Zoekresultaten voor mendeley

PDF’s lezen en annoteren met Mendeley #MLI

??????????Hallo Marcel,

Vanaf deze week neem ik zo veel mogelijk de donderdag vrij om te studeren. Tijdens de facilitaire introductie hadden we wat huiswerk opgekregen waaronder het lezen van 2 wetenschappelijke artikelen. Het heeft me gisteren nogal wat tijd gekocht om me weg te vinden op de Fontys Portal en N@tschool. Elke omgeving zo z’n eigenaardigheden zullen we maar zeggen ;). Uiteindelijk wel alle info gevonden. Goed om eens te ervaren hoe dit voor een 1e jaars of een nieuwe medewerker van Zuyd moet voelen. Voor degene die er mee werkt lijkt alles zo vanzelfsprekend en logisch….

Ik had me voorgenomen om tijdens deze master Mendeley te gaan gebruiken, dus waarom niet meteen vanaf het begin? Mendeley is een referentieprogramma (net zoiets als EndNote) maar is meer gericht op online samenwerken tussen onderzoekers. Zie Ding 12: Referentieprogramma’s voor meer informatie over Mendeley en EndNote.

Het lijkt zo voor de hand liggend om als onderzoeker samen te werken, de technologie is er. Maar toch …. In de nieuwste Educause Review (augustus 2013) las ik dat Edward Ayers zich dat ook afvraagt: Does digital scholarship have a future?

The articles and books that scholars produce today bear little mark of the digital age in which they are created. Researchers routinely use electronic tools in their professional lives but not to transform the substance or form of their scholarship.

Ayers citeert een (verontrustend) onderzoek van Ithaka S+R (2012):

The study notes that even though “digital practices may influence these scholars’ work in a variety of ways,” few scholars see “the value of integrating digital practices into their work as a deliberate activity.” Many scholars judge that using digital methods would simply “not be worth the time”; about one-third of the respondents said they do not know “how to effectively integrate digital research activities and methodologies” into their work and have no desire to learn.

Genoeg werk nog voor de bibliotheken, lijkt me.

To have this impact, digital scholarship needs a greater focus and purpose, a greater sense of collective identity. It needs to present itself less as a series of isolated experiments and more as a self-conscious movement across higher education.

Maar ik ben nog niet met onderzoek begonnen 😉 maar wel met lezen van wetenschappelijke artikelen. Hiervoor vind ik Mendeley niet geschikt. Ik heb een iPad dus ik print uit principe zo weinig mogelijk. Op mijn iPad heb ik een geweldige app: GoodReader. Mijn dropboxmapje MLI-verplichte literatuur heb ik gesynchroniseerd en op deze manier kan ik de PDF’s lezen, highlighten en van opmerkingen voorzien. Annoteren is niet mogelijk met Mendeley app voor de iPad itt de Mendeley desktop, maar ik lees geen artikelen op de laptop. Ik kan wel vanuit de Mendeley app een pdf openen in GoodReader maar dan krijgt het document een naam dat alleen uit nummers bestaat. Niet handig. Keuze snel gemaakt dus. Zolang het bij lezen blijft, gebuik ik GoodReader icm Dropbox op mijn iPad.

Studiegroeten,
Judith

Wat maakt dat een team gaat vliegen?

Hoi Marcel,

Ha Judith,

En dan zitten we samen zomaar in de kenniskring van het nieuwe onderwijslectoraat van Zuyd: Technologie-Ondersteund Leren (TOL)! Jij als promovendus en ik als onderzoeker en voor disseminatie (kortweg chief marketing 🙂 ). Deze week was de kick-off op het mooie kasteel Terworm. Een mooie club met veel oud bekenden.

Vanuit mijn perspectief zei hij: laten we doel in vuur en vlam zetten! Laat ons deze eerste olympische cyclus ingaan met de tune die in 2012 voor Nederland bij London hoort:

Onze lector Hendrik Drachsler zei (als grapje) dat één van zijn doelen was dat hij wilde kunnen vliegen! Dat kunnen we dus al hoor! Zie Epke, de flying dutchman 🙂

Ook als team kunnen we vliegen. Dat heeft onderzoek al bewezen 🙂 Enige tijd geleden attendeerde jij me op een onderzoek van Google. Google’s People Operations heeft 2 jaar lang zeer grondig onderzoek (+200 interviews, +250 attributen binnen +180 Google teams) gedaan naar de vraag wat de indicatoren zijn voor een perfect team.

