Categorie archief: MLI
Judith’s blogs over haar studie Master Leren en Innoveren bij Fontys Eindhoven. Zie ook JOULE4JOU
Over reflecteren en rubrics, nav Volkskrant artikel #mli
Hoi Marcel,
Mijn Twitter timeline stond vandaag vol met verzuchting en verbazing over het verhaal uit De Volkrant. Een opinie van Marijn van Dijk, die Nederlands studeerde aan de Universiteit van Amsterdam en vervolgens de Master Leraar Hoger Onderwijs aan de VU volgde. De kop boven het artikel “Lerarenopleiding doodt alle talent en motivatie”. Aanvullend hierop werd ook de link naar Folia Magazine (december 2011, zie pag 34) waarin ook al melding werd gemaakt over de kwaliteit en slechte organisatie van de ILO, de lerarenopleiding van de UvA.
Ik had de links even kunnen retweeten maar na lezing viel me een paar dingen op. Dit lukte me niet in 140 tekens te vatten. Gelukkig heb ik dit blog nog, ook goed voor een reflectiemomentje :).
In beide artikelen was er kritiek door de studenten op het vele reflecteren waar het in de opleiding om draait. Uiteraard vindt men het belangrijk om kritisch naar hun eigen functioneren te kijken, maar niet in de mate waarin dat nu gebeurt. Inderdaad je kunt reflecteren ook overdrijven.
Ik leg de ervaringen van deze studenten even naast mijn ervaringen bij de Master Leren en Innoveren (HBO 😉 ). En ik herken ze wel. Ook ik vind het reflecteren op de rolontwikkeling niet elke keer super, maar het blijft maar beperkt tot zo’n 4x per jaar. Mijn masterstudie vindt elkaar feedback kunnen geven belangrijk, een manier om reflectie te stimuleren. En hoewel ik over de kwaliteit van mijn feedback wel eens zo mijn twijfels heb, zie ik er wel het belang er van in. Wij verwachten het immers ook van onze studenten, Kritisch kunnen denken wordt benoemd als één van de 21st century skills, die we zo belangrijk vinden. Toch? Dus ja ‘teach what your preach’. Maar inderdaad met mate 🙂 .
Wie vers van de universiteit voor de klas komt te staan heeft veel meer behoefte aan praktische kennis dan aan quasi-psychotherapeutisch zelfonderzoek
Dat quasi-psychotherapeutisch zelfonderzoek herken ik wel. Volgens mij heb ik dat ook al eens zuchtend tegen je gezegd. 🙂
In het Folia artikel stond: “Het leraarschap is een heel individualistisch beroep”. Euh? Is dat niet wat ‘we’ juist niet meer willen? Ik hoor rond mij heen over ‘deuren van klaslokalen wijd open zetten’, meer samenwerken bij onderwijsontwerpen, de vraag om intervisiesessies. Hebben studenten niet een erg traditioneel beeld bij de moderne docent? Kijk, dat inhoudelijke discussies over het vak bij de ILO worden afgewimpeld, lijkt mij ongewenst. Juist discussie over het beroep door deze jonge mensen, hier zitten vast toch wel friskijkers & dwarsdenkers tussen? Wat me in het Volkskrant artikel irriteerde, was het nadrukkelijk onderscheid dat gemaakt wordt tussen eerste- en tweedegraads docenten. Is iemand met een universitaire graad een betere docent? Wat is het beeld van deze jonge mensen bij het beroep ‘docent’?
Studenten met inhoudelijk talent worden door het beoordelingssysteem van de rubrics niet gewaardeerd, maar gereduceerd
Die discussie ga ik binnen mijn master ook regelmatig aan. Ik vind dat we te veel langs de meetlat van rubrics gelegd worden. Daar hou ik niet zo van 🙂 Het leidt (bij mij) tot uiteindelijk me maar conformeren aan wat de juf of meester horen wilt. Ook deze kritiek lees ik in het Volkrant artikel, die herken ik dus wel. Helaas.
