Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Wat informatie en onderzoekend vermogen met elkaar te maken hebben… #gastblog #MLI

Heej Marcel,

Mag ik je even voorstellen aan Corleen Knieriem? Corleen is adviseur informatievoorziening bij de  bibliotheek Hogeschool Utrecht. Ik heb Corleen 2 jaar geleden voor het eerst ontmoet bij het Nationaal Congres Onderwijs en Sociale Media. Toen vertelde ze me dat ze de Master Leren en Innoveren volgde bij de Hogeschool Utrecht 🙂 Afgelopen jaar ontmoette ik haar weer bij EYE en heb haar aangeboden om over haar MLI-onderzoek te bloggen op ons blog.

OUR 2bejammed GUEST: Corleen Knieriem

En dan ben je gastblogger…als kersverse geslaagde MLI-er. Werkzaam als informatieprofessional in het hbo met een passie voor onderwijs, mag ik mijzelf nu een Master in Leren en Innoveren noemen. Bijna twee jaar lang heb ik als student bij de Hogeschool Utrecht in mijn leerteam gestoeid met ontwerpmodellen, leertheorieën, verandermanagement en last but not least het doen van praktijkgericht onderzoek.

Vanuit de rollen van excellente docent, reflective practitioner en ondernemende ontwikkelaar toonde ik de ontwikkeling van mijn masterkwaliteiten aan. Met de voeten in de beroepspraktijk zoals het een echte hbo-masteropleiding betaamt. En wat heb ik er veel van geleerd. En wat heeft het mij veel gebracht! En ook: wat heeft het mij veel tijd gekost. En wat was het leuk! Eén van mijn goede voornemens na de MLI is dat ik de komende tijd meer wil schrijven. Bijblijven op het gebied van leren en innoveren gekoppeld aan mijn eigen vakgebied door af en toe(?) een weblog of een artikel in een tijdschrift te publiceren. Want ik wil natuurlijk niet dat het blijft bij die ene recensie over het boek Finnish Lessons van Pasi Sahlberg. Weliswaar verscheen deze in het 2013 najaarsnummer van het gerenommeerde Tijdschrift voor Hoger Onderwijs, maar toch. Ik laat het daar niet bij, vandaar dus dit gastblog.

Corleen en onderwijsmodellen

Mijn thema tijdens de opleiding was informatievaardigheid. De informatieprofessionals onder ons zullen meteen begrijpen wat dat inhoudt. De kwaliteit van afstudeerproducten moet omhoog. Informatievaardigheid verdient een plek in het curriculum. Studenten moeten hun onderzoeksvaardigheden verbeteren door kritisch en systematisch om te leren gaan met informatie. Uitroepteken! Voor onderwijsmensen ligt dit volgens mij anders. De praktijk leert dat docenten en in ieder geval de gemiddelde student meestal niet goed weten wat dat is, informatievaardigheid. Eigenlijk is informatievaardigheid niet meer dan een rasechte bibliotheekterm, als je het mij vraagt. Of anders is het een minder goede vertaling van de term ‘information literacy’. Vanaf deze plek doe ik dus maar meteen een oproep richting bibliothecarissen en informatiespecialisten in het hoger onderwijs: stop met het gebruiken van de termen informatievaardigheid of informatievaardigheden. Voortaan noemen we het gewoon onderzoeksvaardigheden, dat is echt een veel betere beschrijving van een vlag die de lading dekt. Bovendien sluit je zo naadloos aan bij het onderwijs, wat volgens mij alle hbo-bibliotheken hoog in het vaandel hebben staan. En er is natuurlijk ook al onderzoek gedaan waarin deze stelling wordt bekrachtigd, onder andere door Polkinghorn &Wilton. Maarten van Veen, co-auteur van het boek Deskresearch zal wellicht de term deskresearch prefereren, maar hij zal het verder als docent ongetwijfeld met mij eens zijn. We doen onszelf als informatieprofessionals (en het onderwijs natuurlijk) gewoon te kort door over informatievaardigheid te blijven spreken. Want wat vandaag de dag echt telt in het hbo is het verbeteren van het onderzoekend vermogen bij bachelor studenten. En als je bronnen niet kunt vinden of correct kunt vermelden, laat staan ze kritisch kunt beoordelen of verwerken dan valt er toch helemaal niets te onderzoeken?

Dank je wel Corleen voor je bijdrage op ons blog. Ik moet helaas bekennen dat ik nog steeds de term informatievaardigheden gebruik (zie ook tag bij deze blogpost 😉 ). En die term gebruik ik ook in mijn onderzoeksvoorstel. Maar ja, ik ben dan ook een rasechte bibliothecaris *grijns*. Via het blog van Anneke Dirkx begreep ik dat de ACRL-normen op de schop gaan. In dit ‘Framework for Information Literacy for Higher Education’ wordt ínformatievaardigheden ook gezien als iets dat niet alleen ‘iets van de bibliotheek is’, maar dat het alle aspecten van het onderzoeksproces omvat. Precies wat jij ook betoogt.
Ik moet me het komende jaar verdiepen in mijn eigen onderzoeksvaardigheden. Mijn onderzoek (voorstel nog niet goedgekeurd) gaat over digitale competenties van docenten bij het integreren van 21st century skills en toepassen van sociale media in het ontwerp van een nieuw curriculum. Nou ben ik toch ook wel nieuwsgierig naar jouw masteronderzoek. Ik begreep dat deze heel goed beoordeeld is. Volgt er nog een gastblogje? 😉

Groet,
Judith

 

De Cirkel – Dave Eggers #boek

Hallo Marcel,

LifeistoshareLife is to share, een fles wijn met deze opschrift kreeg ik van mijn jongste broer voor mijn verjaardag. Een uitspraak die me op het lijf geschreven is. Het leven is om te delen: liefde, vriendschap, humor, eten en drinken. Delen is mee-leven zoals dat in het boek De Cirkel van Dave Eggers, werd verwoord. Dit boek las ik in mijn vakantie en het beangstigde me een beetje hoe dichtbij de nabije toekomst is die in dit boek beschreven wordt, zeker wat betreft datamanupulatie onder het mom van transparantie. Creepy.

Ik deel graag via sociale media. Waar ik mee bezig ben, wat ik zie, wat ik weet. Echter, ik bepaal zelf wat ik deel en met wie en hoe. Als het me niet (meer) bevalt, verlaat ik een platform en zoek ik andere wegen (zie mijn blogpost van gisteren over Foursquare). In de Cirkel ontbreekt dat. Als Cirkelaar heb je geen autonomie.

De Cirkel is een technologiebedrijf (combinatie van Google en Facebook). Ze zijn pioniers op het gebied van sociale media met als adagium ‘Alles wat gebeurt moet openbaar zijn’. Alles draait om PPT: Passie, Participatie en Transparantie. Daar lijkt niets mis mee, maar alles staat in het teken van het streven naar volmaakbaarheid. Via rankings wordt je participatie in de community van de Cirkel beoordeeld. Zijn er blinde vlekken in je timeline, dan word je ter verantwoording geroepen waarom je iets niet gepost, geliked, of gefilmd hebt. Overal staan minicamera’s, je wordt constant gemonitord. De ultieme transparantie bereik je door de hele dag met een camera rond je nek te lopen en alles te filmen van wat je doet en meemaakt. Politici zonder camera worden niet meer vertrouwd, want die hebben iets te verbergen. Iedereen kan die filmpjes natuurlijk volgen. Nogal sektarisch, vind ik, deze vorm van openheid, er zijn grenzen. Ik heb wel mijn geheimen, en dat wil ik graag zo houden 🙂 .

de-cirkel

De vraag ‘waarom deel ik online?’ kwam tijdens het lezen van dit boek wel regelmatig bij me op. Ik merk wel dat mijn ‘deelactiviteiten’ veranderen. Op Twitter deel ik steeds minder persoonlijke dingen omdat hierop steeds minder reactie volgt. Dat gebeurt toch meer binnen mijn vrienden- en kennissencirkel op Facebook. Of via Whatsapp. Als mijn permanente bijscholingscursus blijft Twitter voor mij waardevol, maar als communicatieplatform dus steeds minder. Ik merk dat tweeps waar ik vroeger veel mee communiceerde veel minder actief zijn, of zelfs helemaal stilgevallen zijn. Toch wordt het steeds drukker op Twitter, maar het wordt steeds meer een platform voor (personal) branding. Twitter is nog steeds geweldig om samen op de Twitterbank een televisieprogramma te volgen. Twitter is top voor actueel nieuws. Maar ik merkte ook dat ik na de vliegramp Twitter uitschakelde omdat ik niet steeds alle berichten wilde zien. Ik hoef niet alles te weten.
Ik vroeg me ook tijdens het lezen af: ben ik ook zo’n sociale autist als Mae, de hoofdpersoon in dit boek? Iemand die in gezelschap alleen maar naar likes van vreemden zit te staren ipv te communiceren met de mensen met wie je aan tafel zit. Tsja … soms wel 😉

De Cirkel is een boek met een actueel thema. Toch vond ik het wel wat doorslaan in negativisme. Het standpunt van de schrijver ten aanzien van sociale media was duidelijk. In het laatste gedeelte werd de hoofdpersoon wel erg naïef weggezet. Daardoor werd het slot van het boek wel erg ongeloofwaardig. De Cirkel wordt uiteindelijk een bedrijf die de politieke, gezondheidkundige en onderwijskundige touwtjes in handen had. Een wereld ontstond waar baby’tjes een chip geïmplanteerd kregen waardoor een mens van geboorte tot graf gecontroleerd en gecorrigeerd kon worden. Ik kan (en wil) me niet voorstellen dat zoiets waarheid wordt. Er zijn toch genoeg critici op deze wereld? De geschiedenis heeft ons hopelijk ook wel het een en ander geleerd. Alhoewel zo’n hype als de icebucketchallenge toch ook wel het kuddegedrag van de mens weer aantoont….
Al met al een interessant onderwerp, maar uiteindelijk wel een voorspelbaar boek, waardoor ik het einde van het boek niet meer zo boeiend vond.

Groet,
Judith

28-8 slotalinea aangevuld

Door Swarm vind ik Foursquare geen leuk spelletje meer

Dag Marcel,

Misschien heb je het gemerkt dat ik tijdens mijn vakantie in Indonesië nauwelijks heb ingecheckt via Foursquare. Oh nee, Swarm tegenwoordig. En dat lag niet aan de slechte wifi, want die was prima. Sinds 2010, toen wij in Amerika kennismaakten met Foursquare heb ik het altijd een leuke social media tool gevonden. Met Fourquare kon je inchecken bij hotels, restaurants, winkels, bibliotheken, musea, pretparken, ‘onder de klok op het Vrijthof’… 🙂 Bij regelmatig inchecken op een locatie kon je zelfs ‘mayor’ worden. Je kreeg punten en badges. Zo kon je een wedstrijdje spelen met je Foursquare-connecties, of tegen jezelf. Ik vond dat wel grappig. Als Mayor kreeg ik nog wel eens een attentie ergens. Heb zelfs in de beginjaren door 10x in te checken bij Selexyz, de boekhandel in Maastricht, een boek kado gekregen. Het was een prachtige klantenbindingstool.

Swarm-Foursquare

Tot dit voorjaar Foursquare ineens werd opgesplitst en ‘Swarm” gelanceerd werd. Ik mistte het overzicht van mijn badges, de plaatsen waar ik ‘mayor’ was en de ranking was ook verdwenen. In plaats daarvan zag ik nu hoe ver weg mijn vrienden waren. Standaard wordt de buurt waar je bent, gedeeld met iedereen. Dat vond ik niet zo prettig, die optie heb ik snel uitgevinkt. Ik bepaal zelf wel wat ik wel of niet deel. Daarmee ondergraaf ik de optie van Swarm, want de bedoeling is dat ik via Swarm mensen zoek die in mijn buurt zijn, om iets leuks mee te doen.

Foursquare is nu nog een app om leuke locaties mee te zoeken en te beoordelen. Swarm is nu de app geworden waarmee je vrienden kan laten weten waar je bent.

Ik ben niet de enige die dit geen slimme zet van Fourquare vind. Door het spelelement kon een slimme ondernemer Foursquare goed gebruiken om klanten aan zich te binden. Voor mij is het ‘fun’ element verdwenen en check dan ook niet meer in. Daardoor laat ik ook geen tips en reviews meer achter, omdat ik me niet meer verbonden voel met de plaatsen. Volgens mij was dit de kracht van Foursquare.

Hieronder het verhaal van Foursquare/Swarm waarom ze tot deze opsplitsing gekomen zijn (via).

4sqswarm

Inmiddels heb ik Swarm verwijderd.
Zodadelijk ga ik naar Brabant, dan weet je waar ik ben 😉

Groet,
Judith

Nieuwsbrieven zijn weer hip!

Kijk dat zijn leuke berichtjes, Marcel. Gisteravond zag ik deze tweet voorbijkomen.

Vanmorgen het artikel uit de Volkskrant via Blendle gelezen

Nieuwsbrief

Het artikel bevestigt wat ik ervaar met onze Nieuwsflits I for You. Als je als content curator voor een specieke doelgroep berichten verzamelt en deze in een regelmatige verschijnende e-mail in korte hapbare brokken informatie rondstuurt, dan heb je succes. Zo kwam ik er al snel achter dat wij onze kennis als I-adviseurs niet via de sociale media met onze docenten moesten delen. Onze doelgroep gebruikt voornamelijk e-mail. Daarom anderhalf jaar geleden de in-slaap-gesukkelde nieuwsbrief e-learning opgepimpt en elke dinsdag (de kracht zit in regelmaat) korte nieuwsflitsen over ICT in het onderwijs (in de breedste zin van het woord) gaan rondsturen. Het werkt! Als bibliothecaris was ik natuurlijk al content curator, en dat ben/blijf ik als I-adviseur ook.

Een content curator is iemand die doorlopend relevante informatie over bepaalde onderwerkpen vindt, beoordeelt, verrijkt en deelt met zijn omgeving.
Bron: Howard’s Home

Voor de nieusflits gebruik ik de nieuwsbriefvoorziening van Zuyd. Er zijn ook (gratis) mogelijkheden via internet beschikbaar, zoals TinyLetter. En ja er zijn ook andere tools 🙂 zie: Ding 23 Content Curation. En ook die gebruik ik als kennisdeeltool, maar weer voor een ander doel en ander netwerk.

Judith

ICT in het onderwijs

Marcel,

Er verschijnen zoveel rapporten, onderzoeken over ICT in het onderwijs. En zovelen bloggen hun mening hierover. Voor mijn onderzoeksvoorstel lees ik weer van alles rondom ICT-bekwame docenten, 21st century skills, en de meerwaarde die ICT al dan niet voor het onderwijs heeft. Ik ben altijd blij met de blogberichten van Wilfred Rubens die dit altijd weer voor mij/ons duidt.

Zo blogde hij over het rapport van het Amerikaanse Speak Up onderzoek over het project Tomorrow (ism Blackboard) waaruit naar voren kwam dat ICT steeds breder geaccepteerd wordt. Alhoewel dit een Amerikaans onderzoek bij K-12 scholen (400.000 respondenten: leerlingen, ouders en onderwijsprofessionals) is en niet bij het Nederlandse HBO hoop ik dat onderstaande conclusies ook voor onze studenten gelden 🙂

  • Leerlingen die met behulp van ICT leren zijn meer geëngageerd om te leren dan leerlingen van traditionele scholen. De eerste groep is meer geïnteresseerd in de inhoud, is meer gemotiveerd om te presteren en voelen een sterkere band met de school.
  • Leerlingen die leren met behulp van ICT maken meer gebruik van verschillende ICT-tools en bronnen voor het ondersteunen van hun totale leerproces.
  • Leerlingen willen dat hun klassikale situatie wat betreft communicatie en samenwerking meer lijkt op de wijze waarop men digitale tools buiten de school gebruikt.

Bron: Wilfred Rubens: Amerikaans rapport duidt op steeds bredere acceptatie ICT in onderwijs

En hoe kunnen docenten dan beter gefaciliteerd worden om ICT in te zetten in het onderwijs? Daarover verwees Wilfred naar een blog van Tanya Roscorla. Zij benoemt 3 manieren:

  1. Investeer in meer professionele ontwikkeling. ‘Just-in-time’ coaching en mentoring, in plaats van de instructiegerichte sessies.
  2. Zorg er voor dat bestuurders docenten tijd geven om te experimenteren en technologie te verkennen. Geef docenten autonomie over de technologie.
  3. Geef docenten de mogelijkheid om nieuwe technologieën in het persoonlijke leven toe te passen.
    Wilfred verwijst naar Roscorla die zegt dat docenten die ICT op een meer intensieve en veelzijdige manier gebruiken, vaak op een voetstuk worden geplaatst. Wilfred benoemt dat dit soort ‘teigertjes’  in hun overenthousiasme andere docenten omver kunnen stuiteren. Oppassen dus voor mij 😉
    Wilfred is het trouwens met jou eens, Marcel. Net zoals jij is hij er niet van overtuigd dat docenten nieuwe technologie vanzelf in het onderwijs inzetten, als men die nieuwe technologieën ook privé gebruikt. Ze zullen eerst het nut en de noodzaak van technologie voor hun onderwijs moeten ervaren. Dat er op dit moment nog een kloof tussen persoonlijk en professioneel gebruik van ICT door docenten, beaam ik ook.

Bron: Wilfred Rubens: Hoe kunnen docenten gefaciliteerd worden zich voor te bereiden op gebruik ICT in het onderwijs?

Kijk die nut en noodzaak van ICT in het onderwijs zal ik toch blijven uitdragen. Hoewel ik ook vind dat technologie geen ‘must’ is om te gebruiken bij het lesgeven. Je moet als docent toch wel de afwegingen moeten kunnen maken waarom je het wel of niet zou willen/moeten inzetten. Het opbouwen van een persoonlijke, professionele leergemeenschap kan hierbij behulpzaam zijn, legio sociale media tools zijn hiervoor te gebruiken 🙂 .

Judith

How-To-Build-Your-Professional-Learning-Community-infographic
Find more education infographics on e-Learning Infographics