De aanname was dat als je slimme mensen bij elkaar zet met een goede leider een succesvol team gegarandeerd is. Dat is niet zo! (sorry Hendrik). Effectieve leiders zijn belangrijk, tenminste als ze zich als coach opstellen, vertrouwen geven, aandacht voor welzijn teamleden hebben, resultaatgericht, duidelijke visie, luisterend oor, en informatie delen). Maar dan is nog geen succes gegarandeerd voor een sterk team. Het zijn de normen en waarden, de collectieve intelligentie dat maakt dat een team gaat vliegen. De vijf sleutelnormen die verantwoordelijk zijn voor een succesvol team volgens dit onderzoek van Google zijn:

  1. Teamleden hebben psychologische vrijheid nodig. Durven we risico’s te nemen binnen ons team, zonder dat we ons onveilig of vernederd voelen?
  2. Teamleden moeten weten dat ze op elkaar kunnen rekenen, dat de dingen op tijd en met een hoge kwaliteit gedaan worden.
  3. Teams hebben structuur, doelen en afgebakende rollen zijn nodig.
  4. Teamleden moeten het gevoel hebben dat het werk persoonlijk betekenisvol is.
  5. Teams moeten geloven ze het werk dat ze doen er toe doet.

De psychologische vrijheid is veruit het belangrijkste. Hoe ga je met elkaar om? Groepsnormen zijn de ongeschreven regels die we hanteren als we bij elkaar zijn als groep. Het betreft houding, de manier van communiceren en handelen. Het appelleert aan ons intuïtief gevoel of je weet of je binnen of buiten een groep valt indien je niet aan de heersende groepsnorm houdt.

Uiteindelijk maak je dat toch zelf in zo’n groep. Bij Edicto/ZuydPLEIN is dat ook gelukt tot en met de groepsfunctioneringsgesprekken aan toe. Ik heb in ieder geval de ingrediënten bij elkaar gezien om te komen tot een team. Met een blik naar voren, into the future, en een open geest moet dat zeker lukken

Voor mij houdt psychologische vrijheid in: open communiceren, open kennis en ideeën delen, van elkaar leren en waardering ontvangen voor hetgeen je bijdraagt.

Dat sluit toch mooi aan op het citaat waarmee ik mijn motivatiebrief voor de kenniskring eindigde:

“Wanneer je samen met anderen iets betekenisvol doet, kun je wonderen verrichten.”
Michael Fullan

We zijn inmiddels al volop aan het basecampen; snel mijn Mendeley-library eens opnieuw inrichten.

Basecamp, Mendeley, Whatsappgroep, het zijn in ieder geval tekenen dat we online ook een boel plezier gaan maken! En uiteindelijk gaat het zich daar toch om!?

En wat plezier betreft: A sort of homecoming die op the unforgettable fire staat zou passen van U2, qua titel en albumnaam, maar op moment dat Bono in een stadion waar we samen zijn geweest vraagt: Are you ready to get of the ground… Elevation!

Marcel & Judith

De informatie over het Google-onderzoek is gebaseerd op

IEEE imports in ENDNOTE

Ha Judith,

Ik weet dat je met Mendeley werkt om je referenties bij te houden, maar ik hou me even vast aan ENDnote. Zoals je ook weet ben ik eigenlijk maar een beginner en begint het nu pas ‘echt’ met het ‘doen’ van onderzoek. Al zijn we nog maar bij de promotieplanning. Sinds kort hebben we bij Zuyd de mogelijkheid om gebruik te maken van de IEEE database. Dit is eigenlijk een van de grootste onderzoeksdatabases op ICT gebied (vergelijkbaar met dat wat PubMed voor de gezondheidszorg is). Voor PubMed is er binnen ENDnote een mogelijkheid om te zoeken en referenties van resultaten toe te voegen. Voor de IEEE is die er niet.

Toch is er een mogelijkheid om vanuit de IEEE citations te importeren in ENDnote. En daar is een filmpje van!

Kortom weer wat geleerd!

Groet Marcel

Het keurslijf van een paper #MLI

Beste Marcel,

Ja mijn paper is klaar, afgelopen vrijdag via het plagiaatdetectiesysteem Ephorus ingeleverd. Je hebt het al gelezen en van feedback voorzien, waarvoor nogmaals hartelijk DANK! Ook de andere collegavrienden, studiegenoot en zoonlief bedankt dat jullie in de kerstvakantie tijd vrij hebben gemaakt om mijn paper van feedback te voorzien.

