Categorie archief: Didactiek

iXPERIUM – CLC Arnhem

Ha Judith,

Jammer dat je niet mee kon naar het CLC te Arnhem. Ingeborg, de directrice van de Nieuwste PABO, had ons beiden uitgenodigd om mee te gaan en ik heb, gelukkig, tijd kunnen vrijmaken. Het was een gezelschap van directieleden van stichtingen in het primair onderwijs verspreid over de gehele provincie en een aantal collega’s van de Nieuwste PABO.

ixperium

Het iXPERIUM is een omgeving op het terrein van de HAN, waar basisschoolklassen naar toe kunnen komen om te ‘ervaren’ wat het is om te werken met nieuwe technologie, met nieuwe didactische methodes die ze zelf nog niet bezitten. Denk aan tablets, smartboards, maar ook mobiele telefoons met QR codes als materiaal of LEGO Mindstorms, lieveheersbeestjesrobots, palen voor op speelpleinen met daarin intelligentie, maar ook zitzakhoeken etc. Een inspirerende omgeving bedoeld om de leraren van deze tijd te inspireren, te laten ervaren en dus te laten leren wat de meerwaarde (of juist niet!) kan zijn van de inzet van alle nieuwe middelen zonder ze eerst te hoeven aanschaffen. Het iXPERIUM is een van de ‘middelen’ die het CLC (Community Learning Center) heeft opgezet om samenwerking in de gehele keten van primair onderwijs te bevorderen. Een drietal onderwijsstichtingen (denk aan 50-60 basisscholen), de PABO van de HAN en het lectoraat LEREN van ICT van het HAN werken samen in het CLC. Het doel van Ingeborg (daarom ook de directeuren van de stichtingen rondom de PO’s in Limburg) om te kijken of een dergelijk initiatief ook in Limburg van de grond kan komen.

CLC03CLC02

Tja ik hoef jou niet te vertellen dat ik dit zou toejuichen. Ons X-Lab, of klaslokaal van de toekomst dat we willen realiseren voor onze HBO studenten staat eigenlijk al in zo’n iXPERIUM, maar dan voor het primair onderwijsy. Leuk, leerzaam en innovatief, ideaal ter verbering van het onderwijs voor en door onze studenten. Het waren namelijk juist de 4e jaars PABO studenten die vaak werden ingezet als CLC Coach in de richting van basisscholen die specifieke vragen hadden. Briljant toch! Ankie komt met haar digicoachingsprogramma erg dicht bij op De Nieuwste PABO en ik zie ook mogelijkheden voor de faculteit ICT om in zo’n traject mee te werken. Juist op het gebied van ROBOTICA of slimme leuke leeroplossingen verzinnen met technologie. En je weet ook dat ik helemaal voor netwerkorganisaties ben zoals het CLC dat beoogd te zijn. Met een goede embedding in de regio proberen om juist dat innovatieve centrum te zijn, waar scholen op dit moment qua financien zelf niet meer aan toe komen om te ondersteunen.

En toch zagen een aantal van de Nieuwste PABO collega’s gelijk ook uitdagingen om dit te vertalen naar de Limburgse situatie. Er werd terecht geconstateerd dat er een bepaalde afstand was waarop zo’n iXPERIUM te bezoeken is. Kijk wij docenten en bestuurders gingen wel 2 uur in de bus zitten, maar je moet je voorstellen dat in het iXPERIUM een aantal klassen kleuters met hun docenten bezig waren op het moment dat wij er waren. En daar ga je toch niet zo ver en zo vaak mee in de bus. Als je dan bedenkt dat er vertegenwoordigers bijzaten van scholen van Venlo tot Maastricht dan wordt het lastig om een locatie te kiezen, zodat die ook voldoende gebruikt kan worden. Wellicht dat een combinatie van super-experience-centrum, waar het hele dure materiaal staat en een ‘on the road truck version’ een optie is. Ik zie zo’n grote Amerikaanse (figures) truck voor me, met daarachter al dan niet uitklapbaar een ‘klaslokaal’ van de toekomst waarin alle highlights om mee te oefenen zitten. Deze rijdt dan door de provincie van speelplaats naar speelplaats om letterlijk de speelplaats te zijn voor de leraren.

En uiteindelijk ben je er dan nog niet want het netwerken blijft denk ik nog belangrijker dan het ‘spelen met de middelen van de toekomst’ en ik ben nog steeds erg nieuwsgierig hoe juist die kennis gedeeld wordt bij CLC Arnhem of hoe je tussen CLCs kennis zou moeten delen. Ja er werd wel gepraat over dat de wil er moet zijn en dat iedere partner steeds open moet blijven praten over zijn belangen, maar hoe er nu tussen leraren kennis gedeeld wordt dat blijft nog onduidelijk. Maar we zijn daar welkom, dus wellicht goed om nog eens te gaan kijken vanuit een X-Lab oogpunt 😉 Ik ga graag weer mee 😉

Groet Marcel

Een Learning and Teaching Centre voor Zuyd! Het zou mooi zijn!

Dag Marcel

De gastbloggers bieden zich al vanzelf aan! Top! Pieter Dekkers, multimedia specialist van de AVDienst Heerlen heeft deze, zoals hij het zelf noemde: Canadese JAM (Blueberries en Maple Syrup flavoured) gemaakt.
Nou en of dat smaakt, Pieter!

OUR 2bejammed GUEST: Pieter Dekkers

bcit

Marcel, je noemde het al in de blog over weblectures. Ik heb inderdaad in Canada gewerkt. Bij BCIT, een grote ‘post-secondary’ met vestigingen in en rond Vancouver. Vaak krijg ik vragen over hoe het daar nu allemaal georganiseerd was en of ik het werken daar niet mis. Op vraag twee kan ik kort antwoorden: vaak mis ik wel de visie, de daadkracht en vooral de faciliteiten die daar aanwezig waren. Met name de afdeling waar ik werkte, het ‘Learning and Teaching Centre’, is een interessant gegeven. Ik wil mijn ervaring aldaar graag met jullie delen.

Er zijn een aantal overeenkomsten tussen het soort onderwijs dat bij Zuyd en BCIT wordt gegeven. Het verschil zit hem vooral in de schaalgrootte: BCIT heeft 18.000 nieuwe full time studenten en ca 28.000 part-time of avondstudie studenten per jaar. Alleen al in ‘Health Sciences’ zijn er al meer dan 60 studierichtingen. Naast medische opleidingen zijn er diverse technische studies variërend van autotechniek tot vliegtuigbouw, forensisch onderzoek tot radio en televisie, mijn- en bosbouw tot ICT, marketing en financiële programma’s enzovoort. BCIT belooft altijd de meest actuele en up-to-date kennis te overdragen. Daarvoor werken ze met een systeem van mensen uit de beroepspraktijk die in de gaten houden of het aanbod aansluit bij de praktijk. Vaak valt de meest actuele kennis ook te halen uit die beroepspraktijk en daarom worden er veel gastdocenten ingezet om cursussen te geven of mee te ontwikkelen.
Om dit te faciliteren is het Learning and Teaching Centre in het leven geroepen. Naast het ontwikkelen en aanpassen van lesmateriaal worden er ook docenten getraind en geholpen bij het lesgeven, zowel inhoudelijk als op het gebied van techniek, wordt er onderzoek gedaan en is er ondersteuning bij distance learning en projectmanagement. Er is dus een grote club onderwijskundigen aanwezig, de zogenaamde IDC’s (Instructional Develoment Consultants) maar ook Multimedia Developers, Technical Writers, Graphic Designers, Document Producers en Digital Media Producers. Ook de AV dienst, Instructional Technology Support en Distance Learning Support vielen onder het Learning and Teaching Centre. Kortom alles was in huis om een compleet curriculum te ontwerpen, in te richten en te distribueren. Wat een luxe!

Ik ben in 2005 als ‘Multimedia Specialist’ aangenomen onder de vlag van een speciaal project: (Ze zijn gek op afkortingen daar in Canada dus daar gaan we….) TEK (Technology Enhanced Knowledge) was een project waarbij onderzocht werd op welke manier techniek het onderwijs kon ondersteunen. In eerste instantie werd aan docenten gevraagd om verschillende technieken als Grassroots project uit te proberen. Ze onderzochten de techniek en deelden hun ervaringen met collega’s. De technieken die toen op het menu stonden waren o.a.: Blogs, Clickers (stemkastjes), COPS’s (community of practice), Wiki’s, Gaming (Second Life) en ePortfolio’s. (Nu gesneden koek maar voor het beeld: dit was dus twee jaar vóór de iPhone, Google earth en iTunes-u.) Ik hielp de docenten bij het maken presentaties, het filmen van de Grassrootsprojecten en hielp de afdeling met het vervaardigen van promotiemateriaal. Daarnaast werkte ik in teamverband met de andere specialisten aan de ontwikkeling van onderwijsmateriaal.
Verder maakten we (met 4 collega video producers) instructiefilms, marketing- en communicatiemateriaal en namen we lessen op. Je zou dit laatste een vroege vorm van weblectures kunnen noemen. Met een videocamera namen we het college of de instructie op en combineerden desgewenst de PowerPointpresentatie met het videobeeld d.m.v het programma Powerpoint Producer. De distributie ging via DVD, CD-rom of intranet. Op het moment dat iTunes-u zijn intrede deed experimenteerden we met Vodcasts als distributiemiddel. Er werd ook wel commercieel gedacht bij BCIT. Sommige DVD’s met lesmateriaal dat wij gemaakt hadden werd verkocht in de boekwinkel en hoorde bij het verplichte lesmateriaal. Af en toe werd materiaal verkocht aan andere opleidingsinstituten of door hen mede gefinancierd. Online introductiecursussen worden gratis gegeven om studenten uit het buitenland een indruk te geven van de leerstof. Na het behalen van deze eerste cursus kunnen ze beslissen of het de moeite waard is om naar Canada te verhuizen. Op deze manier trekken ze enorm veel studenten aan uit Rusland, India en China. Distance Learning (Leeromgeving was toen eerst Blackboard en later Desire2Learn) en het gebruik van media hierbij zijn onmisbaar geworden voor BCIT.

Ik ben intussen alweer bijna drie jaar werkzaam bij Zuyd Hogeschool en de verschillen met mijn ervaringen bij BCIT zijn groot. Het heeft ook weinig zin om deze twee instituten te vergelijken. Er is een andere cultuur, een compleet andere schaal en ook de inrichting van de organisatie en de manier van lesgeven is geboren uit een andere gedachte. In eerste instantie was het zo dat als je een technische richting wilde studeren in British Columbia, dan ging je naar BCIT, anders moest je het een paar 1000 kilometer verder zoeken. Tegenwoordig is ook daar de concurrentie groot geworden. De colleges worden langzaam allemaal universities en bieden vergelijkbare programma’s.
Maar waarin kan je je dan onderscheiden? Dat valt of staat uiteindelijk toch met uitstraling, goede faciliteiten maar bovenal de kwaliteit van het onderwijs. Kom je sneller aan de bak met een Zuyd diploma dan met een diploma van, zeg Fontys of Avans? Maakt het merk uiteindelijk het verschil? Ik denk dat een stuk competitie zeker niet slecht zou zijn. Maar voor excellent en onderscheidend onderwijs moeten de docenten bijzonder goed worden ondersteund en uitgerust. Of je dat bereikt met een master voor iedereen? Ik zou zeggen begin eens met het kijken naar het idee van zo’n Learning & Teaching Centre. Ik neem jullie graag mee op excursie naar Vancouver…mits de tickets worden betaald.

Oh…wat een verleidelijk idee…samen met jullie naar Canada! Daar wil die die Blueberries en Maple Syrup wel eens proeven of Poutine (moest wel even opzoeken wat dat was). Lijkt me ook lekker, Pieter 🙂

We hebben al vaker gesproken over zo’n soort van ‘Learning and Teaching Centre’ voor Zuyd waarbij AVDienst, I-adviseurs en Zuyd Bibliotheek samenwerken. Ik/wij denk/en dat dit een waardevolle ondersteuning voor onze medewerkers en studenten kan zijn. Hen bijstaan met advies en daadwerkelijk hulp op het gebied van technologie in het onderwijs. Collega’s helpen die betere, inspirerende docent van de 21ste eeuw te kunnen zijn. Die H.E.L.P.R.S  zijn bij videoproducties (in welke vorm dan ook), inzet van web2.0 tools, digitale didactiek, aanbieden van diverse soorten informatiebronnen tbv curriculumontwikkeling – en vernieuwing, informatievaardigheden, gamification, 21st centuryskills, onderzoeksvaardigheden …..Ik hoop dat deze droom nog eens uitkomt. Het zou zo mooi zijn!
Judith

Onderzoek naar inzet Serious Gaming bij Pabo-studenten

Dag Marcel,
Leuk was het om enkele weken geleden bij de start van het onderzoek van ‘onze Chris’ te zijn. Chris Kockelkoren volgt een master Pedagogiek (specialisatie Onderwijskunde) bij Fontys Hogeschool Tilburg. In het kader van zijn studie start hij een leerwerkproject waarin onderzoek moet plaats vinden naar een innovatie in het onderwijs. Deze behoort ook in de praktijk gepland en uitgevoerd te worden.
Natuurlijk heb ik hem gevraagd om in ons blog toe te lichten wat zijn onderzoek inhoudt. Het woord is aan 

OUR 2bejammed GUEST: Chris Kockelkoren

Hoofdvraag onderzoek
Ik heb gekozen om mij te gaan richten op het verbeteren van het onderwijs en daarin gekozen voor onderwijsvormen die meer passen bij de huidige beleving van de studenten (Jane McGonigal): serious gaming. Ik wil kijken in hoeverre een samenhang is te vinden in serious game en self-efficacy, beleving en inzet van studenten.
Self-efficacy is de overtuiging die iemand vooraf heeft dat hij een taak succesvol kan verrichten.

Pedagogische onderbouwing
Volgens Locke (Van Crombrugge: Denken over opvoeden) kunnen mensen alleen leren als je vrij bent. Vrij zijn betekent ook een geestelijke vrijheid hebben. Fiedrich Fröbel (daar is het woord fröbelen naar vernoemd) geeft aan dat kinderen zouden moeten opgroeien in een kindertuin. Een tuin waar ze vrij, zonder angst voor fouten, kunnen leren in de nabijheid van hun opvoeders. Als je het boek “Het puberbrein” (Nelis&Sark: Puberbrein binnenstebuiten) leest, dan dient de jeugd te worden beschermd tegen de invloeden van social media in de klassen. Dit wordt een middeleeuwse tuin genoemd. Ik ben echter van mening dat onze studenten beter gedijen in Franse tuin van Herbart. Deze is veel opener en studenten kunnen leren van hun fouten zonder dat ze worden beschadigd. Ik ben van mening dat we studenten moeten leren dat fouten maken ok is en dat ze daarvan kunnen leren en uiteindelijk een beter mens worden. Dus wij gaan studenten niet waarschuwen voor gevaren (Van Crombrugge noemt dit “Führen”) maar ze zelf laten ervaren en mogelijk uiteindelijk vooraf al laten inzien (Van Crombrugge noemt dit “wachsen lassen”). Serious games sluiten hier enorm goed op aan. Je krijgt op diverse levels uitdagingen die je zo vaak mag doen, totdat je ze hebt gehaald.

Onderwijskundige onderbouwing
In een serious game komen diverse zaken naar voren die onderdeel zijn van het sociaal constructivistisch denken. Interactie, samen leren, samenwerken, feedback (zelfs regelmatig), etc.

tuin

Gedurende de presentatie had ik een kleine serious game gemaakt, om de toehoorders kennis te laten maken met een serious game en de effecten. De toehoorders moesten in groepen van vier samen enkele quests uitvoeren. Het effect was groter dan verwacht. Mensen die eigenlijk weg moesten, bleven omdat ze nieuwsgierig waren (en mij niet teleur wilden stellen). Ik had de tijd op 10 minuten gesteld en na die tien minuten heb iedereen tot drie keer moeten vragen om te stoppen … ;), dit is kenmerkend en zie ik ook bij studenten die in de les gebruik maken van studiemateriaal in de vorm van een game. Maar natuurlijk moet ik het nu met een duidelijk onderzoek ook worden aangetoond.

Doordat het publiek zo gemêleerd was, heb ik niet alleen veel vragen gekregen maar ook mooie aanvullingen. Hierdoor kan ik het onderzoek nog scherper opstellen.

Enkele vragen uit het publiek waren:

  • Je zegt dat de uitstroom in het eerste jaar maakt dat er iets in het onderwijs anders moet. Ik ben dat met je eens, maar heb je andere redenen ook bekeken?
    Antwoord: ja er zijn al veel andere zaken die zeker ook bijdragen aan het tegengaan van uitval zoals: betrekken van ouders, intakegesprekken, betere voorlichting, sfeer op school (betrokkenheid) en betere voorbereiding van havo-student op zelfstandig werken (al op havo). Dit zijn allemaal zaken waar uit onderzoek blijkt, dat deze een positief effect hebben bij het terugbrengen van de uitval. Maar in de literatuur wordt geen eenduidige oplossing gegeven voor dit probleem, dus heb ik gekozen voor een onderwerp dat vrij nieuw is, dicht bij mij ligt en alleen nog maar op kleine schaal en vaak experimentele wijze wordt ingezet: serious gaming.
  • waarom dit onderzoek niet in de propedeuse uitval in leerjaar 3 zijn minimaal
    Antwoord: Dit is zeker een terechte en logische opmerking. Ik heb hiervoor enkele verklaringen, waarom ik toch voor de derdejaars minor heb gekozen.
  1. de uitval was een aanleiding tot dit onderzoek in combinatie met de uitspraak van Inspectie van het onderwijs en Paul Reijns van Zuyd Hogeschool dat de manier waarop het onderwijs wordt gegeven kan verbeteren en dat werd als een van de mogelijke oplossingen vermeld. Dus ik heb meer gekeken naar onderwerpen waarin ik het plezier en de beleving kan stimuleren en het onderwijs kan afstemmen op de nieuwe generatie studenten (dit op basis van statistiek UM in presentatie). Ik hoop stiekem dat dit ook mogelijke samenhang heeft met andere zaken, maar dat kan ik met dit onderzoek niet aantonen.
  2. Als ik meer plezier en een toename van self-efficacy kan verkrijgen bij derdejaars (die zeker al gemotiveerder zijn dan eerstejaars) dan lijkt het mij redelijk om aan te nemen, ofschoon je dit wel zou moeten onderzoeken alvorens hierover uitspraken te doen, dat het zeker ook effect heeft bij eerstejaars.
  3. Gezien de omvang en duur van het leerwerkproject is het maken van een game te omvangrijk en daardoor niet meegenomen in het onderzoek en heb me dus moeten beperken tot onderdelen waar een serious game nu al onderdeel is van het onderwijs. Dan blijven niet veel keuzes over en dan sluit de minor Digicoach het beste aan bij het onderzoek. Daarnaast is deze minor ook zeer interessant, daar het geen ICT-publiek bevat, maar Pabo-studenten.
  • (vrije vertaling van mij op basis van een vraag uit het publiek): Als je hebt aangetoond dat meer werk wordt verricht en de self-efficacy is gestegen, wie zegt dat dit komt door de serious game, misschien komt dit wel doordat de student veel meer werk verricht en daardoor een hogere self-efficacy heeft gekregen?
    Antwoord: Dit lijkt inderdaad in eerste instantie een moeilijk te bewijzen iets. Maar als ik kan aantonen dat tijdens de minor met een serious game meer uren in de studie wordt gestopt dan in de minoren waar op de “traditionele” wijze wordt lesgegeven, kun je in nader onderzoek kijken of dat komt door de serious game of de soort minor.
  • (vrije vertaling van mij op basis van een vraag uit het publiek): niet iedereen vaart wel bij onderwijs in de vorm van een serious game er zijn studenten die de oude wijze van lesgeven prima vinden?
    Antwoord: Dit lijkt te kloppen. Maar ik draai het om. Veel van de traditionele manieren van lesgeven spelen vaak in op één wijze van leren van studenten. Vaak is dat niet de wijze waarop studenten leren, maar hoe de docent leert. Als je het boek van Jane McGonical leest, dan zegt zij dat het hele leven een game is, dus is iedereen al onderdeel van een serious game. Serious gaming sluit daarom ook geen leerstijl uit, mits de onderwijseenheid ook alle manieren ondersteunt. Maar dat geldt voor alle onderwijsvormen. Bij een serious game kan iedereen zelf bepalen hoe hij de quests (opdrachten) uitvoert en hoe hij de kennis tot zich neemt. Kijk in het experiment op het einde van mijn lezing. Alle groepen hadden mensen met diverse leerstijlen in zich en iedere groep heeft het ook op zijn eigen wijze aangepakt. De game staat dit allemaal toe en beperkt niemand. Wel kun je spelenderwijs zien welke effecten een bepaalde strategie heeft (kindertuin van Fröbel), met name in combinatie met de voortgang van de quests. De constante feedback zorgde voor aanpassingen van de strategie bij bepaalde groepen, zonder dat hiervoor instructies zijn gegeven.

Mochten nog andere zaken zijn ingevallen die een bijdrage kunnen leveren aan mijn onderzoek of je niet eens bent met de beantwoording dan zie ik graag je vragen, artikelen en aanvullingen tegenmoet. Klik hier voor zijn contactgegevens.
Ik zal jullie via mijn blog kockelkorencj.blogspot.com op de hoogte houden van de voortgang van het onderzoek.

Game ze!
Groet Chris

Namens ons allebei heel veel succes Chris!
JAM on! 🙂

Wat als we Weblectures willen?

Ha Judith,

Waar moeten we naartoe als we weblectures willen? Toch een vraag die ik steeds vaker hoor… Opnames van hoorcolleges of onderwijsinhoud die in een online videolecture verwerkt worden is een hot item binnen het onderwijs. Bijna inherent aan de MOOC hype is de opkomst van weblectures. Zonder weblectures geen MOOC zou je bijna kunnen zeggen. En natuurlijk zijn de weblectures er al veel langer.

Ook binnen Zuyd zijn we al jaren bezig met opnames van colleges en vergelijkbaar materiaal. Of dat nu met Adobe Connect (in SURFgroepen) met Wimba (Eliane Boileau) via Blackboard, via de iPhone/iPad (Jannie Sangers) of via opnames van de AV Dienst Heerlen gedaan werden. We hebben ze inmiddels in alle soorten en maten verzameld. Net zoals de rest van Nederland en de wereld in verschillende formaten: regulier, live, Rich Media etc.

RichMedia

Als ik goed zie is het hier collega Pierre Gorissen van Fontys tijdens een presentatie

Vanuit verschillende projecten is er ook binnen Zuyd gewerkt aan weblectures. We hebben een aantal opnamesets van Presentations2Go, een viertal, en we hebben 1 streaming video server. Daar zijn momenteel onze weblectures op verzameld en via dat systeem gelinked aan Blackboard of via andere links beschikbaar voor studenten en docenten. We hebben ook gezien bij Jeroen Alessie wat wel en niet werkt bij opnames en waar je een hogere kijkdichtheid en kijkduur mee kunt krijgen.

Het enige wat momenteel nog ontbreekt is een beheersorganisatie rondom weblectures. Momenteel staan daar wel de apparaten en zijn er enthousiaste docenten die er iets mee willen, maar we (onder leiding van: Els Koelewijn) zijn nog bezig met een business case om te kijken hoe (een jaar) na afloop van het project dit systeem een embedding krijgt in de Zuyd organisatie. Learning Valley, de aanbieder van P2GO, timmert ondertussen aan de weg. Ze hebben inmiddels een cloudoplossing gerealiseerd die via SURF beschikbaar is voor SURF Conext gebruikers. Ik hoop dat we hier snel gebruik van kunnen maken, want ik ben erg benieuwd naar die omgeving. Werkt die hetzelfde als die van ons? Kun je weblectures delen met collega instellingen? Kunnen studenten ook videomateriaal op het systeem zetten, zodat ik het kan inzetten bij peer assessments of bij het beoordelen van presentatieskills? Vragen genoeg! Ik hoop dat ik snel een keer kan experimenteren.

Ondertussen hoop ik dat onze eigen faculteitsdirecteuren snel kunnen aangeven hoe ze de interne organisatie rondom weblectures gaan betalen, want waar we het systeem ook hebben staan (intern of extern) ondersteuning van collegas blijft hard nodig: technisch, functioneel, operationeel maar zeker ook didactisch en misschien durven we zelfs wel te denken aan educational content creators of assistants (zoals Pieter Dekkers ooit in Canada genoemd werd)

Tot dat moment blijven we vrijwillig het systeem zo goed mogelijk in de lucht houden, zodat in ieder geval de weblectures die al opgenomen zijn en gebruikt worden in het onderwijs ook beschikbaar blijven. En toch wil ik een noodkreet slaken voor een ander! Weliswaar wel over weblectures en zeker belangrijk, maar in eerste instantie niet voor onszelf

In de periode 2009-2011 heeft het SURF-NAPproject OASE plaatsgevonden, waaraan 10 hoger onderwijs instellingen hebben deelgenomen. Het project  had tot doel verhoging van het studierendement m.b.v. weblectures. Een mooi resultaat van dit project is de website www.weblectures.nl waar de nieuwste en meest succesvolle toepassingen van weblectures en varianten worden gepubliceerd. We ontvingen een supportverzoek in onze mailbox van de SIG Weblectures. De website weblectures.nl is aan hen overgedragen maar zij hebben niet genoeg financiële middelen.

Het kan toch niet zo zijn dat deze waardevolle website verloren gaat? Wij zijn niet in de positie om hiervoor financiën beschikbaar te stellen. HBO-raad, SURF, Ministerie, welk nationaal orgaan ook, bewaar deze site voor de volgende generatie gebruikers van weblectures. Voor de volgende generatie inspirerende docenten die het onderwijs voor hun studenten beter, rijker, mooier en nog beter beschikbaar te maken. Maar het mag van mij ook een gesponsorde site worden door de verschillende aanbieders van weblectures tools en hardware. Dus nee niet alleen Zuyd die dit moet oppakken, maar juist een van de verschillende centrale organisaties die we hebben, zodat ook geheel onderwijzend Nederland hier gebruik van kan blijven maken.

Groet Marcel

In Finland is alles beter?! #finles

Ha Marcel,

Heb je de oudejaarsconference van Eric van Muiswinkel en kompanen gezien? In “Het eerlijke verhaal’ factcheckte Joep van Deudekom en Rob Urgert alle uitspraken van Van Muiswinkel en elke keer bleek dat Finland altijd beter scoorde dan Nederland. Lachen! Dat deze factcheckers hun werk niet goed deden moest nrcnext natuurlijk weer factchecken 😦 Ze snapten de humor niet.

In ons onderwijsland wordt met enige jaloezie naar het onderwijssysteem in Finland gekeken. Ik heb hierover al eens eerder geblogd n.a.v. de documentaire The Finland Phenomenon die toen niet meer online beschikbaar was, maar nu weer wel! Kijk de 60-minuten via vimeo of even deze 2 minuten:

Ook tijdens een expertmeeting van NVB-OO over de toekomst van bibliotheek en hoger onderwijs met Matthijs Leendertse waarover ik toen geblogd heb, kwamen de PISA-scores van Finland ter sprake.

Afgelopen week was Pasi Sahlberg in Nederland. Sahlberg is topadviseur van het Finse Ministerie van Onderwijs en was een paar dagen in Nederland ter promotie van zijn vertaald boek Finnish Lessons.

In zijn boek Finnish Lessons vertelt Pasi Sahlberg de geschiedenis van de Finse onderwijsvernieuwing. Hij beschrijft hoe de Finse strategie en tactiek verschillen van die van de wereldwijde onderwijsvernieuwings-beweging. Het boek gaat in op de rol van de leerkracht en de relatie tussen onderwijs hervorming en verschillende sectoren van de samenleving. De auteur beschrijft hoe Finland zijn successen boekte, zonder door een controversieel proces te gaan van implementeren van competitie of verantwoording op basis van toetsing.
Bron: website Finnish Lessons

Wilfred Rubens had de eer om bij de masterclass van Pasi Sahlberg aanwezig te zijn en heeft uiteraard hierover geblogd. Wilfred vatte Sahlberg’s belangrijkste lessen voor het Nederlands onderwijs samen in 9 punten:

  1. Meer samenwerking thuis, minder competitie internationaal.
  2. Meer vertrouwen gebaseerd op verantwoordelijkheid, minder verantwoording afleggen op basis van toetsen.
  3. Minder standaardisering, meer maatwerk. De ergste vijand van creativiteit is standaardisering.
  4. Sociaal kapitaal (gemeenschapszin, sociale netwerken) is belangrijker dan ‘human capital’.
  5. Meer eigenaarschap van het doceren, minder externe controle.
  6. Focus meer op basis van billikheid (‘equity’).
  7. Doceer minder, leer meer. In Finland krijgen leerlingen tussen 7-14 jaar 2200 uur minder les, er is meer ruimte voor spel. Spel is noodzakelijk voor creativiteit en verbeeldingskracht. Die kenmerken zijn vandaag de dag erg belangrijk.Docenten in Finland hebben meer tijd voor curriculumontwikkeling, het beoordelen van lerenden en het verbeteren van school.
  8. Professionalisering van docenten.  Een academische opleiding alleen is volgens Sahlberg niet voldoende. Je moet docenten bijvoorbeeld ook als een professional behandelen, en waarderen.
  9. Beleid moet meer gebaseerd zijn op bewijs, in plaats van experimenten met kinderen.

Lees de verdere toelichting op het blog van Wilfred Rubens: Impressie masterclass Finnish Lessons door Pasi Sahlberg #finles

Wij behoorden niet tot de ‘lucky ones’ om de masterclass bij te wonen. Gelukkig is er ook een TEDTalk van Pasi Sahlberg 🙂 De samenvatting zoals Wilfred Rubens gaf, zie je ook in deze TEDTalk

Het Nederlandse onderwijs zou meer gebaseerd moeten zijn op samenwerking, en vertrouwen gebaseerd op verantwoordelijkheid. En dus minder op competitie, en op het afleggen van verantwoordelijkheid op basis van toetsen. Dat zijn twee van de belangrijkste lessen van Pasi Sahlberg voor ons onderwijs.

Laten we leren van deze Finse lessen!
Judith