Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Do what you love (no excuses!)
Hi Marcel!
Gary Vaynerchuck van Wine Library ken je. We hebben zijn filmpje over de ROI of your mother al vaker genoemd en gebruikt in presentaties, zo ook afgelopen donderdagavond bij mijn presentatie over Social Media & Geluk voor Synchronicity043. Daar hoorde ik dat Gary ook een TEDTalk heeft gehouden, dat wist ik niet, dus even opgezocht.
Deze wervelende, stuiterende Gary Vaynerchuck heeft zijn gepassioneerd verhaal niet echt op een TED event gedeeld, maar 5 jaar geleden op een Web2.0 Expo in New York. Het is zo’n inspirerende talk dat deze met recht ook op de TED website gedeeld wordt.
Het is een must see, hoewel 5 jaar geleden, zijn boodschap ‘doe waar je van houdt en stop met hetgeen waar je een hekel aan hebt’ blijft zo krachtig en waar. Een genot om naar je kijken!
Een inspirerende dag vandaag!
Judith
JAM now!
Marcel, dit is zo leuk!
Ik las deze tweet
Doe nu mee aan mijn JAM. Kies een van de 19 instrumenten en maak samen met mij online live muziek. goo.gl/r75ux #JAMwithChrome
— Erno Mijland (@ernomijland) 26 januari 2013
Via www.jamwithchrome.com kan je live en online muziek maken. Dit is weer een mooi Chrome Experiment. Superleuk! Je moet wel achter een laptop of computer zitten met Chrome natuurlijk.
Dit moeten we eens uitproberen met al onze muzikale vrienden van het I-team en de fanclub van 2beJAMmed!
JAM on!
Judith
Een Learning and Teaching Centre voor Zuyd! Het zou mooi zijn!
Dag Marcel
De gastbloggers bieden zich al vanzelf aan! Top! Pieter Dekkers, multimedia specialist van de AVDienst Heerlen heeft deze, zoals hij het zelf noemde: Canadese JAM (Blueberries en Maple Syrup flavoured) gemaakt.
Nou en of dat smaakt, Pieter!
OUR 2bejammed GUEST: Pieter Dekkers
Marcel, je noemde het al in de blog over weblectures. Ik heb inderdaad in Canada gewerkt. Bij BCIT, een grote ‘post-secondary’ met vestigingen in en rond Vancouver. Vaak krijg ik vragen over hoe het daar nu allemaal georganiseerd was en of ik het werken daar niet mis. Op vraag twee kan ik kort antwoorden: vaak mis ik wel de visie, de daadkracht en vooral de faciliteiten die daar aanwezig waren. Met name de afdeling waar ik werkte, het ‘Learning and Teaching Centre’, is een interessant gegeven. Ik wil mijn ervaring aldaar graag met jullie delen.
Er zijn een aantal overeenkomsten tussen het soort onderwijs dat bij Zuyd en BCIT wordt gegeven. Het verschil zit hem vooral in de schaalgrootte: BCIT heeft 18.000 nieuwe full time studenten en ca 28.000 part-time of avondstudie studenten per jaar. Alleen al in ‘Health Sciences’ zijn er al meer dan 60 studierichtingen. Naast medische opleidingen zijn er diverse technische studies variërend van autotechniek tot vliegtuigbouw, forensisch onderzoek tot radio en televisie, mijn- en bosbouw tot ICT, marketing en financiële programma’s enzovoort. BCIT belooft altijd de meest actuele en up-to-date kennis te overdragen. Daarvoor werken ze met een systeem van mensen uit de beroepspraktijk die in de gaten houden of het aanbod aansluit bij de praktijk. Vaak valt de meest actuele kennis ook te halen uit die beroepspraktijk en daarom worden er veel gastdocenten ingezet om cursussen te geven of mee te ontwikkelen.
Om dit te faciliteren is het Learning and Teaching Centre in het leven geroepen. Naast het ontwikkelen en aanpassen van lesmateriaal worden er ook docenten getraind en geholpen bij het lesgeven, zowel inhoudelijk als op het gebied van techniek, wordt er onderzoek gedaan en is er ondersteuning bij distance learning en projectmanagement. Er is dus een grote club onderwijskundigen aanwezig, de zogenaamde IDC’s (Instructional Develoment Consultants) maar ook Multimedia Developers, Technical Writers, Graphic Designers, Document Producers en Digital Media Producers. Ook de AV dienst, Instructional Technology Support en Distance Learning Support vielen onder het Learning and Teaching Centre. Kortom alles was in huis om een compleet curriculum te ontwerpen, in te richten en te distribueren. Wat een luxe!
Ik ben in 2005 als ‘Multimedia Specialist’ aangenomen onder de vlag van een speciaal project: (Ze zijn gek op afkortingen daar in Canada dus daar gaan we….) TEK (Technology Enhanced Knowledge) was een project waarbij onderzocht werd op welke manier techniek het onderwijs kon ondersteunen. In eerste instantie werd aan docenten gevraagd om verschillende technieken als Grassroots project uit te proberen. Ze onderzochten de techniek en deelden hun ervaringen met collega’s. De technieken die toen op het menu stonden waren o.a.: Blogs, Clickers (stemkastjes), COPS’s (community of practice), Wiki’s, Gaming (Second Life) en ePortfolio’s. (Nu gesneden koek maar voor het beeld: dit was dus twee jaar vóór de iPhone, Google earth en iTunes-u.) Ik hielp de docenten bij het maken presentaties, het filmen van de Grassrootsprojecten en hielp de afdeling met het vervaardigen van promotiemateriaal. Daarnaast werkte ik in teamverband met de andere specialisten aan de ontwikkeling van onderwijsmateriaal.
Verder maakten we (met 4 collega video producers) instructiefilms, marketing- en communicatiemateriaal en namen we lessen op. Je zou dit laatste een vroege vorm van weblectures kunnen noemen. Met een videocamera namen we het college of de instructie op en combineerden desgewenst de PowerPointpresentatie met het videobeeld d.m.v het programma Powerpoint Producer. De distributie ging via DVD, CD-rom of intranet. Op het moment dat iTunes-u zijn intrede deed experimenteerden we met Vodcasts als distributiemiddel. Er werd ook wel commercieel gedacht bij BCIT. Sommige DVD’s met lesmateriaal dat wij gemaakt hadden werd verkocht in de boekwinkel en hoorde bij het verplichte lesmateriaal. Af en toe werd materiaal verkocht aan andere opleidingsinstituten of door hen mede gefinancierd. Online introductiecursussen worden gratis gegeven om studenten uit het buitenland een indruk te geven van de leerstof. Na het behalen van deze eerste cursus kunnen ze beslissen of het de moeite waard is om naar Canada te verhuizen. Op deze manier trekken ze enorm veel studenten aan uit Rusland, India en China. Distance Learning (Leeromgeving was toen eerst Blackboard en later Desire2Learn) en het gebruik van media hierbij zijn onmisbaar geworden voor BCIT.
Ik ben intussen alweer bijna drie jaar werkzaam bij Zuyd Hogeschool en de verschillen met mijn ervaringen bij BCIT zijn groot. Het heeft ook weinig zin om deze twee instituten te vergelijken. Er is een andere cultuur, een compleet andere schaal en ook de inrichting van de organisatie en de manier van lesgeven is geboren uit een andere gedachte. In eerste instantie was het zo dat als je een technische richting wilde studeren in British Columbia, dan ging je naar BCIT, anders moest je het een paar 1000 kilometer verder zoeken. Tegenwoordig is ook daar de concurrentie groot geworden. De colleges worden langzaam allemaal universities en bieden vergelijkbare programma’s.
Maar waarin kan je je dan onderscheiden? Dat valt of staat uiteindelijk toch met uitstraling, goede faciliteiten maar bovenal de kwaliteit van het onderwijs. Kom je sneller aan de bak met een Zuyd diploma dan met een diploma van, zeg Fontys of Avans? Maakt het merk uiteindelijk het verschil? Ik denk dat een stuk competitie zeker niet slecht zou zijn. Maar voor excellent en onderscheidend onderwijs moeten de docenten bijzonder goed worden ondersteund en uitgerust. Of je dat bereikt met een master voor iedereen? Ik zou zeggen begin eens met het kijken naar het idee van zo’n Learning & Teaching Centre. Ik neem jullie graag mee op excursie naar Vancouver…mits de tickets worden betaald.
Oh…wat een verleidelijk idee…samen met jullie naar Canada! Daar wil die die Blueberries en Maple Syrup wel eens proeven of Poutine (moest wel even opzoeken wat dat was). Lijkt me ook lekker, Pieter 🙂
We hebben al vaker gesproken over zo’n soort van ‘Learning and Teaching Centre’ voor Zuyd waarbij AVDienst, I-adviseurs en Zuyd Bibliotheek samenwerken. Ik/wij denk/en dat dit een waardevolle ondersteuning voor onze medewerkers en studenten kan zijn. Hen bijstaan met advies en daadwerkelijk hulp op het gebied van technologie in het onderwijs. Collega’s helpen die betere, inspirerende docent van de 21ste eeuw te kunnen zijn. Die H.E.L.P.R.S zijn bij videoproducties (in welke vorm dan ook), inzet van web2.0 tools, digitale didactiek, aanbieden van diverse soorten informatiebronnen tbv curriculumontwikkeling – en vernieuwing, informatievaardigheden, gamification, 21st centuryskills, onderzoeksvaardigheden …..Ik hoop dat deze droom nog eens uitkomt. Het zou zo mooi zijn!
Judith
“Wie het weet mag het zeggen!”
Dag Marcel,
Al vaker heb ik geblogd over het Rijnlands organisatiemodel.
- Mathieu Weggeman over leidinggeven aan professionals
- Het belang van de onderstroom
- Beam your dream!
- Managen e/o organiseren
Jaap Peters (Bij welke reorganisatie werk jij?) en Mathieu Weggeman (Leidinggeven aan professionals? Niet doen!) hebben samen een nieuw boekje uitgegeven: Het Rijnlands praktijkboekje. In onderstaande video legt organisatie-activist (mooie benaming) Jaap Peters helder uit wat het Rijnlands organiseren is. De basis daarvan is handelen in de geest van de wet, en niet naar de letter van de wet.
We hebben de vakinhoudelijke mensen het organiseren afgenomen, en nu is het tijd dat het aan de professional wordt teruggegeven.
Jaap Peters
Peters zegt dat in een organisatie soms de een zou moet leiden, en dan weer de ander de regie over zou moeten nemen afhankelijk van de expertise en de context. Zoals Joseph Kessels dat in zijn lezing bij Zuyd Gespreid leiderschap in een wereld van prestatie-afspraken en persoonlijke ontwikkeling liet zien met het voorbeeld van Orpheus Chamber Orchestra, een orkest zonder dirigent. Leider is degenen die de belangrijkste rol in dat muziekstuk speelt.
Deze tip kreeg ik via Ilse. Bedankt hiervoor! Ik vond het handig om het filmpje op te slaan in mijn buitenboordbrein 😉
Groet,
Judith
Onderzoek naar inzet Serious Gaming bij Pabo-studenten
Dag Marcel,
Leuk was het om enkele weken geleden bij de start van het onderzoek van ‘onze Chris’ te zijn. Chris Kockelkoren volgt een master Pedagogiek (specialisatie Onderwijskunde) bij Fontys Hogeschool Tilburg. In het kader van zijn studie start hij een leerwerkproject waarin onderzoek moet plaats vinden naar een innovatie in het onderwijs. Deze behoort ook in de praktijk gepland en uitgevoerd te worden.
Natuurlijk heb ik hem gevraagd om in ons blog toe te lichten wat zijn onderzoek inhoudt. Het woord is aan
OUR 2bejammed GUEST: Chris Kockelkoren
Hoofdvraag onderzoek
Ik heb gekozen om mij te gaan richten op het verbeteren van het onderwijs en daarin gekozen voor onderwijsvormen die meer passen bij de huidige beleving van de studenten (Jane McGonigal): serious gaming. Ik wil kijken in hoeverre een samenhang is te vinden in serious game en self-efficacy, beleving en inzet van studenten.
Self-efficacy is de overtuiging die iemand vooraf heeft dat hij een taak succesvol kan verrichten.
Pedagogische onderbouwing
Volgens Locke (Van Crombrugge: Denken over opvoeden) kunnen mensen alleen leren als je vrij bent. Vrij zijn betekent ook een geestelijke vrijheid hebben. Fiedrich Fröbel (daar is het woord fröbelen naar vernoemd) geeft aan dat kinderen zouden moeten opgroeien in een kindertuin. Een tuin waar ze vrij, zonder angst voor fouten, kunnen leren in de nabijheid van hun opvoeders. Als je het boek “Het puberbrein” (Nelis&Sark: Puberbrein binnenstebuiten) leest, dan dient de jeugd te worden beschermd tegen de invloeden van social media in de klassen. Dit wordt een middeleeuwse tuin genoemd. Ik ben echter van mening dat onze studenten beter gedijen in Franse tuin van Herbart. Deze is veel opener en studenten kunnen leren van hun fouten zonder dat ze worden beschadigd. Ik ben van mening dat we studenten moeten leren dat fouten maken ok is en dat ze daarvan kunnen leren en uiteindelijk een beter mens worden. Dus wij gaan studenten niet waarschuwen voor gevaren (Van Crombrugge noemt dit “Führen”) maar ze zelf laten ervaren en mogelijk uiteindelijk vooraf al laten inzien (Van Crombrugge noemt dit “wachsen lassen”). Serious games sluiten hier enorm goed op aan. Je krijgt op diverse levels uitdagingen die je zo vaak mag doen, totdat je ze hebt gehaald.
Onderwijskundige onderbouwing
In een serious game komen diverse zaken naar voren die onderdeel zijn van het sociaal constructivistisch denken. Interactie, samen leren, samenwerken, feedback (zelfs regelmatig), etc.
Gedurende de presentatie had ik een kleine serious game gemaakt, om de toehoorders kennis te laten maken met een serious game en de effecten. De toehoorders moesten in groepen van vier samen enkele quests uitvoeren. Het effect was groter dan verwacht. Mensen die eigenlijk weg moesten, bleven omdat ze nieuwsgierig waren (en mij niet teleur wilden stellen). Ik had de tijd op 10 minuten gesteld en na die tien minuten heb iedereen tot drie keer moeten vragen om te stoppen … ;), dit is kenmerkend en zie ik ook bij studenten die in de les gebruik maken van studiemateriaal in de vorm van een game. Maar natuurlijk moet ik het nu met een duidelijk onderzoek ook worden aangetoond.
Doordat het publiek zo gemêleerd was, heb ik niet alleen veel vragen gekregen maar ook mooie aanvullingen. Hierdoor kan ik het onderzoek nog scherper opstellen.
Enkele vragen uit het publiek waren:
- Je zegt dat de uitstroom in het eerste jaar maakt dat er iets in het onderwijs anders moet. Ik ben dat met je eens, maar heb je andere redenen ook bekeken?
Antwoord: ja er zijn al veel andere zaken die zeker ook bijdragen aan het tegengaan van uitval zoals: betrekken van ouders, intakegesprekken, betere voorlichting, sfeer op school (betrokkenheid) en betere voorbereiding van havo-student op zelfstandig werken (al op havo). Dit zijn allemaal zaken waar uit onderzoek blijkt, dat deze een positief effect hebben bij het terugbrengen van de uitval. Maar in de literatuur wordt geen eenduidige oplossing gegeven voor dit probleem, dus heb ik gekozen voor een onderwerp dat vrij nieuw is, dicht bij mij ligt en alleen nog maar op kleine schaal en vaak experimentele wijze wordt ingezet: serious gaming.
- waarom dit onderzoek niet in de propedeuse uitval in leerjaar 3 zijn minimaal
Antwoord: Dit is zeker een terechte en logische opmerking. Ik heb hiervoor enkele verklaringen, waarom ik toch voor de derdejaars minor heb gekozen.
- de uitval was een aanleiding tot dit onderzoek in combinatie met de uitspraak van Inspectie van het onderwijs en Paul Reijns van Zuyd Hogeschool dat de manier waarop het onderwijs wordt gegeven kan verbeteren en dat werd als een van de mogelijke oplossingen vermeld. Dus ik heb meer gekeken naar onderwerpen waarin ik het plezier en de beleving kan stimuleren en het onderwijs kan afstemmen op de nieuwe generatie studenten (dit op basis van statistiek UM in presentatie). Ik hoop stiekem dat dit ook mogelijke samenhang heeft met andere zaken, maar dat kan ik met dit onderzoek niet aantonen.
- Als ik meer plezier en een toename van self-efficacy kan verkrijgen bij derdejaars (die zeker al gemotiveerder zijn dan eerstejaars) dan lijkt het mij redelijk om aan te nemen, ofschoon je dit wel zou moeten onderzoeken alvorens hierover uitspraken te doen, dat het zeker ook effect heeft bij eerstejaars.
- Gezien de omvang en duur van het leerwerkproject is het maken van een game te omvangrijk en daardoor niet meegenomen in het onderzoek en heb me dus moeten beperken tot onderdelen waar een serious game nu al onderdeel is van het onderwijs. Dan blijven niet veel keuzes over en dan sluit de minor Digicoach het beste aan bij het onderzoek. Daarnaast is deze minor ook zeer interessant, daar het geen ICT-publiek bevat, maar Pabo-studenten.
- (vrije vertaling van mij op basis van een vraag uit het publiek): Als je hebt aangetoond dat meer werk wordt verricht en de self-efficacy is gestegen, wie zegt dat dit komt door de serious game, misschien komt dit wel doordat de student veel meer werk verricht en daardoor een hogere self-efficacy heeft gekregen?
Antwoord: Dit lijkt inderdaad in eerste instantie een moeilijk te bewijzen iets. Maar als ik kan aantonen dat tijdens de minor met een serious game meer uren in de studie wordt gestopt dan in de minoren waar op de “traditionele” wijze wordt lesgegeven, kun je in nader onderzoek kijken of dat komt door de serious game of de soort minor.
- (vrije vertaling van mij op basis van een vraag uit het publiek): niet iedereen vaart wel bij onderwijs in de vorm van een serious game er zijn studenten die de oude wijze van lesgeven prima vinden?
Antwoord: Dit lijkt te kloppen. Maar ik draai het om. Veel van de traditionele manieren van lesgeven spelen vaak in op één wijze van leren van studenten. Vaak is dat niet de wijze waarop studenten leren, maar hoe de docent leert. Als je het boek van Jane McGonical leest, dan zegt zij dat het hele leven een game is, dus is iedereen al onderdeel van een serious game. Serious gaming sluit daarom ook geen leerstijl uit, mits de onderwijseenheid ook alle manieren ondersteunt. Maar dat geldt voor alle onderwijsvormen. Bij een serious game kan iedereen zelf bepalen hoe hij de quests (opdrachten) uitvoert en hoe hij de kennis tot zich neemt. Kijk in het experiment op het einde van mijn lezing. Alle groepen hadden mensen met diverse leerstijlen in zich en iedere groep heeft het ook op zijn eigen wijze aangepakt. De game staat dit allemaal toe en beperkt niemand. Wel kun je spelenderwijs zien welke effecten een bepaalde strategie heeft (kindertuin van Fröbel), met name in combinatie met de voortgang van de quests. De constante feedback zorgde voor aanpassingen van de strategie bij bepaalde groepen, zonder dat hiervoor instructies zijn gegeven.
Mochten nog andere zaken zijn ingevallen die een bijdrage kunnen leveren aan mijn onderzoek of je niet eens bent met de beantwoording dan zie ik graag je vragen, artikelen en aanvullingen tegenmoet. Klik hier voor zijn contactgegevens.
Ik zal jullie via mijn blog kockelkorencj.blogspot.com op de hoogte houden van de voortgang van het onderzoek.
Game ze!
Groet Chris
Namens ons allebei heel veel succes Chris!
JAM on! 🙂