Top2000

Ik heb veel aan de feedback gehad. Het maakte duidelijk waar de zwakke punten zaten. Ik moest nadenken over vragen en daar eigen keuzes in maken. Ja, de feedback maakte me scherp. De feedback maakte me wel duidelijk dat dit gegeven wordt vanuit een eigen waarneming. Subjectieve beoordeling vind ik voor feedback niet zo erg. Door de opleiding is een beoordelingkader vastgesteld. Langs deze lat wordt mijn paper nu gelegd. In hoeverre kan je bij zo’n beoordeling spreken van objectieve maatstaven als het verschil tussen voldoende en goed wordt bepaald door begrippen als ‘theoretische inkadering’ versus een ‘duidelijke theoretische inkadering’? En ‘gebruik gemaakt van voldoende literatuur’ versus ‘meer dan voldoende literatuur’. Ja, ik word een beetje onzeker van zo’n beoordeling. Dus luister ik maar naar mijn kinderen: ‘laat het los mam’ *grinnik* en zie ik het als een feedbackmoment. Tien dagen wachten …

Jij vroeg mij naar mijn ‘O!’ bij onderzoeksvaardigheden. Eigenlijk vond ik het schrijven van dit paper een worsteling. Voornamelijk een worsteling met mezelf. Ik heb me natuurlijk afgevraagd waarom. En dat is toch wel dat ik me aan al die regeltjes moet houden. Het moeten schrijven adhv een beoordelingskader, want daar word je op ‘afgerekend’. Dus probeer je te voldoen aan wat de beoordelaars van je verwachten. Ik vind eigenlijk dat dit zo hoort, maar zo doe je het wel. Je wil toch graag dat het voldoet. Het nodigt daarom niet uit tot een creatief proces. Ik blog liever.

Ik mocht alleen peerreviewed literatuur parafraseren, dus uitgaan van onderzoek en niet van meningen en ervaringen van onderzoekers. Het moest een ‘neutraal’ paper zijn, geen eigen standpunten. Ik lees natuurlijk veel blogs en het onderwerp ‘social learning’ is zo ‘hot’ dat daar veel over geschreven werd, maar weinig onderzoek naar gedaan is. Aan de andere kant is dat ook weer een leermoment: niet te veel uitgaan van aannames. Maar wel krtitisch blijven.
Focussen vond ik ook lastig, zoveel interessants las ik rondom mijn paper. Elke keer maar weer afvragen of het wel past binnen de onderzoeksvraag. Tja Marcel, die onderzoeksvraag daar blijf je aan sleutelen, het is een cyclisch proces zoals ik al eerder schreef. Het was het laatste dat ik nog aan mijn paper veranderde … Check out de 10 regels voor de onderzoeksvraag nog maar eens 🙂
Daarnaast vond ik het ook lastig dat ik een literatuuronderzoek moest doen vanuit een ‘probleem’. Ik kijk liever naar de mogelijkheden. En dan die APA! Door mijn bibliotheekachtergrond ben ik wel gewend om titel te beschrijven, maar al die punten en komma’s. Ik had het mezelf natuurlijk ook nog wat lastiger gemaakt omdat ik Mendeley wilde gebruiken, een onbekende tool voor mij. Leermoment: meteen bronnen goed beschrijven en indelen. Weet ik natuurlijk wel, en het advies gaf ik studenten ook altijd. Als je het achteraf moet doen kost het altijd extra tijd.
Dus kortom die ‘O!’ en ‘Aaaah’ was ver te zoeken … soms …sorry … Ik vond het wel heel leuk om met het onderwerp bezig te zijn. Ik heb veel geleerd over ‘social learning’, leerconcepten en motivatietheorieen, dat was ook mijn leerdoel. Mission accomplished! Aaaah!

Bij alles wat je leert is intrinsieke motivatie belangrijk. Mijn motivatie is dat ik deze opleiding wil afronden, daar moet ik soms dingen voor doen die ik minder leuk vind. Voor jouw studenten vind ik wel belangrijk dat ze een kritische houding hebben m.b.t. hetgeen over hun vakgebied gepubliceerd wordt en dat ze zelf met respect voor bronnen (information literacy) hun eigen oordeel kunnen vormen. Dus ja onderzoeksvaardigheden is wel een must. Of dat in een vorm van een paper moet? Ik zou liever beginnen met een blog of een essay, die kunnen ook als een bijdrage opgenomen worden een open online journal :). En onderdompelen vanaf het begin van hun studie. Met kleine stapjes, en leuke opdrachten. Zo moest dochterlief ervaren wat observatieonderzoek door het gedrag van ouders te observeren in de McDonalds. Dit is toch ook een leuke opdracht voor ICT-studenten 😉

Maar eigenlijk vraag je me: hoe krijg ik mijn studenten (en mezelf ;)) gemotiveerd?  Maar dit is ook een lastige en voor ieder persoon weer anders. Gamification kan hierbij inderdaad een goed middel zijn (zie mijn blog). En voor mij werkt samenwerken in netwerken en bloggen. Iedere onderwijsprofessional wil graag gemotiveerde studenten. Ruud de Moor Centrum heeft in 2011 een literatuurstudie gepubliceerd: Leerlingen motiveren: een onderzoek naar de rol van leraren. Bij deze studie is (net zoals in mijn paper) de Zelf-DeterminatieTheorie van Deci & Ryan uitgangspunt. Deze motivatietheorie zegt dat motivatie toeneemt (en daardoor leren wordt bevorderd) als voldaan wordt aan drie psychologische basisbehoeften: autonomie, relationele verbondenheid en competentie. En dat geldt voor studenten maar ook voor docenten, gewoon voor ieder mens.

Groet,
Judith

Leeragenda ter voorbereiding 1e SLB-gesprek #MLI

Hoi Marcel, Beste Michiel,

Afgelopen maandag heb ik de leergroepweek gemist vanwege de propedeuse-uitreiking van dochterlief. Ook belangrijk! Mijn 1e individuele SLB-gesprek heb ik daarom a.s. maandag. Voor veel medestudenten was het eens zitten aan de andere kant van de tafel.

Voor mij niet, ik heb nog nooit SLB-gesprekken gevoerd. Uiteraard wel ervaring met feedbackgesprekken 🙂

Even voorstellen:
Michiel Lauwerijssen is mijn studiebegeleider. Ik heb hem enige tijd geleden het linkje naar mijn ‘Wat wil ik leren’-blog gestuurd. Hij vond het een mooie vorm.
Jouw blog kan je zien als een online portfolio waarin jij reflecteert op de bijeenkomsten, op de opdrachten die je doet, de literatuur die je leest en de concepten die krijgt aangereikt. Je legt de verbinding naar de doelen van je leeragenda en geeft daarmee eigenlijk antwoord op de vraag: hoe ontwikkel ik die rollen in  mijn eigen praktijk? Wat is daar van zichtbaar? Wat merk en leer ik daar van? Op het einde van de opleiding, in de integratiefase, breng je dit alles samen.

Ik zat met mijn leeragenda op het goede spoor. Ik moest alleen mijn eigen leerdoelen opnemen voortkomend uit de 4 rolbeschrijvingen van de master. Ik blijf het lastig vinden hoor. Wederom een poging.

afbeelding free download via

Het Educause congres en de 2 weken vakantie in Amerika waren super, maar dat heeft wel een kop vol chaos en studievertraging tot gevolg. Het kost weer even tijd om alles op een rijtje te krijgen. Sowieso bestond de eerste maanden van mijn studie uit een zoektocht naar lesprogramma’s, de structuur van de opleiding onder de knie te krijgen, de samenwerking binnen de leergroep. Vanuit de master wordt via N@tschool wel alles heel gestructureerd aangeboden maar een samenwerkingsomgeving is dit niet. Ik heb wel de coördinator getipt over de Yammeromgeving die bestaat voor Fontysstudenten, daarbinnen zou gemakkelijk een afgesloten groep MLI2013 gevormd kunnen worden. Tot op heden nog niet gebeurd. Diverse leergroepen hebben al dropboxen gedeeld. Onze leergroep werkt nu met Edmodo en we hebben een whatsappgroep. De online activiteiten vallen nog wat tegen terwijl ik daar wel behoefte aan heb merk ik. Dit is toch al wel mijn manier van werken geworden. Ik mis het écht samenwerken binnen deze master. Tot nu toe hebben we alleen individuele opdrachten waar we aan moeten werken.

