Categorie archief: MLI

Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU

Mijn 1e SLB-gesprek #MLI

Ha Marcel,

Heerlijk dat procrastineren, daar ben ik nu ook weer mee bezig! Ik moet eigenlijk aan mijn literatuuronderzoek van mijn paper werken, maar ik moest van Michiel ook een verslag maken van mijn studieloopbaangesprek. Ha! ik mag weer bloggen! Daar kwam ook dit blog (natuurlijk) ter sprake, mijn ultieme reden om dingen uit te stellen 🙂 Er is toch niets leuker dan bloggen! Michiel vroeg hoeveel tijd dat me dit kost … euh …. veel …. maar het is zo leuk! Ik ontving zijn complimenten voor ons blog. Van een medestudent hoorde ik dat de vorm zo leuk is, net alsof je even een brief van iemand mag lezen.

Mijn SLB-gesprek ging over de 4 rollen van de MLI: Excellente leraar (dat ik kan vervangen door ‘trainer’), ondernemende ontwikkelaar, reflective practioner, begeleider en gesprekspartner voor collega’s. Voor mij zijn de eerste en laatste rol het meest belangrijk. Ik kan dit blog verder prima gebruiken om mijn ontwikkeling en leerproces te beschrijven. Ik had het al goed op een rijtje vond Michiel. Ik kreeg van hem de tip om met een medestudent te sparren over mijn onderzoek.

Daarnaast natuurlijk ook over de combinatie studie (mijn zoektocht naar opleidingstructuur) – werk (onduidelijkheid positionering I-team, functiehuis; het zorgt onbewust toch voor onrust) – thuis (mantelzorgtaken; tot hoe ver gaat je verantwoordelijkheid?). Hoe ik het red, vroeg Michiel. Ik weet het niet. Ik probeer zo weinig mogelijk einddoelen te stellen en meer op het proces te focussen. Een groot voordeel voor mij is dat ik geen lesverplichtingen heb en daardoor redelijk mijn eigen agenda kan bepalen. Ik probeer wekelijks een dag vrij te plannen voor mijn studie tot duidelijk wordt hoe de cao-hbo professionaliseerparagraaf voor de ondersteunende medewerkers er per 1-1-14 (dus voor mij) uit ziet.

Ook hebben we de reden besproken waarom ik deze studie volg: het uitbreiden van mijn werkperspectief. Eigenlijk vind ik dat door het bloggen op mijn eigen manier leer. Er wordt in het hbo (te?) veel waarde gehecht aan een masterpapiertje. Wist je dat Henry Ford, Bill Gates, Steven Spielberg, Mark Zuckerberg, Michael Dell geen van allen een diploma aan het voortgezet onderwijs haalden? De ‘universiteit van het leven’ biedt zoveel mogelijkheden tot informeel leren. En al die webtools die ons ter beschikking staan maakt het zoveel gemakkelijker. Uiteraard leer ik op deze master toch ook veel 🙂 zeker op het gebied van leertheorieën. Het is ook fijn dat items je aangedragen worden, mijn manier is dat ik hierover lees en weer blog.
Ik mis binnen deze master wel de online samenwerkingsmogelijkheden en het samenwerken aan opdrachten (een competentie dat van een kenniswerker verwacht mag worden). Van Michiel begreep ik dat dit in andere leerarrangementen aan bod komt. Ik ben ook veel te ongeduldig.

Het was een prettig gesprek. Het blijkt zelfs dat ik een ‘Halterse verbinding’ met Michiel heb 🙂

Ja, wat willpower kan ik wel gebruiken. En je weet wat jouw held zegt:

Als je het kunt dromen, kun je het ook maken.
Walt Disney

???????????????????????????????

We zijn zelf de grootste oorzaak van het niet realiseren van onze dromen. Het is meestal een kwestie van gewoon doen :).

Weet welke quote Michiel tijdens het gesprek citeerde? Die van Jules Deelder die Karel van Rosmalen onlangs gebruikte bij de kick-off van Zuyd Innoveert.:)

Binnen de perken is net zoveel ruimte als daarbuiten

Mooi hè! Ik heb het boek besteld, hoor!
Groet,
Judith

Leeragenda ter voorbereiding 1e SLB-gesprek #MLI

Hoi Marcel, Beste Michiel,

Afgelopen maandag heb ik de leergroepweek gemist vanwege de propedeuse-uitreiking van dochterlief. Ook belangrijk! Mijn 1e individuele SLB-gesprek heb ik daarom a.s. maandag. Voor veel medestudenten was het eens zitten aan de andere kant van de tafel.

Voor mij niet, ik heb nog nooit SLB-gesprekken gevoerd. Uiteraard wel ervaring met feedbackgesprekken 🙂

Even voorstellen:
Michiel Lauwerijssen is mijn studiebegeleider. Ik heb hem enige tijd geleden het linkje naar mijn ‘Wat wil ik leren’-blog gestuurd. Hij vond het een mooie vorm.
Jouw blog kan je zien als een online portfolio waarin jij reflecteert op de bijeenkomsten, op de opdrachten die je doet, de literatuur die je leest en de concepten die krijgt aangereikt. Je legt de verbinding naar de doelen van je leeragenda en geeft daarmee eigenlijk antwoord op de vraag: hoe ontwikkel ik die rollen in  mijn eigen praktijk? Wat is daar van zichtbaar? Wat merk en leer ik daar van? Op het einde van de opleiding, in de integratiefase, breng je dit alles samen.

Ik zat met mijn leeragenda op het goede spoor. Ik moest alleen mijn eigen leerdoelen opnemen voortkomend uit de 4 rolbeschrijvingen van de master. Ik blijf het lastig vinden hoor. Wederom een poging.

afbeelding free download via

Het Educause congres en de 2 weken vakantie in Amerika waren super, maar dat heeft wel een kop vol chaos en studievertraging tot gevolg. Het kost weer even tijd om alles op een rijtje te krijgen. Sowieso bestond de eerste maanden van mijn studie uit een zoektocht naar lesprogramma’s, de structuur van de opleiding onder de knie te krijgen, de samenwerking binnen de leergroep. Vanuit de master wordt via N@tschool wel alles heel gestructureerd aangeboden maar een samenwerkingsomgeving is dit niet. Ik heb wel de coördinator getipt over de Yammeromgeving die bestaat voor Fontysstudenten, daarbinnen zou gemakkelijk een afgesloten groep MLI2013 gevormd kunnen worden. Tot op heden nog niet gebeurd. Diverse leergroepen hebben al dropboxen gedeeld. Onze leergroep werkt nu met Edmodo en we hebben een whatsappgroep. De online activiteiten vallen nog wat tegen terwijl ik daar wel behoefte aan heb merk ik. Dit is toch al wel mijn manier van werken geworden. Ik mis het écht samenwerken binnen deze master. Tot nu toe hebben we alleen individuele opdrachten waar we aan moeten werken.

Wat betreft mijn leerdoelen en ontwikkeling t.a.v. de 4 rollen:

Excellente leraar: In die rol draagt de master, vanuit zijn expertise, bij aan het pedagogische en didactische klimaat binnen de school als totaal. De master heeft een gedegen kennis van actuele inzichten in het leren van lerenden en in de kenmerken van krachtige leeromgevingen voor lerenden van uiteenlopend niveau. De master Leren & Innoveren expliciteert mede op basis van zijn kennis zijn persoonlijke onderwijsvisie en relateert deze aan de onderwijsvisie van de school. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Deze rol komt het meest tot uiting in LA1 en LA2. Mijn leservaringen zijn beperkt tot het geven van lessen informatievaardigheden als bibliothecaris. Ik heb geen docentenopleiding gevolgd wel een didactische cursus. Als I-adviseur verzorg ik regelmatig workshops web2.0, inspiratiesessies TPACK, en presentaties over diverse werkgerelateerde onderwerpen. Ik ben wel goed op de hoogte van de onderwijsontwikkelingen binnen Zuyd, nationaal en internationaal, dat is op ons blog wel na te lezen.

Mijn leerdoelen:

Meer kennis opdoen rondom verschillende pedagogische en leerpsychologische theorieën. Met deze kennis wil ik beter didactische consequenties overzien van de verschillende werkwijzen, voor mijn adviesrol wel belangrijk.

Mijn ontwikkeling:

Ik heb in een blog en een mindmap hetgeen ik gelezen heb over de verschillende leertheorieën verwerkt. Ook rondom feedback hebben we het een en ander gelezen en geoefend, door hierover te bloggen en daarom heen wat extra te lezen, heb ik meer geleerd over Hattie & Timperley.

Ondernemende ontwikkelaar: initieert innovaties en ontwikkelt nieuwe didactische concepten, instrumenten en materialen op basis van expliciete kennis van het leren van lerenden en het ontwerpen van onderwijs. Daarnaast implementeert hij in de eigen werksituatie vernieuwingen, rekening houdend met de nieuwste inzichten op dit gebied en met maatschappelijke ontwikkelingen en met behoeften van collega’s, lerenden en hun ouders. De master Leren & Innoveren werkt daarbij interdisciplinair samen met collega’s, leidinggevenden en partijen uit de omgeving van de school. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Deze rol staat vooral in LA2 centraal. Het ontwikkelen van didactische materiaal is niet mijn primaire doel om deze master te volgen. Door het vele ‘doen’ en werken met allerlei social media tools kan ik op dit gebied wel innovatieve materialen ontwikkelen. Mijn creativiteit en innovatief vermogen helpen me hierbij. Door meer kennis van leerprocessen en begeleidingsprincipes verwacht ik met LA2 deze rol van ondernemende ontwikkelaar te verbeteren. Binnen Zuyd vervul ik op het onderwerp social media een voortrekkersrol, ik activeer, stimuleer en inspireer collega’s. En werk op dit terrein ook samen met mensen buiten de grenzen van mijn organisatie.

Mijn leerdoel:

Door meer inzicht uit verschillende leerpsychologische theorieën wil ik betere workshops kunnen ontwerpen die aansluiten op het niveau van de deelnemers.

Mijn ontwikkeling:

Met dit leerarrangement zijn we nog niet gestart daar kan ik nog niet zoveel ontwikkeling in laten zien.

Reflective practitioner: onderzoekt onderwijs vanuit het perspectief van Leren & Innoveren. Zo voert hij praktijkgericht onderzoek uit, gericht op verbetering van het onderwijs. Een probleem in de eigen school of verbeterpunt is het startpunt van het onderzoek. Bij de uitvoering maakt de master Leren & Innoveren gebruik van expliciete kennis van onderzoeksmethodieken. Hij is in staat om de conclusies en aanbevelingen te implementeren in de eigen school en daarnaast te verspreiden door publicaties of workshops (disseminatie). De master is in staat de resultaten van door derden verricht onderzoek kritisch op zijn merites voor de eigen onderwijspraktijk te beoordelen. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Dit is natuurlijk dé rol binnen LA5 het praktijkonderzoek, maar binnen LA1 moet ik een wetenschappelijke paper schrijven dus deze rol komt ook hier in terug. Hier heb ik nog veel te leren. Een probleemstelling voor een onderzoek formuleren, wetenschappelijk schrijven, statistische analyses maken is voor mij nieuw en een grote uitdaging ;).

Mijn leerdoel:

Goed leren argumenteren, wetenschappelijk onderbouwen en motiveren waarom ik bepaalde onderwijsinnovaties belangrijk vind.

Mijn ontwikkeling:

Een belangrijk onderdeel van LA1 is het schrijven van een paper. Als bibliothecaris ben ik wel gewend om te zoeken naar literatuur. En als blogger zoek ik ook wel mijn bronnen om mijn verhaal te ondersteunen. Het schrijven van een wetenschappelijk stuk (en het refereren)  is toch wel een heel ander verhaal. Ik weet nog niet of ik dit wel leuk vindt, toch is wel een groot gedeelte van deze studie: de paper en het onderzoek. Inhoudelijk bezig zijn met mijn onderwerp daarentegen vind ik erg interessant.
Bloggend heb ik mijn probleemanalyse en onderzoeksvraag gedeeld: Werk in uitvoering deel 1 en deel 2. Voor mijn literatuuronderzoek gebruik in Mendeley, ook mijn ervaringen hiermee heb ik gedeeld, tevens heb ik de website over webtools die ik voor Zuyd onderhoud Dingen@Zuyd verrijkt met informatie over dit refereerprogramma. De APA-notaties heb ik volgens mijn feedback nog niet helemaal onder de knie, daar moet ik nog wat aandacht aan besteden. Mijn paper en onderzoek heeft te maken met MOOC’s & Open Education. Als mede-projectleider van het innovatieproject binnen fac. ICT heb ik een blog ingericht en volg ik een masterclass bij SURF, zie hier mijn verslag.
Hoewel het kunnen schrijven van een wetenschappelijk artikel niet mijn leerdoel is, zal ik dit toch moet uitvoeren om deze master af te ronden. Ik heb al veel gelezen rondom mijn thema, maar nog niet voldoende ‘wetenschappelijk’ onderbouwde informatie. Deze zoektocht moet nu snel gaan starten.

