Zoekresultaten voor knowmad

Zet ik iets in beweging? #knowmadMOOC

Hallo Marcel,

Dit blog geldt als afronding van de Knowmad MOOC. Gisteren heb ik gewerkt aan de 2e en tevens laatste week van de MOOC. Zie hier mijn blog over week 1. Wederom herkenbare issues. Het centrale thema ging over mensen in beweging brengen. Ik geloof in de mogelijkheden van sociale technologie voor teamcommunicatie, daarover heb ik gisteren ook geblogd. De eerste vraag van week 2 ging hoe je mensen in je organisatie in beweging brengt. Ik ben me steeds vaker aan het afvragen of ik dat wel wil, of ik daarvoor de aangewezen persoon ben. Daarover later meer.

In de MOOC werden verschillende typen professionals benoemd, zoals die ook in het boek Leren in tijden van tweets, apps en likes staan (de MOOC is door de auteurs van dit boek samengesteld en wordt ook door hen geweldig goed gemodereerd!).
Je hebt de knowmad, een professional die slim gebruik maakt van sociale technologie om op zijn vakgebied bij te blijven. De googler  die niet zo handig is met sociale media, maar wel een gedreven professional is. De hobbyist is iemand met een hoge affiniteit voor technologie maar niet zo gepassioneerd in zijn vakgebied. En de follower is iemand die niet online-vaardig is en niet intrinsiek gemotiveerd. De typering lijkt me gebaseerd op de innovatietheorie van Rogers.
Willen we wel van iedereen ‘knowmads’ maken? Kunnen we wel van collega’s ‘knowmads’ maken? Ik betwijfel het. Pas als mensen gemotiveerd zijn om iets met sociale technologie te doen omdat ze ervaren wat het hen oplevert, gaan ze aan de slag. De googlers en hobbyisten zullen de meeste interesse tonen. De followers, dat zegt het al die volgen misschien later.
In de bijdragen lees ik opmerkingen als: inspireren, aanmoedigen, gewoon doen. Reacties die van mij zouden kunnen zijn geweest, maar waarvan ik steeds meer afvraag welk effect dat heeft.

Moeten managers zelf knowmad zijn voordat ze anderen daarin kunnen ondersteunen?, was ook een vraag. In mijn leerinterventie heb ik betoogd dat managers een cruciale spelen bij de inzet van sociale technologie om online samenwerken en online kennisdelen te stimuleren. In het rapport Google it: the secret online lives of UK managers (2016) blijkt dat managers vooral collega’s en Google gebruiken om uitdagingen aan te pakken. Ze maken maar mondjesmaat gebruik van sociaal online leren. Ook dat is herkenbaar, maar niet alleen managers werken op deze manier. Ik merk dat ik steeds vaker een vraagje krijg van ‘hoe zit dit’, zonder dat mensen zelf eerst online op zoek gaan. Veel antwoorden zijn online te vinden, maar dat betekent wel dat je over goede zoek- en informatievaardigheden moet beschikken. En de juiste vragen kunt stellen. Het knowmadisch werken vergt vaardigheden, daarin moet je investeren.
Volgens mij is het wel bevorderend als managers ruimte bieden om sociaal te leren, dit stimuleren en waarderen. Aandacht hebben voor de manier waarop jij je ontwikkelt. Een voorbeeldgedrag is wenselijk, maar niet noodzakelijk. Openheid en transparantie is meer nodig, dan komt gebruik van sociale technologie vanzelf, denk ik zo 🙂

Een andere discussie ging over het verplicht stellen of er vanuit gaan dan iedereen sociale technologie gebruikt. Volgens kan dat voor privé netwerken als Facebook, LinkedIn, Twitter, maar ook voor Whatsapp niet. Heb je teamcommunicatietools beschikbaar binnen je organisatie zoals Yammer, Slack, Basecamp en je spreekt af deze hiervoor te gebruiken, dan vind ik dat je deze (net zoals we dat van mail verwachten) moet gebruiken. Ik ben een groot voorstander van Modern Workplace Learning net zoals Jeff Kortenbosch in het artikel Verandering vereist doorzettingsvermogen. Uiteraard komt daar het 70:20:10 model weer ter sprake (voor wat het waard is). Ik ben het wel eens dat leren voor professionals bestaat uit een combinatie van samen leren op de werkplek in een betekenisvolle context, al dan niet met support, social learning en formele trainingen. Een afdeling die dan medewerkers helpt, vraagt, coacht, meedenkt en ondersteunt bij dit leerproces is dan wel echt nodig.

Mijn laatste opdracht was via een meme (?? had ik nog nooit van gehoord ) een idee te delen over knowmads waarmee je iets in beweging zet. Ik moest denken aan de TEDtalk van Derek Sivers.

Ik voel me binnen Zuyd regelmatig die gek die in haar eentje aan het dansen is 😉
Dat gevoel ligt bij mij. Ik kom tot de conclusie dat dit te maken heeft met mijn nog al stellig beeld van een (gewilde!) professional. Veel van mijn beelden heb ik overigens gehaald uit het boek van Manon Ruijters over professionele identiteit.

Volgens mij dient de huidige professional een lerende professional te zijn die eigen verantwoordelijkheid draagt en actief bijdraagt aan een community van aankomende – en medeprofessionals. Die daarbij slim gebruik maakt van sociale technologie om te leren, te reflecteren en bij te blijven op het vakgebied. Die open kennis deelt en die deelt waar hij/zij aan werkt.
[Professional/professioneel komt immers van het Latijnse ‘profiteri’ dat betekent ‘openlijk verklaren’.]

Ja, ik leg de lat hoog 😉 Ik word regelmatig gevraagd bij diverse initiatieven vanwege mijn kennis en ervaring met online kennis delen en samenwerken. Als we dan aan de slag gaan, blijken de beelden heel divers. En ik merk dat ik gefrustreerd raak als het open online samenwerken en kennis delen niet van de grond komt. Te vaak zijn er te veel belemmerende factoren. Ik ken ze allemaal. En heb er begrip voor.

Maar dit soort karren wil ik niet meer trekken, dit soort verantwoordelijkheden niet meer voelen. Ik dans niet graag alleen. Ik heb anderen nodig om mijn werk te kunnen doen. Ik heb verbondenheid nodig, en wil zinvolle bijdrage leveren zodat mijn werk leidt tot betere resultaten.

Dus ja, ik heb voor mezelf wel wat besluiten genomen. Tuurlijk blijf ik open en online mijn kennis delen. Ik ben toch een gulle gever 😉 Zet ik iets in beweging? Misschien wel. Maar niet meer bewust en actief. En mijn oproep voor alle gewilde professionals:

Laat zien wat je beweegt!

Judith

Waarom gebruiken mijn collega’s geen Yammer? #knowmadmooc

Hi Marcel,

Enige tijd geleden werd ik via Wilfred Rubens’ blog Waarom medewerkers vaak geen teamcommunicatietools gebruiken geattendeerd op een blogbericht van zijn naamgenoot Paul Rubens: Waarom jouw collega’s geen Slack willen gebruiken.

Blijkbaar zijn wel veel organisaties bezig met implementatie (of zijn het van plan) van teamcommunicatietools, maar de werknemers zijn hierover niet erg enthousiast. In beide blogs worden argumenten aangedragen waarom medewerkers deze teamcommunicatietools als Yammer, Slack, Link niet gebruiken.

  • Geen urgentie. Je kunt prima zonder. Het is weer een communicatiemiddel naast de o zo volle mailbox en de altijd pingende Whatsapp
  • Slechte gebruikersinterface. Het kan niet concurreren met het gebruiksgemak van Whatsapp, simpele Twitter of de bekende interface van Facebook (misschien dat Workplace van Facebook iets wordt, zou Marketing & Communicatie daar al mee bezig zijn? #dtv)
  • Overbodige functionaliteiten. 
  • Veelheid aan notificaties. Bij al die communicatietools staat standaard meldingen aan. Dit levert nog meer mails in hun overvolle mailboxen. Mensen weten niet hoe met deze tools om te gaan.

Paul Rubens adviseert meer te investeren in professionaliseren, ondersteunen bij het gebruik van dergelijke tools. Het leren filteren van informatiestromen.

Wilfred Rubens vult dat aan met het argument ‘autonomie’. Medewerkers willen graag zelf hun communicatiemiddel kiezen. Daarnaast beargumenteert hij dat teamcommunicatietools beter het synchroon communiceren zou moeten ondersteunen.

Zijn wij in staat de vraag te beantwoorden of werknemers een teamcommunicatools nodig hebben om online samen te werken en kennis te delen? Die vraag dienen we volgens Paul Rubens eerst te stellen.

smartphone-1445489_1920

CC0 via Pixabay

Je hebt misschien gezien Marcel dat dit blog bericht al enige tijd in concept stond. Ik wilde een poging wagen om de vraag die Paul Rubens stelde te beantwoorden. Maar ik liep vast……. het werd een klaagzang, dat wilde ik niet. Ik heb het nu, met de beelden die ik heb opgedaan in de Knowmad MOOC nog eens een poging wagen 🙂

Hebben werknemers teamcommunicatools nodig hebben om online samen te werken en kennis te delen?

Je weet dat ik regelmatig gevraagd wordt een advies te geven rondom sociale technologie, of hierin als communitymanager te ondersteunen. Mijn eerste vraag is dan: Hebben we hetzelfde beeld bij online samenwerken en kennisdelen? Het beantwoorden van deze vraag wordt al vaak uit de weg gegaan. Mijn ervaring is dat beelden verschillend zijn. Men vindt samenwerken en kennis delen ontzettend belangrijk, maar de ambitie om dit online te doen is er veel minder. Het doorbreken van eigen routines om online samen te werken en werkwijzen op elkaar af te stemmen is lastig. De tijd nemen om online kennis te delen en elkaar online te informeren waar men mee bezig is, is een nog lastiger issue. Wilfred Rubens benoemt terecht dat dit type asynchroon communiceren arbeidsintensief is. Veelal wordt samenwerken en kennis delen gezocht in nog meer bijeenkomsten of ‘bila’s’ belegen. Als ik tijdens bijeenkomsten benoem dat informatie/kennis ook online gedeeld kan worden zodat bijeenkomsten effectiever en efficiënter (‘Flipped‘) kunnen verlopen, voel ik weerstand. Nee, ik heb niets tegen inspirerende bijeenkomsten. Wel tegen tijdsverspilling.

We weten dat om een veranderproces in gang te zetten er een motiverende urgentie nodig is. Veelal heeft urgentie te maken met ‘what’s in it for me?’. Misschien, vraag ik me zelf de laatste tijd vaker af, moeten we ons eens de vraag ‘what’s in it for us?’ gaan stellen.

Ik heb deze vraag in de KnowmadMOOC ook gesteld aan John Moravec, auteur van het boek Knowmad Society (gratis te downloaden). Hij reageerde:

OOOOOOOOH. Good question. I really think that we need strong social policies to support a knowmad society. The logic is simple: We all do better when we all do better. Individuals should look for their unique development and improvement, but we also need to support the needs and dreams of everybody.

Dat sluit mooi aan op mijn leerinterventie die ik voor mijn studie heb gemaakt: “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder” Hierin heb ik onder andere gesteld dat ook het management (met name teamleiders) open moeten staan voor het communiceren via online kennisdeel- en samenwerkingsplatform. Maar ook al staan leidinggevende hiervoor open dan merk ik dat mijn collega’s ‘open’ communiceren (al is dat in een afgesloten Yammergroep) een grote stap (te ver?) vinden. De mail is en blijft een leidende communicatietool.

Collega’s communiceren natuurlijk online met collega’s en studenten via eigen gekozen (autonomie) communicatiemiddelen in groepen als Facebook of Watsapp. Maar voor mij zijn deze tools niet te vergelijken met tools als teamcommunicatietools als Yammer en Slack. Mail, Facebook en Whatsapp zijn communicatiemiddel waarin jij bepaalt met wie je iets wilt delen cq communiceren. Yammer (binnen de organisatiemuren) en bijvoorbeeld Twitter (buiten de organisatiemuren) zijn toepassingen waarmee jij deelt wat je doet/weet. Iedereen die tot dat netwerk behoort kan daar kennis van nemen. Je deelt gul zonder dat je op voorhand weet wie je daar gebruik van neemt. Dat is toch een iets ander uitgangspunt.

Judith

Knowmadisch werken #knowmadmooc

Hola Marcel,

Misschien heb je het via Twitter meegekregen dat ik deze week gestart ben de MOOC Help, er zit een knowmad in mijn organisatie! Een knowmad is iemand die ook slim gebruik maakt van online media om te leren, te reflecteren en bij te blijven op zijn/haar vakgebied. In het Engels wordt dit ook wel Personal Knowledge Management genoemd (PKM). Ik heb hierover al eens geblogd. Deze MOOC kan je zien als een verdieping op het boek van “Leren in tijden van tweets, apps en likes (zie mijn blog). De auteurs Joitske Hulsebosch & Sibrenne Wagenaar zijn ook de samenstellers en moderatoren van deze MOOC. De MOOC wordt aangeboden door de MOOCademy via het platform Curatr. Heb ik al enige ervaring mee met de MOOC Exploring Social Learning.

In de aankondiging van de MOOC staat:

Knowmadisch werken en online professionaliseren zal belangrijk worden. Formele leervormen als een opleiding of training zullen hun  waarde behouden, maar er komen veel andere leervormen bij die veel dichter bij het werk liggen en veelal veel sneller te organiseren zijn. Wij zijn er van overtuigd dat mensen die zich online weten te professionaliseren sterk in het werk staan en succesvol zullen zijn. Vanuit deze gedachte zien we twee boeiende uitdagingen voor leerprofessionals:

  • Hoe kunnen we medewerkers ondersteunen bij het zich eigen maken vaneen meer knowmadische manier van werken? En wellicht gaat hier nog een stap aan vooraf: hoe kan ik zelf ook op een meer knowmadische manier gaan werken?
  • Als veel medewerkers op deze manier werken, wat betekent dit dan voor de nieuwe leervormen?

Welke vormen ondersteunen dit? En hoe organiseren we dit? Wat betekent dit voor de inrichting van de leerfunctie?

Ik heb dezelfde overtuiging, en heb ook deze uitdagingen 🙂 🙂 .

knowmad

 

Vorige week ontving ik een mail (inspirerend, leuk van toon) waarin ik uitgenodigd werd een test te doen om inzicht te krijgen in mijn online leerstrategie is. Vragen bestond uit als: wat zijn je favoriete tools, hoe actief ben je er mee ben, wat ik echt niet zou kunnen missen, en wat mensen van mijn social media gebruik vinden. De uitslag is niet zo verrassend 😉 Ik ben een gulle gever (57%), maar ook een verzamelaar (27%) en een betekenisgever (20%).
[update 19 januari: Wil je zelf deze online leerstrategie test doen? Dat kan! Hier is de link. In de mail van de moderatoren las ik dat uit de testresultaten tot nu toe komt dat 54% verzamelaar is, 34% betekenisgever, 11% gulle gever. Had niet verwacht dat ik zo ‘afwijkend’ zou zijn 🙂 ]

Gisteren heb ik even mijn ‘smoel’ laten zien (voorgesteld, profiel ingevuld). Vandaag inhoudelijk een paar uurtjes aan de slag geweest. Hier en daar at random wat reacties achter gelaten. Het zijn er echt veel te veel om alles te lezen (succes moderatoren 😉 ).

Ik heb gelezen over het seek-sense-share framework van Harold Jarche.
Seeking -> curator via mijn RSS-reader Feedly
Sensing -> reflectief bloggen op 2beJAMmed
Sharing -> via diverse blogs, wekelijkse Nieuwsflits, ScoopIts
Ja, Working and Learning Out Loud! WOL-LOL-TOL 🙂

wol-lol

Heb ongeveer zo’n zelfde plaatje van Jarche gebruikt bij de afronding van het project van de initiatiefgroep Community van Communities: hoe wordt binnen Zuyd learning communities vormgegeven.

Vooralsnog veel bekende informatie voor mij (maar dat is ook niet vreemd). Morgen mijn level afmaken. Mocht ik nog nieuwe inzichten tegenkomen, dan zal ik dit in mijn buitenboordbrein (hier dus) opslaan.

Groet,
Judith

Knowmad

Hi Marcel,

Veel van mijn vriendinnen werken in de zorg. De laatste weken hoorde ik weer verschillende verhalen hoe hoog de werkdruk daar is. Deze wordt vooral ervaren door het vele papierwerk, alles moet geregistreerd worden, zodat (mijn interpretaties) bestuurders zich kunnen indekken en kunnen verantwoorden over alle handelingen en calamiteiten. En geloof me … het gaat ver… Het is dat deze professionals zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel hebben en waken over het belang van hun patiënt.

Ik zie parallellen met het onderwijs.

Schaalvergroting in zowel zorg als onderwijs leidde tot een andere sturing. Door zoveel mogelijk (alles) te registreren (onder het mom van kwaliteitsverbetering) probeerde de bestuurder grip te krijgen op het proces. Hij was immers uiteindelijk verantwoordelijk. De zorgmedewerker, de docent kwam in een slachtofferrol: want ‘zij’ beslissen maar…

Ik beschrijf het wat gechargeerd. Toch staat dit ook ongeveer beschreven in het artikel ‘Haal de professional uit zijn rolgevangenis‘ waarop ik door onze lector Dominique Sluijsmans werd geattendeerd. In dit interview zegt HAN-lector Goed Bestuur en Innovatiedynamiek in Maatschappelijke Organisaties, Frans de Vijlder dat professionals hun professionele ruimte moeten claimen en dat bestuurders ruimte moeten bieden. Hij stelt dat zowel bij zorg als onderwijs de nadruk komt te liggen op keten- of netwerkgovernance. Dat betekent voor het onderwijs dat de docent moet leren dat hij werkt in een brede organisatie en dat hij als een team en netwerkprofessional moet samenwerken met anderen. Er dient een verschuiving plaats te vinden van solo- naar netwerkprofessional.

internet-1651163_960_720

CCO Pixabay

Ketenvorming vraagt om integraal werken aan sociale vraagstukken en de bereidheid tot interprofessioneel samenwerken.

Onze steeds complexer wordende samenleving vraagt om samenwerken. Of dat interprofessioneel, multidisciplinair of cross-over is. We moeten over onze grenzen heen kijken om verder te komen. Studenten vragen er ook om (zie Zuyd Living Lab).

Een netwerkprofessional heeft vaardigheden nodig zoals ik die omschreven heb in mijn blog Work & Learn Out Loud. Deze week las ik een term die ik nog niet eerder van gehoord had: KNOWMAD 🙂

Een ‘knowmad’ is creatief, heeft een rijk voorstellingsvermogen en is innovatief. Het is ook een netwerker, iemand die zelf focus heeft en vanuit openheid aan de slag gaat. Kortom: een grondhouding over de wijze waarop je in je werk staat, die in relatie staat met technologische ontwikkelingen.

Het gaat erom zegt Frans de Vijlder dat professionals weer eigenaarschap gaan voelen over het werk dat ze doen. En het vertrouwen krijgen. Maar hoe transformeren we ons onderwijs, onze zorg?  Daar heeft hij ook geen antwoord op. Dat zal een gezamenlijk zoek(ZOEC*)tocht moeten worden.

Judith

*) Over ZOEC (Zuyd Onderwijskundig Expertise Community) zal ik de komende tijd wel vaker bloggen. Sinds kort ben ik betrokken bij dit initiatief van onze onderwijslectoren. ZOEC wil de leer- en werkomgeving van onderwijskundige professionals van Zuyd worden waarin kennisontwikkeling en -deling centraal staat. Kernwoorden van ZOEC: Samen- Delen – Vertrouwen – Verbinden – Versterken. En fun 🙂

Gelezen: Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs.

Hallo Marcel,

Het zal je vast niet ontgaan zijn dat nu, ruim een jaar na het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het voortgezet onderwijs (Dominique Sluijsmans & René Kneyber) het boek Toetsrevolutie. Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs (Dominique Sluijsmans & Mien Segers) is verschenen. Ik kreeg het boek omdat ik het graag wilde lezen en om er een blog over te schrijven natuurlijk 🙂

De afgelopen jaren is veel aandacht geweest voor summatief toetsen. Dat heeft op veel onderwijsinstellingen geleid tot het invoeren van toetsbeleid en het professionaliseren van docenten via BKE/SKE-trajecten. In opdracht van de Vereniging Hogescholen zijn er rapporten verschenen als Beoordelen is Mensenwerk (2014) en Protocol Verbeteren en Verantwoorden van Afstuderen in het hbo 2.0 (2017). Echter, naast het summatief toetsen van kennis en vaardigheden komt er steeds meer aandacht voor Bildung. Jan Anthonie Bruijn zegt daar in zijn voorwoord over

Een kwalitatief hoogstaande samenleving heeft mensen nodig die kennen, kunnen en voelen: daar ligt voor ons als onderwijsmakers dus een grote verantwoordelijkheid

Aansluitend schrijven de redacteuren Dominique Sluijsmans en Mien Segers in de inleiding dat deze visie

vraagt om een herkadering van het waarom, wat en hoe van de manier waarop wij studenten toetsen en beoordelen.

In 239 pagina’s informeert het boek ons over de formatieve functie van toetsen en beoordelen. Kernthema van het boek is hoe de huidige testcultuur van toetsen en beoordelen (met informatiearme cijfers) kan worden veranderd in een feedbackcultuur. Een collectief gedeelde visie op kwaliteit van leren en de rol van beoordelen is hierbij essentieel. In de BKE/SKE professionaliseringstrajecten gaan docenten al op zoek naar nieuwe inzichten en visies op toetsen en beoordelen, en wat dat betekent voor de eigen opleiding/curriculum. Inmiddels is er een enorme toenamen van formatieve toetsen. In de praktijk blijken deze meer een summatieve functie te hebben, omdat er weinig ontwikkelingsgerichte informatie aan wordt toegevoegd. Feedback dient geen ‘afrekenmoment’ te zijn, zo wordt ook in het boek bepleit.

Onderzoek heeft aangetoond dat feedback een krachtig middel is om te leren. Om tot een duurzame feedbackcultuur te komen moet men de bereidheid hebben ‘elkaar verder willen helpen’. Dit stimuleren is essentieel, dat hebben we ook ervaren tijdens het Zuyd innovatieproject FeedbackFruits.

In een zeer prettige schrijfstijl worden vele docenten uit diverse kennisdomeinen van het hoger onderwijs geportretteerd. Centraal in deze 13 interviews staat de vraag wat feedback van docenten vraagt en op welke manier docenten met elkaar een feedbackcultuur kunnen realiseren. Ook (oud-)collega van Zuyd, Ilse Meelberghs, heeft een bijdrage geleverd.

Naast voorwoord, inleiding en de interviews bevat het boek 11 verdiepende hoofdstukken met bijdrage van o.a. Filip Dochy, Esther van Popta, Cees van der Vleuten, Tamara van Schilt-Mol. Het boek eindigt met vijf kernboodschappen die volgens de twee redacteuren nodig zijn voor een toetsrevolutie in het hoger onderwijs. Zij ondersteunen hun boodschappen door te verwijzen naar (eigen) wetenschappelijk onderzoek en naar de interviews en de verdiepende hoofdstukken in het boek.

In een feedbackcultuur …
1. is er sprake van een samenhangend en studeerbaar ontworpen curriculum
2. krijgen studenten door voortdurende formatieve evaluatie alle kansen om de studie succesvol te doorlopen
3. leren studenten verantwoordelijkheid te nemen tegenover zichzelf en elkaar
4. nemen docenten verantwoordelijkheid tegenover zichzelf en elkaar
5. is er sprake van een collectief kwaliteitsbewustzijn

Dominique en Mien benoemen ook dat de toenemende rol van technologie in het onderwijs en de snelle ontwikkeling van learning analytics dat binnenkort wellicht het denken over assessment opnieuw ter discussie zal stellen. Daar weet jij dan weer meer van 🙂

Tijdens het lezen van dit boek viel het me op dat of je nu over het realiseren van een feedbackcultuur hebt of het kunnen omgaan met technologische ontwikkelingen of over het belang van (sociaal) informeel leren van professionals, we blijven het hebben over pioniers die geduld moeten hebben. Geduld? Terwijl overal wordt gesproken dat opleidingen hun studenten beter willen (moeten!) voorbereiden op de arbeidsmarkt door niet alleen kennis en vaardigheden te toetsen maar ook complexe vaardigheden beoordelen als samenwerken, communiceren, leiderschap en professionaliteit. En dat van die studenten (en docenten!), die voorbereid moeten zijn op levenslang leren, een sterke zelfsturing wordt verwacht. Ik heb al eens vaker geblogd over de knowmad, een professional die slim gebruik maakt van sociale technologie om te leren, te reflecteren en bij te blijven op zijn/haar vakgebied bij te blijven. Vol ongeduld wacht ik. En ondertussen pionier ik vrolijk verder 🙂

In het boek wordt door docenten en onderzoekers gesproken over het belang van (peer)feedback. Ik had het waardevol gevonden als er een aantal kritische bijdrage van studenten was toegevoegd. De (ex-)studenten in mijn directe omgeving zien het belang van (peer)feedback niet zoals de auteurs en geïnterviewden van dit boek dat wel (terecht!) bepleiten. In de praktijk blijkt het toch erg lastig te zijn om docenten en studenten, die een traditionele summatieve toetscultuur gewend zijn, uit deze mindset te halen.

Veranderen kost tijd en veel geduld. Maar er zijn ook al zeer veel goede voorbeelden, zoals in dit boek te lezen. Een inspirerend boek met vele handvatten voor het complexe proces van onderwijs ontwerpen waar feedback een integraal onderdeel van vormt. Van harte aanbevolen.

Paasgroeten,
Judith

 

Sluijsmans, D., & Segers, M. (Red.). (2018). Toetsrevolutie: Naar een feedbackcultuur in het hoger onderwijs. Culemborg: Phronese.

Het boek is te koop (€24,99) via uitgeverij Phronese. Vanaf mei zal dit boek net als het andere Toetsrevolutieboek als pdf beschikbaar zijn via de website toetsrevolutie.nl

<span>%d</span> bloggers liken dit: