Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Minister OCW over open online onderwijs

Dag Marcel,

Jouw twitterline zal ook wel sinds gisteren overlopen met tweets over Minister Jet Bussemaker. Gisteravond was zij samen met Alexander Klöpping te gast bij DWDD.

DWDDMOOCs

Klik op de afbeelding om het fragment te bekijken

Aanleiding dat zij hier zat was natuurlijk de brief die zij gisteren naar de Tweede Kamer stuurde over open en online hoger onderwijs. Uit het persbericht:

Minister Bussemaker zet het licht op groen voor online colleges in het hoger onderwijs. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze dat studenten aan hogescholen en universiteiten studiepunten kunnen krijgen voor online colleges of zogeheten MOOCs. Bovendien stelt de bewindsvrouw €1 miljoen beschikbaar om het gebruik van dit soort colleges te bevorderen.

De ontwikkeling van online onderwijs is onontkoombaar, schrijft Bussemaker. Hogescholen en universiteiten kunnen ervan profiteren. Ze kunnen hun onderwijs ermee verbeteren, versterken er hun profiel mee en vergroten hun bereik. Bovendien kunnen ze nieuwe groepen studenten aanboren, zoals werkenden die naast hun werk een studie willen gaan doen. Ze ziet de colleges vooral als aanvulling op zogeheten contactonderwijs, niet als volledige vervanging ervan.

Een mooi signaal van de minister. Dat deze brief in aantocht was, had ik al gehoord van Adrie Steenbrink, een beleidsmedewerker van OCW tijdens de Open Education Netwerkdag op 12 december jl.
Bussemaker begint haar brief met een overzicht van de Open Education ontwikkelingen (vergelijkbaar met de inleiding van mijn paper ;)) en wat tabelletjes

MOOCplatforms

Uit Brief van minster OCW aan 2e kamer

Udacity biedt alleen nog maar MOOCs aan voor betaalde bedrijfstrainingen

MOOCsNL

Bussemakers benoemt dat MOOC’s een ontwikkeling zijn (door snelle internet en mobiele technologie) die het aangezicht van het hele hoge onderwijs kan doen veranderen. Een ontwikkeling die gevolgd moet worden. Maar waar ook meer evidentie rondom pedagogisch – didactische kwaliteit van MOOC’s verzameld moet worden. Daarom moet er meer geëxperimenteerd worden met MOOC’s, een groter aanbod is hiervoor nodig. Zij schrijft:

De inzet van open en online onderwijs maakt een verbetering van de kwaliteit van het onderwijs en van het onderwijsmateriaal mogelijk

Gekoppeld aan de strategische agenda voor het hoger onderwijs “Kwaliteit in verscheidenheid’ is de kernvraag hoe open en online hoger onderwijs hieraan kan bijdragen. Centraal in dit toekomstbeeld voor HO in 2025 staat een uitdagend studieklimaat en waarbij kwaliteitsborging hoog in het vaandel staat. Belangrijk blijven die learning communities die onderwijsinstellingen zijn. Docenten zorgen (onder invloed van de open online onderwijs ontwikkeling) steeds meer voor de sociale interactie en binding omdat zij in de toekomst minder kennis over hoeven te dragen. Haar verwachting:

Mijn verwachting is dat alle hogeronderwijsinstellingen de mogelijkheden van open en online onderwijs op een eigen manier zullen benutten. Van massieve inzet op versterking van de internationale reputatie en het aantrekken van grote aantallen studenten die hun leven lang blijven leren, tot primaire inzet op het delen van studiemateriaal, een impuls aan het internationaliseringsbeleid of juist een focus op een vergroting van het studiesucces door studenten deficiënties online weg te laten werken en studenten efficiënt feedback te kunnen geven in het onderwijsproces. En dat is alleen maar goed. Iedere onderwijsinstelling heeft een eigen profiel. Welke inzet het beste daarop aansluit, zullen hogeronderwijsinstellingen alleen ervaren door zelf actief te experimenteren, de inzet te evalueren en daarvan te leren.

We zijn dus goed bezig met ons MOOCZI-project! Misschien nog wat centjes meepikken van die beschikbare 1 miljoen? 🙂 Mijn voorkeur zou zijn om dat samen met andere hbo-instellingen dat op te pikken. Tevens geeft zij aan dat het hbo de Centres of Expertise en het bedrijfsleven zou moeten betrekken om te bepalen op welke terreinen de vraag naar online onderwijs het grootst is. Iets wat wij onlangs tijdens ons voortgangsgesprek over het project ook geconcludeerd hebben. Mooi voor het vervolgproject!

Print

Bussemakers is nog niet voornemens wet- en regelgeving met betrekking tot contacturen en vestigingsplaatsbegeinsel aan te passen. Volgens haar biedt de huidige regels voorlopig voldoende voor de experimenteerfase waarin open online onderwijs zich nu bevindt. Als de examencommissies online onderwijs goedkeurt dan mogen er ook studiepunten toegekend worden, meldt zij.

Ze ondersteunt de Opening up Education van Europese Commissie. Het een en ander sluit aan bij de kamerbrief van de staatsecretaris over Open Access van publicaties.

En in maart tijdens de Open Education Week volgt een hogeronderwijsconferentie. Iets om naar uit te kijken 🙂 Wellicht dat we binnen Zuyd er nu ook aan toe zijn om activiteiten op te zetten binnen deze week. Ik ga eens met collega’s van Zuyd Bibliotheek overleggen!

Een interactieve setting die past bij open en online onderwijs, waarin docenten en studenten elkaar uitdagen en inspireren, vergt niet alleen goed toegeruste docenten, maar ook goed voorbereide studenten.

Ook voor de digitale vaardigheden van docenten en studenten had de minister oog. Kortom, ik werd wel blij van deze brief.
Judith

Zelfplagiaat

Ha Marcel,

Lees ik vandaag in onze krant dat er weer een hoogleraar betrapt is op plagiaat. Niet zo maar plagiaat, maar zelfplagiaat. O jee …
Je weet dat ik mijn paper gecontroleerd heb op plagiaat via het plagiaatdetectiesysteem Ephorus. Daar kwamen enkele overeenkomsten met 2beJAMmed. O jee … Straks word ik ook beticht van zelfplagiaat 🙂 Dus ook als je eigen teksten citeert en geen verwijzing naar de oorspronkelijke bron hebt opgenomen wordt dat volgens Nederlandse Gedragscode Wetenschapsbeoefening bestempeld als incorrecte bronvermelding, dus plagiaat. Dit krijg je dus als prestaties afgemeten wordt aan het aantal geproduceerde artikelen. Misschien dat het toch eens tijd wordt dit academisch systeem te onderzoeken 🙂 .

20140107-203156.jpg

NRC Handelsblad 7 januari 2014

Zo zie je maar, auteursrechten, plagiaat, bronvermelding blijft actueel. Het rechtvaardigt toch maar weer het formeel inrichten van een Auteursrechten InformatiePunt binnen onze organisatie. Deze maand ga ik heeft de auteursrechtennotitie weer al mijn aandacht. Ik hoop niet alleen die van mij 🙂

Goedenavond
Judith

Het keurslijf van een paper #MLI

Beste Marcel,

Ja mijn paper is klaar, afgelopen vrijdag via het plagiaatdetectiesysteem Ephorus ingeleverd. Je hebt het al gelezen en van feedback voorzien, waarvoor nogmaals hartelijk DANK! Ook de andere collegavrienden, studiegenoot en zoonlief bedankt dat jullie in de kerstvakantie tijd vrij hebben gemaakt om mijn paper van feedback te voorzien.

Top2000

Ik heb veel aan de feedback gehad. Het maakte duidelijk waar de zwakke punten zaten. Ik moest nadenken over vragen en daar eigen keuzes in maken. Ja, de feedback maakte me scherp. De feedback maakte me wel duidelijk dat dit gegeven wordt vanuit een eigen waarneming. Subjectieve beoordeling vind ik voor feedback niet zo erg. Door de opleiding is een beoordelingkader vastgesteld. Langs deze lat wordt mijn paper nu gelegd. In hoeverre kan je bij zo’n beoordeling spreken van objectieve maatstaven als het verschil tussen voldoende en goed wordt bepaald door begrippen als ‘theoretische inkadering’ versus een ‘duidelijke theoretische inkadering’? En ‘gebruik gemaakt van voldoende literatuur’ versus ‘meer dan voldoende literatuur’. Ja, ik word een beetje onzeker van zo’n beoordeling. Dus luister ik maar naar mijn kinderen: ‘laat het los mam’ *grinnik* en zie ik het als een feedbackmoment. Tien dagen wachten …

Jij vroeg mij naar mijn ‘O!’ bij onderzoeksvaardigheden. Eigenlijk vond ik het schrijven van dit paper een worsteling. Voornamelijk een worsteling met mezelf. Ik heb me natuurlijk afgevraagd waarom. En dat is toch wel dat ik me aan al die regeltjes moet houden. Het moeten schrijven adhv een beoordelingskader, want daar word je op ‘afgerekend’. Dus probeer je te voldoen aan wat de beoordelaars van je verwachten. Ik vind eigenlijk dat dit zo hoort, maar zo doe je het wel. Je wil toch graag dat het voldoet. Het nodigt daarom niet uit tot een creatief proces. Ik blog liever.

Ik mocht alleen peerreviewed literatuur parafraseren, dus uitgaan van onderzoek en niet van meningen en ervaringen van onderzoekers. Het moest een ‘neutraal’ paper zijn, geen eigen standpunten. Ik lees natuurlijk veel blogs en het onderwerp ‘social learning’ is zo ‘hot’ dat daar veel over geschreven werd, maar weinig onderzoek naar gedaan is. Aan de andere kant is dat ook weer een leermoment: niet te veel uitgaan van aannames. Maar wel krtitisch blijven.
Focussen vond ik ook lastig, zoveel interessants las ik rondom mijn paper. Elke keer maar weer afvragen of het wel past binnen de onderzoeksvraag. Tja Marcel, die onderzoeksvraag daar blijf je aan sleutelen, het is een cyclisch proces zoals ik al eerder schreef. Het was het laatste dat ik nog aan mijn paper veranderde … Check out de 10 regels voor de onderzoeksvraag nog maar eens 🙂
Daarnaast vond ik het ook lastig dat ik een literatuuronderzoek moest doen vanuit een ‘probleem’. Ik kijk liever naar de mogelijkheden. En dan die APA! Door mijn bibliotheekachtergrond ben ik wel gewend om titel te beschrijven, maar al die punten en komma’s. Ik had het mezelf natuurlijk ook nog wat lastiger gemaakt omdat ik Mendeley wilde gebruiken, een onbekende tool voor mij. Leermoment: meteen bronnen goed beschrijven en indelen. Weet ik natuurlijk wel, en het advies gaf ik studenten ook altijd. Als je het achteraf moet doen kost het altijd extra tijd.
Dus kortom die ‘O!’ en ‘Aaaah’ was ver te zoeken … soms …sorry … Ik vond het wel heel leuk om met het onderwerp bezig te zijn. Ik heb veel geleerd over ‘social learning’, leerconcepten en motivatietheorieen, dat was ook mijn leerdoel. Mission accomplished! Aaaah!

Bij alles wat je leert is intrinsieke motivatie belangrijk. Mijn motivatie is dat ik deze opleiding wil afronden, daar moet ik soms dingen voor doen die ik minder leuk vind. Voor jouw studenten vind ik wel belangrijk dat ze een kritische houding hebben m.b.t. hetgeen over hun vakgebied gepubliceerd wordt en dat ze zelf met respect voor bronnen (information literacy) hun eigen oordeel kunnen vormen. Dus ja onderzoeksvaardigheden is wel een must. Of dat in een vorm van een paper moet? Ik zou liever beginnen met een blog of een essay, die kunnen ook als een bijdrage opgenomen worden een open online journal :). En onderdompelen vanaf het begin van hun studie. Met kleine stapjes, en leuke opdrachten. Zo moest dochterlief ervaren wat observatieonderzoek door het gedrag van ouders te observeren in de McDonalds. Dit is toch ook een leuke opdracht voor ICT-studenten 😉

Maar eigenlijk vraag je me: hoe krijg ik mijn studenten (en mezelf ;)) gemotiveerd?  Maar dit is ook een lastige en voor ieder persoon weer anders. Gamification kan hierbij inderdaad een goed middel zijn (zie mijn blog). En voor mij werkt samenwerken in netwerken en bloggen. Iedere onderwijsprofessional wil graag gemotiveerde studenten. Ruud de Moor Centrum heeft in 2011 een literatuurstudie gepubliceerd: Leerlingen motiveren: een onderzoek naar de rol van leraren. Bij deze studie is (net zoals in mijn paper) de Zelf-DeterminatieTheorie van Deci & Ryan uitgangspunt. Deze motivatietheorie zegt dat motivatie toeneemt (en daardoor leren wordt bevorderd) als voldaan wordt aan drie psychologische basisbehoeften: autonomie, relationele verbondenheid en competentie. En dat geldt voor studenten maar ook voor docenten, gewoon voor ieder mens.

Groet,
Judith

A First Day To-Do-List For Any Teacher (Infographic) #MLI

Goedemorgen Marcel,

Wilfred Rubens twitterde gisteren over deze infographic dat iedere docent die boven zijn/haar bed moest hangen. Nou ben ik geen docent dus doe ik dat niet 🙂 maar delen op ons blog wil ik wel. Deze infographic van Mia MacMeekin is weer een mooie die ik ivm mijn master wel wil bewaren. Check out haar blog An Ethical Island (how to teach without a lecture and other fun) met nog meer interessante infographics en other fun! Ik heb haar RSS-feed toegevoegd aan mijn Feedly 🙂

The five things to do at the beginning of each term is Greet students, Set the rules, Team build, Grab or Gain their attention, and Assess prior knowledge.

Fijne 1e werkdag weer!
Judith

Social Learning Officer

Inderdaad Marcel, een interessante attenderingstweet van jullie alumnus met de verwijzing naar een bijdrage op The Next Web.  Leuke inzichten om virtuele teams te enthousiasmeren om online samen te werken, en zeker ook te gebruiken voor ons MOOC project. Grappig dat Yammer toch weer als sociaal netwerk genoemd wordt. Je kent mijn (tot nu toe vergeefse) pogingen om Yammer binnen Zuyd te laten landen (maar misschien wordt het dit jaar toch wat … mijn leidinggevende heeft de dag voor de kerstvakantie een account aangemaakt … 🙂 )
Het gaat dus niet om op welke fysieke plek je werkt (of leert) als je mensen maar weet te verbinden, zoals te lezen in de conclusie van het artikel:

We live in a time when geography in the workplace is becoming increasingly but not totally irrelevant. It’s really easy to hire someone and stick them with a laptop and a Skype account – it’s much harder to make them a cooperative and engaged worker. Focus them by creating a company that they are part of not working for, one that they want to stay with despite their distance, and you’ll create an amazing extension of yourself.

Maar wie is die YOU waar in dit artikel naar gewezen wordt? Jij, ik, de manager, de ander of wij allen? Wie in de organisatie, in onze organisatie, neemt deze rol op zich om virtuele teams te enthousiasmeren? Die virtuele teams of online netwerken, leernetwerken of hoe je ze ook benoemt die moeten onderhouden worden. Daar moet aandacht voor zijn. Die moeten gefaciliteerd worden. Is dat misschien de rol voor een Social Business Officer waarover ik gisteren op Frankwatching las?

Social Business Officer is de persoon die binnen organisaties zorgt dat professionals goed kunnen samenwerken, kennisdelen en communiceren met online tools die echt werken, leuk zijn en toegevoegde waarde bieden. Dus geen door IT gepushte oplossing, log, onvriendelijk en niet relevant.

Het lijkt een trend om in het verlengde van social media, sociale netwerken alles sociaal te noemen 🙂 zoals social learning (het onderwerp van mijn MLI-paper ;)) en nu ook social business. Volgens McKinsey moet je ‘social’ zijn om een succesvolle organisatie te worden:

In that sense, understanding social media is now a critical element of every executive’s tool kit.

Sociale media beïnvloedt onmiskenbaar de manier waarop we werken en leren. Social business wordt omschreven als een manier van organiseren waarbij professionals met behulp van sociale webtools hun werk makkelijk kunnen doen, en waarmee verbindingen tussen mensen ontstaan en gestimuleerd worden.

???????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????????

@GraphicStock

Is in een (onze?) onderwijsorganisatie ook behoefte aan iemand die vanuit de docent, student en management kijkt naar de knelpunten op het gebied van kennisdelen en samenwerken? Als ik de behoefte die aan een Social Business Officer die in het artikel vermeld staan nu eens aanpas voor een Social Learning Officer? Dan krijg je de volgende vijf verschillende belangen van kijken, redeneren en vooral samenbrengen:

  • Duidelijke visie op social learning en de meerwaarde voor het onderwijs en de onderwijsorganisatie (onderwijsvisie).
  • Begrijpen wat de vertaling van de onderwijsvisie naar het onderwijs, in termen van een roadmap.
  • Vanuit de gebruiker en de verschillende doelgroepen denken: er is geen ‘one size fits all’.
  • ‘Out of the box’ kunnen en willen denken, in termen van technologie en devices.
  • Een project is pas succesvol bij adoptie en doorontwikkeling, niet bij oplevering.

Alles met als doel betrokken en beter geïnformeerde medewerkers en studenten en korte lijnen: ‘alles open en transparant, tenzij  ….’

Een mooie functie toch? 😉 Het probleem blijft natuurlijk ROI. Want niemand kan van te voren voorspellen wat de opbrengst van meer betrokken en enthousiaste docenten en studenten zijn. Ik heb een vermoeden op basis van eigen ervaringen ;).
De functie bestaat nog niet, maar wat niet is kan nog komen. In het artikel van Frankwatching stond ook een verwijzing naar 20 Bizarre new jobs of the future. Als HBO-instelling moet je op de toekomst voorbereid zijn, we leiden studenten op voor banen die nog niet bestaan wordt altijd gezegd. Wat dacht je van een: Personal Digital Curator, een Curiosity Tutor, een Quantified Self Personal Trainer of een Hackschooling Counselor? 🙂

groet,
Judith