Site-archief

Gouden regels voor docenten volgens Hattie

Hattie heb ik tijdens mijn studie leren kennen, voor de MLI Eindhoven hét uitgangspunt van hun onderwijsvisie: feedback daar draait het om! Echter Hattie heeft meer te vertellen dan alleen zijn onderzoek wat voor een groot leereffect feedback heeft. Hij is namelijk meer en meer een totaalvisie op onderwijs en leren aan het verspreiden. Hij heeft natuurlijk een breed podium waarop hij dat kan verkondigen. Deze 1 uur durende toespraak van hem: Buldling connections and cohesion ga ik zeker nog eens bekijken.

Voor mijn zomervakantie kwam onderstaand filmpje een paar keer in mijn netwerken voorbij. In deze visualisatie worden 8 mindframes door Hattie benoemd. Een docent die deze 8 mindframes heeft ontwikkeld, heeft volgens Hattie een een veel grotere impact op het leren van studenten.

MIND FRAME 1: Teachers/leaders believe that their fundamental task is to evaluate the effect of their teaching on students’ learning and achievement.
MIND FRAME 2: Teachers/leaders believe that success and failure in student learning are about what they, as teachers or leaders, did or did not do…We are change agents!
MIND FRAME 3: Teachers/leaders want to talk more about the learning than the teaching.
MIND FRAME 4: Teachers/leaders see assessment as feedback about their impact.
MIND FRAME 5: Teachers/leaders engage in dialogue not monologue.
MIND FRAME 6: Teachers/leaders enjoy the challenge and never retreat to “doing their best.”
MIND FRAME 7: Teachers/leaders believe that it is their role to develop positive relationships in classroom/staffrooms.
MIND FRAME 8: Teachers/leaders inform all about the language of learning.

De 8 mindframes worden nader toegelicht in het artikel Know Thy Impact: Teaching, Learning and Leading

En zo verschenen nog meer tips over houdingen voor effectieve docenten, zoals de 11 die Carrie Lam opsomde in haar blog 11 Habits of an effective teacher

  1. enjoys teaching
  2. makes a difference
  3. spreads positivity
  4. gets personal
  5. gives 100%
  6. stays organized
  7. is open-minded
  8. has standards
  9. finds inspiration
  10. embraces change
  11. creates reflections

Zijn dit geen eigenschappen voor elke levenslang lerende professional? 😉

Groet,
Judith

Open Learning : Community as Curriculum #MLI

open a book with streaming images

free download @graphicstock

Hi Marcel,

Onlangs kreeg ik een mail via LinkedIn van Ilse Meelberghs. Of ik haar wilde aanbevelen voor haar opleiding Informal, Rhizomatic Learning 🙂 In haar woorden:

Ik ben het eigenlijk “zat” dat dat niet zo serieus genomen wordt als leren voor een diploma. En heb daarom bedacht dat ik gewoon op mijn LinkedIn profiel informeel leren opneem als een opleiding waar ik ook aanbevelingen voor kan vragen.

Super hè. Ik ben het zo met haar eens en toch heb ik besloten om wel de formele opleiding Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven te gaan volgen.
Wat Rhizomatic Learning is? In haar blog verwijst ze naar een blog van Wilfred Rubens:

Rhizomatic learning is een manier van zelfgestuurd, niet-lineair, leren waarbij nieuwsgierigheid en intrinsieke motivatie een essentiële rol spelen. De context is hierop van grote invloed. Kennis wordt samen met anderen geconstrueerd, waarbij het stellen van vragen van groot belang is.

Ik had nog nooit van ‘rizomatisch leren’ gehoord. Het woord komt van ‘rizoom’, een ondergrondse wortelstructuur. Rizomen groeien ongebreideld, grijpen in elkaar en gaan verbindingen aan, waardoor een sterk, nagenoeg onuitroeibaar netwerk ontstaat. De filosoof Deleuze heeft de term rizomatisch denken geïntroduceerd:

“Een rizoom is een niet-hiërarchisch en niet-betekenisdragend systeem dat uitsluitend bepaald wordt door een circulatie van toestanden, zonder Generaal, zonder een organiserend geheugen of centrale automaat”.

Kijk! Zo leer ik en wil ik werken. Precies zoals Joseph Kessels dat vertelde tijdens een minisymposium bij Zuyd “Gespreid leiderschap in een wereld van prestatie-afspraken en persoonlijke ontwikkeling”  en waarover ik geblogd heb in de management(p)lagen van Zuyd :). Kessels werkt bij LOOK, het Wetenschappelijk Centrum voor Leraren Onderzoek van onze buren: de Open Universiteit. En gisteren las ik 3 interessante berichten over informeel leren van LOOK:

Ik wil hierover wel meer weten, want mijn 1e MLI-leerarrangement gaat over ‘Zin in leren’: “In dit leerarrangement doe je kennis op over je eigen leren, het leren van je leerlingen of studenten en het leren van je collega’s. Je verdiept je in leerprocessen en ontdekt hoe je de effectiviteit daarvan kunt beïnvloeden”. Nou lijkt mij informeel leren, zelfgestuurd leren, netwerkleren, rizomatisch leren nu precies hét onderwerp voor mij van de paper die ik moet gaan schrijven. Leuk om die app daar bij te betrekken, lijkt me zo.
Ik heb me ook maar meteen aangemeld voor Netwerk in Beeld van Look. Hiermee wordt met wie je expertise uitwisselt gevisualiseerd. Een soort learning analytics voor sociale netwerken. Als afsluiting van de gastcolumn op SURFspace hebben de collega’s van de OU het over softwarepakketten om netwerkananlyses uit te voeren. Interessant! Maar daar zou ik wel enige hulp bij nodig hebben. Marcel? :).
Allemaal heel leuk dus dat informeel leren maar Schie en de Laat zeggen in de SURFspace-column ook:

Onderzoek naar professionaliseren laat steeds overtuigender zien dat deze vorm informeel leren cruciaal is voor het op peil houden van je professioneel handelen en effectiever is dan formeel opleiden via dure cursussen, trainingen en de welbekende hei-sessies. Tegelijkertijd blijft de heersende managementcultuur, die graag top-down vanuit een soort beheersmatige, controlerende manier het proces wil aansturen, het formele leren planmatig invullen.

En dan is het zoals Joseph Kessels in het interview zegt:

De erkenning dat het feitelijke leren voornamelijk plaatsvindt op informele manieren, in netwerken, door samen aan relevante thema’s te werken, door in projecten te participeren, dus in al die activiteiten die niet te boek staan als formele cursussen, opleidingen, trainingen, leertrajecten, dát is iets dat heel moeilijk te accepteren is.

Je weet dat ik lang getwijfeld heb om een master te gaan volgen. Ik wilde niet, ik leerde wel op mijn eigen manier: al lezend (tweets, blogs via RSS), pratend, netwerkend (Twitter) en vervolgens hierover te bloggen. Zoals ik dat nu ook doe. Maar als ik ooit uit de ondersteunende dienst zou willen/moeten (en dat is alleen maar omdat vanuit het ministerie gepusht wordt om beheerspersoneel te verminderen tgv onderwijzend personeel) dan heb ik (vanwege regels van hetzelfde ministerie) een master nodig. Alhoewel ik altijd beweerd heb dat grote onzin te vinden. En dat vind ik nog steeds. Als de overheid en het management docenten én ondersteuners meer vertrouwen en ruimte geeft, komt het goed met docentprofessionalisering. Elke kenniswerkers is van nature nieuwsgierig en wil samen op onderzoek gaan, ons werk is toch leren?Uiteraard vind ik wel dat je moet laten zien dat je professioneel ontwikkelt (intervisie-, feedbackgesprekken etc.).

Na de vakantie start ik dan toch met een ‘echte’ geacrediteerde opleiding. Maar wel op mijn eigen manier:  Open Learning: Community as Curriculum! Ik ga proberen mijn eigen schooltje te bouwen met inspirerende netwerkende studenten binnen en buiten mijn opleiding. Want volgens Kessels: werk/leer je alleen maar in teams waar je zelf voor kiest. Zo waar! Ik heb mensen om me heen nodig waar ik het gevoel heb dat ik er thuishoor, dat warme bad. En dat geldt zowel voor mijn werk als voor mij studie! 🙂

Trouwens ook Dave Cornier blogt over rhizomatic learning en maakt hele leuke filmpjes 😉

Met dank aan Ilse. En die aanbeveling? Die heeft ze gekregen. Natuurlijk!

Groet,
Judith

Dan leer ik toch nog een keer … #MLI

MLIDankjewel Marcel dat je me gestimuleerd hebt me in te schrijven voor een studie.
Je weet, ik vind het onzin vind dat alle docenten in het HBO nu een master moeten hebben, alsof je daarmee alleen een goede docent wordt. Ik ben wel een groot voorstander van LevenLangLeren, blijvend professionaliseren.
Ik leer informeel.
Als I-adviseur verken ik nieuwe mogelijkheden van ‘technology enhanced learning’ (leren mbv internettechnologie). Dit doe ik nu door vakliteratuur en blogs (via RSS) te lezen, de toonaangevende professionals op ons vakgebied te volgen en congressen te bezoeken. Deze kennis verwerk ik door blogs te schrijven op ons duoblog, door te publiceren in vakbladen, door het maken van de Nieuwsflits I for You, collega’s te adviseren, maar ook door voor de verschillende opleidingen van Zuyd presentaties, workshops (online cursus vorm te geven, zie Dingen@Zuyd) en inspiratiesessies te verzorgen.
Helaas krijgt informeel leren nog niet die erkenning die het verdient. Daarom heb ik toch besloten een masteropleiding te volgen waarmee mijn carrièremogelijkheden groter worden. Ik krijg de mogelijkheden aangereikt van Zuyd en mijn leidinggevende vindt het een goed plan. Dus we gaan er voor! En ik vind leren gewoon leuk!

Ik ben goed op de hoogte van de ontwikkelingen die op mijn vakgebied (digitale didactiek) spelen. Ik mis echter de theoretische kaders. Door deze master hoop ik meer kennis van leerprocessen te krijgen, maar ook zicht op het verloop van leerprocessen en het ontwerpen van uitdagend onderwijs. Graag wil ik de vraag kunnen beantwoorden:
‘hoe evidenced based is ons onderwijs?’. Lopen we (ik!) door het adviseren en inzetten van verschillende web2.0 tools alleen trends en hypes achterna? Wat heeft dit voor gevolgen voor de competenties en taakbelasting van docenten? Hoe kunnen innovaties beter ingebed worden in de huidige informatie-architectuur? Een significant onderdeel van de master is het verrichten van een praktijkgericht onderzoek op het gebied van initiëren en begeleiden van vernieuwende onderwijsprocessen, hierdoor hoop ik op deze vragen een antwoord te krijgen.

Ik begin samen met Ayk de Bie, docent van de faculteit Social Studiesaan deze studie. Inmiddels heb ik ook al kennis gemaakt met 2 docenten van de opleiding fysiotherapie die deze master gaan volgen. Tevens hoorde ik dat er nog 4 docenten van opleiding Verpleegkunde ook starten. Door dit samen te doen met een collega’s die in het onderwijs staat en mijn dagelijks werk in een studieomgeving te laten toetsen en beoordelen (en door kennis en ervaring  te delen met medestudenten) word ik een betere I-adviseur. Ik hoop ook samen met deze MLI-Zuyderlingen regelmatig te reflecteren op onze eigen positie binnen onze onderwijsorganisatie, een intervisieclubje is in oprichting! 🙂
In de nieuwsbrief van HMSM las ik dat collega Hans Nicolaassen ook aan deze master begint, maar dan bij Stoas/Vilentum Hogeschool, net zoals onze tweep Karin Winters 🙂

Afgelopen woensdag was mijn intake, die begon met een (niet-selectieve) capaciteitentest. Ik ben vrij sceptisch wat dit soort testen betreft (naast dat ik er onzeker van word 😦 ) maar bij de toelichting zei men dat ze wilde kijken of er een verband zit tussen capaciteit en studievertraging. Daarom zijn ze vorig jaar begonnen met deze Connector-C test. Volgens de test ben ik normaal, niet dom en niet bijster intelligent 😉 Maar de test meet niet doorzettingsvermogen en samenwerkingsvaardigheden, ook competenties die belangrijk zijn zo hoorde ik tijdens de groepsintake.

Kennis groeit en krijgt waarde via sociale interactie. Het delen van ervaringen, ideeën, meningen en harde feiten (lees informatie) levert kennis op. Want dat wat niet verrijkt is, is waardeloos en al snel niet meer up-to-date en bruikbaar. Kennis is het nieuwe hebben

Van het intakegesprek kreeg ik vooral mee: Bezint eer ge begint. Het zal niet meevallen zo’n 20 uur studeren naast een baan en huishouden. Nu heb ik het geluk dat ik geen poetsfobie heb, de kinderen zelfstandig zijn en mijn werk redelijk flexibel kan invullen.

De Master Leren & Innoveren bij Fontys Eindhoven bestaat uit 5 leerarrangementen:

  1. Zin in leren; verkenning van de effectiviteit van leerprocessen
  2. Uitdagend ontwerpen
  3. Begeleiden van vernieuwingen
  4. De maatschappelijke context van het onderwijs
  5. Praktijkgericht onderzoek

Het 1e jaar bevat leerarrangement 1 en 2, leerjaar 3 en 4. Het praktijkgericht onderzoek loopt als een lint door het hele curriculum. Na de oriëntatiefase begin ik dus al met een opzet van een onderzoeksplan.
Het wordt pittig, we starten met het schrijven van een wetenschappelijke paper. Ik schrijf wel veel, maar niet zo wetenschappelijk 😉 Gelukkig heb ik kinderen en collega’s die me hierbij kunnen helpen. Ik ben benieuwd of ik over 1 jaar nog steeds blij bent dat je me hebt gestimuleerd heb dit te gaan doen, Marcel.

Tijdens de intake werd ook gevraagd met welk doel we deze studie gingen volgen. Ik heb nooit een vastomlijnd toekomst plan. Ik zie wel wat op mijn pad komt. Laten we maar eens beginnen.

Mijn reflectieverslag is opgestuurd! Hier ga  ik 26 augustus mee verder om te komen tot een leeragenda. Oké dan 🙂

Nu nog maar even genieten van een verdere studievrije zondag.
Groet, Judith

%d bloggers liken dit: