2bePhD: Zoekmachine mayhem
Ha Judith,
Als iemand me in de toekomst vraagt, wanneer ben je begonnen met je PhD research dan weet ik daar geen antwoord op te geven. Is het beginpunt de zoektocht naar een team? Is het beginpunt het vinden van een hoogleraar en dagelijks begeleider? Is het beginpunt de beschrijving van een opdracht? Is het beginpunt de deelname aan de promotiebeurs voor docenten, die ik helaas niet toegekend heb gekregen? Of is het beginpunt 1-9-2014 het derde moment, waarop ik prober om de ruimte die voor promoveren is ingepland ook te pakken?
Ik hoop in ieder geval dat ik 1-9-2014 kan noemen als het eerste moment waarop het me gelukt is om de aandacht (en tijd) die er voor promoveren stond ook te benutten. De toekomst zal het leren…
In ieder geval ben ik vandaag bezig geweest met Archie Cochrane, een engelse epidimoloog die het erg jammer vond dat er veel onderzoek naar hetzelfde werd gedaan, zonder dat er gebruik werd gemaakt van elkaars kennis. Zonder dat niemand de moeite nam om al die onderzoeken en resultaten over hetzelfde onderwerp op een rijtje te zetten. Zonder dat er een systematische aanpak was om de literatuur over de onderzoeken te ordenen. Kijk voor menig gezondheidszorgstudent is Cochrane natuurlijk geen vreemde, maar voor een ICTer eigenlijk wel.
Ik bedoel, databases en zoekmachines zijn in principe geen probleem. Aangezien ik ooit ben opgeleid om dergelijke tools te maken vind ik mijn weg er wel in. Zo heb ik de afgelopen weken verschillende IT en gezondheidszorg databases leren kennen en me ook verschillende keren afgevraagd of dat niet beter geprogrammeerd en gestructureerd had kunnen worden, maar goed. Uiteindelijk doen ook deze tools, net zoals veel ICT oplossingen, net niet dat wat je wil en kan ik het toch niet laten om af te vragen waar dat aan ligt. Denk daarbij aan problemen met het exporteren van de databank naar ENDnote, bijvoorbeeld:
- ScienceDirect laat maar 1000 results exporteren naar ENDnote
- IEEE laat maar per 100 results per keer (pagina) exporteren naar ENDnote
Als je dan in ENDnote de ‘duplicates’ uit deze twee groepen wil halen en je hebt bij beide ongeveer 3000-4000 results dan is dat erg lastig. En natuurlijk kun je dan de query zo aanpassen dat je minder resultaten krijgt. Maar wil ik dat eigenlijk wel? En dit is slechts 1 voorbeeld van ‘rare’ disfunctionaliteiten. De “Cochrane Library” bijvoorbeeld geeft wel resultaten als ik niet ben ingelogged via onze lokale bibliotheek. Om nog maar te zwijgen over de verschillen in gebruik van zoekmachines die er is tussen de verschillende zoekmachines.
Maar goed, zoals gezegd, een beetje ICTer is op dit sort problemen voorbereid en gaat lekker aan de slag. Querietjes bedenken, invoeren, even zoeken op de help hoe precies de ‘advanced search’ werkt. Allemaal geen probleem. En op de IEEE databank, de databank voor de IT wereld ook de manier om het te doen. Maar de gezondheidszorg research lijkt veel verder. MeSH terminologie waar je op kunt zoeken, maar ook een volgorde van niveau van bewijs. MeSH ken je wel, eigenlijk komt het er op neer dat een groep geleerden goed nadenkt over welke termen bij elkaar passen en nieuwe artikelen ordenen op deze vorm van meta datering. Briljant natuurlijk, als je er een beetje kijk op hebt. En zeer helpvol. Een goede basis voor je eerste startquery, van waar uit je verder kunt bouwen naar je ideale query toe. Daarnaast is er een evidentiepyramide, waar mijn dagelijks begeleider me op moest wijzen.
In deze pyramide geldt dat hoe hoger je komt hoe sterker het bewijs voor medische evidentie. Kortom je zoekt eerst naar systematische reviews met betrekking tot je zoekvraag en gaat dan steeds verder naar beneden. En de meester van de systematsiche reviews is Cochrane. Inmiddels is de Cochrane Community sterk georganiseerd en hebben ze voor verschillende lagen, verschillende databanken o.a.: CSDR voor Systematic Reviews, DARE voor Abstract Reviews en CENTRAL voor Controlled Trials. Gelukkig wel verwerkt in 1 zoekmachine. Zo ver is de IT wereld bij mijn weten nog niet.
Ik duik dus de komende tijd meer en meer in de wereld van de databanken en zoekmachines. Gelukkig heb ik wel samen met Huibert Tange een strategie bepaald van hoe de zoektocht aan te pakken met als doel om te komen tot het theoretische kader wat gemist werd (amongst others) bij de verdediging van mijn aanvraag voor de NWO.
We beginnen onze zoektocht welke games er succesvol gebruik maken van social support. Althans we gaan kijken of daar onderzoek naar gedaan is en over geschreven is (de rode lijn). Daarna kijken we waar social support bij zelf management in de zorg succesvol is ingezet. En wederom natuurlijk door academische artikelen etc. te bekijken (gele lijn). Zo proberen we een brug te slaan tussen, gaming en self management via social support. We hopen in de psychosociale principes gebruikt bij zowel de games als de zelf management een overlap te vinden, waarop we kunnen doorborduren. Als het goed is zit de potentiele doelgroep en de potentiele spelvorm waar ik nu aan denk om te gaan implementeren bij de ‘best practices’. Zo niet, dan zal ik wellicht andere keuzes moeten maken.
Ben benieuwd wat je er van vindt.
Groet Marcel
Wat informatie en onderzoekend vermogen met elkaar te maken hebben… #gastblog #MLI
Heej Marcel,
Mag ik je even voorstellen aan Corleen Knieriem? Corleen is adviseur informatievoorziening bij de bibliotheek Hogeschool Utrecht. Ik heb Corleen 2 jaar geleden voor het eerst ontmoet bij het Nationaal Congres Onderwijs en Sociale Media. Toen vertelde ze me dat ze de Master Leren en Innoveren volgde bij de Hogeschool Utrecht 🙂 Afgelopen jaar ontmoette ik haar weer bij EYE en heb haar aangeboden om over haar MLI-onderzoek te bloggen op ons blog.
OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem
En dan ben je gastblogger…als kersverse geslaagde MLI-er. Werkzaam als informatieprofessional in het hbo met een passie voor onderwijs, mag ik mijzelf nu een Master in Leren en Innoveren noemen. Bijna twee jaar lang heb ik als student bij de Hogeschool Utrecht in mijn leerteam gestoeid met ontwerpmodellen, leertheorieën, verandermanagement en last but not least het doen van praktijkgericht onderzoek.
Vanuit de rollen van excellente docent, reflective practitioner en ondernemende ontwikkelaar toonde ik de ontwikkeling van mijn masterkwaliteiten aan. Met de voeten in de beroepspraktijk zoals het een echte hbo-masteropleiding betaamt. En wat heb ik er veel van geleerd. En wat heeft het mij veel gebracht! En ook: wat heeft het mij veel tijd gekost. En wat was het leuk! Eén van mijn goede voornemens na de MLI is dat ik de komende tijd meer wil schrijven. Bijblijven op het gebied van leren en innoveren gekoppeld aan mijn eigen vakgebied door af en toe(?) een weblog of een artikel in een tijdschrift te publiceren. Want ik wil natuurlijk niet dat het blijft bij die ene recensie over het boek Finnish Lessons van Pasi Sahlberg. Weliswaar verscheen deze in het 2013 najaarsnummer van het gerenommeerde Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, maar toch. Ik laat het daar niet bij, vandaar dus dit gastblog.

Mijn thema tijdens de opleiding was informatievaardigheid. De informatieprofessionals onder ons zullen meteen begrijpen wat dat inhoudt. De kwaliteit van afstudeerproducten moet omhoog. Informatievaardigheid verdient een plek in het curriculum. Studenten moeten hun onderzoeksvaardigheden verbeteren door kritisch en systematisch om te leren gaan met informatie. Uitroepteken! Voor onderwijsmensen ligt dit volgens mij anders. De praktijk leert dat docenten en in ieder geval de gemiddelde student meestal niet goed weten wat dat is, informatievaardigheid. Eigenlijk is informatievaardigheid niet meer dan een rasechte bibliotheekterm, als je het mij vraagt. Of anders is het een minder goede vertaling van de term ‘information literacy’. Vanaf deze plek doe ik dus maar meteen een oproep richting bibliothecarissen en informatiespecialisten in het hoger onderwijs: stop met het gebruiken van de termen informatievaardigheid of informatievaardigheden. Voortaan noemen we het gewoon onderzoeksvaardigheden, dat is echt een veel betere beschrijving van een vlag die de lading dekt. Bovendien sluit je zo naadloos aan bij het onderwijs, wat volgens mij alle hbo-bibliotheken hoog in het vaandel hebben staan. En er is natuurlijk ook al onderzoek gedaan waarin deze stelling wordt bekrachtigd, onder andere door Polkinghorn &Wilton. Maarten van Veen, co-auteur van het boek Deskresearch zal wellicht de term deskresearch prefereren, maar hij zal het verder als docent ongetwijfeld met mij eens zijn. We doen onszelf als informatieprofessionals (en het onderwijs natuurlijk) gewoon te kort door over informatievaardigheid te blijven spreken. Want wat vandaag de dag echt telt in het hbo is het verbeteren van het onderzoekend vermogen bij bachelor studenten. En als je bronnen niet kunt vinden of correct kunt vermelden, laat staan ze kritisch kunt beoordelen of verwerken dan valt er toch helemaal niets te onderzoeken?
Dank je wel Corleen voor je bijdrage op ons blog. Ik moet helaas bekennen dat ik nog steeds de term informatievaardigheden gebruik (zie ook tag bij deze blogpost 😉 ). En die term gebruik ik ook in mijn onderzoeksvoorstel. Maar ja, ik ben dan ook een rasechte bibliothecaris *grijns*. Via het blog van Anneke Dirkx begreep ik dat de ACRL-normen op de schop gaan. In dit ‘Framework for Information Literacy for Higher Education’ wordt ínformatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat. Precies wat jij ook betoogt.
Ik moet me het komende jaar verdiepen in mijn eigen onderzoeksvaardigheden. Mijn onderzoek (voorstel nog niet goedgekeurd) gaat over digitale competenties van docenten bij het integreren van 21st century skills en toepassen van sociale media in het ontwerp van een nieuw curriculum. Nou ben ik toch ook wel nieuwsgierig naar jouw masteronderzoek. Ik begreep dat deze heel goed beoordeeld is. Volgt er nog een gastblogje? 😉
Groet,
Judith