Wat betreft mijn leerdoelen en ontwikkeling t.a.v. de 4 rollen:

Excellente leraar: In die rol draagt de master, vanuit zijn expertise, bij aan het pedagogische en didactische klimaat binnen de school als totaal. De master heeft een gedegen kennis van actuele inzichten in het leren van lerenden en in de kenmerken van krachtige leeromgevingen voor lerenden van uiteenlopend niveau. De master Leren & Innoveren expliciteert mede op basis van zijn kennis zijn persoonlijke onderwijsvisie en relateert deze aan de onderwijsvisie van de school. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Deze rol komt het meest tot uiting in LA1 en LA2. Mijn leservaringen zijn beperkt tot het geven van lessen informatievaardigheden als bibliothecaris. Ik heb geen docentenopleiding gevolgd wel een didactische cursus. Als I-adviseur verzorg ik regelmatig workshops web2.0, inspiratiesessies TPACK, en presentaties over diverse werkgerelateerde onderwerpen. Ik ben wel goed op de hoogte van de onderwijsontwikkelingen binnen Zuyd, nationaal en internationaal, dat is op ons blog wel na te lezen.

Mijn leerdoelen:

Meer kennis opdoen rondom verschillende pedagogische en leerpsychologische theorieën. Met deze kennis wil ik beter didactische consequenties overzien van de verschillende werkwijzen, voor mijn adviesrol wel belangrijk.

Mijn ontwikkeling:

Ik heb in een blog en een mindmap hetgeen ik gelezen heb over de verschillende leertheorieën verwerkt. Ook rondom feedback hebben we het een en ander gelezen en geoefend, door hierover te bloggen en daarom heen wat extra te lezen, heb ik meer geleerd over Hattie & Timperley.

Ondernemende ontwikkelaar: initieert innovaties en ontwikkelt nieuwe didactische concepten, instrumenten en materialen op basis van expliciete kennis van het leren van lerenden en het ontwerpen van onderwijs. Daarnaast implementeert hij in de eigen werksituatie vernieuwingen, rekening houdend met de nieuwste inzichten op dit gebied en met maatschappelijke ontwikkelingen en met behoeften van collega’s, lerenden en hun ouders. De master Leren & Innoveren werkt daarbij interdisciplinair samen met collega’s, leidinggevenden en partijen uit de omgeving van de school. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Deze rol staat vooral in LA2 centraal. Het ontwikkelen van didactische materiaal is niet mijn primaire doel om deze master te volgen. Door het vele ‘doen’ en werken met allerlei social media tools kan ik op dit gebied wel innovatieve materialen ontwikkelen. Mijn creativiteit en innovatief vermogen helpen me hierbij. Door meer kennis van leerprocessen en begeleidingsprincipes verwacht ik met LA2 deze rol van ondernemende ontwikkelaar te verbeteren. Binnen Zuyd vervul ik op het onderwerp social media een voortrekkersrol, ik activeer, stimuleer en inspireer collega’s. En werk op dit terrein ook samen met mensen buiten de grenzen van mijn organisatie.

Mijn leerdoel:

Door meer inzicht uit verschillende leerpsychologische theorieën wil ik betere workshops kunnen ontwerpen die aansluiten op het niveau van de deelnemers.

Mijn ontwikkeling:

Met dit leerarrangement zijn we nog niet gestart daar kan ik nog niet zoveel ontwikkeling in laten zien.

Reflective practitioner: onderzoekt onderwijs vanuit het perspectief van Leren & Innoveren. Zo voert hij praktijkgericht onderzoek uit, gericht op verbetering van het onderwijs. Een probleem in de eigen school of verbeterpunt is het startpunt van het onderzoek. Bij de uitvoering maakt de master Leren & Innoveren gebruik van expliciete kennis van onderzoeksmethodieken. Hij is in staat om de conclusies en aanbevelingen te implementeren in de eigen school en daarnaast te verspreiden door publicaties of workshops (disseminatie). De master is in staat de resultaten van door derden verricht onderzoek kritisch op zijn merites voor de eigen onderwijspraktijk te beoordelen. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Dit is natuurlijk dé rol binnen LA5 het praktijkonderzoek, maar binnen LA1 moet ik een wetenschappelijke paper schrijven dus deze rol komt ook hier in terug. Hier heb ik nog veel te leren. Een probleemstelling voor een onderzoek formuleren, wetenschappelijk schrijven, statistische analyses maken is voor mij nieuw en een grote uitdaging ;).

