Mixed up #MLI
Ha Marcel,
De afgelopen 4 dagen heb ik weer uren achter mijn laptop gezeten om mijn onderzoeksvoorstel voor de Master Leren en Innoveren te herschrijven. Vlak voor de vakantie (fijn tijdstip) kreeg ik een onvoldoende voor mijn eerste voorstel, terecht. Ik had het ook wel verwacht omdat ik het onderzoek in de week voorafgaande aan de deadline op zijn kop gezet had. Toch is het niet leuk om te horen dat je niet voldaan hebt aan de beoordelingscriteria. Ik vind het sowieso niet leuk om langs een meetlat gelegd te worden 😦 . En het doet wat met je. In iedergeval met mij. Met je motivatie, je zelfvertrouwen en je eigenwaarde. Ik merk het ook bij mijn medestudenten (wellicht een leuke onderzoeksthema voor de MLI-onderzoekers 😉 ).
Ik weet dat het beoordelen van onderzoeken een item is dat veel aandacht heeft in het MLI-docententeam. Ook deze onderzoekers zijn het niet allemaal eens met elkaars beoordelingen. Het heeft toch ook te maken met welke onderzoeksbenadering je aanhangt. De laatste maanden heb ik veel met onderzoekers gesproken en je merkt dat er onderlinge verschillen zijn in de manier waarop ze het onderzoek benaderen, dit heeft natuurlijk ook weer invloed op de manier waarop ze mij van feedback voorzien. En ik, als beginnend onderzoeker, moet in die wirwar van visies bedenken welk onderzoeksdesign nu bij mijn onderzoek past en welke onderzoeksvraag daar bijhoort. Het is namelijk de onderzoeksvraag die richting geeft aan de keuze voor een bepaald type methodologie. Ik vind het lastig om een mening te vormen in deze principiële methodologische discussie. Voor mijn onderzoek gebruik ik een mixed method, een combinatie van een kwantitatief onderzoek (vragenlijst) en kwalitatief onderzoek (focusgroepen). Al surfend op het net stuitte ik op de (oude maar nog actuele?) discussie ‘Mixed methods; een nieuwe methodologische benadering? De mixed method is in opkomst gekomen door de ‘nieuwe wetenschappers’ zoals onderwijswetenschappen die geen theoretische traditie hebben van het ontwikkelen van methodes binnen hun eigen vakgebied.
Binnen deze praktijkgerichte disciplines is een belangrijk motief voor onderzoek verbetering of vernieuwing (innovatie) van de praktijk. Als kwantitatieve gegevens of resultaten onvoldoende houvast bieden voor een verandering of innovatie, kan met behulp van aanvullende kwalitatieve gegevens de motivatie of richting worden gevonden om de innovatie of verandering adequaat en/of op de praktijk afgestemd in te voeren.
Wanneer de kwalitatieve en kwantitatieve benadering tezamen adequaat en zinvol worden uitgevoerd, kan het leiden tot een meer volledig beeld van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is niet alleen kenbaar doordat er veel kennis is over omvang of verschillen, maar ook doordat er kennis is van de verschillende lagen en niveaus die ertoe leiden dat iets wordt (een organisatie, een afdeling) tot wat het is en hoe het functioneert.
Boer, F. de. (2006). Mixed Methods : een nieuwe methodologische benadering?. KWALON (11) 2. Retrieved from http://www.boomlemmatijdschriften.nl/tijdschrift/KWALON/2006/2/KWALON_2006_011_002_002
Nou met dat zinvol uitvoeren gaan we dan maar aan de slag!
Het onderzoeksvoorstel is weer helemaal door elkaar gegooid. En ik ook 😦 . Morgenochtend dan maar de laatste check.En dan gaat het herkansingsvoorstel naar mijn beoordelaar. En hoewel het op ‘de dag des oordeels’ weer spannend wordt, probeer ik mezelf maar voor te houden het als een feedbackmoment te zien. Het hoort bij het leerproces. Het hoort bij ‘growth mindset’ (Dweck). Leer te falen (jaja…). Fouten maken mag … (oké dan …)
Morgenmiddag weer naar Eindhoven. Gezellig met mijn carpoolers in het reflectiebusje. Het weerzien met mijn studiemaatjes, met name Cindy. De nieuwe eerstejaars, zoals Daniëlle en Ayk! En de docenten natuurlijk 😉 waaronder nu ook onze Ankie! Superleuk! Ik heb er weer zin in, ondanks alle frustraties, deadlines en meetlatmomenten die er weer aankomen. Het hoort erbij. Dat is leren, zeggen ze 🙂
Groet,
Judith
Hattie of Hetty – eigenlijk zeggen ze hetzelfde
Ha Judith,
De MIND FRAMES van jouw HATTIE komen er eigenlijk op neer wat we al wisten. Los van het feit dat je als leraar/leider inspiratory en motivator moet zijn, moet je ook een manus-van-alles zijn. Ik zal niet zeggen dat ik aan alle MIND FRAMES kan voldoen of aan alle 11 houdingen voldoe, maar dat komt wellicht omdat mijn voorbeeld een andere Hetty is.
Maar wel ook het manus-van-alles type. Inspirerend, grappig, maar zeer serieus als het nodig is. Sterk, krachtig, klein, grappig. Een leider van een bijzonder team, maar zeker ook een leraar voor de mensen in haar team. Wellicht net zo’n goed voorbeeld als jouw Hetty.
Groet Marcel
Top 3 communities in (health) game research (stand van zaken 2014)
Ha Judith,
Tijdens mijn zoektocht voor mijn literatuur review kom ik natuurlijk ‘de’ academische (sort of) communities tegen rondom collaboration, gaming, health en de combinatie daarvan. Je ziet toch dat internet een medium is waar scholarly en geinteresseerden zich verzamelen om te delen. Onderzoeken, proceedings en artikelen worden uitgewisseld op conferenties, in journals maar ook via mailinglijsten en websites.
Ik was al op de hoogte van een aantal interessante research communities en sites rondom games binnen de gezondheidszorg. De top 3 van dit moment:
- De Games4Health Community en de Games4Health Europe Community kende je al. Mijn trip naar Boston naar het congres van de eerste en mijn eerdere trip naar Amsterdam naar de Europeese variant was zeer inspirerend.
- De healthgamesresearch website heeft links naar allerlei publicaties en lopende onderzoeken naar research binnen health gaming.
- De Games 4 Health Journal waarin peer reviewed artikelen gepubliceerd worden.
Omdat ik nu in deze fase van mijn onderzoek aan het zoeken ben naar research gedaan op het gebruik van social support binnen games kom ik allerlei andere communities tegen die me bij mijn onderzoek verder gaan helpen:
- Bij de computer supporter cooperative work conferences en journal hoop ik aanknopingspunten te vinden rondom onderzoek bij social support en bij de psychosociale principes die daarin spelen
- Ik heb vandaag DiGRA ontdekt. Dat is de Digital Games Research Association en me maar meteen lid gemaakt plus geabboneerd op de mailinglists die ze hebben. Ik moet alleen kijken hoe ik bij de ‘Dutch Chapter’ kan komen 😉
- En het online international journal of games research
Om nog maar te zwijgen over de leuke boeken zoals: “Handbook of Computer Games Studies” en natuurlijk het epische “Homo Ludens” en mijn boeken over ARG die ik ‘moest’ kopen van mezelf en waar ik nog wel reviews over ga schrijven.
Weer een aantal mooie vondsten dus naast wederom zoekmachinegeweld (nu IEEE en scholar.google.com) met wederom vreemde resultaten (Als je zoekt vanaf 2014 krijg je meer resultaten dan als je zoekt vanaf 2013 bij scholar bijvoorbeeld ;))
En o ja, wederom iets geleerd wat ik al lang had moeten leren (geen AND gebruiken in Google) Grijns!
Groet Marcel
Gouden regels voor docenten volgens Hattie
Hattie heb ik tijdens mijn studie leren kennen, voor de MLI Eindhoven hét uitgangspunt van hun onderwijsvisie: feedback daar draait het om! Echter Hattie heeft meer te vertellen dan alleen zijn onderzoek wat voor een groot leereffect feedback heeft. Hij is namelijk meer en meer een totaalvisie op onderwijs en leren aan het verspreiden. Hij heeft natuurlijk een breed podium waarop hij dat kan verkondigen. Deze 1 uur durende toespraak van hem: Buldling connections and cohesion ga ik zeker nog eens bekijken.
Voor mijn zomervakantie kwam onderstaand filmpje een paar keer in mijn netwerken voorbij. In deze visualisatie worden 8 mindframes door Hattie benoemd. Een docent die deze 8 mindframes heeft ontwikkeld, heeft volgens Hattie een een veel grotere impact op het leren van studenten.
MIND FRAME 1: Teachers/leaders believe that their fundamental task is to evaluate the effect of their teaching on students’ learning and achievement.
MIND FRAME 2: Teachers/leaders believe that success and failure in student learning are about what they, as teachers or leaders, did or did not do…We are change agents!
MIND FRAME 3: Teachers/leaders want to talk more about the learning than the teaching.
MIND FRAME 4: Teachers/leaders see assessment as feedback about their impact.
MIND FRAME 5: Teachers/leaders engage in dialogue not monologue.
MIND FRAME 6: Teachers/leaders enjoy the challenge and never retreat to “doing their best.”
MIND FRAME 7: Teachers/leaders believe that it is their role to develop positive relationships in classroom/staffrooms.
MIND FRAME 8: Teachers/leaders inform all about the language of learning.
De 8 mindframes worden nader toegelicht in het artikel Know Thy Impact: Teaching, Learning and Leading
En zo verschenen nog meer tips over houdingen voor effectieve docenten, zoals de 11 die Carrie Lam opsomde in haar blog 11 Habits of an effective teacher
- enjoys teaching
- makes a difference
- spreads positivity
- gets personal
- gives 100%
- stays organized
- is open-minded
- has standards
- finds inspiration
- embraces change
- creates reflections
Zijn dit geen eigenschappen voor elke levenslang lerende professional? 😉
Groet,
Judith
Grenzen verkennen en verleggen (Jet Bussemaker)
Ha Marcel,
Inderdaad, de toekomst zal het leren ….. mooi dat je weer nieuwe stapjes aan het zetten bent in je promotietraject. We kunnen de toekomst niet voorspellen, zei Jet Bussemaker vanmiddag tijdens de opening van het academisch jaar van de Universiteit Twente. Dat las ik zojuist in de NRC. Het is wel de taak van het onderwijs om studenten met de juiste gereedschap en goede opleiding toe te rusten voor de toekomst. En, zei Bussemaker: “Als we werkelijk een lerende economie willen zijn, dan moeten we in gesprek durven gaan over hoger onderwijs dat letterlijk en figuurlijk nieuwe combinaties maakt”. Precies, zoals jij dat al doet in je promotietraject: samenwerken met een andere sector (IT samen met Zorg) dat is wat de minster van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betoogde met: “een onderscheid tussen disciplines en sectoren is niet meer van deze tijd”. Waar in het verleden technologie puur door technologen werd ontwikkeld, wordt het steeds belangrijker dat mensen van compleet verschillende andere disciplines leren samenwerken, om de antwoorden op de vragen van de toekomst te vinden, legde Bussemaker uit. “We worden geconfronteerd met complexe problemen die meerdere oorzaken hebben, waardoor ook de oplossingen uit verschillende richtingen moeten komen”.
Goed bezig M!
Groet,
Judith