Begeleider en gesprekspartner voor collega’s: treedt op als gespreksleider en begeleidt collega’s bij innovatieprocessen en bij de ontwikkeling van onderwijs. Hij is tevens in staat om collega’s te begeleiden in hun professionele ontwikkeling en hij ondersteunt ze op zijn inhoudelijke expertisegebied. Hij heeft inzicht in het leren van professionals. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Deze rol komt voornamelijk in het 2e jaar aan bod. De beroepshouding aspecten die in deze rol naar voren komen zoals sociaal/communicatieve en lerende/onderzoekende kwaliteiten meen ik wel te bezitten.

Mijn leerdoel:

In mijn handelen bewust en actief rekening met de belangen en verwachtingen en eisen van diverse onderwijsprofessionals waarmee ik te maken heb. Met betrekking tot mijn gebrek aan geduld in een minder snel veranderende omgeving kan ik nog wel verbeteren. Misschien vaar ik soms te veel mijn eigen koers? Het kunnen afwegen van (persoonlijke en organisatorische) belangen. Ook het vinden van de juiste woorden voor het juiste gremium. Ik heb soms het gevoel de plank mis te slaan, aan de andere kant wil ik wel op mijn ‘eigen-wijze’ manier blijven communiceren 😉

Mijn ontwikkeling:

Door mijn activiteiten als projectleider sta ik nu dichter bij het onderwijs en krijg daardoor meer zicht op de diversiteit aan problematieken die spelen.

Concluderend:

Mijn voornaamste uitdaging nu is de balans vinden tussen thuis, werk en studie. Beter focussen op wat ik echt moet doen! En snel aan de slag met onderzoeksopzet en literatuurstudie voor ik te ver achter raak.

En weer was even aan het procrastineren en kwam dit filmpje tegen. Een mooi link tussen thuis (bewegen) – werk (geheugen) – studie (open education) dit college van Erik Scherder voor de Universiteit van Nederland. Volgens onderzoek worden we luier en daardoor dommer, we moeten minstens een half uur per dag matig intensief bewegen, want bewegen is niet alleen goed voor het lichaam ook voor het brein. Alleen …daar kom ik ook al niet aan toe. 😦

De weg van de meeste weerstand, ja die volg ik wel 😉

Judith

Feedback #MLI

Ha Marcel,

Binnen de master is het van belang elkaar van goede feedback te kunnen voorzien. Daar gingen we afgelopen maandagmiddag mee aan de slag. De middag startte met een college over peer assessment door Marjo van Zundert. Zij is op dit onderwerp gepromoveerd.

Een van de eerste artikelen die ik moest lezen voor de master Leren en Innoveren was ‘The power of feedback’ van John Hattie en Helen Timperley (2007). Hierin definiëren zij feedback als informatie over iemands prestatie of inzicht verstrekt door een leraar, medestudent, ouder of computer. Hun onderzoek gaf aan dat feedback het meest effectief is als de informatie ervan gericht is op een taak en hoe je deze taak effectief kunt invullen. En feedback dient tips en instructies te bevatten gerelateerd aan het gestelde doel. Ze hebben hiervoor een feedbackmodel ontwikkeld.

Volgens het model is feedback effectief als het antwoord geeft op 3 belangrijke vragen:

1. Wat is het beoogde doel (feed up)?
2. Hoe doe ik het tot nu toe (feed back)?
3. Wat zijn de vervolgstappen om tot het gewenste doel te komen (feed forward)?

En op vier aspecten

1. Taak
2. Proces
3. Zelfregulatie
4. Persoonlijk

Feedback op de persoon is de meest voorkomende vorm binnen het onderwijs maar het minst-effectieve. Het prijzen van studenten (lof, beloning, badges) blijken het minst de prestaties van studenten te vergroten. Niet-prijzen blijkt zelfs een groter effect te hebben. Ik vraag me af of dit, 6 jaar na dit onderzoek, nog steeds zo is? Waar komt het like, +1, open badges hype vandaan? Heeft dat instant ‘wow goed bezig!’-gevoel echt zo weinig effect op onze prestaties? Iets wat met gaming in het onderwijs toch gestimuleerd wordt?

Een model biedt handvatten maar is nooit heilig. In dit model van Hattie & Timperley ontbreken de implementatie en sociale aspecten. Zoals wij tijdens de discussie na het college bespraken: een veilig klimaat (vertrouwen), positieve houding (opbouwend niet afbranden) en op non-verbale communicatie letten is bijzonder belangrijk (hilarische kijktip van Mieke Haverkort).

DiscussieFeedback

foto @MiekeHaverkort

In Canon van het Leren schrijft Arja van der Valk in haar bijdrage dat de factor tijd onderbelicht is in dit model. We hebben niet alle tijd van de wereld om elkaar uitgebreid van feedback te voorzien. Daarnaast ontbreekt in het model ook de wijze waarop de student openstaat om feedback te ontvangen en in staat is te reflecteren op zijn eigen handelen. Het inzicht in eigen talent zal de intrinsieke motivatie van de ontvanger verhogen volgens Van der Valk. Daarom is het stellen van verdiepende vragen naar het aanwezige talent van de student/de lerende professional aan te raden. Het belang van gemotiveerd zijn en blijven hoort bij alle vormen van feedback centraal te staan.

Goed omschreven doelen kan het leerproces positief beïnvloeden. Logisch want dan weet je waar je als student naar toe moet werken. Lastiger is het als je je eigen doelen moet formuleren. Onze leeragenda 😦 ik heb een poging gedaan en daar laat ik het nu even bij. Hoewel ik van mijn studiebegeleider als feedback kreeg dat ik het niet moest laten liggen.  Daarom nog maar dit feedbackblogje. Hij schreef: “Jouw blog kan je zien als een online portfolio waarin jij reflecteert op de bijeenkomsten, op de opdrachten die je doet, de literatuur die je leest en de concepten die krijgt aangereikt.”
Ik moet eerlijk zeggen dat ik meer van Hattie & Timperley heb begrepen door ook door de Canon van het Leren te lezen en hierover dit blogje weer te schrijven.

Ook als lerende professional binnen Zuyd moeten mijn doelen duidelijk en helder zijn, anders is het lastig feedback te geven. Binnen het I-team namen we jaarlijks de tijd om elkaar gezamenlijk in alle openheid van feedback te voorzien, compleet met tops & tips. Dierbare bijeenkomsten waren dat. Door alle teamveranderingen is het er niet meer van gekomen en wordt het beperkt tot het formele feedbackmoment met onze huidige leidinggevende. Gelukkig heb ik wel genoeg collega’s om me heen die ik tijdens (niet-geplande) momenten om feedback kan vragen 🙂

Nou, de expert-feedback op mijn probleemstelling heb ik ook binnen. Er is nog werk aan de winkel. Dit blijft nu toch allemaal echt even liggen tot na de Educause hoor 🙂
Judith

PS. Het college van Marjo van Zundert eindigde met enkel leestips o.a. van Dominique Sluijsmans, haar co-promotor ;). Voor deze master hebben we al een artikel van Dominique moeten lezen, dat ging over toetsen. Haar inaugurele rede over professioneel beoordelen is in dit verband ook zeer de moeite waard om te lezen, een leestip voor mijn mede-studenten!

Werk in uitvoering: concept probleemanalyse paper LA1 #MLI

Hallo Marcel,

Voor 9u00 gistermorgen moest ik de probleemanalyse en onderzoeksvraag inleveren voor mijn 2e feedbackmoment. Ik krijg deze week schriftelijke feedback van mijn begeleider Sophie. De feedback die ik ’s middags al van mede-studenten heb ontvangen is in deze concept-probleemanalyse nog niet verwerkt.

Mijn doelstelling voor afgelopen week was om Mendeley en APA beter te doorgronden. Wat betreft APA is onze informatiespecialist Annette mij behulpzaam geweest. Dank!
De desktop-cliënt van Mendeley had ik al geïnstalleerd, maar ik wilde ook Mendeley gebruiken om te citeren. Via een uitgebreide handleiding van de Universiteitsbibliotheek TU/e zag ik dat ik hiervoor de MS Word Plugin moest installeren. Gelukkig heb ik installatierechten op mijn werklaptop. Ook handig bleek de web-importer van Mendeley om referenties vanuit mijn browser toe te voegen aan mijn Mendeley-library. Deze informatie met linkjes heb ik ook toegevoegd aan Dingen@Zuyd: Ding 12: Referentieprogramma’s.
In de literatuurlijst die ik toegevoegd heb aan mijn probleemanalyse en de verwijzingen in de tekst hiernaar, zijn nu via mijn Mendeley-library gegenereerd. Of het al helemaal APA-proof is, weet ik niet. Het is nog concept hè 😉

Ik had me deze week nog wat willen verdiepen in de term ‘social learning’ via de database Eric, maar dankzij de Shutdown van de Amerikaanse overheid zijn er ook diverse onderzoeksdatabanken niet beschikbaar. Belachelijk. Ik hoop dat deze shutdown snel voorbij is. In die databanken zal ik de komende weken niet zoeken, maar voor ons reisje naar Amerika zal dit toch wel fijn zijn! Maar hierover deze week meer 🙂

Greetings
Judith


Probleemanalyse & Onderzoeksvraag

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, Janssen, & Van Valkenburg, 2013).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staan werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm (“MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar,” 2013).

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recent binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT. Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als op en courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in aangenomen OER Declaration waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen (“2012 Paris OER Declaration,” 2012).

In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald ((Jacobi, 2013):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”
Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”(“Wat zijn Open Educational Resources?,” n.d.)

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd (“Zuyd bouwt aan een sterk merk,” n.d.). Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie (“Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd,” n.d.)
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”
Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (Munnichs, 2013)

De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet wordt het informele leren gestimuleerd. Het programma Opening Up Education (geïnitieerd door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn (Johnson, Adams, & Cummins, 2013).

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open onderwijs gestimuleerd kan worden?

Literatuurlijst

2012 Paris OER Declaration. (2012). In 2012 World Open Educational Resources (OER) Congress UNESCO, Paris, June 20-22, 2012. Paris. Retrieved from http://www.unesco.org/new/fileadmin/MULTIMEDIA/HQ/CI/CI/pdf/Events/Paris OER Declaration_01.pdf

Hogeschoolbrede onderwijsvisie geformuleerd. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarbeeld.nl/jaarverslag-2011/aDU1018_Hogeschoolbrede-onderwijsvisie-geformuleerd.aspx

Jacobi, R. (2013). Trendrapport open educational resources 2013.

Johnson, L., Adams, S., & Cummins, M. (2013). The NMC Horizon Report: 2013 Higher Education Edition. Retrieved from http://www.nmc.org/publications/2013-horizon-report-higher-ed

MOOCs populair onderwerp bij opening studiejaar. (2013). Transfer. Retrieved from http://www.transfermagazine.nl/nieuws/onderwijs/moocs-populair-onderwerp-bij-opening-studiejaar

Munnichs, J. (2013, September 24). Universiteit zoekt toenadering tot regionale bedrijfsleven. Dagblad De Limburger. Retrieved from http://www.lexisnexis.com/uk/nexis

Rubens, W. (2013). E-learning : trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij.

Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In Ria Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

Wat zijn Open Educational Resources? (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from https://www.surfspace.nl/sig/5-open-educational-resources/45-over-de-sig-oer/

Zuyd bouwt aan een sterk merk. (n.d.). Retrieved October 03, 2013, from http://www.zuydjaarverslag.nl/jaarverslag-2010/aDU1013_Zuyd-bouwt-aan-een-sterk-merk.aspx


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

Werk in uitvoering: concept onderzoeksvraag paper LA1 #MLI

Dag Marcel,

Net zoals jij (maar dan iets anders ;)) ben ik bezig met een opzet voor mijn paper. In het kader van LA1 ‘Zin in Leren’ moet ik: “Helder en beknopt vanuit de kern van het praktijkprobleem redeneren naar koppeling aan wetenschappelijk concept(en) op metaniveau. Formuleren van een eerste probleemanalyse. Formuleren van voorlopige onderzoeksvraag / -vragen”.
Vandaag moet ik dit in een elevator pitch van 2 minuten presenteren aan een begeleider.

Ik heb er (in gedachten) nogal mee geworsteld. Mijn werkwijze blijkt toch te zijn: gewoon beginnen met schrijven, erom heen lezen en kijken waar ik uitkom. Eigenlijk zoals ik ook een blogpost schrijf :). Ik ben met Mendeley nog aan het experimenteren, daarom is de bronvermelding nog niet APA-proof. Dat is mijn opdracht voor de komende week.
Erg benieuwd naar de feedback van mijn begeleider. Als jij of een andere bloglezer nog wat tips heeft, hoor ik ze graag. En dat mag open 🙂

Voor deze opzet hebben naast de masterclass OER van SURF academy  ook eerdere 2beJAMmed-blogpost als inspiratie gediend:

Groet,
Judith

?????????

free download @GraphicStock

Sinds in 2011 twee hoogleraren aan Stanford University, hun cursus openstelden voor belangstellenden van buitenaf, is er wereldwijd grote belangstelling voor MOOC’s. MOOC’s zijn ‘hot’. In de media verschijnen dagelijks items over hoger onderwijsinstellingen die cursussen open online beschikbaar stellen[1]. Voorbeelden uit Amerika met aanmeldingen van 160.000 cursisten spreken tot de verbeelding.

MOOC staat voor Massive Open Online Course. In 2008 werd de term voor het eerst gebruik als typering voor een online open cursus van George Siemens (Athabasca University) en Stephen Downes (National Research Council Canada) over Connectivism and Connective Knowledge. Hier namen 23.000 mensen aan deel (Schuwer, 2013[2]).

Een MOOC is een vrij toegankelijke complete cursus waarin vele duizenden studenten participeren die gezamenlijk het cursustraject starten en afronden. Een MOOC bevat cursusmateriaal, een docent die uitleg geeft of als coach optreedt, fora waarin met medestudenten overlegd kan worden en met huiswerkopdrachten waarop je feedback ontvangt. Eventueel ontvang je (tegen betaling) een certificaat.

Ook in Nederland zijn universiteiten die gratis online onderwijs aanbieden. Inmiddels hebben universiteiten van o.a. Delft, Leiden en Amsterdam zich aangesloten bij Amerikaanse MOOC-platforms om hun online cursussen open in de markt te zetten.
Dat MOOC’s op de bestuurlijke agenda staat werd duidelijk in de verschillende speeches tijdens de opening van het academisch studiejaar 2013-2014. Zo wees ook onderwijsminister Bussemaker op de kansen en bedreigingen van deze onderwijsvorm[3].

Bij Zuyd Hogeschool heeft de faculteit ICT recentelijk binnen het Zuyd Innovatieprogramma een project ingediend. Dit innovatieproject beoogt meer inzicht te krijgen in het fenomeen MOOC en OER. Op basis van het verkregen inzicht moet besloten kunnen worden in hoeverre de didactisch werkvorm MOOC door te voeren is binnen de faculteit ICT.
Specifieke aandachtsgebieden binnen dit project zijn het open en online karakter.

Het ‘openen’ van onderwijs staat mede als gevolg door alle belangstelling voor MOOC’s erg in de belangstelling. Het open zetten van leermaterialen is al langer aan de gang. MIT is in 2001 al begonnen met het publiceren van hun cursussen als open courseware (OCW). De UNESCO noemde deze ontwikkeling in 2002 Open Educational Recources (OER), een term die nog steeds centraal staat in de in juni 2012 in Paris aan genomen OER Declaration[4] (Mulder, 2013 [5]) waarin de UNESCO-lidstaten opgeroepen worden het gebruik van OER te bevorderen.
In het Trendrapport Open Educational Resources 2013 van de special interest group OER van SURF (d.i. de ICT-samenwerkingsorganisatie van het hoger onderwijs en onderzoek) wordt de definitie voor de definitie van de Hewlett Foundation aangehaald (p. 38):
“OER are teaching, learning, and research resources that reside in the public domainor have been released under an intellectual property license that permits their free use and re-purposing by others. Open educational resources include full courses,course materials, modules, textbooks, streaming videos, tests, software, and any other tools, materials, or techniques used to support access to knowledge.”

Kort gezegd:
“Open Educational Resources (OER) zijn open leermaterialen die online vrij beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van het materiaal is onder voorwaarden toegestaan.”[6]

Zuyd Hogeschool heeft waarden als Open, Ambitieus, Ondernemend, Vakkundig en Inspirerend benoemd als Zuydwaarden benoemd [7]. Deze waarden komen ook tot uiting in haar Onderwijsvisie [8]:
Zuyd leidt moderne professionals op, streeft naar een hoog rendement bij een nominale studieduur, heeft professionele docenten, biedt een functionele en uitdagende studieomgeving en bedt het onderwijs in de maatschappelijke omgeving in.”

Door ook te participeren in het strategisch programma Kennis/As profileert Zuyd zich (met de partners Maastricht UMC+ en Maastricht University) nadrukkelijk als kennispartner voor kleine en middelgrote ondernemingen in de regio. Ook hier wordt nagedacht om MOOC’s in te zetten om de kenniseconomie in Zuid-Limburg een boost te geven, zo stelde Prof. Dr. Martin Paul, voorzitter van het College van Bestuur van Maastricht University tijdens de opening van het academisch jaar (De Limburger, 24 september 2013 [9]).
De deelname van Zuyd sluit aan bij de eerdergenoemde notitie Visie op Onderwijs van Zuyd, waarin m.b.t. maatschappelijke inbedding van het onderwijs vermeld staat:
“Kennisdeling, -ontwikkeling en toepassing staan centraal. Daarbij levert de samenwerking met de beroepspraktijk kennis op die onderdeel uitmaakt van de kenniscirculatie. Alle betrokken partijen leveren door co-creatie bijdragen die leiden tot een versterking van onderwijs en onderzoek, die ook ten goede komt aan de innovatie bij relaties van Zuyd.”

MOOC’s zijn opgezet door het formele onderwijs, echter door de gratis vrij toegankelijke opzet  wordt het informele leren gestimuleerd.  Het programma Opening Up Education [10](geïnitieerd  door het Directoraat Generaal Education and Culture van de Europese Commissie) doet nadrukkelijk een oproep om samen te werken en bruggen te slaan tussen formeel, informeel en non-formeel leren door samenwerking tussen onderwijsveld en bedrijfsleven. Dit sluit ook aan op de key trends ‘openness’ en ‘MOOC’s’ zoals die in Horizon Report 2013 benoemd zijn [11].

De vele initiatieven rondom MOOC’s, OER en Open Education roepen ook m.b.t. het innovatieproject van de faculteit ICT vele vragen op:

  • Hoe gaan kenniswerkers om met nieuwe technologische mogelijkheden?
  • Hoe komt co-creatie tot stand?
  • Hoe gaan docenten om met Open Educational Resources?
  • Hoe vullen docenten hun rol binnen online discussiefora in?
  • Welke waarden gelden voor het diepe leren in een (open) digitale leeromgeving?
  • Welke cultuur is nodig om open kennisdelen te bevorderen?
  • Hoe kunnen formele onderwijsorganisaties informeel leren faciliteren?

Vragen die te maken hebben met leren als een sociaal proces. In relatie tot de online leren komt de term ‘Social Learning’ vaker naar voren, waarmee men doelt op samenwerkend leren in netwerken, maar ook het zelfverantwoordelijkheid nemen voor het eigen leren door o.a. eigen leeractiviteiten te organiseren (Rubens, 2013[12]).

In het kader van dit paper zal ik het begrip ‘social learning’ toelichten. De onderzoeksvraag die hierbij gesteld wordt, luidt:

Wat zijn de voorwaarden waardoor ‘social learning’ binnen een open digitale leeromgeving (zoals een MOOC) of via open digitale leermiddelen (zoals OER) gestimuleerd kan worden?


[1] Een snelle zoekactie op 26-09-13 leverde in Google Nieuws ruim 600 berichten in de afgelopen maand en in LexisNexis 27 artikelen in Nederlandse kranten in september 2013

[2] Schuwer, R., Janssen, B., & Van Valkenburg, W. (2013). MOOC ’ S : Trends en kansen voor het hoger onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 23–28).

[5] Mulder, F., & Janssen, B. (2013). Open (het) onderwijs. In R. Jacobi, H. Jelgerhuis, & N. Van Der Woert (Eds.), Trendrapport OER 2013 (pp. 38–44).

[12] Rubens, W. (2013). E-learning: Trends en ontwikkelingen. Middelbeers: InnoDoks Uitgeverij. pp. 141