Auteursarchief: Judith van Hooijdonk

Het belang van open online onderwijs

Ha Marcel,

Minister Bussemaker presenteerde deze week haar Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek. Ik zag op Twitter jouw vraag hierover.

Ik heb het origineel even gescand op urennorm. Er staat niets explicitet in behalve dan

Open Online Onderwijs, blended learning en ICT kunnen ook heel goed worden ingezet om studenten meer uit te dagen. Door studenten vooraf meer stof te laten bestuderen, via opdrachten, online toetsen, gamification, video’s, en MOOC’s, kan de beschikbare contacttijd anders en beter worden benut (flipping the classroom). Echter, ICT mag naar mijn mening nooit worden ingezet om het onderwijs te extensiveren; juist om minder docenten in te zetten.

Maar contacttijd kan toch ook online plaatsvinden? De minister maakt dit onderscheid niet. Of staat ergens in de wet omschreven dat contacttijd f2f moet plaatsvinden???

Uiteraard heeft OER-lector Robert Schuwer de voorgestelde maatregelen uit de strategische agenda gescand op open onderwijs 🙂 Hij licht deze 2 ambities uit het plan:

  • Nederlandse hogeronderwijsinstellingen blijven internationaal koploper op het vlak van de mogelijkheden van Open en Online Onderwijs. Nederland onderstreept deze ambitie tijdens het Europees voorzitterschap in 2016. Instellingen experimenteren met de mogelijkheden, en passen de lessen toe over de volle breedte van hun onderwijsaanbod. De middelen die beschikbaar komen met het studievoorschot maken het mogelijk de huidige stimuleringsmaatregel voor Open Online Hoger Onderwijs uit te breiden.
  • Alle docenten stellen in het ho in 2025 hun onderwijsmaterialen vrij beschikbaar zodat zij gebruik kunnen maken van elkaars digitale leermaterialen. Verkend wordt of en hoe een (inter)nationaal platform waarop onderwijsmateriaal gedeeld en bewerkt kan worden hieraan bijdraagt. Daarnaast worden instellingen opgeroepen om elkaars MOOC’s te erkennen.

Robert heeft in zijn lectorale rede de argumenten geformuleerd waarom instellingen met OER aan de slag gaan. Op zijn blog laat hij dat in een mooi overzicht zie hoe OER kunnen bijdragen aan verhoging van onderwijskwaliteit. Ik heb het hierover verkort weergegeven

  • Moreel argument: Leermateriaal met publiek geld betaald moet publiek beschikbaar komen; dit heeft niet zoveel effect op de kwaliteit.
  • Financieel argument: De gratis beschikbaarheid van OER haalt een financiële drempel voor toegang weg; heeft in Nederland een beperkte invloed op kwaliteit.
  • Efficiency argument: Hergebruiken van OER voorkomt uitvinden van wielen; dit heeft een grote invloed. OER dat wordt hergebruikt heeft zich al heeft bewezen in andere situaties. Door de open licentie kan materiaal worden aangepast en verbeterd waardoor een hogere kwaliteit leermaterialen ontstaat.
  • Interne communicatie argument: Het open publiceren van leermateriaal heeft potentieel grote invloed doordat transparant wordt welk leermateriaal faculteiten gebruikt kunnen onderwijsprogrammas’s beter op elkaar worden afgestemd.
  • Rendementsargument: Aankomende studenten krijgen een beter beeld van de studie; heeft volgens Robert een beperkte invold op kwaliteit van onderwijs.
  • Innovatie argument: OER publiceren en hergebruiken betekent zowel jouw kennis aan de wereld geven als kennis van elders binnenhalen in je onderwijs; heeft een grote invloed (Zou Khan academy ook zo’n invloed zou hebben gehad op de ontwikkeling van bv. de flipped classroom als de video’s niet open beschikbaar zouden zijn?).
  • Marketing en profilering: Door bestaande leermaterialen open te stellen bereikt de onderwijsinstelling niet alleen de relatief kleine groep ingeschreven studenten, maar ook getalenteerde potentiële studenten, ‘self learners’, wetenschappers en het bedrijfsleven in binnen- en buitenland; heeft een indirecte invloed op kwaliteit van onderwijs.
  • Research argument: Publiceren van OER geeft de mogelijkheid te experimenteren met digitaal leermateriaal; potentieel grote invloed.

Dank je wel Robert voor dit overzicht. Het zijn argumenten waarmee ik binnen Zuyd ook aan de slag kan om beleid op open onderwijs te formuleren. Dat laaghangend fruit van vorig jaar is verrot aan de boom blijven hangen. Wellicht dat nu met de plannen in het kader van LevenLangLeren binnen Zuyd een nieuwe poging gedaan kan worden het rijpe fruit te plukken!

Judith

fruitplukken

CC-BY-SA Valerie Hinojosa

 

Mijn toekomstbeeld van ons onderwijs #ho2025

Hoi Marcel,

Ook het nieuws vandaag gehoord over de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek van minister Bussemaker? In dit(mooie) magazine staan alle verandering in het hoger onderwijs op een rijtje. Geen tijd om alles te lezen? Kijk dan deze animatie van 3 minuten

Het was al langer bekend dat Bussemaker 4000 extra docenten wil aantrekken om het onderwijs kleinschaliger, flexibeler en intensiever te maken. Echt, mooie plannen. En dat er voor docenten die innovatieve ideeën hebben om het onderwijs te verbeteren beurzen ter beschikking worden gesteld, is prachtig. De vraagtekens die de Studentenorganisatie ISO hierbij zet, onderschrijf ik ook.

Van deze docenten wordt veel verwacht, bijvoorbeeld op het gebied van vernieuwende onderwijsmethoden en didactiek. Hierdoor moeten zij op een andere manier les gaan geven en dat gebeurt niet vanzelf’

Maar niet geklaagd! Ik werk graag mee aan dit streven van de minister!

Voor mijn studie heb ik een paar maanden geleden een toekomstscenario gemaakt voor 2030

Toekomstscenario

Klik op de afbeelding voor de Prezi

Als leerteam habben wij gekozen voor het scenario Plaatsafhankelijk en lerende aan het stuur (bij mij ‘Verblijven’).Vervolgens heb ik via een SWOT-analyse gekekeken waar Zuyd in het transformeren naar dit scenario in haar kracht zit en waar bedreigingen zijn. Ik heb uiteindelijk dit toekomstscenario voor Zuyd geschreven (eerder geblogd op Joule4Jou)

Volgens mij bestaat Zuyd in 2030 nog als ontmoetingsplaats waar mensen samen komen om te leren. Mensen zijn en blijven sociale wezens die van elkaar leren. Ook al gaat technologie een steeds grotere rol in ons leven spelen, en lijkt het zo dat we elkaar hiervoor niet meer fysiek hoeven te ontmoeten, vermoed ik dat scholen nog wel blijven bestaan. De huidige aandacht voor ‘Bildung’ in het onderwijs laat volgens mij zien dat persoonlijke ontwikkeling in het onderwijs steeds belangrijker wordt. ‘Bildung’ gaat over zelfontplooiing dat je in staat bent tot moreel oordelen en kritisch denken (één van de 21st century skills). De visie van Zuyd is gericht op het samen leren, samen creeëren, samen werken en samen veranderen. Voor de toekomst wil zij dit gepersonaliseerd aanbieden, dat wil zeggen dat talenten, eigen keuzes en ontwikkelingsbehoeften het tempo, route, niveau, inhoud en volgorde bepalen. De lerende aan het stuur dus.
Om dit toekomstscenario kans van slagen te geven, betekent dat docenten meegenomen moeten worden in dit veranderproces. Dat betekent ook ruimte bieden aan de onzekerheid van de individuele docent die dit soort ingrijpende veranderprocessen mede vorm zal moeten geven.Het inzet van leertechnologieën betekent een andere didactsche aanpak. Docenten moeten hier in ondersteund worden door zogenaamde learning design teams bestaande uit o.a. instructional media designers, informatiespecialisten en onderwijskundigen. Zo kan samen nieuwe lessen en curricula ontworpen worden waarbij ook studenten nadrukkelijk als mede-ontwerpers aan de tekentafel worden uitgenodigd.

Voor dit toekomstscenario staat de ontmoeting centraal dat betekent dat ruimtes uitnodigend moeten zijn waarin verschillende samenwerkingsvormen kunnen plaatsvinden. Studenten zijn eigenaar van hun eigen leerproces dat betekent dat zij via een digitaal portfolio hun talenten en competenties in kaart brengen zodat zij zichzelf kunnen presenteren maar ook kunnen ontdekken waarin zij zich nog zouden moeten ontwikkelen richting het doel dat zij voor ogen hebben. Zuyd wil een praktijkgerichte leeromgeving bieden voor studenten van 17-67 jaar. In co-creatie met de beroepspraktijk in de regio leidt Zuyd professionals op en geeft vorm aan het onderwijs en het onderzoek. Hiermee draagt Zuyd bij aan de concurrentiekracht van een dynamische regio met veel kenniswerkers en een sterke economische motor. De belangrijkste stappen die Zuyd zou moeten zetten op weg naar naar dit toekomstscenario is vooral aandacht te schenken aan de communicatie met alle stakeholders (studenten, docenten, management, lectoraten, beroepsveld). Delen in waar je mee bezig bent zodat je samen goed open en online onderwijs kunt bieden. Een open cultuur creeëren waarbij aandacht is vertrouwen en verbinding. In zo’n professionele leergemeenschap opereert een autonome docent die gewaardeerd wordt voor zijn vakmanschap. Als de student aan het stuur staat, betekent dit een veranderende rol voor de docent, meer als facilitator, coach en stimulator. Voor de student betekent eigen verantwoordelijkheid voor het leren tegemoetkomen aan de psychologische basisbehoeften van intrinsieke motivatie: autonomie, competentie en relationele verbondenheid.

Mijn 5 waarden voor ons toekomstscenario:
Verbinding – Open – Vertrouwen – Inspiratie – Vakmanschap

Verbinding: mensen leren in verbinding met elkaar (social learning) naast online ontmoetingen blijven fysieke ontmoetingen cruciaal voor het leerproces. Leren is fundamenteel sociaal en het bestaat uit samenwerking, relaties, participatie en communicatie (Illeris)
Open: door open kennis te delen dat met de huidige en toekomstige technologie steeds gemakkelijker gaat, wordt nieuwe kennis gecreeërd en daardoor veel geleerd.
Vertrouwen: intrinsieke motivatie is van belang om te willen leren, één van de psychologische basisbehoeften hierbij is autonomie. Autonomie is van belang om de lerende eigenaar te laten zijn van zijn leerproces. Dit kan alleen als docenten dit vertrouwen ook schenken aan de lerende (Ryan & Deci).
Inspiratie: Een uitdagende stimulerende leeromgeving, bestaande uit grote open uitnodigende ruimtes, gepassioneerde docenten en met eigentijdse en gepersonaliseerde leermiddelen
Vakmanschap: We leren samen met het werkveld, leren in nabijheid van ‘voorbeeldige’ leermeesters: het meester-gezel principe (Rijnlandsdenken)

Judith

Onderzoek afgevinkt #MLI

research

CC-BY-NC julochka

Nou Marcel, mijn onderzoek van de MLI is eindelijk goed genoeg bevonden. In 1 keer kreeg ik de beoordeling van zowel mijn onderzoeksvoorstel als onderzoeksartikel binnen (ook wel bijzonder). Het was voor mij onverwachts dat het uiteindelijke artikel in 1 keer goedgekeurd werd. Zelf was ik namelijk niet zo heel tevreden. Maar goed … Ik heb het binnen 🙂 .

Ik heb via ons blog mijn worsteling met het fenomeen ‘onderzoek’ al vaker gedeeld. Ik heb al eens eerder gezegd dat ik soms het idee met een promotietraject ‘light’ bezig te zijn. Wat wilt de MLI nu dat ik leer met dit LA5 traject? Moet ik meer inzichten krijgen in de diverse onderzoeksdesigns die er zijn? Geef me daar dan meer informatie over. Moet ik weten hoe ik een goede enquête te maken? Dan is 2 uurtjes instructie over vragen formuleren wat weinig. Als ik data moet kunnen analyseren? Leer me dan meer over statistiek. Ik heb dit nu allemaal zelf moeten uitzoeken. Uiteraar hebben we diverse bijeenkomsten besteed aan onderzoek, maar voor mij niet ‘just in time’, daardoor kon ik op dat moment niet de juiste vragen stellen. Bij de MLI is nu wel het idee om bij LA5 meer met kennisclips te werken, maar hiervan heb ik nog niet kunnen profiteren. Gelukkig had ik een begeleidster die zich niet zo strak hield aan de vastgestelde feedbackmomenten, zodat ik toch een beetje mijn eigen tempo kon bepalen.

Wat ik vooral onthouden heb van de beginperiode is dat ik vooral valide en betrouwbare instrumenten moest hanteren. Geen idee toen wat hier precies mee werd bedoeld. Daarom heb ik mijn eerste idee om tweets te analyseren losgelaten omdat ik gewoon niet overzag wat de consequentie was van keuzes die ik maakte. Ik heb met diverse onderzoekers gesproken maar ik merkte dat elke onderzoeker weer zijn eigen visie had op het methodisch correct handelen. Hierdoor raakte ik ook in de war. Ik heb me uiteindelijk (heel pragmatisch) geconformeerd aan de beoordelingscriteria van de MLI. Het ontbrak me aan tijd en sparringspartner om echt mijn pad te bewandelen. In mijn blog nav de ORD heb ik je al verteld dat de onconventionele onderzoeksmethoden waarover Bas Haring sprak mij eigenlijk meer aanspreken.

Reflective Practioner volgens de studiegids MLI
De master Leren & Innoveren onderzoekt onderwijs vanuit het perspectief van Leren & Innoveren. Zo voert zij praktijkgericht onderzoek uit, gericht op verbetering van het ondrwijs. Een probleem in de eigen school of verbeterpunt is het startpunt van onderzoek. Bij de uitvoering maakt de master Leren & Innoveren gebruik van expliciete kennis van onderzoeksmethodieken. Zij is in staat om de conclusies en aanbevelingen te implemenenteren in de eigen school en dawrnaast te verspreiden of workschops (disseminatie). De master is in staat de resultaten van door derden verricht onderzoek kritisch op de merities voor de eigen onderwijspraktijk te beoordelen.

Als ik dit zo lees, dan vind ik dat ik dit beheers op rolmeesterschap. En wellicht niet zo zozeer door het onderzoek dat ik heb uitgevoerd. Wat hierbij vooral bij me is blijven hangen is dat probleemstelling en onderzoeksvragen vooral een woordspelletje is. Dat je bij onderzoek vooral maar op één klein stukje focust waardoor je het zich op het groter geheel verliest. Terwijl dat breder kader zo belangrijk is voor onderwijsinnovatie. In mijn onderzoek heb ik uiteindelijk beschreven welke percepties een specifieke docentengroep heeft op het inzetten van sociale media in de netwerken waarin zij participeren om online samenwerken en online kennis delen te stimuleren/ondersteunen. Dat hierbij ook organisatiecultuur, ict-voorzieningen en tijd voor kwaliteit een belangrijke (doorslaggevende) factor spelen wordt dan hierbij helemaal niet meegenomen. Dus wat zegt het dan? Dat docenten wel meer online willen samenwerken maar online kennis delen nog niet zo op hun netvlies staat. Tsja …
En ach het verspreiden van mijn kennis (en van anderen) is mijn tweede natuur geworden. Dat deed ik al voor ik met de master begon, dat heb ik tijdens de master volop gedaan en dat zal ik blijven doen. En niet alleen binnen een workshop, maar ook daarbuiten.

LA5_Poster

Voor mijn integratiefase ben ik bewijs aan het verzamelen dat ik me masterwaardig ontwikkeld heb. In mijn MLI-archieven vond ik deze poster die ik ruim een jaar geleden heb gemaakt om mijn onderzoeksvoorstel te presenteren. En dan zie ik dat na vele vele omzwervingen ik uiteindelijk via andere onderzoeksvraag en andere instrumenten toch wel trouw gebleven ben aan waar ik zo in geloof: ‘social learning’ 🙂

Heb ik niets geleerd? Jawel heel veel, maar dat is niet zo terug te vinden in mijn onderzoeksartikel. Het is vooral het open reflecteren via dit blog, over het onderzoeksproces en over het thema van mijn onderzoek. Ik ben heel goed in staat om aanbevelingen en conclusies te implementeren. Ik ben hier volop mee bezig in het DLWO-visietraject en de constante aandacht voor ict-doepcentprofessionalisering. De ontwerpteams die hierbij zo nodig zijn en die ik graag binnen Zuyd zou willen opzetten. In het kader van Leven Lang Leren projecten komt hier wellicht wat meer ruimte en aandacht voor. Ik blijf er van onderwijs tot CvB hiervoor pleiten.

En kijk, als ik dan zo’n reactie ontvang van degene waarvoor ik het onderzoek heb gedaan, vind ik dat ik het goed doe / gedaan heb en zeggen mag dat ik het niveau van rolmeesterschap van Reflective Practioner behaald heb 🙂

Je ondersteunt ons in ons ontwikkeltraject van het nieuwe curriculum in het vat krijgen op blended learning en dan met name het onderdeel digitale didactiek. Je volgt ons in onze didactische keuzes en inspireert ons in onze zoektocht naar blended learning. Daarin neem je steeds ook de attitude en vaardigheden van de docent mee. Je bent toegankelijk en goed bereikbaar, zowel voor mij als teamleider als voor collega’s

Mijn advies aan de MLI zou zijn (ik kan het toch niet laten 😉 ): Schenk veel meer aandacht aan de onderzoeksmethoden en laat studenten in het begin meer nadenken over de consequenties van hun keuze. Ik heb daar de tijd te weinig voor gehad / genomen. Dit komt (volgens mij) ook omdat het onderzoek als lintmodule werd aangeboden. Het moest tussen/tijdens de andere leerarrangementen, dat vond ik lastig. Ik heb begrepen dat dit volgend jaar gaat veranderen. Hamer als MLI niet zo op generaliseerbaarheid, het gaat toch om een praktijkgericht onderzoek ter verbetering van je eigen onderwijspraktijk? Daarnaast zou ik studenten ook meer stimuleren om vanuit verbetertrajecten een onderzoek te laten inzetten, ipv maar te blijven benadrukken welk probleem er nu opgelost moet worden. Misschien zijn er geen problemen, maar wel kansen! Ik denk dat het goed zou zijn als studenten zouden starten met het bestuderen en analyseren van onderzoeken van derden mbt het onderwerp dat zij gaan onderzoeken, en hierover in gesprek gaan met mede-studenten en begeleider. Ik vond onderzoek doen een eenzame aangelegenheid. Ik had liever samen een onderzoek gedaan. Misschien samen met een studiemaatje een gezamenlijk onderzoek opzetten maar in eigen praktijk uitvoeren? … Dat had ik wel leuk gevonden, denk ik 🙂

Alles wat ik geblogd heb over het MLI-onderzoek zijn natuurlijk mijn ervaringen, reflecties en percepties. Ik weet ook dat mede-studenten lang niet zo’n moeite hadden met het onderzoek dan ik. Waar dat aan ligt? Misschien is dat een leuk onderzoekje waard 🙂

Dank aan iedereen die mij elke keer weer heeft gemotiveerd en gestimuleerd om ook de leuke kanten van onderzoek te laten zien! Want ja die zijn er ook!

Judith

“Kwaliteit kost tijd”

Ja Marcel, het was een mooie bijeenkomst vorige week woensdag, de Visieworkshop over onze toekomstige DLWO. En inderdaad het delen moet nu beginnen, zowel door management als door docenten. We hebben jullie al een handje geholpen door een verslag te maken en daarover te bloggen op het blog icto.community.zuyd.nl, het kennisdeelplatform van Zuyd als het gaat om ict in onderwijs en onderzoek.

Ik wil nog wel even extra aandacht schenken op ons blog aan het ‘pareltje’ van het I-team, zoals Harry Renting van SURF hem noemde. Ja we zijn zuinig op hem 🙂 Frans Roovers is in zijn element als hij kan vertellen over hetgeen hij enthousiast over is. En dan worden de 5 minuten die hij van de ‘organisatie’ kreeg snel 13 minuten 😉

Binnen Zuyd wordt door docenten en studenten vaak gemopperd op Blackboard. Het is niet intuïtief (klopt wel) en wordt alleen als opslag van documenten gebruikt (klopt ook vaak). Dat Blackboard als leermanagementsysteem meer potentie heeft, liet Frans zien tijdens de bijeenkomst. Bij het ontwerpen van een cursus is het belangrijk:

  1. een ontwerpteam die elk met specifieke kwaliteiten een Blackboardcursus (of online cursus) bouwt, waarbij minstens 1 ontwerper in het team zit die leertechnologieën adequaat kan inzetten en weet hoe tools werken (of daar nieuwsgierig naar is en het gaat ontdekken) – (zie ook onze aanbeveling nav MOOCZI voor het inzetten van ontwikkelteams) ;
  2. belang van online communicatie en feedback, ik verwijs altijd naar Gilly Salmon die met haar Five Stage Model de stappen laat zien om een klimaat te creëren om samenwerken te bevorderen waardoor beter kennis gedeeld wordt;
  3. het belang van structuur voor studenten. De Blackboardcursus heeft een duidelijke opbouw en vooral de timeline en het overzicht met deadlines bleek gewaardeerd te worden. De timeline heeft Frans met de tool Tiki-Toki gemaakt. Het ziet er visueel prachtig uit. Het is een gratis tool, maar als je het wil embedden in je online omgeving kost een premium account 7 dollar per maand. Frans was zo enthousiast over deze tool dat hij het voor deze pilot zelf heeft bekostigd.
FransRoovers

Klik op de afbeelding voor de presentatie van Frans

Ondanks dat het een arbeidsintensieve module was voor studenten (ze moesten een portfolio opbouwen, aan de hand van 16(!) verplichte opdrachten en een achttal vrije keuze maakten ze een glossy waarin ze aantoonden hoe ze zich ontwikkeld hadden) werden vooral het gestructureerde cursusaanbod en de intensieve online begeleiding van de docenten zeer hoog gewaardeerd. Standaard ontvangen studenten na elke module een evaluatie. De respons op deze OLP8-SW Geschikt / Ongeschikt Basisproef was extreem hoog (75%) en deze Blackboardcursus werd met een 9 gewaardeerd.

Deze module werd door 3 docenten ontworpen en begeleid. Ook voor de docenten een arbeidsintensieve module. Ruim 6x de geplande uren is in deze module geïnvesteerd. Ook buiten de 9 tot 5 uren reageerden de docenten op vragen en stimuleerden ze interactie. Ondanks de ‘boost’ die het hen gaf, is dit met de huidige toegekende uren in de toekomst niet te realiseren. Studenten hebben duidelijk aangegeven dat zij deze opzet graag ook in andere modules terug willen zien. Maar “kwaliteit kost tijd”, zei Frans tegen me. Ik ben benieuwd hoe de faculteit de ervaringen met deze module gaat inzetten in heel hun onderwijs.

Deze very good practice die Frans met ons deelde, horen we mee te nemen in ons verder visietraject DLWO vind ik. Onlangs publiceerde Wilfred Rubens 2 blogpost die hierop aansluiten. In Hoe kun je docenten ondersteunen bij het gebruik van ICT in het onderwijs? refereert Wilfred naar een artikel van Catlin Tucker  die stelt dat weerstand tegen het gebruik van ICT vooral te maken heeft met angst, en niet met verzet om te leren en de praktijk te veranderen. Docenten werken volgens haar bovendien betrekkelijk geïsoleerd, zonder veel ondersteuning. Volgens haar zijn er drie manieren om docenten te stimuleren ICT in het onderwijs te gebruiken:

  1. Creëer een schoolcultuur waarin wordt aangemoedigd dat docenten risico’s nemen en fouten durven te maken. Moedig experimenten aan, leer van ervaringen. Geef geen kritiek als experimenten fout gaan, maar evalueer en verbeter.
  2. Zet lerenden in om docenten te ondersteunen op het gebied van ICT. Vorm ICT-teams die uit lerenden bestaan, en die kunnen worden ingezet om docenten te helpen bij experimenten of bij het oplossen van issues.
  3. Geef ICT-bekwame docenten taakuren om hun collega’s te begeleiden. Benut de expertise van deze vernieuwers en pioniers, en laat hen collega’s op de werkvloer ondersteunen bij het herontwerpen van lessen en bij het geven van feedback.

Allemaal aanbevelingen naar mijn hart, die wij als ‘onderwijsvernieuwers’ ook gesomd hebben op de flap tijdens de Visiongame bij de Visieworkshop DLWO. Terecht zet Wilfred bij het artikel nog wat aanvullende onderzoekende vragen die goed zijn om per team eens nader te onderzoeken.
In het andere blogbericht Hoe creëer je nabijheid bij online leren? verwijst Wilfred naar een onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod. Relationele verbondenheid (één van de psychologische basisbehoefte volgens Ryan & Deci) is belangrijk om lerenden gemotiveerd te houden. Zeker bij online leren moet hier aandacht aangeschonken worden. Bij OLP8 hebben ze dat goed gedaan. Je ziet hier ook meteen waardering voor. In het onderzoek van Ross, Gallagher en Macleod gaat het vooral om onderwijs aan volwassenen. Aangezien Leven Lang Leren bij Zuyd stevig op de agenda staat, is het goed dit onderzoek ook te bestuderen. De onderzoekers benadrukken het belang van nabijheid dat gerealiseerd wordt dankzij een tijdelijke combinatie van persoonlijke betrokkenheid, omstandigheden (tijd en context) en technologieën (de kenmerken van de leertechnologie). Ik ga hierover in het kader van mijn eigen ervaring bij volwassenonderwijs nog apart over bloggen :).

Dit verhaal van Frans was inspirerend voor de aanwezige docenten die aanwezig waren tijdens de visieworkshop DLWO. Zij wilden graag weer eens op regelmatige basis samen komen om kennis uit te wisselen. Ik wil dat heel graag faciliteren en organiseren, maar twijfel nog over vorm en frequentie. Uiteraard wil ik dat deze kennis ook online gedeeld wordt zodat ook mensen die niet aanwezig zijn hiervan kunnen leren. Wil je daarover eens meedenken?

Judith

geschiktOngeschikt

Verleidend onderwijsonderzoek: de sleutel naar succes #ORD2015 

Hi Marcel,ORD2015

Zoals je weet ben ik de afgelopen 3 dagen in Leiden geweest voor de Onderwijs Resarch Dagen. Tijdens deze dagen heb ik samen met mijn MLI-maatjes Cindy en Daniëlle presentaties en posters van promotie- en masteronderzoeken gezien/bijgewoond. Wat wordt er veel onderzocht in onderwijswereld zeg! De MLI Fontys was goed vertegenwoordigd. Onze docenten liepen dan ook trots rond.
Het was de 1e keer dat ik dit congres bezocht. Mijn indruk?

De secundaire voorwaarden: lunch en pauze lekkernijen waren super goed (lekkere sapjes)! Niet het belangrijkste van een congres, maar zeker niet onbelangrijk. In het programma was veel pauzeruimte ingepland, dus veel tijd om te netwerken. Ik heb natuurlijk met mijn medestudenten en mli-docenten gekletst, ook ervaringen uitgewisseld met de aanwezige Zuyderlingen (Elly Vermunt en Kitty Kwakman). Heel gezellig dat Ankie en Marcel er ook waren. En ik heb weer live enkele tweeps ontmoet (@JeroenBottema en @Visualmap), altijd leuk!
Volgens de organisatie hadden 600 deelnemers zich ingeschreven. Donderdag t/m 15.00 was het inderdaad goed vol, daarna liep het toch wel leeg. Ik denk dat ze beter op het eind van de dag nog een goede keynote kunnen inplannen dan sessies tot 18.15 laten doorlopen. Donderdag was wel een hele lange dag.
Het congres vond plaats bij de Universiteit Leiden. Hoewel goed verzorgd vond ik de klaslokalen niet echt inspirerend. Maar alle technische voorzieningen werkten prima. Er liepen veel gastvrouwen en -mannen rond die gevraagd en ongevraagd hulp boden. Was in het begin ook wel nodig om even je weg te vinden in de gebouwen en het programma.

Inhoudelijk was het een overvol programma waar nauwelijks uit te kiezen viel. Ik ben voornamelijk naar MLI-presentaties gegaan. Natuurlijk heb ik de eerste presentatie van Ankie & Marcel ihkv hun gezamenlijk promotietraject bijgewoond 🙂 ‘Samen Delen is Samen Groeien: Reflecterend Bloggen in een Online Pabo Community’. Ik hoop dat het Leerplein ook snel bij de MLI wordt geïmplementeerd. In het kader van rolontwikkeling reflective practioner is dit volgens mij een geweldig ondersteunende tool. 🙂

Keynotes
Woendag was de keynote van Marily Cochran-Smith die een reviewstudy presenteerde over de geschiedenis, stand van zaken en toekomst van onderwijsonderzoek. Ik vond het niet bijster boeiend gepresenteerd. Ze was me snel kwijt. In tegenstelling tot de keynote van Bas Haring waar ik de donderdag mee startte. Voor sommige leuke entertainment, voor mij een constatering dat ik tijdens mijn onderzoek mijn eigen pad heb verlaten. Haring sprak over het ‘onernstige‘ van onderzoek 🙂 Voor mij werd onderzoek tijdens de laatste 2 jaar iets heel gewichtig. Als beginnend onderzoeker had ik geen idee wat de opleiding van me verwachtte. In het begin had ik super leuke ideeën met onconventionele onderzoeksmethode. Zoals Bas Haring bepleitte: gebruik andere instrumenten dan de standaard vragenlijstjes. Als voorbeeld noemde hij het TV-programma Proefkonijnen van Dennis & Valerio 🙂 Tijdens mijn opleiding kreeg ik te horen dat mijn instrumenten vooral valide en verifieerbaar moesten zijn. Er werd vooral gestuurd op vragenlijsten, interviews, focusgroepen. Ik had geen idee wat ik moest met statistieken, transcriberen en coderen. Dat is tijdens mijn onderzoek gelukkig allemaal wel duidelijker geworden. Achteraf zou ik andere keuzes gemaakt hebben. Nu heb ik een onderzoek uitgevoerd zonder te overzien wat de consequenties waren van de keuzes die ik maakte. Ik heb met de coördinator van de onderzoeksmodule daar wel even over doorgepraat. Zij vond het jammer. Haar bedoeling was inderdaad die reflectieve nieuwsgierige houding te stimuleren en dan volgt, volgens Haring, onderzoek vanzelfsprekend. Dan ben je ook bezig met vernieuwing van je praktijk. Dat ons masterondezoek generaliseerbaar moet zijn, moet de MLI volgens mij snel loslaten. We hoeven toch geen promotie-light project te doen? Ik zou liever zoals Bas Haring dat stelde op een luchtige manier onderzoek doen. En beginnen met het stellen van een (slimme) vraag die direct een handeling uitlokt. Haring stimuleerde als professor vooral ja/nee vragen. Het stellen van gesloten vragen is in onderzoeksland echt not done. En onderzoek vooral waar je in gelooft, waar je passie ligt. Kijk vooral even naar dit filmpje, Marcel. Bas Haring liet ons het voorbeeld van Jack Andraka zien. Zo mooi! Maar lees vooral zijn verhaal dat hieraan ten grondslag ligt. Uiteraard heeft Andraka al op het TED-podium gestaan. Ik zal ‘m dinsdag in de Nieuwsflits opnemen.

De keynote vrijdagochtend van Pierre Dillenbourg was ook erg grappig. Kijk met uitspraken als “Good MOOCs are (in general) better than bad MOOCs” heb je mijn aandacht 🙂 Hij had het vooral over dat we met technologie zoveel meer kunnen dan dat we jaren geleden hadden kunnen bedenken. Hij liet augmented reality zien mbv Tinkerlamp (zie website Simpliquity). Mooi! En dat we mbv learning analytics het onderwijs kunnen ‘opschalen’. In zijn nieuw boek Ochestration Graphs vertelt hij hier meer over. Het belangrijkste blijft de rol van de docent als begeleider van de leeractiviteiten: “Pedagogy lies deep into digital model”.

Tsja en dan moest ik zelf nog presenteren 🙂

Omdat ik niet helemaal goed na had gedacht bij het indienden van mijn onderzoeksvoorstel in januari werd mijn onderzoek geaccepteerd als paper ipv een poster. Dus mocht ik aan de bak met een presentatie van een onderzoek waar ik eigenlijk pas een maand geleden aan begonnen was met analyseren van data en beschrijven van conclusies en aanbevelingen. Hoewel ik van tevoren toch wel gespannen was, is het me goed afgegaan. Ik had de woorden van Bas Haring goed in mijn oren geknoopt (blijf dicht bij jezelf) en ik kon heel mooi aansluiten bij de resultaten van het onderzoek door het Lectoraat Teching Learning Technology van Inholland die zij voor mij presenteerden. In opdracht van Kennisnet in 2013-2014 hebben zij een onderzoek uitgevoerd bij de Fontys Lerarenopleiding Sittard (rapport). Voor dit project is een model voor innovatiekracht ontwikkeld waarin drie fasen onderscheiden worden: ideegeneratie, ideepromotie en ideerealisatie

Model_innovatiekracht

Een model dat aansluit bij veel onderzoek over succesfactoren van docentprofessionalisering. Een belangrijke voorwaarde voor innovatie is een gezamenlijk gedragen visie op onderwijs, dat had ‘mijn’ onderzoeksgroep het afgelopen jaar ook gerealiseerd!
De presentatie was op z’n enthousiaste Judith’s manier. Gelukkig geen ingewikkelde vragen over mijn onderzoeksmethoden. Het is gedaan. Nu in wat langszamer tempo de komende 2 maanden in en werken aan afronding MLI. De planning is nog steeds 1 september….

Onderzoeken kan ‘veelbetekenend’ zijn

Bas Haring had het over diverse voorzetsels die je tussen onderzoek en onderwijs kunt zetten

  • onderzoek van onderwijs
  • onderzoek in onderwijs
  • onderzoek door onderwijs
  • onderzoek voor onderwijs
  • onderzoek met onderwijs

Door elk voorzetels verandert de betekenis en waarde die je aan onderwijsonderzoek geeft/hecht. Het onderzoek dat ik bij de MLI moest doen is vooral gericht op verbetering in de praktijk. Zoals ik al zo vaak gezegd heb en daarom ook mijn worsteling met mijn probleemstelling en onderzoeksvraag, hangt onderwijsinnovatie met zoveel factoren samen. Je vraag moet je uiteindelijk zo inperken omdat het anders niet onderzoekbaar is. Vaak hoorde ik tijdens presentaties: “Ik heb nu dit onderzocht maar om echt verandering in gang te zetten, moet je ook rekening houden met … of nader onderzoek doen naar …” Het generaliseerbaar maken van een praktijkgericht masteronderzoek vind ik echt een brug te ver. Tijdens de keynote van Bas Haring zei iemand “je kunt het wiel niet vaak genoeg uitvinden”, misschien is dat wel zo. Een kritische onderzoekende houding hoort bij elke professional, daar is iedereen het wel over eens. Wellicht is het voor ons masterstudenten voldoende om vanuit een nieuwsgierige vraag te onderzoeken of dat wat in de literatuur beschreven is, ook voor jouw situatie geldt. Dat je op basis van een hypothese of een ja/nee vraag onderzoekt of hetgeen je denkt of dat klopt ook daaadwerkelijk zo is. En onderzoek wordt beter als je het samen doet, hoorde ik veelvuldig. Ik zou er voor pleiten om ook een masteronderzoek samen op te zetten. Samen discussiëren over literatuur, de betekenis voor jouw beroepspraktijk en dit weer terugkoppelen. En deze ervaringen graag delen, open delen, zodat degene die ervan willen leren er van kunnen leren. Volgens mij ben je dan met verleidend onderwijsonderzoek bezig 🙂

Het was spannend om even uit mijn comfortzone te stappen en te boundary crossen in deze nieuwe wereld. Ik heb de brug overgestoken. Benieuwd of ik ook tegemoetkomers tref.

Judith