Mijn leerdoel:

Goed leren argumenteren, wetenschappelijk onderbouwen en motiveren waarom ik bepaalde onderwijsinnovaties belangrijk vind.

Mijn ontwikkeling:

Een belangrijk onderdeel van LA1 is het schrijven van een paper. Als bibliothecaris ben ik wel gewend om te zoeken naar literatuur. En als blogger zoek ik ook wel mijn bronnen om mijn verhaal te ondersteunen. Het schrijven van een wetenschappelijk stuk (en het refereren)  is toch wel een heel ander verhaal. Ik weet nog niet of ik dit wel leuk vindt, toch is wel een groot gedeelte van deze studie: de paper en het onderzoek. Inhoudelijk bezig zijn met mijn onderwerp daarentegen vind ik erg interessant.
Bloggend heb ik mijn probleemanalyse en onderzoeksvraag gedeeld: Werk in uitvoering deel 1 en deel 2. Voor mijn literatuuronderzoek gebruik in Mendeley, ook mijn ervaringen hiermee heb ik gedeeld, tevens heb ik de website over webtools die ik voor Zuyd onderhoud Dingen@Zuyd verrijkt met informatie over dit refereerprogramma. De APA-notaties heb ik volgens mijn feedback nog niet helemaal onder de knie, daar moet ik nog wat aandacht aan besteden. Mijn paper en onderzoek heeft te maken met MOOC’s & Open Education. Als mede-projectleider van het innovatieproject binnen fac. ICT heb ik een blog ingericht en volg ik een masterclass bij SURF, zie hier mijn verslag.
Hoewel het kunnen schrijven van een wetenschappelijk artikel niet mijn leerdoel is, zal ik dit toch moet uitvoeren om deze master af te ronden. Ik heb al veel gelezen rondom mijn thema, maar nog niet voldoende ‘wetenschappelijk’ onderbouwde informatie. Deze zoektocht moet nu snel gaan starten.

Begeleider en gesprekspartner voor collega’s: treedt op als gespreksleider en begeleidt collega’s bij innovatieprocessen en bij de ontwikkeling van onderwijs. Hij is tevens in staat om collega’s te begeleiden in hun professionele ontwikkeling en hij ondersteunt ze op zijn inhoudelijke expertisegebied. Hij heeft inzicht in het leren van professionals. (Bron: Studiegids MLI 2013-2014)

Deze rol komt voornamelijk in het 2e jaar aan bod. De beroepshouding aspecten die in deze rol naar voren komen zoals sociaal/communicatieve en lerende/onderzoekende kwaliteiten meen ik wel te bezitten.

Mijn leerdoel:

In mijn handelen bewust en actief rekening met de belangen en verwachtingen en eisen van diverse onderwijsprofessionals waarmee ik te maken heb. Met betrekking tot mijn gebrek aan geduld in een minder snel veranderende omgeving kan ik nog wel verbeteren. Misschien vaar ik soms te veel mijn eigen koers? Het kunnen afwegen van (persoonlijke en organisatorische) belangen. Ook het vinden van de juiste woorden voor het juiste gremium. Ik heb soms het gevoel de plank mis te slaan, aan de andere kant wil ik wel op mijn ‘eigen-wijze’ manier blijven communiceren 😉

Mijn ontwikkeling:

Door mijn activiteiten als projectleider sta ik nu dichter bij het onderwijs en krijg daardoor meer zicht op de diversiteit aan problematieken die spelen.

Concluderend:

Mijn voornaamste uitdaging nu is de balans vinden tussen thuis, werk en studie. Beter focussen op wat ik echt moet doen! En snel aan de slag met onderzoeksopzet en literatuurstudie voor ik te ver achter raak.

En weer was even aan het procrastineren en kwam dit filmpje tegen. Een mooi link tussen thuis (bewegen) – werk (geheugen) – studie (open education) dit college van Erik Scherder voor de Universiteit van Nederland. Volgens onderzoek worden we luier en daardoor dommer, we moeten minstens een half uur per dag matig intensief bewegen, want bewegen is niet alleen goed voor het lichaam ook voor het brein. Alleen …daar kom ik ook al niet aan toe. 😦

De weg van de meeste weerstand, ja die volg ik wel 😉

Judith

%d bloggers liken dit: