Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Storyline #MLI #SLB2

Ha Marcel,

Het eerste leerarrangement heb ik afgesloten (nog wel even de beoordeling van mijn paper afwachten, die ontvang ik op Blue Monday .. a sign? 😉 ). Het evaluatieformulier heb ik ingevuld. Wat heb ik geleerd tot nu toe en van het 1e leerarangement ‘Zin in leren!’?

Mijn verwachtingen dat ik veel zou leren over leerconcepten zijn uitgekomen. Ik weet nu meer over behaviorisme, cognitivisme en (sociaal-) constructivisme. Met dank aan een goed hoorcollege van Audrey Janssen werden deze nieuwe theorieĂ«n voor mij duidelijker. Ik leerde over feedback en moest daar ook in oefenen binnen onze leergroep. We moesten vele Engelstalige wetenschappelijke artikelen lezen, dat was wennen. Ik miste wel de verwerkingsopdrachten tijdens de contactmomenten over deze concepten. Door een mindmap te maken, door er over te bloggen is me dat wel gelukt. In de rolbeschrijving over excellente leraar wordt ook gesproken over kennis van actuele inzichten en kenmerken van een krachtige leeromgeving. Dat heb ik helaas nog niet ervaren, komt wellicht nog. De actuele inzichten over leren heb ik wel door het schrijven van mijn paper onderzocht, dit was mede afhankelijk door het door mij gekozen onderwerp van ‘social learning’. Het gastcollege van Peter Teune vond ik geweldig! Ik zou graag meer van dit soort inspirerende momenten hebben willen hebben. Het doen van het “glassperlenspiel” (concepten definiĂ«ren en met elkaar verbinden) vond ik ook erg verhelderend.

Beginnen met het schrijven van een paper vond ik pittig. Je bent nog zo bezig met je weg zoeken, het studieritme vinden en groepsvorming. Jammer dat gekozen wordt voor een individuele opdracht in deze fase van de studie. Ik denk dat een gezamenlijke studieopdracht beter is voor groepsvorming. Ik mis in de beschikbare digitale leeromgeving de interactiemogelijkheden. Als werkende studerende professional is tijd kostbaar en ga ik niet voor een (vrijblijvende) leergroepbijeenkomst van 1 uur op en neer naar Eindhoven. Onze leergroep heeft een whatsappgroep (werkt prima) en een Edmodo-omgeving aangemaakt. Meer faciltering vanuit de masteropleiding mbt interactieve communicatie (anders dan mail, portal en n@tschool) zou ik prettig vinden. Is mijn behoefte, ik kan natuurlijk niet voor de anderen spreken.

Als ik zo eens door mijn dropbox en blog scroll heb ik het afgelopen half jaar veel geleerd, én leuke mensen ontmoet. Ik had over nog veel meer kunnen én willen bloggen.

Volgende week heb ik mijn 2e SLB-gesprek. We kregen nu de opdracht een Storyline te maken op basis van eerdere SWOT en leeragenda. Ik vond de opdracht vaag. Ik heb om het voor mezelf te structuren onderstaande Prezi (leuk om weer ‘even’ te fröbelen) gemaakt. Of dit zo de bedoeling is? Ik hoor het maandag wel van Michiel.

Tevens moet ik naar het gesprek 3 sterke punten en 3 ontwikkelpunten meenemen. Mijn sterke punten: bloggen waardoor ik opgedane kennis beter verwerk en reflecteer op hetgeen ik leer; informatievaardig; mijn verbindende kwaliteiten. Mijn ontwikkelpunten: nog meer leren over leren en onderwijs ontwerpen (ik heb het gevoel een bepaalde basis te missen omdat ik geen didactische achtergrond heb) ; meer focussen (er is te veel) en plannen; tevreden zijn met bereikte resultaten.

Benieuwd wat Michiel me voor tips mee kan geven.
Judith

Scaffolding

Goedemorgen Marcel,

Vandaag begin ik weer aan een nieuw semester van de Master Leren en Innoveren. Ter voorbereiding moest ik 2 artikelen lezen van Janneke van de Pol over scaffolding (2010 en 2011). Voor ik aan deze master begon had ik nog nooit van het woord gehoord. Jij?

Scaffolding betekent letterlijk steiger of ondersteuning en staat voor hulp die aangepast wordt aan het begrip en de voorkennis van een student. Net als een steiger, wordt deze hulp weer weggenomen als de hulp niet meer nodig is. Scaffolding bevordert de autonomie van de student, de verantwoordelijkheid voor eigen leerproces wordt meer bij student gelegd. Dit vindt plaats door middel van ‘fading‘: het geleidelijk af laten nemen van hulp. Door te scaffolden wordt actieve kennisconstructie gestimuleerd en hulp wordt gedifferentieerd gegeven (aangepast aan het niveau van de lerende, dit wordt ook wel contingent lesgeven genoemd). Een methode die aansluit bij de zelfsturend/zelfregulerend leren.

Conceptualmodelofscaffolding

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2010). Scaffolding in teacher–student interaction: A decade of research. Educational Psychology Review, 22(3), 271-296.

Scaffolding is een dynamisch proces dat plaatsvindt in interactie tussen mensen en nauw gerelateerd aan bij theorie van Vygotski (Zone van Naaste Ontwikkeling -daag lerenden uit net een stapje verder te gaan-). Wat kan een lerende al zelf, en waar kan de lerende  komen met behulp van de docent, in interactie met anderen.
Scaffolding is een methode, de theorie van scaffolding gaat meer in op hoe je dat doet, de interventies.

Janneke van de Pol heeft een model van contingent lesgeven ontwikkeld en deze bestaat uit 4 stappen:

  1. Diagnose- strategieën (wat weet een student al?)
  2. Diagnose check (Klopt je interpretatie van kennis van de student)
  3. Interventiestrategieën (zoals vragen stellen, instructie, modelling, feedback)
  4. Begrips check (nagaan of de student geleerd heeft en een hoger kennisniveau heeft bereikt)

In onderstaand figuur (via) is te zien dat scaffolding een cyclisch proces is:

StappenmodelScaffolding

Van de Pol, J., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Effecten van scaffolding op de prestaties en betrokkenheid van leerlingen. Retrieved from http://www.hetvmbowerkt.nl/Publicaties/Rapportage%20Effecten%20van%20Scaffolding_VandePol%20et%20al_2011.pdf

Hiermee kunnen de fasen van het scaffoldingsproces in kaart worden gebracht.

FrameworkScaffolding

Pol, J. V. D., Volman, M., & Beishuizen, J. (2011). Patterns of contingent teaching in teacher–student interaction. Learning and Instruction, 21(1), 46-57.

Haar onderzoek laat zien dat docenten die scaffolden veel opener stonden voor de lerende, meer gefocust waren op hetgeen de lerende al wisten en samen met de lerende kennis construeerden. Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van de praktijk van scaffolding.

scaffolding

Scaffolding2

Janneke van de Pol is gepromoveerd op dit onderwerp. Meer in haar proefschrift Scaffolding in teacher-student interaction. Ik vond het wel handig haar Nederlandse samenvatting te lezen, het gaf ook een mooie samenvatting van de 2 wetenschappelijke artikelen die ik moest lezen.

Het meten van scaffolding is moeilijk vanwege de dynamische aard van het proces. Veel al gebeurt het mbv videoregistratie, waarna de beelden geanalyseerd worden.
Het onderzoek van vd Pol betreft scaffolding in contactonderwijs. Deze methode is ook prima toe te passen bij online onderwijs. Wellicht dat hierbij mbv learning analytics het effect van scaffolden beter te meten is?

Mijn opdracht bij het lezen van deze artikelen was: Hoe zou je scaffolding van docenten kunnen vaststellen in jouw eigen praktijk. Deze vraag is voor mij lastig te beantwoorden omdat ik niet in de onderwijspraktijk werk. Het onderzoek van vd Pol laat zien dat scaffolding een intensief en persoonlijk (emotionele betrokkenheid groter bij scaffolden) proces is. Ik denk dat vaststellen van scaffolding en de opbrengsten ervan registreren (net zoals elk sociaal leerproces) een arbeidsintensief onderzoek is. Het geboden framework van Janneke van de Pol is een prima uitgangspunt. Hanteren van coderingsschema’s om ook gedragskenmerken te registreren is ook altijd onderwerp van discussie zo weet ik van mijn dochter die vaker reclamefilmpjes moet coderen. Ook bij het observeren van gedrag neem je je eigen opvattingen over (wenselijk) gedrag mee. Lastig hoor wetenschappelijk onderzoek 🙂

Tot morgen, Judith

Ziektes kunnen worden overgedragen, kennis niet #MLI

Ha die Marcel,

Volgens mij heb jou nog niet verteld over het interessante gastcollege van Peter Teune dat ik eind november heb gevolgd. Peter Teune is initiatiefnemer van de Master Leren en Innoveren en heeft deze mede vormgegeven, hij is ook de voormalig opleidingsdirecteur. Met veel praktijkvoorbeelden vertelde hij over het leren van vakken. Wat weten we over leren? en waarom werken leraren zoveel op intuïtie en ervaring (vergelijk dat eens met beroepen als piloten en artsen) en handelen ze niet op basis van wetenschappelijk onderzoek? Hij verwees regelmatig naar een publicatie van Gerard Westhoff (2009) Leren overdragen of het geheim van de flipperkast : elementaire leerpsychologie voor de onderwijspraktijk. Westerhoff beschrijft welke wetenschappelijke kennis over leren en leerproces zoal beschikbaar is. Gisteravond heb ik deze beschouwing eindelijk gelezen.

flipperkast

@Wikipedia

In mijn blog van gisteren vroeg ik me ook al af: wat is goed onderwijs? Teune zei ook al dat concepties over eigen leren niets te maken hebben met concepties over leren van leerlingen of studenten. En iedereen denkt iets over onderwijs te weten. Iedereen heeft het ooit ervaren. Westerhoff verzucht: “Nederland telt ca. 15 miljoen onderwijskundigen”.

Wie hoort niet vaker: “Tegenwoordig leren ze niets meer!”

Wat zegt wetenschappelijk onderzoek over het  verwerven van kennis? Wat zijn factoren die leerprocessen bevorderen of belemmeren? Onderzoek, en zeker breinonderzoek geven nieuwe inzichten. Aan de hand van een zestal stellingen toont Westhoff wat we weten over leren.

  1. Kennis is geen ziekte. Sommige ziektes kunnen worden overgedragen. Kennis niet.
    Als er al iets kan worden overgedragen is het reproduceerbare kennis. Je kunt als leerkracht wel ‘groei bevorderen’.
  2. Er bestaat geen directe relatie tussen wat een leraar onderwijst en wat een leerling leert.
    Het overgrote deel van de aangeboden informatie gaat met het vuilnis mee.
  3. Door in groepjes te werken met open, complexe en levensechte taken kun je individuele verschillen in leerstijl productief maken.
    Een leerling leert, een groep zelden. De verschillen tussen leerlingen zijn zo groot dat de één zich verveelt en de ander zich uitgedaagd voelt.
  4. Wie onderwijst, die leert het meest.
    Je leert door te doen! Leertaken waar je van leert: volgorde aanbrangen, categoriseren, structuren, toepassen, verbanden zoeken en leggen.
  5. Als we al meer zouden moeten overdragen is het niet kennis, maar het leren zelf.
    Zelfgestuurd leren.
  6. Het grootste deel van het leren begint daar, waar het onderwijzen ophoudt.
  7. Van goed uitgevoerde traditionele klassikaal-frontale lessen leer je misschien wel niet optimaal, maar altijd nog meer dan van slecht uitgevoerd en geregisseerd innovatief onderwijs.

Kortom: wat je als leerkracht wilt laten leren is een keuze (van jezelf of beter gezegd volgens het curriculum). Of studenten willen leren is afhankelijk van de activiteit die je in hun werkgeheugen hebt weten uit te lokken: het geheim van de flipperkast! Zoveel mogelijk activerende werkvormen aanbieden zodat de kans op het aantal ‘leerhits’ zo groot mogelijk is.

Judith

21st century learning

Marcel,

Speurend naar informatie voor mijn paper over Social Learning kwam ik meer interessante informatie tegen dan ik kon verwerken. Daar heb ik dan ons blog voor 🙂 In mijn paper noem ik zijdelings het belang van digital literacy, maar ga verder niet diep in op de 21st century skills. Uiteraard zijn dit wel een belangrijke voorwaarde voor social learning.

Dankzij technologie krijgen we gemakkelijk toegang tot heel veel informatie. Hoe kunnen we omgaan met deze informatie dat we er ook daadwerkelijk iets van leren? Gaan we naar de Matrix-achtige manier van leren? zoals in onderstaand filmje gezegd wordt: “Why spend all day in a dusty library when you could just download information straight into your brain!” Waarom zouden we nog leren? Het gaat natuurlijk om meer dan informatie verwerken. “It’s coming up with the questions that generates actual wisdom”.

“We have to educate with less control and allow our students minds to 
 play”. Bij 21st century leren gaat het niet alleen om het aanleren van vaardigheden maar ook over authentiek leren. Het is andere manier van onderwijs. Zo is te lezen in het blog TeachTought: 21st century learning is not a program. De student hoort eigenaar te zijn van zijn eigen leerproces (zelfgestuurd leren). Het gaat om betrokkenheid en het bevorderen van de intrinsieke motivatie. We zullen samen af moeten vragen: wat is goed onderwijs? Iedereen baseert dat natuurlijk op zijn eigen opvattingen over onderwijs. Hoe integreren we de 21st century skills (samenwerken, communiceren, probleemoplossend vermogen, creativiteit, kritisch denken, ICT geletterdheid, sociale en culturele vaardigheden) in ons onderwijs. Een mooie uitdaging!
Uiteraard gaat goed onderwijs niet over alleen over webtools, apps, gadgets en andere ict-toepassingen. In het blog op The Lecture Seat wordt bepleit een stapje terug te doen in de hype rondom digiale onderwijsinnovatie, keep your head cool. Inderdaad technologie op zich verbetert het onderwijs niet maar ik ben het met Sir Ken eens dat technologie ons manier van leven, leren en dus onderwijzen verandert. Waarom deze dan niet gebruiken om studenten te motiveren?

groet,
Judith

 

Trendprofessional Onderwijs, de nieuwe Horizon

Ha Marcel,

Vlak voor de kerstvakantie ontving ik een mail van Marcel Bullinga. Deze futurist nodigde me uit voor de nieuwe opleiding Trendprofessional Onderwijs. Tijdens 5 sessies bouw je aan een trends &  toekomstproject waarmee je jezelf en je school futureproof maakt. Een gat in de markt? Een slimme marketingactie? Natuurlijk komen de iPads, Google Glass en appification en gamification van het onderwijs voorbij.Voor een bedrag van bijna 900 euro ontvang je een certificaat, een badge en mag je je Trendprofessional Onderwijs noemen. Weer een leuke functie 🙂 En hoewel ik denk dat Marcel Bullinga me kan inspireren met vele prachtige voorbeelden laat ik dit mooie aanbod voorbij gaan. Het gaat me te veel over de gadgets, leuk maar nu even niet.

Horizon2014

Trends in het onderwijs lees ik ook elk jaar in het Horizon Report. De preview van 2014 is inmiddels beschikbaar. Nog bedankt voor het doorsturen van het linkje. De trends die hierin genoemd staan kon ik erg goed gebruiken in mijn paper over social learning. Online, blended, samenwerkend leren én het gebruik van social media bij leren worden als fast moving trends binnen één tot twee jaar gezien.

In de preview worden onderstaande trends, uitdagingen en ontwikkelingen opgesomd:

KEY TRENDS 
Fast Moving Trends: Those likely to create substantive change (or burn out) in one to two years

  • Online, Hybrid, and Collaborative Learning
  • Social Media Use in Learning

Mid-Range Trends: Those likely to take three to five years to create substantive change

  • The Creator Society
  • Data-Driven Learning and Assessment

Slow Trends: Those likely to take more than five years to create substantive change

  • Agile Approaches to Change
  • Making Online Learning Natural

CHALLENGES

Urgent Challenges: Those which we both understand and know how to solve

  • Low Digital Fluency of Faculty
  • Relative Lack of Rewards for Teaching

Difficult Challenges: Those we understand but for which solutions are elusive

  • Competition from New Models of Education
  • Scaling Teaching Innovations

Wicked Challenges: Those that are complex to even define, much less address

  • Expanding Access
  • Keeping Education Relevant

IMPORTANT DEVELOPMENTS

Time-to-Adoption Horizon: One Year or Less

  • Flipped Classroom
  • Learning Analytics

Time-to-Adoption Horizon: Two to Three Years

  • 3D Printing
  • Games and Gamification

Time-to-Adoption Horizon: Four to Five Years

  • Quantified Self
  • Virtual Assistants

Opvallend is dat MOOC’s niet meer specifiek genoemd worden. Ze vormen uiteraard wel een onderdeel van de trend ‘Online, Hybrid, and Collaborative Learning’. Het rapport signaleert echter wel een moeilijke uitdaging in de concurrentie rondom nieuwe onderwijsmodellen.
Games and Gamification blijven al een paar jaar ‘hangen’ op een gewenning van 2 tot 3 jaar. Wat betekent dat volgens jou?

Het volledig rapport is vanaf 3 februari beschikbaar.

Groet,
Judith