Kritisch denken, reflecteren, nadenken over wat je leert, je mening er over vormen, de dialoog aangaan, dat doe ik in dit blog en mijn MLI-blog. Ik vind dat hoort bij lerende professional. En ik blijf vinden dat ik mijn blogs meer zou moeten kunnen inzetten in mijn formeel leerproces, maar dat past (nog) niet in de rubrics. Jammer.
Judith
Bijleren en afleren #SLB4 #MLI
Ha Michiel, Hi Eric en hallo Marcel,
Op mijn verzoek om feedback kreeg ik van 3 naaste collega’s een reactie. Zij beoordeelden het formulier als een ‘draak’. De omvang schrok af, de gebruikte terminologie werd als ingewikkeld ervaren. Misschien krijg ik de volgende keer wel weer een ander feedbackformulier *grinnik*. Ik kreeg ook van een docent en een studiegenoot feedback. Super lief. Bedankt alle 5! Omdat mensen invulmoe zijn, ben ik niet meer actief op zoek gegaan naarnog meer feedback. Die van jou, Marcel ontvang ik regelmatig via de whapp. Muchas gracias mi amigo 🙂
De feedback betrof dus de 4 MLI-rollen: excellente leraar, ondernemende ontwikkelaar, reflective practioner en begeleider en gesprekspartner van docenten op het niveau van ‘roluitbouw’, ‘rolconsolidatie’ en ‘rolmeesterschap’.
Zoals verwacht konden ze de rol ‘excellente leraar’ niet beoordelen, omdat ik de rol als leraar niet vervul. Zelf heb ik me beoordeeld als ‘docent van de docent’. De docenten van de faculteit Gezondheidszorg die mijn workshops hebben gevolgd, hebben deze beoordeeld tussen 7 en 8. Een aandachtspunt is wel om nog meer het aanbod te differentiëren. Zeker op het gebied van digitale competenties van docenten is het niveau zeer uiteenlopend.
In mijn rol als ‘ondernemende ontwikkelaar’ wordt gerefereerd aan MOOCZI Wiskunde dat ik voor LA2 heb ontworpen. Hoewel nog niet geïmplementeerd (eerste kleine stapjes zijn gezet) ben ik wel trots op dit ontwerp. Ik krijg binnen Zuyd ook steeds vaker vragen of deze opzet ook niet voor differentiatievakken als Nederlands en Engels ontwikkeld kan worden. Natuurlijk! En bij voorkeur in gezamenlijkheid met andere opleidingen/faculteiten. Nu nog op zoek naar de juiste omstandigheden om dit echt te ontwikkelen. Deze rol had ik denk ik niet zo snel opgepikt als ik hier niet door de studie voor was uitgedaagd.
Mijn collega’s refereren natuurlijk 😉 naar dit 2beJAmmed blog ihkv mijn rolontwikkeling ‘reflective practioner’. Mijn ultieme vorm van reflectioneren waarin ik mezelf continu vragen stel en ook de wereld om mij heen onderzoek. Alleen binnen de MLI wordt deze rol toegedicht aan het onderzoeken. Dat is een nog te ontwikkelen competentie 🙂 . Door dit blog en als I-adviseur heb ik een breed blik op de onderwijswereld, als onderzoeker moet ik me richten op die vierkante centimeter. Lastig proces voor mij. Ik zie geen problemen maar kansen.
De laatste rol ‘begeleider en gesprekspartner van docenten’ is bij uitstek mijn rol als I-adviseur. Betrokken bij onderwijsvernieuwingsprojecten binnen Zuyd, gevraagd om mee te denken met docenten om hun onderwijs didactisch met ict te ondersteunen (zowel binnen als buiten Zuyd 🙂 ). Ik krijg steeds meer geduld (vind ik dan) met mensen die niet zo veranderingsgezind zijn, maar nog niet genoeg. Dat hoop ik in LA3 tijdens de gesprekvaardigheden dan te leren.
Als ik terug kijk naar de start van mijn studie toen ik mijn leeragenda heb opgesteld op basis van de SWOT-analyses van collega’s zie ik dat ik mijn leerdoel: meer verwerven van theoretische kennis over leertheorieën heb bereikt (dat kan en wordt nog steeds uitgebouwd hoor). Dat ik mijn enthousiasme en lerende kwaliteiten die ik al had, gebruik. Dat ik nog steeds communicatief vaardig ben, een kennisdeler en een verbinder pur sang ben. Dat mijn minder sterke punten ‘het doen van onderzoek’ nog steeds de zwakke schakel is. En dat de bedreiging die ik toen geformuleerd had ‘Ik zie weinig bedreigingen, wellicht is dat mijn bedreiging?’ inderdaad mijn valkuil is.
Wat betekent dat? Dat ik weinig geleerd heb? Nee zeker niet. Het is wel opvallend dat ik mijn rol als I-adviseur eigenlijk gewoon doorzet als student. Ik geef de opleiding constant feedback in mijn blogs, ik participeer in focusgroepen. Daar ligt blijkbaar mijn kracht.
Het is wel goed voor je ego, het soort feedback dat ik nu ontvangen heb. Die lag na 2 onvoldoende beoordelingen voor mijn onderzoeksvoorstel toch wel aan diggelen. De scherven zijn weer opgeraapt en ik ga weer verder. Waar ik elke keer weer verbaasd over ben dat mensen mij anders zien dan ik mijzelf (“jij, een onvoldoende?”). Iemand zei laatst tegen me: “misschien straal je iets anders uit dan hoe je bent”. Ik zeg altijd dat ik open en transparant communiceer, maar misschien laat ik dat toch faalangstig meisje in me niet aan iedereen zien. Ja fouten mag, maar leuk vind ik het niet. Die perfectionist in me, steekt toch regelmatig de kop op.
Eigenlijk vind ik wel (ja voorzichtig geformuleerd) dat ik de meeste MLI-rollen als meester vervul. Ik hou er gewoon niet van om mezelf als meester, goeroe of expert te benoemen. We zijn allemaal lerende in dit leven. Ik ben ook opgegroeid met het adagium ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Daar werd niet mee bedoeld: wees maar middelmatig, maar: wees jezelf en doe je niet beter voor dat je eigenlijk bent. En hoewel ik toch wel opkijk tegen mensen die hoger op de maatschappelijke lader staan of zich met een vlotte babbel profileren, blijf ik mensen ook op deze manier benaderen. Misschien dat het daardoor mij ook wel aan strategisch / tactisch / politiek inzicht ontbreekt. Wellicht dat ik wat meer zou kunnen bereiken als ik dat meer had. Ach, eigenlijk wil ik ook geen ‘slimme’ politieke spelletjes leren.
Conclusie tot nu toe: Ik vind het leuk om dingen bij te leren, heb ook veel geleerd, maar dat het heel lastig is om iets af te leren (zo niet onmogelijk).
Zoals je gezien hebt, is dit blog ook gericht aan Eric. Eric Wishaupt is een mede-student en een carpoolmaatje. Elke maandag ‘reflecteren & feedbacken’ wij wat af in ons reflectiebusje naar Eindhoven en terug. Wij hebben tegelijkertijd ons slb-gesprek met Michiel gevoerd. Leuk om dit op deze manier samen te doen, ook daar leer ik weer van. Ik kon een beetje de gesprekstechnieken van Michiel afkijken 🙂 Iets waar we met LA3 aan de gang gaan. Spannend, uitdagend maar ook heel leuk!
Wat ik van het SLB-gesprek en van de andere gesprekken van die dag heb meegenomen? Dat ik die weerstand los moet laten. Niet zo eigenwijs moet zijn. Meer moet focussen en kaderen. En dat ik zeker niet middelmatig ben 🙂 .
Dank Michiel. Dank Eric.
Groet, Judith
Lerend vernieuwend onderzoeken #MLI
Hallo Marcel,
Vorige week ben ik voor mijn studie begonnen met het 3e leerarrangement: LA3: initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwingen. Een leuke module lijkt me zo 🙂 en het ligt in de lijn met waar ik als I-adviseur mee bezig ben. Afgelopen weekend heb ik mijn eerste studie-opdrachten uitgevoerd en heb ik hiervoor mijn JOULE4JOU blog weer geactiveerd.
Op de literatuurlijst stond de oratie van Jaap Boonstra ‘Lopen over water’. Over de dynamiek van organiseren, vernieuwen en leren heb ik op JOULE4JOU geblogd.
Boonstra eindigt zijn oratie met zijn visie op onderzoek in onze dynamische werkelijkheid. Hij onderscheidt het traditioneel academisch onderzoek dat volgens hem de relaties tussen onderzoeker en het empirisch object ontkent. Boonstra is geen voorstander van deze afstandelijke en beschouwende manier van onderzoeken. Ook het het toegepast onderzoek vindt hij ongeschikt om onderzoek te doen naar dynamische sociale systemen. Zijn voorkeur gaat naar reflectief handelingsonderzoek dat gericht is op actie, reflectie en kennis genereren. De relatie tussen onderzoekers en onderzochten is hierbij gebaseerd op gelijkwaardigheid, gezamenlijke betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Een beetje te vergelijken met actieonderzoek.
Het zette mij weer tot denken met betrekking tot mijn eigen onderzoek. Deze manier van onderzoek past mij beter, maar ik heb al eerder geschreven dat ik mijn rol van onderzoeker dan zo minitieus moet beschrijven, dat me dat in dit type onderzoek tegenstaat. Dus blijft mijn praktijkgericht onderzoek beschrijvend van aard. Net als vele andere hbo-onderzoeken, zo vernam ik via Daan Andriessen. Ik was niet bij zijn presentatie bij Zuyd maar heb inmiddels wel zijn Openbare les gelezen. Actieonderzoek, schrijft Andriessen, heeft een sterke oriëntatie op het verbeteren van de praktijk (die ‘real innovational spirit warrior‘ weet je nog?). Een vragenlijst gecombineerd met statistische analyse is sterker gericht op kennisontwikkeling (wat dit ‘nieuwsgierig aagje‘ nu doet). Deze onderzoeksmethoden verschillen dus in het willen weten en willen verbeteren 😉 . Andriessen onderscheidt 2 rollen in praktijkgericht onderzoek: de onderzoeker die onderzoekt en analyseert enerzijds maar anderzijds is de onderzoeker ook vaaak degene die in een specifieke situatie adviseert en intervenieert. Lastig, erkent ook Andriessen omdat je in die ene rol objectief en onafhankelijk moet blijven.
Ook Andriessen refereert net als Boonstra naar de Reflective Practioner van Schön. Methodische grondigheid is namelijk niet altijd goed verenigbaar met praktische relevantie. Volgens Andriessen kan blijken dat:
- data niet beschikbaar of de respondenten niet benaderbaar zijn
- omstandigheden niet controleerbaar zijn;
- dataverzamelings- of analysemethoden duur zijn;
- er altijd te weinig tijd is, want de opdrachtgever wil het snel weten;
- de gegevens die wetenschappelijke methoden opleveren niet bruikbaar blijken te zijn in de praktijk;
- het onderzoek zelf de praktijk blijkt te veranderen
Er bestaat een grote diversiteit aan opvattingen over de juiste eisen aan methodologisch grondigheid in praktijkgerichte onderzoek. Deze hangen onder andere samen met de blik op de wereld van de onderzoeker. Er is niet slechts één manier om goed praktijkgericht onderzoek te doen, er zijn er vele. Genoeg werk voor lector Daan Andriessen, want hij heeft in zijn Openbare Les een grote diversiteit aan praktijkgericht onderzoek geschetst.
