag of stoot. Dat heb jij twee jaar geleden al verwoord in je blog ‘Hoe een student een MOOC vangt‘. En volgens mij (correct me if I’m wrong) is de situatie bij Zuyd nog niet veranderd. Dat ligt *imho* oa aan het feit dat binnen onze onderwijsinstelling nog niet zo veel aandacht is voor open education(al resources). Dus ja, studenten kunnen hun persoonlijk curriculum bij elkaar ‘spoccelen’. Echter dit is vanwege allerlei procedurele hobbels alleen voor de volhouders weggelegd. Het flexibele deeltijdonderwijs met het leerwegonafhankelijk toetsen bij Zuyd Professional zou dit wellicht beter moeten kunnen faciliteren.
Toch ziet Jan Anthonie Bruijn, hoogleraar aan Universiteit Leiden en lid van de Eerste Kamer voor de VVD, deze ontwikkelingen met rasse schrede naderen en en vroeg de regering hoe dit zich zal verhouden tot de mogelijkheid en wenselijkheid om toezicht te houden op de kwaliteit en doelmatigheid van het hoger onderwijs. Zijn wij hier op voorbereid? En past dit ‘spoccelen‘ van een student binnen de wet? Wat betekent dit voor de begrippen onderwijsinstelling, opleiding, diploma die nu nog door de wet worden beschermd? En voor kwaliteitstoezicht? Voor de bekostiging? Hoe erken je het niveau van een online cursus in binnen of buitenland?
Citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:
Als digitaliseren het nieuwe internationaliseren is, is de docent de nieuwe instelling. De SPOC wordt de nieuwe MOOC en virtual augmented reality de nieuwe international classroom. Als de zelfgekozen weg langs docenten het nieuwe curriculum is en als het individueel opgebouwde portfolio het nieuwe certificaat is, wat betekent dat dan voor de zekerheden die we als vanzelfsprekend achten?
Ook volgens Bert van der Zwaan, rector van Universiteit Utrecht, zijn de eerste tekenen van de verandering zichtbaar. Hij stelt in zijn recente publicatie âHaalt de Universiteit 2040?â de vragen over de rol en taak van de universiteit in een samenleving waar kennis ‘omnipresent’ is. Wat betekent dit voor de vorm en organisatie van het wetenschappelijk onderwijs (minder onderwijsgebouwen, het opzetten van een Nederlands-Belgisch kennishub)? Ook hij heeft, zoals ook in de trendrapporten over open onderwijs van SURF, over ‘unbundling’ van onderwijs, de nieuwe onderwijsvormen die ontstaan door open onderwijs. Hij voorziet nog wel campusonderwijs voor de eerste jaren van een studie vanwege het vormende effect van studeren in een community. Maar wat betekent het steeds meer online leren en samenwerken voor de sociale cohesie?
Een debat over het onderwijsstelsel en de bekostiging is nodig, zeggen beide heren. De voorzitter van de Studentenvakbond heeft inmiddels gereageerd en noemt het geschetste toekomstbeeld “een cynisch strategie om de geest rijp te maken voor gigantische onderwijsbezuinigingen”. Het ‘spoccelen’ van losse cursussen wordt door hem niet gezien als het samenstellen van een eigen leerroute maar het in de steek laten van een student. De waarde van ontmoeten en samenwerken wordt opgeofferd, zegt de voorzitter. Daar lijkt toch wel aandacht voor te zijn volgens een ander citaat uit het artikel Digitaliseren, het nieuwe internationaliseren op ScienceGuide:
Daarom zullen wij moeten kijken hoe wij zorgen dat we onze studenten ook in de digitale leeromgeving de zo noodzakelijke sociale inbedding, het persoonlijke contact en de extra-curriculaire community en microkosmos blijven bieden die nu bijvoorbeeld campus of studentenvereniging heet. Die zijn immers essentieel in hun Bildung en sociaal-culturele vorming. Daar hebben we de studenten zelf hard bij nodig.
Sluit de experimenten in het hoger onderwijs met flexiblisering, flexstuderen, leerwegonafhankelijk toetsen wel aan op behoefte van studenten, vraag ik me dan hardop af. Vast niet bij elke student. Mijn ervaring is dat de gemiddelde student een behoudend beeld heeft van onderwijs. Ook Tycho Wassenaar beschrijft dat in zijn column in de laatste ‘Personalised Times’ (zie editie 0 en de gebundeld de edities 1 t/m 5), een uitgave van SURF. SURF is onlangs met een groep bestuurders uit het hoger onderwijs op studiereis geweest naar Boston. Het thema van de reis âgepersonaliseerd leren’. Het gezelschap ziet de urgentie om gezamenlijk een visie te ontwikkelen op onderwijs en technologie. Samen met VSNU en Vereniging Hogescholen wordt nu een voorstel gedaan voor het organiseren van de bestuurlijke dialoog en sturing.
De bestuurders zien het deeltijdonderwijs als een broedplaats voor  stapelbare microcrendentials, het effectief inzetten van technologie en het daadwerkelijk invulling geven aan onderwijskundige en cognitieve inzichten in wat effectieve leermethoden zijn.
Dan zitten we bij het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren bij Zuyd dicht aan het front, onze focus is immers het deeltijdprogramma Zuyd Professional đ En uiteraard zal jij met je promotieonderzoek ook een steentje bijdrage aan gepersonaliseerd leren!
De dialoog moet niet alleen op bestuursniveau worden gevoerd, maar ook met en tussen docenten. Hoe de toekomst eruit komt te zien kunnen we niet voorspellen. De snelheid van technologische ontwikkelingen is een feit. We kunnen de toekomst verbeelden, zoals Jane McGonigal adviseert, waardoor we meer (be)grip krijgen op het gezamenlijk vormgeven van het hoger onderwijs.
Judith
Jane McGonigal @TEDxSkoll : The future is dark (and that is a good thing)
Hi Marcel,
Uiteraard heb jij deze nieuwe TEDtalk van Jane McGonigal al gezien. En het is weer een juweeltje. Ook deze hoort natuurlijk via ons blog gedeeld te worden. Ik wil er niet te veel over vertellen. Jane moet je horen en zien đ
Als director of Games Research & Development van het Institute for the Future spreekt ze dit keer tijdens TEDxSkoll over technieken om je mind los te maken zodat je open staat voor mogelijke veranderingen in je leven, werk, samenleving. Eigenlijk wil niemand weten hoe de toekomst er uit ziet. Je wilt er over dromen. Door de toekomst te verbeelden helpt dat deze te realiseren. Zij noemt deze technieken The triangle of “What if ….”
- predicting the past
- remembering the future
- hard empathy
The gift of the future is creativity!
To create something new, or make a change, you have to be able to imagine how things can be different. The future is a place where everything can be different.
Jane McGonigal
Enjoy watching again.
Judith
Docentenberaad #Zuyd over onderwijskwaliteit en personeelsbeleid
Zoals je wellicht weet, Marcel, draag ik het Docentenberaad van Zuyd een warm hart toe. Ik ben groot voorstander van dat docenten hun stem laten horen, maar ook hun professionele ruimte pakken. Donderdag 20 april was een docentenmiddag georganiseerd door het Docentenberaad. Het was tevens de kick-off van de landelijke debattour van Zestor: Missie Vliegende Start. De middag werd geopend door de gedreven voorzitster van ons Docentenberaad, Dorien Gerards. Gevolgd door een welkomstwoord door CvB-voorzitter Karel van Rosmalen die weer eens Jules Deelder citeerde đ
“Ruimte binnen de perken is net zo onbeperkt als daarbuiten”
Vervolgens was het woord aan Albert Weishaupt, lector Professionele Onderwijsorganisaties van Stenden en tevens directeur bij het Roelof van Echten College, een VO-school. Bijzondere combi. Zijn lectoraat doet onderzoek naar hoe een school zich tot een adequate onderwijsorganisatie ontwikkelt, terwijl hij ook leiding geeft aan een onderwijsorganisatie. Een boeiende combinatie vond hij zelf. Als lector word je ineens als expert benoemd, terwijl dat ook maar betrekkelijk is, volgens hem.
Inspiratiebron voor zijn onderzoek is het boek van Mathieu Weggeman ‘Leidinggeven aan professionals? Niet doen!’ De presentatie van Weggeman hierover blijft meer dan de moeite waard van het kijken đ
Met sprekende voorbeelden, in een snel tempo en veel humor besprak Weishaupt het ‘gedoe’ in het onderwijs. Er is veel gezeur en gezeik, een constante roep (door de beste stuurlui?) om verbetering van het onderwijs. Er is blijkbaar iets fundamenteels mis, constateert Weishaupt, dat vraagt om rust en herbezinning. Hebben we een gezamenlijk beeld over goed onderwijs? (verwijzend naar Biesta: socialisatie, subjectwording, kwalificatie). Momenteel is er veel aandacht voor de rol van de docent als kritische succesfactor voor de kwaliteit van het onderwijs. Wat Weishaupt vertaalde in: “Docenten hebben de sleutel in handen voor goed onderwijs …. maar waar is dat sleutelgat?” đ
Hij besprak in een sneltreinvaart ook kenmerken van een professionele docent, gebaseerd op Hargreaves & Fullan (ben fan van Fullan đ ) / Donk & Kunneman). Zo’n docent …
- is voortdurend bezig eigen manier van lesgeven te onderzoeken en te verbeteren, gebruikmakend van wetenschappelijk getoetste kennis;
- werkt in teams waarbij het gaat om een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het lesgeven;
- participeert in de beroepsgroep;
- gaat op een publiek te verantwoorden manier om met waarden en normen (zie ook mijn blog over normatieve professionalisering).
Onderwijs is een proces, het is een risicovol proces, maar geen geĂŻsoleerd proces: onderwijs is niet maakbaar. Goed onderwijs sluit aan bij de menselijke conditie. Het lijkt er op dat docenten buiten de discussies over goed onderwijs worden gehouden. Docenten kunnen de rol ook pakken.
Willen onderwijsorganisaties ruimte bieden aan zo’n professionele docent zouden zij (volgens Hargreaves, Verbiest) aan de onderstaande eisen moeten voldoen:
- vorming van een team (in de betekenis van een leergemeenschap)
- ruimte in tijd voor docenten voor overleg, training en studie
- organisatorische ruimte (verantwoordelijkheden, bevoegdheden)
- ruimte om een bijdrage te kunnen leveren aan een beroepsgroep
In de discussie die na deze keynote volgde, ging voornamelijk over het overvolle curriculum. Dat (vak)docenten geen afscheid kunnen nemen van stokpaardjes. Curricula moeten flexibeler. Als je niet weet hoe de wereld eruit komt te zien, hoe kan je dan een curriculum voor vier jaar vaststellen? Hoe bouwen we betekenisvol onderwijs? Interessantthema’s, de moeite van verdere verkenning waard ….. Een ander gesprekspunt ging over de vermaledijde flexibele schil. Jonge frisse (vak)docenten zouden ook gevraagd kunnen worden om feedback te geven op actualiteit van curriculum.
Het punt over professionele identiteit van docenten, en het niet pakken van een rol over kwaliteit en toekomst van onderwijs, kon volgens één van de aanwezigen ook liggen dat bij hbo-docenten een gezamenlijke identiteit mist. Docenten voelen zich meer vakvrouw/-man (verloskundige, programmeur, etc) dan docent.
Tot slot kwam ook de werkdruk even ter sprake. Ik hoorde dat gezegd werd dat we werkdruk zelf creĂ«ren. Mwah. Dat is gedeeltelijk waar denk ik. De ruimte binnen de perken kan ook iets doen met de gevoelde mogelijkheden. Ik heb geen lesverplichtingen  en daardoor redelijk zeggenschap over mijn agenda. Dat is bij docenten wel wat anders. Toch merk ik dat ook ik me al steeds meer terugtrek om mijn werkdruk te ‘managen’. Dat ik steeds meer aan het ‘meestribbelen’ ben zoals Mathieu Weggeman dat noemt, dat kost me iets minder energie.
De vraag die bleef hangen: ‘Zijn wij (zelf of als organisatie) in staat om docenten te faciliteren (ruimte en tijd te geven) zodat ze ont-moeten?’. Inderdaad tijd voor rust en herbezinning, zoals Albert Weishaupt bepleitte.
Ik vond het jammer dat de collegezaal niet overvol zat. Als expertdeskundige (ICT in het onderwijs) ben ik betrokken bij het Docentenberaad. Ik ben geen docent dus kan ook niet deelnemen in dit beraad. Belang van docenten bij het vormgeven van kwalitatief goed toekomstgericht onderwijs is enorm. Docentenberaad Zuyd zoekt nog leden! Dus docenten van Zuyd: pak je rol en meld je aan!
Judith
Meer over positioneren van de docent als professional en onderwijskundig leider is te lezen in de lectorale rede van Albert Weishaupt.
Bronnen:
- Biesta, G. (2012). Goed onderwijs en de cultuur van het meten. Dan Haag: Boom Lemma
- Donk, W. B. H. J. van de. (2006). Geloven in het publieke domein: verkenningen van een dubbele transformatie. Amsterdam: Amsterdam University Press.
- Hargreaves, A., & Fullan, M. (2012). Professional capital: transforming teaching in every school. London: Routledge
- Verbiest, E. (2012). Professionele leergemeenschappen: een inleiding. Antwerpen: Garant
- Weggeman, M. (2008). Leidinggeven aan professionals? Niet doen! (3e druk.). Schiedam: Scriptum Management




