De nieuwe aanpak workshop Informatievaardigheden voor 1ejaars Hotelschoolstudenten
Dag Marcel,
Zoals jij in het blog over kids advergaming al meldde: de maatschappelijke impact van media is groot, aandacht voor mediawijsheid is belangrijk. Daarom is het goed dat voor de 3e keer de Week van de Mediawijsheid is. Dit gastblog van onze collega Annerie Claus van Zuyd Bibliotheek past goed in deze themaweek.
Dank je wel Annerie voor deze bijdrage met als titel: (The) Times (They) Are (A-)Changin’(g) 🙂
GASTBLOGGER ANNERIE CLAUS
Hallo Judith en Marcel,
In jouw blog, Judith, over Brein meets social media, vertelde je dat aangetoond was dat je bij leerprocessen niet moet uitgaan van wat je niet kan, dat is te negatief, maar een positieve benadering moet kiezen. Dat was de aanleiding om onze workshop Informatievaardigheden eens tegen het licht te houden en uiteindelijk te updaten. Ook jouw inbreng, Marcel – de elevator pitch *) – is van grote waarde gebleken. Toen ik gevraagd werd om een gastblog over onze vernieuwde workshop te schrijven, heb ik meteen ja gezegd.
*) Een elevator pitch een soort “liftpraatje”. Iemand is dan in staat om zichzelf, zijn of haar bedrijf, in circa 30 seconden kort en krachtig neer te zetten, op een manier die smaakt naar meer.
Eerst een stukje historie – Toets Informatieproblemen Oplossen
In November 2006 verscheen in ons vakblad de Informatie Professional het artikel ‘In drie uur bewust onbekwaam’. Dit was een project van de Digitale Universiteit (DU), met als uitgangspunt dat informatievaardigheid begint bij het besef dat je in het gebruik van informatiebronnen tekortschiet. Om te leren is het noodzakelijk dat je bewust onbekwaam bent: je weet dat ie iets niet kunt. Je wilt er iets aan doen. Dit idee werd in ons vak enthousiast ontvangen. Ik zie ons nog staan, Judith, op één van de eerste Get Together’s (G2G), toendertijd op de Open Universiteit. Daar probeerden wij die theorie uit op docenten en met groot succes mag ik wel zeggen 🙂 .
De DU had ook een Toets Informatieproblemen Oplossen ontwikkeld en onze toenmalige collega Leen Liefsoens, had deze aangepast en geschikt gemaakt voor gebruik in onze workshops en lessen Informatievaardigheden voor studenten. Wij (Judith en ik) hebben deze toets als start gebruikt binnen de workshop Informatievaardigheden die we ontwikkelden voor 1e jaars hotelschoolstudenten die een landenrapportage moesten maken en daarvoor desk research moesten doen. De workshop duurde 1,5 uur en was in drie delen opgebouwd:
- de Toets (30 min.)
- uitleg van deskresearch en gebruik databanken (30 min.)
- in groepjes start maken met desk research met gebruikmaking van de behandelde bronnen (30 min.)
Deze opzet werkte prima en heeft zeker zijn waarde bewezen. Ik ben er zelfs zeker van dat het nog steeds bruikbaar is, maar volgens de laatste brein-inzichten niet meer van deze tijd.
Zoals Bob Dylan al zei in 1964: The Times They Are A-Changin’ en Jill en ik voelden dat de boel weer eens opgeschud moest worden.
En nu het heden – Shakespeak
Een berichtje van Frans Roovers op Yammer (zie topic Shakespeak) over het gebruik van online stemmen in de klas m.b.v. Shakespeak, triggerde Jill om dat eens wat verder uit te zoeken. Zij zag al snel mogelijkheden en maakte mij ook enthousiast. Zuyd bleek in de persoon van Chris Kockelkoren Mr. Shakespeak himself in huis te hebben en hij bood ons alle hulp.
Shakespeak is een plugin voor Powerpoint. Na installatie verschijnt er een extra tabje dat Shakespeak heet. Wil je het in je les gebruiken en moeten meer dan 20 studenten stemmen, dan heb je credits nodig om het te laten werken. Dit komt neer op ongeveer 9 cent per student. Uiteraard heb je ook een account nodig om een betaalde sessie te kunnen starten
Jill heeft de Toets Informatieproblemen Oplossen aangepast en omgebouwd naar een Shakespeak omgeving. Maar ja, dat was maar één deel van de workshop. Nu moest de rest ook aangepast worden. Gelukkig waren de I-adviseurs Marcel Schmitz en Jack Pleumeekers On Tour en legden ze op 30 oktober aan in de bibliotheek van de Hotelschool. Na een kleine brainstorm met z’n vieren liet Marcel zich het woord Elevator Pitch ontvallen.
We wisten het meteen: dat was het. Het verder aanpassen van de workshop verliep vlotjes. De opdracht die de studenten moeten maken is nog steeds dezelfde (landenrapportage) en ook de tijd die we voor de workshop hebben is nog steeds 1,5 uur. De workshop is nu als volgt opgebouwd:
- Aangepaste vragen uit de oude toets in een PowerPoint met Shakspeak: studenten stemmen met hun smartphone, tablet of laptop via internet of via sms (internet heeft de voorkeur, je krijgt de antwoorden dan op je scherm). Als iedereen gestemd heeft laten we de resultaten zien. Dit levert vaak meteen al commentaar op, komt dat niet vanzelf dan vragen we wie welk antwoord heeft gegeven en waarom. Studenten gaan met elkaar in discussie en wij fungeren dan als coach. Zo kunnen wij zeker ons verhaal kwijt en dat op een heel interactieve manier. (ca.20-30 min.)
- Onderzoek van bronnen in groepen. Iedere groep krijgt 1 of 2 databanken of websites die ze moeten onderzoeken en pitchen. Per databank hebben we een formulier met deelvragen gemaakt, aan de ene kant staan de vragen en aan de andere kant een volzin. Ze moeten de deelvragen beantwoorden en daarmee de zin op de achterkant aanvullen. Tenslotte staat er een korte zoekopdracht in, deze moeten ze uitvoeren. We lopen rond als zij de bronnen onderzoeken, zo kunnen we wat bijsturen en kunnen studenten vragen stellen. (Ca. 20-25 min.)
- Elevator pitch voor de klas: de pitch-zin voorlezen (pitchen). De zoekopdracht demonstreren na de pitch als ondersteuning en bevestiging van die pitch. Tijdens het pitchen coachen wij, of stellen “lastige” vragen als we merken dat ze er niet helemaal uitgekomen zijn. (Ca. 30 min.)
De meeste studenten willen graag met hun eigen groep samen (de landenrapportage is een groepsopdracht) samenwerken. Wij wijzen ze erop dat ze beter kunnen verdelen, want zo leren de groepsleden elk een andere databank kennen, en die kennis kunnen ze daarna weer delen.
Wij en ook de studenten, zo bleek uit de reacties achteraf, zijn heel tevreden over deze nieuwe vorm. Studenten voelen zich betrokken door het stemmen en door het onderzoek voorafgaand aan het pitchen raken ze hun koudwatervrees voor het gebruiken van databanken kwijt.
En de toekomst? – die brengt vast weer wat anders…
Want 46 jaar na Dylan zingt DI-RECT nog steeds Times Are Changing, weliswaar een ander liedje, maar de boodschap blijft min of meer hetzelfde: zonder verandering geen vooruitgang.
Groet, ook namens Jill,
Annerie
Zie ook de blogs van Chris Kockelkoren: 21 edingen, mag het eentje meer zijn ..? en ikgebruikshakespeak
Sfeerimpressie van congres Future-kit van minor Digicoach The Game
Hoi Marcel,
We hebben al vaker geblogd over de minor Digicoach The Game, waar wij (maar jij vooral) samen met Ankie van de Broek en Chris Kockelkoren aan gewerkt hebben.
Op woensdag 7 november was de slotbijeenkomst van deze minor in de vorm van het congres: ‘Future-kit. Tools voor het onderwijs in de 21e eeuw’.
Op de website van de minor zag ik nu een filmpje met een sfeerimpressie van het congres. Hoewel het geluid niet optimaal is, geeft het een goede indruk van een middag waar studenten lieten zien wat ze in 10 weken spelend geleerd hadden.
