Site-archief

Verminderen (gedrags)regels de werkdruk?

Marcel, kan jij het me uitleggen? Ik snap het niet waarom collega’s maar blijven vragen om richtlijnen, regels, code of conducts met betrekking tot ons gedrag tot elkaar, het gebruik van e-mail of social media. We hebben toch ook geen regels voor f2f communicatie, hoe we communiceren in een klaslokaal of tijdens een vergadering, in de koffiecorner of tijdens een SLB-gesprek? Waarom dan wel voor digitale communicatie?

Sinds enkele weken heeft Hogeschool van Amsterdam een ‘protocol verantwoord e-mailgebruik’  waarvan nu wordt gezegd dat het een praatstuk is. Tja. Een commissie werkdruk heeft daar namelijk geconstateerd dat structureel dichtslibbende inboxen stressverhogend werkt bij docenten. Binnen Zuyd is dat niet anders. Van collega’s hoor ik dat studenten voor elk akkefietje docenten mailen, 24/7 een reactie verwachten, en dat het taalgebruik niet altijd even professioneel is. Maar om dan gedragsregels voor e-mailgebruik op te stellen als: niet mailen in het weekend, alleen zakelijk taalgebruik en liever geen humor 😦 Weet je, het doet me een beetje denken aan de 10 gouden regels zoals die op lagere en middelbare scholen gelden. Ik vind het een beetje betuttelend.

Over richtlijnen Social Media heb ik al heel vaak geblogd 😉

waarin ik  elke keer schrijf dat Zuyd al voldoende regels heeft met de integriteitscode [interne Zuyd-link] en de regeling ICT-gebruik [interne Zuyd-link]. En dat doe ik nu ook weer. Misschien dat deze omgangsregels wel eens wat geactualiseerd kunnen worden, want ‘werk=werk en privé=privé’ is in deze tijd van Het Nieuwe Werken misschien wat achterhaald. Op het blog van Ilse Meelberghs zag ik een mooi voorbeeld van een code of conduct van de Universiteit van Utrecht dat zowel voor medewerkers als studenten geldt maar waarin ook de universiteit als instituut haar verantwoordelijkheid neemt. De Zuydwaarden:  ambitieus, open, ondernemend, inspirerend en vakkundig zouden in een hernieuwde integriteitscode als basis kunnen dienen.

Dit blog schrijf ik als reactie op een blog van Ilse waarin ze een aanzet heeft gemaakt voor een code of conduct voor haar faculteit. Ik vind het zinvol om in gesprek te blijven met elkaar en met studenten over eigen verantwoordelijkheid en wat we professioneel gedrag vinden (zie ook mijn blogpost over professioneel beoordelen). Maar om hierbij regels te stellen? Regels zijn er om gehandhaafd te worden. Hoe realiseer je dat dan? Binnen het HBO werken we toch met professionals ook wel kenniswerkers genoemd. Kenniswerkers die balans tussen werk en privé zelf willen organiseren, waarbij technologie een faciliterende rol kunnen spelen. Althans dat lees ik in de vele boeken over nieuwe organisatievormen, het nieuwe werken, samenwerken, netwerken en leiderschap. Mintzberg zei in 1979 al: “Kenniswerkers zijn niet te managen door het opleggen van regels en procedures of door het toepassen van informatiesystemen” of zoals Weggeman zegt: “Verbeter het evenwicht met meer collectieve ambitie en minder regels en procedures” (zie mijn blog: Het belang van de onderstroom)
In het boek van Menno Lanting ‘De slimme organisatie’ wordt het rapport The Social economy van McKinsey Global Institute geciteerd:

Veel winst valt te behalen met de verschuiving van communicatie tussen kenniswerkers in een-op-een-kanalen (e-mail, telefoon) naar sociale kanalen, die geoptimaliseerd zijn voor veel-op-veel-communicatie: ‘Als meer informatie in de organisatie beschikbaar komt en doorzoekbaar is, in plaats van dat het onbereikbaar ligt opgeslagen in e-mail-inboxen, kunnen kenniswerkers niet alleen tijd besparen als het aankomt op het schrijven, lezen en beantwoorden van e-mail, maar ook op het zoeken naar content en expertise.

Ik denk dat de vraag om bescherming dmv regelgeving voor e-mail en social media voornamelijk komt omdat men niet weet hoe ze deze communicatiekanalen op een juiste manier kunnen inzetten. Vooral het altijd connected te zijn door de smartphones en tablet levert volgens mij het gevoel van werkdruk op.
Het gaat hierbij om adaptatie van de technologie. En het wennen aan nieuwe technologie kost tijd. Daarom moeten we ons meer inzetten voor ondersteuning waarbij aandacht besteed wordt aan bewustzijn, kennis, houding en gedrag. Dat zal heel divers moeten zijn voor onze docenten las ik in het blogbericht ‘Generatie handleiding’ van Karin Winters op Science Guide. Niet iedereen is hetzelfde en niet alle collega’s hebben dezelfde vaardigheden, zie onderstaand model.

Dus alsjeblieft geen regeltjes voor mij. Stuur mij maar mailtjes ’s nachts, in het weekend, wel of niet met een knipoog ;). Yammer me, Facebook me, LinkedIn me, Twitter me of stuur me een whatsappje. Skypen, Hangouten of f2f met een heerlijk kopje koffie. Ik vind het allemaal prima.  Als we maar in gesprek blijven.
En ik blijf er over bloggen, in mijn privétijd 🙂

Vakantiegroetjes,
Judith

Beoordelen verankeren in visie op leren

Jammer dat je niet bij de inauguratie van Dominique Sluijsmans kon zijn, Marcel. Zoals ik al  twitterde, het was een inspirerende humoristische rede (zie ‘alle’  tweets  van de middag met #profbeo)

Dominique (aka dommarag) hield vrijdag 19 april haar inaugurele rede als lector van het lectoraat Professioneel Beoordelen. De rede is online te lezen (klik op de afbeelding), maar ik heb voor je ook een fysiek exemplaar meegenomen in een tas met daarin ook 5 bouwsteentjes (check je postvak :)).

VerankerdLeren

Klik op de afbeelding om de rede te lezen

Dominique benoemde namelijk vijf bouwstenen die zij als lector belangrijk vindt voor de visie op beoordelen die past bij de dynamische context van het HBO. Het lectoraat Professioneel Beoordelen legt zich toe op vragen als: Welke functie heeft beoordelen in het HBO? Wat vraagt toekomstbestendig beoordelen van opleidingen?

Zelf ben ik niet zo van het ouderwets toetsen waarmee alleen reproductie van kennis wordt beoordeeld (het betere stampwerk zullen we maar zeggen). Uit de rede van Dominique begrijp ik dat ook niet meer van deze tijd is. Gelukkig maar. Tijdens de workshop van Marcel van der Klink (over kritisch durven zijn naar je eigen handelen) die ik voorafgaande aan deze inauguratie volgde, bleek ook dat leren voor mij een sociaal proces is, en dat altijd al is geweest 🙂

Een korte samenvatting van de publicatie met punten die ik belangrijk vind 😉

Bouwsteen 1: de professie

waarbij als 3 belangrijkste doelen worden benoemd: ontwikkelen van professioneel vakmanschap, het stimuleren van onderzoekend vermogen en zelfontwikkeling:

  • Van stabiele beroepen naar dynamische professies
    betekent dat kennis en vaardigheden die moeten worden beoordeeld niet een lange houdbaarheidsdatum hebben (daar weet jij als onderwijscoördinator van faculteit ICT alles van)
  • Van Ausbildung naar Bildung
    Toen ik het woord ‘Bildung’ hoorde, moest ik meteen aan collega Harry denken 😉 Hij bepleit hier regelmatig voor. Bildung gaat over zelfontplooiing, dat je in staat ben tot moreel oordelen en kritisch denken. Gelukkig noemde Dominique 21st century skills en empatische aspecten die hierbij een belangrijke rol spelen.
  • Van schools curriculum naar een rijke leeromgeving
    die gekenmerkt worden door uitdagende taken die authentieke taken uit de beroepspraktijk nabootsen. Als voorbeeld noemt ze de game GIMMICS waarin de dagelijkse praktijk van een apotheek wordt gesimuleerd. De rijke leeromgeving bestaat uit formele, informele en non-formele contexten waarbij ICT een belangrijke rol vervult 🙂

Wat leuk! Zie ik al lezend en bladerend ineens dat wij genoemd worden in de rede, in een voetnoot, dat wel ;), maar gelukkig wel als nummer 11 *grijns*

Hoewel ik het gebruik van ICT bij beoordelen vanwege mijn gebrek aan expertise op dit gebied niet expliciet verder uiteenzet in deze rede, is het van belang bewust te zijn van deze ontwikkelingen, ook als het gaat om beoordelen. Judith van Hooijdonk, Marcel Schmitz, Chris Kuijpers en Chris Kockelkorn zijn collega’s binnen Zuyd die zich met passie inzetten ICT meer te integreren in leren en beoordelen.

Bouwsteen 2: een programma van professioneel beoordelen

  • Van losse toetsen naar een programma van beoordelen
    “beoordelen heeft echter niet alleen de functie om bekwaamheid vast te stellen. Beoordelen moet vooral de student helpen verder te leren” (p. 21)
  • Van sluitstuk van leren naar start voor leren
    “Het is zinvol te starten met uitdagende beoordelingstaken die gericht zijn op belangrijke vaardigheden, zoals onderzoekend vermogen” (p.22)
  • Van convergent naar divergent beoordelen
    dat betekent dat resultaten niet worden vertaald in cijfers maar in kwalitatieve en narratieve informatie

Bouwsteen 3: de professionele beoordelaar

  • Van vakdocent naar expertbeoordelaar
    investeren in bekwame beoordelaars is noodzakelijk waarbij beoordelen niet alleen gericht is op de instrumentele kant, maar vooral op het gedrag van de beoordelaar.
  • Van één objectieve beoordelaar naar meerdere subjectieve beoordelaars
    Objectief beoordelen bestaat niet. Om betrouwbaar te beoordelen zijn verschillende subjectieve oordelen nodig, van docenten, experts, werkplekbegeleiders of studenten.
  • Van informatiearm beoordelen naar informatierijk beoordelen
    dat betekent studenten continu voorzien van feedback, vragen te stellen en te betrekken bij discussies over beoordelingstaken!

Bouwsteen 4: de professionele student 

  • Van informatieverwerver naar kenniswerker
    beoordelen behoort minder plaats te vinden dmv kennistoetsen maar meer op het aantonen van het kunnen werken met kennis (ook in het kader van fraude-/plagiaatbestrijding is dit zeer wenselijk)
  • Van scholier naar onderzoekende professional
    waarbij professioneel gedrag (normen en waarden -laatst nog ter sprake gekomen ivm de woorden die sommige studenten gebruiken in mail naar docenten en werkbegeleiders-) en nieuwsgierigheid naar kennis belangrijk zijn. Maar als je wilt dat studenten zich professioneel gedragen, moet je ze ook als zodanig behandelen.
  • Van ‘zeg me wat ik moet doen’ naar ‘ik weet wat ik wil doen’
    Eigen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen leren, heel belangrijk vind ik. Autonomie, competentie en doelgerichtheid zijn belangrijke voorwaarden voor de motivatie van de student.

Bouwsteen 5: een professionele beoordelingscultuur 

wordt gekenmerkt door een professionele leefgemeenschap waarbij kennis en ervaringen gedeeld worden (hear hear!, en daar kunnen sociale netwerken een ondersteunende rol spelen natuurlijk ;)) Als inspirerend voorbeeld noemt Dominique het Finse VERME project waarbij leerkrachten met verschillende expertise bij elkaar komen om hun ervaringen te delen. Dit betekent dat naast dat de voorgevel eruit moet (citaat Karel van Rosmalen) ook de klaslokaaldeuren opengezet moeten worden. Ik hoop het zo!

  • Van individueel leren naar collectief leren
  • Van een afhankelijke opstelling naar het nemen van regie
  • Van ad-hockwaliteit naar duurzame kwaliteit

5bouwstenen

Uit deze 5 bouwstenen heeft Dominique de volgende definitie geformuleerd:

‘Professioneel beoordelen betekent dat de student in de weg naar startbekwame beroepsbeoefenaar in een gebalanceerd en samenhangend programma van beoordelen een groot aantal beoordelingstaken uitvoert. Deze taken zijn ontworpen door bekwame beoordelaars. De beoordelingstaken leveren informatie c.q. bewijs over het kennen en kunnen. Bekwame beoordelaars verzamelen en interpreteren de informatie c.q. het bewijs op een zodanige wijze dat deze interpretatie niet alleen de studenten handvatten biedt die hen motiveren en inspireren beter te worden in de professie, maar ook leiden tot het nemen van betrouwbare, valide en transparante beslissingen over het professioneel vakmanschap, het onderzoekend vermogen en de mate van zelfontwikkeling. Het hele proces voltrekt zich in een leer- en werkomgeving waarin alle betrokkenen professioneel handelen en zich professioneel gedragen, in een leer- en werkomgeving die representatief is voor de professie en in een leer- en werkomgeving die is gericht op kwaliteitsbewustzijn en voortdurende kwaliteitsverbetering.’

De rede was heel aangenaam om naar te luisteren, het boekje geeft nog aanvullende voorbeelden waardoor dit ook een het zeer prettig leesbare tekst is.
Ik wens Dominique veel succes. We zullen vast in de (nabije) toekomst samenwerken.

Fijn dat de publicatie al digitaal beschikbaar is via de website van het lectoraat, maar ik hoop dat Dominique haar publicatie ook nog aanbiedt aan Zuyd Bibliotheek zodat het opgenomen kan worden in de HBO-Kennisbank en daardoor ook vindbaar in Narcis. 🙂

Judith

Social media in het Hoger Onderwijs : cursist en docent over workshop @docentencursusZuyd

Yes! We hebben een gastblogduo op ons duoblog, Marcel! Hoe leuk is dat? Daniëlle Quadakkers, cursist van de Docentencursus Zuyd en Ankie van de Broek docent van deze cursus hebben mijn verzoek om  een duogastblog gehonoreerd 🙂

Ankie ken je natuurlijk, ze is al vaker onderwerp van ons bloggen geweest ;). Daniëlle is informatieprofessional bij Fontys en biblioblogger van het 1e uur. Uiteraard zal deze bijdrage ook op haar eigen blog gepubliceerd worden 🙂

OUR 2bejammed duogastbloggers: 

Daniëlle Quadakkers & Ankie van de Broek

danielle

@blogpartyned

Het is alweer weer even geleden maar speciaal voor een gastblog bijdrage op 2beJAMmed kom ik nog graag terug op het hoorcollege Sociale Media in het Hoger Onderwijs dat ik begin februari volgde bij de Docentencursus Zuyd. Voor wie het nog niet weet, in mijn huidige functie als onderwijs- en onderzoeksassistent geef ik workshops en trainingen aan docenten en studenten van Fontys Hogescholen op het gebied van Onderwijs en Media. Omdat ik geen echt onderwijsachtergrond heb, volg ik sinds november bij Zuyd Hogeschool de Docentencursusom mijn didactische en pedagogische theorie op te vijzelen. Als alles goed gaat, ontvang ik in juni mijn diploma 🙂

Omdat ik zowel privé maar ook binnen mijn werk veel bezig ben en zeer geïnteresseerd ben in alles wat met Sociale Media te maken heeft, was ik natuurlijk extra nieuwsgierig naar het hoorcollege van Ankie van de Broek. Ik ontmoette Ankie een paar jaar geleden voor het eerst tijdens de zogenaamde gadget tour van (toen nog) Mediavoorzieningen. Op diverse locaties konden studenten en docenten kennismaken met gadgets zoals smartphones (nee, toen had nog niet iedereen zo’n ding), iPads, touchscreen pc’s en wat al niet meer. Ik was de ‘gadget ambassadeur’ van Fontys Sittard en Ankie kwam speciaal met een groepje studenten vanuit Heerlen een kijkje nemen. Ook volg ik Ankie sinds een tijdje op Twitter en we hadden dan ook al contact voorafgaand aan het hoorcollege. Ik had haar geadviseerd om vooral praktisch te werk te gaan en praktische voorbeelden te laten zien van de manier waarop je Sociale Media kunt verwerken in je onderwijs.

De eerste wijze les kregen we als cursisten meteen aan het begin van het college… Ankie wilde ons een aantal vragen stellen via de online tool Mentimeter maar de site lag eruit en niemand kon inloggen. Gelukkig was ze voorbereid en ze vertelde meteen dat je bij het inzetten van zo’n tool altijd voor een back up moet zorgen. In dit geval dus papieren kaarten met een lachende en een treurende smiley erop 🙂 Enne, practice what you preach. In dit geval hadden we vooraf een opdracht gekregen om een filmpje te bekijken en daar moesten we een kleine opdracht over maken. Een mooi voorbeeld van Preteaching waar YouTube uitermate geschikt voor is. Preteaching is eigenlijk gewoon een voorbereidingsles voor de eigenlijke les. Voordeel daarvan is dat je zo het beginniveau van de studenten een beetje kunt sturen. In ons geval: wat weten we al over sociale media, zetten we het zelf al in en hoe zetten we het dan in?

Tweede wijze les: je zet sociale media alleen maar in als het meerwaarde heeft voor je onderwijs! Daarna volgden een aantal praktische voorbeelden van sociale media en hoe je ze zou kunnen inzetten. Denk aan:

  • YouTube voor Preteaching.
  • Een Digitaal Portfolio voor voor individuele studiebegeleiding.
  • Whatsapp/Twitter voor studiebegeleiding per groep.
  • Prezi of een online stemtool om je college te verrijken.
  • Symbaloo als startpunt en verzamelplek voor je eigen vak.
  • Flipping the Classroom waarbij je onder andere gebruikt maakt van instructievideo’s.

Ook TPACK (integratie van ict in het onderwijs) kwam nog aan de orde (weet je niet wat TPACK is, check dan even deze links). Met andere woorden, een college waarin heel veel praktische informatie werd gegeven hoe je dit soort tools zou kunnen inzetten voor je lessen.
Interessant was ook de onvermijdelijke discussie hoever je moet gaan als docent. Voeg je studenten toe als vrienden aan je Facebook account? Whatsapp met je docententelefoon en als je die niet hebt, geef je studenten dan je privé nummer? Hoe hou je de scheiding werk en privé als studenten van je verwachten dat je via Facebook en/of Twitter 24/7 bereikbaar bent?

Wat dat betreft was het wel jammer dat er te weinig tijd was, daar had ik graag nog eens over door gebabbeld met Ankie maar ook met mijn medecursisten.

Groeten Daniëlle

ankie

@ankievandenbroe

De wereld van de nieuwe media is enorm. Welke keuzes maak je als je cursisten van de docentencursus een college van anderhalf uur mag bieden rondom dit onderwerp. Ga er maar aanstaan. Na hierover te sparren met diverse mensen waaronder een van de cursisten Danielle (wat overigens heel spannend is aangezien zij al behoorlijk wat voorkennis had rondom nieuwe media en ik hoopte zelfs haar te kunnen aanspreken met dit college 😉 ) is het uiteindelijk een college geworden waarin ik heb geprobeerd de cursisten op een denkspoor te zetten van waartoe en hoe we onze studenten opleiden in de 21e eeuw. Als docent onderwijskunde en nieuwe media grijp ik alle kansen aan om studenten en collega’s te laten nadenken over hun visie op onderwijs passend bij de doelgroep die ze voor zich hebben. Ik heb ervoor gekozen een aantal herkenbare onderwijssituaties te kiezen en er heel toegankelijke nieuwe media aan te koppelen. En vervolgens heb ik geprobeerd de denkstappen die ik belangrijk vind duidelijk te maken. Namelijk niet te denken vanuit de tool maar te starten vanuit het doel dat je wil bereiken met je onderwijs en dan een middel te kiezen dat past bij de gekozen onderwijssetting.

Ook vind ik het belangrijk een stukje angst weg te nemen in het gebruik van nieuwe media en de toegankelijkheid van de tools te laten ervaren.

En dan kun je het nog zo goed voorbereid hebben. Je hebt niet altijd invloed op de techniek en hoewel het jammer was dat het programma Mentimeter, dat ik wilde gebruiken om te stemmen, pas in de laatste 5 minuten weer werkte, kon ik wel meteen laten zien dat je altijd een plan b moet hebben bij inzet van nieuwe media.
We hebben erg leuke discussies gevoerd (waaronder het al dan niet gebruiken van privé accounts) en zoals altijd merk je grote verschillen in ervaring op de diverse vlakken die benoemd werden. Buiten de heel herkenbare tools heb ik de trend ‘flipping the classroom’ besproken omdat ook dit voor de docenten van het HBO interessant kan zijn om meer diepgang te krijgen in de bijeenkomsten voor en met de studenten. Een van mijn doelen van dit college was ook om de cursisten te laten kennismaken met de Zuydcollega’s van het I-team, die regelmatig op de locaties aanwezig zijn om je te helpen bij je vragen rondom nieuwe media, waar ze te vinden zijn en wat ze voor je kunnen doen (dank je Ankie :)). Tevens heb ik een link gelegd naar TPACK (dat ook door het I-team gepromoot wordt) waarmee je spelenderwijs met je team of individueel kunt nadenken over de inzet van nieuwe media in je onderwijs waarbij gekeken wordt naar een goede combinatie van inhoud, didactiek en technologie.

Met dit college heb ik hopelijk cursisten kunnen overtuigen van het belang van het toepassen van nieuwe media in het onderwijs en hebben ze een beeld van de mogelijkheden die ze hebben. Wellicht heb ik een aantal cursisten ervan weten te overtuigen dat ze op de juiste manier bezig waren. Door de discussies die we gevoerd hebben ben ook ik weer op andere denksporen gezet.

Ik wil dan ook nu eindigen met een uitspraak die ik heb geleerd toen ik een aantal jaren geleden op de Pabo kwam werken (al spraken we toen nog over ict i.p.v. nieuwe media):
‘De inzet van nieuwe media in het onderwijs moet leiden tot gemak, gewin en genot voor alle gebruikers.‘

groetjes Ankie

Hoorcolleges? Videolessen? Social Media? Zuyd-docent zet discussie voort.

Hallo Marcel,

Tijdens de kerstvakantie was er (landelijk) discussie over gebruik van video in het onderwijs. Ik heb het een en ander verzameld in het gelijknamig blog. Ik eindig het blog dat de discussie vervolgd wordt omdat collega docent pedagogiek Didi Joppe (Social Studies Sittard) hierover een gastblog wilde schrijven. En dat heeft ze gedaan!

OUR 2bejammed GUEST: Didi Joppe

Afb. @JorgeCham  via Kardonsch

Afb. @JorgeCham via @Kardonsch

Speedboot

“Yes” schreeuwde een student het uit tijdens mijn hoorcollege. Ik raakte volkomen de draad kwijt. Hoezo yes? Waarop reageerde ze? Had ik iets raars gezegd? Razendsnel probeerde ik te schakelen van de inhoud van m’n hoorcollege naar de student die lachend achter haar laptop zat. Ze was overduidelijk blij. Het effect van haar gedrag was immens; ineens begonnen meer studenten verwoed achter hun laptop te duiken. Alsof ze allemaal onuitgesproken de wave deden. Er klonken meer kreten van geluk door de aula. Het was in ieder geval duidelijk dat ik aan de verliezende hand was. Mijn hoorcollege met Prezi was ver op de achtergrond geraakt. Gefrustreerd verliet ik de aula nadat het uur erop zat.

Daarom sprak het verhaal van hoogleraar Jan Derksen in De Volkskrant  op zaterdag 29 december 2012 mij ook zo aan.
“…ongeïnteresseerde studenten, diep weggezonken in hun digitale schaduwwereld…”. Niet dat ik nu na één minder gelukt hoorcollege de brui eraan wil geven, maar wél vanuit het oogpunt ‘aansluiten bij de leefwereld van onze student’. Want die wereld is veranderd en daar kunnen we maar beter bij aansluiten. Is niet één van de strategische doelen van Zuyd ‘beter opleiden’?

Moeten we dan alle hoorcolleges maar online zetten en face2face hoorcolleges afschaffen? Nee, natuurlijk niet! Althans, nog niet in 2013. Maar waarom zou ’t niet én én kunnen? Bijvoorbeeld door de student eerst het hoorcollege online te laten bekijken en de mogelijkheid te bieden dat hij zich kan inschrijven voor een ‘ouderwets’ hoorcollege waar tijd en aandacht is voor vragen en discussie.

Ik denk dat we als Zuyd en in het bijzonder Social Studies momenteel een uitgelezen kans hebben om in deze speedboot te stappen. We gaan een proces in om ons onderwijs aan te laten sluiten bij Welzijn Nieuwe Stijl, oftewel de Social Worker 2.0. Laten we niet verzanden in wéér individuele initiatieven van docenten die vanuit zichzelf geïnteresseerd zijn in de combinatie tussen onderwijs en social media. Waarom nemen we het niet op in het format waaraan elk moduleboek moet voldoen? Laat het in onze visie op die Social Worker 2.0 verankerd zijn door nú de modulevoorzitters te ‘dwingen’ (ja, tricky woord…) iets van die social media op te nemen. Met als randvoorwaarden dat lokalen zijn ingericht op deze nieuwe tijd en docenten ondersteuning krijgen in hun zoektocht.

Didi Joppe
@ditoma3 

Dank je wel, Didi voor de bijdrage aan de discussie.
Via Frans Roovers en Ayk de Bie weet ik een beetje van jullie Social Worker 2.0 plannen. Heel goed dat jullie nadenken over hoe nieuwe media en web2.0 tools in je onderwijs te integreren om aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de maatschappij die ook het welzijnswerk beïnvloeden. Je hebt een punt dat het niet een initiatief moet zijn van enkele enthousiaste docenten. Kennis delen en samen onderzoeken (ook met studenten) biedt zoveel meer (en plezier): delen is vermenigvuldigen! En er zijn genoeg social media tools om hier binnen het team mee aan de slag te gaan, zie Dingen@Zuyd. Je eindigt je pleidooi met stellen van randvoorwaarden: moderne uitgeruste lokalen en ondersteuning van docenten. Inderdaad: zolang hier geen ruimte en financiën voor beschikbaar wordt gesteld, blijven we achter de feiten aanhobbelen. Wellicht dat het innovatieprogramma van Zuyd voor jullie faculteit hiervoor mogelijkheden biedt? Morgen volgt een blogpost hierover 🙂
Aan de andere kant vind ik dat je als professional op je vakgebied (inhoudelijk, didactisch en technologisch: zie TPACK) een open en leergierige instelling moet hebben. In deze tijd waarin kennis steeds sneller verandert, valt dat niet altijd mee.

Onderstaande video werd gedeeld door Wilfred Rubens in zijn blogpost Onderwijskunde: wetenschap in concept. In deze mooie animatie stelt Sam Arbesman dat bepaalde kennis snel veroudert (Ook Mathieu Weggeman stelt dat in zijn publicaties, hij noemt dat de afnemende halfwaardetijd van kennis, zie art. 4.5 in Het Management Wetboek). Ook onderwijsprofessionals moeten leren hoe je nieuwe kennis en ideeën moet ontwikkelen.

Groetjes,
Judith

Discussie over gebruik van video in het onderwijs

Hello again,

Heb je twitter de laatste dagen gevolgd? Er is discussie gaande over video’s in het onderwijs. Aanleiding was een ingezonden brief van hoogleraar Derksen in De Volkskrant van zaterdag 29 december en de reactie hierop dinsdag 2 januari ‘Verplaats colleges naar internet’. Hij vraagt zich af:

Waarom zou ik jonge mensen die digitaal, individueel en narcistisch zijn grootgeworden dwingen met zijn allen in een kooi te zitten en naar mij te luisteren? Alles wat ik onderwijs en nog veel meer vinden ze op het internet. Daar kunnen de colleges en de studiestof beschikbaar zijn die ze in hun eigen programma overal ter wereld kunnen inplannen. Toetsen kunnen digitaal, werkgroepen eveneens, mijn promovendi zie ik tenslotte ook zelden en herken ik niet als ik ze ergens tegenkom, en dat werkt prima voor de wetenschap. Dit bespaart gebouwen en de bijbehorende kosten.

Je kunt hier reactie op verwachten natuurlijk. Die kwam dan ook, vanmorgen in De Volkskrant met o.a. een reactie van Willem van Valkenburg. Ook Pedro de Bruyckere en Jeroen Janssen geven hun mening.

Het gaat natuurlijk niet om dat colleges opgenomen moeten worden en dat studenten op die manier maar kennis eigen moeten maken via internet. Het gaat er om dat docenten hun studenten weten te boeien met hetgeen zij hen te vertellen hebben. Technologie (zoals video) kan hen hierbij ondersteunen, maar het vervangt nooit de inspirerende docent. Door boeiende verhalen zullen studenten ook minder geneigd zijn via hun mobiele telefoon of tablet af te dwalen op sociale netwerken. Die smartphones die blijven ze gebruiken, het is een formeel en informeel informatiekanaal. En informatie is inmiddels onze ‘third skin’  zoals Lee Rainie onlangs op het NVB-congres noemde, dus die smartphones die blijven ze checken, daar zullen docenten mee moeten leren omgaan. Zie ook het onderzoek van de University of Haifa’s School of Political Sciences besproken in het artikel: ‘Yes, students check Facebook during class (and more), but less in classes with more permissive teachers’ met de conclusie:

So what can we conclude from this research, besides that cell phones are being used a lot? Best way of dealing with it is:

  • be permissive
  • keep the level of difficulty high enough, something an experienced teacher can assess more easily?

Inspireren en motiveren daar draait het om. Uiteraard kunnen video’s (flipped classroom / weblectures) daar een aanvullende/ondersteunende rol bij spelen.
Enkele artikelen die onlangs gepubliceerd zijn over video in het onderwijs en ook de moeite van het lezen waard zijn:

Collega Didi Joppe twitterde nav het artikel in De Volkskrant:

Ik heb haar gevraagd of ze een gastblog hierover wilt schrijven. Dat doet ze, na de kerstvakantie. Wordt vervolgd dus!

Groet,
Judith

Een dag later …