Categorie archief: blended learning

Docentondersteuning bij blended learning

Hallo Marcel,

Tijdens de Onderwijsdagen 2017 werd de publicatie ‘Keuzehulp voor ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict‘ al aangekondigd. En vorige week is hij dan gepubliceerd. Voor ons een handig hulpmiddel omdat we nu volop bezig zijn met het bedenken en inrichten van een ondersteuningsstructuur. Zoals je weet, zitten we midden in een migratieproces van Blackboard naar Moodle. We hadden al een ondersteuning met Blackboard key-users en nu zijn een 70-tal DLO-coaches actief om hun collega’s te trainen en te ondersteunen bij het Moodle-klaar maken van hun gemigreerde Blackboardcursussen. Hoewel we nu heel ‘basic’ bezig zijn, denken we ook na over welke ondersteuning Zuyd het beste past als we het hebben over onderwijs (her)ontwerpen met ict.

Tijdens de Onderwijsdagen hebben collega Evelien en ik al de ervaringen van Saxion, Universiteit Utrecht, TU Delft, Erasmus Universiteit Rotterdam en Hogeschool Utrecht gehoord. Van deze vijf hogeronderwijsinstellingen zijn in het 2e deel van de publicatie beschreven:

  • achterliggende onderwijsvisie,
  • de context van de onderwijsvernieuwing (het didactisch concept),
  • inrichting ondersteuning en faciliteiten,
  • docentprofessionalisering en kennisdeling,
  • met welk (innovatie)budget,
  • en de resultaten.

Op basis van deze casussen heeft SURF 5 aandachtspunten en 5 keuzes gedestilleerd voor instellingen die docenten willen ondersteunen bij het tot stand brengen van onderwijsinnovatie met ICT.

Vijf aandachtspunten voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. ondersteun docenten waar mogelijk
  2. stel de onderwijsvisie centraal
  3. maak innovatiebudget vrij
  4. zorg voor communicatie en kennisdeling
  5. bied mogelijkheden voor professionalisering

Vijf keuzes voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ict

  1. centraal innovatieprogramma of staande innovatie?
  2. bottom-up of top-down?
  3. centrale of decentrale ondersteuning?
  4. experts opleiden of inhuren?
  5. extra waardering of onderwijsinnovatie zien als onderdeel van het takenpakket?

De voor- en nadelen van de bovenstaande keuzes zijn mooi in beelden gevangen:

En Zuyd?

Zuyd is volop in beweging. Opleidingen denken na over hun visie op onderwijs waarbij de term ‘blended learning’ veelvuldig valt. Zuyd is bezig de koers voor de komende jaren te bepalen. Naar mijn beleving biedt ict volop mogelijkheden om onze onderwijskwaliteit op peil te houden. De wereld om ons heen, de arbeidsmarkt verandert in een snel tempo. Het kan niet anders dat technologie hierbij een grote rol speelt. Gelukkig ben ik hierin niet de enige 🙂

Met TOL hebben we in het DC4E-model beschreven hoe het traditioneel contactonderwijs ‘blended’ kan worden (her)ontworpen. We hebben dit verrijkt met een aantal elementen, zoals overzichten van technologische (Zuyd) tools, die dit proces kunnen ondersteunen. Hierin hebben we ook aangegeven dat het herontwerpen van onderwijs steeds meer in co-creatie gaat, waarvoor verschillende expertises nodig zijn op het gebied van instructional multimedia design, learning design, auteurrechten. Mijn o zo gewenste blended design teams!

De aanbevelingen uit de publicatie: rekening te houden met de autonomie van de docent, maar hem/haar zo veel mogelijk dichtbij te ondersteunen, te zorgen voor goede faciliteiten, en kennisdelen stimuleren, passen binnen mijn zienswijze. Docenten hebben vooral voldoende ontwikkeltijd nodig. Tsja, wat is voldoende? Dat blijft altijd discutabel. Mijn ervaring is dat het tijd kost. Heel veel tijd.

In de beschreven ervaringen herken ik veel van ons bloemmodel, maar ook over de versie 2.0 waarin je het model hebt uitgebreid met studenten om zo een learning community te creëren. In de SURF-publicatie staat ook dat de ideale ondersteuningsconcept niet bestaat. We kunnen deze keuzehulp gebruiken om binnen onze situatie die keuzes te maken die aansluiten bij Zuyd initiatieven, faciliteiten en structuren. Kern is wel dat het gaat om investeren in mensen: (in)formele (ict)docentprofessionalisering (notetoself: lees betreffend SURF rapport nog een keer).

Ik ga nu na deze keuzehulp gelezen te hebben, verder aan de slag met de notitie die we aan het schrijven voor de ondersteuningsstructuur Moodle/blended learning.

Groet,
Judith

Bron: SURF kennisbank: Keuzehulp voor het ondersteunen van onderwijsinnovatie met ICT : Inzicht in de organisatie van docentondersteuning. De gebruikte afbeeldingen zijn afkomstig uit deze publicatie.

 

Das war TOL

Tsja Marcel, het is niet anders. Met pijn in ons hart hebben wij afscheid genomen van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren. Per 1 februari is het lectoraat opgeheven. Dat betekent niet dat het thema technologie-ondersteund leren verdwijnt. Gelukkig niet. Het is nog even afwachten hoe dat vorm gaat krijgen.

Zoals ik in november blogde heb ik veel tijd gestopt in de website van het lectoraat. Die verdwijnt per 1 april. Daarom toch maar even een paar screenshots gemaakt …..

Nog even wat cijfers …. De website is tussen 1 september en 31 januari 2.267 keer bezocht. Dit is gemiddeld 14 keer per dag. 18% van het bezoek kwam van een computer uit het Zuyd netwerk. Niet spectaculair, maar toch aardig gezien het feit dat we nog nauwelijks bekendheid aan deze website hebben gegeven.

De informatie van deze site gaat natuurlijk niet verloren. Jouw berichten over je promotie-onderzoek zijn ondergebracht op onze 2beJAMmed. De blogberichten én DC4E staan nu op vernieuwde website

onderwijsontwikkeling.zuyd.nl

Op deze website staat ook de informatie van community.community.zuyd.nl, de blogomgeving van initiatiefgroep Community van Communities waar ik ook aan deel heb genomen. Deze website gaat binnenkort offline.

Groet,
Judith

Digitale leerarrangementen voor toekomstbestendig onderwijs #onderwijsontwerpen

Hallo Marcel,

Vorige week, op die stormachtige donderdag, verzorgde Fleur Prinsen, lector Digitale Didactiek van Hogeschool Rotterdam haar lectorale rede als openbare les. Helaas kon ik er niet bij zijn. Via #digdidactiek kreeg ik wel een indruk. Wilfred Rubens en Jeroen Bottema waren er wel, en zij hebben er gelukkig over geblogd (hier en hier).

Bij de openbare les hoort een digitale publicatie Digitale leerarrangementen ontwerpen: Veranderende onderwijsleerpraktijken in het (hoger) onderwijs. Deze is vormgegeven als een online magazine.

De publicatie bestaat uit 6 hoofdstukken

  1. De verbintenis tussen onderwijzen, leren en technologie
  2. De veranderende onderwijsleerpraktijken
  3. De meerwaarde van digitale leerarrangementen
  4. Het (her)ontwerpproces van digitale leerarrangementen
  5. Kennis over digitale leerarrangementen delen

Gevolgd door een hoofdstuk waar het lectoraat zich op gaat richten. De kern van het lectoraat is innoveren van de onderwijsontwerppraktijk.

De veranderende onderwijspraktijk

In de eerste twee hoofdstukken worden beelden van de veranderende samenleving geschetst en wat dit betekent voor de onderwijspraktijk. Het biedt theoretische kaders waaruit Fleur Prinsen’s perspectief op leren (en die onderschijf ik 🙂 ) duidelijk werd: leren als sociale constructie (Vygotsky) en als connectiviteit (Siemens). Ontwerpen doe je niet alleen maar samen. Samen met docenten (co-creatie), met ICT-ers, met studenten (vergeet de informatieprofessionals en instructional media designers niet, Fleur).

Leren verandert als we technologie integreren in ons onderwijs, zo ook rol van de docent. Daarom formuleert zij een nieuwe definitie voor een digitale leeromgeving:

Een systeem dat het mogelijk maakt digitale leerarrangementen te ontwerpenwaarin het leerproces en het behalen van gestelde leerdoelen optimaal ondersteund kan worden.

Moodle, de nieuwe DLO van Zuyd ondersteunt dit. Hoewel het ontwerpen van leerarrangementen in deze omgeving best nog wel complex is. Er kan zoveel, ervaar ik nu tijdens de Moodle-trainingen. Een leuke uitdaging in ieder geval.

Leerarrangement

Een leerarrangement is gearrangeerd met het specifieke doel iets te leren. Leerarrangementen omvatten vaak online én offline leeractiviteiten die in een doorlopende leerlijn met elkaar verbonden zijn. De docent schrijft het script voor het leerproces. In ons DC4E-model maken we bijvoorbeeld gebruik van een aantal ontwerpmetaforen.

Fleur Prinsen introduceert het kunnen (co)ontwerpen van digitale leerarrangementen als een nieuwe didactische kwalificatie. In een bijlage beschrijft zij de kennisbasis ICT voor docenten, gebaseerd op competenties en vaardigheden voor digitale didactiek van ADEF. Uiteraard ken ik deze, maar goed om ze weer eens te zien. Zo ook het kaartspel dat Fleur heeft ontwikkeld om ontwikkelingswensen op het gebied van digitale didactiek te bepalen. Mooi om dit op te pakken samen met ons TPACK-spel.