Kijk ook eens op websites van de netwerken die zich presenteerden:
en de adviesbureau’s:
De missie van het spel: “organiseer een congres over leren in de 21e eeuw” is geslaagd. Hoewel er weerstand was bij de studenten bij de start van deze minor: “Waaat? Een congres?”, “Nerds?, “Ik kan niks met ICT”, “Waarom een game? Bah!”, “Waar ben ik aan begonnen?” hebben ze tijdens het spelen van deze minor enthousiasme, doorzettingsvermogen en creativiteit getoond. Ze komen volgend jaar allemaal naar het congres van de volgende groep studenten 🙂 Ook van docenten kreeg Ankie te horen: “Wat zijn de studenten toch gemotiveerd aan het werk. Kan je me binnenkort iets meer vertellen over deze minor?”
Kortom een succes dat vervolg moet krijgen!
Groet,
Judith
Isolde Sprenkels: Marketing bij kinderen in de vorm van advergaming.
Dag Judith,
De tweede presentatie van de dag was van Isolde Sprenkels van het lectoraat Infonomie en Nieuwe Media. Ze heeft ons eerst meegenomen in de wereld van het lectoraat waar ze deel van uit maakt.
Isolde heeft een PhD project met als onderwerp: ‘Growing pains’ in a Personal Relationship Economy, Children, Identity, and New Media in Brand – Child Relationships.
Ze vertelde ons dat dit een dynamische wereld is. Ook hier ging het net zoals in onze presentatie over het leggen van relaties. In dit geval ging het om relaties tussen bedrijven die (hun) producten ‘branden’ en kinderen en alles wat daarbij hoort, vanuit verschillende perspectieven bekeken. Daar waar wij spraken over het belang van de relatie docent-docent en docent-student of docent-bedrijf en de meerwaarde daarvan, daar sprak Isolde over de Sensitivities involved door personal relationship economy en shaping children’s (consumer) identities.
Ze besprak een van haar drie case studies en had het daarbij over Advergames (bijvoorbeeld. OLA Ice Age). Ze bespreekt het spel en hoe de gaming elementen de kinderen aan het spelen houden zodat het bedrijf:
1) Een persoonlijke relatie kan krijgen met het bedrijf (door de hoofdrolspeler Prof. Freeze). Een andere relatiebindingsmethode is om de kinderen een rol te geven in het geheel. Een derde manier is dat de kinderen een eigen kamer krijgen (like Habbohotel) dat van hun is.
2) Speciale producten moeten gekocht worden voor extra goodies. Ooit heb ik de NoodiesNoodies bedacht op hetzelfde principe. Brian van Lent, Dirck Korrel help mij om nu daadwerkelijk eens dit idee uit te werken. OLA doet het al 🙂
3) Brand awareness kan creeeren
4) Generate Information een soort van viral marketing en adverharvesting, daar waar emailadressen en andere gegevens worden verzameld doordat kinderen het doorsturen naar vriendjes en vriendinnetjes.
Isolde bespreekt of het wel ‘fair’ is om als bedrijf kinderen op deze manier te benaderen/gebruiken ten bate van het bedrijf. Advertising games bieden kinderen valse clues voor kinderen om de echte bedoelingen te zien van het bedrijf. Het lijkt voor de ‘fun’ maar er zit daadwerkelijk voor het bedrijf een andere behoefte achter. Deze marketing praktijken worden gelegimiteerd doordat kinderen gezien worden als vragende klanten die competent zijn om te acteren.
Isolde concludeert dat advergames niet gelijk is aan advertisement as game. Ze beschrijft daarnaast ook dat als je de vraag wilt beantwoorden of het moreel goed of slecht is van OLA om op deze manier hun klant te benaderen dat je dan alle verschillende elementen moet bekijken. Technology, Sociology, kennis, menselijke en niet menselijke actoren binnen het netwerk van hun relaties en alle elementen die daar bij horen. Vaak wordt er maar een element of een paar genomen en vind met dat men goed bezig is. Dit is eigenlijk pas echt te bepalen wanneer dat je dat goede beeld van je doelgroep hebt op alle onderdelen.
Een boeiend onderzoek dat duidelijke relaties heeft naar mediawijsheid en natuurlijk ook te koppelen is naar volwassenen of jong volwassenen zoals onze studenten. Dat gaan we toch proberen om in de gaten te houden.
Groet Marcel
Management(p)lagen binnen Zuyd
Ha Marcel!
“Nieuwe managementplagen bij Zuyd?” Met dit grapje begon Prof. Dr. Joseph Kessels zijn lezing “Gespreid leiderschap in een wereld van prestatie-afspraken en persoonlijke ontwikkeling” tijdens het minisymposium (inmiddels enige tijd geleden) ter gelegenheid van het afscheid van Corry Ehlen.
Tijdens zijn aankondiging werd verteld dat Zuyd een nieuwe managementlaag (de teamleiders ‘die het leidinggeven dichter bij de medewerkers brengen’) had geïntroduceerd. Kessels reageerde hierop dat hij door zijn slechter wordend gehoor ‘managementplaag’ hoorde. Of het grapje ingestudeerd is of niet, ik vond hem erg leuk. En ik moet zeggen dat ik erg genoten heb van zijn presentatie, niet veel nieuwe inzichten, maar wel op een aantrekkelijke manier met sprekende voorbeelden verduidelijkt.
Het was duidelijk waar zijn voorkeur m.b.t. leiderschap lag, niet een hiërarchische maar gedeeld. Daarmee hoefde hij me niet te overtuigen, ik ben dezelfde mening toegedaan. Maar op het vraagstuk hoe nu te balanceren tussen zelfsturing & verantwoordingsplicht en talenttwikkeling & prestatieafspraken, daar kregen we niet een duidelijk antwoord op. Het dilemma dat hij probeerde op te lossen, blijft.
Aan de ene kant:
Kennisontwikkeling bevorderen, vraagt om nieuwsgierigheid, betekenisvol werk, passie, zin in leren en onderzoek, vrijheid en zelfsturing. Autonomie is een voorwaarde voor kenniswerkers zoals onze docenten.
En aan de andere kant:
De vraag (eis) om performance verbetering door prestaties te verbeteren, dat vraagt gehoorzaamheid en controle onder het mom van kwaliteitszorg.
Joseph Kessels toonde voorbeelden van leiders (de leeuw, olifant, kip, Mozes, dirigent) die dankzij statuut of opdracht een legitimering ontlenen om leiding te geven. Daar tegenover liet hij voorbeelden van gedeeld leiderschap zien, zoals een school vissen, een zwerm spreeuwen. Zij hebben geen ceo en toch komen zij vooruit. Tijdens jouw vakantie was een zwerm spreeuwen in Lauwersoog in het nieuws. Kijk eens hoe mooi!
Het kan ook anders. Een orkest zonder dirigent? Ja hoor dat kan, dat laat het Orpheus Chamber Orchestra zien en horen. De muzikanten kiezen samen de stukken uit. Leider is degenen die de belangrijkste rol in dat muziekstuk speelt. En ze hebben samen ook zoveel meer lol!
Dit concept is gericht op talenten. Een belangrijke voorwaarde binnen gespreid leiderschap is het gunnen van leiderschap.
Leiders zouden moeten sturen op ontwikkeling, daarvan krijgt je organisatie meer kracht. Maar als individu heb je ook je verantwoordelijkheid voor eigen groei. Zelfsturing dus, daarmee bedoelt hij: doe waar je goed in bent en waar je passie ligt. Hiermee kan je jezelf beter ontwikkelen en blijf je niet die kleine vis in een vissenkom. Als je de ruimte krijgt (vijver/zee) groei je. Een mooie beeldspraak.
N.a.v. deze presentatie heb ik nog eens even digitaal gebladerd door de publicatie van de werkgroep Docentprofessionalisering van Zuyd: Prospace : teamconcept [alleen binnen Zuyd beschikbaar via Infonet]. “In de brochure worden de essentiële punten beschreven waar teams aandacht voor moeten hebben, te weten het team als functionele eenheid, teamontwikkeling en teamprocessen, leiderschap en randvoorwaarden.” Een mooi overzicht met bekende literatuursuggesties. Maar in deze publicatie wordt toch uitgegaan van 1 leider per team. Misschien mag ik één publicatie toevoegen aan het literatuuroverzicht? Professionele ruimte en gespreid leiderschap (2012)van Frank Hulsbos, Inge Anderson, Joseph Kessels & Hartger Wassink, een uitgave van het Wetenschappelijk Centrum Leraren Onderzoek LOOK van de Open Universiteit. Aanleiding voor deze reviewstudie was dat keer op keer uit onderzoek blijkt dat de factor leiderschap doorslaggevend is voor het succes van professionaliseringsprocessen. Goh 😉
Groet,
Judith
3 december: Een mooie aanvulling op dit blog, is de blogpost ‘Het onderwijs van morgen volgens Joseph Kessels’ op werkenaanonderwijs.nl