Als minimumniveau van onderzoekend vermogen voor de master-student noemt Andriessen trouwens:
De student laat zien dat hij kan reflecteren op de relevantie van zijn onderzoek voor andere situaties dan die zijn onderzocht. Het zal niet altijd mogelijk zijn om een concrete bijdrage te leveren aan de beroepspraktijk die in meerdere gevallen toepasbaar is, maar een reflectie daarop is wel altijd mogelijk. Tevens dient de grondigheid diepgaander te zijn dan bij onderzoek op bachelorniveau.
Over een paar weken heb ik weer een focusgroep om mee te denken over een verbeterplan van de onderzoekslijn van de MLI. Nu nog het verbeterplan van mijn eigen onderzoek 😉
J.
Tussenmeting van mijn rollen en houding #SLB4 #mli
Ha Marcel,
Ja het is weer zo ver. In het begin van mijn studie heb je een SWOT-analyse over mij ingevuld en nu vraag ik je om een tussenevaluatie. Opdracht van school hè 😉
Voor deze meting heb ik weer een nieuw / ander formulier ontvangen. De rollen waarop jij, ik, mijn mli-docenten mij op beoordelen zijn wel hetzelfde gebleven. Namelijk die van: excellente docent, ondernemende ontwikkelaar, reflective practioner en begeleider en gesprekspartner van docenten. De mate van complexiteit wordt beoordeeld van een kleine wijziging naar een substantiële tot fundamentele wijziging. Tja wat versta je onder een wijziging? Levert hetgeen waar ik mee bezig ben ten aanzien van auteursrechten, plagiaat, open en online onderwijs, sociale media een fundamentele wijziging op voor het onderwijs voor heel de instelling? Heel Zuyd? Ja ik werk wel samen met externe partners en expert. Wat ik lastig vind aan dit format is dat ‘gemeten’ wordt op mijn beoogde impact op enkele naaste collega’s naar grotere groep collega’s tot het hele team. Wat is voor mij het verschil tussen naaste collega’s (zijn er 3) tot het hele team (zijn er ook 3 ;)). Daarom heb ik besloten dat alle bloglezers ook tot mijn team behoren 🙂
En wil ik jullie allemaal vragen om feedback op mijn rolontwikkeling. Zit ik in deze rollen nog in de ‘roluitbouw’?, of al in de ‘rolconsolidatie’?, of misschien in ‘rolmeesterschap’? Dat laatste vind ik wel lastig om dat van mezelf te vinden. Het impliceert bijna dan je het dan ‘bereikt hebt’, terwijl ik vind dat ik altijd nog veel te leren heb.
6 oktober heb ik mijn volgende gesprek met Michiel, mijn SLB-er.
Via dit linkje kunnen jullie het formulier downloaden (docx) en als jullie het willen invullen dan graag uiterlijk 3 oktober mailen naar judith.vanhooijdonk@zuyd.nl dan kan ik het als input meenemen naar mijn SLB-gesprek.
Ben benieuwd ….. 🙂
Groeten,
Judith
In het 2e leerjaar begin ik aan de zogenaamde integratiefase. Op het eind van dit studiejaar moet ik in een beeldverslag laten zien welke rollen ik op welk niveau beheers en welk zichtbaar gedraag ik hierbij aan neem. De tip was zoveel mogelijk te verzamelen over je rolontwikkeling. Gelukkig heb ik mijn blog 🙂 Mijn andere blogposts over SLB – MLI
SLB 3 – Bezieling
SLB3 – “Nu nog onnavolgbaar” 😉
SLB2 – Eerste studiepunten binnen LA1
SLB2 – Storyline
SLB1 – Mijn 1e SLB-gesprek
SLB1 – Leeragenda ter voorbereiding 1e SLB-gesprek
Op naar een autonomie-ondersteunende leeromgeving #mli
Hoi Marcel,
Dit weekend viel het nieuwste nummer van OnderwijsInnovatie, het kwartaalblad van de Open Universteit, in mijn brievenbus. Hierin las ik een bijdrage van Anouke Bakx, de academic director van mijn masteropleiding Leren en Innoveren. Samen met Fontys docent Van Lieshout houdt zij een pleidooi dat docenten meer gebruik moeten maken van autonome motivatie ter voorkoming van de hoge uitval van eerste jaars hbo-studenten. Vijftig procent van hen geeft namelijk aan dat gebrek aan motivatie reden is om te stoppen of van studie te veranderen.
Als MLI-student weet ik inmiddels alles af van motivatie 😉 . In elke paper of onderzoeksvoorstel van mijn medestudenten en mij komt de ZelfDeterminatie Theorie van Ryan & Deci wel aan de orde. De drie pijlers voor de basisbehoefte van intrinsieke motivatie volgens deze motivatietheorie zijn: het gevoel van competentie, autonomie en sociale verbondenheid. Hoe meer intrinsiek gemotiveerd hoe hoger de leeropbrengsten. In dit artikel wordt nog de onderverdeling gecontroleerde en autonome motivatie besproken. Gecontroleerde motivatie vindt plaats in een omgeving met straffen, belonen en ‘moeten’. “Autonome motivatie brengt extrinsieke en intrinsiek met elkaar in verband. Externe factoren die samenhangen met extrinsiek motivatie kunnen namelijk intrinsieke motivatie faciliteren.” Dit ontwikkelt zich het beste in een autonomie-ondersteunende omgeving.
Hiermee wordt een leeromgeving bedoeld waarbinnen studenten ruimte hebben om hun eigen keuzes te maken en waarbinnen docenten openstaan voor vragen, opvattingen en gevoelens van studenten.
[Dat willen we wel hè?]
Volgens de literatuur blijkt dat studenten in een autonomie-ondersteunende leeromgeving floreren. Dit blijken docenten niet zo gemakkelijk te kunnen bieden vanwege de groeiende sturing op kengetallen, waardoor docenten weer hun autonomie verliezen….
Het lijkt voor sommige docenten veiliger om precies voor te schrijven wat er moet gebeuren, zodat ze het idee hebben studenten klaar te stomen voor de toets, de te bewijzen competenties of andere afrekeninstrumenten.
[Goh …]
Ja, drijfveren zetten aan tot leren. “Wat houdt hen eigenlijk bezig en waarvoor lopen ze warm? ” Illeris zei dit ook al. Om deze drijfveren te vinden is een zekere pedagogische sensitiviteit (op het goede moment het juiste doen in het ogen van de student) van de docent nodig.
Het gaat in onderwijs niet alleen om het overbrengen van expertise of de mate van expertise van de docent, een belangrijk element van goed onderwijs is de interactie tussen docent en student.
[Dat weten we wel hè?]
De schrijvers verwijzen naar de publicatie van Van Manen: Weten wat te doen wanneer je niet weet wat te doen, waarin het gaat over de pedagogische sensitiviteit in de omgang met basisschoolleerlingen. Dit geldt volgens Van Lieshout en Bakx niet alleen voor leerlingen, maar ook voor hbo-studenten.
Vanuit pedagogische sensitiviteit ziet de docent waar de student behoefte aan heeft, wat hem motiveert en wat hem eventueel belemmert in het studeren.
[Zou dit ook niet van toepassing zijn op MLI-studenten?]
Als student heb ik wel behoefte aan zo’n autonomie-ondersteunende leeromgeving, en lekker blended 🙂 waarin hopelijk ook ict (als didactisch toepassing) deel van uitmaakt ;). Voor nu blijft het nog bij een idealistische gedachtengang die dan wel door wetenschappelijk onderzoek aangetoond is, maar in de weerbarstige praktijk nog steeds niet realistisch blijkt te zijn.
Alle citaten en de afbeelding komen uit het artikel. Uiteraard even een verwijzing volgens de APA-regeltjes. Alle punten en komma’s op de goede plek? 😉
Lieshout, S. van, & Bakx, A. (2014). Pedagogische sensitiviteit stimuleert autonome motivatie. Onderwijsinnovatie, 16(3), 38-39. Retrieved from http://www.ou.nl/documents/10815/36316/OI_2014_3_PedagogischeSensitiviteit.pdf
Fijne maandag!
Judith