Ontwerpmodellen zijn een goed startpunt waarmee docenten aan de slag gaan, schrijft Fleur Prinsen. Ze beschrijft vervolgens een aantal ontwerpmodellen. Het ADDIE-model komt uitgebreid aanbod. Deze is mooi vormgegeven in een infographic. Ons DC4E-model is gebaseerd op ADDIE en ook een procesmodel ter ondersteuning van het ontwerpen van onderwijs maar dan toegespitst op het onderwijs bij Zuyd.

Kennis delen

Bijna alles wat ik lees herken ik en ondersteun ik. Ik ben heel blij met hoofdstuk 5 waarin Fleur stelt:

Het zou mooi zijn als we de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het (her)ontwerpproces, zouden delen met collega’s binnen en buiten onze instituten. Maar hoe kunnen we dit het beste doen? En hoe kan dit soort kennis vervolgens weer het (her)ontwerp ondersteunen van degenen die deze kennis opzoeken?

Delen is nog niet zo gemakkelijk …

Vaak blijft de kennis die in de ontwerppraktijk ontwikkeld wordt impliciet. Ontwerpprincipes, of ontwerppatronen kunnen een rol kunnen spelen bij het delen van de kennis die in de praktijk ontwikkeld wordt tijdens het ontwerpen van (digitale) leerarrangementen.  

Ontwerpprincipes worden gedefinieerd als een soort tussenvorm tussen wetenschappelijke bevindingen (die generaliseerbaar en reproduceerbaar moeten zijn) en lokale ervaringen of uitgewerkte voorbeelden die in de praktijk vorm krijgen. Bij het ontwikkelen van deze principes wordt namelijk zowel wetenschappelijke kennis als praktijkkennis meegenomen.

Helaas heeft zij het antwoord dus ook (nog) niet. Ze gaat het in haar lectoraat onderzoeken. Fleur Prinsen heeft een model geschetst om ontwerpkennis in kaart te brengen.

Fleur Prinsen heeft mooie onderzoeksvragen geformuleerd. Ik wens Fleur met haar lectoraat veel succes in haar ontdekkingstocht naar de antwoorden.

Vorm

De interactieve vorm ziet er echt prachtig uit. Alle hoofdstukken zijn via social media te delen. Onder elk thema staat een reactiemogelijkheid om punten ter verbetering of vragen door te geven. Er zijn zoveel navigatiemogelijkheden dat ik regelmatig de structuur kwijt was. Ik dacht dit op te lossen door de publicatie als pdf te downloaden, maar helaas deze is echt niet echt goed leesbaar. Uiteraard vraagt het lectoraat aan het eind van publicatie hoe we deze vorm ervaren. Natuurlijk heb ik daar mijn reactie achtergelaten 🙂 Ik heb voorgesteld om een duidelijke navigatiepagina met hoofdstukken en paragrafen toe te voegen (ik zag later dat deze toch wat verstopt aanwezig was, maar de onderverdeling vond ik niet echt duidelijk). Een goed leesbaar pdf lijkt mij wenselijk. Zo’n online magazine scan je snel, het is fijn als naslagwerk en handig om pagina’s te delen. Maar een publicatie goed lezen doe ik bij voorkeur via ee pdf.

Groet,
Judith

Impact van blended learning op studiesucces #onderwijsontwerpen

Ha Marcel,

In mijn blended learning boekenkast staat een link naar de website dr. Blend die behoort bij het promotieonderzoek van Nynke Bos. Titel van haar proefschrift: Effectiveness of Blended Learning: Factors Facilitating Effective Behavior in a Blended Learning Environment. Het doel van dit proefschrift was om te bepalen welke factoren effectief gebruik van onderwijstechnologieën vergemakkelijken of belemmeren in een blended learning omgeving. Het ging daarbij om zowel het onderwijsontwerp als studentkenmerken.

In het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is een artikel ‘Effectiviteit van Blended Learning’ van Nynke Bos en Saskia Brand-Gruwel gepubliceerd met een beknopt overzicht van de bevindingen uit proefschrift en de implicaties hiervan voor hoger onderwijs.

Potentieel blended learning. Maar wat is de praktijk?

In de inleiding wordt het hiaat benoemd hoe blended learning in het hoger onderwijs wordt toegepast versus het potentieel van blended learning zoals beschreven in de literatuur.

  • Praktijk: student heeft extra online leermiddelen tot zijn beschikking om zich voor te bereiden op het contactonderwijs of om hoorcolleges achteraf aan te vullen.
  • Literatuur: blended learning is de combinatie van open en online onderwijs met contactonderwijs waardoor het onderwijs meer gepersonaliseerd en flexibel kan worden aangeboden wat leidt tot meer zelfsturing van studenten en een actievere studiehouding.

Wat is de meerwaarde van blended learning zoals deze in de praktijk wordt toegepast op het studiesucces van de student? In hoeverre is de student tot zelfregulatie in staat doordat ook online leermaterialen aangeboden worden?
Nynke Bos onderzocht 2 blended learning cursussen van UvA die allebei opgebouwd waren uit niet-verplichte hoorcollege, toegang tot de webcolleges, verplicht werkgroeponderwijs met werkboeken met aanvullend studiemateriaal en formatieve toetsen (beschikbaar in een LMS). Het verschil was dat bij de ene cursus de formatieve toetsen facultatief waren en bij de ander verplicht. De cursussen waren niet expliciet ontworpen om het zelfregulerend vermogen bij studenten te stimuleren. Bij start van de cursussen hebben studenten MSQL dan wel ILS vragenlijst ingevuld waarmee studenten een inschatting geven van hun motivatie en metacognitieve vaardigheden.

Studentkenmerken

Het onderzoek bevestigt eerder onderzoek dat studenten leermiddelen verschillend gebruiken. Er werden vier gebruikerstypen geïdentificeerd:

  1. sociaal-gefocuste intensieve gebruikers (de hoorcollegebezoekers)
  2. content intensieve gebruikers (webcollegekijkers en toetsgebruikers)
  3. taak selectieve gebruikers (toetsgestuurd lerenden)
  4. niet-gebruikers (duidelijk ;))

Elk gebruikerstype liet een wisselende impact op het studiesucces zien. De mate van zelfregulatie lijkt niet het ontstaan van de verschillende gebruikerspatronen te verklaren, maar lijkt wel sterk samen te hangen met het studiesucces binnen een blended learning omgeving.

Wat betekent dit voor een blended learning ontwerp?

De bevindingen uit het onderzoek onderstrepen het belang van begeleiding aan studenten in een blended leeromgeving. Deze begeleiding moet tweeledig worden vormgegeven, nl

  1. hoe studenten verschillende leermaterialen moeten of kunnen combineren
  2. de metacognitieve vaardigheden: op welke manier kunnen leermaterialen bijdragen aan leerdoelen en welke strategieën zijn nodig om de leerdoelen te bereiken

Zoals wij in het DC4E-model ook in het hulpmiddel format leeractiviteiten hebben beschreven om bij ontwerpen wekelijks leerdoelen aan werkvormen en leeruitkomsten te koppelen, is het voor het stimuleren van het zelfregulerend vermogen van studenten wenselijk om studenten ook expliciet hier op te wijzen.

Het onderzoek vindt maar een beperkte impact van blended learning op het studiesucces. Dat wil niet zeggen dat blended learning niet effectief is. Zo kunnen tools als discussiefora (tools die vragen om een actievere houding) een grotere impact hebben op het studiesucces.

Learning Analytics

Ook is in dit onderzoek gebruik gemaakt van learning analytics. Hier werden een aantal kritische kanttekeningen geplaatst (gemiddelden zijn niet zo eenduidig, het zegt niets over kwaliteit van leren, het lokt uit tot gaming the system(!) 😉 ). Ook het gebruik van learning analytics dashboards moet net als blended learning worden geleerd wil het ten goede komen aan het leerproces.

Conclusie

die we kunnen (moeten) meenemen in ons advies tav curriculumontwikkeling irt succesvol studeren:

Om effectievere blended learning omgevingen te ontwerpen, moet er meer aandacht komen voor hoe blended learning studenten ondersteunt bij zelfregulatie van het leren, waarbij learning analytic gebruikt kunnen worden om deze zelfregulatie te monitoren. 

Groet,
Judith

 

Bos, N.R. & Brand-Gruwel, S. (2017). Effectiviteit van Blended Learning. Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, 35(1), 5-21. http://hdl.handle.net/1820/9056

Zuyd websites voor het (her)ontwerpen van blended onderwijs

Ha Marcel,

Sinds de zomer heb ik minder geblogd op 2beJAMmed dan dat je van mij gewend bent. Het is niet dat ik niet met WordPress bezig ben geweest. Integendeel! Sinds april ben ik heel veel met mijn andere blogs/websites bezig geweest.

Naast ons duoblog beheerde ik o.a. dingen@zuyd en het blog van de ICTO-adviseurs. Als gevolg van een beleidsverandering bij FB-ICT moesten deze WordPress-omgevingen elders ondergebracht worden. WordPress was nooit een applicaties waarvoor functionele ondersteuning was ingeregeld. In al die jaren was ik afhankelijk van mijn collega’s van FB-ICT voor ondersteuning terwijl ze daar formeel geen uren voor hadden. En daar ben ik hen nog steeds heel dankbaar voor!

Dit voorjaar heb ik samen met Dienst Marketing en Communicatie en de externe partij een Zuyd WordPress-template ontwikkeld. Op basis van mijn ideeën heeft onze grafisch vormgever een ontwerp gemaakt dat op 3 nieuwe websites is toegepast. Nav de ervaringen in de pilot heeft M&C een menukaart opgesteld waarin rollen, verantwoordelijkheden, voorwaarden en kosten zijn beschreven. Zuyd medewerkers kunnen bij deze dienst dit document opvragen.

tol.zuyd.nl

De website van het lectoraat Technologie-Ondersteund Leren was de pilot. In de oude situatie kon ik zelf plugins installeren en uitproberen, nu moet dat in afstemming met externe leverancier. Dat kost veel tijd, heel veel tijd en geduld. Dat is lastig voor zo’n pietje precies en juffertje ongeduld als ik 😉 . Hoewel ik over een paar dingen nog niet tevreden ben, ben ik al wel heel trots op het resultaat.

