Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Transformatie komt van binnenuit

Dag Marcel,

Gisteren was ik op de netwerkbijeenkomst van de faculteit Social Work. Via Twitter had ik enige tijd geleden gezien dat Jan Bommerez tijdens deze middag zou spreken. Ik volg hem op twitter, heb er weleens over geblogd en gebruik zijn filmpjes soms tijdens presentaties. Ik wilde hem graag eens live horen spreken. Ik heb me aangemeld. Zo ook collega Ilse. Tijdens de netwerkmomenten hebben ook de tijd genomen even fijn bij te praten.

Na afloop hoorde ik dat deze middag live-gestreamd was (?) en dat de opname openbaar beschikbaar is via media.zuyd 🙂 Nu zullen niet veel mensen 2 uur video terugkijken, dus heb ik het uurtje van Jan Bommerez er tussenuit geknipt. Hoewel het uurtje voorafgaand dat o.a. ingevuld werd door 1e-jaars studenten ook de moeite waard is. Zij namen ons live mee in het creative problem solving proces. Daar was wel wat lef voor nodig. Knap hoor. Ook leuk dat één van hen een buurtgenoot is, en tevens een voormalig klasgenoot van mijn dochter. Wat kunnen mensen groeien!

De vele woorden van Jan Bommerez vervolgens, kwamen binnen en moesten even bezinken.

Bommerez

klik op de afbeelding voor de presentatie van Jan Bommerez tijdens de Netwerkmiddag van de faculteit Social Work

Bommerez sprak over transformatie, over veranderingen in onze huidige ideeĂ«ntijdperk. Waarom veranderen zo moeilijk is voor organisaties, voor ons mensen. Waarom wij het zo lastig vinden om oude ideeĂ«n los te laten. Wat dit betekent voor de cultuur, voor leiders. Het heeft allemaal raakvlakken met het derde leerarrangement van mijn studie waaraan ik nu moet werken. De herkansing van de leerinterventie. Maar ik blog nu even liever 😉 Het zet mij weer aan het denken. Ook goed voor mijn leerproces van LA3 toch? 🙂

Transformatie heeft te maken met het loslaten en het ontleren, met nieuwe ogen leren kijken. We projecten constant onze denkbeelden op de werkelijkheid zodat we nieuwe dingen niet meer zien. Bommerez gebruikt de mooie metafoor van de rups naar vlinder. Het gaat om het naar buiten brengen van ons potentieel, die net zoals de vlinder in de rups, bij ons aanwezig is. We zouden minder taakgericht bezig moeten zijn, maar meer investeren in relaties. Een belangrijk deel van ons potentieel komt alleen vrij in relatie met anderen, dus als we samenwerken (in teams, netwerken, learning communies, CoP, professionele leernetwerken).

Voor transformatie in organisaties gebruikt Bommerez beelden van wilde ganzen (teamwork), spreeuwen (zelforganisatie) en eikels 🙂 . Een eikel wordt ook geen boom zonder licht, warmte, zuurstof, ruimte, water etc. Je hebt een ecosysteem nodig om te kunnen groeien. Een ecosysteem bestaat uit relaties. Aan de hand van het voorbeeld van Buurtzorg, die voor de 4e x op rij beste werkgever geworden is, liet hij zien dat organisaties met weinig leidinggevende ook kan. Dat als je autonomie en professionaliteit hoog in het vandel hebt en werknemers vertrouwen geeft, er geen anarchie ontstaat, maar een krachtige organisatie.

Hamel

Kijk, zo’n veranderingsplatform! Gewoon doen!

We leven niet in een tijdperk van verandering, maar we beleven momenteel een verandering van tijdperk” (Jan Rotmans)

Waar wordt je warm van? Waar sta je ’s ochtend voor op? Energiemanagement, daar draait het blijkbaar om 🙂 Je krijgt energie als je in een flow zit, als je met gedeelde passie iets samen doet. Synergie, in verbinding met anderen. Samen is meer dan de som der delen. En daarbij draait allemaal relaties. Dat dit ook spanningen op kan leveren, daar moeten we dan maar mee leren om gaan. Vanuit je kracht. Het gaat niet alleen om het denken. Het belang van en het meer waarderen van intuĂŻtie zou aandacht moeten krijgen.

Cultuur is de onzichtbare brug tussen plannen en uitvoering (Quinn). Het is niet te managen.

cultuur

Er is heel wat frustratie binnen organisatie. We werken vanuit een bepaald tolerantieniveau, terwijl je duurzaam vol passie zou willen werken. Hoe gaan we met elkaar om? Kunnen we omgaan met elkaars gestoorde kanten? We zouden meer mededogen moeten hebben voor elkaar. Meer in dialoog. Sommige dingen kunnen we alleen maar samen zien. Niet alleen praten over feiten, maar wat doet dat met mij?

Het egosysteem (ik) loslaten en transformeren naar een egostysteem (samen). Met zijn samenvatting: Verbinding werkt 100 keer beter dan verplichting kan ik alleen maar mee eens zijn. De weg er naar toe is niet eenvoudig. Bij mij komen ook (ik denk bij jou ook) veel “maar …” naar boven borrelen. Wat als ik wel wil, maar die ander niet …. Wat als dialoog elke keer uitmondt in discussie. Kan ik het verleden helemaal loslaten (zoals bij de Theory U?). Kan ik wel zonder oordelen mensen benaderen? Heb ik nog wel energie als ik het al zo vaak geprobeerd heb?

Geduld is een schone zaak hù voor dit juffertje ongeduld 🙂

Op de weg naar huis was het nummer van The Little River band op de radio. Het nummer had ik (dacht ik en dat was ook zo) al eens eerder gebruikt in een blog. Het wordt een beetje mijn lijflied geloof ik 😉

“Hey everybody, don’t you feel that there’s something 
 And it’s a long way there, it’s a long way to where I’m going
.I’m gonna keep on tryin’, keep on tryin”.

Wat we alleen niet kunnen, kunnen we samen wel!

Goede Vrijdag!
Judith

Curious Minds, Serious Play

Ha Marcel,

26 maart vond TEDxAmsterdamED plaats met als thema The Education (R)evolution. Op mijn Twitter-tijdlijn van die dag las ik veel bewonderende tweets over de talk van emeritus hoogleraar Jan de Lange. Deze leraar wiskunde maakte veel indruk met filmpjes van kinderen die perfect konden uitleggen hoe ingewikkeld speelgoed werkt. Zijn boodschap: Geef kinderen meer ruimte om te spelen zodat de spontane nieuwsgierigheid van kinderen geprikkeld wordt waardoor 21st century skills als kritisch denken, probleemoplossend vermogen en creativiteit gestimuleerd worden.

Een boodschap die jij wel kan waarderen denk ik 🙂

Jan de Lange is ook initiatiefnemer van JAO, de Jonge Ouder Academie die handreikingen biedt aan ouders. Met behulp van eenvoudige ‘speelgoedjes’ voor hun jonge kinderen (3-6 jaar) kunnen de kinderen nieuwsgierig worden gemaakt dat vervolgens weer leidt tot ontwikkeling van hun leer- en denkvermogen.

Groet,
Judith

Bildung debat @Zuyd

Ha Marcel,

Begin deze week ontving ik via het secretariaat van de Dienst Onderwijs en Onderzoek een uitnodiging van onze collegevoorzitter Karel van Rosmalen om deel te nemen aan het Bildung debat Zuyd Hogeschool. De uitnodiging was gericht aan een doelgroep waar ik niet toe behoor, of het moet zijn ‘interne stakeholder van het Hoger Onderwijs’?? 🙂 Misschien omdat ik al vaker geblogd heb over ‘Bildung’?

Onderwijs als gesprek
Vertrouwen. Verbinden. Vakmanschap.
Wat vind jij goed onderwijs?
Onderwijs is mensenwerk

De Vereniging Hogescholen heeft ‘Bildung’ op de agenda gezet. Zuyd, zo staat in de uitnodiging, onderschrijft het belang van ‘Bildung’ en de (maatschappelijke) discussie hierover en ziet graag dat interne en externe stakeholders in de regio daar hun bijdrage aan leveren. Mooi!

Over de verwante vragen in deze uitnodiging:

  • Is Bildung noodzakelijk voor een hbo’er?
  • Is het bieden van Bildung een taak van een hogeschool?
  • Hoe kan een hbo-opleiding Bildung bieden? – Hoe toetst een opleiding Bildung?
  • Hoe houden we het debat over Bildung levend?

heb ik zo al mijn gedachten. Laat ik die maar even bewaren tot 22 mei.

Mijn collega Harry is degene die ‘Bildung’ elke keer onder onze aandacht brengt. Zo kreeg ik vanmiddag een mailtje van hem met een link naar een uitzending van het programma Boeken van de VPRO waar de filosoof Hans Schnitzler te gast was om te praten over zijn nieuw boek ‘Het digitale proletariaat’. Vanaf 15:25 is het gesprek te bekijken

Schnitzler

Net zoals Harry word ik ook steeds vaker getriggerd om ethische, privacy en ‘Bildungs – samenlevings’ vraagstukken te betrekken in  ICT&O ontwikkelingen. Over boeken zoals van Stine Jensen ‘Echte vrienden’ en ‘De Cirkel’ van Dave Eggers heb ik al eens geblogd. Schnitzler beschrijft net zoals zij dat emoties en vriendschappen veranderen tgv de digitale revolutie. Schnitzeler zegt in dit gesprek ook dat ‘men’ sinds mensenheugenis al bezig is de ‘menselijke kudde zo te temmen zodat ze ons niet voor onverwachte verrassingen stelt’. Met behulp van technologie proberen we (ze?) ons bestaan nu doelmatig en efficiĂ«nt te maken. Willen we echt het menselijk handelen voorspelbaar maken? Willen we met learning analytics uiteindelijk de leerrendementen voorspellen/sturen? Big data biedt eneorm kansen voor economische groei en innovatieve ontwikkelingen maar wat doen we met dat lastige privacy-vraagstuk? Waar stopt het? Of niet? Moeten we niet accepteren dat het menselijk handelen onvoorspelbaar en onomkeerbaar is, dat we nooit echt de consequentie van ons handelen voorzien. Dat het leven een risicovolle zoektocht is?

Genoeg overweging voor vandaag 🙂
Dialoog over waarden en normen moet gevoerd blijven worden, vind ik. Ook binnen het onderwijs.

Groet,
Judith

Onderwijs als gesprek

Ha Marcel,

Dank voor je reactie op mijn blog over rubrics en feedback 🙂 Jij schreef daarin “De meester-gezel relatie en volledige 1-op-1 beoordeling is het best en werkt meer motiverend. Zo lang we nog geen hologram-beoordelaars of robot-beoordelaars hebben blijft dat lastig in een onderwijssetting zoals het HBO”. Toch pleit Frits van Oostrom vandaag in de NRC voor meer ruimte voor het gesprek tussen studenten en docenten, ruimte om samen speels te mogen zijn. Hij deed dit pleidooi op 26 maart in zijn diesrede die tijdens de traditionele Dies Natalis van de Universiteit Utrecht.

IMG_0392

NRC 28 maart 2015

 

Wie maakt uiteindelijk het verschil in het onderwijs? De docent, de gepassioneerde docent. Uit onderzoek (!) is gebleken dat de interactie tussen studenten en docenten een significante positieve correlatie heeft met de oh zo belangrijke outcomes: cijfers, rendementen. Het is, zegt van Oostrom “cruciaal om in de persoonlijke nabijheid van ‘voorbeeldige’ leermeersters te verkeren”, de kern van het aloude gildewezen. Hij pleit oa. voor het opnieuw waarderen van het mondeling tentamen. Volgens hem wordt dat nu bijna niet meer gedaan vanwege de grote tijdsinvestering en “de hang naar objectivering van het oordeel”. Het bachelor-onderwijs is te veel gestandaardiseerd geworden en daardoor onpersoonlijker. We moeten het meer zoeken in quality time en niet alleen binnen de ‘geroosterde en onbegeleide contacturen’ …. Zijn voorstel om elke student jaarlijks een voucher te geven voor een lunch met een docent, lijkt me een waardevolle. Op universiteiten als Harvard en Columbia University waar dit gebruikelijk is, wordt dit zeer gewaardeerd. De vraag of dit dan als ‘contactuur’ telt en dus meetelt in het takenplaatje van de docent en de studietaakbelasting van de student wil je eigenlijk helemaal niet beantwoorden. Oostrom greep ook terug op wat hij zelf als eerstejaars als zeer waardevol heeft ervaren: tutorgroepen van docenten met een groep eerstejaars studenten. Zo’n groep komt maandelijks informeel bij elkaar, buiten het reguliere onderwijs dus. Er staat niets tegenover: geen cijfers of certificaten. Het doel is de bijeenkomst zelf, het vrije gesprek over wat deelnemers maar wilden delen in en om het vakgebied. Een soort ‘dead poets society’ 🙂

Ik hoor altijd dat er echt wel een verschil is tussen hbo-studenten en wo-studenten. Wellicht. Ik zou het als student toch wel super vinden om regelmatig geĂŻnspireerd te worden door docenten over het vak waarvoor ik gekozen heb. Leren we toch ook niet veel buiten de formele onderwijscontext? Onderwijs is toch meer dan een kennisfabriek. Waren we het niet over eens dat ‘bildung’ ook een taak voor het onderwijs is? Dit past toch allemaal mooi binnen jouw Zweinstein-game 🙂

Deze diesrede is wederom een pleidooi voor het herstel van kwaliteit en autonomie. Is de kanteling toch in zicht? Of is de wens de vader van de gedachte?

Groeten,
Judith

Gerelateerd blogs:
Vertrouwen. Verbinden. Vakmanschap.
Wat vind jij goed onderwijs?

Van (peer)feedback tot professioneel beoordelen

rubric

CC-BY lupzdut

Mijn allergie om via rubric beoordeeld te worden, is je wel bekend hĂš Marcel. Het is iets waar ik binnen mijn formeel leertrajct gewoon mee heb te dealen. Ik weet ook dat mijn weerstand niet door al mijn medestudenten wordt gedeeld. Het is mijn ‘dingetje’ 😩 Een rubric is een standaard voor het objectief beoordelen van studenten. Docenten vinden ze handig voor het geven van objectieve beoordelingen en dat ze daardoor beoordelingen van verschillende docenten beter kunnen vergelijken. Studenten vinden het fijn om het als sturing te gebruiken bij wat van heb verwacht wordt. Mij belemmert het alleen maar. Ik kijk er ook bijna niet naar. Daar zit natuurlijk ook het probleem *grinnik*. Rubrics zorgen bij mij voor hokjesdenken. Ik wil eigenaar zijn van mijn eigen leer- en beoordelingsproces. Ik wil leren. Ik wil me ontwikkelen. Ik wil feedback. Die feedback krijg ik oa van ‘peers’, mijn medestudenten. Heel belangrijk. Dat vindt Hattie ook. Feedback is een belangrijk onderdeel binnen mijn opleiding. Hoewel ik het belang van peerfeedback zie, zijn mijn peers ook lerende in hetzelfde proces en vallen wellicht in dezelfde kuilen als ik. Daarom is feedback van docenten, begeleiders voor mij ook heel belangrijk. In de leerarrangementen die ik volg worden dit soort feedbackmomenten ook wel ingepland, maar niet altijd even just-in-time. Ik snap dat dit organisatorisch erg lastig is als je werkt met takenplaatjes en uurbelastingen van docenten. Voor mij als student is dat niet altijd fijn.

Nu wordt niet binnen alle leerarrangementen op dezelfde wijze de feedbackmomenten van docenten ingepland. Ook dat is gewoon een feit. Ik kan dit gewoon accepteren en niet over zeuren 🙂 Maar ja, je kent me hĂš? Onlangs had ik het met een van je naamgenoten over het verschil tussen het geven en ervaren van feedback van hbo-studenten en wo-studenten. En natuurlijk weet ik ook dat je niet over dĂ© hbo-student of dĂ© wo-student kunt spreken, maar ik herkende er wel wat in. De universitaire docent begeleidt en beoordeelt. Bij de MLI zijn deze veelal gescheiden. Daar is wat voor te zeggen. Een begeleider zou wel mede-beoordelaar moeten zijn. Hij/zij heeft immers zicht op jouw leerproces. Als ik een produkt moet opleveren dan wil ik dat dit een goed produkt wordt waarin ik heb laten zien dat ik geleerd heb. Ja, ik heb moeten leren dat vele ‘rode strepen in een Word-document’ van mijn onderzoeksbergeleider fijn zijn. Dat ze me uitdagen om na te denken, aan te scherpen, te verbeteren. Het blijft altijd even slikken, want je krijgt feedback op iets waar je veel tijd in hebt gestopt, en misschien ook wel trots op bent. Inmiddels heb ik ook geleerd om mijn eerste beoordelingen bij de MLI als een feedbackmoment te zien. En ook 2e beoordelingsmomenten. …

Maar toch … het knaagt.

Rubrics motiveren mij niet om te leren. Gepassioneerde docenten wel. Ik wil ook van hen leren. Ik wil van hen feedback kunnen ontvangen als ik daar behoefte aan heb zodat ik me ontwikkel. En niet alleen maar op het eindproduct tijdens de formele beoordeling. Voor mij zou de beoordeling een formaliteit moeten zijn van het ontwikkeltraject dat ik heb doorlopen. Tenminste dat lijkt me zo. Misschien zie ik het verkeerd hoor. Ik loop wel vaker tegen ‘het probleem’ dat ik als niet-docent een educatieve master volg. Misschien ligt hier ook de oorzaak dat ik niet begrijp waarom docenten met rubrics werken. Gaat het om objectiviteit? Bestaat objectiviteit? Ik weet dat ook dat studenten klagen als ze verschillend worden beoordeeld. Zijn rubrics ook een instrument om dit te voorkomen? Moet je objectiviteit wel nastreven?

Binnen deze masteropleiding leren en innoveren worden we als professionals gevoed en uitgedaagd met onderwijsvernieuwing en innovatie bezig te zijn. We lezen en ervaren de technologische en sociale innovatie op onderwijsorganisatie en didaktiek. We dromen over de toekomst van het onderwijs. We denken na over ons rol daarbinnen. Tsja en dan realiseer je dat binnen het formeel onderwijs het leren van de student nog niet centraal staat. Dat gepersonaliseerd leren nog lang geen feit is. Dat hybride leren niet gefaciliteerd en ondersteund wordt door beschibare technologie. Dat professioneel beoordelen nog geen feit is. Onze Domique, lector professioneel beoordelen heeft in haar lectorale rede gezegd:

Professioneel beoordelen betekent dat de student in de weg naar startbekwame beroepsbeoefenaar in een gebalanceerd en samenhangend programma van beoordelen een groot aantal beoordelingstaken uitvoert. Deze taken zijn ontworpen door bekwame beoordelaars. De beoordelingstaken leveren informatie c.q. bewijs over het kennen en kunnen. Bekwame beoordelaars verzamelen en interpreteren de informatie c.q. het bewijs op een zodanige wijze dat deze interpretatie niet alleen de studenten handvatten biedt die hen motiveren en inspireren beter te worden in de professie, maar ook leiden tot het nemen van betrouwbare, valide en transparante beslissingen over het professioneel vakmanschap, het onderzoekend vermogen en de mate van zelfontwikkeling. Het hele proces voltrekt zich in een leer- en werkomgeving waarin alle betrokkenen professioneel handelen en zich professioneel gedragen, in een leer- en werkomgeving die representatief is voor de professie en in een leer- en werkomgeving die is gericht op kwaliteitsbewustzijn en voortdurende kwaliteitsverbetering.

Wat vind jij er van? Wat zou Dominique van mijn worsteling vinden?

Het kostte mij weer even wat zijn om mijn gedachten hierover te structuren en in een blog te verwoorden. Ik heb weer geleerd, omdat ik dat wilde. En ik deze gedachten kwijt wilde in mijn buitenboordbrein. Vandaag weer uren gewerkt aan mijn herkansing. Peerfeedbackverzoeken zijn ingediend. Feedback van een docent krijg ik pas weer bij de formele beoordeling. Dus zit ik straks weer in spanning of ik het nu wel heb gedaan zoals de docent / de rubric het eist. Terwijl ik volgens mij in mijn blogs over al die onderwerpen heb aangetoond dat ik geleerd heb. En hoe! Of dit produkt nu wel studiepunten oplevert, blijft nog spannend. Over een maand weet ik meer.

Fijn weekend
Judith