Auteursarchief: Judith van Hooijdonk
Helden
Ha M.
Zondagavond zat ik op de bank zoals ik vaak op de bank zit: de iPad op schoot met een half oog kijkend naar de film (die ik al gezien had). Ik scrolde door mijn online krantje (Feedly) waarin zich de afgelopen week al weer 500+ blogberichten hadden verzameld. Ik scan. Ik plaats enkele op een van mijn Scoop.it’s. Ik stuur er door via de mail om mede projectleden te attenderen. Ik lees weer mooie bijdragen van Wilfred Rubens, waar ik nog eens over na wil denken, misschien nog voor een ander blogpost. Die bewaar ik in mijn Pocket.
En ik lees een mooi verhaal van Ilse Meelberghs over haar bijdrage aan het boek ‘Onderwijshelden‘. Je weet wel dat boek waar de afgelopen week zoveel over te doen was. Een kritische blogbijdrage die onderzocht had dat driekwart van de onderwijshelden uit het boek geen leraar is. Waardoor onderwijsadviseurs, trainers, en coaches pijnlijk geraakt waren. Ja het gaat snel met de op- en ondergang van onderwijshelden in het sociale medialandschap. In iedergeval de bijdrage van Ilse, de lerende docent (!) zette me wel tot nadenken. Zo ook de tekst van mijn over win & groei kalender van de afgelopen week.
Vanuit mijn levensvisie open en transparant zijn, leef en werk ik. Het onderhouden van relaties zijn voor mij belangrijk, zowel in privé als werk. Sociale media zijn daarom voor mij een prachtig mooi kadootje. Ik kan nog meer communiceren en kennisdelen 🙂 . Ik geloof net als Ilse in de kracht van dialoog. Alleen ik ben een juffertje ongeduld. Ilse en jij hebben natuurlijk gelijk als jullie me weer moeten zeggen: onderwijsvernieuwing gaat in (hele!) kleine stapjes. Mijn enthousiasme en inspiratie worden gewaardeerd, maar ik zie soms zo weinig resultaat. Of kijk ik niet goed genoeg?
Ik heb de laatste tijd veel nagedacht over mijn rol als I-adviseur. Ja, ik vind het een belangrijke rol. Ja, ik vind het een super leuke baan. Ik attendeer, deel kennis en verbind er wat op los. Niets leuker dan dat. Maar heeft het zin als er vanuit management daar zo weinig aandacht en waardering voor is. Soms voel ik me meer een advizeur. Een dolgedraaide repeteerwekker. En als ik dan collega’s die met onderwijsvernieuwing bezig zijn, hoor zeggen: ja je hebt gelijk, maar ik moet de targets halen, snap ik het ook nog. Ik zie collega’s onderuit gaan voor het onderwijs. Wat moet ik dan met mijn aandacht voor onderwijsvernieuwing?
Volgende week ga ik tijdens mijn masterstudie beginnen aan het 3e leerarrangement ‘Initiëren en begeleiden van onderwijsvernieuwing’. Uit de studiegids:
Op het vlak van vaardigheden, leer je meta-analytische gesprekstechnieken te gebruiken om een meer effectief gespreksvoering te kunnen bewerkstelligen. Aspecten als het omgaan met weerstand bij collegae, het hebben van begrip en creëren van empathie voor collegae, het doorbreken van (politieke) coalities en het strategisch voeren van gesprekken staan centraal bij het aanleren van deze gespreksvaardigheden.
Gisteravond op de bank las ik dat mede-studenten van een andere MLI al aan het worstelen zijn met dit leerarragement.
Benieuwd of ik binnen dit LA mijn eigen leerpad kan kiezen of weer met mijn weerstand te maken krijg tav de formele beoordelingscriteria. Doordat mijn informeel leren (blogs schrijven en lezen) zoveel tijd in beslag neemt en ik dit meer prioriteit geef, omdat ik het zoveel leuker vind, kom ik ook steeds in de knoei met mijn formeel leertraject.
Dit blog moest toch even. Kan ik toch weer gebruiken voor mijn integratiefase :). Bewijsmateriaal in overvloed inmiddels. Leren doe ik wel. In iedergeval door te reflecteren 🙂 En van feedback leer ik ook. Dus kom maar weer op 😉
Judith
Instrumentenmakerij #mli
Ha Marcel,
Als je met onderzoek begint krijg je met andere termen te maken. Termen die voor mij vreemd waren dan wel andere associaties opriepen.
Bijvoorbeeld het woord ‘concept’.
Ik kende het woord in relatie tot notulen en rapporten: een voorlopige versie van een stuk tekst waar nog aan gesleuteld moet worden voordat de tekst definitief is. Ik sla ook regelmatig een blogbericht op als concept 🙂
Ik ken de term natuurlijk als idee voor een nieuw productontwerp, een maatschappelijk vraagstuk of een marketingcampagne bij de battle of concepts waar wij binnen Zuyd ook nog even bij betrokken zijn.
Maar dat bedoelden mijn docenten toch niet…
Volgens Wikipedia is de filosofische verklaring
concept (van het Latijn concipere – conceptum: bijeen nemen, vatten, begrijpen), ook een begrip, is een cognitieve eenheid, namelijk de mentale voorstelling van een of meer ideeën die worden samengevat in een hogere klasse van gelijkaardige of verwante verschijnselen of abstracte relaties. Een concept wordt gekenmerkt door een definitie waarin de eigenschappen ervan worden beschreven en waarmee het van andere begrippen wordt onderscheiden. Deze definitie kan expliciet of impliciet zijn. Sommige begrippen worden niet verder gedefinieerd omdat de inhoud ervan voor iedereen duidelijk en ontegensprekelijk is. Andere begrippen moeten vaak ter wille van het goed verstaan (en voor een goed begrip) duidelijk worden gedefinieerd.
In mijn feedback op mijn concept 😉 – onderzoeksverslag zei mijn begeleider regelmatig dat ik niet te veel ‘concepten’ moest opvoeren in mijn inleiding. Elke keer was ik in de war, hoezo?, moet ik elk begrip dat ik opschrijf toelichten? Ik hoop dat ik nu de concepten uit mijn onderzoeksvraag ‘strak’ genoeg omschreven heb. Moeilijk hoor je onderzoek ‘klein’ houden.
Onderzoekers gebruiken een andere taal, die ik als beginnend onderzoeker moet leren. Zeker al die statistische begrippen: “de n moet minimaal 30 zijn”, ik begrijp inmiddels dat dat betekent dat minstens 30 van mijn onderzoeksgroep van 40 mijn vragenlijst zouden moeten invullen. Er wordt gesproken over de Cronbach Alfa. Uh? Voor jou waarschijnlijk bekende termen. Na googlen weet ik dat dit de maat is voor de consistentie van antwoorden, een indicatie of de vragen hetzelfde concept (!) meten. Belangrijk natuurlijk, maar nog geen idee hoe ik dat moet berekenen.
Wat dacht je van het woord ‘instrument’. Ik hoorde van jou dat jij ook door deze term in de war was gebracht. Ik moet mijn ‘instrumenten’ maandag op orde hebben. Dat betekent dat ik nu flink moet werken aan de digitale vragenlijst en moet sleutelen aan mijn interviewvragen voor de focusgroep. Leuk werk! Ik hoop dat het uiteindelijk een mooi muziekstuk wordt 😉
De afgelopen dagen zit dit vastenavendliedje uit t Krabbegat in m’n kop. Het past wel bij hoe het er nu voor staat 🙂
In alles zit meziek in…,
Wa d’ek ‘r toch weer zin in…,
M’n erreme en m’n bééne slaan de maat
Ik dirregeer m’n eige n’uit de naad
En flut ’s op ’n flutje van ’n cent
Ik oor allang da g’ok da deuntje kent
Nou krij’k ’t op m’n eupe, ‘k staan nie stil
Mette meziek gaan dweile, da’s wa’k wil
Nou Sjeng aon de geng, zeggen we dan op z’n Limburgs 😉
Groet, Judith

cc-by-nc-sa Niels Linneberg
Mixed up #MLI
Ha Marcel,
De afgelopen 4 dagen heb ik weer uren achter mijn laptop gezeten om mijn onderzoeksvoorstel voor de Master Leren en Innoveren te herschrijven. Vlak voor de vakantie (fijn tijdstip) kreeg ik een onvoldoende voor mijn eerste voorstel, terecht. Ik had het ook wel verwacht omdat ik het onderzoek in de week voorafgaande aan de deadline op zijn kop gezet had. Toch is het niet leuk om te horen dat je niet voldaan hebt aan de beoordelingscriteria. Ik vind het sowieso niet leuk om langs een meetlat gelegd te worden 😦 . En het doet wat met je. In iedergeval met mij. Met je motivatie, je zelfvertrouwen en je eigenwaarde. Ik merk het ook bij mijn medestudenten (wellicht een leuke onderzoeksthema voor de MLI-onderzoekers 😉 ).
Ik weet dat het beoordelen van onderzoeken een item is dat veel aandacht heeft in het MLI-docententeam. Ook deze onderzoekers zijn het niet allemaal eens met elkaars beoordelingen. Het heeft toch ook te maken met welke onderzoeksbenadering je aanhangt. De laatste maanden heb ik veel met onderzoekers gesproken en je merkt dat er onderlinge verschillen zijn in de manier waarop ze het onderzoek benaderen, dit heeft natuurlijk ook weer invloed op de manier waarop ze mij van feedback voorzien. En ik, als beginnend onderzoeker, moet in die wirwar van visies bedenken welk onderzoeksdesign nu bij mijn onderzoek past en welke onderzoeksvraag daar bijhoort. Het is namelijk de onderzoeksvraag die richting geeft aan de keuze voor een bepaald type methodologie. Ik vind het lastig om een mening te vormen in deze principiële methodologische discussie. Voor mijn onderzoek gebruik ik een mixed method, een combinatie van een kwantitatief onderzoek (vragenlijst) en kwalitatief onderzoek (focusgroepen). Al surfend op het net stuitte ik op de (oude maar nog actuele?) discussie ‘Mixed methods; een nieuwe methodologische benadering? De mixed method is in opkomst gekomen door de ‘nieuwe wetenschappers’ zoals onderwijswetenschappen die geen theoretische traditie hebben van het ontwikkelen van methodes binnen hun eigen vakgebied.
Binnen deze praktijkgerichte disciplines is een belangrijk motief voor onderzoek verbetering of vernieuwing (innovatie) van de praktijk. Als kwantitatieve gegevens of resultaten onvoldoende houvast bieden voor een verandering of innovatie, kan met behulp van aanvullende kwalitatieve gegevens de motivatie of richting worden gevonden om de innovatie of verandering adequaat en/of op de praktijk afgestemd in te voeren.
Wanneer de kwalitatieve en kwantitatieve benadering tezamen adequaat en zinvol worden uitgevoerd, kan het leiden tot een meer volledig beeld van de werkelijkheid. Die werkelijkheid is niet alleen kenbaar doordat er veel kennis is over omvang of verschillen, maar ook doordat er kennis is van de verschillende lagen en niveaus die ertoe leiden dat iets wordt (een organisatie, een afdeling) tot wat het is en hoe het functioneert.
Boer, F. de. (2006). Mixed Methods : een nieuwe methodologische benadering?. KWALON (11) 2. Retrieved from http://www.boomlemmatijdschriften.nl/tijdschrift/KWALON/2006/2/KWALON_2006_011_002_002
Nou met dat zinvol uitvoeren gaan we dan maar aan de slag!
Het onderzoeksvoorstel is weer helemaal door elkaar gegooid. En ik ook 😦 . Morgenochtend dan maar de laatste check.En dan gaat het herkansingsvoorstel naar mijn beoordelaar. En hoewel het op ‘de dag des oordeels’ weer spannend wordt, probeer ik mezelf maar voor te houden het als een feedbackmoment te zien. Het hoort bij het leerproces. Het hoort bij ‘growth mindset’ (Dweck). Leer te falen (jaja…). Fouten maken mag … (oké dan …)
Morgenmiddag weer naar Eindhoven. Gezellig met mijn carpoolers in het reflectiebusje. Het weerzien met mijn studiemaatjes, met name Cindy. De nieuwe eerstejaars, zoals Daniëlle en Ayk! En de docenten natuurlijk 😉 waaronder nu ook onze Ankie! Superleuk! Ik heb er weer zin in, ondanks alle frustraties, deadlines en meetlatmomenten die er weer aankomen. Het hoort erbij. Dat is leren, zeggen ze 🙂
Groet,
Judith
Gouden regels voor docenten volgens Hattie
Hattie heb ik tijdens mijn studie leren kennen, voor de MLI Eindhoven hét uitgangspunt van hun onderwijsvisie: feedback daar draait het om! Echter Hattie heeft meer te vertellen dan alleen zijn onderzoek wat voor een groot leereffect feedback heeft. Hij is namelijk meer en meer een totaalvisie op onderwijs en leren aan het verspreiden. Hij heeft natuurlijk een breed podium waarop hij dat kan verkondigen. Deze 1 uur durende toespraak van hem: Buldling connections and cohesion ga ik zeker nog eens bekijken.
Voor mijn zomervakantie kwam onderstaand filmpje een paar keer in mijn netwerken voorbij. In deze visualisatie worden 8 mindframes door Hattie benoemd. Een docent die deze 8 mindframes heeft ontwikkeld, heeft volgens Hattie een een veel grotere impact op het leren van studenten.
MIND FRAME 1: Teachers/leaders believe that their fundamental task is to evaluate the effect of their teaching on students’ learning and achievement.
MIND FRAME 2: Teachers/leaders believe that success and failure in student learning are about what they, as teachers or leaders, did or did not do…We are change agents!
MIND FRAME 3: Teachers/leaders want to talk more about the learning than the teaching.
MIND FRAME 4: Teachers/leaders see assessment as feedback about their impact.
MIND FRAME 5: Teachers/leaders engage in dialogue not monologue.
MIND FRAME 6: Teachers/leaders enjoy the challenge and never retreat to “doing their best.”
MIND FRAME 7: Teachers/leaders believe that it is their role to develop positive relationships in classroom/staffrooms.
MIND FRAME 8: Teachers/leaders inform all about the language of learning.
De 8 mindframes worden nader toegelicht in het artikel Know Thy Impact: Teaching, Learning and Leading
En zo verschenen nog meer tips over houdingen voor effectieve docenten, zoals de 11 die Carrie Lam opsomde in haar blog 11 Habits of an effective teacher
- enjoys teaching
- makes a difference
- spreads positivity
- gets personal
- gives 100%
- stays organized
- is open-minded
- has standards
- finds inspiration
- embraces change
- creates reflections
Zijn dit geen eigenschappen voor elke levenslang lerende professional? 😉
Groet,
Judith
Grenzen verkennen en verleggen (Jet Bussemaker)
Ha Marcel,
Inderdaad, de toekomst zal het leren ….. mooi dat je weer nieuwe stapjes aan het zetten bent in je promotietraject. We kunnen de toekomst niet voorspellen, zei Jet Bussemaker vanmiddag tijdens de opening van het academisch jaar van de Universiteit Twente. Dat las ik zojuist in de NRC. Het is wel de taak van het onderwijs om studenten met de juiste gereedschap en goede opleiding toe te rusten voor de toekomst. En, zei Bussemaker: “Als we werkelijk een lerende economie willen zijn, dan moeten we in gesprek durven gaan over hoger onderwijs dat letterlijk en figuurlijk nieuwe combinaties maakt”. Precies, zoals jij dat al doet in je promotietraject: samenwerken met een andere sector (IT samen met Zorg) dat is wat de minster van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap betoogde met: “een onderscheid tussen disciplines en sectoren is niet meer van deze tijd”. Waar in het verleden technologie puur door technologen werd ontwikkeld, wordt het steeds belangrijker dat mensen van compleet verschillende andere disciplines leren samenwerken, om de antwoorden op de vragen van de toekomst te vinden, legde Bussemaker uit. “We worden geconfronteerd met complexe problemen die meerdere oorzaken hebben, waardoor ook de oplossingen uit verschillende richtingen moeten komen”.
Goed bezig M!
Groet,
Judith