Op deze website werken we met 7 kenniskringleden. Afstemming met 2 is al een dingetje, laat staan met zeven. Maar we hebben wat goede afspraken gemaakt. Ik hou voorlopig nog de eindregie zodat het in ieder geval qua kleurstelling, gebruik van hyperlinks, tags, categorieën en (uitgelichte) afbeeldingen volgens afspraak gaat.

Een ander project was de Dingen@Zuyd actualiseren. Deze kennisdeelomgeving rondom onderwijstools heb ik in 2010 opgezet als cursus, gebaseerd op de 21edingen van SURF. De cursusopzet is nooit echt van de grond gekomen, maar het werd in de loop der jaren wel veel gebruikt als kennisbank van leertechnologieën. Samen met Didi en Alexandra hebben we de afgelopen maanden veel tijd en energie gestoken in de nieuwe opzet. De leertechnologieën die op deze website zijn beschrijven zijn nu ingedeeld volgens de niveaus van Bloom.

digitaledidactiek.zuyd.nl

Vergelijkbaar, maar toch net weer wat anders. De website is nog niet helemaal klaar maar goed genoeg vond ik. Morgen wordt deze gelanceerd via de Nieuwflits. Helaas zijn alle hyperlinks naar Dingen@Zuyd gebroken. Ik had de abonnees via een berichtje geïnformeerd. Ik hoop dat zij hun weg vinden naar deze nieuwe kennisdeelomgeving. Het url van Dingen@Zuyd bestaat niet meer. Een redirect zat er niet in.

Er ligt nog één klusje. Ook het weblog van de icto-adviseurs heeft een nieuwe naam en URL gekregen: onderwijsontwikkeling.zuyd.nl
Deze website heeft nog niet het nieuwe jasje. Dat komt binnenkort.

Niet door mij ontwikkeld, maar wel zijdelings bij betrokken is de website Curriculumontwikkeling in het hoger onderwijs van het lectoraat Professionalisering van het Onderwijs van Zuyd. Sylvia Schoenmakers en Frits Simon hebben een literatuurstudie uitgevoerd naar recent onderzoek over curriculumontwikkeling en vertalen op deze website de resultaten in begrijpelijke en praktische richtlijnen voor diegenen die bezig zijn met de ontwikkeling van onderwijs. Ook deze website is gericht op medewerkers van Zuyd maar kan net als de eerder genoemde websites ook gebruikt worden door collega’s in het hoger onderwijs.

Het opzetten van de websites heeft me heeeel veel (vrije)tijd gekost. Het is dat ik dit fröbelwerk zo leuk vind 🙂 Niet alleen leuk. Ook belangrijk. Mijn drijfveer is natuurlijk open kennis delen. Ik hoop dat de informatie op deze blogs een ondersteuning zullen zijn voor de Zuyd docenten bij (blended) onderwijs (her)ontwerpen van Zuyd. Voor hen en de studenten doe ik het (samen met mijn collega’s) uiteindelijk allemaal voor.

Heb je tips, suggesties of feedback? Graag! Deel ze met mij!

Groet,
Judith

 

DC4E, een verrijkt procesmodel voor blended onderwijs ontwerpen

Hi Marcel,

Het afgelopen schooljaar hebben we mooie dingen gedaan in het Lectoraat Technologie-Ondersteund Leren (TOL). Zo nu en dan hadden we echt het gevoel dat we vlogen. Onder de bezielende leiding van lector Hendrik Drachsler heb jij als promovendus al je eerste artikel bijna gepubliceerd. Ik heb me vooral bezig gehouden met het samenstellen van een ‘verrijkt’ procesmodel voor het ontwerpen van blended onderwijs en het vormgeven van de website voor het lectoraat: tol.zuyd.nl. Jammer voor ons, maar geweldig voor Hendrik, hebben wij vorige week al afscheid moeten nemen van onze lector. Hij heeft een baan aangeboden gekregen en geaccepteerd als hoogleraar educatieve technologieën bij de Goethe Universität in Frankfurt ism het Deutschen Institut für Internationale Pädagogische Forschung. Deze functie combineert hij met de functie hoogleraar Learning Analytics bij de OU. Super voor hem! Hij vliegt verder 🙂 Maar wij ook! De kenniskring gaat in ieder geval verder met het doorontwikkelen van de Design-Cyclus for Education (DC4E).

Met gepaste trots deel ik op ons blog de link naar tol.zuyd.nl/dc4e. Ik mag wel zeggen dat ik steeds benadrukt heb het belangrijk te vinden het model open en zo gebruiksvriendelijk mogelijk te delen. De laatste weken heb ik daarom veel tijd besteed om dit vorm te geven op de website van het lectoraat TOL.

Samen met onze collega’s van de kenniskring, hebben wij dit procesmodel in eerste instantie ontwikkeld voor de ontwerpers van blended onderwijs voor Zuyd Professional, het flexibele deeltijdonderwijs van Zuyd. De cyclus loodst docenten stapsgewijs door het (her)ontwerpproces van modulair onderwijs. Elke stap is verrijkt met hulpmiddelen en voorbeelden die de docent ondersteunen bij het maken van ontwerpkeuzes.

Waar ik ook trots op ben is dat wij de DC4E-cyclus ontwikkeld hebben in nauwe samenwerking met de werkgroepen toetsen en valideren, blended onderwijs en intake & coaching van Zuyd Professional. Ook de lectoraten Professionalisering van het Onderwijs en Professioneel Beoordelen hebben feedback gegeven op dit model. Als kenniskring hebben we nu een eerste versie van het model gepresenteerd. Net zoals bij ontwerpen hoeft ook een model niet meteen perfect te zijn, er is ruimte voor verbetering. Aan de hand van gebruikerservaringen willen wij het model continu doorontwikkelen. Het zal natuurlijk ook worden uitgebreid met meer ‘tools’ en mooie praktijkvoorbeelden.

Het ontwerpen van blended flexibele deeltijdonderwijs staat natuurlijk niet los van het ontwerpen van blended onderwijs van het regulier bachelor onderwijs. Veelal zijn dezelfde docenten betrokken bij ontwerpprocessen. Kenniskring TOL beoogt met dit model ook een kader te bieden voor een gezamenlijke taal waarmee onderwijs(her)ontwerp gedeeld en gecommuniceerd kan worden. We hopen dat dit binnen Zuyd een breed gedragen ontwerpcyclus gaat worden. Ik zal vanuit mijn nieuwe rol als coördinator van het cluster onderwijskundige ondersteuning van de Dienst Onderwijs en Onderzoek dit model binnen ons advies- en ondersteuningswerk zeker overal binnen Zuyd introduceren.
Na de zomervakantie dan 🙂

Groet,
Judith

De DC4E cyclus voor het ontwerpen van blended onderwijs: Feiten, kennis, en best practices voor het ontwerpen van succesvolle blended learning strategie binnen Zuyd Professional.
Versie: 1.0, juli 2017

Kenniskring Technologie-Ondersteund Leren:
Evelien van Limbeek, Judith van Hooijdonk, Didi Joppe, Chris Kockelkoren, Peter Ebus, Marcel Schmitz, Peter Sloep, Hendrik Drachsler
Met bijdrage van:
Ankie van de Broek, Marcel Graus, Jeanine Schmeitz, René Claassen, Dominique Sluijsmans

Definieer Blended Learning

Hi Marcel,

Even met terugwerkende kracht reageren op jouw blogberichten over BlendKIT 2017. In jouw Engels blog benoem jij de vele discussies (ook binnen Zuyd) over het begrip Blended Learning. Het hanteren van een gezamenlijke taal is hierbij zeer belangrijk. Jij benoemt blended learning (en ik denk vele met je) als een combinatie van f2f en online onderwijs. Paul Kirschner is het niet met je eens. Volgens hem is de tem ‘blended learning‘ overbodig. Kirschner zegt dat al het onderwijs ‘blended‘ omdat het bij het ontwerpen gaat om een goede mix te maken van ingrediënten, technieken en tools, en ict is daar één (belangrijke) van. Kirschner maakt daarom een onderscheid tussen contingu (‘naburig’) en gedistribueerd leren (zie interview tussen Wilfred Rubens en Paul Kirschner).

In het visiedocument over DLWO hebben wij blended learning gedefinieerd “als een combinatie van face-to-face (klassikaal) leren en online leren. Maar ook als een mengvorm van synchroon en asynchroon leren, van leren op Zuyd en elders, samen en individueel, gestuurd en zelfgestuurd”. En in het ontwerpdocument voor Zuyd Professional hanteren we de definitie uit een artikel van Garrison en Kanuka (2004): […] the thoughtful integration of classroom face-to-face learning experiences with online learning experiences.

Ik ben toch eigenlijk een voorstander om de omschrijving volgens het begrippenkader van SURF te hanteren

blended learning een mengvorm van face-to-face en ICT-gebaseerde onderwijsactiviteiten, leermaterialen en tools. Beide soorten leeractiviteiten maken een substantieel onderdeel uit van het onderwijs; idealiter versterken ze elkaar. Het doel is onderwijs te ontwikkelen dat gebruik maakt van ICT om effectief, efficiënt en flexibel leren mogelijk te maken, met een stijging van het leerrendement en de student/docenttevredenheid tot gevolg.

Op de dag dat ik de wekelijkse TEDtalk-rubriek in de Nieuwsflits heb stopgezet kwam ik onderstaande TEDtalk tegen over blended learning 😉 . Een enthousiast verhaal van Monique Markhoff. Zij benoemt in haar talk enkele blended learning modellen (waar Wilfred ook vaker over heeft). Op het eind van haar talk benoemt zij 4 punten (flexibility, commitment, mindset, role of teacher) die in haar ogen (en in die van mij) belangrijk zijn als je wilt starten met blended learning. 

Zijn wij als organisatie flexibel genoeg en ‘committed‘ om ons onderwijs te blenden? Mindset van zowel studenten en docenten zijn hierbij belangrijk, net zoals het trainen van docenten. In dat kader ben ik me weer eens aan het storten op Dingen@Zuyd. Het was hoog nodig om de informatie op deze kennisdeelomgeving over leren en lesgeven met ict voor Zuyd te updaten. Samen met Didi en Pieter ben ik met deze klus bezig. Binnenkort verhuist deze WordPressomgeving en in een nieuwe jasje gestoken. Dat is ook een goed moment om de naamgeving aan te passen. Veel voormalige ‘dingen’-websites bestaan inmiddels niet meer (zoals de 21e dingen van SURF waarop die van ons gebaseerd was). Wil je eens met ons meedenken? Wat zou jij een goede naam/url vinden?

Groet,
Judith

Common grounding: begrijpen en begrepen worden

CCO Public Domain

Hi Marcel,

Binnen het lectoraat Technologie Ondersteund Leren werken we aan een onderwijsontwerp voor Zuyd Professional. In dat kader kwam de term ‘common grounding‘ voorbij. Ik had er nog nooit van gehoord. Snapte de intentie van de term maar was er ook door geïntrigeerd, daarom ben ik eens een beetje gaan zoeken en lezen.

Common grounding is een begrip uit de communicatiewetenschap. Het wordt door Clark als volgt gedefinieerd:

Two people’s common ground is, in effect, the sum of their mutual, common, or joint knowledge, beliefs, and suppositions
Clark, H.H. (1996). Using language. Cambridge: University Press

Het is dus van belang dat als je samen in een groep of samen aan een project werkt dat een ieder die hieraan deelneemt ervan overtuigd is dat alle leden bepaalde kennis bezitten en gezamenlijke uitgangspunten delen. Belangrijk is dus dat er tijd, rust, ruimte en aandacht is voor common grounding. Goede gespreks(luister!)vaardigheden zijn uitermate belangrijk om een common ground te vormen: begrijpen we elkaar (spreken we dezelfde taal?) zodat we het gezamenlijk doel kunnen bereiken.

Bij communicatieprocessen waarbij je elkaar ziet (f2f of skype) speelt lichaamstaal een belangrijke ondersteunende rol in het elkaar begrijpen, maar dit proces kan door het door elkaar praten verstoord worden. Veelal wordt het gebruik van sociale technologie (chatten via whatsapp, sociaal netwerk, projectomgeving) als een arm medium getypeerd in een common grounding proces. Echter  communicatie vind meer per toerbeurt plaats. Het gebruik van emoticons vervangt lichaamstaal (een beetje). Er zijn ook mensen die een hoge sociale druk ervaren bij f2f gesprekken waardoor ze zich geremd voelen in hun uitingen. Sociale technologie kan daarom ook een effectief medium zijn.

Aangezien het onderwijs binnen Zuyd Professional (en in het reguliere onderwijs ook steeds meer) blended wordt aangeboden zou je in beide type communicatie (met en zonder technologie) vaardig moeten zijn. Hoort dit bij de module soft skills misschien? Want dat common grounding belangrijk is voor samenwerken dat is een feit. En niet alleen voor studenten.

Groet,
Judith

Second week of #BlendKIT2017: Act to interact

Hi Judith,

As promised another moment to blog on the BlendKIT course activities I am doing. After reading chapter one, which I gave my comments on in the previous blog on BlendKIT2017  I also had to do some Do It Yourself assigments. I delivered a Course Blue Print and mix map for a course that I am making blended. The Blue Print gives an overview on al the course activities, course goals and course description. The discussion on learning outcomes (in Dutch) still is going, but for now I’ll manage. The Mix Map is a combination of Face 2 Face and Online elements and forces you to be aware when to choose which form.

The reading of week 2 is on blended interactions.  In this chapter a brief summary on interactions within a blended course is given. As I am trying to redesign my current course: Design Science Research, I need to keep in mind at every step how I want to interact with my students or how that I hope that the students will interact (with me/each other). Design Science Research isn’t the first topic students have in mind when they want to receiver their ICT Bachelor degree. So in the first steps of my course I need some inspiring interactions. Perhaps by experts in the field with great research examples. If the expert is an inhouse expert I can make that meeting face to face, but if it is an internationally known expert I can also consider to do a online Q&A.

Thinking about interaction all the time and designing all the parts with interaction in mind let’s us also think on which role we want to play in our course. From the literature several models are presented in which a teacher can act in such an environment: Atelier host (showing the examples of the students), network administrator (connecting people/resources), concierge (showing people where to find stuff), curational (being a knowledge keeper and collector). I believe in the participating student, who is a coach that is playing on the field. I don’t know any examples in real American sports (Baseball, American Football, Ice-Hockey, Basketball) but in soccer sometimes you see a player/coach. A trainer who is also able to play on the field himself. He takes the role of teacher/mentor on and off the pitch. In a blended course that should be the spirit, in my opinion, for a teacher to work in.

The tools that a teacher uses (not mentioned in the readings) seems to be important to. This is a rather personal question. Some like to use whatsapp or a Phone based messaging tool in a “24/7-but-only-if-I-have-the-opportunity-and-energy” agreement with the ‘class’. Others only want to communicatie through mail, fora or other communication tools delivered in a learning environment (chatbox). A teacher should be able to choose the tools in which he/she has intrinsic motivation to use. A team of teachers that is working within the blended course should be aware of each other preferences, but also be configured as a team in a way that different styles are combined. In this way more students can be reached within their own interactional comfort zone.

Interaction between students en between students and teachers delivers engagement. The readings of week 2 conclude with the question how this engagement can be measured. You can imagine Judith that seeing that question made a big smile on my face. I hope that my PhD research can help with that question. Learning Analytics, especially with regard to the learning activities can not only make the engagement, satisfaction and efficiency visible, it perhaps also can change the behavior of the student and the teacher to improve these factors.

But first things first, next step in de BlendKIT course is to work on the Course Documents of my Design Science Research course with interaction on top of my mind and I am going to make a Module Interaction Worksheet.

I will keep you posted.

Marcel

Learning outcomes guidelines #BlendKit2017 #Dutch

Ha Judith, ha Ankie, ha Marcel,

Vandaag ben ik een interessante resource tegengekomen. Eentje waarvan ik hoop dat we al een Zuyd variant hebben, en zo niet dat we dan deze kunnen gebruiken of aanpassen naar onze behoeften.

Judith, zoals je weet ben ik bezig met de BlendKit2017 MOOC op Canvas. En in de Do It Yourself opdrachten moest ik een Course Blueprint maken en een Mix Map. Dat eerste is een overzicht van de cursus: doelen, prestaties en leeractiviteiten. Ze geven een voorbeeld van zo’n Course Blueprint:

samplecourseblueprint

This Course Blueprint is part of the Blended Learning Toolkit  prepared by the University of Central Florida (UCF) and the American Association of State Colleges and Universities (AASCU) with funding from the Next Generation Learning Challenges (NGLC). It is provided as an open educational resource under a Creative Commons Attribution-NonCommercial-ShareAlike 3.0 Unported License.

Marcel en Ankie, aangezien jullie me inmiddels kennen werd ik in de war gebracht door dit schema door de plek waar de woorden Learning Outcomes staan. In mijn beeld is dat de verzameling van leeractiviteiten, wellicht ook learning design te noemen. En verwacht ik de learning outcomes op een ander niveau. Eigenlijk zelfs wel buiten dit plaatje daar waar het gaat om de verzameling aan activiteiten/prestaties die een student moet doen om zijn diploma/certificaat te behalen. En dat hij dat dan zou kunnen doen door of modules (waar dit er dan een van zou zijn) of door activiteiten in zijn werkomgeving.

Die Blueprint is huiswerk en net als jij Judith probeer ik die dan netjes te maken, maar ben ik eigenwijs genoeg om me te storen en mezelf te blijven afvragen: hoe zit het nou?

Om er nu een literatuur review van te maken over de definitie van learning outcomes (dat eigenlijk zou moeten) dat ging me te ver, maar ik vraag me wel af of onze lectoren Dominique, Marcel, Paul en Hendrik wel ergens een dergelijke definitie hebben. En of dat die met elkaar overeenkomt. Anyway, ik heb toch gezocht naar literatuur en ben daar een document tegengekomen dat Guidelines geeft over het maken van Learning Outcomes. Een document waarvan ik denk dat Zuyd ook een versie moet hebben (of deze moet overnemen). Bij ZuydProfessional hebben we verschillende workshops gehad over Learning Outcomes en daarvan heb ik veel geleerd, maar het beeld dat een learning outcome op verschillende niveau’s kan worden gedefinieerd had ik niet en een document waarin de informatie verzameld is plus gedocumenteerd is hoe je er zelf een kan schrijven heb ik ook nog niet gezien. Tot nu.

Declan Kennedy heeft een “Writing and learning outcomes: a practical guide” geschreven. Ik heb hem nog niet van A tot Z gelezen, maar in het kader van mijn beeldvorming heeft hij al erg geholpen en ik zie veel elementen van de workshops terugkomen. Marcel en Ankie hebben we inmiddels zoiets binnen Zuyd (Professional) of kunnen we hier iets mee?

Ik zie nu inmiddels dat je learning outcomes kunt definieren op module niveau maar ook op het niveau van een heel onderwijsprogramma (een Bachelor bijvoorbeeld), maar ik zie nog steeds niet dat het een verzameling is van leeractiviteiten op het niveau zoals in het voorbeeld Course BluePrint wordt gedefinieerd. Eens aan de docenten vragen binnen de BlendKit2017 cursus.

Groet Marcel Schmitz

%d bloggers liken dit: